Hart voor Waddinxveen


(6) Lezing gehouden op 25 februari 2011 over "Het Onze Vader" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
dinsdag, 07 juni 2011 20:23

Misschien moet ik u een beetje teleurstellen want als u hier de vorige keer was dan weet u dat ik toen een beetje ging aarzelen of ik wat te weinig stof voor die avond had en toen heb ik het hele Onze Vader er al bij gelezen. En in de praktijk ben ik toen tot halverwege gekomen, weet u dat nog? Het is natuurlijk een raar punt om daar te onderbreken maar het is nu eenmaal niet anders. Dus als u nu speciaal daarvoor gekomen bent en u was er de vorige keer niet is dat een beetje sneu maar we lezen het toch in zijn geheel. En ik doe dat uit de Telosvertaling en we lezen in Mattheüs 6 vanaf vers 9 en we lezen tot en met vers 24 dus het gaat over veel meer dan het Onze Vader.

We zijn toegekomen aan dit gedeelte van de bergrede, Mattheüs 6 vanaf vers 9. En dit is in de Telosvertaling dus het klinkt ook wat anders dan u het misschien gewend bent, het Onze Vader. "Bid u dan zo, zegt de Here Jezus: Onze Vader, die in de hemel bent, moge Uw naam worde geheiligd, Uw koninkrijk komen, Uw wil gebeuren zoals in de hemel, zo ook op aarde. Geef ons vandaag ons toereikend brood en vergeef ons onze schulden zoals ook wij onze schuldenaars hebben vergeven. En leidt ons niet in verzoeking maar verlos ons van de boze want als u de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven. Als u de mensen hun overtredingen echter niet vergeeft, zal uw Vader ook uw overtredingen niet vergeven. Wanneer u nu vast, toont dan niet een droevig gezicht zoals de huichelaars want zij maken hun gezichten ontoonbaar om zich aan de mensen te vertonen als zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon al. Maar u, als u vast, zalf uw hoofd en was uw gezicht om u niet aan de mensen te vertonen wanneer u vast maar aan uw Vader die in het verborgen is. En uw Vader die in het verborgen kijkt, zal het u vergelden. Verzamelt u geen schatten op de aarde waar mot en afvreter ze bederft en waar dieven inbreken en stelen maar verzamelt u schatten in de hemel waar geen mot of afvreter ze bederft en waar dieven niet inbreken of stelen want waar uw schat is daar zal ook uw hart zijn. De lamp van het lichaam is het oog. Als dan uw oog eenvoudig is, zal uw hele lichaam verlicht zijn maar als uw oog boos is, zal uw hele lichaam duister zijn. Als dan het licht dat in u is, duisternis is, hoe groot is de duisternis? Niemand kan twee heren dienen want hij zal of de één haten en de ander liefhebben of zich aan de één hechten en de ander verachten. U kunt niet God dienen en Mammon. Tot zover lezen we uit Gods Woord.

 

Ja, het is nu eenmaal zoals het is: we zijn min of meer halverwege dat Onze Vader blijven steken. Een paar inleidende opmerkingen die ik hier vorige keer ook gemaakt heb, die wil ik nog wel kort herhalen. En dat is dat we toch wat voorzichtig moeten zijn om het Onze Vader als een formuliergebed op te vatten. Alsof de Heer tegemoet wil komen aan onze geestelijke luiheid om zelf onze woorden te kiezen. Van de week twitterde of facebookte iemand me die van iemand gehoord had, als je nou niet wist wat je bidden moest dan kon je altijd nog het Onze Vader bidden. Maar ik kan me niet voorstellen dat de Here Jezus het daarvoor heeft gegeven. Dit was nog in de tijd dat de Heilige Geest niet gekomen was. Als u niet weet wat u bidden moet, dan zou ik u eerder aanraden Romeinen 8:26 op te volgen. Wij weten niet wat wij bidden zullen maar de Heilige Geest weet het wel. En Hij bidt in ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. Het loutere feit dat er in Mattheüs en Lukas een heel verschillende versie staat van het Onze Vader moet ons al behoedzaam maken om er een formulier van te maken. Niet dat er wat op tegen is, maar dat kan ook een vaste gewoonte worden terwijl de Here Jezus eigenlijk veeleer bedoelt te zeggen waar onze gebeden over moeten gaan. En dan valt het op, dat heb ik u gezegd de vorige maal, dat onze gebeden meestal vooral zich bewegen rond dat middelste: geef ons heden ons dagelijks brood, en dan uitgebreid tot al onze noden en behoeften. Die nemen een groot deel van onze gebeden in beslag. Ook de voorbede voor mensen om ons heen die ons dierbaar zijn maar het gaat toch vooral over ons dagelijks brood, over gezondheid en bewaring en kracht en dat is allemaal goed, maar hier is dat slechts één van de zeven beden. Dus in plaats van het zomaar gedachteloos na te bidden want dat kan gemakkelijk gebeuren als je dat vele malen in je leven doet, is het veel belangrijker om er eens goed over na te denken: waar gaat het hier over en wat wil de Here Jezus daarmee zeggen?

Nou, bedenk dan dat de eerste drie beden alle drie te maken hebben met de grootheid van God. Je zou kunnen zeggen, eigenlijk begint het met een stuk aanbidding maar dan wel in de vorm van verzoeken: Uw naam worde geheiligd. Dat staat voorop en niet onze behoeften, dat komt later. Eerst de grootmaking van de naam van God. Heiligen heeft hier zoiets als de betekenis: die heilige plaats geven die Hem toekomt. Zijn naam moge worden geloofd en geprezen op deze aarde. Dat laatste mag je er best bij zeggen want alle drie gebeden hebben daarmee te maken. Ik heb u dat de vorige keer al kort aangegeven als er staat 'Uw koninkrijk kome' dan is dat niet alleen maar in het algemeen een passief uitzien naar de wederkomst van Christus en de vestiging van Zijn rijk. Ook niet een passief uitzien naar dat koninkrijk, zoals het nu al gestalte krijgt in deze wereld. Het is een heel actief gebed. Zo lees ik het. Het is alsof de discipel zich, niet alsof, hij doet het ook zo, zich aan God ter beschikking stelt. Vader, hier ben ik. Laat door mij heen in deze dag iets meer van Uw koninkrijk zichtbaar worden. Door mijn toewijding, door mijn navolging van de Here Jezus als discipel van Hem en discipel in het koninkrijk, door mijn gehoorzaamheid en door mijn getuigenis naar anderen. Het is een gebed waarin de bidder, zoals het eigenlijk altijd in onze gebeden zou moeten zijn, heel actief zelf betrokken is. Laat Uw naam geheiligd worden door mij heen in deze dag. Laat Uw koninkrijk iets meer zichtbaar worden door mijn houding heen en mijn leefwijze in deze dag. En laat Uw wil geschieden. In de hemel is dat vanzelfsprekend, alles wisselt op Zijn wenken, alles wordt daar tot eer van Hem gedaan. Alle engelen loven en prijzen en dienen God. Maar op de aarde is dat niet zo vanzelfsprekend want hier heeft de zondeval plaatsgevonden. En daarom is er ook veel weerstand tegen die dienst van God. En het kan heel goedkoop zijn als je nou heel in het algemeen bidt: 'Laat Uw wil worde gedaan hier op aarde'. Maar het wordt helemaal niet goedkoop, het wordt heel duur als je zegt: 'Here God, hier ben ik. Laat Uw wil door mij heen voltrokken worden. Laat in mijn leven Uw wil zichtbaar worden in wat ik doe, in wat ik zeg, in hoe ik spreek, hoe ik U dien, hoe ik de Here Jezus navolg zodat U mij kunt gebruiken om dat koninkrijk van U een stukje verder te brengen. Eigenlijk liggen die twee beden ook heel dicht bij elkaar. Uw koninkrijk kome en Uw wil geschiede. Want waar Gods wil gedaan wordt daar wordt iets van Zijn heerschappij zichtbaar. Want het koninkrijk is in de eerste plaats de heerschappij van God voordat we denken aan de heerschappij van Christus. Het is de Here Jezus die hier ons voorgaat in dit gebed. Laat Uw koninkrijk meer en meer geestelijke werkelijkheid worden doordat steeds meer mensen Uw wil gaan doen.

Nou, dat is wat we min of meer de vorige maal ook al overdacht hadden en dan staat daar in het midden: 'Geef ons heden ons toereikend brood', zoals hier staat. Dat betekent zoveel als het brood dat we voor vandaag of voor morgen of tot morgen nodig hebben. Dit gebed helpt ons om niet al te vast ons vertrouwen te stellen op onze eigen voorzieningen maar voor vandaag te verwachten wat nodig is. De Here Jezus zegt elders in de bergrede: 'Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad'. Dat komt later nog in dit hoofdstuk. Dus je vraagt niet meer dan wat je voor vandaag nodig hebt. Dat is natuurlijk een beetje moeilijk met al onze broden die al in de vrieskist zitten, überhaupt, onze welvaart maakt het veel moeilijker om dit soort gebeden te begrijpen. Hier is echt nog een discipel aan het woord die leeft vanuit de afhankelijkheid van de Heer, van zijn Meester. En die helemaal niet elke dag zomaar vanzelfsprekend zijn brood ontvangt maar die daar elke keer weer opnieuw om moet vragen; om voorziening voor deze dag. Zo leef je in de navolging van Christus en onder de heerschappij van God van dag tot dag uit Zijn hand.

Goed, nu gaan we ons iets uitvoeriger concentreren op die andere drie beden. Want we lezen u: vergeef ons onze schulden, leidt ons niet in verzoeking, verlos ons van de boze. Je kunt die laatste twee ook natuurlijk samen nemen als één geheel maar eerst dat eerste punt, wat erg belangrijk is omdat de Here Jezus dat ook oppakt in vers 14 en 15 en daar nog wat uitvoeriger op die kwestie van de vergeving ingaat. Vergeving is één van de belangrijkste kenmerken misschien wel van het christelijk geloof; zomaar in de praktijk van elke dag.

Ik las eens over een ontmoeting tussen leiders van grote wereldgodsdiensten die bij elkaar waren en elkaar uitdaagden om in een paar woorden de essentie van hun godsdienst op te sommen. Nou, misschien had ik discipelschap gezegd ofzo, ik weet het niet. Ben niet in die situatie geweest maar de christen in dat gezelschap die zei: vergeving. En toen was het heel stil aan de andere kant, zo gaat het verhaal, omdat ze zich allemaal realiseerden dat in al die andere godsdiensten dat helemaal geen centraal begrip is, terwijl het zó wezenlijk is voor het mensenleven. Het is heel boeiend om dit te leggen naast Efeziërs 4. Daar gaat het over de nieuwe mens en daar wordt tot die nieuwe mens gezegd dat wij elkaar de schuld moeten vergeven zoals ook God in Christus u vergeven heeft. Daar is dus het motief: God heeft jou vergeven en dus moet jij dat ook doen naar jouw broeder toe of jouw zuster toe. En dat is eigenlijk ook wat we horen in Mattheüs 18 in de gelijkenis van die koning die aan een slaaf een geweldige schuld kwijtschold; naar vandaag omgerekend miljarden. En als die man begint te klagen dat hij een heel leven lang in de gevangenis dat nooit zal kunnen terugbetalen dan schenkt die heer hem die hele schuld kwijt. Een fenomenaal bedrag en we weten hoe het gaat: een man die hij op straat tegenkomt en die hem maar een paar duizend schuldig is, die laat hij in de gevangenis werpen. Deze man had vergeving ontvangen en hij kon het zelf niet opbrengen. Hier is het boeiende dat het in eerste instantie omgekeerd staat. En nou moet u goed begrijpen, als een goddeloze zo bij God zou komen en zou vragen om vergeving en daarbij zich zou beroepen op zijn eigen goede werken, namelijk dat hij andere mensen ook vergeeft, zou dat een heel slechte manier zijn om je bij God te komen melden. Wij leven eerst uit de vergeving van God, als je je zonden beleden hebt en dan gaan we er eens over praten hoe je nu als mens voor Gods aangezicht hebt te leven. Maar hier spreekt niet zomaar een mens. Hier spreekt een discipel van Jezus. Hier spreekt een volgeling van Hem. Hier spreekt iemand die God kent en dient. En dan is het een heel andere zaak. Dan ben je een kind van God en dan mag God ook verwachten dat je je gedraagt zoals het bij een kind van God hoort. Het is frappant, achter dat vers in Efeze 4, dat zijn de slotverzen van dat hoofdstuk, volgt onmiddellijk hoofdstuk 5, vers 1: Wees dan navolgers van God als geliefde kinderen. Dat navolgen dat is niet zoals je de Here Jezus volgt, die hier op aarde voorop ging en wij gingen er achteraan. Op die manier kun je niks voorstellen bij navolgen van God. Maar daar betekent het, zoals in het boek van Thomas à Kempis over de imitatie van Christus, daar betekent navolgen nadoen. Gedraag je zoals God zich gedraagt. We hebben dat gelezen in hoofdstuk 5: wees dan volmaakt, zoals uw hemelse Vader volmaakt is. En de paralleltekst in Lukas zegt: wees dan barmhartig zoals uw Vader in de hemel barmhartig is. Van een discipel mag verwacht worden dat de barmhartigheid van God in hem aanwezig is en dat hij dus de mensen die hem wat schuldig zijn en dan gaat het natuurlijk niet over geld. Dan gaat het over dingen die mensen verkeerd doen tegenover ons. Mensen die tegenover ons zondigen. Dan wordt er als vanzelfsprekend vanuit gegaan dat je die mensen vergeeft. En zó komt hij tot God. Vergeef ons onze schulden zoals ook wij dat doen want als wij dat niet deden, zouden we niet eens de moed hebben om het aan God te vragen.

Ziet u, dit is dus heel anders dan wanneer een goddeloos mens tot God komt voor het eerst van zijn leven en zijn zonden belijdt. 1 Johannes 1:9 zegt: als we onze zonden belijden, God is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. Maar een discipel van de Here Jezus, die behoort te leven uit de kracht van de Heilige Geest, daar mag je van verwachten dat hij doet wat God doet, namelijk vergeven. En als je dat niet kunt opbrengen naar je broeder of zuster toe dan heb je eigenlijk geen grond om dit gebed te bidden. En als we weten hoeveel bitterheid er tussen gelovigen is, hoeveel gemeente verscheurd worden door een gebrek aan vergevingsgezindheid. Die misschien op bepaalde momenten wel samen dat onze Vader bidden, dan begrijp je hoe actueel dit is. Ik wijs u op het laatste vers van Mattheüs 18 aan het slot van die gelijkenis: zo, zal ook uw hemelse Vader u doen, namelijk in de gevangenis werpen – dat is daar een eeuwige gevangenis – zo zal ook uw hemelse Vader u doen als u niet van harte uw broeder vergeeft. Dus voor een discipel is het andersom. Je kunt het niet maken bij God te komen en om vergeving te vragen als je zelf niet vergevingsgezind bent. En luister, ik ga daar niet over uitweiden maar we begrijpen allemaal dat mensen elkaar vreselijke dingen kunnen aandoen. Als je jaren misbruikt bent en iemand komt dan bij je en die zegt zomaar: ja, nu moet je die persoon maar vergeven hè. Dat kan zó goedkoop zijn. Het kan zelfs tegen zo iemand gezegd worden met heel valse motieven. Stel je voor dat het je eigen priester of dominee of een ouderling is en die dingen gebeuren, die zijn gebeurd althans. Ik mag hopen dat het vandaag niet zo makkelijk meer gebeurt. Dat men om die persoon te sparen, die geacht wordt en respect heeft in de gemeente, tegen die misbruikte zegt: nou, dan moet je het maar vergeven en dan is alles weer glad. Hè, wat die persoon zelf als hij betrapt is of het is aan het licht gekomen, die zegt dan al heel gauw: ja, ik heb er spijt van. Nou, hij heeft het beleden dus dan moet je nou maar vergeven. Zonder enig begrip voor wat die persoon is aangedaan soms jarenlang. Dat kun je niet één-twee-drie met een 'nou, sorry dan' even goedmaken. Vooral als je dat pas zegt nadat het aan het licht gekomen is en als dan ook nog geëist wordt dat de ander maar even moet vergeven, zodat hij weer op de oude voet verder kan gaan, is zo'n totaal begriploosheid tegenover de psychische kant van de zaak, tegenover de wonden die geslagen zijn. Dat is de ene kant van het verhaal.

De andere kant van het verhaal is dat door wijze zielszorg die persoon er wel toe gebracht moet worden om vergeving te schenken. Maar dan wel vergeving die pas kan gebeuren als die ander zijn zonden oprecht beleden heeft. En als die ander dat niet heeft gedaan dan nog moet je leren vergeven maar dan puur uit eigen belang. Vergeving kan mensen ontzettend helpen om van wrok en bitterheid in hun ziel af te komen. Dan doen ze dat niet voor die ander want die heeft zijn zonden niet eens beleden. Je kunt die vergeving dus niet eens weggeven. Je kunt niet naar hem toegaan om te zeggen: je hebt me zoveel misdaan maar ik vergeef het je allemaal. Dat gebeurt ook wel maar daar hebben we geen enkele grond voor, zo werkt het niet. Dan zal die persoon eerst moeten belijden. Maar die vergeving is wel erg belangrijk voor je eigen genezing. Dus vergeving is inderdaad zeer kenmerkend voor het christendom en we mogen ons best allemaal heel diep de vraag stellen of er personen in ons leven zijn tegenover wie wij bitter zijn; wrok hebben in ons hart. En die we eigenlijk niet echt willen vergeven. We zijn nog steeds heel boos. In onze vroomheid en zelfbedrog zeggen we misschien wel: ja, ik heb het al lang vergeven diep in ons hart hebben we dat niet en weten we dat ook. De Here Jezus raakt hier een héél gevoelig punt. Hij zegt niet alleen maar simpelweg: vergeef ons al onze verkeerde dingen. Trouwens, en dan zie je ook wel weer, dat is het nadeel van een formuliergebed. In het gewone praktische leven kom je hier natuurlijk niet mee klaar om 's avonds tegen de Here God te zeggen: wilt u alles vergeven wat ik vandaag verkeerd gedaan heb. Sorry hoor, zo werkt het bij God niet. Zo werkt het trouwens bij u ook niet. Als ik vroeger iets stouts gedaan had en ik kwam bij mijn vader en ik zei: papa, wil je mij vergeven dan zei hij altijd: wat moet ik dan vergeven? Nou, dat was zó irritant want dan moest je nog vertellen, terwijl hij het heel goed wist, maar hij wou dat je het beleed, dat je zei wat je fout gedaan had. Dat is belijden. Belijden betekent: vertellen wat je fout hebt gedaan. Biechten en dan pas vergaf hij het altijd royaal maar je moet het wel eerst belijden. Dus je kunt je er ook gemakkelijk vanaf maken. Dat is ook weer het nadeel als die een vast patroon wordt, een formuliergebed. Het kan je verhinderen om echt je zonde te belijden. En ik citeerde al 1 Johannes 1:9. Dat is echt een voorwaarde om op vergeving te mogen rekenen. Vergeef ons onze schuld.

Het laatste stukje is ook best lastig. "Leid ons niet in verzoeking." Want we weten dat we op allerlei wijze met verzoekingen te maken hebben. Het woord zelf is namelijk wat dubbelzinnig. Je hebt verzoeking in de zin van beproevingen van Godswege. God test je. In Genesis 22 staat in de Statenvertaling, het is nu veranderd in de Herziene Statenvertaling, daar staat: "Abraham werd door de Here verzocht." Nou, je zou zeggen dat is regelrecht in strijd met wat hier staat. Want hier staat juist dat je bidt dat God ons niet zal verzoeken. Er staat zelfs in Jacobus 1 dat je nooit mag zeggen dat God jou verzoekt. Hoe zit dat nu? Eigenlijk gaat het om twee verschillende dingen die door één woord worden weergegeven. Dat is zowel in het Hebreeuws van het Oude Testament als in het Grieks van het Nieuwe Testament het geval. Het ene is dat God ons op de proef stelt. Dat doet Hij niet omdat Hij niet zou weten wat in ons is, maar om het aan het licht te brengen. Pas toen Hij deze toets aan Abraham oplegde kwam er ook echt uit hoeveel geloof, geloofsvertrouwen, er in Abraham was. Als God ons op die manier op de proef stelt dan doet Hij dat altijd om het mooie dat Hijzelf in ons gewerkt heeft er uit te laten komen. Als de duivel ons op de proef stelt dan is dat juist om ons ten val te brengen. De duivel zal jullie ziften als de tarwe, zegt de Here Jezus. En ziften, met zo'n wan, weet je wel, die je opgooit in de hoop dat het kaf vervliegt en het zwaardere koren zakt weer terug op de wan. Als de duivel dat doet, dat ziften dan doe hij het om het kaf vast te houden en het goede koren kwijt te raken. God doet dat net andersom. God doet het om het koren naar voren te brengen en het kaf kwijt te raken. Maar het is hetzelfde woord dat gebruikt wordt. En je zou zeggen, dat is onhandig, waarom gebruikt de Bijbel nou niet twee verschillende woorden. Nou ja, dat gebeurt dus in de vertalingen ook. Want nu staat er ook in Genesis 22: "De Here stelde Abraham op de proef." En het woord verzoeking dat gebruiken we nu voor zware omstandigheden, waarin we de duivel herkennen die probeert ons ten val te brengen. Maar het natuurlijk niet voor niets dat dat in de oorspronkelijke talen wel degelijk hetzelfde woord is. Want waarom heeft de duivel bij ons zo makkelijk succes? Omdat die zondige natuur nog in ons woont. En als daarom de discipel bidt tot de Here God: "Leid ons niet in verzoeking," dan is dat, Here God, breng ons niet in beproevingen. Laat niet toe dat we in beproevingen komen die zo zwaar voor ons zijn dat we ten val zouden komen. We hebben een belofte in 1 Korinthe 10:13 dat God dat ook niet doet. Hij zal ons niet op de proef stellen, verzoeken, boven vermogen. Zodat we die verzoekingen niet zouden kunnen dragen. Best lastig, hoor. Want we kennen misschien allemaal wel mensen van wie wij het idee hebben, die zijn in de verzoekingen wel degelijk ten onder gegaan. De verdrukkingen die ze moesten ondergaan waren te zwaar voor hen. Daarom begrijpen we dit gebed ook. Here God, bespaar mij omstandigheden waardoor ik U zou kwijt raken. Waardoor ik U zou vaarwel zeggen, zoals de vrouw van Job het uitdrukt. Waardoor ik ten val zou komen. Eigenlijk betekent het ook beschermen tegen de aanvallen van de vijand, die juist wel erop uit is om mij ten val te brengen. Vandaar dat ik u zei, die twee beden horen eigenlijk bij elkaar, zodat het eigenlijk één geheel is: "Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de Boze." Dus in de eerste plaats staat er: "Vergeef ons wat we verkeerd gedaan hebben," en wat er op volgt is: "Help ons om te vermijden dat we in een situatie zouden komen waarin we zondigen." Die twee gebeden horen bij elkaar. Ze zijn elkaars spiegelbeeld en ze versterken elkaar. Vergeven wat mis is gegaan en aan de andere kant ons er voor bewaren dat dingen weer mis gaan. Want dan komt de Here Jezus onmiddellijk daarna ... Laat ik eerst even dit zeggen voordat ik dat vergeet, als u een Statenvertaling heeft, of een Herziene Statenvertaling, dan mist u natuurlijk de woorden die u ook allemaal gewend bent uit te spreken als u in de kerk het Onze Vader bidt en die staan hier in de voetnoot: "Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen." En dan staat hierbij, sommigen voegen dat bij. Maar dat is allemaal in latere handschriften. De aller-oudste handschriften van de eerste paar eeuwen hebben allemaal deze woorden niet. En dat betekent dat ze later er zijn ingelast. In de tijd van de Statenvertaling had men alleen maar veel jongere handschriften. Een heel enkele uitzondering daargelaten, maar die handschriften waren allemaal veel jonger. Er zijn honderden, honderden tekstgetuigen bij gekomen sinds de zeventiende eeuw. En hoe blij ik ook ben met de Herziene Statenvertaling, ik vind het toch wel erg jammer dat men wat de grondtekst betreft zich gehouden heeft aan de tekst die de statenvertalers hadden in de zeventiende eeuw, alsof er intussen niets bijgekomen en niets veranderd is. Dus dit zijn geen boosaardige lieden die zo'n tekst zomaar weglaten uit de Bijbel, nee, we hebben vastgesteld dat die niet in de Bijbel thuishoort. Waarom is het er dan toch ingekomen? Omdat, ook in de vroege kerk, dat Onze Vader al heel gauw een vast gebed zal zijn geworden in de liturgie en dat werd dan afgesloten zoals dat heel vaak gebeurt, in de Rooms Katholieke kerk gebeurt het nog steeds, met een lofprijzing, een doxologie zoals we dat noemen. En iemand heeft dat misschien in de kantlijn erbij gezet en de volgende overschrijver heeft dat in de tekst opgenomen. En vanaf dat moment drong het geleidelijk door in alle teksten. Dat is even maar een kleinigheid ertussen door, maar dat is even de reden waarom alle moderne vertalingen dit vers niet hebben. En u begrijpt dan ook nog beter waarom de Here Jezus onmiddellijk in vers 14 en 15 door kan gaan met aan te knopen bij dat punt. Wat ik net al noemde uit Matteüs 18, maar wat hier ook staat. Het staat hier net zo: "Als u de mensen hun overtredingen vergeeft zal uw hemelse Vader ook u vergeven. Als u de mensen hun overtredingen echter niet vergeeft zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven." Nogmaals, dat kun je nooit tegen een goddeloze zeggen die zich bekeert en tot God komt. Dan ga je geen voorwaarden stellen, je moet eerst dat en je moet eerst dat. Je komt met helemaal niets. Je leeft uit pure genade. Maar als je dan vergeving ontvangt gebeurt er meer. Je hart wordt veranderd. Je leven wordt vernieuwd. Je wordt een discipel van de Here Jezus. Dat is tenminste wel de bedoeling. Je gaat Hem navolgen. Je wordt net als Hij, je wordt net als God. Je wordt een navolger, een imitator van God wat zijn morele eigenschappen betreft. God is door en door vergevingsgezind en dat word jij ook. En als je die vergevingsgezindheid niet aan de dag legt bewijs je daarmee alleen maar dat je niet echt bij Hem hoort. Dat is heel zwart/wit gesteld, maar daar komt het wel op neer. En dan mag je ook niet verwachten dat Hij je de zonden vergeeft. Dus hou goed dat verschil in de gaten tussen iemand die tot bekering komt en een discipel van Jezus. Dit is een gebed niet zomaar voor iedereen die wel eens in de kerk komt. Dit is een gebed voor de discipelen van Jezus. Zoals de hele Bergrede niet gericht wordt tot de wereldbevolking, maar tot de discipelen van Jezus. Dat mag ik nog wel eens onderstrepen.

Nou, in de volgende verzen komen een aantal, je zou kunnen zeggen, losse vermaningen en aanbevelingen voor die op het eerste gezicht niet zo veel met elkaar te maken lijken te hebben en dat is niet zo. De Bergrede is de wet van Christus hebben we gezien. Hij is niet gekomen om de wet te ontbinden, de Mozaïsche wet, maar om die tot volheid te brengen. Maar het is geen wet zoals je dat in de vijf boeken van Mozes vindt, een opsomming van allemaal geboden, geboden, geboden en verboden, verboden, verboden. En dat zie je dan prachtig in de verzen die komen. Het stoot veel dieper door, die wet van Christus, naar de achterliggende motieven, naar wat er is in je hart. We worden niet opnieuw weer onder een wet gebracht die ons uiterlijke gedrag reguleert. Nee, het gaat om je hart. In de wet van Mozes heb je daar een paar voorbeelden van. Bijvoorbeeld als het gaat om de doodslagen, dan maakte het wel verschil of je dat opzettelijk gedaan had of per ongeluk. Een enkele keer worden dus diepere motieven erbij betrokken. En het maakte enorm verschil of je opzettelijk gezondigd had in een rebellie tegen God, of dat je per ongeluk gezondigd had. Maar voor de rest gaat het om een regeling van het uiterlijke gedrag. En dat is in de wet van Christus heel anders. Dan gaat het om de vraag, hoe ziet het er van binnen bij jou uit. Dus je vindt hier ook geen regels. Het gaat nu over vasten in de volgende drie verzen. Je vindt daar helemaal geen regels voor zoals u misschien zou verwachten. Moeten wij vasten, ja of nee. Hoe vaak moeten wij vasten, wanneer moeten wij vasten. En het is verbazingwekkend hoeveel christenen ook dat soort vragen nog steeds stellen. Dat zijn eigenlijk wettische vragen. Dat zijn vragen van geef ons nou maar een aantal regels waaraan we ons hebben te houden, dan weten we waar we aan toe zijn en we zullen met vreugde proberen die regels te volbrengen. En dat doet de Here Jezus helemaal niet. Denk maar aan die man in Lucas 18 weet u wel, in de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar die zegt, ik vast tweemaal in de week, op maandag en donderdag was dat, zoals rooms katholieken dat nog steeds doen die op vrijdag geen vlees eten. Ze eten dan wel weer vis, dus dat verschil zie ik ook niet zo goed. Maar in ieder geval, daar zit het idee van vasten nog enigszins in. En dat gold zeker vroeger bij vrome katholieken in de lijdenstijd, vanaf Aswoensdag tot en met Stille Zaterdag, waar heel velen zich zeer beknotten als het ging om eten en drinken. Dat hoorde bij de lijdenstijd, het bezinnen op het lijden van Christus, dat was een mooie gedachte. Vandaar dat men voor die tijd nog eenmaal de bloemetjes buiten zette, dat was carnaval. En nou is het droevige dat de vrome mensen daar nooit aan mee deden en nu hebben we alleen nog maar carnaval en weinig vroomheid meer. Dat was natuurlijk niet zoals het de bedoeling was, maar de grondgedachte daarachter was heel mooi. Maar maak je daar nou weer een wet van, je mag dit niet en je moet dat niet en zus niet, dan heb je van het christendom niet veel begrepen. De Here Jezus zegt helemaal niet of wij moeten vasten of niet. Wat Hij zegt is, als je het doet kijk dan wel uit want we hebben allemaal een arglistig hart. Als je gaat vasten dan wil je ook wel graag dat de mensen dat ook weten, dat ze daardoor respect voor jou krijgen, van kijk eens, hij vast een bepaalde periode lang. Nou ja, als je tien dagen vasten hebt meegemaakt bij Herman Boon, dan mag best iedereen dat weten want dat wordt ook luid aangekondigd. En ik vind het heel bijzonder dat hij in het hele land dat doet en dat daar zo ontzettend veel mensen ook op af komen, ik vind dat geweldig. Maar dat is niet opgelegd, je bent niet verplicht om aan die cursus deel te nemen. Als je het wel doet dan wordt er verondersteld dat je ook vast. Maar hier gaat het er over, of je het nou doet of niet, laat het iets zijn dat je voor God doet. En dat hoeft de buitenwacht niet te weten. Dat is punt één. Als je dat wel doet, namelijk dat heel goed laten merken aan iedereen, en als je niet meer eet of drinkt, ja, dat komt je gezondheid niet direct ten goede, dus dat kun je dan ook in iemands uiterlijk zien en dat kun je nog eens een keer lekker aandikken. En als iemand zegt, waarom zie je er zo slecht uit, dan ben je blij dat ze die vraag stellen want dan kun je vertellen dat jij vast. En dat is nou net precies niet de bedoeling. Dus de Here Jezus zegt, nee, je moet nog eens wat extra zelf op je hoofd smeren, zodat je er goed uitziet. Je moet op alle manieren voorkomen dat de mensen vragen of jij vast. Want het gaat er nou juist om dat zij dat niet weten, maar dat dat iets is tussen God en jou. En daar mag ik wel aan toevoegen wat nou eigenlijk de zin is van het vasten. Want het vasten kan makkelijk een doel op zich worden. Je doet het niet omdat God het gezegd heeft. In Israel had je bijvoorbeeld vastendagen als het ging om de herdenking van de verwoesting van de tempel. Ik heb dat eenmaal meegemaakt in Jeruzalem, de negende van de maand aaw, dat valt zo ergens in augustus, dat is een dag waarop niemand het in zijn hoofd haalt om te eten. Maar dat heeft een duidelijk doel. Dat niet eten is geen doel op zich, maar je bent die hele dag geconcentreerd op iets heel belangrijks, namelijk dat afschuwelijke feit dat tweemaal in de geschiedenis de tempel is verwoest. Dat was bijna op dezelfde dag en het wordt vandaag ook op één dag gevierd, die twee verwoestingen. Je komt aan eten niet toe, dat is vasten. Vasten is, je onthoudt je van bepaalde dingen die op zichzelf niet verkeerd zijn, dus daar doe je het nooit voor want daar heeft het niks mee te maken. Het zijn dingen die niet verkeerd zijn op zichzelf, het is niet verkeerd om te eten en te drinken. Maar je doet het een keer niet, of een tijd niet, om al je geestelijke energie te richten op iets anders. Nogmaals, vasten is dus nooit een doel op zichzelf. Vasten heeft altijd tot doel dat je geestelijke energie vrij maakt voor iets anders. Een treffend voorbeeld vind ik 1 Korinthe 7, waar het niet gaat over eten en drinken, maar over de normale huwelijkse omgang. En dan zegt Paulus, daar kun je voor een tijd vanaf zien om je te concentreren op het gebed. Dus om een geestelijk doel. En hij is ook zo nuchter om te zeggen, dat moet je ook weer niet te lang doen, want dan krijg je ook weer brokken van. Dus na een tijd moet je weer bij elkaar komen. Maar een bepaalde tijd kun je samen besteden aan een heel geestelijk doel. Nou, en zo'n tien dagen vasten kan daar ook toe dienen, in zo'n cursus als van Herman Boon. Maar dat kan dus op allerlei manieren. Dus als je gaat vasten moet je je altijd afvragen, waarvoor doe ik het. Het is niet een stiekeme manier om gewicht kwijt te raken, want dan is het een heel verkeerd doel. Dat kan mooi meegenomen zijn trouwens, maar dat is niet het doel. Het doel is dat je bezig bent met iets geestelijks. Als iemand dus vast dan moet hij altijd kunnen vertellen waarvoor hij het doet. Wat dan die geestelijke energie is die hij probeert vrij te maken. Wat het doel is waarvoor hij vast. Dat heeft een positief doel en niet om aan een bepaalde wet te gehoorzamen. Dat vasten heeft geen zin. Een prachtig hoofdstuk over het vasten is Jesaja 58, waar de Here God zegt met mijn woorden, Ik koop niets voor dat vasten van jullie. Jullie doen dat plichtmatig op bepaalde dagen omdat het moet, maar Ik zie niet dat het met bepaalde vroomheid verbonden is. Weet je wat het echte vasten is, zegt Hij, dat je zorgt voor de arme mensen en voor de zieke mensen. Dat je je bekommert om mensen die in nood zijn. En dan denken wij, wat heeft dat nou met vasten te maken, maar dat is nou juist het hele punt. Het vasten is je onthouden van iets om je te wijden aan een goede zaak. En als die goede zaak niet te zien is, is het vasten waardeloos. Dan is het misschien alleen maar, en dat is nog erger, een middel voor jou als huichelaar om je bij de mensen aan te bevelen en je te laten voorstaan op de goede dingen die je doet. Nee, als je vast, laat het iets zijn dat God ziet. Het is iets tussen jou en God. Uw Vader die in de hemel is, in het verborgene is, die ziet het. Jouw vasten is ook iets dat zich in het verborgene afspeelt. En Hij ziet het en Hij die in het verborgene kijkt zal het u ook vergelden. Dus dit is nou echt zo'n voorbeeld waar ons verraderlijk hart ons kan bedriegen.

Bij het volgende is het iets dergelijks. Waar is je hart. In bevindelijke kringen noemt men dat zo mooi, waar is het hart gelegerd. Nou, dat is hier precies de vraag. En in een land waar betrekkelijke welvaart is, ook al is die wat ongelijk verdeeld, maar waar toch heel veel mensen het heel goed hebben. Daar waar heel veel mensen ook bezig zijn met het verzamelen van schatten op de aarde, terwijl je weet dat je dat of nalaat voor je kinderen. Dus wat heb je eraan, je kunt er zelfs niet eens ten volle van genieten als het teveel wordt. Bovendien moet je altijd uitkijken dat er geen dieven bijkomen. Of, zoals hier staat, de motten en de afvreters, dat zal waarschijnlijk wel een soort insect zijn. Als je veel goederen hebt en veel geld kun je het ook allemaal kwijt raken. Dan zijn er altijd ook machten die op de loer liggen. En de Here Jezus zegt, net als bij het vorige punt, waarom richt je je geestelijke energie niet op iets heel anders. Waarom verzamel je geen schatten in de hemel. Nou is dat best een lastige uitdrukking. Wat moet je je daar nou bij voorstellen, schatten in de hemel verzamelen. Wel, dat betekent niet letterlijk dat je geestelijke rijkdommen optast die daar steeds toenemen. Zoals wanneer je geld naar de bank brengt en je vangt daar rente voor. Het betekent dat je geconcentreerd bent. Dat je gefocust bent op de hemel en dat wil zeggen op Hem die in de hemel is. En dat was in die tijd de Vader in de hemel. Maar dat is voor ons nu, dat moet je eigenlijk in de Bergrede er steeds bij bedenken, ook Christus die is aan Gods rechterhand. En daarom vind je in Kolosse 3 daar een prachtig voorbeeld van. Als je dan met Christus opgewekt bent, zoek de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want de dingen die boven zijn, die zijn verbonden met Christus. Je leven, je echte, ware leven is met Christus verborgen bij God. Hier moet je een paar goede onderscheidingen maken. Wereldse dingen zijn altijd verkeerd. Want de wereld, dat is het terrein van de boze. Aardse dingen dat zijn dingen van Gods goede schepping, daar mag je van genieten. 1 Timoteüs 4 zegt zelfs, als mensen jou dat verbieden om daarvan te genieten, dat is een demonische lering. Als mensen jou dat verbieden omdat dat aards iets minderwaardigs zou zijn, dat zijn demonische leringen. Dus dat is het onderscheid tussen werelds en aards. Wereldse dingen zijn altijd verkeerd, je hebt altijd te maken met zonde en duivel. Aardse dingen zijn op zichzelf goed. Tenzij je je erdoor in beslag laat nemen, want dan zijn de aardse dingen ook verkeerd. Snapt u dat onderscheid? Dus de aardse dingen zijn op zichzelf goed. Maar je hebt het, zoals het staat in Fillipenzen 2, waar Paulus het heeft over mensen die vijanden zijn van het kruis. En dan staat er, zij bedenken aardse dingen. Dan zou je zeggen, nou, aardse dingen, dat is toch niet erg. Dat zijn de dingen van Gods goede schepping. Ja, maar wat erg is, is als ze aan niets anders denken. Als dat hun gedachten vult. Als ze daarop gericht zijn. En dat is wat Paulus zegt in Kolosse 3, bedenk de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Hoezo, moet je de dan aarde helemaal vergeten? Welnee, hij zegt een paar verzen verder dat je een goede echtgenoot moet zijn en een goede vader of moeder. En een goede werkgever en een goede werknemer. Hij is heel nuchter, hij staat met de voeten stevig op de grond. Maar in al die relaties ben je tegelijkertijd hemelwezen. Ben je tegelijkertijd iemand wiens eigen interesses verborgen zijn bij God in Christus. Dus dat is heel boeiend. In dat ene hoofdstuk Kolossen 3 begint het met: weest gericht op dat onzichtbare leven met God, dat geconcentreerd is in de persoon van Christus, en tegelijkertijd: vergeet al die aardse verbanden niet waarin je staat, daar heb je verantwoordelijkheden in na te komen, maar je staat in die verbanden als een hemelse mens. Dat is het verschil. Een mens die zo op de hemel gefocust is verzamelt zich, in de beeldspraak van de Here Jezus, schatten in de hemel. Daar hoef je niet bang voor te zijn, daar kan geen dief bij komen, daar kunnen geen insecten bij komen, geen motten en afvreters, daar kunnen ze niet bederven, en waar je schat is daar zal ook je hart zijn. Als je wilt weten waar iemands schatten zijn voer dan eens een gesprek met hem en probeer er eens achter te komen wat voor die persoon nu heel erg belangrijk is. Als je dat een beetje handig weet in te richten, dan kun je al heel gauw merken waar mensen enthousiast voor worden. Als het over een christen gaat die alleen maar met enthousiasme kan praten over zijn bedrijf of over zijn baan of over zijn hobby's dan word je een beetje verdrietig want dan denk je, nou volgens mij liggen de schatten van die persoon teveel op deze aarde. Daar moet je toch achter kunnen komen? Daar moet je achter kunnen komen als een aantal vrome christenen op een verjaarsavondje bij elkaar zitten, om dan eens te horen waar ze het allemaal over hebben. Dan is het de moeite waard om eens te proberen het gesprek op een wat hoger plan te krijgen. Want waar je schat is daar zal ook je hart zijn. Waar je hart is daar kom je gauw genoeg achter als we het over jouw schatten hebben, of als we het gesprek sturen in de richting van jouw schatten. Opnieuw vraag ik u vanavond: kijk nu eens gewoon in de geestelijke spiegel. Ga nu eens in je binnenkamer en stel je nu eens serieus de vraag. Ik had het zonet over vergevingsgezindheid, ik had het bij het vasten ook kunnen doen: ben je er ook zo een die het wel prettig vindt als de mensen er toch een zekere indruk van hebben hoe vroom je bent, hier is dat hetzelfde: waar liggen jouw schatten? Ga dat nu eens eerlijk voor jezelf na: wat is het wat jou het meest opgewonden maakt, het meest verblijdt. Vandaag heb ik me toevallig een beetje bezig gehouden met de term verlustiging in de NBG vertaling, in het Duits heet dat Wonne(gelukzaligheid) een prachtig woord. Mijn verlustiging is in het woord Gods dat staat wel een keer of tien in Psalm 119. Daar ga ik het zondagochtend hier over hebben, als u nu niet weet waar u naar toe moet, kom ik toevallig hier naar Waddinxveen om over Psalm 119 te spreken. Dat is één van de sleutelwoorden: de verlustiging. Dat is een beetje een ouderwets woord, de nieuwere vertalingen zeggen: waar vind je je vreugde in, waar vind je je blijdschap in. Nu daar gaat het hier over. Waar is jouw vreugde?

De lamp van het lichaam is het oog als dan uw oog eenvoudig is, zal uw hele lichaam verlicht zijn. Wat is nu een eenvoudig oog? Je kunt nauwelijks een orgaan in het lichaam bedenken dat zo geraffineerd in elkaar zit, zo ingewikkeld, zo knap. Zelfs Darwin zei als hij aan het oog dacht, nadat hij zijn evolutieleer ontwikkeld had, dan liepen de koude rillingen hem over de rug als hij zich probeerde voor te stellen hoe dat allemaal vanzelf zich moest hebben ontwikkeld. Dus wat is een eenvoudig oog? Maar dat heeft niets met de complexiteit van de bouw van dat oog te maken. Eenvoudig betekent hier, laat ik het zeggen wat het ook in 2 Korinthe 11:3 betekent, waar Paulus zegt: ik heb jullie als een reine maagd aan Christus verloofd. Maar wat verwacht je van een verloofde? Dat haar aandacht gericht is op haar bruidegom en op haar naderende huwelijk en niet dat ze naar die ene en naar die andere vent kijkt, maar dat haar aandacht en liefde en toegenegenheid op één doel gericht zijn. Dan staat daar: ik ben bang dat jullie zijn afgevallen van jullie éénvoudigheid. Dat betekent dus niet zoals we nogal eens zeggen: dat is een eenvoudige broeder. Éénvoudigheid betekent hier: enkelvoudigheid, het op één doel gericht zijn. Ik gebruikte zonet het woord gefocust zijn, je bent gefocust op dat ene doel . Als je oog niet eenvoudig is dan dwarrelt het van die kant naar deze kant. Er zijn zoveel dingen die je aandacht in beslag nemen, je weet ook niet waar je gaan of staan moet, je laat je leiden door wat deze zegt of wat die zegt, je hebt vele focussen, vele brandpunten, nu dat werkt niet. Dan weet je lichaam niet wat het te doen heeft. Want de lamp van het lichaam dat is het oog, als je oog eenvoudig is dan weet je lichaam waar het aan toe is. Als je gefocust bent op Christus dan weten je handen wat ze moeten doen, je voeten weten waar ze moeten gaan, je ogen weten wat ze moeten zien en wat ze vooral niet moeten zien, je oren weten wat ze moeten horen en wat ze vooral niet moeten horen, als je maar gefocust bent. En dat is weer de vraag die u mag meenemen: hoe gefocust bent u, dat is een mooi eigentijds woord: hoe gefocust bent u? Kijk voor ons allemaal is Christus in zekere mate belangrijk anders had u zich niet hier naartoe begeven vanavond, dan had u wat anders gedaan op uw vrijdagavond. Dus voor ons is het in zekere mate wel belangrijk, maar de vraag is: hoe eenvoudig zijn we? En eenvoudig betekent hier enkelvoudig, gericht op één object. Als je oog boos is, ja dat kunnen we eigenlijk niet goed weten wat dat betekent, want dat staat hier niet bij. De Here Jezus spreekt tegen Joodse mensen en als we in de Joodse traditie kijken dan betekent een boos oog vooral afgunst. Later wordt die uitdrukking nog een keer gebruikt.In hoofdstuk 20, waar de Here Jezus zegt, tegen die mensen die de hele dag gewerkt hadden en net zoveel salaris kregen als die mensen die maar één uur gewerkt hadden, is jullie oog boos, dat wil zeggen zijn jullie jaloers. Als je gefocust bent op Christus dan maakt het niet zo uit wat andere mensen van je zeggen en ook niet of het andere mensen beter gaat. Een boos oog is juist niet op Christus gericht maar op die, en op die, en op die, en op die, wat ze allemaal zeggen, wat ze allemaal vinden, wat ze allemaal denken, wat zij beter doen en beter hebben dan jij. Afgunst is een gevolg, en hier wordt het heel bijzonder benadrukt, afgunst is een gevolg van het niet gefocust zijn op Christus. Als je gefocust bent op Christus, op de dingen van het koninkrijk Gods, zoals we de volgende keer zullen horen in vers 33, zoek éérst het koninkrijk van God. Dat is gefocust zijn. Als je éérst het koninkrijk van God zoekt en de gerechtigheid van God zoekt, dan vallen al die andere dingen vanzelf op hun plek. Daar gaat het over bezorgdheid, maar je kunt ook nu al aanhalen, al die dingen vallen op hun plek. Als je zwaar bekritiseerd wordt, word je daar minder koud of warm van. Dat wil nog niet zeggen dat je je boven alle kritiek verheven voelt, want dan word je weer arrogant. Dan ben je ook niet gefocust want dat was Christus niet. Als je gefocust bent kun je heel wat dingen hebben die om je heen gebeuren. Dan heb je geen last van de werken van het vlees, afgunst hoort bij de werken van het vlees. Gefocust zijn betekent dat je vervuld bent met de Geest en dat je de vrucht van de Geest voortbrengt. In Galaten 5 staan die werken van het vlees, daar hoort ook de nijd en afgunst bij, tegenover de vrucht van de Geest, liefde, blijdschap, vrede, daar hoort afgunst helemaal niet bij. Als dan het licht dat in u is duisternis is.. ach arme ziel. Als je zo'n dwarrelend oog hebt, als je niet gefocust bent, dan raak je van de ene verwarring in de andere. Je komt regelmatig zulke mensen tegen, die niet gefocust zijn. Die het oor lenen aan wat die zegt en wat die vindt en die komen hééélemaal in de war bij je. De boodschap hier is heel simpel: je oog is niet eenvoudig genoeg en het oor geldt er dan ook bij natuurlijk hè. Geen eenvoudig oor ze luisteren allemaal naar de verkeerde mensen. Nu ten slotte, niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de een en de ander liefhebben. Daar heb je precies hetzelfde, het is direct een aansluiting met het voorgaande, er hoeft niet eens een apart titeltje boven, want als je twee heren probeert te dienen ben je niet gefocust. De schatten in de hemel oké die hebben een zekere waarde voor je, maar ook de schatten op aarde. Je aandacht is voortdurend verdeeld, slingert steeds heen en weer, je oog is ook niet eenvoudig het ziet op Christus, zeker daarvoor ben je een christen per slot, maar het ziet ook op een heleboel andere dingen. Op een heleboel mensen, wat mensen allemaal vinden, wat mensen allemaal doen en denken en wat mensen beter hebben dan jij. Een dwarrelend oog, je bent verdeeld, je aandacht is verdeeld tussen twee heren. In dit geval is de ene heer God en de andere mammon. Mammon is niet de naam van een echte afgod, zoals Molech en dat soort namen. Mammon is eigenlijk gewoon een Aramees woord voor rijkdom of voor geld. Alleen hier wordt hij als een persoon voorgesteld: Mister Geld, Mister Money is dit. Money en mammon dat lijkt wel een beetje op elkaar. Het is ... OF GOD ... OF de mammon. Het is of God of je laat je meeslepen door je materiële bezit, het bij elkaar schrapen van nog meer geld, het bij elkaar schrapen van nog meer goederen, nog meer welvaart en dat in een tijd waarin een heleboel mensen het moeilijk hebben. Als je gefocust bent op Christus, en dat is ook een hele mooie toetssteen voor jezelf, dan kom je heel wat losser te zitten aan al je aardse bezittingen. Niemand kan twee heren dienen. Ik bedoel dat nu niet om toe te passen zoals Mark Twain dat deed, de bekende Amerikaanse schrijver. Er vroeg iemand of hij een bewijstekst had waarom iemand niet twee vrouwen mag hebben toen zei hij: no one can serve two masters. Dat is dan wat hier staat daaraan ontleend is. Het moet even doorwerken. Hij citeerde dus deze tekst niemand kan twee heren dienen, alleen twee heren klinkt niet zo mooi in de toepassing. Wij kunnen niet twee heren dienen. Je kunt niet twee vrouwen dienen en je kunt ook niet twee meesters dienen. Je aandacht kun je maar op één vrouw richten. Je aandacht kun je ook maar op één Heer in de hemel richten. Wie de mammon dient daar komt God tekort en je komt ook zelf tekort. Want dit is niet alleen maar waar God recht op heeft van jouw kant, dit is ook waarin vind je de weg van zegen, de weg van de grootste vreugde, de weg van een innerlijke gemoedsrust. Als je een eenvoudig oog hebt, heb je innerlijke vrede. Een dwarrelend oog, twee heren, schatten op aarde en ook nog wat in de hemel, daar word je niet vredevol van en niet rustig van. Dat is een dwarrelend bestaan. Ik wens u veel zegen bij de overdenking van deze dingen in uw binnenkamer, bij het kijken in de spiegel en het voor uzelf nagaan waar sta ik zelf bij het oer praktische onderwijs van de Here Jezus.

God zegene Zijn Woord.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?