Hart voor Waddinxveen


(4b) Vragen bij de lezing gehouden op 3 december 2010 over "Jezus en de traditie (II)" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zondag, 03 april 2011 23:11

Waarom zijn de Bijbelvertalers bang om Zijn Naam te schrijven? Het is toch het Levende Woord?

Ja, er zijn ook in het Bijbel vertalen tradities. De Septuagint begon er al mee. Het begon er al mee dat de Joden om de naam van God niet ijdel te gebruiken eenvoudig besloten om die naam dan helemaal niet meer te gebruiken, en dus overal die te vervangen door Adonai. Dus een heleboel gebeden beginnen met: Baruch atah adonai eloheinu adonai en eigenlijk staat daar de naam Jahweh. Die gewoonte drong door in de interpunctie, in de vocale tekentjes, Het Hebreeuws heeft alleen maar medeklinkers maar later zijn daar klinkertjes bij gezet. Bij het woord Jahweh staan de klinker van Adonai, met gevolg dat die naam uitgesproken werd als Jehova, wat eeuwen lang tot het misverstand leidde dat dat de naam van God was. Allen de Jehova's getuigen denken dat nog steeds, maar dat is een vergissing. De klinkertjes van adonai stonden bij de naam Jahweh om de lezer eraan te herinneren: denkt erom dat je adonai uitspreekt. Toen de Griekse vertaling gemaakt werd in de tweede, derde eeuw voor Christus, heeft men de naam van God vervangen door kurios= heer. Eenvoudig omdat die gewoonte allang bestond om toch Heer te lezen nam men het dus ook over in de vertaling. Toen ging het vervolgens naar de Latijnse vertaling toe, de Vulgaat, toen de eerste protestantse vertalingen verschenen nam men die gewoonte over. Die bestond toen al zoveel honderden jaren en dus werd ook in die vertalingen, eerst door Luther – Herr- dan in het Engels – Lord – toen kwam de Statenvertaling, die hadden een extra probleem want in het Nederlands zei je in die tijd Here. Dat zei je niet alleen tegen God dat zei ook tegen een andere meneer- Here- precies hetzelfde.

Als mensen zeggen wij houden vast aan de aloude beproefde Statenvertaling, dat zijn die mensen die zo schelden op de Herziene Statenvertaling, die bedriegen zichzelf want ze hebben niet dezelfde Statenvertaling. Want de taal is de taal van de zeventiende eeuw. Zij h-o-r-e-n dus een andere Bijbel dan men inde zeventiende eeuw hoorde, dat is het enorme zelfbedrog. Want nu is het Here, denk erom dat je niet Heer zegt, terwijl de berijmers daar geen enkele moeite mee hadden- Heer ai maak mij Uwe wegen- die zetten echt geen kommaatje er achter hoor! - Dat kommaatje is er pas veel later achter gezet - Heer' – kommaatje, dat is allemaal zelfbedrog.- Die mensen hadden er geen enkele moeite mee, want in de achttiende eeuw toen de berijming werd gemaakt toen zei men niet meer Here toen zei men Heer. Wij ook niet mijnhere wij zeggen mijnheer, dat is de ontwikkeling van de taal. Als iemand dus zegt het moet Here zijn en ook nog met drie e's, want het is een naam, allemaal zelfbedrog. Ik vind het zo triest dat die mensen zichzelf voor de gek houden op die manier en vast houden aan het zeventiende eeuwse Nederlands. Ik hoorde in Amerika van een jongen die wilde Grieks leren toen zei een oude broeder tegen hem : als Engels goed genoeg was voor de apostel Paulus dan moet dat ook maar goed genoeg voor jou zijn. Die dacht werkelijk dat het nieuwe Testament in een soort Shakespeare Engels was geschreven. Zo denken mensen die zich zo aan de Statenvertaling vast klampen dat blijkbaar ook de apostelen in zeventiende eeuws Nederlands geschreven hebben. Het is gewoon zelf voor de gek houderij. Dus dat is de reden waarom er Heer staat niet Here, dat is zeventiende eeuws, Heer dat is twintigste eeuws. Het is geen naam het is een titel, en die titel is ter vervanging van een naam. Je zou je dus rustig een Bijbelvertaling kunnen voorstellen waarin je gewoon de naam Jahweh gebruikt. Die zijn er ook wel. Er zijn Bijbelvertalingen die gewoon waar Jahweh staat dat ook neerzetten. Als je zegt zijn ze daar bang voor ja, de meesten durven dat toch niet goed aan, daar komt het wel op neer. Er ontstaat dus ook in het vertalen een traditie. Waar komt bijvoorbeeld dat rare woord discipel vandaan? In het Grieks staat er matètès waar het woord mathematiek van afgeleid is. Discipel komt gewoon uit het Latijn. Luther begon, trouwens Luther deed dat niet, maar toen die eerste vertalers begonnen, die kwamen uit het Katholicisme die hadden de Latijnse Bijbel in hun hoofd, en af en toe merkte je dat, die gebruikten dat Latijnse woord discipulus en namen dat over in het Nederlands, terwijl ze ook gewoon leerling hadden kunnen schrijven. Eindelijk nu zie in moderne vertalingen zoals de NBV dat er leerling staat en niet discipel, want discipel is een raar Latijns woord dat is zomaar binnen geslopen ...

Maar ja, de NBG heeft dat ook weer overgenomen. Dat zijn vertaaltradities. Dus ook daarin dringen tradities door, we zijn gewend om dingen zo weer te geven, terwijl dat eigenlijk nergens voor nodig is, je kunt gewoon vertalen wat er staat, maar ja, wie doet dat? Dat is het hele probleem met de Herziene Statenvertaling, in veel te veel opzichten veel te ver doorgeschoten. Het was nergens voor nodig geweest om het zover te moderniseren en aan andere kanten hebben ze zich vastgeklampt aan fouten die er stonden die men niet durfde te veranderen. Wetende van henzelf, het woord zaligheid dat in de Statenvertaling stond, is gewoon fout, het woord betekent heil of behoudenis. Het betekent gewoon behoudenis. Zaligmaker is fout, het moet zijn behouder of redder, verlosser. Ik heb ze dat verteld, ik heb vele bladzijden ingestuurd met voorgestelde correcties, daarvan is de helft overgenomen en de andere helft daar horen zulke dingen bij waarvan men zei; je hebt gelijk maar we durven het niet te veranderen voor de achterban. Dus wat dat betreft vind ik, u vraagt dat niet maar ik zeg dat zo maar gratis erbij, vind ik het toch een beetje gemiste kans. Veel te veel veranderd wat niet nodig was en sommige dingen niet veranderd die wel nodig waren. Maar ja, het blijft mensenwerk. Dus daarom blijf ik toch maar bij de Telosvertaling. Het kan toch ook zijn dat je de gesel tegen je broeder moet gebruiken? Liefhebben is dan toch niet lief zijn?

Ja, de gesel tegen je broeder gebruiken maar wie zijt gij o broeder, dat gij de gesel tegen uw broeder gebruikt? De eerste waarschuwing daarbij is, elke kans op eigenbelang, bederft het. Als je de gesel wil gebruiken zorg dan dat het absoluut niet om enige vorm van eigenbelang gaat. Dus als het toch stiekem weer een opkomen voor eigen recht is dan kun je je nog zo vroom voorstellen maar je bent verkeerd bezig. Het is een beetje net als bij de overheid, als het gaat om problemen in de gemeente dan kun je proberen die onder elkaar in orde te brengen. Als uw broeder bestraf hem onder vier ogen, luistert hij naar u, dan is uw broeder gewonnen, prachtig. Maar uiteindelijk moet het door de overheden behandeld worden, dat noemen wij de ouderlingen of de oudsten of de kerkeraad. Je kunt die dingen niet allemaal uitsorteren, soms kun je proberen om de zaak zo beperkt mogelijk te houden als je dingen van iemand weet maar uiteindelijk kan de gesel alleen maar toegepast worden, en dat is dan de kerkelijk tucht, door de daartoe bevoegde overheden en dat zijn de oudsten of ouderlingen. Kijk uit dat je niet een profeet des Heren wordt die in feite bezig is met zijn eigen belangen verdedigen omdat zijn eigen eer geschonden is. Dat het hart is arglistig meer dan enig ding. Dat je je zo verbeeldt dat je opkomt voor de eer des Heren maar o zo gemakkelijk zit daar een stuk bij van je eigen eer. Wie zijn dan je vijanden? Wie niet voor mij is, is tegen mij.

Zal ik dat eens even kras vertellen? U hebt geen enkele vijand. Wat u hebt zijn mensen die zich vijandelijk tegenover u gedragen, dat is wat anders. Maar zij zijn niet uw vijanden. Ik heb geen vijanden. Ik heb weleens mensen die zich vijandig gedragen maar dat doe ik zelf ook wel eens naar een ander toe, maar ik heb geen vijanden. Elk mens die ik tegenkom die kan namelijk in principe in een vriend veranderen en in een kind van God. De vijanden zijn hoogstens in de hemelse gewesten, de geestelijke machten en de overheden en de boosheden van de lucht. Dat zijn onze vijanden want die zijn onverbeterlijk. Maar een mens nooit. Al doet een mens nog zo vijandig, hij is in principe altijd bekeerbaar. Niet door jou, maar door Gods Heilige Geest. Daarom kun je maar beter vast beginnen om nu aardig tegen hem te doen en proberen hem te winnen. Dus in die zin zou ik de stelling willen verdedigen, denk er maar eens over na; een christen heeft geen enkele vijand. Hij heeft alleen mensen die zichzelf vijandig gedragen, maar dat hoef ik niet te accepteren. Ik bedoel, ik hoef ook hem op grond daarvan niet als een vijand te beschouwen. Hij kan mij niet opdringen dat ik hem als een vijand moet zien. Hij kan dat zelf wel vinden, maar ik hoef dat nog niet te vinden. Ik zie hem altijd als een potentieel kind van God.

Waar staat in de Bijbel dat de overheid het recht wel in eigen hand mag nemen? Dit in tegenstelling tot ons als natuurlijke personen?

Dat staat in Romeinen 13, de overheid draagt het zwaard niet tevergeefs. Neem het simpele voorbeeld van het zesde gebod. Gij zult niet doden. Er zijn mensen die zegen, aha, zie je wel, dus wij moeten tegen de doodstraf zijn. Er zijn genoeg redenen om tegen de doodstraf te zijn maar niet op grond van het zesde gebod. Want het "Gij zult niet doden" dat betekent, wij mogen nooit een ander doodmaken. Dat staat in dezelfde wet van Mozes waar talloze voorbeelden worden genoemd van doodstraf. En dat bijt elkaar niet. In diezelfde Torah waar staat "Gij zult niet doden", worden vele voorbeelden genoemd waar de overheid de doodstraf moet toepassen. Daarom zei ik daarstraks, die geboden hebben betrekking op ons onderlinge verkeer, behalve het oog om oog, tand om tand, dat is nu juist weer een typisch gebod voor de overheid, waar je niet je eigen recht in handen mag nemen. Dus de overheid draagt het zwaard niet tevergeefs maar wij mogen het niet opnemen. Behalve als we in dienst staan van de overheid. Als scherprechter of als soldaat of wat dan ook. Dus dat is ontzettend belangrijk om dat uit elkaar te houden. Maar in Romeinen 13 in het Nieuwe Testament wordt dat gehanteerd, we noemen dat in vaktaal; de overheid heeft de zwaardmacht. Dat is ook de enige die die macht heeft, niemand heeft die behalve de overheid. De Bijbel vermeldt dat we de overheid moeten gehoorzamen maar de Bijbel geeft toch geen recht om overtreders van overheidsregelgeving te straffen.

Ja, de Bijbel geeft dat recht aan de overheid wel. De overheid is geroepen om goede wetten te maken, te overheid is u ten goede gegeven en niet ten kwade en de overheid doet dat door goede en rechtvaardige wetten uit te vaardigen en als die wetten overtreden worden dan is de overheid niet alleen gerechtigd maar zelfs verplicht om daarvoor sancties toe te passen. Als ze dat niet zou doen dan zou geen mens zich er iets van aantrekken. Hoeveel van u zouden nog voor het rode stoplicht wachten als er niemand aankomt als u weet dat u er absoluut niet voor gestraft zou kunnen worden? Nou, ik niet hoor, dat kan ik u wel vertellen. Dan zouden we allemaal voor onszelf uitmaken wat we recht en billijk vinden. Dus de overheid moet niet alleen maar zeggen; dit mag wel en dat moet niet, maar die moet daar ook sancties bij toepassen om dat af te dwingen. Zo werkt dat in een geordende samenleving en wees nu maar dankbaar dat dat zo is, want het geldt niet alleen voor u maar het geldt ook voor al die andere stoute mensen die kunnen u dan ook niet te na komen, want dat mag niet, daar worden ze voor gestraft. Dat is tot uw eigen bescherming. Dus de overheid heeft niet alleen het recht en de plicht om wetten uit te vaardigen, maar ook de zwaardmacht om de naleving van die wetten af te dwingen.

Zo ja, hoe bepaal je een rechtvaardige strafmaat?

Ja luister, nu komen we op het terrein van de rechtswetenschappen, daarvoor leven we uiteindelijk in een democratische samenleving en bepalen we dat met elkaar. En in een beschaafde natie stellen we met elkaar vast wat een goede strafmaat is. Dat heeft met het rechtsgevoel te maken. Ideaal zou zijn natuurlijk als God dat voor ons uit zou maken alleen ik zou niet weten in welke vorm dat gegoten zou moeten worden, het enige dat je kunt hopen is dat in een land onze rechtspraak nog zo veel mogelijk aan Bijbelse normen voldoet, maar helaas, die tijd hebben we al lang achter ons. Dus we mogen bijvoorbeeld geen mensen doden maar wel mensen die in de moederschoot zitten. Is de doodstraf geoorloofd, ja maar dat is ook alweer zo'n enorme discussie. Laat ik u een zin geven, daar kunt u lekker uw tanden op stuk bijten, zonder hem toe te lichten, zullen we dat doen? Je zou idealiter de doodstraf eigenlijk moeten opnemen in de wetgeving en 'm vervolgens nooit toepassen. Geen commentaar verder. Het is een stelling dus je kunt er van allerlei kanten op schieten, maar dek er gewoon eens over na. Daar zit die spanning in van, er zijn dingen die zijn zo erg dat je eigenlijk zegt; een mens kan op die manier eigenlijk niet gehandhaafd blijven, bijvoorbeeld moord met voorbedachten rade, maar aan de andere kant, als je denkt aan de afgelopen tien jaar, hoeveel ernstige gerechtelijke dwalingen in ons land hebben plaatsgevonden, dat is afschuwelijk. Alleen al dat is een reden om je 25 keer te bedenken om die doodstraf toe te passen. Stel je voor dat we ons vergist hebben? Dan had Lucia de B nu niet meer geleefd, en al die andere mensen die in de Puttense en Schiedamse parkmoord, ze hebben ook allemaal bijnamen gekregen, de Puttense moordzaak en de Schiedamse parkmoord, dan waren al die mensen dood geweest intussen terwijl ze allemaal onschuldig in de gevangenis bleken te zitten. Dus in die zin, dat is alleen al 1 reden, maar er is natuurlijk heel veel meer over te zeggen maar dat doe ik niet, 1 reden om die doodstraf niet toe te passen. Maar puur principieel, in de praktijk werkt dat natuurlijk niet, maar puur principieel, zet 'm in de wetgeving om duidelijk te maken dat sommige dingen zo ernstig zijn, zoals moord met voorbedachten rade, dat zo iemand eigenlijk het recht verspeeld heeft om op deze aarde zelf nog langer te leven. Als je zo in koelen bloede en met overleg een ander mens van het leven beroofd.

De twee laatste vragen die zijn hetzelfde, kun je iets vertellen over de evangelische campagne in Birma/Myanmar waar je onlangs aan hebt deelgenomen? Even voor de mensen die het nog niet weten, Birma en Myanmar zijn hetzelfde, het militair regime heeft besloten om Birma Myanmar te noemen, om de hoofdstad Rangoon Yangon te noemen en vervolgens haar hoofdstad status af te nemen, ze hebben 1 november ook nog de vlag veranderd, ze doen maar daar die jongens. En één van de dingen die ze doen is het de christenen lastig maken, 90% boeddhisten, 4% christenen en 4% moslims en 2% vage lieden, daarvan weet ik niet wat ze zijn, maar dat is zo'n beetje de opbouw van de bevolking. Voor de rest zijn het net mensen. Dus alle christelijke denominaties die je maar kunt verzinnen die heb je daar. Ze kennen elkaar nauwelijks, ze kwamen verreweg allemaal in huisgemeenten bij elkaar, kenden elkaar een beetje maar zagen elkaar eigenlijk nooit en hadden nog nooit een conferentie meegemaakt. En nu hebben ze, in januari zijn een paar van ons daar geweest, toen hebben ze moed gevat en zijn gewoon in het diepe gesprongen en hebben gezegd; we gaan een grote zaal van 4000 mensen huren daar in Myanmar. Ze hebben precies beschreven dat ze daarvoor acht administratieve lagen moesten afwerken, de ene zei, ja, die toestemming is prima, maar dan moet het nog wel door de hogere toegestemd worden en acht keer kregen ze ja. Dat was al het eerste wonder. Acht keer kregen ze ja, in een regeringsgebouw, het Myanmar congrescentrum in Yangon. Waar je met veel moeite 4000 mensen in kunt krijgen. En die waren er, 3800 mensen,ongelooflijk. Wat ik ook heel aardig vind was de eerste dag dat we daar waren, waren er maar 22 Nederlanders, was er een jonge jeugdleider, een Birmese jeugdleider en die had een profetie ontvangen. Dat vertelde hij, een half jaar daarvoor in een samenkomst, nou, ik weet niet hoe vaak u dat overkomt, hij was er zelf ook een beetje beduusd van. Want wat de Heer hem in zijn hart gaf, terwijl hij totaal niets wist van onze plannen, dat was; de Nederlanders zullen opwekking brengen naar Myanmar. En hij was zeer verbluft want hij wist pas een week van tevoren dat wij zouden komen. Toen het WK plaatsvond, toen vroeg hij een teken aan de Heer want hij had gehoord dat dat nietige Holland zou spelen tegen dat machtige Brazilië en hij zei; Heer, als dat werkelijk van U was, laat Holland dan winnen van Brazilië. Zo zie je dat God zelfs Zijn hand heeft in het WK. Dat is toch wonderbaarlijk, had u nooit gedacht. En Nederland won inderdaad voor zover u dat iet weet, hij was nog niet tevreden en hij zei, er zou een Engelse spreker komen en hij zei; Heer, laat die hetzelfde zeggen en die zei ook, de Hollanders zullen dier opwekking brengen. Dat was natuurlijk voor ons ook een enorme bemoediging, want wij wisten wel dat we daar naartoe moesten maar wij wisten niet wat daar zou gaan gebeuren, wat we mochten verwachten. Dus dat was een enorme opsteker, voor degenen die met een computer kunnen omgaan en dat is iedereen onder de 70 en zelfs sommige mensen boven de 70, op een paar uitzonderingen na, op mijn site, www.willemouweneel.nl kunt u elke dag een blog lezen. Heel veel e-mailverkeer was onmogelijk daar, ik kon niet eens bij mijn eigen site komen, maar langs een omweggetje en wat trucjes konden we elke dag een verslag versturen, kwam je al vrij vroeg aan, het is vijf en een half uur tijdverschil, en om vier uur moesten die conferenties beëindigd zijn want 's avonds mogen er geen samenscholingen zijn van het militaire regime. Alle samenscholingen waren verboden dus we moesten voor het donker allemaal weer terug zijn en in de tropen is het om zes uur donker, dus vandaar dat het om vier uur altijd was afgelopen en om vijf of zes uur had ik soms die blog al klaar, dan was het dus al voor de middag in Nederland. Elke dag heb ik zo'n blog verstuurd, dus als u de details wilt weten, dan moet u dat daar maar nalezen. Het is heet wonderbaarlijk dat daar zo ontzettend veel mensen kwamen en voor die mensen was het zo'n feest. Nog nooit heeft daar een christelijke conferentie plaatsgevonden. Hoogstens met wat weinig mensen in een hotelruimte of wat ook, maar op deze schaal en nog wel in een regeringsgebouw. We wisten dat de mensen van het personeel moeten rapporteren aan de geheime politie, we wisten dat alles wat we daar deden bij de geheime politie bekend was, dus we hadden het niet over politiek, we hebben niets lelijks over het boeddhisme gezegd, we hebben zelfs niet maar de indruk gegeven dat mensen van godsdienst moeten veranderen, want dan hebben we een probleem, we zeiden alleen maar tegen de mensen; wij dagen jullie uit om volgelingen van de Here Jezus te worden. En meer dan de helft van de mensen, verzekerde men ons, was boeddhist in die zaal, want we hadden het aangekondigd als een muziekfestival, we hadden een koor gevormd van 100-150 jonge mensen uit al die verschillende kerken, presbyterianen, anglicanen, lutheranen, pinkstermensen, methodisten, baptisten, die kenden elkaar helemaal niet. Die leerden elkaar nu pas kennen. Er waren zelfs een paar katholieken bij. Elke keer als je voor iemand bad en die sloeg een kruisje, dan wist je weer, oh, er zijn ook katholieken in de zaal. Iedereen was er zeg maar. En die jongelui hebben gezongen zeg, de eerste dag nog wat tam, want ze moesten eraan wennen, het was voor hen ook nieuw. Maar die conferentie duurde drie en een halve dag en ze kwamen steeds meer los en het werd een heel groot geweldig feest. Je zag elke dag dat er meer enthousiasme, openheid en vrijheid kwam. Dus het was een muziekfestival, daarom kwamen er ook zoveel boeddhisten op af terwijl het toch heel duidelijk was aangekondigd een gospelmusicfestival. Ze liepen met t-shirts door de stad om reclame te maken, dus we wisten, de helft was boeddhist en we moesten aan die mensen dus heel fundamenteel uitleggen wie de Here Jezus is, de levende Heer. En toen we een oproep deden aan die mensen om te zeggen wie wil de Here Jezus gaan dienen en volgen, wil je dan naar voren komen, toen gebeurde er iets wat ik nog nooit meegemaakt had, meestal rennen de mensen, maar het bleef doodstil en er gebeurde niets. En we waren heel verbaasd, want we hadden al eerder gevraagd of mensen de hand op wilde steken en toen staken veel mensen de hand op, dus we dachten, waar blijven ze nu? En toen zei men later tegen ons, wat denk je wel dat het in Birma betekent, als je weet dat de geheime politie aanwezig is, als je weet dat je je eigenlijk niet moet bekeren van de ene godsdienst naar de andere, om dan naar voren te komen en te zeggen ik wil een volgeling van Jezus worden. Toen kwam er één jonge man naar voren en toen vatten de mensen moed en tenslotte stonden er 200 mensen, vooral jonge mensen, voor ons. Later begrepen we eigenlijk pas hoe bijzonder dat was. En heel veel van hen hebben een formulier ingevuld waarin ze zeggen; ik wil een discipel van Jezus worden. We hebben ze uitgelegd wat dat betekent, wat de consequenties daarvan zijn, maar dit is de vorm die we kozen om het ze duidelijk te maken en om ze niet het idee te geven, je moet van godsdienst veranderen, want dan waren we zo op het vliegtuig naar huis gezet. Je moet niets tegen het boeddhisme doen, maar dat deden we niet, we zeiden alleen, we dagen jou uit om de Here Jezus te leren kennen, de levende Heer. De volgende morgen had ik, we hadden ons totaal niet voorbereid, we wisten we moeten ons echt van stap tot stap door de Heer laten leiden, we gaan niet ons voorbereiden, dat is heerlijk makkelijk bij de preek, je hoeft dus geen preken voor te bereiden, we moesten gewoon beschikbaar zijn. We hadden eerst twee dagen met de voorgangers opgetrokken, dat was al heel bijzonder, voorgangers die elkaar ook nog nooit ontmoet hadden, zo'n 120-150 mensen, da t was maandag en dinsdag, daar waren al heel bijzondere dingen gebeurd, maar toen kwam dan die grote conferentie. De eerste dag waren er 2500 mensen en dat liep op tot 3800. Maar die tweede ochtend toen kreeg ik heel sterk op mijn hart om te gaan bidden voor de zieken en ik zei dat ook tegen die mensen, ik zei; Jullie hebben nu gehoord de boodschap van Jezus, Wie is Hij, Wat kan Hij voor jou betekenen, Wat heeft Hij gedaan, Zijn werk op het kruis, maar ook de levende Heer nu die je wil navolgen. Ik zeg het, dit is een mooi verhaal maar als het werkelijk van God is dan zal ook de kracht van God zich openbaren. Toen ik hier in Nederland was had ik al heel sterk de overtuiging dat er veel mensen zouden genezen, veel meer dan hier in Nederland, dan is iedereen zo, klopt dat allemaal theologisch wel, is dat niet alleen voor de eerste EO, al die ja, maars, daar heb je daar in Birma lekker geen last van, dat is heerlijk. Dat is een heerlijk gevoel. We dachten, doen we dat eigenlijk, want op zo'n gezelschap, hier zitten een paar dokters, u weet, iedereen heeft wel een kwaal, als je niets hebt dan ben je gewoon nooit grondig genoeg onderzocht door de dokter, dus als je vraagt aan de mensen; Wie heeft er wat? Dn staat meer dan de helft op en er waren 3500 mensen maar je kunt niet meer dan 1800 mensen tegelijk naar voren laten komen. Dus we dachten, we gaan het zo doen, en zo deden we het ook, we gaan één keer een oproep doen, iedereen die een ziekte heeft laten we staan, handen op de zieke plek en we gaan genezing proclameren. We gaan niet zeggen; Heer, wilt u zel allemaal genezen want dat wil Hij wel dus dat hoeven we niet meer te vragen, wat we willen doen is proclameren zoals de Here Jezus heeft gezegd, geneest de zieken. We noemden een heleboel kwalen op en echt heel duidelijk, iedereen die gelooft dat hij genezing ondervonden heeft, laat die gaan zitten, dan bidt ik opnieuw met degenen die nog staan. Gaan we voor de tweede keer voor die mensen bidden. En toen ging bijna iedereen zitten. Later kwamen er ook honderden getuigenissen met de meest wonderlijke verhalen van mensen die op dat moment de kracht van God ervoeren in hun lijf en die wisten ik ben gezond. Je kunt dat niet altijd meteen weten, je moet dat laten checken maar uit een heleboel kwalen blijkt dat onmiddellijk. Toen bad ik voor de tweede keer en zei, als je genezing ondervonden heb, ga dan zitten en toen bleven er nog 20 mensen staan. Toen hebben we die twintig gevraagd om naar voren te komen en toen kwamen er nog wel wat meer voor wie ons team gebeden heeft, we hadden een fantastisch team, echt waar, alle respect, we hebben zo'n goede tijd met elkaar gehad, zonder enige wanklank, mensen uit allerlei kerken en kringen, maar die gewend waren om deze bediening te doen, dat moet je er wel bij vertellen, en we hebben voor die mensen ook gebeden en zoals gezegd, zoveel mensen hebben later een formulier ingevuld waarin ze precies vertelden, dat had ik en daar ben ik van genezen. Een ongelooflijke ervaring.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?