Hart voor Waddinxveen


(7b) Vragen bij de lezing gehouden op 16 april 2010 over "De tien ponden" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
donderdag, 21 oktober 2010 12:49

Denkt u dat de Here Jezus hier op aarde lijfelijk zal regeren aangezien de engel Gabriel zegt: Hij zal zitten op de troon van David”, en Davis op aarde regeerde?”

Ik heb een verblijdende mededeling voor u, dat geloof ik inderdaad. De Here Jezus zal lichamelijk terugkomen en aller oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. Zijn voeten zullen staan op de Olijfberg. Dat wil niet zeggen dat de Here Jezus gedurende het hele vrederijk op aarde zal zijn. Met Zijn verheerlijkt lichaam verscheen Hij aan Zijn discipelen gedurende de 40 dagen na Zijn opstanding. Zo zal het zijn ook dan, dat Hij zal verschijnen en elke keer weer zal verschijnen. Zijn troon van David staat op aarde, maar dat wil niet zeggen dat Hij al die tijd tijdens het vrederijk op aarde zal zijn. Maar de troon van David is in elk geval nooit verhuisd naar de hemel zoals sommigen lijken te denken. Ik zal Hem de troon van Zijn vader David geven en dan denkt men dat die troon nu de troon van God is. Als je Openbaring 3 vers 19 leest, dan zult u het verschil goed kunnen zien. Hij zit nu met Zijn Vader op Diens Troon zoals Hij straks zal zitten op Zijn eigen Troon. Dat zegt Hij Zelf. Dat is de troon van David, die is nooit verhuisd naar de hemel.

 

Er wordt een tekst geciteerd uit Johannes 18, die is erg belangrijk “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld”. Een hoofdstuk eerde maakt de Here Jezus onderscheidt tussen niet van de wereld zijn maar wel in de wereld zijn. Dat is even een parallel, want zo is het met het Koninkrijk ook, het is een Koninkrijk niet van deze wereld, dus van het soort koninkrijken waar Pilatus mee vertrouwd was, met soldaten die ervoor vechten, maar het is wel een Koninkrijk in deze wereld. Het Koninkrijk van de Zoon des mensen is een Koninkrijk waarvan Jeruzalem het middelpunt zal zijn van de aarde en de volkeren zullen opgaan naar Jeruzalem om daar de Thora te leren. En de volkeren, zegt Zacharia 14, zullen optrekken om daar het Loofhuttenfeest te vieren. Het is een Koninkrijk niet van deze wereld, het is niet een koninkrijk zoals de koninkrijken van de mensen. Het is een Goddelijk Koninkrijk. Het is een hemels Koninkrijk, daarom heet het ook het Koninkrijk der hemelen. Maar dat is niet een Koninkrijk in de hemelen maar een hemels Koninkrijk op aarde. Dus wel in de wereld, maar niet van de wereld. Precies de parallel als in hoofdstuk 17.

Kan een wedergeboren christen een slechte slaaf zijn zoals in de gelijkenis?

Een slechte slaaf, ik heb het daarstraks even aangeduid, dat kan natuurlijk twee heel verschillende dingen betekenen. Wij zijn allemaal wel eens slechte dienstknechten van de Heer, of dienstmaagden. Dat wil zeggen, we voldoen niet aan Zijn maatstaven. Maar hier gaat het om slecht in de zin van wat met een ouderwets woord heet, een boze slaaf. Dat betekent natuurlijk niet een vertoornde slaaf, maar een slaaf die boosaardig is, met een boos hart. Een slaaf die niet de Meester kent, die niet in relatie tot Hem staat. Als je daar de wedergeboorte bij haalt dan mag dat wel en dan moetik, dan ben ik gedwongen om te zeggen; nee, een boze slaaf is geen wedergeboren slaaf, maar je moet die categorieën niet door elkaar gooien. Als je het hebt over wedergeboorte dan gaat het erover wat er in het hart van een mens is, dat ziet God. Heb je het over goede en slechte slaven dan gaat het over onze praktische openbaring, over hoe wij naar deze dingen leven. En dat hoeft niet elkaar exact te dekken. Vandaar dat ik zei; soms gedragen wij ons ook weleens als zulke slechte slaven, en andere keren zie je slaven met een boos hart die toch zich zo goed weten te gedragen dat we bijna geen verschil zien. Maar strikt genomen, zoals het hier staat inderdaad, die boze slaaf wordt ook geworpen in de buitenste duisternis, zegt de gelijkenis van de talenten, dus daaruit blijkt al dat het geen wedergeboren slaaf is. Ik geloof niet in de afval der heiligen. Maar ik geloof wel in een afval van onheiligen.

Welke talenten zijn nodig om met je pond aan het werk te gaan?

Dat is een diepe vraag. In feite, dat hangt er weer een beetje vanaf hoe je het woord talenten opvat. Vat je het op in onze gebruikelijke zin, als vaardigheden, capaciteiten, mogelijkheden, dan in principe geen enkele. Daarvoor hoef je alleen maar een brandend hart te hebben voor de Here Jezus en laat die gloed er dan maar af komen. Maar neem je het in de zin van een bovennatuurlijke bediening, dat wat de Here Jezus ons geeft, dan moet je eerst weten, wat is mijn specifieke bediening. Wat is dus mijn manier om iets van dat talent, van dat pond, aan een ander te laten zien. Mijn manier, dat betekent, ik doe dat in het kader van mijn soort van bediening. Ik ben geen evangelist, ik ben ook geen pastoraal werker, ik ben ook geen profeet, ik ben een leraar. Binnen het kader van die bediening probeer ik iets te laten zien van dat pond. En een ander doet dat op zijn manier in het kader van zijn bediening. Zelfs al weet je nog niet precies wat je bediening is maar je bent een enthousiast getuige van de Here Jezus, dan werkt dat natuurlijk ook. Maar langzamerhand, als je bediening meer klaarheid krijgt, dan zal in het algemeen dat binnen het kader van jouw bediening plaatsvinden. De “zware” kerk wil inderdaad graag Gods toorn uitspreken over zaken die volgens hen niet juist zijn. U noemde het voorbeeld van het verbrande huis. Zo kan je je auto aan gort rijden als je op zondag rijdt. Of erger nog, geen kinderen krijgen doordat je een tv in huis hebt. Spreken deze mensen een vloek uit? Zo ja, hoe verbreken we dat?

Ik vind het wel een goede en belangrijke vraag. Een vloek, ik heb er toevallig van de week een lezing over gehouden, als je dat toeval wil noemen, een vloek uitspreken, letterlijk in de grondtekst betekent dat ‘het kwade proclameren over’, dat is niet alleen maar verwensen, zoals zegenen meer is dan alleen maar iemand het goede toewensen, het is het goede proclameren. Als er dus kracht achter zit dan heeft dat ook een uitwerking. Met onze tong zegt Jacobus in Jacobus 3, kunnen wij mensen zegenen en kunnen wij mensen vervloeken. Dat betekent schade over mensen spreken en als je vloeken in die brede zin neemt, als domme ouders dat tegen hun kinderen zeggen; jij bent niets waard, jij bent dom, jij bent lelijk, jij zal nooit wat worden en al die dingen meer, dat gaat zich zo vast haken in het leven van kinderen dat ze daar hun hele leven grote schade van kunnen ondervinden. En dan zijn het echt vloeken die verbroken moeten worden. Als je dit soort simplistische verbanden legt dan ben je bezig mensen te dreigen met dingen waar je helemaal geen verstand van hebt want jij mag die verbanden niet leggen, dat weet je helemaal niet. Je mag niet meteen zeggen als je een ongeluk hebt, oh, dat komt daar en daar door, want dat is manipulatie. Namelijk de dingen die jij erg belangrijk vindt en waarvan jij vindt dat mensen die niet mogen doen, die koppel je dan aan pech of ongeluk die die mensen hebben en dat is een vorm van heel gemene manipulatie. Je gaat dan eigenlijk op de troon van God zitten. Je legt verbanden alsof je aan de andere kant van de lap kunt kijken hoe het borduurwerk er daar uitziet. Je legt verbanden waarvan je helemaal niet het recht hebt om die te leggen en op die manier worden mensen gemanipuleerd. En daar zijn vreselijke voorbeelden van. Als iemand blijmoedig getuigt dat hij of zij de Here Jezus heeft gevonden en je gaat onmiddellijk Mattheus 7 op hem of haar loslaten, ja ja, maar er zijn ook mensen die hebben gezegd ‘Here, Here, hebben we niet in Uw Naam boze geesten uitgedreven en de Heer zegt; Ik heb u nooit gekend’. Zulke mensen moeten eigenlijk een pak op hun broek krijgen. Dat is een vloek uitspreken. Het betekent een kasplantje dat net aan het bloeien en groeien is, met je hakken kapot trappen. Bovendien is het een afschuwelijke manier om de Bijbel te misbruiken. Want de Here Jezus, dat citeren ze nooit, ze citeren ook nog half, dat doet de duivel ook bij de verzoeking in de woestijn, de Here Jezus zegt daar; ‘gij werkers der ongerechtigheid’. Je mag dus zo’n woord niet uit zijn verband halen, je kunt het alleen maar tegen mensen zeggen van wie je weet en kunt zien dat ze boze dingen doen. Ongerechtigheid werken. En tegen zo’n prille kasplant, een ziel die vrede gevonden heeft, zulke dingen te zeggen, dat heeft hetzelfde karakter als van een vloek. Dan heb ik ook de neiging om voor zulke mensen die vloek te verbreken die over zulke mensen uitgesproken wordt om op die manier weer hun vrede en hun vreugde in de Here Jezus te ontnemen. Allemaal verbanden die inderdaad voorkomen waarvan mensen helemaal geen recht hebben om die te leggen omdat ze zich op de stoel van God begeven om dit soort dingen uit te spreken. Alleen maar om daarmee hun eigen opvattingen door te drukken.

Zou het van belang kunnen zijn dat maar 10 dienaren en niet allemaal (alle dienaren) het pond krijgen?

Ik weet niet waar u al die andere dienaren vandaan haalt. Er is een verschil tussen de burgers van dat land en de dienaren. Dienaren wonen in het paleis en die staan rechtstreeks onder de koning en ontvangen rechtstreeks hun orders van hem. Daarbuiten zijn de burgers van het land. Niet elke onderdaan is een dienaar van de koning. Althans in deze beeldspraak zoals het hier staat. In de brede zin van het woord kun je natuurlijk zeggen; burgers van een land zijn allemaal dienaren. Maar deze man heeft nog geen koninkrijk. Dat is ook belangrijk. Die burgers zijn dus ook nog geen onderdanen en willen het ook helemaal niet worden. De onderdanen zijn alleen maar de tien slaven die bij hem horen en of er meer waren, wordt niet gezegd, maar deze tien krijgen allemaal een pond. Dat zijn degenen die bij hem horen, hij heeft dat koninkrijk nog helemaal niet, daarvoor gaat hij juist naar het buitenland. Bij de talenten is dat ook zo, daar worden er ook drie speciaal genoemd. Wat mij betreft heeft hij er honderd, maar je moet nooit meer vragen dan wat de gelijkenis vertelt. Je moet dus niet vragen; oh, hij heeft er dus nog meer gehad, waarom hebben die anderen geen pond gehad? Daar gaat het niet om. Dan ga je en verhaal overvragen. Net als bij de gelijkenis van de vijf wijze en de vijf dwaze meisjes. Er is een bruidegom, er zijn tien bruidsmeisjes, als je nu gaat vragen ‘waar is de bruid?’ Dat is een verboden vraag. Je moet geen dingen gaan vragen over wat er niet staat in de gelijkenis. Het is al moeilijk genoeg om antwoord te geven op de vraag wat er wel staat in de gelijkenis. En als je dan ook nog eens gaat vragen naar de personen die in de gelijkenis niet voorkomen, die je alleen maar kunt vermoeden, dan maak je het nodeloos moeilijk en dan ga je ook zo’n gelijkenis overvragen. Het is niet een allegorie waarbij elk onderdeeltje een betekenis moet hebben. Ik heb mensen het evangelie verteld maar zij namen het niet aan. Zijn dat verloren ponden?

Hier heb je weer een voorbeeld van hoe ga je nu met die beeldspraak om? Het zijn geen verloren ponden, het is nooit een pond geworden om het zo maar te zeggen. Een pond vermenigvuldigt zich, het lijkt net of het levende wezens zijn, het vermenigvuldigt zich pas op het moment dat een ander mens gewonnen is voor de Here Jezus. En de Here Jezus net zo kostbaar gaat vinden en net zo lief gaat krijgen en gaat volgen en dienen zoals jij dat doet. Dan heeft dat pond dat in jou is, zich verdubbeld. Dan heeft die ander ook een pond. Maar als je aan mensen het evangelie verkondigt die het niet aannemen, dan is er niets weg. Dan is er geen verdubbeling opgetreden maar dan is er ook niks verloren gegaan. Dan is het nog steeds jouw pond. Maar hier heb je ook al weer iets waardoor je de gelijkenis kunt gaan overvragen door dingen te letterlijk door te trekken.

Is het ook een verschil tussen Mattheus en Lucas dat de onnutte dienstknecht in Mattheus “boos” en “lui” is en hier in Lucas “angstig”?

Dat is wel een aardige vraag. In Mattheus ligt de nadruk op zijn slechtheid en hier op zijn bangheid. Maar ook in Lucas en in Mattheus is de reactie toch hetzelfde, dus ik weet niet of je die verschillen nu zou moeten aandikken want in beide gevallen, kijk, als iemand bang is, dat hangt van de soort bangheid af, maar dan is er ook een bangheid waarin je iemand kunt bemoedigen, troosten. “Ach, arme kerel, ben jij zo bang, nou weet je wat, ik zal jou helpen.” Maar dit is een strafbare bangheid. Dit is een bangheid waarvoor helemaal geen reden was en die overeenkomstig wordt behandeld. Daarom zegt hier ook in vers 22 de Here Jezus; “Uit je eigen mond zal ik je oordelen, boze slaaf.” Dus ook hier is het wel degelijk een boze slaaf, ook al liggen de accenten wat anders.

Maar de volgende vraag zegt dat ook; is die angst voor God verwijtbaar en dus strafbaar of zelfs onvergeeflijk? Het is in ieder geval een strafbare angst. Niet alle angst is dat. Maar als je bang bent terwijl dat niet nodig is, dan wel. In het algemeen is dit de boodschap van het nieuwe testament; Vrees niet. Ik zal u twee voorbeelden noemen waar dat heel erg belangrijk is. In de eerste plaats in Openbaring 21, waar God zegt; “Zie, Ik maak alle dingen nieuw” en dan komt de grote uitzondering ‘maar buiten’, en dat betekent in dat verband de poel des vuurs, en dan worden alle goddelozen opgenoemd en de allereersten, dat zijn de bangeriken. Het hangt een beetje van uw vertaling af of er staat vreesachtigen of lafhartigen, maar het zijn de bangeriken. Dat is natuurlijk heel merkwaardig, want waarom moet angst nu altijd kwaad zijn? Angst is niet altijd slecht. Als de Here Jezus zegt; ‘Weest niet bevreesd’, als ze in de storm zijn op het meer, dan is de angst ook wel verwijtbaar, Hij zegt; ‘Waarom zijn jullie zo bevreesd, kleingelovigen?’ maar er is een angst die wel verwijtbaar is, maar ook vergeeflijk, die onder omstandigheden begrijpelijk is. Maar er is ook een lafhartigheid, een angst die niet begrijpelijk is. En ik denk dat die lafhartige daar in Openbaring 21 met name diegenen zijn over wie de Here Jezus in de gelijkenis zegt; ‘Als je niet een getuige van Mij bent geweest’, als anderen nooit hebben geweten wat er in je hart is, je hebt het nooit met iemand gedeeld, ‘als je te lafhartig bent om een getuige van Mij te zijn, als je Mij verloochend hebt voor de mensen zal ook Ik jou verloochenen voor Mijn Vader die in de hemelen is.’ Dat gaat dus heel ver. Dan is het een strafbare en onvergeeflijke lafhartigheid. En de andere tekst waar je een soortgelijke gedachte vindt, is in 2 Tim 1 vers 7, Wij hebben niet ontvangen een geest van lafhartigheid. Ik gebruik dat wel eens een keer tegenover mensen die overal bang voor zijn. Die zien allerlei ontwikkelingen en zeggen meteen; ‘Ja, dat kan wel zijn dat het in de Bijbel staat, maar ik ben toch bang dat…’ Die zijn altijd bang. Bang dat ze de controle verliezen over de gemeente, zijn bang dat er dingen gebeuren die we nooit zo gedaan hebben en die verwarring en onrust teweeg kunnen brengen, vooral onrust in hun eigen zieltje, ze zijn altijd bang voor wat er allemaal kan gebeuren. Dat is niet leven uit de kracht van de Geest. Tegenover de geest met de kleine g van lafhartigheid, bangheid, hoe je het ook wil vertalen, staat de Geest, hoofdletter, van kracht, liefde en bezonnenheid. Maar dat zien die mensen zelf niet, hun lafhartigheid, hun bangheid is altijd een heilzame bangheid, het zijn die mensen die zichzelf als poortwachters uitroepen en constant op de loer liggen dat er vooral geen gekke dingen gebeuren. Alles wat anders is dan wat ze gewend zijn is al vreemd en gek en daar zijn ze bang voor want wie weet wat dat allemaal kan uitwerken? Er mag dan ook niets veranderen, want als er iets verandert, gaat er een heleboel veranderen. En aangezien ze niet willen dat er een heleboel verandert, willen ze liever dat er niets verandert. Dat heeft niets met Gods Geest te maken, dat is puur een geest van bangheid. Dus er bestaat een verwijtbare bangheid. Maar er is ook een bangheid die hoort bij een geestelijk ontwikkelingsproces. ‘Kleingelovigen, kom op, waarom zouden jullie bang moeten zijn’, dat is een angst waar je overheen kan groeien, zoals kinderen bang zijn voor dingen waar ze later niet meer bang voor zijn. Kinderen zijn bang in het donker en als het goed is gaat dat over. Is het begraven van het pond wel ingegeven door angst of meer door geen zin zijn leven te geven aan God? Was die angst geen vroom smoesje?

Het is toch wel echt duidelijk dat hij echt bang is voor de meester. Het is een domme bangheid dat hebben we al gezien, want als hij bang is dan had hij het altijd nog naar de bank kunnen brengen, dus er zit ook wel een element in van luiheid. En misschien moet je eerder nog zeggen van onnozelheid, van onkunde. Dat hij zelfs daar niet op gekomen is. Het is moeilijk om te zeggen of dat nu domheid is of luiheid, ik heb eerder de neiging om te denken aan domheid. Maar in elk geval al die dingen is het misschien wel een beetje tegelijkertijd. Bang om zich in het zweet te werken, vandaar dat hij die zweetdoek toch niet nodig had, geen verantwoordelijkheden op zich nemen, het is ook een vorm van gemakzucht, maar, omdat hij zelf dat zo zegt, neem ik dat in eerste instantie maar serieus, dat hij bang is hoe de meester zal reageren als hij een fout zou maken. Dus doet hij wat wel meer mensen doen, als je bang bent om een fout te maken, dan doe je helemaal niets. Da heb je niet in de gaten dat dat de grootste fout van allemaal is. Ik vind dat je altijd respect moet hebben voor mensen die hun nek uitsteken. Mensen die niet bang zijn dingen anders te doen en anders te zeggen dan we gewend zijn. Buiten de platgetreden paadjes te treden. Mensen die origineel zijn. Ik heb het geloof ik wel eens eerder gezegd, als je kijkt in de 20e eeuw wie de grootste en bekendste hervormde theologen waren. Dat waren altijd mensen die in het midden van de kerk stonden. Die niet bang waren om dingen te zeggen waar de mensen hun wenkbrauwen over fronsten en die daardoor origineel waren. Originele gedachten hadden die we ook in de 21e eeuw nog zullen lezen. Omdat het de mensen zijn die de moeite waard zijn. Omdat ze ons prikkelen. Terwijl in de meer traditionele richtingen daar praat men elkaar zo makkelijk na, daar zegt iedereen hetzelfde, men is zo bang om iets anders te zeggen. Daar worden bijna nooit grote geesten geboren. We hadden het daarnet even over professor Graafland, die een mooie uitzondering is maar daarom werd hij ook in zijn eigen gereformeerde bond met kritiek bejegend. Want hij zei wel dingen zoals hij ze dacht en hij durfde wel dingen te zeggen die afweken van de traditie. Dat was een originele denker, hij kwam er nog het dichtste bij. Geesten die vrij zijn om hun gedachten te uiten en ook wel eens de dingen anders te zeggen dan je gewend bent, nieuwe manieren van dingen te doen en dingen te zeggen, aan te boren, dat werkt zeer verfrissend. En ook in dat opzicht is er vaak bij heel veel mensen zoveel angst. Misschien is angst wel een van de grootste zonden die er bestaat. Dit wordt een preekje apart, maar denk maar eens na over Openbaring 21 en over 2 Timotheus 1, die twee plaatsen over bangheid in samenhang met deze hoofdstukken over angst. Maar goed, alle factoren zitten erin, het is gemakzucht, het is luiheid, het is angst, alle factoren zitten erin, het zal er zeker wel bij horen. Christus in het hart en toch nog verloren gaan? (Dat is dus niet wat ik gezegd heb) Slaaf nummer 3. Is het pond niet het beeld van de roeping?

In ieder geval, hij heeft niet Christus in het hart. Hij heeft wel dat pond gekregen maar het is nooit juist geland in zijn hart, zo stel ik me dat voor. Want het punt is wel; hij heeft ook dat pond ontvangen. Luister, iedereen die elke zondag in de kerk komt die moet iets kunnen weten over dat pond. Iedereen die daar komt die moet iets, zoals Hebreeën 6 dat zegt, die heeft geproefd van de dingen van de geest. Die heeft gesmaakt, maar nooit gegeten. Hij kent de glans maar hij heeft zich er nooit naar uitgestrekt. Het is nooit werkelijk zijn geestelijk eigendom geworden. Misschien is dat wel een hele mooie manier om naar de gelijkenis te kijken. Die man die er tien ponden bij won, dat was in de eerste plaats omdat dat pond, en dan ga ik iets verder dan de grenzen van de gelijkenis, omdat dat pond zelf kostbaar voor hem was. Het was zo kostbaar dat hij er vele kostbaarheden bij won. Maar voor die derde man betekende dat pond niets. Hij kon er zelf niet enthousiast over worden. Enthousiast betekent letterlijk in God zijn, ook God in ons. Hij had er niets mee. Hij had het maar hij had het niet. En daarom stopt hij het ook weg. Die andere twee zeggen; we hebben er zoveel ponden bij gewonnen, ze hadden dat eerste pond ook nog. Deze man heeft helemaal niets.

Hoe kijkt u aan tegen het gebruik van verbeelding, voorstellingsvermogen bij Leanne Pain? Is dit goed of toch New Age achtig en dus vatbaar voor misleiding? Wat is de Bijbelse onderbouwing ervoor? Ik zal u in de eerste plaats zeggen dat ik een beetje kriebelig wordt voor mensen die alles wat ze niet meteen begrijpen met een stempeltje van occult of New Age bestempelen. Dan heb je je daar weer mooi vanaf gedaan. Dat is ook een vorm van angst. Een angst die zich verstopt achter zogenaamd beoordelingsvermogen en scherpzinnigheid, mensen die precies weten wat er allemaal niet deugt. Destijds hadden we het boek van Rick Warren, weet u nog wel, Doelgericht leven, toen had je ook onmiddellijk mensen die wisten aan te wijzen dat het New Age was, ik had nog nooit zulke grote nonsens gehoord als dat maar het ging al een lopen vuurtje door Nederland. Een of andere geest had uitgesproken dat het New Age was en dat geloven de mensen dan ook, dat slikken ze voor zoete koek, controleren dat elf niet, proberen niet die argumentatie te begrijpen laat staan te weerleggen en nemen dat over. Ik word daar heel naar en verdrietig van, van dit soort figuren. Dat wil niet zeggen dat we alles maar moeten goedkeuren, maar dit soort stempels daar weet je van dat de mensen daar meteen negatief op zullen reageren. Overal heb je dat, in bepaalde kringen als ze daar het woord Arminiaan gebruiken, dat is ongeveer het ergste scheldwoord dat je kunt gebruiken en het dan weet iedereen ook ‘dat deugt van geen kanten’. Toen ik nog heel jong in de bediening was en nog uit een heel beschermd milieu kwam toen wist ik al die scheldwoorden nog niet maar ik ontdekte bijvoorbeeld dat het woord “dopers” dat was ook iets heel vreselijks, als je dat was… En ik merkte dus dat als mensen dat naar mijn hoofd slingerden en ik heb er heel lang over gedaan voordat ik eindelijk snapte wat men er nu precies mee bedoelde, maar als je het was, dat was niet best. Dopers en arminiaans, dat was niet zo best. Ik heb ooit een lezing gehouden voor gereformeerde gemeentestudenten, over geestesgaven. Dat is aan de ene kant wel heel prachtig, dat is iets van deze tijd, dat gereformeerde gemeentestudenten iemand uitnodigen zoals mijn persoontje om over geestesgaven te spreken. En daar hadden ze dan dominee Harink bij uitgenodigd, C. Harink, niet te verwarren met zijn zoon W. en dat bleek een alleraardigst en lieve man te zijn dus ik heb een heerlijke avond met hem gehad, ik ben laatst nog eens gaan luisteren naar een preek van hem en hij heeft ook prachtig voor mij gebeden aan het eind, voor broeder Ouweneel, dus die man kon bij mij geen kwaad meer doen. Maar tijdens het vragenstellen van die studenten zei ik; ‘Ja, ik had toch een beetje verdriet over dominee Harink want hij heeft mij ooit in de Samenbinder mij een arminiaan genoemd, dat is zo ongeveer het ergste wat je kunt zeggen.’ Al die studenten brulden van het lachen want die begrepen natuurlijk onmiddellijk mijn diepe gevoelens en gekwetstheid op dit punt. Maar ze zagen ook wel aan mij dat ik het overleefd had, dus dat het nogal mee viel. Dat was naar aanleiding van mijn boekje Geloofszekerheid. Toen zei hij dat dat arminiaanse trekken had. Nou dan weet je het wel. Zo is het nu ook met dat new age. Leanne Pain, verbeelding, voorstellingsvermogen, weet je, die mensen maken allemaal deze fout. Die mensen die dus dat soort etiketten plakken, die maken deze fout, die zeggen A doet weleens bepaalde dingen en B doet ook wel een s bepaalde dingen en dus is het hetzelfde. Ze hebben gezien bijvoorbeeld dat iemand zegt; probeer je bepaalde situaties voor te stellen in je geest, visualiseren, hé, dat hebben ze in het occultisme ook al eens ergens gehoord en dus is het hetzelfde. Kunt u het volgen? Omdat het daar ook voorkomt en het komt daar ook voor. Dat is met tongentaal ook zo, tongentaal komt ook voor bij allerlei heidense godsdiensten, ik geloof dat Plato er al over schrijft, het komt voor in het spiritisme en weet ik wat. Dus als ergens tongentaal voorkomt dan is dat heidendom. Want daar komt het ook voor. EN het is zo hardnekkig, ik zou heel veel voorbeelden kunnen noemen, ik heb destijds in de uitdaging een artikel geschreven over de bva, de bediening van achterdocht. Toen heb ik daar de bediening van achterdocht uitvoerig beschreven. En ook deze redenering had daar een heel rijtje voorbeelden van gevonden, de meeste van die voorbeelden hadden op mij betrekking, ook nog eens een keertje. Van wat daar staat komt ook daar voor dus is het hetzelfde. Dat is echt zo’n gebrek aan logisch denken maar het is ook zo gemeen en laf eigenlijk om op die manier kun je iedereen zwart maken. Dus jij eet weleens brood? Weet je dat Idi Amin dat ook deed? Jij hebt iets van Idi Amin want jij eet ook brood. Dit is een stom voorbeeld, maar het is precies dezelfde methode. Hij doet iets en jij doet ook iets en dus is het hetzelfde. Komen jullie uit dezelfde bron.

Kunt u er iets over vertellen hoe de Here Jezus uw kostbare schat (Job 22) is geworden?

Dat is wel een hele persoonlijke vraag. In elk geval kom ik uit een omgeving waar van het begin af aan, mijn broer zit hier, die kan er ook van getuigen, wij zijn samen op dezelfde dag gedoopt, dat is nu al bijna 54 jaar geleden. Wij kwamen uit een kring waar werkelijk, als ik het zo mag zeggen, dierbaar over de Here Jezus werd gesproken. Liefelijk. Waar het niet alleen maar ging om de vergeving van de zonden maar waar het ging om een Persoon. Er zijn een heleboel dingen waar je afstand van neemt uit je eigen traditie, dat hoort bij het ouder worden, dan kun je niet meer zomaar met alles instemmen, maar die dingen, die zijn mij altijd en ik hoop ook tot mijn laatste snik dat die me altijd zullen bijblijven. De manier waarop daar over de Here Jezus werd gesproken waar je voelde dat het niet alleen gaat om wat wij door de Here Jezus kunnen ontvangen, dat kan nog zo egocentrisch zijn, wat kan ik allemaal niet ontvangen voor mezelf en we hebben ook veel nodig om te ontvangen maar je kunt dan zo gericht blijven op de gave dat je te weinig ziet Wat en Wie de Gever is. Dus ik heb me dat met de paplepel ingedronken. En heel vroeg mijn hart eraan ook overgegeven net als mijn broer dat heeft gedaan. En daar zijn we allebei nog heel dankbaar voor. Dat kun je niet aan een datum koppelen, dat gaat zo ver terug, ik denk dat ik haast zou kunnen zeggen dat nog eerder van de Here Jezus hield dan dat ik echt bewustzijn van zonden kreeg. Want dat krijg je toch pas, in een kind dat zo opgroeit, in de pubertijd wanneer je voor het eerst toch een beetje aan jezelf ontdekt wordt. Voor die tijd, dat zie je ook bij kleine kinderen, dat ze van de Here Jezus houden en dat moet je ook absoluut laten staan, ik laat het bij mezelf staan als ik denk aan die vroege kindheid, ik ben nooit die belhamel geweest die zich radicaal uit de wereld moest bekeren. In die zin ben ik nooit in de wereld geweest, hoewel ik van geboorte een wereldling ben. Maar vanaf kindsaf aan Jezus heb mogen liefhebben. Zelfs al voor je, want daar zijn geen stramien voor en regeltjes, je moet dit en dat en dat, zelfs voordat ik tot zondenbewustzijn kwam, in de tijd van de pubertijd. In de tijd dat we ons hebben laten dopen, dat was ook diezelfde periode, dat die dingen belangrijk werden. Maar ik hield al van de Here Jezus lang voordat dat aan de orde kwam. Je wist wel dat je zondige dingen deed maar je wist nog niet dat je een zondaar was. Dat kan ook nog niet bij een klein kind. Dat is pas als je jezelf leert kennen dan kun je dat ook pas tot je laten doordringen. Maar neem altijd het geloof van dat kind serieus. We kunnen niet zien wat er in het hart is, we kunnen niet zien hoeveel een kind napraat van dat wat het gehoord heeft, dat weten we niet. Daar moet je ook voorzichtig mee zijn en moetje ze ook niet te vroeg dopen. Dan moet je voorzichtig zijn. Maar er komt een tijd dat je dat wel kunt weten dat het kind echt van zijn eigen ervaringen spreekt en niet alleen maar papa en mama napraat. Dat kan ook nog best serieus zijn, alleen we weten dan niet hoe diep het gaat. Zo is het met mij gegaan, ik heb een Timotheus-bekering gehad. Van kindsaf aan aan de knieën van mijn moeder en grootmoeder al heetten ze dan niet Loïs en Eunice, opgegroeid met deze dingen. En dat is een geweldig voorrecht. Ik heb weleens momenten gehad dat ik dacht; ‘Tjonge, ik had ook wel graag zo’n Paulus bekering gehad, tjonge jonge zeg, dat zou toch wel wat zijn zeg, zo ineens een licht stralender als de zon uit de hemel en jij valt op de grond..’ Dan had ik ten minste ook eens een bekeringsverhaal dat ik kon opschrijven en waar ik eens een paar uur over kon praten hoe de Heer mij geroepen heeft van Pniël en Bethel, het is me allemaal niet beschoren. En ik heb later ook gezien hoe dat kwam, waarom het zo is en waarom ik er heel dankbaar voor ben dat het niet zo gegaan is. Ik heb het ook weleens eerder verteld, ik begon de Bijbel te bestuderen toen ik elf jaar was. Op grond van boekjes, ik had het over mijn grootmoeder, die ik van mijn grootmoeder had gekregen. Het was vrij kort voordat ze zou overlijden maar dat wisten we toen nog niet. Stel je voor dat ik met twintig jaar bekeerd was of nog erger, met dertig, de aller- aller-kostbaarste jaren om de Schrift in je op te nemen zou ik dan hebben gemist. Als je met twintig tot geloof komt, die negen jaar die mij geschonken waren, haal je nooit meer in. En als je met dertig tot bekering komt ook niet. Prijs de Heer als je met dertig tot de Heer geroepen bent, beter laat dan nooit. Maar die vroege kinderjaren, zo was het ook met Timotheus, hij had het van zijn moeder en grootmoeder gehoord en hij was van kindsbeen af vertrouwd met de Heilige Schriften. Wat een voorrecht. Dus zo is het bij mij gegaan, de Timotheus manier. Maar de Timotheussen komen in dezelfde hemel als de Paulussen. Wij gaan deze avond afsluiten met gebed.

Liefdevolle God, vol liefde jegens arme verloren mensenkinderen, maar ook vol liefde jegens Uw eigen kinderen, die Uw kinderen geworden zijn doordat ze uit U zijn geboren. Zovelen Hem hebben aangenomen, hun heeft Hij het recht gegeven kinderen van God genaamd te worden. Die uit God geboren zijn. Sommigen van ons hebt U heel jong daartoe geroepen en anderen van ons later. U gaat met ieder van ons Uw eigen weg. Maar of het nu vroeger of later is, Here we bidden U dat we allemaal die schat mogen kennen. We hebben deze schat in aarden vaten zegt Paulus en dat aarden vat moet verbroken worden opdat die schat zichtbaar wordt. Dat licht van die fakkel. Die kruiken van Gideon. De kruiken moesten kapot zodat het licht van de fakkel gezien werd. Laat zo die schat die U ons geschonken hebt en die in ons hart is zichtbaar mogen worden voor anderen. Dat ze gewonnen worden en de Here Jezus ook voor hen hun gouderts en hun zilverschat mag worden. Laat dat een vrucht van deze avond mogen zijn. Dat we allemaal zo mensen zijn die met dat pond dat U ons hebt toevertrouwd, zaken gaan doen. In business gaan voor U. Om heel veel mensen te raken met Uw Persoon. Zodat ook zij U gaan leren liefhebben Here Jezus Christus en U gaan volgen en dienen. Hun levens aan U gaan toewijden. Bewaar ons ervoor dat we bange mensen zijn, bang voor dit en bang voor dat. Bang voor apen en beren op de weg. Er is een leeuw op de weg zegt de vreesachtige. Want we hebben geen enkele reden om bang te zijn. Vrees niet want Ik ben met u tot aan de voleinding der wereld. Dank U wel Here Jezus voor Uw geweldige belofte. Dank U wel voor Uw Geest van Waarheid, Liefde, Kracht en Bezonnenheid die al onze bangheid uit ons mag verdrijven. Here vergeef ons onze bangheid, vergeef ons onze angst voor verandering, voor vernieuwing, terwijl U voortgaat Heer. U trekt met Uw volk op van oase tot oase totdat we het beloofde land bereiken. En wij hobbelen er vaak zo bangerig achteraan, zo onzeker. Zoals de discipelen in Marcus 10 die angstig achter U, Here Jezus aanliepen omdat ze niet wisten wat hen in Jeruzalem te wachten stond. Maar wij hebben Uw Geest ontvangen. Wij zijn niet als de discipelen die de Geest nog niet ontvangen hadden, we hebben geen reden om bang te zijn. Vergeef ons onze bangheid en maak ons sterk in U met de Geest van Waarheid, Liefde, Kracht en Bezonnenheid. Wees ons zo nabij in alle dingen, maak ons sterke christenen door wie de glans van het pond zichtbaar is. Wil ons bewaren en zegenen op weg naar huis, in de komende weken. Bewaar ons dicht bij U voor alle gevaren die ons bedreigen kunnen en breng ons ook een volgende keer hier weer in gezondheid bij elkaar. Wij danken U voor Uw kostbaar en dierbaar Woord en wij danken U bovenal voor Uzelf. Voor Uw wonderbare liefde en goedheid en genade. U prijzen wij Heer en U aanbidden wij. Amen.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?