Hart voor Waddinxveen


(3) Lezing gehouden op 5 november 2010 over "Jezus en de traditie (I)" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zondag, 06 februari 2011 16:19

Ik lees uit de Telosvertaling vanaf Mattheüs 5: 21. "U hebt gehoord dat tot de ouden gezegd is: U zult niet doden en wie doodt zal vallen aan het gericht. Maar Ik zeg u dat ieder die ten onrechte op zijn broeder toornig is, zal vervallen aan het gericht en wie tot zijn broeder zegt: Raka! (dat betekent leeghoofd of nietsnut) zal vervallen aan de Raad en wie zegt: Dwaas! zal vervallen aan de hel van het vuur. Wanneer u dan u gaven offert op het altaar en u daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, laat daar uw gave voor het altaar en ga eerst heen. Verzoen u met uw broeder en kom dan en offer uw gave. Wees spoedig welgezind jegens uw tegenpartij terwijl u met hem onderweg bent opdat uw tegenpartij u niet misschien aan de rechter en de rechter u aan de dienaar overlevert en u in de gevangenis geworpen wordt. Voorwaar, Ik zeg u, u zult daar geenszins uitkomen voordat u de laatste kwadrant hebt betaald. U hebt gehoord dat gezegd is: U zult geen overspel plegen maar Ik zeg u dat ieder die een vrouw aanziet om haar te begeren al overspel met haar gepleegd heeft in zijn hart. Als nu uw rechteroog u een aanleiding tot vallen is, trek het uit en werp het van u. Want het is nuttig voor u dat één van uw leden vergaat en niet uw hele lichaam in de hel wordt geworpen. En als uw rechterhand u een aanleiding tot vallen is, hak die af en werp die van u. Want het is nuttig voor u dat één van uw leden vergaat en niet uw hele lichaam naar de hel gaat. Er is ook gezegd: ieder die zijn vrouw verstoot moet haar een scheidbrief geven maar Ik zeg u dat ieder die zijn vrouw verstoot anders dan uit oorzaak van hoererij, maakt dat zij ook overspel pleegt en wie een verstotene trouwt, pleegt overspel." Tot zover lezen we uit het Woord van God.

 

We hebben de vorige maal ons beziggehouden in vers 17-20 van dit hoofdstuk met de houding van de Here Jezus tegenover de wet. En ik heb naast elkaar, niet tegenover elkaar, maar naast elkaar gesteld wat je kunt noemen de wet van Mozes en de wet van Christus. Ze overlappen heel sterk en toch zijn de verschillen ook belangrijk en die verschillen zien we juist in deze twee voorbeelden want dat zijn het. Er worden ons twee van de tien geboden voor ogen gehouden. Er komen er later nog wel meer maar dat is het gebod 'Gij zult niet doden' en het gebod 'Gij zult geen overspel plegen'. En dan zullen we zien dat ook onder de wet van Christus deze dingen niet toegestaan zijn. Dat spreekt vanzelf. Maar het gaat veel dieper dan dat. Dat wat juist zo typerend is voor de wet van Christus komt hier op een prachtige wijze tot uitdrukking. En daarbij moeten we goed kijken naar wat de Here Jezus hier precies doet. Er is immers vele malen gezegd dat Christus hier in deze gedeelten tot het eind van dit hoofdstuk kritiek zou uitoefenen op de wet van Mozes. Het is heel vaak gezegd en geschreven, zo vaak dat je het bijna gaat geloven. Maar neemt u van mij aan: het is onjuist. Het is ook ondenkbaar want het gaat bij de wet van Mozes om het geïnspireerde woord van God. Het was de Geest van Christus zelf die in de profeten sprak, lezen we in 1 Petrus 1. Het was Christus zelf die deze woorden geïnspireerd heeft door de Geest van God die ook de Geest van Christus is. Hoe zou Hij zichzelf, om zo te zeggen, kunnen tegenspreken? Wat Hij hier tegenspreekt is nooit of te nimmer de wet van Mozes maar dat wat mensen ervan gemaakt hebben. Dat kan betekenen weglatingen, dat kan betekenen toevoegingen. Dat kan ook betekenen dat de zin verdraaid is, afzwakkingen, versterkingen. De mens is een gehaaid wezen. Op vele manieren heeft hij geprobeerd, en lijkt er vaak ook in geslaagd te zijn, om schijnbaar die wet in ere te houden en in de praktijk zich daaraan te onttrekken.

Ik zal u stukje voor stukje laten zien hoe de Here Jezus hier niet de wet van Mozes tegenspreekt maar de traditie van de ouden. De ouden, hetzelfde woord als oudsten maar hier is de ouden mooi. Dat zijn alle voorgaande generaties die ons met al die tradities hebben opgezadeld. De ouden, de Here Jezus spreekt daar vaker over in Mattheüs 15 bijvoorbeeld waar het ook echt weer over de traditie gaat. De ouden, dat zijn degenen aan wie we ons spiegelen, want zij hebben het altijd zo gedaan en wie zijn wij dat wij het beter zouden weten. Dat is een ijzersterk argument van alle traditionalisten. Het eerste argument van elke traditionalist is: wie zijn wij dat wij het beter zouden weten dan zij. Of het andere argument, komt ook in deze vorm voor, als wij nu het anders willen doen dan zeggen we dat zij het verkeerd hebben gedaan. En wie zijn wij dat wij verstandiger menen te zijn dan zij want hoe verder de ouden in het verleden terugliggen, natuurlijk, des te meer worden zij vereerd en op een voetstuk geheven dus wie ben jij wel dat jij het beter meent te weten. Een ander ijzersterk argument van het traditionalisme is: verander niets, zelfs niet het kleinste beetje want als je begint te veranderen weet je niet waar je blijft. Dat is het 'waar blijven wij' argument. Als je ergens begint, je raakt op het hellende vlak. Dus liever maar helemaal niets veranderen.

Nou, dat zijn een paar krachtige argumenten van het traditionalisme maar het verandert niets aan het feit dat traditionalisme altijd verkeerd is. Traditie niet, goede tradities moet je in ere houden. Slechte tradities moet je afschaffen. Het traditionalisme maakt echter dat onderscheid niet. Het handhaaft alle tradities, goed of slecht. Net zoals sommige revolutionair ingestelde mensen alles overhoop willen gooien, zowel goed als slecht. Ze zijn dus met hetzelfde sop overgoten. De overeenkomst tussen die revolutionairen en die traditionalisten is dat ze geen onderscheid maken tussen goed en slecht. Tussen wat bruikbaar is, vandaag ook nog steeds bruikbaar is, en wat aan de kant moet. Maar één van de erge dingen, daar gaat het de Here Jezus om, met dat traditionalisme is: het tast het Woord van God aan. Terwijl traditionalisten altijd mensen zijn die zich er juist op laten voorstaan dat ZIJ zo heel precies dat Woord in ere houden. Want die farizeeën, dat waren wel bij uitstek traditionalisten. Dat waren ook de mensen die elke keer weer die wet wisten te omzeilen of allerlei verkeerde accenten legden, sommige dingen overbenadrukten, andere dingen weglieten, afzwakten, aandikten. En ze leken het zelf al nauwelijks in de gaten te hebben. Geen betere verdedigers van de wet dan zij. En daarom is het zo ontzettend belangrijk wat hier gebeurt. Want vandaag aan de dag heten de traditionalisten geen farizeeër meer of soms worden ze nog wel zo genoemd. En je mag wel zeggen er zit in ons allen een klein farizeeërtje verborgen. Er zit ook een klein revolutionairtje in ons allemaal verborgen. En de ene keer steekt de één de kop op en de andere keer de ander de kop op en ik zou u willen voorstellen dat u ze allebei probeert te bedwingen en ze als ze de kop opsteken, terugjaagt in hun hok. Want beide richten veel schade aan onder Gods volk. Dat was toen al zo en dat is nu. Maar waar het ons nu omgaat is dat de Here Jezus de toevoegingen en weglatingen en afzwakkingen enzovoort en scheve interpretaties van de traditionalisten aanpakt. Ik zal u dat direct laten zien.

Eén van de manieren waarop de wet wordt afgezwakt is dat schijnbaar het gebod wel wordt gehandhaafd maar dat bijvoorbeeld de straf veel geringer wordt gemaakt. Dat betekent dat men de ernst van het gebod niet zo inziet meer. Men zegt, ja nee, we handhaven het gebod maar de straf wordt sterk verminderd. In andere gevallen gebeurt het omgekeerde en wordt de straf juist overdreven groot gemaakt. Want alle traditionalisten hebben hun stokpaardjes. Kenmerkend is dat ze allemaal op bepaalde tradities ENORME nadruk leggen en alles wat NIET op het lijstje staat - eigenlijk is traditionalisme hetzelfde als wetticisme in dit geval - alles wat niet op het lijstje staat dat is dan volkomen vrij. Ja, bijvoorbeeld televisie verbieden, sigaren roken niet. Ik zei vorige keer al, sigaren roken is schadelijker in het algemeen dan goede televisieprogramma's. Goede sigaren zijn schadelijker dan goede televisieprogramma's. Om het even eerlijk met elkaar te vergelijken. Nou, laten we maar gaan kijken naar een voorbeeld dan zien we het vanzelf en misschien moet ik het belangrijkste nog noemen en dan ga ik daarna die principes toepassen. Wat de Here Jezus elke keer ook doet is die negatieve geboden omdraaien in hun positieve tegendeel. Ik heb u daar de vorige keer al wat voorbeelden van gegeven en nu moeten we dat nader gaan bezien. Want u weet het, van de tien geboden zijn er maar twee GEboden. Acht zijn VERboden. Dat is heel wat anders. Dus u leert vanavond iets heel nieuws. Er zijn geen tien geboden maar slechts twee. En er zijn acht VERboden. Dat is typisch voor een volk dat zichzelf nog niet kent; dat bij de Sinaï driemaal gezegd heeft 'alles wat de Here gesproken heeft dat zullen we doen. Met een zodanig gebrek aan zelfkennis is er nauwelijks ruimte om het positieve bij hen aan te wakkeren. En moet het ergste kwaad bedwongen worden door vooral te zeggen wat niet mag. Gij zult niet, gij zult niet. En de Here Jezus, Zijn Thora, Zijn wet, de wet van Christus is geheel en al positief. Want ik heb u gezegd, die richt zich tot vernieuwde mensen, wedergeboren mensen die leven uit de kracht van de Heilige Geest. En dan gaat het vooral om in hen het goede te ontwikkelen.

Nu, laten we het maar eens toepassen op het eerste wat we hier hebben en dat is het gebod 'Gij zult niet doden'. U hebt gehoord dat tot de ouden, daar heb je ze, de vroegere generaties die het ons allemaal hebben geleerd, hoe het moet, dat tot hen gezegd is: u zult niet doden. DAT is wat de wet van Mozes zegt. Maar in één adem en dat maakt het wel een beetje ingewikkeld, dat geef ik toe, dat heeft al veel uitleggers op het verkeerde been gezet, in één adem staat erachter 'wie doodt, zal gevallen aan het gericht'. Maar dat staat helemaal zo nergens in het Oude Testament. Waarbij u hier moet bedenken dat hier van drie rechtbanken sprake is. Het gericht is eigenlijk de laagste rechtbank. In vers 22 aan het eind lezen we over de Raad, het joodse Sanhedrin, dat is de hoogste, het Hooggerechtshof, de Hoge Raad zouden wij zeggen en dan ten derde de hel van het vuur. Dus wat Mozes gezegd heeft, namens de Here God is 'Gij zult niet doden'. Wat de traditionalisten daarvan maken, die zeggen, ja doden kan natuurlijk niet, dat mag niet maar dat is een zaak die wel door de plaatselijke rechtbank kan worden afgehandeld. Daarin lieten ze zien dat zij moord niet zo ernstig zagen als de Here God dat doet. En nu zie je dat de Here Jezus aan de ene kant het gebod aanscherpt, vooral als de tegenstander het afzwakt. Hij scherpt het aan en Hij keert het om naar zijn positieve tegendeel. Dat 'Maar Ik zeg u', ik heb u al gezegd, dat gaat nooit tegen de wet van Mozes in. Dat 'Maar Ik zeg u' is gericht tegen deze verraderlijke toevoeging aan de wet. Doden mag niet, maar het kan wel afgehandeld worden door een plaatselijk gericht. En dan zie je dat de Here Jezus dat trapsgewijs opbouwt. Hij zegt, 'Ik zeg u, als je toornig bent op je broeder', en dan niet zomaar toornig want je kunt best eens terecht boos zijn op een ander. Daarom hebben latere overschrijvers hier die woorden tussen gezet 'ten onrechte'. Althans, dat vermoeden we, we weten het niet zeker of ze daar horen of niet maar het zou best kunnen zijn dat sommige latere overschrijvers die woorden er tussen gezet hebben omdat ze dachten 'ja, je kunt toch weleens boos zijn op een goede manier. Alle boosheid is toch niet verkeerd.' Hoe dan ook, het is duidelijk dat de Here Jezus het hier heeft over en verkeerde manier van boos zijn waarbij je woorden spreekt die geen pas geven zoals leeghoofd of nietsnut of dwaas. Nou zie je aan de ene kant dat de Here Jezus die verafzwakking weghaalt en het gebod zelfs aanscherpt. En dat is ontzettend belangrijk want die tien geboden die gaan nauwelijks over het innerlijk van het hart behalve het tiende gebod. Want dat zegt: Gij zult niet begeren. Dan gaat het om wat in het hart is. En sommige joodse rabbijnen hebben daar ook een heel punt van gemaakt. Die wetten gaan over onze uiterlijke gedragingen; die moeten in orde zijn; die moeten aan de wet voldoen en dat hart dat is verder niet zo belangrijk. Als je nou maar doet wat de wet zegt. Maar bij de Here Jezus is dat niet zo. Hij spreekt het hart aan. Wat Hij eigenlijk zegt is, als je misschien iemand niet doodt maar je hebt hem in je hart wel dood gewenst; je hebt wel een moorddadig hart. En dat kan zelfs al tot uitdrukking komen door lelijke scheldwoorden die de ander kapotmaken. U kent wel de uitdrukking 'reputatiemoord'. Je kunt iemands reputatie om zeep helpen. Dat is ook een vorm van moord. Karaktermoord, dat is een andere uitdrukking. Dat is ook een vorm van vermoorden waarvan de Here Jezus zegt, dat valt ook onder dat gebod. Als ik weleens vraag, wie van jullie heeft nog nooit iemand dood gewenst, krijg ik altijd buitengewoon weinig vingers de lucht in. We hebben van nature allemaal een moorddadig hart. Je komt er bij Christus niet mee klaar door te zeggen: ik heb nog nooit iemand gedood. Nou, dat neem ik aan van verreweg de meeste van u, misschien wel allemaal. Maar daar gaat het in de wet van Christus niet over. Daar redt u het niet mee. In de wet van Christus gaat erom: heb je in je hart weleens iemand gedood? Dat is dezelfde parallel als bij het zevende gebod dat hier op volgt. Heb je in je hart weleens overspel gepleegd? Zo is het hier ook: heb je in je hart weleens iemand gedood? En doden betekent hier al karaktermoord, reputatiemoord door zulke vernederende uitdrukkingen te zeggen. En de Here Jezus zegt, als je zelfs dat al doet, verval je aan het gericht. Ja, verval je zelfs aan het Hooggerechtshof, de Hoge Raad. En uiteindelijk verval je aan de hel van het vuur.

In de toepassing van die geboden ging het de Joden uitsluitend om de rechtspraak. En aardse straffen, dat is nogal logisch want mensen kunnen niet iemand naar de hel verwijzen maar God kan dat wel. Joden hielden zich bezig met de vraag: wat voor rechtbanken moeten die dingen afhandelen en wat voor straffen moeten hierop komen? Dat betekent uiteindelijk, zoals het onder het verbond van Noach al gezegd was: wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden. Maar dat is wat aardse overheden kunnen doen. Ze kunnen iemand het leven nemen maar dat is alleen maar iets wat betrekking heeft op de lichamelijke dood. In de wet van Christus gaat het om de eeuwige dood. Gaat het er niet alleen maar om of je op aarde de doodstraf verdiend hebt maar gaat het uiteindelijk om het eeuwige vuur van de hel. Ziet u, dus aan de ene kant, het gebod wordt aangescherpt op twee manieren. Het wordt aangescherpt doordat het niet alleen maar gaat over moord maar ook over moorddadige gedachten en het wordt aangescherpt doordat het niet alleen maar gaat over een plaatselijke rechtbank maar over het hooggerechtshof. Ja, over de hel van het vuur. Maar dan draait de Here Jezus het om in het tegendeel. En laat ik u, voordat ik u voorhoudt wat de Here Jezus hier zegt, een voorbeeld nemen dat het nog duidelijker maakt, veel verder in het Nieuwe Testament. In 1 Johannes 3 vers 16 en 17 vindt u het zesde en het achtste gebod bij elkaar. En dat betekent heel positief: je inzetten voor de ander. Zelfs je leven voor de ander in de waagschaal stellen. Daar blijkt het gebod: gij zult niet doden ten diepste, ten hoogste te betekenen: zet je leven voor die ander in. Want als je dat niet doet en die ander zou omkomen en jij had zijn leven kunnen redden, misschien zelfs wel door jouw eigen leven in de waagschaal te stellen, dan ben je schuldig aan dit gebod. Weet u, hier zie je nou de geweldige afstand die er gaapt tussen de wet van Mozes, althans letterlijk genomen, en de wet van Christus. In feite zat die diepte ook al in de wet van Mozes maar het vereiste de Here Jezus om die diepte eruit te halen. Zoals we dat eerder gezien hebben in vers 17, die wet tot vervulling te brengen. Dat kan onder andere betekenen de hele volheid van die wet eruit te halen, aan het licht te brengen. Nou, hier heb je die volheid van die wet. Stel je leven in de waagschaal voor de ander. Je kunt het nog positiever zeggen dan gaat het niet alleen maar over doodsdreiging. Als je iemand wilt doden dan ben je gericht op het allerbelangrijkste wat iemand bezit: zijn leven. En het positieve daarbij is dat je gericht bent op het welzijn van de ander. Het zes gebod betekent dan uiteindelijk: het gericht zijn op het welzijn van de ander. En de Here Jezus geeft daarvan een heel treffend voorbeeld. Wij zouden misschien andere voorbeelden hebben genoemd, wat je allemaal niet voor goeds kunt doen voor een ander. Maar dan kom je ook meer op het terrein van het achtste gebod, gij zult niet stelen. Als je aan de ander geeft dan is dat het omgekeerde van het achtste gebod. Maar wat is het omgekeerde van het zesde gebod, gij zult niet doden. Gij zult niet doden, als je dat omdraait dan betekent dat, ik ben welgezind tegenover jou. En dat voorbeeld dat hier gebruikt wordt is heel treffend. Stel je voor, je wilt een offer brengen op het altaar. Dat gaat hier dan waarschijnlijk niet over een zondoffer dat je noodgedwongen moet brengen omdat je met je zonden in het reine moet komen bij de Here God. Nee, je wilt een blij offer brengen, een offer waarmee je de Here dient, een lofoffer, een brandoffer, een dankoffer. Jij bent blij en je wilt de Here verblijden met jouw offer. En dan ineens schiet jou iets te binnen. Jij bent wel blij en je hoopt dat de Here blij is met jouw offer, maar er is er één die is niet blij. Dat is jouw naaste, dat is je broeder. En nu zouden wij misschien denken, je hebt je broeder iets misdaan en dat moet je eerst in orde maken. Nou, dat zou ook een hele mooie toepassing zijn geweest. Als je welgezind bent tegenover je broeder dan moet je naar hem toegaan als je iets verkeerds hebt gedaan en dan moet je sorry zeggen, je moet excuses aanbieden, je moet het in orde maken met die broeder. Maar dat staat hier niet. Er staat hier, je herinnert je dat je broeder iets tegen jou heeft. Jouw broeder is niet blij met jou. Het gaat er niet om dat je per se iets misdaan hebt, misschien is het wel helemaal ten onrechte. Maar misschien dat er diep in je hart ook wel ergens het idee is: het had moeilijk anders gekund maar toch, als ik het anders gedaan had, dan was hij misschien nu happyer met mij geweest. Jammer, er is iets tussen ons in gekomen. En daarbij is het niet zo vreselijk belangrijk wie daar nou de schuld aan heeft, maar de ander is niet blij met jou. En dat moet je in orde brengen.

Luister, je moet dat natuurlijk niet overtrekken. Als ik een boek schrijf dan zijn er altijd mensen die niet zo blij zijn met wat daar staat en die laten dat ook goed weten door brieven en tegenwoordig kunnen ze hun kritiek ook op het internet spuien. Ik kan niet al die mensen aflopen om te proberen ze blij te maken. Daar gaat het trouwens ook over theologische verschillen van inzicht. Dat is heel wat anders. Dat is heel wat anders. Dat heb je ook weleens een keer bij kerkscheuringen waar het gaat over een heel diep, fundamenteel verschil van inzicht. En dan zeggen mensen weleens een keer: Laten we die twee nou in een kamertje opsluiten en we wachten net zo lang tot ze het weer goed gemaakt hebben. Dat is een volledige miskenning van het probleem, want die twee hebben geen ruzie gemaakt over dit of dat, waarvoor ze sorry hebben te zeggen. Die twee hebben een fundamenteel verschil van mening. Het kan best zijn dat ze dat op een lelijke manier naar die ander hebben geuit, dat de gesprekken op een nogal ongeestelijke manier hebben plaatsgevonden, daar kun je dan je excuses voor aanbieden. Maar de meningsverschillen blijven hetzelfde, als die theologisch van aard zijn. Een tijdje geleden waren er excuses van verschillende kanten van hersteld hervormden naar de PKN en terug, maar dat waren excuses over de manier waarop mensen met elkaar zijn omgegaan. En dat is goed, maar het diepe verschil van mening is daarmee niet weggenomen. En dat was ook niet direct de bedoeling, dat kun je ook niet wegnemen. Dat is ook geen kwestie van uitpraten. Je kunt niet mensen in een hok bij elkaar stoppen om een theologische mening uit te praten. Was dat maar zo makkelijk. We lopen al 2000 jaar lang rond met theologische meningsverschillen. Maar als je met die meningsverschillen de ander figuurlijk de hersens inslaat, dan heb je wat goed te maken. De ander heeft iets tegen jou. Hoe vaak horen we niet mensen zeggen: "Nou, als hij wat tegen me heeft dan moet hij maar bij me komen". Kent u dat? En dat lijkt ook wel een beetje logisch. Als die ander iets tegen mij heeft, nou, laat hij dat maar melden, laat hij dat maar komen vertellen. Ja, maar kijk, dat zijn de normale menselijke verhoudingen. Het klinkt wel logisch, maar wat in de wet van Christus aan de orde is dat is bovenlogisch, dat gaat het logische te boven. Dat gaat ook het natuurlijke te boven. In het natuurlijke leven is dat zo. Als je iets tegen me hebt, nou kom het maar vertellen. Nee, maar ik weet: die ander heeft iets tegen me. Dit is bovennatuurlijk. Dit is de wet van Christus. Dit is alleen wat de Geest van God kan doen. Die ander is niet blij met mij. En ik heb daar iets toe bijgedragen wellicht, ik weet niet wat maar misschien hoor ik dat als hij het mij vertelt, misschien weet ik het ook best wat het is, ik moet dat eerst in orde gaan maken. Want ik moet welgezind zijn jegens mijn broeder. Niet alleen maar door hem wat in de handen te stoppen als hij wat nodig heeft, dat is meer het achtste gebod. Maar welgezind omdat er iets tussen ons ontstaan is, er is een verwijdering. Zoals tussen Kaïn en Abel, en dat eindigde in broedermoord. Elke verwijdering kan, als die zich steeds verder verdiept, uiteindelijk uitmonden in broedermoord. Letterlijk of figuurlijk. En als je weet dat je broeder iets tegen je heeft, ga dan eerst heen, laat je gaven daar maar staan en je zegt ik kom straks terug. Ga heen en ga naar je broeder en verzoen je met hem. Wees welgezind naar mensen. Wees spoedig welgezind jegens uw tegenpartij. Dat is nog niet eens je broeder. Dat is iemand die dreigt om jou een proces aan te doen en dat doet hij ook. Zeg niet te gauw: "Wij hebben het grootste gelijk van de vismarkt". Want je kunt wel gelijk hebben, maar je kunt niet altijd gelijk krijgen. Dat is net als die man die in het ziekenhuis kwam met twee gebroken armen en twee gebroken benen en die zei: "Maar ik had voorrang". Alleen, je hebt er niet zoveel aan. Je kunt wel voorrang hebben, maar je moet het ook zien te krijgen. En zo is het ook met heel veel gelijk tussen mensen onderling. "Maar ik had wel gelijk". Weet je dat trouwens wel zo zeker? Durf je het er op te laten aankomen? Hier staat: Laat uw tegenpartij u niet misschien aan de rechter overleveren en die levert je aan de dienaar over en dan word je in de gevangenis geworpen. Die dienaar, dat is de cipier. Je wist heel zeker dat je in je gelijk stond. Maar de rechter veroordeelt jou om een flinke schuld te betalen. Hoe vaak is dat al niet gebeurd, ook onder christenen? Die zo overtuigd waren van hun gelijk en naar de rechter gingen. En die des te verbitterder werden toen de rechter de andere partij gelijk gaf en ze een grote som geld moesten betalen. Kwadrant dat is hier als een cent, dat is maar een heel klein koper muntje. Maar tot de laatste cent zou het in onze taal zijn, de NBV zal dat ook wel hebben, tot de laatste cent moet je het betalen. Wees welgezind naar die ander toe. En dat is in het algemeen zo.

Misschien zit hier wel iemand die in onmin leeft met een bepaalde broeder, of met een zuster of met een echtpaar of met een collega of wat dan ook. Misschien ben je voor jezelf ervan overtuigd dat jij gelijk hebt. Of, als we jou een beetje in de tang nemen dan geef je wel toe dat ook jij niet helemaal vlekkeloos bent in dit geding. Want wie is dat nou wel. Je kunt je ook heerlijk daarachter verschuilen, wie is nou wel vlekkeloos in zo'n meningsverschil. Maar jij hebt toch niet meer dan 10 procent schuld en de ander 90 procent schuld. Dat is natuurlijk jouw schatting, die ander denkt daar misschien anders over. Maar even afgezien daarvan. Weet je dat twistgedingen opgelost kunnen worden en opgelost zijn in het verleden, doordat degene die 10 procent schuld had naar die ander toeging om die 10 procent schuld te belijden. Dat is hondsmoeilijk. Dat is eigenlijk onmogelijk. Maar dat is het mooie van de wet van Christus, die is bovennatuurlijk. Dit kan alleen maar in de gezindheid van Christus en dat kan alleen maar in de kracht van de Heilige Geest. Naar iemand toegaan en zeggen: "Ik ben fout geweest". Weet je, een van de redenen dat we dat niet graag doen is dat die ander zegt: "Zie je wel, dat heb ik nou de hele tijd gezegd. Het is goed dat je je excuses komt aanbieden en nou kun je vertrekken". En je denkt: "Verdraaid, maar dat was niet de bedoeling. Ouweneel had gezegd dan gaat die ander vanzelf zijn 90 procent wel belijden". Ik kan u dat niet beloven. Wat ik u wel kan beloven is een stukje vrede in je hart. Je hebt eraan gedaan wat je kon doen. Door jouw 10 procent te belijden. Maar je zult ook, niet altijd maar in veel gevallen merken dat dat die ander enorm kan helpen om zijn 90 procent, die trouwens misschien maar 60 of 40 procent zijn, om dat stukje ook te belijden. Daardoor komen mensen tot elkaar. Daardoor worden mensen welgezind. Dat had u nooit gezocht achter het zesde gebod, hè. Maar dat is juist het bijzondere. In de wet van Christus, wat allemaal al in die wet van Mozes erin zat als in een grabbelton, alleen het was er nog nooit zo uitgekomen. Het zat er verstopt. Het zat als het ware in een kern verstopt en hier begint het open te bloeien. In de wet van Christus komt die hele wet van Mozes tot bloei, gaat openbreken.

Nou, in het volgende heb je iets dergelijks. Het is hetzelfde principe. "U hebt gehoord, u zult geen overspel plegen. Maar ik zeg u," en nou zegt u, zie je wel, nou gaat Hij toch echt de wet van Mozes tegenspreken. Voordat ik het vergeet, in veel vertalingen staat: "Gij zult niet echtbreken". En dat is op zichzelf niet verkeerd, als je maar goed begrijpt wat dat betekent. Het betekent namelijk niet wat je denkt dat het betekent. Ik merk dat heel veel mensen denken, omdat ze het woord echtbreuk niet begrijpen, dat dat betekent je mag niet echtscheiden. Nou zijn er een heleboel goede redenen om dat niet te doen, maar dat is hier het onderwerp niet. Echtbreuk is niet hetzelfde als echtscheiding. Echtscheiding daarmee verbreek je de echt, vandaar dat misverstand. Echtbreuk betekent overspel. Echtbreuk betekent seksueel verkeer met iemand met wie je niet getrouwd bent. En dat is wat hier gezegd wordt. En, onze vaderen hebben al terecht gezegd, in dit gebod wordt natuurlijk alle seksuele zonde veroordeeld. Dat spreekt vanzelf. Maar het gaat hier heel speciaal over overspel. Want overspel is niet alleen maar een zonde op zich, omdat het betekent geslachtsverkeer tussen mensen die niet met elkaar getrouwd zijn. Maar er is ook een derde partij in het geding. Oorspronkelijk was dat anders. Ik bedoel in deze zin, toen de tien geboden werden gegeven was de benadeelde partij, als jij gemeenschap had met de vrouw van een ander dan was de benadeelde partij de man van die vrouw. Dat is heel merkwaardig. Dat hoorde ook bij de cultuur van toen. God komt toch heel vaak op zijn hurken zitten bij mensen in de culturele context waarin zij verkeren. Het allerbelangrijkste als je overspel pleegt, als je met de vrouw van een ander naar bed ging, was de oneer die je daarmee de man van die vrouw aandeed. Vrouwen stonden nog niet zo hoog genoteerd. En dat moet je de Here God niet aanrekenen, want Zijn wet staat altijd een stuk boven de cultuur van toen. Maar vandaag is die wet van Christus niet hetzelfde. Je kunt elke zondag wel voorlezen "uw vrouw, uw os en uw ezel", maar eigenlijk kan dat niet meer. Wij kunnen vandaag niet meer voorlezen alsof uw vrouw, uw os en uw ezel op een en dezelfde lijn staan, zoals het in het tiende gebod staat. Gij zult niet begeren uws naasten vrouw, uws naasten os en uws naasten ezel en uws naasten jaguar en vul maar in. De vrouw hoort niet in dat rijtje thuis. Wel in de dagen van de Sinaï. Toen er zomaar vrijelijk over vrouwen beschikt kon worden was dit een stuk bescherming van de vrouw. Maar het was niet in de eerste plaats op die vrouw gericht. Doe dat je naaste niet aan, daar ging het om. Blijf met je vingers af van dat wat van je naaste is. En die vrouw is van je naaste, net als zijn auto, net als zijn os en net als zijn ezel. Blijf daar van af, om die man. En dan zie je al in het Oude Testament geleidelijk dat dat gaat veranderen. En als je in het boek Maleachi aankomt dan is de toon heel anders. Dan ben je van Exodus helemaal aan het eind van het Oude Testament gekomen. Want wij zouden vandaag helemaal niet zeggen, als je overspel pleegt dan doe je vooral de man van die vrouw zoveel oneer aan. Het allereerste waarom je je moet bekommeren is wat je je eigen vrouw aandoet. Nou, die was in de dagen van de Sinaï totaal niet in beeld. Nergens in de wet van Mozes bekommert iemand zich om de vraag wat die vrouw daar van vond. Integendeel, mannen namen er makkelijk een vrouw bij en soms zei die vrouw zelf, als ze kinderloos was, neem toch mijn slavin. Zo ging dat allemaal. Het waren bijna gebruiksartikelen. Maar in het boek Maleachi is dat niet meer zo. Daar ligt de nadruk erop, en hoe goed kunnen we het Nieuwe Testament nu begrijpen, we zijn ook op de grens van het Oude Testament, in het Nieuwe Testament is het, weet je wel wat je je vrouw daarmee aandoet. Ineens komt zij in beeld. Als een volwaardig mens. Met haar leed als haar man vreemdgaat. Omgekeerd natuurlijk ook, als de vrouw vreemdgaat wat zij haar man daarmee aandoet, maar die man werd altijd al wel beschermd. In de islam zie je dat nog heel sterk. Als een jongeman niet meer maagdelijk is als hij het huwelijk ingaat, daar zal niemand iets van denken. Integendeel, hij laat daarmee zien dat hij zich grondig voorbereid heeft op het huwelijk. Hij weet wat hem te wachten staat. Maar als een vrouw niet als maagd het huwelijk ingaat, kan ze gestenigd worden. Een dubbele moraal die voor ons walgelijk is, omdat wij vertrouwd zijn met de nieuwtestamentische gedachte dat in Christus noch man noch vrouw is. Dat ze op hetzelfde niveau staan en dat de één niet anders behandeld mag worden dan de ander. Geen dubbele moraal. Een dubbele moraal betekent dat je, als de één iets doet je het veel strenger aanrekent dan wanneer een ander persoon hetzelfde doet. Zie je, zo zit er een ontwikkeling in de godsopenbaring en die hing ook samen met de ontwikkeling in de cultuur. Nogmaals, in de dagen van de Sinaï steeg de wet van God verre uit boven wat in die cultuur gebruikelijk was. Maar er zit een ontwikkeling in. In de dagen van Maleachi steeg het ver uit boven een cultuur die een stuk verder ontwikkeld was en weer steeg het er bovenuit. En in het Nieuwe Testament gaat dat verder. Want de wet van God is bovennatuurlijk. Hier gaat het niet om wat mensen reëel en logisch vinden, hier gaat het om wat boven de logica en de natuur uitgaat. Dat was even terzijde over de betekenis van dit gebod.

Nou, hier zie je hetzelfde. Het enige wat de Here Jezus doet, het eerste dat is het gebod aanscherpen. Zoals in het zesde gebod je niet alleen maar iemand niet mag doden maar je mag zelfs in je hart hem niet doden, zo is het hier ook. Je mag niet overspel plegen met een andere vrouw, maar ook niet in je hart dat doen. Haar aanzien om haar te begeren. Dan heb je al, zoals het hier ook nadrukkelijk staat, overspel met haar gepleegd in je hart. Onder de wet van Mozes kon je zeggen, bind je handen vast, vergrijp je niet aan de vrouw van een ander. Hier komt een veel moeilijker vraag aan de orde. Niet hoe voorkom ik dat ik overspel pleeg met een vrouw. Nou, daarop luidt het antwoord, zorg dat je nooit in een situatie bent dat je te lang alleen bent in een kamer met een vrouw die niet jouw vrouw is, zodat je je in de gevarenzone begeeft. Maar hier is de vraag veel moeilijker. Hoe voorkom ik dat ik een vrouw aan zou zien om haar te begeren. Ik kan niet door het leven gaan zonder vrouwen te zien. Sommige farizeeën proberen dat. De Talmoed steekt daar een beetje de draak mee, want daarin worden zeven typen farizeeën geschilderd, nogal negatief, en één daarvan is de farizeeër met een deuk in zijn voorhoofd. Weet u hoe dat komt? Die loopt constant met zijn ogen, dat is echt serieus, dat staat erin, die loopt met zijn ogen constant naar beneden omdat hij geen vrouwen zal aanzien en op verkeerde gedachten zou komen, waardoor hij elke keer tegen een hoek van een huis of tegen een lantaarnpaal aanloopt. Dus de Talmoed is soms heel geestig, die steekt daar de draak mee. Job zegt ergens in dat grote boek: "Ik heb een verbond met mijn ogen gesloten, dat ik geen vrouw zou aanzien om haar te begeren". Nou, wij kunnen niet voorkomen dat we vrouwen zien als we over straat lopen. Maar hier staat heel serieus: "Als je rechteroog je verleidt, ruk het uit en werp het van je". Dat kan natuurlijk niet letterlijk zijn, want dan heb je nog maar één oog over en dan heb je nog je linkeroog. Je kunt maar twee ogen uitrukken. Dat is niet de oplossing. Wij moeten dit geestelijk verstaan. En geestelijk betekent dit in de eerste plaats dat je jezelf weet te beheersen, dat je jezelf onder handen neemt. En dat je je ook veroordeelt als er dingen mis gaan. Maar ten tweede ook dat je je nergens in de gevarenzone begeeft. Dat is niet alleen maar voorkomen dat je met een vrouw alleen bent, of te lang alleen bent. Dat is ook voorkomen dat je de verkeerde programma's op de televisie ziet, of dat je de verkeerde sites op het internet bekijkt. Vandaag is dat nog veel moeilijker dan vroeger. Als je op het Nederlandse platteland woonde, en daar woonde 90 procent, dan kreeg je niet zoveel kans om op verkeerde gedachten te komen als nu vandaag aan de dag, waar het zo gemakkelijk mogelijk is. Vervang uw rechteroog maar door uw televisie of door uw internet. Er zijn zoveel mogelijkheden om je zo min mogelijk, helemaal kun je het niet uitsluiten, je zo min mogelijk in de gevarenzone te begeven. En dat betekent het, als je rechterhand je een aanleiding tot vallen is, trouwens je kunt maar één hand afhakken want dan heb je nog maar één hand over dus die andere hand kun je al niet eens afhakken. Daaruit zie je al, het gaat om beeldspraak. Het gaat erom dat je de aanleidingen waardoor je ten val kan komen tot een minimum beperkt. In dat opzicht, en dat geldt natuurlijk zeker nog veel meer voor de mannen dan voor de vrouwen, dat leert de ervaring, in dat opzicht kun je ontzettend naïef zijn en moet je alle naïviteit hier uitbannen. Als een man mij vertelt dat hij de roeping heeft ontvangen om op de walletjes de Strijdkreet te verdelen dan zeg ik, die roeping komt niet van de Here God. Die komt uit je eigen hart of die komt van de duivel. Mannen hebben daar niets te zoeken. Als je onder de prostituees op de walletjes de Strijdkreet of een ander blad wil verbreiden, dan moet je van het vrouwelijk geslacht zijn. Dat is jezelf voor de gek houden als je zo zou praten. Je moet je niet in de gevarenzones begeven. We lezen in het Nieuwe Testament dat er situaties zijn dat je moet weerstand bieden. "Houd dan stand", staat er bij de wapenrusting in Efeze 6. "Weerstaat de duivel", zegt zowel Petrus als Jacobus in hun brieven. Maar er zijn andere gelegenheden daar moet je vluchten. "Ontvlucht de hoererij", zegt 1 Cor. 6. "Ontvlucht de afgodendienst", zegt 1 Cor. 10. "Ontvlucht de begeerte van de jeugd", zegt 2 Tim. 2.

En het is ontzettend belangrijk in de geestelijke strijd om precies te weten wanneer je moet standhouden en wanneer je moet vluchten. Heel veel christenen vluchten waar ze zouden moeten standhouden en ze houden dapper stand waar ze hadden moeten vluchten, met het gevolg dat ze ten val komen. Toen de vrouw van Potifar Jozef te dicht naderde en zelfs zijn mantel beetpakte, maakte hij de gesp van de mantel los en liet de mantel achter in haar handen en vluchtte. Ontvlucht de hoererij! Maar hoererij is een brede term voor alle sexuele ontucht. Vlucht ervoor weg! Wantrouw jezelf in dat opzicht! Dat is wat hier de Here Jezus symbolisch aanduidt met die rechterhand en met dat rechteroog, opdat je niet uiteindelijk op een weg van goddeloosheid terechtkomt die eindigt in de hel. Dat is waar het hier over gaat. Niet als je wel eens een vrouw aangezien hebt om haar te begeren dat je dan al meteen in de hel zou komen. Als dat zo was zouden er maar weinig mannen buiten de hel blijven. Maar in wat voor gevarenzone beweeg je je? Pas geleden kreeg ik een mailtje van iemand die vroeg: ga ik naar de hel? (het was nogal een wonderlijk verhaal) Ik zeg, waarom denkt u dat? Ze zegt ja, ik leef samen met een man op één adres, onder één dak, ik moet hem verzorgen want hij is hulpbehoevend. We zijn bevriend. Ja, dan denk ik natuurlijk hoever gaat dat dan en dan moet je dat weer vragen totdat je volledige informatie hebt, anders kun je er nog niets over zeggen. Je gaat niet naar de hel omdat je onder één dak woont met een hulpbehoevende man. Dus ik weet niet wat er verder voor berichtgeving komt. Maar het zou heel goed kunnen (dat vermoed ik eigenlijk) dat zij een sexuele relatie heeft met die man. En aan de ene kant daar niet vanaf kan ook omdat zij zich verplicht voelt tegenover die man om voor hem te zorgen. Aan de andere kant hoort ze voortdurend een stemmetje in haar hart: je gaat naar de hel, je gaat naar de hel! Nou u begrijpt wel daar heb je heel wat wijsheid voor nodig. Om aan de ene kant niet te zeggen je gaat niet zomaar naar de hel, vooral als je je hart op de goede plek hebt zitten maar aan de andere kant daarmee niet de indruk te geven alsof je dat allemaal goed praat. Daar een weg tussendoor te vinden dat is niet eenvoudig. Er komen heel wat van dat soort vragen op een mens af. Nu kun je dit ook hier vragen: wat is nu het positieve in dit gebod? En het positieve zit hem eigenlijk in die laatste paar verzen. Dit is een beetje moeilijk, want sommigen van jullie zijn misschien wel gescheiden van je partner. Misschien mede door je eigen schuld. Misschien voel je jezelf helemaal onschuldig daarin. Dit zijn altijd moeilijke onderwerpen. Maar het is heel belangrijk om te zien wat hier gebeurt. In het oude testament was het eigenlijk al zo in de wet van Mozes dat echtscheiding beslist niet werd aangemoedigd. Maar in Deut. 24 zie je dat Mozes laat zien, onder de inspiratie van God, als je je vrouw dan wegstuurt ... zorg er dan voor dat ze geen paria wordt, geen uitgestotene. Want niemand wil zo'n weggestuurde vrouw hebben of zelfs maar voor haar zorgen. Zo'n vrouw belandt uiteindelijk in de prostitutie. Dus als je je vrouw al wegstuurt, geef haar dan in ieder geval een scheidbrief mee. Een brief waarin je vertelt waarom je je van haar laat scheiden. Waardoor een andere man zou kunnen zeggen: o dat is voor mij helemaal geen punt en die neemt die vrouw onder zijn hoede. Als zo'n brief er niet is dan moet hij alleen maar vermoeden wat er voor ergs met die vrouw is.

In de generatie voordat de Here Jezus optrad was er een hevige twist geweest onder de twee rabbijnen Hillel en Sjammai. Hillel dacht vrij makkelijk over echtscheiding, die vond als een vrouw te hard schreeuwde, een te harde stem had, daar kan een mens niet mee leven. En dan was dat voor hem al een grond om je van je vrouw te laten scheiden. Nou, daar kan ik ook wel inkomen dat dat ook niet makkelijk is, maar ik vind dat geen grond om te scheiden. En als een vrouw regelmatig het eten liet aanbranden was dat volgens hem ook een reden om te scheiden. Want als een vrouw nog niet eens behoorlijk kan koken dan zoek je een ander. Zo was dat langzamerhand gegroeid. Nou vandaag de dag hebben we kant-en-klaar maaltijden en menige man kan zelf kokkerellen, daar dachten ze in die tijd helemaal niet aan. Dus dat probleem lossen we wel op, als het niet erger is dan dat. Maar in die dagen was dat een grond om je van je vrouw te laten scheiden. Er waren vrouwen genoeg redeneerde men. Maar zei Mozes dan moet je ze in ieder geval wel een scheidbrief meegeven want een andere man zegt, ik kook graag zelf dus laat maar komen dat is helemaal geen punt. Maar de Here Jezus brengt het op een heel ander vlak. Dus nu gaat het wel over echtscheiding niet over overspel. Hij brengt het op een heel ander vlak en Hij zegt in feite, in Matt.19 zie je dat nog veel duidelijker als het gaat over echtscheiding, dan zegt Hij in feite is het zo: je moet gewoon helemaal niet scheiden ... En dan wacht je een hele tijd en dan zeg je: tenzij, tenzij. Dat is net als het oranje stoplicht, dat betekent: (en dat weten een hele hoop mannen niet) stoppen. Ja,ik vertel het u maar, sommige mannen geven dan een hoop gas, en ik doe dat ook wel eens een keer maar het betekent: stoppen! En dan wacht je twintig minuten en zeg je: tenzij dat je zo dichtbij bent dat je niet meer zonder gevaar voor je omgeving en voor jezelf redelijkerwijs kunt stoppen. Dan mag je er nog net doorheen, anders niet! Zo is het met een heleboel dingen. Wij kijken meteen naar de uitzonderingen maar de regel is: geen echtscheiding. Dat betekent: zet alles in het werk om te voorkomen dat het gebeurt. Dan wacht je twintig minuten en dan zeg je: tenzij. Dan gaan we praten met elkaar en daar zijn best allerlei dingen over te zeggen maar mensen springen meteen naar die tenzij's. Zoals het hier staat: als je jouw vrouw verstoot anders dan uit oorzaak van hoererij. En dus concluderen mensen: aha, zie je wel als dus mijn vrouw vreemd gegaan is, dan mag ik mij wel van haar laten scheiden maar dat staat hier helemaal niet. Normaal was het zo dat als die vrouw tot overspel was vervallen, tot ontucht - hoererij is eigenlijk geen goed woord, het betekent gewoon alle ontucht - als die vrouw ontucht had bedreven moest ze gestenigd worden. Er was helemaal geen sprake van dat je haar dan weg kon sturen. Dat is in feite de regel, dus daar gaat het nu even niet over. Maar zelfs dus deze uitzonderingsclausule mag je niet gebruiken en je mag sowieso al helemaal nooit het initiatief nemen. Al zou je vrouw of je man vreemd gegaan zijn, misschien meer dan één keer, ik geloof dat je daar nooit een grond aan mag ontlenen om je van je partner te ontdoen. Wie dat anders denkt die staat nog op de wet van Mozes. Dit is de wet van Christus. In de wet van Christus gaat het altijd om vergeving, gaat het altijd om de mogelijkheid van berouw en van herstel. Mijn tenzij's hebben veel meer te maken met het psychologische vlak; er kunnen situaties zijn dat het onmogelijk is. Er is een man die je regelmatig aftuigt, dan is er niemand die jou kan verplichten om bij die man te blijven wonen. Maar dat wil nog niet zeggen dat je meteen echtscheiding aanvraagt. Maar goed, dat hele onderwerp kunnen we hier niet behandelen. Maar het is zo bijzonder dat als het gaat over overspel, over ontucht dat de Here Jezus dit op dit hoge vlak brengt: trouw aan je partner! In Maleachi staat het zo mooi: de huisvrouw mijner jeugd. Zie je, als het echt mooi wordt, dan citeer ik de Statenvertaling.

Ik weet van een oude broeder in Duitsland; hij was oud geworden, zijn vrouw was oud geworden, ze zaten als twee oudjes bij elkaar. Toen werd ze ziek en bad hij dat gebed: erhalte mir das Weib meiner Jugend, (bewaar mij Heer de huisvrouw van mijn jeugd ). Wij zouden zeggen oude mensjes staan voor de dood, ja maar juist dan, juist dan. Intussen zijn ze allebei al lang bij de Heer. Maar die trouw aan degene aan wie je ooit trouw beloofd hebt, dat is Maleachi, daarom is de regel: niet scheiden! ... lang wachten ... tenzij, tenzij ... en maak geen misbruik van de tenzij's. Ik wil ook hier Paulus er weer bijhalen want Paulus doet dat zo prachtig! Als Paulus zegt mannen hebt uw vrouw lief gelijk Christus de Gemeente heeft liefgehad en zich voor Haar heeft overgegeven. Een man heeft zijn vrouw zo lief zoals Christus dat met de Gemeente heeft gedaan: Hij heeft zich voor Haar overgegeven, Hij heiligt Haar, Hij reinigt Haar, Hij voedt Haar en Hij koestert Haar. Dat is het voorbeeld voor de man hoe hij zijn vrouw moet liefhebben. Vandaag horen we: ja maar, we voelen niets meer voor elkaar. Mensen denken al dat dat een grond voor scheiding is: we voelen niets meer voor elkaar en dan zegt God: daar heb Ik helemaal niets mee te maken met wat jij voelt. De wet van Christus gaat niet over gevoel! De Bijbel zegt je moet van je vrouw houden en niet je moet bepaalde gevoelens voor je vrouw hebben, je moet vlinders in je buik hebben als je aan haar denkt. Je moet van je vrouw houden en doet alles wat erbij hoort bij de liefde. Liefde dat betekent: zelfovergave, dat betekent: tijd voor haar nemen. Dat betekent: af en toe een bloemetje meenemen, bijvoorbeeld één keer per dag ... dat betekent: eh ... je hebt van die mannen die zeggen: voor jou zou ik mijn leven willen geven en die vrouw zegt: nou één avond in de week zou al heel mooi zijn om mee te beginnen. Dat hoort allemaal bij de liefde. En het mooie is als je dat gaat doen, als je die dingen gaat doen die bij de liefde horen, dan komen die gevoelens ook weer terug. Maar we leven in een cultuur waar gevoelens zo belangrijk zijn geworden, dat mensen zeggen: nou we gaan maar uit elkaar want we voelen niets meer voor elkaar. Dit gaat over de bovennatuurlijke wet van Christus en over de kracht van de Heilige Geest. Dus het positieve, de vorm van het gebod luidt niet: je mag niet overspel plegen maar: je moet zoveel van je vrouw houden dat je bereid bent je leven voor haar te geven. Ik weet niet of ik dat de vorige keer zei maar jonge dames als je met een jonge man in zee wilt gaan probeer er eerst achter te komen of hij wel bereid is zijn leven voor je te geven ... En ze kijkt meteen naar rechts.. hij trekt wit weg die jongen ... had hij nog nooit bij stil gestaan ... maar begrijp je dit is de wet van Christus, dit is de wet van Christus. Dit is heel hoog, dit is heel hoog. Nou het huiswerk dat ik u voor de volgende keer meegeef dat is ga dat nu ook maar eens ook met het negende gebod met het vijfde gebod doen, weet u wat, doe het maar met alle tien, doe het maar met alle tien. Ga maar eens kijken wat betekent het nu. Ik heb het nu geleerd hoe het met twee moet, dus dat moet voldoende zijn. Ga dat maar eens toepassen op al die andere acht geboden. Probeer maar voor jezelf te begrijpen: wat is de wet van Christus?

Nu heb ik één ding, maar het is een beetje laat geworden, één ding nog niet eens gedaan: de Here Jezus heeft al die geboden zelf voor gedaan. Hij heeft niet gedood, Hij liet zich doden. Hij ging in de dood opdat wij zouden leven. Hij heeft zijn Vrouw zo liefgehad dat Hij zichzelf voor Haar overgaf uit liefde voor Haar, zijn Gemeente zijn Bruid. Hij heeft het allemaal voorgedaan. Hij vraagt bovennatuurlijke dingen maar geen onmogelijke dingen want wat onmogelijk is bij de mensen is mogelijk bij God, en dat geldt ook voor de wet van Christus, in de kracht van de Heilige Geest. God zegene zijn Woord.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?