Hart voor Waddinxveen


(6) Lezing gehouden op 14 maart 2008 over "De liefde tot de Meester" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zaterdag, 03 mei 2008 22:27

Wij willen lezen naar het evangelie van Johannes, om te beginnen in het hoofdstuk 13. Johannes 13 vers 1: Voor het feest van het pascha nu, heeft Jezus die wist dat zijn uur was gekomen dat Hij uit deze wereld over zou gaan naar de Vader en die de Zijne die in de wereld waren had liefgehad, hen liefgehad tot het einde. En tijdens de maaltijd toen de duivel Judas Iskariot de zoon van Simon al in het hart gegeven had Hem over te leveren, stond Hij, terwijl Hij wist dat de Vader hem alles in de handen had gegeven, en dat Hij van God was uitgegaan en tot God heen ging, van de maaltijd op en legde zijn kleren af en nam een linnen doek en omgorde zich. Daarna gooide Hij water in het bekken en begon de voeten van de discipelen te wassen en af te drogen met de linnen doek waarmee Hij omgord was. Hij kwam dan tot Simon Petrus, deze zei tot Hem: Heer wast U mijn voeten? Jezus antwoordde en zei tot hem; wat ik doe weet je nu niet maar je zult het hierna begrijpen. Petrus zei tot Hem; U zult mijn voeten geenszins wassen tot in eeuwigheid. Jezus antwoordde hem; als Ik je niet was heb je geen deel met Mij! Simon Petrus zei tot Hem, heer niet alleen mijn voeten maar ook mijn handen en mijn hoofd. Jezus zei tegen hem; wie gebaat is heeft alleen nodig zich de voeten te wassen maar is geheel rein. En u bent rein, maar niet allen.

Hoofdstuk 13, het laatste gedeelte van het hoofdstuk, vers 36 Simon Petrus zei tot Jezus; Heer waar gaat U heen? Jezus antwoordde hem, waar Ik heen ga kun je Me nu niet volgen maar je zult Mij later volgen. Petrus zei tot Hem; Heer waarom kan ik U nu niet volgen? Mijn leven zal ik voor u afleggen. Jezus antwoordde: zul jij je leven voor mij afleggen? Voorwaar voorwaar ik zeg je, de haan zal geenszins kraaien voordat je mij driemaal verloochend zult hebben.

Hoofdstuk 18 vers 15: Simon Petrus nu volgde Jezus en een andere discipel, deze discipel was de hogepriester bekend en ging met Jezus in de voorhof van de hogepriester, maar Petrus stond buiten aan de deur. De andere discipel dan, de bekende van de hogepriester ging naar buiten en sprak met de portierster en bracht Petrus binnen.

Vers 25: Simon Petrus nu stond zich te warmen. Ze zeiden toen tot hem; bent gij ook niet een van zijn discipelen? Hij loochende het en zei; ik ben het niet. Een van de slaven van de hogepriester, een bloedverwant van hem wier Petrus hem het oor had afgeslagen, zei; heb ik u niet met Hem in de tuin gezien? Petrus dan loochende het opnieuw en terstond kraaide de haan.

Hoofdstuk 21 tenslotte, vers 15: Toen zij hadden ontbeten zij Jezus tegen Simon Petrus; Simon, zoon van Johannes, heb jij Mij meer lief dan deze? En hij zeide tot Hem; ja Heer U weet dat ik van U houdt! Hij zeide tot hem; weid mijn lammeren.

Hij zij opnieuw tot hem, voor de tweede keer: Simon, zoon van Johannes, heb je Mij lief, hij zei tot Hem; ja U weet dat ik van U houdt! Hij zei tot hem; hoedt mijn schapen. Hij zei voor de derde keer tegen hem; Simon, zoon van Johannes, hou je van Mij? Petrus werd bedroefd omdat hij voor de derde keer aan hem vroeg: hou je van Mij? Hij zei, Heere U weet alles, U weet dat ik van U houdt! Jezus zei tot hem; weidt mijn schapen. Voorwaar voorwaar ik zeg je; toen je jonger was gordde je jezelf en wandelde waarheen jij wilde maar wanneer je oud zult zijn, zul je je handen uitstrekken en een andere zal je gorden en je brengen waarheen je niet wilt. En dit zei Hij om aan te duiden met wat voor een dood hij God zou verheerlijken. En nadat Hij dit had gezegd zij Hij tot hem; Volg Mij!

Tot zover de lezing uit het woord van God.

Broeder Bos en ik hebben geen overleg gepleegd over het onderwerp en het is wonderheerlijk om te zien dat de Heer hetzelfde in zijn hart heeft gewerkt blijkbaar als wat er in mijn hart is gekomen om vanavond met u te delen. We kunnen heel algemeen en heel abstract spreken over discipelschap en over de liefde tot de Meester maar Petrus is wel een heel bijzondere gestalte in het nieuwe testament om heel concreet en heel praktisch aan te illustreren wat liefde tot de Meester is en ook hoe het mis kan gaan in die liefde en ook hoe het weer goed kan komen met die liefde. Petrus is voor mij een heel dierbare gestalte. Ik vind dat ik wel een beetje op hem lijk, in de slechte dingen dan allereerst.

Haantje de voorste, gouw mondje klaar voordat je nadenkt, en ook de gevolgen daarvan...ik zie iemand daar heel hard knikken dus die is het daarmee eens, die kent mij blijkbaar. Dat zijn herkenbare dingen en daarmee kun je net als Petrus enorm op je gezicht gaan. En het is geweldig dat de Heer ons dan ook weer wil oprichten. Dit gaat inderdaad in de eerste plaats niet over de liefde VAN de Meester hoewel ik het daar eerst wel over wil hebben en dan over de liefde TOT de Meester.

Over 6 dagen is het witte donderdag, al die gebeurtenissen die we hier vinden in hoofdstuk 13 vers 16, 17, spelen zich af in die nacht van donderdag tot goede vrijdag. En dan na pasen, een tijdje na pasen speelt zich dat gebeuren van hoofdstuk 21 af. We leven in de tijd waarin deze dingen zich hebben voltrokken Ik had ook hele andere dingen kunnen lezen uit de geschiedenis van Petrus, hoe het begonnen is met hem, in Lukas 5 waar zijn bekering eigenlijk plaats vindt, als hij die woorden van zich uitspreekt; Heer ga uit van mij want ik ben een zondig mens, terwijl het enige wat gebeurt was is dat hij het vreemd vond dat Jezus als niet kenner gezegd had dat hij het net naar de nadere kant moest uitwerpen. Maar het wonderlijke is dat die kleinigheid waarbij Jezus blijk gaf alles te weten, dat Petrus zich daarmee bewust werd, deze Jezus kent ook mij.

En daarom zegt hij, ga uit van mij, ik ben een zondig mens. Het is mooi als een mens komt tot dat punt om te zeggen: Heer U kunt maar beter niets met mij te maken hebben, dat dat precies het moment is dat Jezus zegt, ik wil alles met jouw te maken hebben, ik ga van jou een visser van mensen maken.

Ik zou het kunnen hebben over Mattheus 16, waarin Petrus die heerlijke woorden uitspreekt Heer Gij zijdt Christus de zoon van de levende God! Woorden die je maar niet slechts een geloofsbelijdenis zijn maar een daad van aanbidding. Want de Here Jezus zegt; gelukkig ben jij Simon zoon van Johannes want dat heb je niet van jezelf, dat heeft de Vader in de hemel jouw geopenbaard. Een daad van liefde is het een liefdedaad. Er zijn 2 grote liefdedaden van discipelen in het mattheus evangelie, ene van een man, Petrus die dit woord spreekt waarom de Here Jezus hem gelukzalig verklaard en Maria een vrouw die zijn hoofd en zijn voeten zalfde met die kostbare narde zonder een woord te spreken en daarmee haar liefde tot de Meester betuigd. Een liefde met inzicht, want de Here Jezus zegt dit heeft ze gedaan met het oog op mijn begrafenis. We horen over haar in Johannes 12 en dan in Johannes 13 Ik heb vaak het gevoel als ik het over Johannes 13 tot 17 heb dat je dat eigenlijk met ontschroeide voeten zou moeten doen. Als het Johannes evangelie het Heilige is dan komen we hier in het Heilige der Heilige. Of als je zegt het hele evangelie is het Heilige dan komen we hier in het Heiligdom en in Johannes 17 zogenaamd de hogepriesterlijke gebed zijn we in het Heilige der Heilige waar we mogen toeluisteren als de Zoon daar spreekt tot de Vader. Niet een hogepriester die spreekt tot God maar de Zoon die spreekt tot de Vader en het onderwerp zijn u en ik. Dit is zo bijzonder, dit is een heerlijke plek. In de opperzaal wordt niet gewandeld, het gaat hier niet over onze christelijke wandel, hier gaat het ook niet over onze bediening, hier gaat het over het aanliggen met Jezus. En als je denkt aan Johannes en zelfs het aanliggen bij Jezus. Johannes die zich vijf keer noemt in dit evangelie: de discipel dien Jezus liefhad. Ik zeg die ouderwetse 'n' erbij, want het gaat erom dat Jezus hém liefheeft. Daar is Johannes zo van onder de indruk dat Johannes nooit zegt 'ik', hij heeft het niet over zichzelf rechtstreeks, maar hij zegt: 'de discipel die door Jezus geliefd werd.' Dat was zo overweldigend voor hem: Jezus houdt van mij. Weet u: misschien is dat nog wel een grotere ontdekking dan 'Jezus heeft voor mijn zonden aan het kruis geboet.' Dat is geweldig als je dat mag weten, dit is nog groter: Jezus heeft mij lief. Als er één was van die twaalf discipelen die Jezus liefhad, was het Petrus. Johannes is onder de indruk van het feit dat Jezus hém liefheeft, maar Petrus is vol vuur van zijn liefde voor Jezus. Dit is zo helemaal Petrus: dat van het ene uiterste naar het andere. Dit is een hoofdstuk over de liefde, maar het begint met een concrete liefdedaad: de discipelen komen daar binnen en ze zitten daar en ze kijken elkaar aan. Wie van ons gaat de voeten wassen? Er is geen slaaf, geen knecht beschikbaar om dat te doen, dus één van hen zal het moeten doen. En ze hebben het er pas over gehad wie van hen de meeste is. Nou, dat is dus precies degene die het niet gaat doen. De minste zal het moeten doen. En dat is Jezus. Want Jezus zegt: "Als één van jullie de meeste wil zijn, zal hij de minste moeten wezen." En dit hoofdstuk over die opperzaal en die wonderlijke gesprekken die daar hebben plaatsgevonden begint met dit woord: Jezus wist alles wat over Hem komen zou. Hij heeft de zijnen die in de wereld waren liefgehad tot het einde. Het heeft geen zin om over onze liefde tot de Meester te spreken als we niet beginnen met de liefde van de Meester die ons liefgehad heeft tot het bittere einde van Golgotha. Onze liefde tot de Meester wordt door niets zó aangewakkerd als door Zijn liefde tot de zijnen. Een liefde tot in de dood, maar een liefde die zich hier ook onmiddellijk bewijst. Want Hij neemt de doek, Hij omgordt Zich, Hij neemt het water, Hij wast de voeten van de discipelen. U weet, de Here Jezus zegt later: "Dit heb ik gedaan tot een voorbeeld voor jullie, zo moeten jullie elkaar de voeten wassen." Wij zijn er beter in elkaar de oren te wassen, dit is een veel moeilijker taak: elkaar de voeten te wassen. Dat zijn de ongerechtigheden van de weg die we meenemen in de opperzaal, die daar geen plaats hebben. Dat hoeven nog niet eens zondige dingen te zijn. Zonden moeten ook weggewassen worden. Voordat we hier bij elkaar zijn als een heilige gemeente van God zou je eigenlijk alles wat je bezwaart en alles wat je aankleeft op de weg achter je moeten laten, niet alleen maar de zonden, maar ook de muizenissen van deze dag, van deze week. Alle zorgen en moeiten die u hier mee naar binnen neemt. Laat de Here Jezus u vanavond de voeten mogen wassen. Als een heerlijke verkwikking, niet alleen maar reiniging. En Petrus zegt: "Nee dat kan niet." Hij heeft geweten: ik had de voeten van de discipelen moeten wassen. Ik had er zo mijn mond van vol, ik beschouw mij stiekem als de voornaamste en ik had dus de voeten van de discipelen moeten wassen. Hij zegt tegen de Heer: "Geen sprake van." En dan zegt Jezus: "Jawel. Als ik jou de voeten niet was, Petrus, heb jij geen deel met Mij." Hier moeten we even taalkundig worden mensen, want in sommige van jullie bijbelvertalingen staat 'geen deel aan Mij'. En als je dat leest, word je meteen volkomen op het verkeerde been gezet. Dat is helemaal niet aan de orde, of Petrus deel aan de Here Jezus had. Dat had hij al vanaf zijn roeping, vanaf Lucas 5 in elk geval. Vanaf het moment dat hij gezegd had: "Ga uit van mij, Heer, want ik ben een zondig mens." En Jezus hem geroepen had tot een visser van mensen. Daar is niets of niemand die daar iets aan af kan doen. Maar deel met de Here Jezus hebben is heel wat anders. Deel hebben met Hem wil zeggen: gemeenschap hebben met Hem, dat betekent hetzelfde deel hebben als Hij, dat is gemeenschap. Je kunt deel aan de Here Jezus hebben, maar wat heb je verder met Hem? Wat deel je met Hem? Wat voor relatie heb je met Hem? Liefde tot de Meester betekent relatie, betekent vertrouwelijkheid, betekent intimiteit. Maar al het stof van de weg dat we van buiten naar binnen nemen dat zit ons alleen maar in de weg. Dat is een belemmering om ongestoord aan te liggen met Jezus. Niet wandelen is dit, er wordt niet gewandeld in de opperzaal. Dit is rust, dit is vrede, dit is bij de Here op bezoek zijn. En zelfs niet op bezoek, want we zijn de zijnen, we horen bij Hem. Bezoek betekent dat je vreemd bent, dat je te gast bent. Ze zijn helemaal eigen met Jezus, maar dan moeten wel je voeten gewassen worden. "Dan maar het hele lichaam," zegt Petrus dan. "Nee," zegt Jezus, "dat is allang gebeurd, geestelijk gesproken." Het lichaam van Petrus is gewassen toen de Here Jezus hem aannam, toen hij zijn zonden beleden had, toen hij bekeerd werd zeg maar gewoon. Toen kreeg hij deel aan de Here Jezus. Toen was hij van top tot teen gebaad, toen was hij schoon in de ogen van God. Voor eens en voor altijd. Gerechtvaardigd uit het geloof hebben wij vrede met God. Dat kwam nooit meer in het geding. Dat was maar één keer nodig: van top tot teen gebaad te worden dat is het werk van de bekering, van de wedergeboorte. Wedergeboren uit water en Geest. Maar gij zijt afgewassen, schrijft Paulus aan de Korinthiërs. Dat is voor eens en voor altijd, maar de voeten wassen moet elke dag gebeuren. Want die gemeenschap met Jezus, het is net als in een goed huwelijk, die gemeenschap moet je elke dag onderhouden. En dan moet je Hem ook toestaan dat Hij je elke dag de voeten wast. Dan moet je toestaan dat al die dingen die jou belasten en die daardoor óók tussen jou en Jezus in staan worden weggedaan. De Here Jezus zegt hier nog iets heel belangrijks tegen Petrus. Je zult het wel verstaan na dezen. Dat is niet pas in de hemel, zoals veel mensen denken. Een heleboel dingen zullen we pas verstaan als we in de hemel zijn, maar daar gaat het hier niet om. Deze discipelen die met Jezus in de opperzaal zijn lijken in alle opzichten op ons. Ze hebben door de wedergeboorte deel aan de Here Jezus, ze zijn Zijn volgelingen. Elk kind van God in deze zaal heeft deel aan Jezus, is een volgeling van Jezus, wordt geroepen tot de gemeenschap met Jezus. Al die dingen zijn overeenkomstig. Er is slechts één groot verschil. En dat grote verschil is dat tot u en tot mij niet gezegd hoeft te worden: u zult het wel verstaan na dezen. Dat verschil is de Heilige Geest. Ik heb het de vorige keer ook gezegd: al deze avonden hangen toch met elkaar samen. Het is niet vier avonden Heilige Geest, vier avonden discipelschap. Dát is wat ze ontbreekt. Daarom stellen ze die vragen die in onze ogen nogal dom zijn. Wat zijn we blij trouwens met die domme vragen, want daardoor krijgen we van die prachtige antwoorden. Maar de Here Jezus zegt: "Petrus, de diepste zin van dit alles waar wij mee bezig zijn kun je nog niet vatten. Daarom zal de Heilige Geest komen, dan zul je het verstaan." Daar spreekt de Here Jezus in elk van die hoofdstukken over: de Trooster, de Parakleet. Beter gezegd: de zaakwaarnemer, de belangenbehartiger, die zal komen en ons zal leiden in de hele waarheid. Daarom zal Petrus het dus verstaan, u en ik moeten het dus verstaan wat de diepere zin is van die voetwassing. Deel hebben met Jezus, gemeenschap hebben, vertrouwelijkheid, intimiteit. Gods verborgen omgang vinden, zielen waar Zijn vrees in woont. 't Heilgeheim wordt aan Zijn vrinden naar Zijn vreeverbond getoond. Getoond, aan Zijn vrinden. Jezus zegt in Johannes 15 in de opperzaal tegen deze mensen – en wij mogen meeluisteren lieve mensen – Hij zegt: "Ik heb jullie mijn vrienden genoemd, want alles wat Ik van Mijn Vader gehoord heb, dat heb Ik jullie bekendgemaakt." Dat is intimiteit, dat is vertrouwelijkheid. Alles wat Jezus van de Vader heeft gehoord vertelt Hij aan de discipelen. Door de Heilige Geest mogen we het ook in zekere mate begrijpen. Zij hadden de Heilige Geest nog niet, maar dat zou wel komen. Door de Heilige Geest verstáán wij het ook. Zoals het ons mensen in onze beperktheid gegeven is. Maar door de Heilige Geest is dat principiële verstaan er. Het is alles liefde in deze hoofdstukken, het zou geweldig zijn om na te gaan hoe Jezus spreekt over onze liefde ook voor Hem en de liefde van de Vader voor ons. Het is een constante driehoeksverhouding. Dat zou u eens moeten nalezen: het gaat steeds over de liefde van de Vader tot de Zoon, van de Zoon tot de Vader, van de Vader tot ons, onze liefde tot de Vader, van de liefde van Jezus voor ons, onze liefde voor Jezus. Al die dertien hoofdstukken hier bewegen zich in die machtige driehoek van de liefde. De kracht van het water, de verkwikking is daarvoor nodig, de kracht van de Heilige Geest is daar in wezen ook voor nodig en dan gaan hier dingen openbloeien. Petrus had nog niet de Heilige Geest, maar had de liefde. Door de liefde zegt hij, ik ben bereid om mijn leven voor U af te leggen, als hij de Heilige Geest had gehad, had hij het ook gedaan let erop ook als je de Heilige Geest hebt kun je nog best op je gezicht gaan hoor, dan kun je nog best falen maar Petrus z'n liefdeshart zit op de goeie plek en dat is zo mooi ... alleen hij had de kracht er nog niet voor, hij wilde wel maar de kracht ontbrak nog, die zal met pinksteren komen, maar de liefde zegt ik ga mijn leven voor U afleggen en de liefde zegt zelfs, en daar zie je ook hoe dwaas de liefde kan zijn, de liefde zegt zelfs, al zouden alle andere 11 U nu verlaten, ik zal U niet verlaten dat is de taal van de liefde, geen wijze taal, maar wel liefdetaal. Daar komen we zo op terug als Petrus voor de 2de keer bij een kolenvuur zit, je moet ook vaak dieper kijken he want de harmonie van zo'n evangelie is zo wonderbaar, het is hetzelfde griekse woord daar in de tuin van de hof van Kajafas is een kolenvuur, daar zitten die dienstknechten. Het is nog voorjaar het is nog een kille lente avond, het is bijna pesach en ze warme zich bij dat kolenvuur, en later heeft Jezus op de oever bij het meer van Tiberias in hoofdstuk 21 ook een kolenvuur want die 2 gebeurtenissen hangen ten nauwste met elkaar samen Petrus; Bij dat eerste kolenvuur zul je ontdekken dat de liefde tot de meester niet genoeg is! Wat je ook nodig hebt is de kracht en dat is de kracht van de Heilige Geest. Liefde is niet genoeg want liefde is wel de goede aandrift maar als je niet de kracht hebt om na te komen wat je in die liefde beleeft, wat je in die liefde wil uiten dan gaat het niet goed, maar die liefde is daar; een domme liefde een dwaze liefde... Weet u laten we nu niet meteen op Petrus gaan zitten vitten want de andere discipelen zijn in geen velden of wegen te zien maar Petrus met Johannes, die een bekende van de hogepriester is, Petrus met Johannes bevinden zich in de tuin van Kajafas. Het is net als met dat bootje, weet u wel, in Mattheus 14; je kunt wel zeggen Petrus is door het water gezakt dat hebben die andere discipelen nooit meegemaakt maar dat is toch een negatieve benadering. Je kunt ook zeggen: Petrus is de enige van de discipelen die op het water gelopen heeft, dat heeft geen van de discipelen meegemaakt. Alle kinderbijbels beelden hem altijd af als hij door het water zakt maar wanneer komt er een kinderbijbel die laat zien dat hij op het water loopt? Petrus loopt op het water, geen van de discipelen deden hem na zij bleven in het veilige bootje. Hier zijn ze ook in veiligheid. Petrus is tenminste in de hof, hij is moediger dan de rest maar het is net als met dat lopen op het water, toen hij niet meer op Jezus zag ging hij er doorheen. En zo is het hier ook, er zijn mensen om hem heen die vijanden van hem zijn en Petrus is daar niet op verdacht want liefde maakt ook blind. Liefde maakt soms ook dom en dwaas, maar zijn liefde is zo groot dat hij dicht bij de Meester wil zijn. Maarja dan komen die moeilijke vragen en zeker die ene, die familie was van die man van wie hij een oor had afgeslagen, die dacht he dat is die man die het oor van mijn neef heeft afgeslagen. Nee daar is geen sprake van, het is eruit voordat je er erg in hebt, ik ken de mens niet. In andere evangelien wordt het uitvoeriger beschreven en dan horen we ook als de haan kraait dat Petrus naar buiten gaat en bittert weent. Mattheus beschrijft dat. Toen Johan Sebastiaan Bach de tekst van de Johannes Passion vertolkte stuit hij hier op dat punt waar alleen maar staat toen kraaide de haan, en hij dacht waar is die wenende Petus In het stukje waar hij afwijkt van de bijbeltekst dan haalt hij uit Mattheus die paar woorden: hij weende bitter.... Liefde is geen kracht, liefde kan heel dom zijn maar liefde is liefde. Wat zou je moeten kiezen; Een gelovigen te moeten zijn met heel veel kracht waarin de wonderbare kracht van de Heilige Geest zich majestieus manifesteert en zonder liefde Maar wat moet je met liefde als de kracht er niet is, dan ga je op je gezicht net als Petrus,arme Petrus, hij weent bitter. En we hebben gelezen net in Lukas dat de Heere Jezus hem aanzag, en dat moet Petrus door merg en been zijn gegaan, liefde tot de Meester maar dan wel in de kracht van de Meester. Liefde tot de Meester in onze eigen kracht in zo aandoenlijk mooi en zo dwaas Liefde in de kracht van de Meester dat is het geheim dat Petrus moet leren. Weet u wat ik zo mooi vind, op de dag van de opstanding als de Emmausgangers terug komen in Lukas 24 bij de overige apostelen daar zeggen ze; de Heer is waarlijk opgewekt en hij is aan Simon verschenen. Wat is dat fijngevoelig van de Heilige Geest, er staat daar zomaar even tussen de regels door dat Petrus op de dag van de opstanding blijkbaar een afzonderlijke ontmoeting met de Heere Jezus heeft gehad. Paulus verteld ons dat ook in 1 Korinthe 15; Simon is een van degene aan wie Jezus is verschenen. Wat zou daar besproken zijn? Nou dat gaat ons helemaal niets aan. Als u een keer op u gezicht gaat en u moet het in orde maken met Jezus, gaat dat ons ook niets aan wat er tussen u en Jezus is besproken. Dat is het geheim van de binnenkamer, dat is het geheim van de verborgen omgang met de meester. Als je maar weet dat je altijd mag terug keren Vandaag vroeg ik aan mijn studente; Hoe komt het dat als mensen hun zonde belijden dat ze toch niet simpelweg geloven wat er in 1 Johannes 1 vers 9 staat; als we onze zonde belijden dat God is getrouw en rechtvaardig om onze zonde te vergeven. Toen kreeg ik 3 goede antwoorden, en een daarvan was Als je elke keer weer diezelfde zonde doet dan denk je zie je dat kan niet, Hij kan mij niet vergeven, ik krijg zeker vandaag vergeving en morgen doe ik het weer... Ja maar dacht u dat degene die ons heeft geleerd dat wij 7 maal 70 moeten vergeven dat Hij dat niet zou doen. Ik zeg niet dat je je zonde moet belijden met het plan in je achterhoofd om de volgende dag alweer te gaan zondigen Wie zijn zonde belijd EN laat zal barmhartigheid geschieden zegt Spreuken 28 vers 13. Maar als het weer mis gaat kun je weer bij hem terecht. Heel veel mensen hebben een verkeerd beeld van God omdat ze een verkeerd vaderbeeld hebben, omdat hun eigen ouders het niet zo deden. Die maakte het erg zwaar als ze weer in de zelfde fout waren gegaan om te vergeven. En onbewust meten kinderen aan de manier waarop hun ouders omgaan met zulke dingen, hoe God in de hemel is. Wat zijn we daarin vaak slechte voorbeelden. Hoort u het goed, je mag nooit lichtvaardig zondigen, je mag nooit zeggen zoals Paulus het citeert; laten we dan maar des te meer zondigen dan kan God des te meer genade betonen, dat is een volkomen verwerpelijke houding. Maar als het gebeurt, kun je altijd bij Jezus terecht, en dat is een zaak tussen u en Jezus. Als de liefde tot de Meester faalt kun je altijd weer terug komen. Er is geen ontslag, er is geen wet die zegt als je het zovaak fout hebt gedaan dan is er een ontslag procedure die in werking wordt gezet, dan ga je eruit. Als je een echt discipel van Jezus bent dan kun je niet ontslagen worden maar het moet wel worden uitgepraat. En dat is een zaak tussen Jezus en jou. MAAR het is niet alleen een zaak tussen Jezus en jou. Petrus had de andere erin betrokken, Petrus had niet alleen maar gezegd; ik ben bereid om voor U te sterven, Petrus had gezegd; al zouden ze U allemaal in de steek laten IK NIET!!! Weet u wat dat betekent? Dat betekent dat als het erop aankomt ben ik beter dan die anderen. Want die andere, dat stelletje dat zie ik er nog wel voor aan om U in de steek te laten, ik niet! De zonde van Petrus was niet alleen een zaak tussen Jezus en hem. Het was een zaak die ook de andere discipelen aanging en dat is vaak zo met zonde. In de gemeentelijke tucht, in de kerkelijke tucht moet je die tucht binnen een zo klein mogelijke kring houden, je moet die zonde niet aan de grote klok hangen. Maar dit moet wel gebeuren als het een zonde is die de hele gemeenschap raakt. Als iemand aan de kassa heeft gezeten met z'n vingers dan is dat iets wat de gehele gemeenschap aangaat. Niet alleen maar het geld van een persoon. Dat is maar een simpel voorbeeld. De zonde van Petrus betekende ook dat hij hersteld moest worden in de kring van de discipelen. Maar wat doet de Heere Jezus dat mooi Weet je liefde van de Meester maar ook liefde tot de Meester die in ons werkzaam is kun je ook vaak meten aan de manier waarop we kerkelijke tucht toepassen. Al zou ik niets van uw gemeente weten dan zou ik toch soms maar 1 of 2 vragen te hoeven stellen om een idee te krijgen van het geestelijke gewicht van uw gemeente en u kunt dat ook van mijn gemeente zo opvragen. Het geldt voor elke gemeente. Er zijn een paar dingen die je zou kunnen vragen. Ik zal een paar voorbeelden geven. Ik zou in eerste plaats niet vragen hoe denderend er gepreekt wordt, want dat zegt niets over die gemeente, dat zegt hoogstens iets over die paar voorgangers. Ik zou vragen; 'hoeveel mensen in de gemeente bezoeken de gebedssamenkomsten?' Dat zou ik vragen. Oei ... Er zijn verschillende dingen je zou kunnen vragen, maar één van de dingen die ik ook graag zou willen weten is; 'hoe gaat het met de tucht?' Hoe streng zijn ze daarin, of laten ze alleen maar over zich lopen omdat je er 'vandaag de dag toch niets meer over kunt zeggen'. Maar als ze het toepassen, hoe hartvochtig gebeurt het? Is er de liefde van de Meester? Is daar de toepassing van Galaten 6:1. Broeders, zelfs indien iemand op een overtreding betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt (eerste voorwaarde), hem terecht in een geest van zachtmoedigheid(tweede voorwaarde), ziende op uzelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen (derde voorwaarde). Een heleboel mensen die kerkelijke tucht moeten uitoefenen, vrees ik, komen aan die tucht helemaal niet toe omdat ze niet aan die drie voorwaarden van Galaten 6:1 voldoen. Daardoor zijn ze bij voorbaat al gediskwalificeerd om tucht uit te oefenen en toch is die tucht nodig. Hoe doet de Heere Jezus dat? In de eerste plaats zorgt Hij voor een goede ambiance, er is weer een kolenvuur. Oh, oh, Petrus, weet je het nog? Zo'n flits van herinnering. Kolenvuur, oh jongens, kolenvuur. Eigenlijk moet ik het nog eerder vertellen. U weet hoe dat gaat hé? Dat is het grote verschil tussen Petrus en Johannes. Petrus is altijd haantje de voorste, maar Johannes heeft dingen sneller door. Dat is een groot verschil. Ze zien daar een vreemdeling aan de oever staan. En die vreemdeling zegt niet; 'ik wil wel eens even met jullie praten, vooral met die ene daar ...' Hij zegt; 'kinderkens, hebben jullie ook iets te eten?' En Johannes zegt het 'het is de Heer'. En Petrus springt het water in. Dat is ondenkbaar dat dat andersom is. Als je je Johannes een beetje kent dan weet je dat hij ziet het. Maar als je het een beetje weet dat Petrus degene is die het water in springt. Je ziet het later als ze naar het graf van de Heere Jezus toe moeten lopen. Dat is zo apart. Johannes ziet het het eerst dat het graf leeg is. Misschien is die jonger, misschien kon die harder lopen. Maar hij gaat niet naar binnen. Petrus komt eraan en stuift zo door. Wat is het heerlijk in een gemeente, weet u dat, het is zo kostbaar. Stel u voor een gemeente met allemaal kopieen van mijzelf. Het zou de meest vreselijke gemeente zijn van heel Nederland. Maar een gemeente met allemaal kopieen van u trouwens ook. Die verscheidenheid is zo kostbaar, je hebt een gemeente nodig met Johannes erin en met Petrussen erin. En wat doet de Heere Jezus dat lieflijk. 'Heeft u nog iets te eten?' En dan komen ze met die 153 vissen aan de wal en dan heeft de Heere Jezus al lang vis liggen op dat kolenvuurtje. Heeft u wel eens gezien? De Heere Jezus had ze helemaal niet nodig. Helemaal niet nodig. Hij heeft u ook niet nodig, mij ook niet nodig. Dat denkt u wel. Mijn vrouw zei het vandaag nog aan tafel hoe de Heer ooit tot haar gesproken had. 'Ik wil je graag gebruiken, maar ik heb je niet nodig'. Hoort u dat? De Heer wil u ook graag gebruiken, maar Hij heeft u niet nodig. Hij heeft mij ook niet nodig. En ze komen daar met 153 vissen, precies uitgeteld. En Jezus heeft daar een kolenvuur, en wat ligt daarop? Vis. Maar daar gaat het nu niet om, ze eten samen. En hoe zou u dit nou aanpakken, als u nou in de schoenen van Jezus stond. Hoe zou u dat nu aanpakken om Petrus recht te zetten, niet alleen maar een verhouding tussen Petrus en de Heer, dat is al uitgesproken. Dat is al gebeurt op de dag van de opstanding. Maar nu in de grotere kring, hoe gaat u dat rechtzetten. Hoe zou u het aanpakken? Neem niet, dat wordt wel eens gezegd, 'ja, dat is een zaak tussen mij en de Heer, dat heb ik allang opgelost'. Nee, als uw zonde de gemeenschap raakt moet het ook in de gemeenschap in orde worden gemaakt. Wat je helaas in bijna geen enkele vertaling ziet is dat hier twee werkwoorden gebruikt worden; 'lief hebben' en 'houden van'. Het één is het hogere werkwoord (agapè – liefhebben) de andere is het gewonere woord (filia – vriendschap). Houden van. De Heere Jezus begint met liefhebben en Petrus antwoord met het simpele 'houden van'. En de derde keer neemt Jezus dat over. Het gaat zo; 'Petrus', eigenlijk zegt Hij niet Petrus, want Petrus gedraagt zich hier weinig als een rots. Z'n oude naam; Simon, zoon van Johannes. Is het eigenlijk wel waar je dat mij meer lief hebt dan die anderen? Dat heb je toch gezegd? Petrus ziet het helemaal voor zich; hij weet het, hij heeft het gezegd. De Heere Jezus herinnert hem er niet aan, je moet het tussen neus en lippen door begrijpen, is het waar Petrus dat je mij meer liefhebt dan die andere? Is hier iemand in de kerk vanavond die kan zeggen; 'nou, als het om liefde tot de Meester gaan dan kunnen ze er allemaal een puntje aan zuigen wat mij betreft'. Zou iemand even willen opstaan als voorbeeld voor de rest van de Waddinxveners. Wie zou dat van zichzelf zeggen? Petrus wat een dwaasheid. Is het waar Petrus dat jij mij meer liefhebt dan die andere? Petrus moet heel diep gaan. En hij antwoord alleen maar met dit woord; 'Heere Jezus, U weet dat ik van U houdt.' Niet alleen maar 'ik houd van U', maar U weet het Heer. Daar zit in van 'ik heb het niet duidelijk laten zien, maar gelukkig, U kent mijn hart.' Petrus gaat heel diep, en wat gebeurt er nou? Dan zegt de Heere Jezus; 'weidt mijn lammeren'. Hij krijgt de nobelste, de hoogste, de edelste opdracht. Op dit moment. Als hij door z'n knieen gaat. Als hij figuurlijk in het stof ligt. Ben je werkelijk zo geweldig Petrus? Heb je Mij meer lief dan die anderen? En als hij daar in het stof ligt dan richt Jezus hem op. Net als in Lukas 5; 'ga uit van mij Heer, ik ben een zondig mens'. 'Nee, ik maak van jou een visser van mensen'. Weet je hoe mensen geroepen worden? En dat geldt niet alleen maar voor dominees. Elke christen heeft z'n eigen roepingstaak te vervullen. Een roeping is iets dat eigen is aan elke christelijke bediening. En elke gelovige hoort zijn christelijke bediening te hebben. En bij elke christelijke bediening begint het zo; een roeping. Een roeping in het stof, dat wil zeggen in je eigen nietigheid, van je eigen onwaardigheid, van je eigen geringheid. Als je heel diep bent, dan richt Hij je geweldig op; weidt mijn lammeren.

Even een kleine opmerking tussendoor lieve mensen. Er staat nergens hier 'hoedt mijn lammeren'. Dat denken wij altijd, want jongen mensen moet gehoed worden. We moeten vooral opletten dat ze niet scheef gaan, met de stok tegenhouden dat ze bij de kudde blijven. Maar dat staat wel van de schapen 'hoedt mijn schapen'. Van de lammeren staat 'weidt ze' - ' geef ze te eten'. De jongeren in uw gemeente hebben niet in de eerste plaats een stok nodig, ze hebben een bord eten nodig. Wie gaat ze dat geven? Zo veel mensen klagen erover dat het zo moeilijk is om de jongeren in het gareel te houden. Ze hoeven helemaal niet in het gareel gehouden te worden (ik overdrijf een beetje). Je moet ze te eten geven – doe je dat wel? Geef je ze echt te eten? Ik vraag niet of je ze allemaal leerlingen in hun hoofd pompt. Geef je ze voedsel? Dat voedsel is de Heere Jezus zelf. Dat is de opdracht. 'Weidt mijn lammeren' en dan 'hoedt mijn schapen' en 'weidt mijn schapen'. Dat is zomaar even tussendoor.

Nu komt de tweede vraag van de Heere Jezus, die is nog moeilijker. OK, Petrus, ik zal je niet meer vergelijken met die anderen. Ik vraag heel in het algemeen, heb jij mij lief? Laat die vraag eens tot u doordringen lieve broeder, lieve zuster. Heb je Hem lief? Ik vraag niet of je wel bekeerd ben. Ik vraag niet of je wel geloofd. Ik vraag niet of je wel al je godsdienstige verplichtingen vervuld. Zo heerlijk he, het wetticisme is zo'n heerlijk muurtje waar je je achter kan verstoppen. Als je nu maar dit en dat doet dan is God heel tevreden over jou. Maar Hij vraagt vanavond heel wat anders. Hij vraagt helemaal niet naar alles wat u doet. Hij vraagt; 'zeg eens heel eerlijk, houd je van mij? Heb je mij lief?' Natuurlijk blijkt dat ook uit de dingen die je voor Hem doet. Liefde is toch niet alleen maar doen? Liefde is een houding. Liefde is vertrouwelijkheid. Liefde is overgave. Liefde is intimiteit. Liefde is jezelf wegcijferen voor de ander. 'Petrus, heb jij mij lief?' En Petrus zegt; 'ja Heer, U weet dat ik van U houdt'. Voor de tweede keer neemt hij dat woord van de Heere Jezus niet in zijn mond. Hij neemt het zwakkere woord. En Petrus werd bedroefd, nee dat is bij de derde keer. Bij de tweede keer zegt hij 'ja Heer, U weet dat ik van U houdt'. Waarop Jezus zegt 'hoedt mijn schapen'. En dan gaat de Heere Jezus nog een stap dieper. Hij zegt; 'goed Petrus, ik zal dat hoge woord niet in mijn mond nemen – agapè. Ik zal jouw woord overnemen. En ik stel je voor de derde keer de vraag. Hou je eigenlijk wel van me?' Petrus werd bedroefd, dat de Heere Jezus dat voor de derde keer vroeg. Weet u, ik zou zo graag willen ik die vraag niet zou hoeven te beantwoorden. Dat ik de Heer zou kunnen wijzen op al die boeken die ik geschreven heb ... 'ho, ho, dat interesseert mij niet. Houd je van mij?' 'Maar Heer, ik mag zoveel keer per week preken.' 'Maar dat vraag ik helemaal niet, hou je van Mij?' Want al dat preken van jou kan ook zijn omdat je zoveel van jezelf houdt. Hou je van mij? En al die boekenschrijverij kan ook een intense behoefte zijn van binnenuit om jezelf te profileren. Maar hou je van mij? Waarvoor doe je de dingen? Petrus werd bedroefd. En ik word ook wel eens bedroefd. En ik ben al een stuk verder dan Petrus omdat ik de Heilige Geest mag hebben. Maar als de Heer ook heel indringend tegen mij zegt 'hou je van mij'. Dan denk ik ook van 'ja, vaak is het slecht aan mij te zien'. Dan zeg ik net als Petrus 'Heer, U kijkt tot op de bodem van mijn hart, U weet alle dingen'. U weet, ik laat het niet altijd merken en niet altijd genoeg merken, maar U weet, U weet dat ik van U houd.' En dan zegt de Heere Jezus 'weidt mijn schapen'. Hij steekt hem zo de lucht in. Een paar weken geleden was ik in de Sint Pieter in Rome. Daar staat het met koeien van letters. Deze geweldige opdracht van Petrus die hij gekregen heeft. Want het is de Sint Pieter ... Maar die vraag heb ik daar niet gezien, misschien heb ik niet goed opgelet het staat ook in het Latijn, Deze vraag die er aan vooraf ging toen Hij hem deze geweldige opdracht gaf: "Petrus hou je van me?" Er zijn heel wat vragen die wij liever horen lieve mensen. Ik heb het wel eens eerder gezegd in deze avonden, wetticisme daar zijn we goed in. Elkaar op leggen regels en geboden. Want wetticisme is vaak alleen maar een doekje voor het bloeden. Is alleen maar een maskering voor een gebrek aan geestelijke substantie. Het is in de intimiteit van de opperzaal dat Jezus zegt:" Wie mij lief heeft die bewaart Mijn geboden, maar dat is geen wetticisme, dat blijkt al heel simpel uit het feit dat de Here Jezus terwijl Hij zo vaak spreekt over Zijn geboden geen een keer vertelt wat die geboden in houden. Hadden we toch wel graag willen weten, maar dat is onze wettische houding, geen houding van liefde maar van plicht. Heer zeg het maar, wat zijn de geboden, en we doen het. U geeft maar een lijstje en dan zorgen wij dat we dat voor elkaar brengen maar Hij doet het geen een keer. Hij zegt onderhoud Mijn geboden maar Hij zegt niet wat dat is. En voor de liefde is dat ook helemaal niet nodig. Wie Mij lief heeft, wie Mijn geboden heeft en ze bewaart, niet alleen maar bewaart maar wie ze heeft en wie ze kent, die is het die Mij lief heeft. Geboden zijn niet een lijstje van verplichtingen die voor ons allemaal hetzelfde zijn. Liefde betekend: Alles voor de meester over hebben, niets voor jezelf achter houden, totale toewijding, totale overgave, waarom? Omdat Hij mij lief heeft, zich totaal aan mij heeft toegewijd, zich totaal voor mij heeft overgegeven. Hij heeft alles, alles, alles weggecijferd voor mij. In gehoorzaamheid aan de Vader. En nou zegt Hij Als je mij wil liefhebben moet je hetzelfde doen.

Tweemaal lezen we daar in de opperzaal over, discipelschap. De ene keer is het. Weet je hoe alle mensen zullen zien dat jullie discipelen van Mij zijn? Omdat we zo trouw U gehoorzamen Heer, Nee als jullie liefde hebben voor elkaar. Aan de liefde zullen jullie herkend worden dat jullie discipelen van Mij zijn. Aan de liefde. De liefde voor mij, maar die liefde voor Mij daar kun je heel vroom over praten. En in de brief van Johannes zie je dat nog veel duidelijker, als je wil bewijzen dat je Jezus lief hebt weet je wat je dan moet doen? Dan moet je je mede broeders en zusters liefhebben, je mede mensen liefhebben. Johannes is daar heel duidelijk over in zijn brieven, je kunt Jezus niet liefhebben als je je broeders niet lief hebt. En sommige mensen stellen zich zo arrogant op, die willen ook eigenlijk met hun broeders niks te maken hebben, ze staan helemaal op zich zelf, ze kennen niet de gemeenschap met Gods volk, ze geven er ook niet om, maar willen zich wel voordoen als mensen die Jezus lief hebben. Maar Jezus prikt daar zo door heen, dat bestaat niet. Als Hij dan eindelijk zegt wat Zijn gebod is dan blijkt het een samenvatting van de hele wet van God te zijn. Van alle geboden. Het is het ene, leef uit de liefde, de liefde voor Hem, die zich heel concreet uit in de liefde tot je mede broeders en zusters en vandaar ook de liefde tot alle naasten om je heen. Dat is de liefde. En de tweede keer dat Hij zegt:"Jullie zijn Mijn discipelen" is in Hoofdstuk 15 vers 8. Hierin word Mijn Vader verheerlijkt, dat jullie veel vrucht dragen en zo zullen jullie laten zien dat jullie Mijn discipelen zijn. Vrucht die voortvloeit uit de levende verbinding met de meester.

Als u wetticistisch bent, maar dat zegt u nooit van u zelf, dat zegt nooit iemand van zich zelf, zoals ook niemand zegt "ik hoor bij een sekte". En niemand zeg ik heb geen gevoel voor humor, dat zijn gewoon dingen die zeg je niet van je zelf. Zo zegt ook niemand "ik ben wettisch". Maar daarom bent u het soms wel. Sommige van u zijn dat heel vaak. Als u wettisch bent dan bewijst u alleen maar dat u een huurling bent. U bent als de verloren zoon, die zegt onderweg "als ik bij de vader ben zal ik zeggen maak mij tot een van uw huurlingen". En als de vader hem in zijn armen drukt, en hem tegen zich aan perst dan krijgt hij er nog net uit "vader ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u" maar dat andere niet. De oudste zoon, dat is een huurling. Die zegt "ik heb u mijn hele leven trouw gediend". En dan gebruikt hij het woord en dat betekend als slaaf dienen, maar u heb mij nog nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden vrolijk te zijn. Zie je hij neemt de positie van een slaaf in. Hij wil niet vrolijk zijn met zijn vader maar met zijn vrienden. Maar hij gedraagt zich als een slaaf, hij is een huurling, hij kent de vader niet, hij kent het hart van de vader niet hij weet niets van liefde. Hij weet alleen maar van plichtsbesef en verantwoordelijkheids gevoel.

Er lopen heel wat van die christenen rond in Nederland. Plichtsbesef. Verantwoordelijkheids gevoel. Ze gedragen zich als huurlingen. De kerken en gemeenten zitten vol van huurlingen. Ze willen Jezus graag dienen als een slaaf. En ze zouden helemaal in de war raken. Sommige van u vanavond misschien ook wel als je ze vanavond zou vragen "hou je eigenlijk van Jezus?" Dat vinden ze maar een rare vraag, dat vinden ze bijna een onfatsoenlijke vraag want ze dienen Hem toch zo trouw als huurling. Als de vader zijn armen stijf om de jongen heen geslagen heeft, krijgt hij dat er niet meer uit, want zo gaat zijn vader niet met huurlingen om. Lees het maar, hij is van plan om het te zeggen maar hij zegt het niet. Hij wordt een zoon van de vader. Gods verborgen omgang is niet voor een slaaf. De Here Jezus zegt in Johannes 15 als jullie slaven waren dan zou ik niks uitleggen dan zou ik gewoon zeggen" je moet dit doen en je moet dat doen". En als een slaaf zou zeggen waarom? Dan zegt 'ie daar heb je niks mee te maken, je bent een slaaf, je heb alleen maar te doen wat ik tegen je zeg. Maar Hij zegt:"jullie zijn Mijn vrienden". Het heil geheim wordt aan Zijn vrinden naar Zijn vree verbond getoond. En vrinden komt van hetzelfde woord filia, liefhebbers. Jezus zegt|"jullie zijn Mijn liefhebbers". Geen huurlingen, geen wetticistisch gedrag. Liefde, Intimiteit! De discipel gaat achter Jezus aan. Omdat hij, mag ik het zo zeggen, omdat hij dol is op Jezus. Die plicht gaat helemaal naar de achtergrond. Hij doet niks meer uit plicht, hij doet alles uit liefde. Dein wunsch ist mir ein befehl dat is een Duits gezegde. Uw wens Heer, U hoeft maar te wensen, en dat is voor mij een bevel. Geef mij een lijstje met geboden, dat is het gedrag van de farizeeën. Dat zou u wel willen, een lijstje met geboden en dat trouw volbrengen en alles wat niet op dat lijstje staat daar kunt u dan lekker uw eigen gang in gaan, ook dat is allemaal gebrek aan liefde voor de Meester. De Meester zegt niks over Zijn geboden, Hij geeft ze niet, Hij weigert het. Ge heb maar een gebod en dat is het gebod van de liefde, daar zit alles in. Hij zegt:"Het enige dat ik van je vraag is je onvoorwaardelijke totale liefde. En je moet Mij zelfs meer lief hebben dan je man je vrouw je kinderen en je ouders dan alles". Ik vraag je totale onvoorwaardelijke liefde, dat is het enige gebod. Houdt u van de Meester?

Laten we samen gaan bidden:

Here Jezus het gaat ons door merg en been als U dat zo aan ons zou vragen. Je bent wel zo ijverig en je doet wel zo goed je best en je sloof je zo uit en je bent een goede huurling, maar hou je eigenlijk wel van Mij? Dat is een vraag die ons een beetje terneer slaat Heer. Want we zijn er heel goed in om te presteren, we willen graag wel doen, we willen wel van alles ondernemen en onze handen uit de mouwen steken en we rennen ons rot. En dan ineens zet U ons stil in een opperzaal of bij een vuurtje op het strand. En dan zegt U kom eens even hier rustig zitten. Zoals U het zegt Here Jezus, kom hier en ruste weinig. Tegen die opgewonden discipelen die zo vol waren van alles wat ze gepresteerd hadden. Kom eens even rustig zitten. En ruste weinig. En laten we het eens over deze vraag hebben:"Hou je van Me?". Here Jezus zo stelt U het aan een ieder van ons vanavond. Een ieder van ons. Hou je eigenlijk van Me? Wat beteken ik voor jou?. Je doet wel zo je best maar, het hoeft helemaal niet. Je hoeft helemaal niet je best te doen voor Mij. Je hoeft je niet uit te sloven. Ik wil gewoon dat je van Me houd. Zoals Ik zo ontzettend veel van jou houd. Dank u wel Here Jezus voor die moeilijke boodschap, die hadden we net vanavond nodig, ik tenminste wel. Heer dat U zo met ons bezig bent, en dat U tot ons vanavond die vraag richt. Heer help ons dat die vraag niet aan ons voorbij gaat, maar in ons hart mag inslaan. En dan mag uitwerken al wat U behaagt. Dank U Heer en we prijzen Uw naam. Amen.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?