Hart voor Waddinxveen


(5) Lezing gehouden op 14 januari 2011 over "Het echte geven en bidden" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zondag, 03 april 2011 23:17

Ik heb maar de vrijheid genomen om het hoofdstuk 6 iets anders in te delen. We gaan daar drie avonden aan besteden en de vraag voor mij was bij de oorspronkelijke planning of ik 'Het Onze Vader' er vanavond bij zou betrekken of niet. Maar wat er dan overbleef als ik dat niet zou doen, leek me wat weinig. Nu ik besloten heb dat wel te doen, is het wat veel dus we zien wel hoe ver we komen. Maar u moet zich dus niet helemaal storen aan de indeling. Het kan best zijn dat we halverwege 'Het Onze Vader' de bijbelstudie onderbreken. Laten we lezen uit Mattheüs 6 in de Telosvertaling vers 1 t/m 13. "Pas er echter voor op dat u uw gerechtigheid niet doet voor het oog van de mensen om door hen te worden gezien anders hebt u geen loon bij uw Vader die in de hemelen is. Wanneer u dan weldadigheid bewijst, bazuin het niet voor u uit zoals de huichelaars doen in de synagogen en op de straten opdat zij door de mensen geëerd worden. Voorwaar Ik zeg u, zij hebben hun loon al. Maar u, als uw weldadigheid bewijst, laat uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet opdat uw weldadigheid in het verborgen is. En uw Vader, die in het verborgen kijkt, zal het u vergelden. En wanneer u bidt, zult u niet zijn zoals de huichelaars want zij houden ervan in de synagogen en op de hoeken van de straten te staan bidden om zich aan de mensen te vertonen. Voorwaar Ik zeg u, zij hebben hun loon al. Maar u, wanneer u bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bidt tot uw Vader, die in het verborgen is. En uw Vader, die in het verborgen kijkt, zal het u vergelden. En als u bidt, gebruik dan geen omhaal van woorden zoals de volken. Want zij menen dat zij door hun veelheid van woorden zullen worden verhoord. Word hun dan niet gelijk. Want uw Vader weet wat u nodig hebt voordat u het Hem vraagt. Bid u dan zo: 'Onze Vader, die in de hemelen bent, moge Uw naam worden geheiligd, Uw Koninkrijk komen, Uw wil gebeuren zoals in de hemel, zo ook op aarde. Geef ons vandaag ons toereikend brood en vergeef ons onze schulden zoals ook wij onze schuldenaars hebben vergeven. En leidt ons niet in verzoeking maar verlos ons van de boze'." Tot hiertoe lezen wij.

 

U weet dat alle moderne vertalingen de woorden die wij uit de liturgie zo goed kennen en die op het 'Onze Vader' volgen, weglaten. Dat is één van de redenen waarom ik, wat het Nieuwe Testament betreft, niet helemaal gelukkig ben met de Herziene Statenvertaling want die heeft dat gewoon overgenomen. De handschriften die men kende in de zestiende eeuw die hadden deze woorden. Sindsdien zijn vele, vele handschriften gevonden die veel ouder zijn en alle oudste handschriften hebben deze woorden niet. U weet welke woorden ik bedoel: 'want van U is het Koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid tot in eeuwigheid, amen.' En de voetnoot bij mij in de Telosvertaling zegt daarbij: 'vermoedelijk werd dit later toegevoegd voor liturgische doeleinden in de vroege kerk. Als alle oudste handschriften deze woorden niet hebben en de latere wel dan zijn ze op een bepaald moment ingelast en door alle volgende overschrijvers overgeschreven. Maar ze horen in de oorspronkelijke tekst niet thuis. U vindt ze ook in geen enkele moderne vertaling. Dit even terzijde, anders denkt u, waarom houdt hij nou ineens in het midden op.

Wij gaan het hebben, in dit hoofdstuk over zeer praktische zaken. Daar gaat het in de hele bergrede over. De bergrede is koninkrijksonderwijs dat de Here Jezus gegeven heeft om Zijn volgelingen, Zijn discipelen te leren hoe zij hebben te wandelen. En de praktische wandel, dat is inderdaad een zaak van elke dag van wat we hebben te doen en niet zozeer van alles wat we kunnen weten. Wij leven in een westerse traditie waarin dat weten erg belangrijk is. Waarin het er vooral om lijkt te gaan wat je allemaal in je gedachten kunt opslaan en in je kennis kunt opslaan. De Joden zijn er soms trots op dat zij geen theologie kennen. Dat zij voor deze verzoeking bewaard gebleven zijn. Dat is ook maar ten dele waar want ook in de middeleeuwen hebben de grote rabbijnen net zo goed die invloed van het Westen ondergaan vanuit de Grieks-Romeinse wereld waarin weten ontzettend belangrijk is. En ik zal dat ook niet graag ontkennen. Maar dat is dan wel vaak een weten met het hoofd. Dat is niet waar Hosea het over heeft als hij zegt: mijn volk gaat te gronde door gebrek aan kennis. Dan bedoelt hij bepaald niet theologische kennis maar dan bedoelt hij kennis in de zin van een relatie met de Here God. En dat laatste dat is nu juist ook zo belangrijk in Mattheüs 6. Leven vanuit de relatie met de Here God.

Als u zo'n levende relatie mag kennen is dit onderwijs dat u hier hebt, nauwelijks aan u besteed. Het is zo vanzelfsprekend. Maar als je niet leeft vanuit zo'n persoonlijke, warme, intieme relatie dan gebeurt er iets wat in alle godsdiensten gebeurt en ook in het christendom. Dan ontwikkel je een bepaalde godsdienstigheid die naar buiten toe indruk probeert te maken op andere mensen maar die in feite moet dienen tot maskering van een grote innerlijke leegte. Want die warme relatie met de Here God, die verborgen omgang, vinden zielen waar Zijn vrees in woont. Waar die verborgen omgang ontbreekt, daar ontstaat die leegte. En waar die leegte ontstaat heb je andere behoeften die dan vervuld moeten worden. Als dat dan niet verticaal is naar de Here God dan maar horizontaal naar andere mensen. Dan ontstaat een soort godsdienstigheid waarbij het er vooral omgaat wat andere mensen wel niet van je zullen denken. Nou is dat natuurlijk een heel algemeen menselijk probleem of gewoon een menselijk gegeven. Laat ik het nog niet meteen een probleem maken. Een menselijk gegeven dat we allemaal in zekere mate bevestiging nodig hebben, bemoediging nodig hebben. Kinderen groeien helemaal verkeerd op als ze nooit die bevestiging, die bemoediging van de kant van de ouders ontvangen. Sommige van u hebben daar misschien in hun eigen persoonlijke leven de slechte gevolgen van ondervonden. Als je thuis nooit die bevestiging, die bemoediging hebt gekregen. Als je een slecht rapport had dan kreeg je ervan langs, had je een goed rapport dan was het allemaal genade van boven en je werd daar dus ook nooit voor geloofd. Daar zit natuurlijk iets inconsequents in maar nog afgezien van die theologische inconsequentie, het is ook psychologisch erg gevaarlijk. Dus een stukje bevestiging en bemoediging, daar hebben we allemaal behoefte aan. Ik vind het fijn als iemand tegen me zegt dat hij van een bepaalde preek een zegen heeft ondervonden. Dat houd je aan de gang. Dat betekent dat het nog steeds blijkbaar de moeite waard is dat je met dit werk doorgaat. Want er zijn altijd wel mensen die er zegen van ontvangen. Maar de behoefte aan bevestiging, aan bemoediging kan buiten proporties geraken. En nogmaals dat gebeurt heel vaak daar waar mensen zulke bevestiging nooit gekregen hebben of te weinig gekregen hebben. Maar het kan ook een probleem in jezelf zijn. En nogmaals, als die relatie naar boven tekort komt, want de allerbelangrijkste bevestiging ontvang je van de Meester zelf. Waar die ontbreekt, daar ga je je steeds meer richten op andere mensen wat die zullen zeggen. Dat kan ook voortkomen uit iets heel anders wat hier niet zo direct aan de orde is, namelijk uit angst. Heel veel christenen zijn erg benauwd voor wat anderen zullen zeggen uit angst. Wat zullen de buren er wel niet van denken. Wat zullen ze bij ons in de kerk of in de gemeente er wel niet van denken. Wat zal de dominee er wel niet van denken. Daar zit angst achter. Je wilt niet uit de band springen. Je wilt in het kader passen, in het grote geheel. Je wilt niet opvallen. Je krijgt dan ook heel makkelijk zo'n situatie dat alle neuzen dezelfde kant uit staan. Maar daar zit angst achter. En dat is hier niet zozeer aan de orde. Hier gaat het om mensen die hunkeren naar de bevestiging van anderen, lofprijzingen van anderen omdat ze dat een goed gevoel geeft. Dat is ook een eigentijdse uitdrukking. We spreken al over 'feel good religion' en dat gevaar bestaat ook levensgroot. Ik denk in evangelische kring nog veel meer dan in reformatorische kring. Alsof het er vooral om gaat dat we ons allemaal lekker voelen in de gemeente en in de samenkomsten en dat kan zo ver gaan dat je ook vooral weer gericht bent horizontaal op anderen die jou moeten helpen dat goede gevoel te ontwikkelen.

Nou gaat het hier in dit hoofdstuk over twee belangrijke onderwerpen, namelijk over wat hier heet: weldadigheid, zeg maar simpelweg: aalmoezen geven. Trouwens zelfs dat is al een ouderwetse uitdrukking. Zeg maar gewoon: geven, liefdadigheid; geven aan anderen die in nood zijn. En het tweede onderwerp, dat is vers 5 en vervolgens het bidden. Het geven en het bidden. Er komen nog meer van die problemen in dit hoofdstuk aan de orde zoals het vasten enz. en de mammon, maar die komen allemaal dan de volgende keer aan de orde (of keren). Hier gaat het over het geven en over het bidden. En de Here Jezus vat dat samen met een mooi woord wat we ook al in hoofdstuk 5 tegenkwamen, het woord 'gerechtigheid'. 'Pas er echter voor op dat u uw gerechtigheid niet doet.' Gerechtigheid is ook iets waarover je heel theoretisch kunt spreken. Gerechtigheid heeft dan met het wezen van God te maken. Wij krijgen deel aan Gods gerechtigheid; we worden gerechtvaardigd door het geloof maar hier betekent gerechtigheid een zeer praktisch iets. Denk maar aan Openbaring 19 aan de bruiloft van het Lam. Dat bruiloftskleed dat bestaat uit de gerechtigheden van de heiligen. Dat betekent de rechtvaardige daden en woorden, gedachten, uitingen van gerechtigheid in het praktische geloofsleven. En we vonden dat ook zo in hoofdstuk 5 waar we lezen: 'Als uw, in vers 20, als uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de Schriftgeleerden en Farizeeën dan zult u het Koninkrijk der hemelen geenszins binnengaan'. Daar gaat het over je rechtvaardige leven. Praktische rechtvaardigheid of gerechtigheid: met doen, spreken en denken heeft dat te maken. En al die goede werken die we hier vinden in hoofdstuk 6, worden met dat ene woord samengevat en in dat eerste vers geeft de Here Jezus al meteen aan de belangrijke les die Hij ons wil voorhouden. 'Doe uw gerechtigheid, doe uw goede werken niet voor het oog van de mensen om door hen te worden gezien.' Hij zegt het heel zwart-wit. Je krijgt altijd loon ervoor als je goede werken doet maar je mag kiezen: of je krijgt dat loon van de Vader die in de hemelen is. Dat is de uitdrukking die heel veel in dit hoofdstuk voorkomt. Het is echt een hoofdstuk dat gaat over de relatie tussen de Vader en zijn kinderen. Je krijgt dat loon òf van de Vader in de hemel of je krijgt het van de mensen. Als je erop gericht bent dat vooral de mensen goed zien wat jij allemaal presteert aan goede daden dan hoef je er niet op te rekenen dat de Here God jou boven straks voor zijn rechterstoel ook nog een beloning zal geven daarvoor. Want Hij zal tegen je zeggen: 'Jij hebt jouw beloning al ontvangen. Je leek zelfs niet heel erg geïnteresseerd in een beloning van Mij. Het leek voor jou veel belangrijker wat andere mensen wel niet van je zouden denken. Nou die hebben je ook geprezen dus jij hebt je loon binnen'. We weten het, straks voor de Rechterstoel gaat het om loon. Een ieder zal daar wegdragen hetgeen hij in het lichaam gedaan heeft, hetzij goed hetzij kwaad. En als er helemaal niks overblijft omdat je al je loon op aarde al gekregen hebt van de mensen dan zal je behouden worden maar zo, als door vuur heen zegt 1 Korinthe 3. Denk maar aan Lot die alles wat hij had in Sodom moest achterlaten. Het kwam allemaal om in het vuur. Hij verloor zelfs zijn eigen vrouw en in moreel opzicht zelfs zijn eigen dochters. Hij raakte alles kwijt. Hij werd behouden maar zo, als door vuur heen.

Als je loon wilt ontvangen van de Meester en je dient toch de Meester, dus het gaat er toch om wat Hij aan loont heeft. Dan moet je niet in de eerste plaats kijken naar wat mensen wel van je vinden en van je denken. En laat ik het u maar eerlijk zeggen: hoe meer je in de openbaarheid optreedt, hoe gevoeliger dat punt. Als u van de Here God een bediening hebt gekregen die zich meer in de stilte afspeelt dan kan ik me best voorstellen dat menselijk gesproken u dat wel eens betreurt. U denkt, dat lijkt me ook wel interessant zo'n bediening vanaf het podium, vanaf de kansel. Maar als u even nadenkt, dan begrijpt u dat mensen die een bediening hebben die zo zich in de openbaarheid afspeelt, ook grotere risico's lopen. Want hoe zichtbaarder je bediening is des te groter is het gevaar dat je afhankelijk wordt van wat mensen van je vinden. En dat ook mensen gaan bepalen hoe jij je bediening doet terwijl geen mens op aarde mijn meester is. Ik lees wel in Efeze 4 dat de bedieningen gegeven zijn aan de gemeente dus ik kan me er ook niet helemaal aan onttrekken. Ik kan niet mij onttrekken aan wat de gemeente vindt. Als ik een bediening heb als leraar, u weet dat is de vijfde van de vijf bedieningen die daar worden genoemd, dan is ook de leraar aan de gemeente gegeven. De leraar moet dus niet zeggen: dit of dat is mijn gemeente. Het is net andersom. Hij is het bezit van die gemeente. En er is ook altijd nog zoiets als kerkelijke tucht als hij buiten zijn boekje gaat dan valt hij onder de tucht van de gemeente. Maar zijn Meester, zijn Opdrachtgever, zijn Heer, dat is de gemeente niet. En je bent in feite beklagenswaardig als je in dienst komt van de gemeente en als de gemeente gaat dicteren hoe jij spreken en denken en voelen en handelen moet. Daar zit een spanningsveld. Aan de ene kant: de Heer is jouw Meester en verder niemand. Maar daar ligt ook het gevaar van grote arrogantie. Je doet waar jezelf zin in hebt en je trekt je niets aan van wat de gemeente zegt. En het andere gevaar, het tegenovergestelde gevaar is dat je een speelbal bent van wat christenen om je heen vinden. Die bepalen waar jij over preekt en die bepalen hoe je preekt en wat de kleur van jouw prediking is en als het ze niet bevalt dan krijg je dat ook goed ingepeperd. Dus om een stil en gerust leven te hebben pas je je steeds meer aan aan wat mensen willen horen. Dat zijn de twee grote valkuilen. De valkuil van de arrogante betweter en de valkuil van de man die alleen nog maar zegt wat de mensen willen horen om geen problemen te krijgen.

Dat hebben we vaker bij de dingen die ons in dit hoofdstuk worden verteld. Dat zullen we nog wel meer zien, ook vanavond. Er zit steeds een enerzijds anderzijds in. Als iemand totaal niet meer geïnteresseerd is wat de gemeente ervan vindt, omdat hij zegt: ik heb die bevestiging en die bemoediging niet nodig, dat kan ook heel ongezond zijn. Dan wordt hij inderdaad gemakkelijk een arrogante betweter. Maar als hij zo afhankelijk wordt van die bevestiging en die bemoediging en de loftuitingen, dat is ook een groot gevaar. We hebben heel veel wijsheid nodig en in het licht van het verdere Nieuwe Testament zou je zeggen: we hebben de leiding van de Heilige Geest nodig om tussen deze twee uitersten door te varen. Wees niet gericht op het loon dat mensen je kunnen geven met hun lofprijzingen, wees gericht op het loon van je Vader die in de hemelen is. En dat kun je jezelf wel inprenten maar het werkelijke geheim daarvan is een persoonlijke, intieme relatie met de Vader in de hemel. Dat kun je aan dit gevaar ontkomen. Wanneer u dan weldadigheid bewijst, bazuin het niet voor u uit. U kent die uitdrukking: iets uitbazuinen. En heel veel mensen zijn zich niet meer bewust van hoeveel van die uitdrukkingen letterlijk uit de Bijbel stammen. Dan zeggen ze: zoals het spreekwoord zegt en dan komt er een bijbeltekst. Dat weten veel mensen niet meer. Nou, hier hebt u ook zo'n uitdrukking. Bazuin het niet voor u uit, als letterlijk deze mensen als het ware trompetters hadden die voor hen uit gingen en de mensen tot staan brachten opdat ze goed konden zien hoe deze vrome lieden aalmoezen uitdeelden of hun gebeden deden op straat. En dan staat er een belangrijk woord: zoals de huichelaars doen, in de synagogen en op de straten. Dus daar waar veel mensen zijn die kunnen zien wat ze doen. Wat is een huichelaar? Het Grieks heeft een woord dat in het Nederlands tamelijk bekend is, namelijk een hypocriet. En het is interessant om te weten dat in de oudheid dat woord ook gebruikt werd voor een toneelspeler. Een toneelspeler is gewend om een andere rol te spelen dan zijn eigen levensrol. Hij is op het podium iemand anders dan hij in het gewone leven is. Als je wel eens luistert naar bekende acteurs, filmacteurs of mensen die op het toneel spelen dan krijg je wel eens de indruk dat ze ook in het gewone leven constant aan het acteren zijn. Het is een tweede natuur geworden. De hypocriet is altijd aan het acteren. Hij speelt een andere rol dan dat hij werkelijk zelf is. Wie hij is in de binnenkamer als hij alleen is met God, dat weet je niet, hij speelt een rol. In dit geval de rol van een zeer godsdienstig mens. Hét voorbeeld daarvan hebben we bij een vorig seizoen besproken, dat is in de gelijkenis in Lucas 18 van de Farizeeër en de tollenaar, waar deze man zegt: "Heer, ik dank U dat ik niet zo ben als andere mensen." Ik dank U Here God, dat ik zo'n vroom, en die man lijkt nog oprecht dat te menen ook want hij zegt het tegen de Here God, ik vast tweemaal in de week, ik geef tienden van al wat ik heb, ik ben geen slecht mens die maar raak leeft, ik ben niet zo eentje als deze Farizeeër, U moet wel heel tevreden over mij zijn. In zekere zin lijkt deze man zo onnozel dat hij niet eens een hypocriet is. Hij meent wat hij zegt. Een hypocriet speelt toneel, hij doet zich prachtig voor, maar hij is zo niet. De echte hypocriet is, zoals de Here Jezus dat op een andere plaats beschrijft, een gewitte wand en daarachter is een spelonk vol dorre doodsbeenderen. Van binnen allemaal rottigheid, letterlijk, de verrotting van de dood. Aan de buitenkant prachtig wit gepleisterd. Dat is de echte hypocriet. Van buiten een braaf godsdienstig mens, een voorbeeld voor anderen. En naïeve mensen prijzen zulke lieden ook want ze kijken daar niet doorheen, ze zien niet dat hij aan het acteren is. Terwijl hij van binnen er niets van meent. Dat betekent ook per definitie dat zo iemand niet een relatie heeft met de levende God. Je hebt hier twee soorten godsdienstigheid. Een godsdienstigheid die van binnen hol en leeg is, zelfs gevuld is met verrottende beenderen. En, ik zei straks in het begin al, een godsdienstigheid die gevoed wordt vanuit een persoonlijke relatie met de Here God. In het eerste geval ben je een hypocriet. In het tweede geval ben je iemand die van binnenuit leeft, waar datgene naar buiten komt wat ook van binnen in zijn hart is. En dan gaat het er vooral om wat de Here God er van denkt. Dan ben je er ook niet meer zo in geïnteresseerd dat andere mensen toch maar vooral zullen weten wat voor goede daden jij verricht. Wat voor weldadigheid jij bewijst, wat voor aalmoezen jij uitdeelt. Dan ben je helemaal niet zo gericht op het geëerd worden door de mensen. Je mag best door mensen gewaardeerd worden. Er zijn ook mensen die tegen de Here Jezus waarderende worden hebben uitgesproken. Ze waren blij met Hem en Hij heeft dat niet afgewezen. Dat is weer die andere kant waar ik het over had, kijk uit dat je niet arrogant wordt daarin. Maar als je afhankelijk wordt van de eer van mensen ben je een beklagenswaardig figuur. En als je daarvoor bereid bent te acteren, om je constant mooier voor te doen dan je bent, ben je nog meer een beklagenswaardig figuur. Voorwaar, ik zeg u, zij hebben hun loon al. De Here Jezus schildert ons in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan het voorbeeld van iemand die liefdadigheid bewijst zonder door de mensen geëerd te worden. In de eerste plaats, er waren helemaal geen mensen bij. In de tweede plaats, het kostte hem heel veel, zonder dat hij er iets voor terug kreeg. Het kostte hem tijd, het kostte hem moeite, het kostte hem geld, hij betaalde de herbergier. Hij liep zelfs groot gevaar, hij had ook in handen van de rovers kunnen vallen. Hij getrooste zich vele offers en hij kreeg er niets voor terug. Dat is eigenlijk een portret van de Here Jezus zelf. Maar ook van de ware discipel van Christus. Er is maar één beloning die zulke mensen ontvangen. En daar gaat het volgende vers hier in Matteüs 6 over. De enige beloning als niemand ziet wat je voor mooie dingen doet. Als niemand je dus kan prijzen, ja behalve die arme man die hij naar de herberg gebracht had. Maar als verder niemand jou kan bewonderen en prijzen om wat je allemaal presteert, dan is de enige die je nog kan prijzen, dat ben je zelf. Dan kun je jezelf een schouderklopje geven. En dat is de wijsheid die spreekt uit vers 3, als de Here Jezus zegt: "Als u weldadigheid bewijst, laat uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet." Dat is natuurlijk beeldspraak. Ten eerste weten linker en rechterhanden helemaal niets. En ten tweede, ook al pas je het toe op de persoon in kwestie, je kunt moeilijk zeggen, hij geeft aalmoezen en hij weet het zelf niet. Maar dit is een prachtige manier om precies dit punt aan te geven waar ik op wijs. Kijk uit dat je niet, als je loon van mensen zoekt, dat als er niemand aanwezig is dan je loon, je eerbetoon bij je zelf zoekt. Kijk uit met jezelf op de borst te kloppen of jezelf schouderklopjes te geven: dat heb je dan toch maar goed gedaan. Dat is natuurlijk niet te vermijden. Als die barmhartige Samaritaan door niemand gezien wordt en van niemand lof krijgt, ja, je kunt moeilijk voorkomen dat zijn eigen hart dan zegt: "Tjonge, dat heb je dan toch maar mooi gedaan." En toch is dat precies wat de Here Jezus hier zegt. Kijk uit voor die valkuil. Als niemand je prijst dat je het dan zelf gaat zitten doen. Opdat uw weldadigheid in het verborgene is. Zodat je als het ware het zelf niet weet. En uw Vader die in het verborgene kijkt, die dus in je hart kijkt, zal het u vergelden. Want Hij kent de diepere beweegredenen van je hart. Hij onderscheidt of je acteert, of je de dingen doet voor de eer van de mensen. Of dat je de dingen doet uit liefde voor Hem en ook uit liefde tot de medemensen aan wie je weldadigheid bewijst. De motieven van het hart zijn ontzettend belangrijk. Je mag niet zeggen dat het het een en het al is, want dan val je weer in een andere valkuil. Namelijk door te zeggen, als je motieven maar goed zijn dan maakt het niet uit wat je doet. Dat is ook niet waar. Er zijn dingen die zijn gewoon te allen tijde fout ook al zijn je motieven nog zo goed. Als je buurvrouw alleen en eenzaam is en jij zit elke avond bij haar in plaats van bij je eigen vrouw, dan kun je nog zulke nobele motieven hebben om haar te troosten in haar eenzaamheid, ik kan u vertellen broeder, je bent verkeerd bezig. En in zulke situaties heb ik met jouw nobele motieven, waar ik trouwens ook een groot vraagteken bij plaats, niets te maken. Dus je mag dat niet overdrijven, alsof het er niet toe doet wat je doet, als je motieven maar nobel zijn. Als ze dat al zijn. Dat is de andere kant. Maar je mag ook niet zeggen, en in sommige moraaltheologieën, zowel Joods als Rooms Katholiek, bestaat dat gevaar, dat dingen in zichzelf goed zijn, los van de motieven. Als je maar de juiste dingen doet dan zijn je motieven niet belangrijk. Als je maar aan bepaalde verplichtingen voldoet. Dat is zo tegen de geest van de Bergrede en tegen de geest van het Nieuwe Testament. Paulus zegt in Fillipenzen 2: "Laat die gezindheid in je zijn die ook in Christus Jezus was." Gezindheid dat heeft alles te maken met je motieven, met wat er in je hart omgaat. De Vader, die zelf in het verborgene is, kijkt ook in het verborgene. Dat wil zeggen, Hij ziet wat er in jouw hart aanwezig is. De psalmist zegt in Psalm 19: "Spreek van de verborgen afdwalingen mij vrij, Here God." Want ik ben mij vaak zelf niet zo goed bewust van mijn diepste motieven. Ga het maar na, als je mooie dingen doet, hoeveel is daarvan toch eigenlijk een soort haken naar eerbetoon. Al is het maar vijf of tien procent. Hoeveel daarvan is eigenlijk toch om uzelf op de borst te kloppen. Hoeveel wordt gedaan uit liefde tot Jezus. Al wat gedaan wordt uit liefde tot Jezus dat houdt zijn waarde en zal blijven bestaan, zegt een mooi oud lied. Alleen, probeer dat maar eens van jezelf vast te stellen. Hoeveel van wat je doet werkelijk uit liefde tot Jezus is. Het vereist een behoorlijke hoeveelheid zelfkennis. En daarom zegt de psalmist: "Spreek van verborgen afdwalingen mij vrij." Here God, als er toch in mijn hart iets is van eigendunk, van een zoeken, een streven naar eerbetoon van mensen, of zelfs maar eerbetoon van mezelf doordat ik mezelf schouderklopjes ga geven, Here, neem het weg. Spreek van die verborgen afdwalingen mij vrij. Of Psalm 139: "Doorgrondt mij en ken mijn hart, o Heer." Jeremia 17 zegt: "Arglistig is het hart meer dan enig ding. Ja, wie zal het kennen." Wie van ons hier in deze zaal kent zijn eigen hart zo goed dat hij een realistisch beeld heeft van zijn diepste motieven bij alles wat we zeggen en wat we denken en wat we doen. Ik hoor in elk geval niet tot die categorie. En ik vrees dat heel veel van u daar ook niet toe horen. Die kunnen zeggen, ik doorgrond mijn diepste beweegredenen in mijn hart. Daarom bidden we dat ook. In de verwachting en in de hoop dat de Here God ons zal helpen om die diepere motieven bij onszelf te onderkennen. Wanneer u bidt, doe het dan niet zoals de huichelaars, want die bidden in het openbaar. Om door de mensen gezien te worden. In het Jodendom had je natuurlijk heel veel plichtmatige gebeden, die uitgesproken werden op bepaalde gezette tijden. Dat is nog steeds zo. De Moslims kennen dat. In heel veel godsdiensten komt dat voor. En u moet daar ook niet al te negatief over doen, want wij kennen dan dat soort verplichtte tijden niet, maar het gevolg is dan misschien ook wel dat we veel minder bidden. Je kunt wel zeggen bijvoorbeeld, dat is echt niet erg protestants om formuliergebeden er op na te houden, behalve dan het Onze Vader. Maar verder niet zo veel. We houden meer van vrije gebeden. Maar er zijn heel veel formuliergebeden uit de geschiedenis van de christelijke kerk die heel wat meer diepgang hebben dan heel veel van onze zogenaamde vrije gebeden, die vaak zo oppervlakkig zijn. Als u bidt, laat het niet zijn om door de mensen gezien te worden. Wat ik wilde zeggen is, deze Joden baden op gezette tijden en als dat dan op straat was, dan hielden ze op dat moment stil. Je kunt dat in de moslimlanden ook zien, als daar de Muezzin juicht of roept beter gezegd. Meestal gebeurt dat nu door een bandje via een luidspreker. Maar zo gauw dat gebeurt dan ligt alles stil en dan zal menige moslim ook, sommige zelfs gewoon ter plekke op straat, waar dan ook, hun matje uitspreiden om daar te knielen. Dus vandaar dat deze mensen dat ook op straat deden. Ik bedoel, bij ons zou dat veel vreemder zijn. Als je zulke gewoontes niet hebt is het natuurlijk al helemaal raar om op straat te gaan staan en daar midden op straat te gaan staan bidden. Maar daardoor is het natuurlijk een beetje meer begrijpelijk. Maar je kunt het er natuurlijk ook weer op toe leggen: kijk eens hoe die mensen tenminste hun godsdienst in ere houden, terwijl andere mensen gewoon doorgaan met hun dagelijks werk. Ook hier ligt een groot gevaar. Aan de ene kant het gevaar dat ook wij, misschien met een enkel woord zo eens anderen laten merken hoeveel tijd wij wel niet in gebed doorbrengen. Daar moet je erg mee uitkijken. Als je met een gebedscampagne bezig bent, in je eigen leven met een gebedsactie, als je meedoet met een gebedsactie, praat er maar niet al te veel over. Andere mensen hoeven niet te weten hoeveel tijd jij in gebed doorbrengt. Want dan kan exact hetzelfde gebeuren als wat hier gebeurt, dat je toch stiekem hoopt dat de mensen je daarom wel bijzonder zullen waarderen omdat jij zo'n bidder bent. Maar het omgekeerde gevaar is natuurlijk dat mensen ja knikken en zeggen: "Ja, prachtig, dat vinden wij ook," die tegelijkertijd heel wat minder tijd in gebed doorbrengen dan deze mensen dat doen. Dat is nou weer de andere kant. Arglistig is ons hart. Doe het niet om je aan de mensen te vertonen. Die mensen hebben hun loon al. Ze ontvangen het eerbetoon van de mensen en daar moeten ze dan maar tevreden mee zijn, van de Here God zullen ze hun loon niet hebben. Maar u, wanneer u bidt, ga in uw binnenkamer. Daar komt die uitdrukking vandaan, dat is ook heel bekend. Dat wil zeggen, je terugtrekken in een ruimte waar andere mensen je niet zien. Wees alleen met God. Voor de Here Jezus was de binnenkamer het gebergte. We lezen in Marcus 6 dat Hij zich terugtrok op de bergen om daar te bidden in de eenzaamheid. Niet voor de ogen van alle mensen. Dat is trouwens ook onrustig bidden. Maar in de stilte om alleen te zijn met God. Bij u is dat misschien een binnenkamer, bij een ander is dat een wandeling in het bos of langs het strand of waar dan ook. Dat hangt een beetje van het individu af. Als je maar de stilte opzoekt. We hebben niet zo gek veel bergen hier om dat te kunnen doen. Maar de stilte opzoeken om alleen te zijn met God. Maar laat het een zaak zijn tussen jou en God en loop er niet mee te leuren, loop er niet mee te koop. Sluit de deur en bidt tot uw Vader die in het verborgene is, en uw Vader die in het verborgene kijkt, die dus de verborgen beweegredenen van je hart ziet, die zal het u vergelden.

En dan komt er een heel moeilijk vers: "Als u bidt, gebruik dan geen omhaal van woorden zoals de volken. Want zij menen dat zij door hun veelheid van woorden zullen worden verhoord." Waarom is dat een lastig vers? Het lijkt aan de ene kant tegemoet te komen aan mensen die zeggen: "Zie je wel, al die lange bidstonden, dat is helemaal nergens voor nodig." Dertig, veertig jaar geleden was in meer traditionele kerken het kringgebed nog volledig onbekend. Dat wil zeggen, als iemand het in gebed bij de Here God had gebracht dan was dat toch voldoende. Je hoefde dat maar één keer tegen de Here God te zeggen en dan was dat mooi geweest. Mijn antwoord is dan meestal, als je zo redeneert dan hoef je het zelfs geen één keer tegen de Here God te zeggen, want Hij weet het toch al wel. Dan wordt het een plichtpleging. Hier staat het immers zelfs: "Want uw Vader weet wat u nodig hebt voor dat u het Hem vraagt." Dus waarom vraag je het eigenlijk. Wordt bidden dan niet een plichtpleging. Hij weet het eigenlijk al wel, maar ja, we horen nou eenmaal te bidden, dus we zullen het Hem in gebed voorleggen, maar als één dat gedaan heeft is dat genoeg. En trouwens, ik heb ook wel eens een aanmerking op sommige kringgebeden, waar iedereen dan ook exact hetzelfde bidt. Dan kun je je ook afvragen, is dat nou erg zinvol. Er is zo ontzettend veel om over te bidden, dat één van de mooie dingen van kringgebed is, dat vele, allerlei verschillende noden bij de Here God brengen. Ik moet wel eens lachen bij mensen die vooral zo'n kringgebed niet gewend zijn, de eerste die dan bidt, die bidt dan ongeveer voor alles wat er maar te bidden valt en de anderen kunnen niet anders dan in herhaling vallen, want alles is al genoemd in het gebed. Kringgebed is dus ook iets wat je leren moet. Maar wat betekent nou die omhaal van woorden. Is het inderdaad wat ik dan vroeger wel eens hoorde, gelukkig vandaag aan de dag steeds minder, is het inderdaad: "Nou, het is nu gezegd, dus het hoeft verder niet." Ik hoorde dat bijvoorbeeld als het ging om gebedsavonden voor zeer zieke mensen in de gemeente. Dan kwam daartegen soms groot verzet, want dat was nergens voor nodig, de dominee bad daar 's zondags voor en dat was ruim voldoende. De dominee bracht het, ik zou haast zeggen officieel bij de Here God, dan werd het bij Hem bekend gemaakt als een soort mededelingen. Er werd ook bij gevraagd of de Heer die persoon wilde genezen. En als je dan nog aparte gebedssamenkomsten zou willen, of zelfs misschien wel gebedsnachten, dan kon je zomaar dit vers naar je hoofd krijgen. Alsof je een heiden was. Alsof je, wanneer je vroeg om gebedsnachten, een heiden was die met omhaal van woorden meende God te kunnen vermurwen. Als u zo praat dan weet ik een heleboel Bijbelteksten voor u in het Nieuwe Testament. Bidt onophoudelijk. Bidt zonder ophouden. Dag en nacht. De Here Jezus zegt in de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter, daar heeft Hij het over Zijn mensen, de rechtvaardigen die dag en nacht tot Hem roepen. Die hele gelijkenis gaat over een arme weduwe die haar recht zoekt bij die onrechtvaardige rechter. En blijft aanhouden om haar recht. Dag en nacht. Totdat die man zegt: "Laat ik het dan maar doen, want anders kom ik nooit van dat mens af." En dan zegt de Here Jezus: "Als die man dat al doet, zou God in de hemel dat dan niet doen als het gaat om zijn kinderen, die dag en nacht tot Hem roepen?" We worden in het Nieuwe Testament aangemoedigd om altijd in gebed te zijn. Om te leven in de geest van gebed. Om dag en nacht tot de Here te roepen. Is het niet in de Psalmen dat David zegt: "Zeven maal des daags roep ik U aan." Nee, kijk eens, daar heb je nou weer een mooi voorbeeld van makkelijk doorslaan naar de ene of de andere kant. De ene kant is, we hebben het tegen de Here gezegd, als er één het genoemd heeft, prima, klaar. Je hebt gebeden. Dat is een bidden dat puur een formaliteit is. Dat heeft helemaal geen betekenis. Niet veel betekenis, laat ik nou maar voorzichtig zijn. Er is een aanhouden in het gebed. Weet u, daar zit ook een hele theologie achter, en dat heb ik al eens vaker hier gezegd. Daar zit de grote vraag achter, geloof je dat God van gedachten kan veranderen door het gebed. Zoals brother Andrew, Anne van der Bijl een boekje schreef: "God changed His mind". "God bedacht zich" in een Nederlandse vertaling. Is dat mogelijk? Als dat in uw theologie niet mogelijk is, dat God zich zou kunnen bedenken als gevolg van het gebed, ja, dan kan ik me voorstellen dat u zegt: We zeggen het tegen de Here God als een soort plichtpleging, want er wordt blijkbaar van ons verondersteld dat we dat doen, maar Hij wist het eigenlijk toch al wel. En bovendien, we kunnen God toch niet van gedachten laten veranderen, dus één keer is ruim voldoende. Mensen die nachten en dagen aanhouden in het gebed zijn altijd mensen die geloven dat, als je maar aanhoud in het gebed, God van gedachten zou kunnen veranderen. En dat is precies ook waar die gelijkenis over gaat. Tenslotte zegt die rechter: "Laat ik het nou maar doen." Mozes was zo iemand die na de zonde met het gouden kalf aanhield in het gebed en de Here God zei: "Goed, dan doe ik het niet." Eerst zei Hij: "Ik zal dat volk verdelgen." Dat was niet zomaar een dreigement, dat was niet om te kijken hoe Mozes er op zou reageren, dat zeg je alleen maar om je theorie te redden. Nee, God zegt: "Ik ga dat volk verdelgen. Ga opzij, Mozes." Mozes gaat niet opzij. Hij gaat redeneren met de Here God. Hij zegt ook niet: "Here God, wilt U dat alstublieft niet doen. Amen." Hij houdt aan bij de Here God en tenslotte zegt de Here God: "Goed, dan doe ik het niet." Dus dit is best een lastig vers. Ik zou het verschrikkelijk vinden als iemand van u dit vers gebruikte om mensen, zoals Lucas 18 zegt, die dag en nacht tot God roepen, te ontmoedigen. De Here Jezus zegt zelfs: "Als de Zoon des Mensen komt, zal Hij dan dat geloof op aarde vinden?" Daar staat een lidwoord bij wat hier een aanwijzend voornaamwoord karakter heeft: dát dat geloof van die weduwe, dat geloof dat mensen aanhoudend in het gebed dingen in de hemelse gewesten kunnen bewerkstelligen, maar er is ook een omhaal van woorden, en ik denk dat het daar vooral over gaat, die typisch heidens is. In het boeddhisme heb je gebedsmolentjes, dat scheelt je een hoop werk. Je stopt daar een gebed in en je draait gewoon het molentje rond en dan gaat dat gebed zo elke keer omhoog. In het rooms-katholicisme is het ook een beetje zo, als je vroeger gezondigd had en je biechtte bij mijnheer pastoor dan kreeg je de opdracht om zoveel Weesgegroetjes en zoveel paternostertjes, dus Onze Vaders, te bidden. Dat waren ook gebedsmolens. Ik luister een enkele keer weleens naar 675 op de middengolf, ik ben even de naam van die zender kwijt, om eens mee te maken en te ondergaan, want daar hoor je eindeloze herhalingen, het is een katholieke zender van zeer orthodoxe huize, eindeloze herhalingen van het Onze Vader en het Weest gegroet, dan word je een gebedsmolen, ja. Maar dat zeg ik even goed van protestanten die het Onze Vader zo mechanisch opzeggen zonder dat ze weten wat ze zeggen. Die inderdaad daar nog nooit een studie van gemaakt hebben, die dus bidden zonder dat ze beseffen wat ze zeggen en die vooral niet meer beseffen omdat ze het al zo vaak uit hun hoofd hebben opgezegd. Dit gevaar, dit mechanisch bidden dat is typisch heidens. Daar ligt niet de gedachte aan ten grondslag dat bidden een gesprek is met iemand met wie je een warme, innige relatie hebt. Dat is zoals we vandaag de dag dat meemaken, het is zomaar een vreemd beeld dat in mijn hoofd op komt, iemand bestoken met e-mailtjes, aan één stuk door. Je kunt het zelfs met dat ene e-mailtje doen, je kunt hele websites op die manier plat leggen. Zo kun je met gebedsmolentjes God, met eerbied gesproken, bombarderen met Weesgegroetjes en paternostertjes. Dat kunnen protestanten ook als ze mechanisch bidden. Je kunt zelfs elke dag min of meer het zelfde tafel gebed uitspreken, we kennen allemaal dat gevaar, het is niet zo gemakkelijk om elke dag drie keer een origineel tafelgebed uit te spreken niet waar? Dus lopen wij ook heel gemakkelijk het gevaar dat we heel mechanisch elke dag de zelfde gebeden tot de Here God opzenden. Dat is het grote gevaar dat we lopen. Daar zit een omhaal van woorden in dat doet denken aan die baalpriesters in 1 Koningen 18, die uur na uur hun godheid probeerden te vermurwen. Dan wordt het heidens, daar heb je nu weer een voorbeeld vanavond, voor de zoveelste keer, van dat geweldige spanningsveld: God aanlopen, daarin worden we bemoedigd! Dat is een mooi woord: de Here aanlopen, maar als je niet oppast wordt het, mag ik het gebruiken, wordt het een drammen. Zoals die baalpriesters de godheid probeerden te vermurwen en Elia steekt zelfs de draak met hen: misschien is hij op reis, misschien zit hij op de wc, dat staat er echt als je maar goed leest in de grondtekst, misschien slaapt hij. Jullie moeten nog harder schreeuwen. Er ligt heel vaak een ontzettend dunne scheidslijn tussen het oer Bijbelse christelijke en het heidense. Maar als je hart op de goede plaats zit dan hoef je daar helemaal niet benauwd over te zijn dat je over die scheidslijn heen gaat, echt niet. Maar er is ook iets als een drammen naar de Here God, een claimen op de verkeerde manier en dat gevaar bestaat ook. Probeer nu maar eens met alle wijsheid een weg te vinden die tussen die twee uitersten doorgaat. Daarom zegt de Here Jezus: wordt hun dan niet gelijk, wordt niet zoals die mensen zijn, want uw Vader weet wat u nodig hebt voordat u het hem vraagt. Daar moet ik nog wel iets over zeggen en ik zie al dat mijn hele plannetje mooi niet opgaat, want ik kom helemaal niet aan het Onze Vader toe vanavond. Maar ik ga er nog wel een paar dingen over zeggen ter inleiding en dan gaan we toch maar op de oude voet verder, zie je. Vaak is de eerste gedachte de goede en dan ga je weer verder doordenken en dan gaat het helemaal verkeerd. Dit is wel even een belangrijk iets: je kunt alle gebed de nek omdraaien als je op een verkeerde manier dit woord toe past ... uw Vader weet al wat u nodig hebt. Wij kunnen God geen mededelingen doen in het gebed. We hoeven Hem niet te vertellen hoe de patiënt er precies aan toe is, en Hem de laatste medische bulletins voor te lezen, Hij weet het al wat u nodig hebt. Het is zo prachtig als in dat oude gebed van, ik nooit of het Paul Gerhard of Gerard ter Steege is, maar dat doet er niet zoveel toe, waarin die regel voorkomt: Hij wil gebeden zijn. Je kunt daarom rustig als algemene regel zeggen: alles wat God ons geeft wil Hij ons geven in antwoord op gebed. Gebed waarin we onze afhankelijkheid van Hem uitdrukken, de afhankelijkheid van het kind van de Vader. Niet omdat we Hem ook maar iets kunnen vertellen wat Hij nog niet weet . Ten eerste als een uiting van afhankelijkheid: Vader u moet het doen bij ons is geen wijsheid, bij ons is geen kracht het moet van U komen, schenk het ons. Dat wil Hij zo graag horen uit onze mond. Het is een oefening in nederigheid, in afhankelijkheid. Het is ook een oefening in eerlijkheid, denk maar eens na over de dingen die je bij God bekend maakt. Ook daar zijn weer twee kanten: Fillipensen 4 zegt: je mag al je verlangens bij God bekend maken. Dus je hoeft niet te denken kan ik dit wel tegen de Here God zeggen, als je dat denkt trouwens dan is het mogelijk een zondig verlangen en zou dat de reden kunnen zijn waarom je het Hem niet wil voor leggen. Maar in het algemeen neem dat woord zoals het daar staat maar heel letterlijk. Al je verlangens mag je bij Hem bekend maken. Er is geen uitzondering. Dat is heerlijk, dat is de spontaniteit van het gebed. Je mag het Hem zeggen, dat is een oefening in eerlijkheid. Want als je er dan vervolgens bij kan zeggen daarom staat er ook in Fillipensen 4 bij: doe dat met dankzegging, als je bij voorbaat al kan danken Here God als U het me wilt geven, dat zou ik geweldig vinden, ik dank U bij voorbaat, maar als U het niet wilt geven ... omdat U veel beter overziet wat goed en nodig voor me is dan dat ik dat kan, dan dank ik u ook. Dan staat daar achter: en de vrede van God die alle verstand te boven gaat zal uw hart en gedachten bewaren in Christus Jezus. Dus elk gebed wordt in zekere zin verhoord. Niet dat je altijd krijgt wat je gevraagd hebt maar doordat je altijd als je het ZO aan Hem vraagt de vrede van God in je hart krijgt. Dus we hoeven God niks mede te delen, maar bidden is een oefening in afhankelijkheid, in nederigheid, maar ook een bidden in het geloof, dat is weer die andere kant, anders is het allen maar passief, in het geloof dat de Here God zich kan laten verbidden. Acht maal in het Oude Testament vindt u dat woord. Het is niet altijd zo vertaald maar in dat grondwoord dat zo mooi weer gegeven wordt met ons Nederlandse woord verbidden. De Here liet zich door hen verbidden en dat betekent heel letterlijk, mag ik dat menselijk heel uitdrukken: Hij liet Zich overhalen om iets anders te doen dan Hij oorspronkelijk gezegd had. Dat is ook de kracht van het gebed ... en dan zegt de Here Jezus: als je bidt, bidt dan zo.. Hij zegt eigenlijk niet: bidt dan dit ... Ik vind het helemaal niet erg als we af en toe het Onze Vader opzeggen ... maar je vindt geen spoor in het Nieuwe Testament, je vindt het ook niet terug in de Handelingen of in de brieven, je vindt er geen spoor van dat de Here Jezus bedoelde dat we letterlijk persoonlijk of gezamenlijk dit gebed zouden uitspreken, dit Onze Vader. Als dat zo was dan snap ik niet waarom je in Lukas 11 een totaal andere versie van het Onze Vader vindt. Een versie die nooit gebeden wordt! Hoe moeten we dan weten of we nu de versie van Mattheus 6 moeten bidden, die altijd gebeden wordt, of de versie van Lukas 11, die nooit gebeden wordt. Alleen al het feit dat er twee versies zijn is al een belangrijke verwijzing. Maar de Here Jezus zegt ook niet: bidt dan DIT maar bidt ZO en dat betekent: bidt op deze manier, dat wil zeggen: dit zijn de dingen waarover je gebeden moeten gaan ... En in dat opzicht is het ontzettend belangrijk om naar het Onze Vader te luisteren, niet om het klakkeloos na te zeggen, want zo gebeurt het vaak als je het vaak genoeg doet, maar vooral om je de vraag te stellen: waar gaan mijn gebeden over en hoe verhouden die zich tot het Onze Vader. Ik ga het afronden hoor want we komen er niet meer aan toe om over al die beden te spreken, maar alleen dit: Let maar op, de meeste van onze gebeden in het gewone dagelijkse leven die hebben te maken met de middelste van deze zeven beden: geef ons heden ons dagelijks brood. Als we bidden om bewaring, als we bidden om voedsel, kleding en onderdak,als we bidden om gezondheid, dat zijn allemaal varianten van deze ene bede. Dus van alle zeven beden of als je de laatste twee samen neemt zes, van al die zes beden gaat het GROOTSTE gedeelte van onze alledaagse gebeden, zeker onze tafelgebeden,ligt ook een beetje voor de hand want daar gaat het over eten en drinken, maar ook van onze ochtend en avondgebeden, gaat over wat hier samengevat wordt in dat ene gebed. Als we ons vanavond alleen al dit konden meegeven aan elkaar: Vragen wij onszelf eens af hoeveel van die eerste drie beden er in onze gebeden terugkeren, dan zou dat al een heel mooi begin zijn van onze overdenking. Alleen al dat allereerste: Uw Naam worde geheiligd, laat Uw Naam, niet alleen maar zo in het algemeen op aarde, laat Uw Naam in mijn leven geheiligd worden. Eigenlijk is dit eerste gebed iets waarmee al onze gebeden zouden mogen beginnen, dat is een stuk lofprijzing en aanbidding, aanbidding in de vorm van een gebed. Laat Uw Naam geheiligd worden, laat Uw Naam in mijn leven, in mijn woorden, in mijn denken in mijn hart, in mijn handel en wandel geheiligd worden, dat wil zeggen die heilige plaats krijgen, dat eerbetoon dat die Naamwaard is. Drie van deze zeven of zes beden hebben te maken met God en niet met onszelf. Als we zo onze eigen gebeden meer onder de loep zouden nemen en ons afvragen hoeveel van onze gebeden gaat over God en hoeveel gaat over onszelf dan zou deze inleiding over het Onze Vader al heel nuttig zijn. Here God laat Uw Naam in mijn leven geheiligd worden. Voor dat ik praat over behoefte aan voedsel en gezondheid en kracht en bewaring en zegen, Here God, wil ik me in de eerste plaats voor U buigen over de vraag in welke mate Uw Naam in mijn leven geheiligd wordt. Want dit zomaar niet een algemeen vrijblijvend gebed dat Gods Naam de heilige eer mag ontvangen in deze wereld, nee natuurlijk niet het gaat in de eerste plaats om mezelf, om mijn leven. Net als het volgende: laat Uw koninkrijk komen, nou ik kan u verzekeren dat hoeft u niet te bidden hoor, dat koninkrijk komt wel. Maar als ik daarbij denk Here God laat meer en meer van dat koninkrijk zichtbaar worden in MIJN alledaagse leven, laat de heerschappij die U gaat uitoefenen over deze hele wereld straks maar in de eerste plaats zichtbaar moge worden in MIJN leven, dat ik mag wandelen als een onderdaan in het koninkrijk, dat Uw koninkrijk meer gestalte krijgt in mijn alledaagse bestaan, doordat ik mij heel bewust, in alles wat ik heb en ben, onderwerp Here Jezus aan Uw leiding of Vader in de hemel, het is ook het koninkrijk van de Vader dan komt het veel dichterbij. Laat Uw wil geschieden niet dan alleen maar zo in het algemeen Gods wil geschiedt in de hemel, nu in zekere zin geschiedt God wil op aarde ook hoor daar kan uiteindelijk niets gebeuren wat buiten de wil van God omgaat. Maar op het moment dat ik bid: laat Uw wil geschieden in mijn leven, hier ben ik Here God, ik stel mij beschikbaar dat uw wil zich door mij heen voltrekt dan kan het zijn dat de Here God tegen mij zegt: daar is een zieke buurvrouw, daar is een broeder die je hulp nodig heeft, jouw advies, jouw raad, daar is een ander waar Ik jou voor wil gebruiken. Daar is een gemeente daar die ondersteuning nodig heeft, het is een eind weg en het zijn maar weinig mensen maar Ik wil graag dat je daar heen gaat, want ik wil dat je voor Mij daar die mensen gaat dienen. Here God leer mij te wandelen in Uw wil. Uw wil geschiede zoals dat in de hemel gebeurt daar is het zo van zelfsprekend dat alles zich voltrekt volgen de wil van God. En eens zal dat hier op aarde ook gebeuren dan zal alles onderworpen zijn aan de rechtstreekse wil van God. Dan gebeuren er geen openlijke dingen meer die tegen zijn wil ingaan, in het Messiaanse rijk. Maar dit is geen heerlijk passief gebed waarbij ik zelf buiten schot blijf en waarin ik zeg: Here God laat Uw wil ook zomaar op aarde mogen gebeuren, maar aan mijn lijf alstublieft kom niet te dichtbij, nee Here God hier ben ik laat uw wil worden voltrokken in mijn alledaagse bestaan. Here God kom tot Uw doel niet alleen in mijn leven maar via mijn leven in de levens van mensen om mij heen. Laat Uw plan mogen verwerkelijken. Als ik bid voor gezondheid en bewaring en voor dagelijks eten en drinken en voor alle familieleden die ik in het gebed gedenk en voor de dominee en de kerkenraad en de gemeente die ik in het gebed gedenk, dat is heel mooi ,maar dat zijn allemaal varianten van het middelste gebed vooral. Geef ons heden ons dagelijks brood. Maar in die eerste drie beden gaat het om Gods plan met deze werkelijkheid. Wij zijn zo vaak bezig met onze eigen plannen: Here God ik heb dit en dit in mijn agenda staan vandaag dat ga ik allemaal doen, wilt U Uw zegen daarover geven. Dat is niet een erg hoge norm voor het gebed, het is goed dat we dat doen en dat moeten we ook vooral blijven doen, maar het is niet de hoogste norm. Die eerste drie beden hebben veel eerder te maken met de vraag: Here God wat is Uw plan voor vandaag? Wat is uw agenda?, met eerbied gesproken. Wat is Uw plan en dan bedoel ik niet wat gaat Hij vandaag doen in Noord-Korea of in Afghanistan, maar Here God daar waar ik mij vandaag beweeg wat zijn Uw plannen daarvoor en hoe kan ik daarbij worden ingeschakeld? Dan gaat het niet over Heer wilt U even hier Uw paraaf zetten want dit zijn mijn plannen maar Heer wat zijn Uw plannen en hoe kan ik daarin betrokken worden? In plaats van dit allemaal na te zeggen zomaar uit het hoofd zonder diep na te denken zou u elk van die gebeden met eigen woorden eens moeten nazeggen, met heel eigen woorden zodat de betekenis tot u doordringt. Al was alleen al van die eerste drie beden en daar laten wij het voor vanavond bij. Die eerste drie beden: Here God wat bent U aan het doen in deze wereld? Nu het antwoord luidt: Hij is bezig Zijn koninkrijk te verwerkelijken. Als straks de Here Jezus komt dan zal dat koninkrijk op deze aarde zichtbaar worden. Maar vandaag is het ook al weer een stukje verder gevorderd en wat was uw aandeel daarin vandaag? Op welke wijze heeft u daaraan mogen bijdragen in de bevordering van het koninkrijk Gods? Het zou de moeite waard zijn om even met de microfoon rond te gaan en te vragen: op welke wijze heeft u daaraan mogen bijdragen? Maar dat doen we natuurlijk niet, want u hoeft dat niet in het openbaar te vertellen. Als u voor uzelf maar weet in de relatie met de Vader, met de Heer, wat was mijn bijdrage vandaag, dan gaan we zo opnieuw dat bidden aan het begin van elke dag: Here God laat Uw Naam die heilige plek in mijn leven ontvangen, dat is eigenlijk Gods eigen Wezen, waar U recht op hebt. Dat in mijn kleine leventje iets meer zichtbaar wordt van die heerschappij van Christus, het koninkrijk Gods. Laat in mijn leven Uw wil geschieden, niet alleen maar de wil van wat voor beslissingen moet ik nemen vandaag voor mijn eigen dingen, maar wat is Uw plan met dat stukje werkelijkheid waarin ik mij beweeg. Laat Uw wil geschieden door mij heen Here God, hier ben ik, hier zijn mijn handen en mijn voeten, mijn ogen en mijn oren zelfs in dienst van U. Dan leer je het Onze vader bidden van binnen uit met je hart en dan is er ook ruimte om te bidden geef ons heden ons dagelijks brood.

God zegene Zijn woord

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?