Hart voor Waddinxveen


(5b) Vragen bij de lezing gehouden op 15 februari 2008 over "Navolging van Christus" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zaterdag, 03 mei 2008 22:25
Ik heb een heleboel mooie vragen van u gehad, moeilijke vragen. Het zat er natuurlijk ook in, hè. Ik heb het ook een paar keer gezegd: dit levert vragen op, ik weet het, ik weet het. Vergeef me maar als ik de dingen zo zeg dat ik u daarmee verdriet doe of pijn doe omdat het anders is dan wat u gewend bent. Ik kan slechts u de raad geven: doe als de Bereërs. Weet u nog wat ze deden? Die dagelijks de Schriften onderzochten of deze dingen alzo waren. Ze zeiden, ja die Paulus, dat kan hij nou wel zeggen maar dat willen we dan nog wel eens nakijken in de Schriften. Nou als ze dat bij Paulus al deden dan moet u dat bij mij zéker doen. U mag nooit iets zeggen, ja maar dat is zo want Ouweneel heeft het gezegd. Dat zou ik héél erg vinden.

1) Ik heb iemand in verwarring gebracht met de uitdrukking: vleselijke christenen. Wat zijn dat? Kan dat eigenlijk wel vleselijk en christen? Belijden zij Jezus Christus als Heiland én Heer?

Nou, ik heb alleen maar aangehaald wat in de Bijbel staat en dat is de toetssteen heb ik u gezegd dus als u even opzoekt 1 Korinthe 2 het slot en 1 Korinthe 3 het begin, dan ziet u dat aan het eind van 1 Korinthe 2 gesproken wordt vanaf vers 13 over twee soorten mensen: natuurlijke mensen en geestelijke mensen. Maar als u dan doorleest in hoofdstuk 3, want die hoofdstukindeling is van later tijden; het betoog gaat zo door, dan ziet u dat er ook nog een derde categorie is. De meeste mensen denken: er zijn er maar twee, wedergeborenen en niet-wedergeborenen maar hier zijn er drie. En dat zijn vleselijken. En Paulus zegt tegen de Korinthiërs dat ze vleselijk zijn. Nou, dat waren toch echt christenen. Ze hadden zelfs volgens hoofdstuk 1 alle genadegaven, nou, dat kan je niet eens van alle christenen zeggen. Dus als zij geen christenen waren ... en toch kun je vleselijk zijn. Eigenlijk is het nog ingewikkelder want in het begin van 1 Korinthe 3 vind je zelfs twee woorden voor vleselijk. In het Grieks verschillen ze maar één lettertje maar ik zal het nou niet al te ingewikkeld maken. Laten we maar even erop houden dat er christenen zijn, wedergeboren christenen heb ik het over, anders zijn het alleen maar schijnchristenen, wedergeboren christenen die onder het beslag van de Heilige Geest zijn of die het niet zijn. Die zich laten leiden en die beheerst zijn door het vlees. Dat is niet persé hetzelfde als Romeinen 7, dat moet je nog weer onderscheiden; maakt het allemaal ingewikkeld. In Romeinen 7 vind je iemand die dolgraag wil, eigenlijk om het nog moeilijker te maken: hij heeft een geestelijke instelling. Hij wil dolgraag, alleen hij heeft de kracht niet. En blijkbaar heeft nog niemand hem onderwezen waar hij die kracht kan vinden. Maar in 1 Korinthe 3 gaat het niet over dat soort mensen. Daar gaat het over christenen die zouden moeten willen maar zelfs daar schort het aan. Dan zou u zeggen maar hoe kunnen die mensen wederom geboren zijn? Ja goed, als u uw eigen hart een beetje kent dan zult u dat toch kunnen herkennen. Want wat doen zij? Zij doen wat vandaag in een heleboel gemeenten ook gebeurt. Ik hoorde over 2005 geloof ik dat in zestig procent van alle gemeenten in dit land, refogelisch of evantorisch, maakt allemaal niks uit, zestig procent, hadden ze hevige problemen. Paulus zegt, zijn jullie niet vleselijk als jullie nijd en twist onder elkaar. Als je nijd en twist onder elkaar hebt dan betekent dat het vlees daar blijkbaar nog vrijelijk kan werken. In plaats dat ze onder het beslag zijn van de Heilige Geest want dan is er geen nijd en twist maar dan is er liefde, blijdschap, vrede, zachtmoedigheid, lankmoedigheid enzovoort. Dus een vleselijke christen is een christen voor zichzelf leeft. Die zomaar wat doet. Het probleem met veel christenen is niet dat ze zulke vreselijke zondige dingen doen; allemaal fatsoenlijke, brave burgers maar ze doen zomaar wat. Ze laten zich niet werkelijk leiden door Christus. Hij is niet de werkelijke autoriteit van hun leven. Ze laten zich niet echt leiden door de Heilige Geest. En Galaten 5 laat zien: het is het vlees of de Geest. Als je je niet door de Geest laat leiden dan laat je je door het vlees leiden. Dan ben je een vleselijke christen. Ik hoop dat het wat duidelijker is.

2) De tweede vraag: ik vond het beeld dat u schetste van het arme zondaarsgeloof een karikatuur. Nou, dat is jammer want dat was niet de bedoeling. Kan het niet zijn dat het het beeld is van een navolger van Christus die bij voortduur kent het wonder van zonde en genade; het steeds weer de toevlucht nemen tot Christus en almaar meer in Hem gaan zien. Dat is toch ook vreugde. Graag een reactie. Maar dat is ook niet het beeld dat ik geschetst heb. Nou dat zegt u, dat klopt, want u gaf een verkeerd beeld maar dit is ook niet het zondaars, het arme zondaarsgeloof. Elke christen zou dit moeten kennen. Elke christen, behalve mensen die denken dat ze nooit meer zondigen; elke christen kent dit, dat als je weer een scheve schaats rijdt dat je weer mag leren dat je vergeving nodig hebt. Dat je je zonden mag belijden. Dat wordt toch gezegd tot gelovigen, niet zoals sommige mensen in dit land verkondigen dat ongelovigen daar worden aangesproken. In 1 Johannes 1 vers 9 gaat het over gelovigen. Als we onze zonden belijden, God is getrouw en rechtvaardig om onze zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. Gelovigen moeten dat elke keer weer doen en elke keer ondervinden ze dan de vreugde dat ze mogen leven uit genade. Maar dat is niet wat ik bedoelde met arme zondaargeloof. Het arme zondaargeloof, daarmee bedoel ik: je blijft een arme zondaar tot aan je dood. En dat kan ik wel begrijpen als je daarmee bedoelt: de zondige natuur blijft in je tot aan je dood. Dan zou het waar zijn. Maar wat men ermee bedoelt is, wat ik van mijn hoofdonderwijzer citeerde op de lagere school en zoals ik dat las in een commentaar op de catechismus: het blijft altijd maar tobben geblazen. Die negatieve houding. Als de catechismus zegt, met alle respect voor de catechismus, als ik wat citeer is het meestal omdat ik het er niet mee eens ben en daar staat duizend keer tegenover dat ik het er wel mee eens ben, laat ik dat ook eens een keer zeggen. Anders denken mensen dat ik daar om die reden kritiek op heb. Dat is helemaal niet zo. Maar als er staat dat zelfs de allerheiligsten zelfs een klein beginsel van gehoorzaamheid kennen, dan denk ik als gewone persoon: nou, dan begin ik niet eens aan. Dit is toch ontzettend ontmoedigend. Als je tegen de kinderen op school zegt dat zelfs de aller-, allerbraafste kindertjes zijn alleen maar heel af en toe gehoorzaam dan denken alle stoute kindertjes: nou uh ... .dag. Dat is geen bemoediging en dat is misschien wel een schildering van de realiteit van een hoop christenen maar je moet altijd de lat zo hoog leggen als het Nieuwe Testament doet. Je moet niet uitgaan van je eigen ervaringen. Je moet uitgaan van de norm die God stelt. En als God die norm stelt, dan zegt Hij en Ik geef je er kracht bij om aan die norm te voldoen. Gaat het dan toch mis dan mag je 490 keer bij Hem terugkomen. Maar Hij zegt, Ik leg die lat hoog en die lat is niet het arme zondaargeloof. Wat doe je dan met de tekst in Romeinen 5: "Christus is voor ons gestorven toen wij nog zondaars waren". Dat vraag ik vaak aan mensen. Toen wij nog zondaars waren. Als Nederlands wat betekent dan betekent dat dus dat we nu geen zondaren meer zijn. Nou, dan krijg je hele verwarde reacties. Ja.., nou, we zijn toch nog steeds zondaars. Ik zeg, nee Paulus zegt, toen wij nog zondaar waren. Wat bedoelt Paulus dan? Bedoelt hij dan dat we geen zondige natuur meer hebben? Nee, dat bedoelt hij niet. Wat hij bedoelt is: een zondaar is iemand die beheerst wordt door de zonde. En Paulus zegt tegen de gelovigen in Romeinen 6, let u eens op hoe mooi Romeinen 6, 7 en 8 op elkaar volgen, in 6 zegt hij: laat je niet langer door die zonde beheersen. Hij zit er wel maar hij mag niks meer over je te vertellen hebben. En dan komt hij in Romeinen 7 en dat gaat hij beschrijven hoe moeilijk dat is. Want in de praktijk heb je een hoop mensen die willen dat ook best maar die kunnen het niet. En dan komt hoofdstuk 8. Hij zegt, ja maar dat kun je ook niet van jezelf. Dat kun je alleen uit de kracht van de Heilige Geest. Ik heb bij de vorige lezingen gezegd: de Heilige Geest is de grote onbekende. Daarom wordt ook zo weinig over Hem gepraat. De Heilige Geest is geen realiteit voor veel christenen alleen een geloofsstuk. Let maar op. Zelfs in de apostolische geloofsbelijdenis: ik geloof in de Heilige Geest. Volgende punt. Dat is alles wat er over te vertellen is. Over de Here Jezus staat zó veel en dat moet je vooral allemaal laten staan maar nou zou ik nog zo'n end willen over de Heilige Geest. Want de Heilige Geest is de belangrijkste geestelijke werkelijkheid hier op aarde. Christus is de belangrijkste geestelijke werkelijkheid in de hemel. De verheerlijkte mens aan Gods rechterhand. De belangrijkste geestelijke werkelijkheid hier op aarde is de Heilige Geest en we horen er zo weinig over. Als je de Heilige Geest uit je gedachten haalt, als Hij op de achtergrond van je denken verdwijnt, dan ontstaat het arme zondaarsgeloof. Het blijft altijd maar tobben geblazen. Dat woord tobben dat is een letterlijk citaat uit wat ik vorige keer las. Ik zal het boek niet noemen, het is een bekende commentaar op de Heidelbergse Catechismus. En dat is niet de realiteit van het christenleven. Het is niet één en al getob. Nogmaals, als u dat anders geleerd hebt, dat weet ik dat dat moeilijk is, maar ik vind het kwetsend voor de Heilige Geest als we zo praten over het christenleven. En kwetsend over Hem die de Heilige Geest gegeven heeft en door Zijn Geest ons leiden wil. Het is een tekort doen aan het werk van Christus en aan het werk van de Heilige Geest. En nogmaals, neem niet uw eigen ervaring als maatstaf. U bent niet de maatstaf. De maatstaf is Christus zelf. En alles wat minder is dan dat, hebt u geen excuus voor. Ik ook niet. Als we niet aan die maatstaf voldoen dan is dat niet "ja, we zijn nou eenmaal arme zondaars". Nee, dan zeg ik: dan ben ik fout geweest want ik had zo kunnen zijn. Als ik dicht genoeg bij Hem geleefd had en als ik de kracht van de Heilige Geest in mijn leven meer had laten werken. Begin maar eens als u 's morgens wakker wordt, in plaats van meteen achter die kinderen aan te rennen die op tijd op school moeten zijn en naar het ontbijt te rennen, al die dingen. Begin maar eens te zeggen: 'Heilige Geest' (zelfs het roepen van de kinderen uit hun bed, die altijd zó laat eruit komen, zelfs het klaarmaken van het ontbijt, ik ben heel serieus hè) 'leg het beslag van uw Heilige Geest op mij.' Mensen met een ochtendhumeur kunnen vanavond nog genezen daarvan. Echt waar, ik ben serieus. Maar we kennen die kracht niet. We accepteren het, we zeggen: ze motten me maar nemen zoals ik ben. Dat is de meest onchristelijke uitspraak die u kan doen. Want wij zijn absoluut niet van plan om u te nemen zoals u bent. Absoluut niet. Wij nemen u zoals Christus bedoeld heeft dat u zou zijn. Zijn hier mensen die dat wel eens zeggen: ze motten me maar nemen zoals ik ben? Ja, nou durft u niks te zeggen natuurlijk. Wij zijn dat niet van plan en we hoeven dat ook niet en we doen dat ook niet. Niemand. Wij nemen u zoals u behoort te zijn. En zoals u ook zou kunnen zijn als u maar echt wilde en als u zich echt openstelde voor die kracht. Dus 's morgens voordat je de kinderen gaat roepen, voordat je het ontbijt gaat klaarmaken, zelfs voordat je je bed uitgestapt bent. Begin maar op de goeie manier. En dan kijk je in je slaapkamer, begint nu al weer wat lichter te worden 's morgens, dan staat daar het kruis tegen je slaapkamermuurtje en elke dag moet je het bewust het op je nemen. Het is niet een kruis wat je wordt opgelegd. Helemaal een misverstand. Hier gaat het niet over een kruis dat je wordt opgelegd, daar kun je niks aan doen. Dat heb je te dragen. Maar de Here Jezus heeft het over een kruis dat je elke morgen opnieuw moet besluiten dat je het op je neemt of laat staan. Daarom heb ik u gezegd: het is het kruis van de consequente navolging. Daar kies je voor. Als u een arme zondaar bent dan bent u een slaaf van die zonde. U kunt niet anders. Zolang u op aarde bent, blijft het tobben geblazen. Maar u kunt er zelf voor besluiten om in de kracht van de Heilige Geest ... want van zelf kunt u helemaal niets, de Here Jezus heeft gezegd en zonder mij kunt u helemaal niets doen. Wij hebben er van gemaakt, we kunnen er zowieso helemaal niets aan doen. Zonder Mij kun je niets doen, asjeblieft de kracht van de Heilige Geest kan ons leven vanaf vandaag veranderen. Ja maar het gaat vast weer mis, nou dat vind ik niet goed dat u dat zegt maar u hebt waarschijnlijk wel gelijk. En dan is het heerlijk dan kunt u gewoon weer opnieuw beginnen. Nou gewoon, er kan veel verdriet aan te pas komen, gaat de volgende vraag over, maar je mag weer terug komen bij Hem, Hij zal nooit zeggen, Hij gaat zelfs boven de 490 keer uit, je kan niet meer komen.

3) De schrijver van Psalm 130 over ongerechtigheid en vergeving is volgens u wellicht geen geoefend christen. Dat getob van die ongerechtigheid! Hij is geen geoefend christen hij is zelfs helemaal geen christen. Deze persoon is helemaal geen christen. Luister ik ben hier uitgenodigd om hier de waarheid te spreken, ik probeer het liefelijk te doen, als u leven, u denkwereld zich afspeelt in de oud testamentische psalmen is het geen wonder dat u blijft staan op dat niveau, terwijl we intussen een paar bedelingen verder zijn. Dat is een van de grote problemen, zing alsjeblieft psalmen, ik zing ze dolgraag omdat ik nooit de kans krijg, dus aan mij ligt het niet, een mooie psalm, prachtig. Maar als u zich alleen beweegt in die denkwereld, in de psalm komt geen enkele christen aan het woord, een christen is iemand die een gemaakt is met de verheerlijkte mens aan Gods rechterhand, die was er niet. En die vervuld is met de Heilige Geest, die was er ook niet. Het enige wat zij en wij gemeen hebben is de wedergeboorte, dat is natuurlijk een geweldig groot goed en de vergeving der zonden is een geweldig groot goed. Maar dat is niet typerend voor onze christelijke positie, dat kende de gelovige vanaf het paradijs. Ik bedoel vanaf de zondeval en de bekering tot God. Wat ons kenmerkt zijn deze twee grote dingen, dat is een christen. - eengemaakt met de verheerlijkte mens aan Gods rechterhand, daarom in Christus, ze zetten in de hemelse gewesten. Daar hadden David, Abraham en Mozes, terwijl ze in de praktijk veel grotere Godsmannen waren dan wij, geen notie van, abraham heeft er hoogstens een vermoeden van gehad. - Vervuld met de Heilige Geest. Wij zingen het heel vaak, and take not thy Holy spirit from me, maar eigenlijk is dat een raar gebed want dat kan helemaal niet. Neem de Heilige geest niet van mij, dat kon David bidden in Psalm 51 maar de Here Jezus heeft gezegd in Joh. 14 de Heilige Geest zal over u komen en Hij zal bij u blijven tot in eeuwigheid. Ik kan Hem wel bedroeven, ik kan Hem zelfs uitdoven als het Hem om de praktische kracht gaat, maar Hij woont in bij mij tot in eeuwigheid.je kan je christelijke positie nooit verstaan door welke psalm dan ook. Ik zal u wel vertellen wat ik aan die psalm heb. Als ik een verschrikkelijk scheve schaats gereden heb en ik kom tot het inzicht dan zeg ik ook deprofoendisch, uit de diepten roep ik tot u o God. Want dan verschil ik in niets van die psalmist. Als ik zwaar gezondigd heb en ik kom tot inkeer dankzij Gods genade dan kom ik tot god precies als die psalmist. Daar ligt de overeenkomst, maar tegelijkertijd zijn onze verschillen enorm, daar zouden we eens over na moeten denken onze geestelijk leefwereld is in maar een heel beperkt deel voor de psalmen, namelijk maar over een komen met oudtestamentische gelovigen. Als je alleen psalmen zingt kun je nooit over de Here Jezus zingen, ja behalve in een paar Messiaanse profetieën. Je kunt nooit zingen over al die grote heilsfeiten. Je kunt nooit zingen over God als jouw vader. En dat klopt ook want de mensen die in die gedachtewereld leven zeggen altijd Here, altijd Jahweh, altijd afstandelijkheid van het oude testament. Nooit intimiteit van Vader, ik weet zelfs van mensen die als ze Vader zeggen in hun gebed op hun kop krijgen omdat het te intiem is. Lieve mensen er zit hier zoveel aan vast, asjeblieft wees niet boos op me denk er gewoon over na. De Here Jezus zegt als ik van jullie heenga Joh 16. Dan hoeven jullie niet via Mij meer tot God te komen, de Vader zelf heeft jullie lief, je kunt gewoon rechtstreeks naar de Vader, maar er zijn duizenden Nederlanders die gaan nooit naar de Vader. Die gaan naar de Here en dat is niet hetzelfde. Gaat wel over dezelfde persoon, u begrijpt best wat ik bedoel, maar dat is niet Zijn aanspreektitel, als mijn kinderen naar mij zouden toekomen en zouden zeggen, ja vader is wel een groot woord, vind je het goed als wij je meneer noemen, wat zou ik daarvan vinden, zij zouden afstandelijk zijn, ik zeg waarom is dat nou, nou je bent nu zo een bekende Nederlander geworden we durven je nou geen vader meer te noemen. We noemen je meneer. Heel veel mensen beleven zo hun relatie tot God. Vanuit een heel grote afstandelijkheid. Ik heb een oudoom gehad, hij was ouderling in de gereformeerde gemeente in Nederland. Ik heb hem als klein kind horen bidden, en hij bad zo, hij was een godvruchtig man, zijn vrouw desnoods nog meer, het waren vrome mensen. Ik heb pas 140 bladzijden brieven van hem gelezen. Met menige traan en een brok in mijn keel als ik las hoe hij, volgens mij een keer in zijn leven avondmaal gevierd heeft en hoe hij daar weken en maanden toe zich opgewerkt heeft. Ik geloof niet dat hij ooit een minuut vrede gekend heeft, vrede met god, wij dan gerechtvaardigd uit het geloof maar een vroom man, menig oppervlakkig evangelisch tot voorbeeld. Ik kan makkelijker schelden op de evangelische want daar hoor ik ze;f ook bij dus dat moet u mij maar niet kwalijk nemen. Een vroom man maar als ik hem hoorden bidden als klein kind dan was het we hebben ons onderwonden tot je heilig aangezicht te naderen, wel in de je vorm merkwaardig maar dat hoorde bij het dialect. Altijd afstandelijkheid, die brieven hebben me zeer ontroerd, ik heb geen minachting daarover, ik heb alleen de neiging om te zeggen, mijn vader heeft geprobeerd toen hij in de vrijheid kwam maar toen was hij afgedaan en toen telde hij niet meer mee, maar ach denk ik lieve oom ik wou dat ik je langer gekend had dat we een dikke boom konden opzetten over deze dingen maar ik geloof dat ik hem in de heerlijkheid zal terugzien. Misschien dat we dan nog eens een keer een goed gesprek over deze dingen kunnen opzetten. En misschien zullen er dingen zijn die mijn oudoom beter zag dan ik nu dat zou ook nog kunnen. Maar ik kan u nu niet anders zeggen wat ik meen te moeten zeggen, wat ik meen gezien te hebben en dat met u te delen.

4) In het gebed haalde u gelukkig aan dat wij verloste zondaren zijn, nou weet ik niet waarom het gelukkig was omdat ik het woord zondaren gebruikte of omdat ik het woord verlost gebruikte. Ik ben bang dat de vraagsteller, maar dat weet ik niet want ik ken hem niet of haar niet, ik ben bang dat de vraagsteller zegt aahha dus toch zondaren, zou dat niet kunne, ik weet het niet kunt u iets meer daarover zeggen, voor mij is het namelijk beleving geworden. Daar ben ik heel blij mee dat dat zo is want dat is niet iets dat je uit een boekje leert. Er zijn dingen die kun je in de bijbel uit je hoofd leren dat zijn waarheden maar er zijn andere dingen die kun je niet uit je hoofd leren die moet je persoonlijk ondervinden, goed evangelische mensen zijn zeer bevindelijk, wist je dat, goeie evangelische mensen. Bevinding betekent dat je niet alleen uit theorie spreekt maar dat je dingen uit ondervinding kent, dat je niet alleen maar over de waarheid spreekt, dat is echt iets wat mijn oudoom ook gezegd zou hebben maar dat je uit de waarheid spreekt. Het is geweldig als dat je ondervinding mag zijn dat je een verlost mens bent. En of jezelf dan nog steeds een zondaar noemt och je hebt gelijk die zondige natuur blijft nog steeds van ons maar als u zegt we blijven arme zondaren tot onze laatste snik, dan zeg ik broeder of zuster zullen we samen nadenken over de rijkdommen in Christus wat Paulus zegt in Efeze 3:8 die onnaspeurlijke rijkdom in Christus, ik weet het een armig zondaar en een rijke Christus dat wordt hier en daar zo gezegd, in onze kerke preken wij een arme zondaar en een rijke Christus, ik zou daar die twee bij elkaar willen brengen want van die rijke Christus lees ik in 2 Cor 8:9 dat Hij om onzen wil arm is geworden omdat wij door zijn armoede rijk zouden worden en geen arme zondaars zouden blijven. Je kunt het niet allemaal verschuiven naar de toekomstige heerlijkheid, het leven is, dat kunnen de mensen die de cd luisteren niet zien, maar het leven is niet deze curve, altijd maar arme zondaar, arme zondaar, arme zondaar en ineens als je in de hemel bent, dan is alles volmaakt dat is zo een verwerpelijke voorstelling, alles wat we in de hemel zullen zijn wil God hier in ons leven in ons verwerkelijken. Dat dat niet lukt of niet helemaal lukt, dat is waar maar het gaat om het doel, de lat waar leg je die? Daarom zei ik straks we zijn voorbestemd om aan het beeld van Gods zoon gelijkvormig te worden, maar niet straks pas nu. Daarom zei Paulus, we zijn gerechtvaardigd, wij zijn verheerlijkt zelfs. En die Hij gerechtvaardigd heeft die heeft Hij ook verheerlijkt. Dat is heel mooi, tuurlijk de volheid daarvan komt allemaal, maar tegelijkertijd die heerlijkheid moet nu zichtbaar worden daarom citeerde ik 2 Cor 3 ;laatste vers. Van heerlijkheid tot heerlijkheid getransformeerd. Het is zo rijk, arme zondaren van nature maar nu geen zondaars meer zoals een oud lied zegt want een rijke Christus wil arme zondaren rijk maken en daar zou ik zo graag meer over willen horen.

5) Nou dit is een vraag uit een heel andere hoek. Markus 16 vanaf vers 15 is toch ook voor deze tijd. Handen opleggen bij zieken enzo. Ja geweldig had ik dat iet genoemd dan? Nou dan doen we dat nog even, als het gaat over derde niveau doen wat Jezus deed. Ik citeerde wel het allerlaatste vers dus ik heb het wel genoemd Mark. 16:20 maar het begint al inderdaad in vers 15 en ze moesten het evangelie verkondigen aan de hele schepping en dan vers 16 wie gelooft zal hebben en gedoopt zal zijn, nou daar zullen we het maar niet over hebben. Het is al moeilijk genoeg vanavond. Maar dan gaat het in vers 17 verder, deze tekenen zullen de gelovigen volgen en dan komen ze alle vijf. De eerste is, in Mijn naam zullen ze demonen uitdrijven en nummer vijs is op zieken zullen zij de handen opleggen en zij zullen gezond worden, dat zijn de dingen die de Here Jezus op aarde deed. En het komt onmiddellijk gaat het in vervulling want het gaat vanuit de hemel als Hij zich gezet heeft ter rechterhand Gods dan bevestigd Hij het woord van de apostelen door de tekenen die erop volgen. Dus vanuit de hemel zette Hij dat werk gewoon voort maar nu door middel van Zijn dienstknechten, niet alleen apostelen maar nog vele anderen. Zoals Hij op aarde ook de zeventig eropuit gestuurd had niet alleen de apostelen.

6) Vermaning in liefde van de ander is naar ik aanneem ook een van de daden van Christus, Paulus roept timotheus hier ook toe op. Vaak functioneert vermaning niet vanuit de gedachte wie ben ik als zondaar om iets te zeggen tegen de ander, hoe vermaant een imitator van Christus. Dat zijn eigenlijk twee vragen. Eerst eens wat het eerste betrefd. Kijk ik kan natuurlijk nogal honderd voorbeelden geven van allerlei dingen waartoe we opgeroepen worden. Als je alle gebiedende wijzen in het nieuwe testament die aan ons gericht worden bij elkaar opgeteld, iemand heeft dat een keer opteld dan kom je op 1050. dus als iemand zegt. Die arme joden die hebben 613 geboden, dan zegt u nou christenen hebben het nog veel erger die hebben 1050 geboden.maar ik heb voorbeelden gegeven uit het nieuwe testament waarbij staat. Zoals ook Christus, waar dus rechtstreeks het voorbeeld van Christus wordt genoemd en ik had er nog veel meer op mijn spiekbriefje staan, die heb ik lang niet allemaal kunnen noemen, maar er zijn zoveel voorbeeld van te geven. De Here Jezus zegt dat we elkaar moeten liefhebben zoals Hij ons heeft liefgehad let op dat zoals. Zoals wij het beeld van de aardse mens gedragen hebben, Adam zo zullen we ook het beeld van, ja eigenlijk bedoel ik het beeld van de tekst. 1 Cor 5:15 Zoals de hemelse is zo zullen ook de hemelsen zijn. En Efe 5:2 dat zoals dat moet u eens nazoeken in het nieuwe testament, staan een heleboel voorbeelden van zoals Hij zo ook wij. Wij moeten onszelf reinigen zoals Hij rein is (1 Joh. 3). Wij moeten rechtvaardig zijn zoals Hij rechtvaardig is staat in datzelfde hoofdstuk. Wees heilig zoals Hij heilig is staat in 1 Petrus 1 en de voorbeelden zouden vermenigvuldigd kunnen worden. Zoals Hij zo ook wij. Er staat namelijk een prachtige tekst 1 Joh. 2 vers 8 over dat nieuwe gebod van de liefde. Daar staat dat waar is in Hem en in u, daar moet u eens over nadenken. Er staat niet het geldt voor Hem en het geldt voor u, dat staat er niet, zou ook waar zijn. Het is waar in Hem, waarom is het waar in Hem omdat Hij één en al liefde was. Dat gebod gold niet alleen maar voor Hem als iets wat van boven opgelegd was, dat gebod kwam gewoon van binnen uit. Hij was één en al liefde, want God is liefde. Maar zegt Johannes het is nu ook waar in jullie. Want die liefde van God is in jullie Rom. 5 vers 5 "God heeft zijn liefde in onze harten uitgestort door de Heilige Geest die ons gegeven is. Dus als God tegen ons zegt "Heb lief" dan is dat niets anders dan die nieuwe natuur te laten werken die in ons is. Liefhebben is onze tweede, nee niet tweede, onze eerste natuur geworden door de kracht van de Heilige Geest. Dat is het mooie van dat woord wat waar is in Hem dat is ook waar in jullie nou geworden. Dus het is niet van wij moeten op onze tenen lopen om vooral zoveel mogelijk op Jezus te gaan lijken, nee dat zit van binnen, we zijn zo gemaakt. Hij vraagt ons "wees als Jezus" maar eigenlijk zijn we het al, wij zijn gemaakt zoals Hij alleen het moet praktisch waar gemaakt worden, dat is de heiligmaking, dat is de geestelijke groei, dat is onze geestelijke ontwikkeling. Wees wat je bent, wordt wat je bent, wat je in Christus al bent dat moet je praktisch worden. Je bent een rechtvaardige, leef als een rechtvaardige. Dat is de doorgaande rechtvaardigmaking. Je bent een heilige, leef als een heilige. Dat is de doorgaande heiligmaking. Wat je in Christus geworden bent dat moet je praktisch waarmaken. Dat kun je helemaal niet maar dat gebeurt door de kracht van de Heilige Geest. En zo zijn er nog zoveel andere voorbeelden te noemen.

7) Nou, die tweede vraag: Hoe kun je vermanen want je bent zelf ook geen haar beter. Dat klopt. Hoe vermaant een imitator van Christus zoals Paulus dat aangegeven heeft in Galaten 6 vers 1. Alles staat in de Bijbel. Je kunt het zo gek niet verzinnen, alles staat in de Bijbel. Paulus zegt: broeders, als iemand van u door een overtreding wordt overvallen (die ander is in de fout gegaan), wat moeten wij nou doen? Dan moet u hem terechtwijzen in een geest van zachtmoedigheid. Dus niet arrogant, van bovenaf. Ziende op uzelf dus in het besef: dat had mij ook kunnen overkomen want ik ben geen haar beter. Opdat ook u niet in verzoeking valt. Drie voorwaarden. Twee en drie horen dicht bij elkaar. Dat zijn de voorwaarden. Als je een ander wilt vermanen doe dat dan vanuit het besef dat wat die ander deed in jouw hart aanwezig is; in die zondige natuur. Zelfs een ongelovig man als Goethe heeft ooit gezegd: er is geen zonde in deze wereld te bekennen waarvan ik de kiem niet in m'n eigen hart heb teruggevonden. Dat is een ongelovige die dat zei. Maar hij had zoveel zelfkennis dat hij wist: elke zonde is in de kiem in mijn hart. Wij praten dat makkelijk na als een vroom verhaal maar dat is iets wat je bevindelijk moet ondervinden. Wat je diep van binnenuit moet leren in de praktijk. Als er staat – ik heb een vader gekend die zei tegen z'n kleine zoontjes dat ze uit hun hoofd moesten leren: ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont. Nou, dat konden de jongetjes braaf opzeggen. Heeft totaal geen waarde want dat is nou typisch iets wat je niet uit je hoofd kan leren. Dat zul je door ondervinding moeten ontdekken. In jou zelf, in wat je van nature bent, woont niets goeds. Dat kun je uit de Bijbel leren maar daar heb je niet veel aan. Je moet het uit ondervinding leren. In jezelf, in wat je van nature bent, ik heb het dus niet over die nieuwe natuur, want daar woont alleen maar goeds in. Maar in jezelf zit geen goeds. In jezelf zit niets heiligs. In die nieuwe natuur zit alleen maar heiligs. Dat wordt er vaak bij vergeten. Die nieuwe natuur is alleen maar heilig. Er staat van die nieuwe mens dat hij geschapen is in overeenstemming met God in ware gerechtigheid en heiligheid (Efeze 4 vers 24). Dat is de nieuwe mens. Geschapen in overeenstemming met God in ware gerechtigheid en heiligheid. Wat wil je nou nog meer? Maar in die zondige natuur, die wordt ook nooit een draad beter, die hoort ook niet bij de geestelijke ontwikkeling. Het is niet zo dat geleidelijk aan die zondige natuur steeds beter wordt. Het blijft even beroerd. Al word je 100, hij blijft even beroerd. Als hij weer werkzaam wordt doet hij dezelfde ellendige dingen die je je hele leven al gedaan hebt. De zondige natuur knapt nooit op. Die heeft God aan het kruis geslagen. Daar hoort ie thuis. En die nieuwe mens is overeenkomstig God geschapen. Die is net als God. Het stempel van God zelf is in de mens die tot geloof gekomen is, afgedrukt. Dat is het nieuwe leven. Dat is de nieuwe mens. Dus je kunt elkaar alleen maar vermanen vanuit een geest van ootmoed. En dat kan ook door de Heilige Geest. De Heilige Geest die ontplooit de kracht van God en van Christus in ons leven. Maar de Heilige Geest herinnert míj er steeds aan dat van mezelf ik niets kan bijdragen dan alleen maar zonde. Maar dat is niet punt één in mijn leven want dat ontmoedigt alleen maar. Punt één is dat de Heilige Geest heel andere plannen met mij heeft.

8) Nog twee vragen. Kun je streven naar het hoogste niveau terwijl je vaak genoeg niet verder komt dan niveau één, twee of drie. Hoe vanuit één, twee of drie toch weer op het hoogste niveau uit te komen? Ja, ik ben een beetje geneigd ondeugend te zeggen: tjonge, dan mag ik u in de eerste plaats toch wel feliciteren dat u dan al op drie bent. Dat is al heel wat. Het is een stukje onderwijs om vier vlakken te onderscheiden. Ga daar nou ook weer niet al te separerend mee om. Ga dat nou niet al te veel uit elkaar plukken. Als het goed is horen ze allemaal bij elkaar. En nog veel belangrijker is dan dit: ga je zelf niet de maat nemen. Weet u dat dat verkeerd is. Ik zal het weer sterk vertellen. Ik ben vanavond bezig met sterkte uitspraken te doen. U moet zich helemaal geen zorgen maken over op welke niveau u zit. Dan wordt u een navelstaarder. U moet alleen maar op Christus gericht zijn en dan zullen wij wel beoordelen op welk niveau u zit. Nee, ik méén het, ik méén het. Zoveel mensen zitten zich constant – wat denk je, ik zeg vaak als voorbeeld: als Mozes van de berg komt dan staat daar "zijn aangezicht straalde" en hij wist het niet. Als er een spiegel gestaan had op dat bergpad en hij zei: hé, ik straal, was het lichtje zo uitgegaan. Wij zullen wel uitmaken of u straalt. Daar hoeft u zich geen drukte over te maken. U moet gericht zijn op Christus dan gaat u vanzelf weerspiegelen en wij zien dat. Maar als u gaat zitten kijken in de spiegel, weerspiegel ik al?, dan is het uit het lichtje. Want dan bent u verkeerd bezig. Onze taak is op Christus gericht te zijn en ons open te stellen voor de kracht van de Heilige Geest. Mensen vragen dan vaak: hoe doe je dat dan? Ik heb het u gezegd. 's Morgens vroeg: Heer, kom binnen met de kracht van uw Geest. Ik wil niet voor mezelf leven vandaag, ik wil voor U leven. Geef me de kracht, Heer, bij alles wat ik doe dat het uit de Heilige Geest is en niet uit mezelf. Heel bewust. En op welk niveau u zich bevindt, maak u daar absoluut geen drukte over. Geestelijke groei betekent steeds meer op Christus lijken. Ik las ook eens een keer, in m'n jeugd las ik het al en ik heb het vele malen geciteerd: ware nederigheid is niet slecht van jezelf spreken maar helemaal niet over jezelf te spreken. Sommige mensen kunnen in twee uur lang vertellen hoe slecht ze wel zijn maar ze zijn wel twee uur aan het woord over zichzelf. Dat is één van de grote nadelen van die lange bekeringsverhalen. Ze hebben het constant over zichzelf. En natuurlijk ook over de daden Gods in hun leven. Ware ootmoed is vol zijn van Christus en dan verdwijn je vanzelf op de achtergrond.

9) De laatste vraag. Daar weet ik niet zo goed mee wat de achtergrond daarvan is, die luidt: Hoe kun je Jezus leren kennen? Niet over of van Hem? Ja, je zou dus kunnen zeggen: dit is iemand die vraagt om een evangelisatietoespraak maar dat geloof ik eigenlijk niet zo. Ik zou wel willen weten wat daar achter zit. Misschien wil die vraagsteller het mij straks even komen vertellen. Het is een vraag namelijk, we zouden wat dat betreft de hele avond overnieuw kunnen beginnen want je kunt die vraag beantwoorden op vele, mag ik het nog één keer zeggen, niveaus. Ik denk aan Paulus in Filippenzen 3. Hij is de meest ervaren christen die je kan voorstellen, zeker in die brief. Hij heeft alles in het leven meegemaakt. Ik weet wat het is overvloed te hebben; ik weet wat het is gebrek te lijden; ik vermag alles in Hem die mij kracht geeft. Dat kun je alleen maar zeggen als je alles meegemaakt hebt. Dat kun je ook niet uit je hoofd leren. Filippenzen 4 vers 13 kun je alleen maar weten uit de praktijk. Ik weet dat wat er ook gebeurt, Hij mij kracht geeft. Dat weet hij uit ervaring. En toch zegt die Paulus in Filippenzen 3: opdat ik Hem mag kennen. Als een christen naar mij toekomt en zegt, hè, hè, ik ben er. Hè, het was een hele ruk, een hele inspanning maar ik ben nu vol op niveau vier, dan zouden wij toch allemaal onmiddellijk argwaan krijgen, ja. Misschien stel ik nou weer een heleboel mensen gerust die zeggen: ah, zie je nou wel. Het blijft toch altijd je uitstrekken naar meer en daar hebt u gelijk in. Paulus zegt in Filippenzen 3, de meest ervaren christen, het is geen beginnetje, 't is een brief van de christelijke ervaring, een zeer bevindelijke brief en wat zegt Paulus? Niet dat ik al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar. Een hoop mensen zeggen, ha, Paulus zegt dat zelf, 'niet dat ik al volmaakt ben'. Ja, maar ze vergeten wat erachter staat. Ik jaag ernaar of ik het ook grijpen mocht omdat ik ook door Jezus Christus gegrepen ben. Hij strekt zich ernaar uit opdat niet, - om steeds heiliger te worden – maar opdat ik Hem mag kennen. Opdat ik Christus mag winnen, zegt ie in diezelfde passage, opdat ik Christus mag winnen. Tegen de zonde die midden in de wereld is, zeg je, alsjeblieft leer de Here Jezus kennen want anders ga je totaal verloren. En de meest ervaren christen die we in het Nieuwe Testament tegenkomen zegt: opdat ik Hem mag kennen, opdat ik Hem mag kennen. Hoe leer je Jezus kennen? Daar heb je een eeuwigheid voor nodig. Hij is zo groot, Hij is zo heerlijk. Mensen tobben wel eens over de vraag: wat zullen we toch straks allemaal doen in de eeuwigheid? Toen ik één van mijn kinderen naar bed bracht, dat is dus heel lang geleden dus, toen zei ie: pap, ik heb helemaal geen zin om naar de hemel te gaan. Ik zeg: jongen, wat is dat nou? Ja, de hele dag zingen dat leek hem helemaal niks. Sommige mensen vinden dat op deze avonden er ook veel te veel gezongen wordt, nou straks in de hemel is het nog veel erger dat kan ik u vertellen. De hele dag zingen. Ik zeg, maar jongen we gaan daar niet de hele dag zingen alleen maar. God gaat ons een heleboel dingen geven die bij ons passen. Zingen past ook bij ons als christenen maar dingen die de vreugde van ons leven zullen uitmaken. De dingen die we op aarde deden maar die we dan volmaakt zullen doen. En dan echte volmaaktheid. Dan zullen we een eeuwigheid nodig hebben om Christus te leren kennen, om Christus te winnen. Om die onnaspeurlijke rijkdom te leren kennen. Er staat in Efeze 3 en dan ronden wij het af, maar in Efeze 3 staat 'opdat ik mag kennen', 'opdat u' Paulus zegt het tegen de Efeziërs, 'opdat u moogt kennen de liefde van Christus die de kennis te boven gaat'. Is dat niet mooi? Je zou zeggen dat is ook ontmoedigend, hè. Hij zegt, ik streef ernaar om iets te leren kennen waarvan ik u bij voorbaat zeg dat het de kennis te boven gaat. En toch, hoe meer je daar mee doorgaat, hoe meer je daarvan zult leren kennen. Het zal altijd meer zijn. Het was als iemand die aan z'n oude moeder die op de Veluwe woonde en nog nooit de zee gezien had, de zee wou laten zien. Dus hij ging naar Scheveningen en deed de zee in een emmertje en bracht dat naar de Veluwe en zette dat voor mama neer en zei: mama, dit is de zee. O, zegt ze, dan had ik de emmer ook wel onder de pomp kunnen houden. Nee, mama. Zie, de zee zat in de emmer. En toen dacht ik de volgende keer: ik heb het toch verkeerd aangepakt. Ik neem een hele container mee en die doe ik vol van de zee. Hij had nu veel meer zee bij zich dan in dat emmertje. Maar toen hij bij mama op de Veluwe was dacht ie: ja, dit is het eigenlijk toch ook helemaal niet want de zee is zo onvergelijkbaar groter, al kom ik hier met de grootste container. Toch zat er in die container onnoemelijk veel meer dan in dat emmertje. Zo word je steeds rijker, steeds voller van iets dat uiteindelijk oneindig is. En waar je zelfs in de eeuwigheid nooit een punt zult bereiken van: nou hebben we het, nou zijn we er vol van. Nou, dat is wat ik dacht zomaar op deze vraag te antwoorden. 't Is zelfs nog later dan de vorige keer. Het wordt elke keer erger met ons. Maar toch heel hartelijk bedankt voor deze mooie vragen die u gesteld hebt.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?