Hart voor Waddinxveen


(5b) Vragen bij de lezing gehouden op 14 januari 2011 over "Het echte geven en bidden" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zondag, 03 april 2011 23:16

Ik heb van u een aantal vragen mogen ontvangen, waarvoor weer mijn hartelijke dank.

Laat je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet. Dit werd bij ons zo uitgelegd laat je vrouw niet weten wat jij als man in de collectezak doet.

Je kunt het toch zo gek niet verzinnen of er is ergens wel, de Joden zeiden al: voor elke Bijbeltekst zijn zeventig uitleggingen, dus we zullen ook deze bijschrijven in de vele uitleggingen van dit vers. Nee, ik weet man en vrouw zijn een maar dit is toch een beetje al te gek. Ik zou niet weten waarom mijn vrouw niet zou mogen weten wat ik in de collectezak doe en omgekeerd. Ik zeg wel eens tegen haar: Ik heb niet zoveel geld bij me doe jij er wat dubbel in. Heeft u dat ook wel eens meegemaakt of nog niet? Of is dat alleen bij ons? Of zegt zij dat tegen mij. Dat overleg je soms wel eens eventjes. Nee, het gaat vooral denk ik om zoals ik gezegd heb: doe het maar zodanig dat je het vergeten hebt op het moment dat je het gedaan hebt. Dat is ook heel belangrijk, ook in het, er schiet me nu een totaal ander voorbeeld te binnen waarbij het zo belangrijk is te vergeten wat je doet. Dat geldt ook in het pastoraat, als je met mensen dingen bespreekt, ze hebben je dingen verteld die vertrouwelijk zijn. Sommige mensen hebben de gave van de onthouding dat wil zeggen die kunnen goed onthouden wat er gezegd is, en andere hebben de gave van de vergetelheid. In het pastoraat is het heel mooi om de gave van de vergetelheid te hebben. Als je een goed werk gedaan hebt, bijvoorbeeld een grote gift, vergeet het alstublieft maar meteen, dan kun je ook niet jezelf er voor op de borst kloppen.

 

Ezechiël 30 ongeveer, gaat over de herder ... die zichzelf weidt, dat staat in Ezechiel 34, en niet de kudde. Geldt dit ook voor andere bedieningen, leraars, ouderlingen?

Ja zeker, ik denk dat dat een belangrijke vermaning is van Petrus in 1 Petrus 5, als je dingen doet om er beter van te worden en dan maakt het niet uit of je nu een apostel, profeet, evangelist, herder of leraar bent, als je misbruik maakt van de gemeente om jezelf daarmee te verrijken, dat kan puur financieel zijn maar het kan ook in alle andere opzichten zijn, je kunt je gemeente gebruiken om daar meer eerbetoon door te krijgen, dan dien je niet meer. Je dient de Heer, de Meester, de opdrachtgever en je dient de gemeente. De arbeider is zijn loon waardig, vooral in Holland mag dat af en toe weleens benadrukt worden, want heel veel gemeenten denken dat ze er met een koopje vanaf kunnen komen, dat slaat niet op Waddinxveen hoor, dus dat is de andere kant, maar de arbeid is niet in de eerste plaats om er zelf beter van te worden. Dienstbaar zijn naar anderen betekent letterlijk dat, dat je in de eerste plaats op de ander gericht bent. En jezelf weiden dat betekent dus dat als je al herder geroepen bent, om de kudde weide te geven en je weidt jezelf, dan ben je er niet om bekommerd dat je kudde te eten krijgt, maar dan gaat het er vooral om dat je zelf te eten krijgt en daarvoor de kudde opeet. Daar gaat het over in Ezechiel 34, een prachtig hoofdstuk over de valse herders. Waarom noem ik dat een prachtig hoofdstuk? Omdat alles wat er in dat hoofdstuk staat kun je omdraaien in het positieve, in het tegendeel en dan wordt het positief. Het is een hoofdstuk dat als je het omdraait een prachtig beeld geeft over hoe herders zouden moeten zijn. Ik noemde al eventjes vluchtig 1 Petrus 5 waar Petrus hetzelfde zegt. Daar gaat het ook over herders, daar gaat het ook over de kudde, daar gaat het over dienstbaar je opstellen, en niet je bediening te gebruiken tot schandelijk gewin.

Ik hoorde, vorige week geloof ik, over een voorganger van zeer bekende aard en niet uit Nederland, die als de collectes rond waren gegaan, eerst daar zelf een grote greep uit deed, voor wat hij zo voor zijn eigen behoefte nodig had, zonder dat dat gecontroleerd werd, zonder dat dat in de boeken verscheen. Nu weet ik hoeveel lasterpraat er in de kranten verschijnt, dus ik ga er vanuit dat het waar is maar dat weet ik ook niet zeker. Het zijn natuurlijk geweldige verzoekingen. Ik las al vele jaren geleden van Billy Graham, de drie grote gevaren voor elke dienstknecht zijn; Hoogmoed, Geld en Vrouwen. Het gaat over mannelijke dienstknechten, dat begrijpt u. Hoogmoed dat is een beetje moeilijk om te hanteren, dat is moeilijk om maatregelen voor te treffen, in zekere zin is dat de lastigste. Geld, dat betekent, alles dat binnenkomt dat gaat in een stichting, daar wordt het door beheerd en ik trek daar een vast salaris uit, zei Billy Graham, om die verzoeking te bewaren. En voor die andere had hij ook passende maatregelen getroffen, nooit met vrouwen alleen zijn enzovoort, je kunt een heleboel maatregelen zelf nemen, ook als het erom gaat om jezelf te behoeden voor die kwalijke gedachten dat het in de eerste plaats om het geldelijk gewin gaat in de bediening en niet langer om het dienstbaar zijn naar God en de gemeente toe.

Dit vind ik nog moeilijk. De ene groep bidt gebiedende wijs en de zwaardere groep afhankelijker. Is het wel dezelfde wortel?

Ik denk dat ik de vraag begrijp. Je zou kunnen zeggen; elke richting heeft zijn eigen manier van bidden. Ik denk niet dat veel van u ooit katholieken vrije gebeden hebben horen uitspreken. Ik lekker wel, ook niet zo vaak, dat is inderdaad een hele andere stijl dan wanneer je charismatische mensen hoort bidden, je hebt ook katholiek charismatische mensen, die heb ik ook weleens horen bidden. Je hebt reformatarische mensen van licht naar zwaar, van alles en nog wat en inderdaad, het is zo, elke theologische richting, kerkelijke richting, heeft zijn eigen stijl van bidden. Ik heb dat daarstraks ook even aangesneden toen ik zei dat daar vaak ook een hele theologie achter zit. De manier waarop je bidt daar zit een theologie achter. Ik houd er niet van om dingen te claimen, zo van; God heeft het beloofd en dat mag je dus ook claimen. Want alles wat God beloofd heeft dat heeft Hij uit genade beloofd. Ik kan nergens recht op laten gelden. Het zou ook heel naïef zijn om te zeggen; maar als Hij het beloofd heeft, op het moment dat Hij het beloofd heeft dan heb ik er dus ook recht op. Dat is een vreemde, rare en zeker oneerbiedige redenering, dus dat woord claimen dat vind ik heel verkeerd. Maar het omgekeerde daar houd ik ook niet van, waar bidden zo vrijblijvend wordt, in het Nederlands heb je dat heel sterk door iets dat je in andere talen niet hebt, doordat heel veel regels in onze gebeden beginnen met: Wil U, Wil U, Wil U? Eigenlijk bid je dan zeer vrijblijvend, je vraagt alleen maar of God het wil. En als het dan niet gebeurt wat je gezegd hebt, dan concludeer je, God wilde het dus blijkbaar niet. Als we dat Wil U Wil U Wil U eens af zouden kunnen leren, de melaatse man zei ook tegen de Here Jezus, "als U wil, U kunt mij reinigen" en de Heer zei: "Ik wil." Dus dat probleem was opgelost. Hij wilde wel. Ik denk dat een heleboel dingen die wij vragen aan de Here God, Wil U Wil U Wil U, dat Hij die best wil, en dat Hij het fijn zou vinden als we eens niet zo vrijblijvend zouden bidden. Vrijblijvend betekent ook, je kunt je er geen buil aan vallen. Ik zeg het een beetje grof, je vraagt het en als het niet gebeurt, nou dan wilde de Here God blijkbaar niet. Dat heeft niets te maken met wat ik daarstraks zei over dat aanlopen in het gebed. Dat heeft niet veel te maken met wat daar staat in Lucas 18, die gelijkenis van die weduwe die bleef aanhouden bij die onrechtvaardig rechter. Dus ook dit is weer een treffend voorbeeld van twee uitersten die je moet zien te vermijden. Waarvan ik denk dat de rechte weg weer tussen die twee, dat is overigens meestal, altijd zo, uitersten doorloopt. Niet claimen of drammen alsof je ergens recht op hebt, zelfs als God iets heeft beloofd is het denk ik een heel verkeerde theologie om te zeggen, oh, op het moment dat Hij het heeft beloofd, hebben wij er dus recht op. Want Hij heeft het gezegd. Nee, zo ga je niet met de genade om. Maar aan de andere kant dat vrijblijvende bidden waarbij dus ook zelden wonderen gebeuren, waarbij je dus zelf als het ware schone handen houdt en alles bij de soevereiniteit van God legt, dat lijkt me het andere uiterste. Ik denk dat we zouden moeten leren daartussen een goede tussenweg te vinden.

De volgende vraagsteller zegt: Met het omhaal van woorden heb ik altijd wat anders verstaan, namelijk, wat je in enkele woorden kan zeggen moet je niet in of met zoveel woorden zeggen. Lange volzinnen gebruiken. De volgende vraag lees ik er meteen bij; Wanneer wordt herhaaldelijk bidden drammen en/of claimen?

Over dat drammen en claimen heb ik het net al even gehad.

In volzinnen zeggen wat je ook in een paar woorden kan zeggen, ja dat is natuurlijk vooral het grote verschil tussen bidden in het openbaar en bidden in je eigen gebedsleven. In je eigen gebedsleven is er niemand die luistert hoe je bidt. Als wij hardop bidden dan ben je je er altijd van bewust dat mensen meeluisteren, tenminste, dat lijkt mij wel voor de hand liggend. Ik hoorde van een gebedsgroep waar één van de aanwezigen vroeg aan de bidder of hij iets harder wilde spreken en toen zei die ander; ik heb het helemaal niet tegen jou! Dat is niet terecht, wat hij zei. Want bidden is inderdaad gericht tot de Here God, maar als je samen bidt dan wil je ook datiedereen het kan verstaan. Anders heeft het geen zin, dan kun je beter allemaal in een hoekje gaan zitten en zachtjes voor jezelf bidden. Samen bidden betekent ook dat je op dat moment min of meer de spreekbuis bent van het geheel en dus moet iedereen het kunnen verstaan. Maar dan bidden we allemaal anders. Want we zijn ons er diep van bewust dat er mensen meeluisteren. Als je in je binnenkamer bidt dan hoeven je zinnen ook niet zo mooi afgerond te zijn en je hebt geen enkele gedachten over hoe zal mijn gebed overkomen bij degene die meeluisteren? Je hebt alleen maar rekening te houden met degene tot wie je spreekt. Dus vanzelf bid je dan al anders. En inderdaad is er een gevaar, als u ooit hoort van een ouderling of van een oudste van wie gezegd wordt; die kan zo mooi bidden, dan word ik altijd een beetje argwanend. Want dan is het gevaar, althans, dat hoeft niet, maar dat gevaar is aanwezig dat het dan inderdaad om de mooie volzinnen gaat, dat het er vooral over gaat dat diegenen die het gebed horen ervan kunnen meegenieten. En vooral als gebeden opgeschreven worden, waar ik erg veel moeite mee heb, dat zal ook wel komen van mijn achtergrond, maar dominees die hun gebeden uitschrijven, ik kan me voorstellen dat je graag precies wil weten wat je bidt en als je voor de radio moet spreken dan kan ik me dat ook voorstellen maar het is wel een erg grote aanslag op elke vorm van spontaniteit. En dan is het gevaar nog des te groter dat je mooie volzinnen wil maken en dat je net zo lang schaaft aan zo'n gebed dat er iets heel moois staat. En dan kun je je ook afvragen, voor wie bid je nu eigenlijk?

Maar goed, zoals gezegd, we hebben daar allemaal mee te maken. Als u weleens een gebed in het openbaar uitspreekt dan klinkt zo’n gebed altijd anders dan wanneer u in de binnenkamer bidt. Wanneer je niet rekening hoeft te houden met anderen die jouw gebed horen. Maar inderdaad omhaal van woorden, je kunt het heel kort houden. Er staan in de Bijbel, weet u dat het langste gebed in de Bijbel, dat is het gebed bij de inwijding van de tempel, als je dat voorleest, duurt maar vijf minuten. We hebben allemaal wel eens gebeden meegemaakt van een kwartier of langer, neem ik aan. En er staan in de Bijbel prachtige voorbeelden van heel korte gebedjes. Toen Mirjam melaats werd sprak Mozes een gebed uit dat in het Hebreeuws maar bestaat uit drie woordjes. ‘O Heer, genees haar toch’. Het gebeurde nog ook. En er zijn nog een paar voorbeelden. Martha en Maria sturen een boodschap naar de Here Jezus: ‘Heer, die Gij liefhebt, is ziek’. Er zit ook iets heel moois in. Het is kort maar krachtig, kort maar krachtig. Maar ga daar nou niet weer mee aan de haal en zeg je: zie je wel, hoe korter hoe beter. Nee, dat is niet zo. Want dan kom ik weer met die gelijkenis van die weduwe, weet u wel. Het is allebei. Neem het allemaal mee en de wijze, dat is een mooie uitspraak uit het boek Prediker meen ik, de wijze kent tijd en wijze. Die weet wat de goede tijd is en ook wat de goede manier is waarop hij de dingen moet uitspreken en hoe.

Goed, ik heb nog één vraag over en die vind ik wel belangrijk en dat is of ik nog iets meer wil vertellen over wat ik gezegd heb over de rechterstoel van Christus. We lezen daar twee keer expliciet over in Romeinen 14:10 en in 2 Korinthe 5:10; dat is makkelijk te onthouden. In beide gevallen wordt daar gesproken over de rechterstoel. De ene keer over de rechterstoel van God en de andere keer de rechterstoel van Christus maar dat gaat over hetzelfde. En in beide gevallen wordt gezegd dat wij daarvoor geopenbaard worden. Ik denk niet dat dat is als een mens sterft, dan wordt zijn ziel gedragen naar het paradijs. Daar is dat niet aan de orde. Maar ik denk wel dat dat zo is als straks Christus zijn gemeente opneemt in de hemel dat het dan aan de orde komt want dan wordt de bruiloft van het Lam gevierd, zegt Openbaring 19. Ik citeerde daar straks al en dan heeft zij een bruidskleed en dat bestaat uit de gerechtigheden der heiligen. Ze is ook bekleed met een mantel des heils, dat is een kleed dat God haar geschonken heeft maar ze is daar ook bekleed met het kleed dat bestaat uit de gerechtigheden van de heiligen. Dat wil zeggen: de goede werken, dat is geen vies woord, moet u niet denken, de goede werken van de gelovigen hier op aarde. En dat betekent onherroepelijk dat ik zal moeten worden vastgesteld wat die goede werken zijn. En dat betekent dat sommige dingen waar wij misschien zeer tevreden over waren zelf, dat de Here God daarvan zou kunnen zeggen: nou, voor Mij was dat niet zo indrukwekkend. Kijk er nog maar eens naar terug. Hij speelt die band weer af, die video, die dvd en dan zeg je: ja, nou zie ik het ook. Er zat eigenlijk toch wel erg veel van mezelf bij en heel wat minder van U dan ik had gedacht misschien op dat moment. Maar we zien ook andere momenten waar jezelf juist niet zo groots van dacht, misschien wel omdat ze meer in het verborgen gebeurden, die voor Mij juist erg kostbaar waren. Kijk daar ook eens naar. Ik denk aan wat in Lukas 7 staat van de Here Jezus die tegen Simon de farizeeër zegt: wie veel vergeven is, heeft veel lief en wie weinig vergeven is, heeft weinig lief. Simon was immers een brave, fatsoenlijke farizeeër. Die man had nauwelijks ooit gezondigd. Hij had dus ook weinig vergeving ontvangen, had dus ook weinig lief. Maar die vrouw, die zondares, was zich zeer bewust van haar vele, vele zonden en die had ze bij God gebracht. Daar had ze vergeving voor ontvangen. Ze had heel veel vergeving ontvangen, ja, en dus had ze heel veel liefde. Ik denk dat de rechterstoel van Christus of van God ook de plaats is waar ik pas écht zal zien hóe veel mij wel niet vergeven is. En nooit zal ik Hem zo liefhebben als wanneer ik daar zal hebben gezien hoeveel mij vergeven is. Dat is ook een belangrijke factor. Er is nog een element. Wij zullen straks met Christus regeren. Vraag nou niet hoe dat in Zijn werk gaat en over wie we dan regeren, dat is nou niet aan de orde maar we zullen met Christus regeren de duizend jaren. Weet gij niet dat de heiligen, de engelen zullen oordelen? Dat ze de wereld zullen oordelen zegt 1 Korinthe 6. Dat kan alleen maar als wij de dingen leren beoordelen zoals Christus ze beoordeelt. En ook daarvoor is de rechterstoel zeer belangrijk. Dat staat in 1 Korinthe 13: dan zal ik kennen zoals ook ikzelf gekend ben. Hoe ben ik dan gekend? Dat ga ik daar horen. Dus de rechterstoel is niets om bang over te zijn omdat daar al onze zonden nog eens breed worden uitgemeten. Denk erom, we staan daar met gouden kronen en met witte klederen en Degene die op de troon zit, dat is de Heiland die voor mijn zonden gestorven is. Het heeft helemaal niets te maken met het oordeel over de schapen en de bokken van Mattheüs 25. Het gaat er daarom dat ik mijzelf en alles wat ik gedaan en gezegd en gedacht heb, leer zien in Zijn licht. En dat is niet om je bezorgd over te maken. Daar kun je je op verheugen want eindelijk zul je zelf kennen maar je zult ook Hem kennen zoals je Hem nooit tevoren gekend hebt. Je zult jezelf leren beoordelen zoals Hij dat doet. Hoe kan ik de dingen beoordelen? Hoe kan ik met Hem regeren en de dingen in Zijn licht zien en de dingen op Zijn manier doen als ik niet in de eerste plaats mezelf gezien heb in dat licht. Dat is een vreugde, daar kun je naar uitkijken. Dan zal ik zien hoeveel me vergeven is. Dan zal ik zien wat werkelijk allemaal voor Hem van waarde was. Ik zal dan ook zien wat voor Hem niet zo veel waarde had en ik zal dat ook blijmoedig accepteren want ik zal het zelf zien. Als ik met Zijn ogen ernaar zal kijken, zal ik zeggen: Here, volkomen terecht. Het gaat dus ook niet zozeer om onze prestaties want het is zoals een oud lied zegt: wat een der uwen goeds bewerkt, het werd al door Uw genâ volbracht. Dat is duidelijk, het is allemaal genade. Maar dat is het niet alleen maar. U weet, dat is altijd een moeilijk probleem in de theologie, de verhouding tussen menselijke verantwoordelijkheid en de goddelijke soevereiniteit. Daar hebben we zelfs een Dordtse synode over gehad, 400 jaar geleden maar dat probleem bestaat nog steeds. Dus je kunt wel zeggen: het is allemaal genade, dat is ook zo. Er is ook een kant van de verantwoordelijkheid. En wat onze verantwoordelijkheid betreft hebben we sommige dingen niet zo goed gedaan en andere dingen beter gedaan. En als wij dan zullen zeggen: ja Heer, maar het is allemaal Uw genade dat we dat hebben mogen doen dan is dat ook zo. Maar het is even waar dat Hij zal zeggen: dat waren de dingen waar Ik iets van Mezelf heb teruggevonden en dat waren missers, dat had niet gehoeven. Als je dichter bij Me had geleefd, als je meer de kracht van de Heilige Geest in je leven had toegelaten, hadden die dingen zo niet gehoeven. Dus het gaat niet om als schoolmeester alleen maar te zeggen: dat was fout, dat was fout, dat was fout, om dat soort beoordelingen gaat het helemaal niet. Als mijn hart arglistig is en dat geldt ook voor mezelf als gelovige, kan ik er alleen maar naar verlangen dat ik eindelijk volkomen transparant zal zijn. Voor Hem ben ik dat al maar ook voor mezelf. Jullie hoeven dat niet te weten, jullie hebben de handen vol aan jezelf. Maar ik wil het van mezelf weten. Ik wil eindelijk volkomen transparant zijn. En wat zal het gevolg zijn? Dat ik Hem alleen maar des te meer zal liefhebben en des te meer zal prijzen en des te meer in staat zal zijn om de dingen te doen die Hij van me vraagt in het Messiaanse rijk, met Hem te regeren zoals Hij dat wil, naar Zijn maatstaf. En dan zal dat kleed er zijn. Dat kleed komt er, dat bruiloftskleed dat komt er. Dat bestaat uit de rechtvaardige daden van de heilige, dat komt er. Alleen de vraag is voor mij, hoeveel heb ik aan dat kleed bijgedragen? Dat is de vraag. Dat is een heel goede vraag, toch? En dat geldt voor u ook. Nou, daar is de rechterstoel voor nodig om dat uit te maken. En bij sommigen zal die bijdrage heel gering zijn maar dat was niet omdat God ons weinig genade gaf. Dat was onze eigen schuld. En dan zal aan het licht komen hoeveel er ook moois en goeds was. Dat Hijzelf bewerkt heeft maar dat ook een stukje van onze verantwoordelijkheid was en waar Hij waardering voor heeft en dat straks zal terugkeren in dat bruiloftskleed.

Goed, dat was wat ik met u wilde delen.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?