Hart voor Waddinxveen


(6b) Vragen bij de lezing gehouden op 25 februari 2011 over "Het Onze Vader" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
dinsdag, 07 juni 2011 20:14

Wat is de betekenis van het, nou verbeeldt me toch dat daar varken staat, vers 21.

Bij mij staat er helemaal geen varken. In Mattheus 17 vers 21, klopt dat wel vraagsteller? Moet het soms 7 vers 21 zijn of zo? Of staat er geen varken ... Vasten! Ja, zijn vrouw is dokter en hij heeft het handschrift van zijn vrouw overgenomen. Dus het is niet ... Ik zei tegen hem dat is een doktershandschrift en toen zei hij dat dat ben ik niet dat is mijn vrouw en toen ben ik alles door de war gaan gooien. Het vasten, maar in 17 vers 21 wordt niet over vasten gesproken bij mij ... ( antwoord uit de zaal) ... Oh I see, nu weet ik wat er aan de hand is. Vers 21 in alle moderne vertalingen is weggelaten, je hebt ongetwijfeld een Statenvertaling of een Herziene Statenvertaling bij je. Dat is nu een van de vervelende dingen dat die lieve mensen van de Herziene Statenvertaling op zijn minst niet al die varianten in de voetnoten hebben opgenomen, zelfs dat hebben ze niet gedaan. Dus vers 21 staat er helemaal niet in Markus 9 staat het wel maar daar staat geloof ik ook vasten er niet bij, dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten, over die tekst gaat het hè? Nu goed in Markus 9 staat hij wel, dus hij moet ergens voorkomen maar daar staat het vasten ook weer niet bij. Ik ga niet discussiëren nu over al die handschriften toestanden, maar de betekenis daar is op zichzelf wel belangrijk. Laten we even aannemen dat het toch een authentieke versie is omdat het daar gaat over uitdrijving van demonen. Als de discipelen aan de Here Jezus vragen waarom konden wij die demon niet uitdrijven dan heeft Hij daar verschillende redenen voor, een daarvan is dat ze zo ongelovig zijn, dus het ligt aan henzelf. Maar zegt Hij het is ook een heel hardnekkige soort. Dus dit soort demonen, dit geslacht staat er vaak, maar gaat over dit soort, type demonen vaart niet uit dan door bidden en vasten. Dus je mag er ook wel wat geestelijke energie in stoppen. In elk geval zijn er wel andere plaatsen waar bidden en vasten in één adem genoemd wordt. Vasten is dan onthouden van en het bidden is als het ware dat wat er voor in de plaats komt. Door geestelijke energie vrij te maken kun je je meer aan het gebed wijden. Dat is ook de motivatie in 1Korinthe 7, heel boeiend, om je samen aan het gebed te wijden je te onthouden van de huwelijkse omgang, daar heb je hetzelfde idee: je onthoudt je van het een, wat op zichzelf niet verkeerd is, maar je doet het om energie vrij te maken in het gebed voor God. Bidden en vasten hoort dus dikwijls bij elkaar.

 

Moesten de discipelen eerst gaan vasten voordat zij de maanzieke ja precies daar ging het dus over. Boeiend is het ook als de Here Jezus, nu we het er toch over hebben, in Mattheus 9 de vraag krijgt van de Farizeeën, weet u nog, waarom vasten uw discipelen niet? Dat hoeft niet per se een kwaadwillige vraag geweest te zijn, alsof ze per se een aanmerking wilden maken. Laten we het maar even aannemen dat ze het gewoon als een geïnteresseerde vraag stelden: waarom vast elke orthodoxe Jood op bepaalde dagen en uw discipelen doen dat niet. Dan geeft de Here Jezus een heel boeiend antwoord. Hij zegt: zolang de bruidegom bij hen is dan vasten ze niet zijn blij en ze vieren feest als het ware. Opmerkelijk dat Hij zich de bruidegom noemt. Misschien is dat wel een van de redenen om het boek Hooglied werkelijk toe te passen op de relatie tussen God en Israël of tussen Christus en Zijn gemeente. Want hoe zouden de Joden anders die gedachte hebben gekend van God als bruidegom of Christus als bruidegom, maar even afgezien daarvan, Hij zegt als de bruidegom niet meer bij hen is dan zullen ze vasten. Dan zullen er aanleidingen genoeg zijn in alle moeite en strijd van het leven om momenten van vasten te hebben. Hetzij bij droefheid zoals bij de verwoesting van Jeruzalem, dan vast je uit droefheid. Op grote verzoendag vast je omdat het dan echt gaat over belijdenis van zonden, over je te verootmoedigen, de Staten Vertaling zegt om je ziel te kastijden. Daar hoort ook vasten bij. En andere keren om tijden van gebed af te zonderen, waar het vasten heel belangrijk bij is. Inderdaad bij de uitdrijving van deze demon wil de Here Jezus zeggen er komt meer geestelijke energie uit jou als je gaat bidden en vasten. Dat is heel belangrijk omdat dat een beetje los komt van de gedachte alsof die genezing en bevrijding alleen maar van de soevereine genade van God afhangt. Wij brengen het bij de Here God en als Hij het wil, dan gebeurt het ook en als Hij het niet wil dan gebeurt het niet. We hebben dat wel eens vaker besproken dat dat alles éénzijdig bij God neerlegt, terwijl God ons juist daarin betrekt. De Here Jezus zegt tegen Zijn discipelen jullie moeten de demonen uitdrijven, jullie moeten de zieken genezen. Dat is jullie verantwoordelijkheid! Dat kan alleen maar in de kracht van God! Maar dat verandert niets aan het feit dat het jullie verantwoordelijkheid is. Dus als ze vragen waarom konden wij die demon niet uitdrijven, dan zegt Hij niet van: ja, dat heeft God nu eenmaal zo beschikt, dan zegt Hij: jullie zijn ongelovig. Er is nog een tweede reden bij en dat is dat zij aan het redetwisten waren met de Farizeeën en Schriftgeleerden. Dat is ook heel frappant, als Hij bij hen komt wat ziet Hij dan het eerste?, dat zij helemaal niet met die jongen bezig zijn! Die Farizeeën en Schriftgeleerden begonnen kritische vragen te stellen en daar gingen ze op in en zo ontstond er een hete hoofden en kouder harten en je geestelijke energie fffffft gaat weg. Als je bezig bent met je werk in het koninkrijk Gods moet je, ik zeg het woord weer een keer, gefocust zijn. Dat moet je nooit laten afhangen van mensen die de botten willen voeren. Nederlanders zijn daar heel goed in, u weet dat is een volk van dominees en schoolmeesters, die willen altijd debatteren over alles en daardoor gaat ontzettend veel geestelijke energie verloren. Dus dat was de eerste en de tweede hun ongeloof, o ongelovig geslacht hoelang moot Ik nog bij u zijn, en hoelang zal Ik u nog verdragen, en de derde bidden en vasten. Dus Hij legt het helemaal bij hen neer. Met die vader is het net zo, die vader van die maanzieke knaap zegt: als U kunt dan zal mijn zoon gezond worden. Dan zegt de Here Jezus als U kunt, daar ligt het niet aan, maak je daar maar geen zorgen over, maar jij moet geloven vriend. Dus niet alleen de discipelen moeten geloven, die vader moet ook geloven. Als je gelooft is alles mogelijk! Bij God is sowieso alles mogelijk, maar alles wordt pas werkelijkheid als ons geloof erbij komt. Alles is mogelijk voor degene die gelooft. Die vader schrikt daarvan en zegt: ik geloof Heer, kom mijn ongeloof te hulp, want dat is nogal wat! Dat is heel belangrijk om dat te bedenken dat komt de verantwoordelijkheid van de dienstknecht in mij te pas.

U behandelde het gebed als twee losse delen, het eerste gericht op God en het tweede gericht op onze noden. Wat vindt u van de connectie dat we de laatste twee beden bidden voor de vervulling van de eerste groep. Dus geef ons wat we nodig hebben zodat Uw naam in ons leven geheiligd wordt, kracht, voedsel zodat we Uw wil kunnen doen enzovoort. Dus het doel van het gebed.

Nou nee daar kan ik niet enthousiast van worden. In de eerste plaats snap ik dan niet waarom het in deze volgorde staat, maar bovendien het klinkt dan teveel als Jacob bij Bethel. Toen was hij ook geestelijk nog niet op zijn hoogtepunt hoor. Daar is hij ook bezig net God een deal te sluiten. Als U nu mij zegent dan zal ik U tienden geven van al wat ik heb, voor wat hoort wat. Dan moet het met God beginnen, die moet eerst zegenen en dan wil Jacob wel wat terug doen. Hij is nog een heel eind verwijderd van zijn zijn sterfbed, daar is hij pas op zijn hoogtepunt aangekomen. En hier lijkt me dat ook een beetje. Gods Naam moet geheiligd worden ook al heb ik vandaag niets te eten. Het is niet zo; 'als U nu iets voor mij doet, dan zal ik iets terugdoen', God heeft al zo ontzettend veel voor ons gedaan, Hij hoeft Zich daarin niet meer elke dag voor ons te bewijzen. Wij zijn elke dag al geroepen om Zijn Naam te heiligen, ook al zouden wij niets te eten hebben. Zelfs al zou je het idee hebben dat je in zware verzoekingen zit. En ook al zou je met lastige schuldenaren in aanraking komen wat heel moeilijk is om te vergeven. Als al die dingen heel moeilijk zouden zijn dan nog blijft "Laat Zijn Naam geheiligd mogen worden, het Koninkrijk door mij heen mogen verwerkelijkt worden en Zijn Wil door mij heen geschieden." Tenzij ik het misschien wat overtrek, maar dit is toch te veel, voor wat hoort wat, lijkt mij. En houd vast aan de volgorde. Voordat je begint te bidden, voordat je met je eigen noden begint, wordt God groot gemaakt. En gaat het om Zijn Koninkrijk en daarna pas over mijn wereldje en leventje.

Als iemand voor het eerst in contact komt met het evangelie, moet je dan niet over schuldbelijdenis en vergeving beginnen? Wanneer is daarvoor het goede moment? Ja, we hebben allemaal zo'n beetje een vast patroontje in ons hoofd hoe je het evangelie zou kunnen verkondigen als je maar een paar minuten de tijd had. Dan moet je proberen in de eerste minuut iemand uit te leggen dat hij of zij een zondaar is, in de tweede minuut dat hij of zij in de Here Jezus moet geloven die voor zijn of haar zonden gestorven is en in de derde minuut mag je hem of haar dan gaan uitleggen dat hij of zij nu vergeving heeft en dat hij of zij naar de hemel gaat. Nou, als je drie minuten de tijd hebt dan is dat misschien wel een goed idee, maar ik heb u pas geleden een keer verteld over hoe dat ging op een studentenavond toen ik nog minder dan drie minuten had en toen een student vroeg: "Wat moet ik doen om een christen te worden?" Toen heb ik helemaal niet over schuld gesproken en over belijdenis en over vergeving want ik zou absoluut niet weten waarom dat altijd als eerste aan de orde zou moeten komen. Als je alle voorbeelden van gesprekken van de Here Jezus in het Johannes evangelie nagaat, dan zie je dat het helemaal niet allereerst over schuld gaat, bij Nicodemus wordt gezegd, zeker hij moet wedergeboren worden, maar dat is niet omdat hij een zondaar is, dat is wel zo, maar dat is niet het eerste wat aan de orde komt. Wat aan de orde komt dat is dat wedergeboorte noodzakelijk is om inzicht te krijgen in de dingen van God. En bij de Samaritaanse vrouw komt het pas op een later moment in het gesprek aan de orde en dan nog in deze vorm; "Ga heen, roep uw man en kom hier." Maar in eerste instantie begint Hij te spreken over het levende water. Als ze dat zou drinken dan zou het worden tot een bron van water die opspringt tot het eeuwige leven. Wij hebben van het evangelie vaak een programmaatje gemaakt met een paar stappen die altijd vervuld moeten worden. We zijn allemaal een beetje methodisten geworden. Terwijl ik tegen die studenten op die avond alleen maar dit zei; "Ik daag je uit om een discipel van Jezus te worden. Ik begin helemaal aan de andere kant lijkt het wel. Maar ik weet zeker dat als hij een discipel van Jezus wil worden dan komen al die kwesties vanzelf aan de orde. Maar er is niet een soort vaste volgorde. Dus ik zou het per geval laten afhangen. Ik vind het levensgevaarlijk om een soort sjabloon te hebben dat altijd moet worden toegepast op die manier. Ik zeg het nogmaals een keer, vergelijk maar eens een keer Johannes 3 met Johannes 4, Nicodemus, Samaritaanse vrouw, Johannes 5, de man die 38 jaar ziek was, Johannes 6, het gesprek met Zijn discipelen, Johannes 7, het gesprek met Zijn broers en zo kun je doorgaan. Elke keer is het anders. Waarom? Omdat mensen verschillend zijn. Maak van het evangelie geen Haarlemmerolie, dat is overal goed voor. In de tijd dat men nog geen medicijnen had, maakt niet uit, slik Haarlemmerolie. En zo doet men het met het evangelie ook. Het is als iemand die op een muur schreef: Jezus is het antwoord. En iemand had daar later onder geschreven; Maar wat is de vraag? En wij zijn vaak weinig respectvol naar mensen toe. Wij komen meteen met de antwoorden zonder eerst te luisteren naar wat de problemen van mensen zijn. En de problemen van Nicodemus waren heel anders dan die van de Samaritaanse vrouw. En weer heel anders dan die van de man die al 38 jaar ziek was. En de Here Jezus knoopt aan bij hun situatie, bij hun problemen. En niet altijd volgens het vast patroontje, schuld, vergeving, zondenbelijdenis en dan vergeving. Vaak moet je op een heel andere manier beginnen. Je kunt mensen enorm afstoten door eerst te beginnen bij het zondeprobleem, want dat is misschien helemaal niet hun probleem. Dat moet het wel worden, objectief is dat wel hun probleem, maar niet waar zij het eerste mee zitten. En ik denk dat we vaak weinig respect hebben voor mensen, als we dat hadden zouden we vaak veel dieper ingaan op waar die mensen staan in het leven, waar ze mee bezig zijn en wat ze het eerste nodig hebben. Dan knopen we echt aan bij hun behoeften en dan komen al die dingen vanzelf wel aan de orde. Ik vind het mooiste voorbeeld altijd nog de bekeringsgeschiedenis van C.S. Lewis wat hij uitvoerig beschreven heeft in zijn boek, Surprise by Joy, ik weet niet precies hoe het in het Nederlands heet, Verrast bij Vreugde denk ik, maar daar zie je de meest onorthodoxe bekering die je je kunt voorstellen. Ik denk dat allerlei mensen in ons landje met gefronsde wenkbrauwen naar die bekering zouden kijken, die man kan nooit bekeerd zijn. Want dat ging helemaal niet volgens het patroontje. Maar dat hij wel bekeerd was, dat is later duidelijk genoeg gebleken. Je moet kijken naar het resultaat en niet of het allemaal precies aan stappen en eisen en planmatigheid voldoet naar onze ideeën.

Is schuldbelijdenis een voorwaarde voor vergeving?

Ja, dat hangt er vanaf. Als je vergeving, ik heb daarstraks gezegd, als je vergeving wil weggeven, als je tegen iemand wil zeggen; Joh, ik wil je vergeven, dan kan je dat alleen maar doen als iemand schuld beleden heeft. Iemand kwam weleens naar me toe en zei: "U hebt me heel veel kwaad gedaan, maar ik heb het u allemaal vergeven." Toen was ik even helemaal verrast, verbaasd, want ik wist van de prins geen kwaad. En als ik het wel geweten had, dan had ik het ook niet verteld. Ik wist niet wat ik doen moest. Toen heb ik hem maar in mijn armen genomen, ik zie dat altijd nog als genade van God want dan hoef je niets te zeggen en ik heb hem tegen me aan gedrukt. Want als ik gezegd had: "Daar ben ik zo blij mee, broeder." dan had ik gehuicheld. Want ik wist niet wat hij mij vergeven moest. Maar als ik gezegd had: "Hoezo, wat, ik heb je helemaal niets gedaan." had ik alles bedorven. Dus ik ben blij met dat, daar heb je het alweer, op het goede moment krijg je de juiste genade om dat te doen. Dus je moet nooit naar iemand toestappen. Iemand kwam naar me toe, een jong persoon, na afloop van de toespraak en die zei: "Ik heb het meteen in praktijk gebracht." op een zondagochtenddienst. "Ik ben meteen naar die persoon toe gegaan en ik heb gezegd; ik vergeef je alles." Ik zei: "Heeft hij het dan beleden?" "Nee." "Nou dan heb je het echt niet goed begrepen want zo heb ik het nu juist niet gezegd." Dus je moet twee dingen onderscheiden; vergeving als iets dat nodig is om zelf innerlijk vrij te worden van wat iemand je heeft aangedaan, als je iemand niet kunt vergeven dan word je verteerd door je wrok en je bitterheid, het kan je geestelijk verwoesten, het kan je zelfs ziek maken op allerlei punten, maar dat is weer een ander verhaal, trouwens, dat vind je bij David, zolang ik zweeg, Psalm 32, ik mijn zonden niet wilde belijden, kwijnde mijn gebeente weg. En hij kon bij de dokter lopen wat hij wilde, maar die dokter had daar geen goede medicijnen voor. Totdat hij ten slotte zijn zonden beleed, en toen verdwenen ook al die symptomen. Dus zonder belijdenis geen vergeving. Vergeving kan je enorm helpen om vrij te komen van iets of iemand die jou heel veel kwaad heeft aangedaan. Ik heb het weleens meegemaakt dat we tegen mensen zeiden, ga nu eens de naam van die persoon noemen, soms zelfs in de samenkomst waar een heleboel mensen voor ons stonden die allemaal met wrok en bitterheid te maken hadden in hun leven. Ik zal nooit vergeten, de vrouw die daar stond en die zo'n ontzettend trieste uitstraling had en die ook naar voren toe kwam toen en het ging over misbruikt zijn. En toen ze allemaal door elkaar begonnen te praten zodat je ze bijna niet kon horen maar toen ze allemaal begonnen uit te spreken de naam van de persoon die hen kwaad gedaan had, en ze zeiden; Ik vergeef je om Christus' wil. Toen zag ik die vrouw veranderen. Ik heb dat nog nooit zo frappant meegemaakt. Ze had een zo in-trieste uitstraling en het was net als toen ze zei; Ik vergeef je om Christus' wil, alsof er een dam doorbrak. En ze veranderde in een stralende jonge vrouw. Ongelooflijk indrukwekkend. Maar die man die haar dat kwaad heeft aangedaan die heeft daar niets aan, maar het was ook niet voor hem bedoeld. Het was voor haar bedoeld. Opdat zij vrij zou worden van die man, ze werd vrij van hem. Als hij die vergeving wil ontvangen dan moet hij komen met belijdenis. En dat gebeurt misschien nooit. Misschien leeft hij niet eens meer. Dus je moet bij vergeving onderscheiden wat er nodig is voor de persoon die vergeving moet uitspreken om daardoor vrij te worden van die boosdoener. Maar als je die vergeving wil wegschenken, dat kun je niet zo maar doen. Dan moet die ander met belijdenis komen. Dat is een belangrijk onderscheid om te maken.

U zei; oprecht belijden is voorwaarde voor vergeving. In Lucas 18, u noemde dit hoofdstuk al, volgens mij noemde ik Mattheus 18, de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter, nee, dat heb ik niet genoemd maar dat geeft niet, u noemt het nu. Kunt u hier iets over zeggen, vooral over vers 7 en 8. Hoe moet je vergeven na onrecht of kunt u de weg wijzen in geloof vergeven met een beroep op deze tekst?

Maar die gelijkenis van de onrechtvaardige rechter die helpt ons eigenlijk niet zo erg. Misschien heb ik u op het verkeerde been gezet doordat u dacht dat ik Lucas 18 zei maar ik bedoelde Mattheus 18, ik ehb één keer Lucas 18 genoemd maar toen ging het over de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar, wat erop volgt. Maar ik heb het niet gehad over de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter. Want daar gaat het niet over vergeving, daar gaat het over een weduwe die in haar recht hersteld moet worden. Ze heeft geen man meer die voor haar op kan komen. Het enige wat ze kan doen is die rechter net zo lang aan zijn hoofd zeuren totdat hij toegeeft. En de Here Jezus past dat toe; zo mag je bij God aankloppen tot Hij gehoor geeft. Dat is het geloofsvertrouwen in de Here God, dat je op die manier tot hem mag roepen, dag en nacht roepen zelfs. Dus dat is een heel ander verhaal dat heeft hier niet zoveel mee te maken. Mara ik citeerde Lucas 18 vanwege de gelijkenis van de Farizeeër en de tollenaar. Omdat die Farizeeër daaar ook zegt dat hij twee keer in de week vastte zoals orthodoxe Joden dat gewend waren te doen. Dus er is hier ergens een misverstand. En als ik u nu niet goed begrijp, dan moet u me dat straks maar even komen vertellen.

Naar aanleiding van verzoeking/beproeving, kunt u iets zeggen over de volkstelling van David?

2 Samuel 24 zegt; de toorn des Heren porde David aan en 1 Kronieken 21 vers 1 zegt; de satan porde David aan.

Ja, is dat nu niet mooi? Voor de mensen die tegenstrijdigheden in de Bijbel verzamelen, is dit er een heel mooi voorbeeld van, zet die vooral in uw collectie. De ene keer staat er; de Here verzocht hem en de adere keer stond er de duivel deed het. Wie deed het nu? De goed ingeleiden onder u die weten dat beide kanten van de waarheid zo zijn. Als je in een situatie komt waarin je in zonde dreigt te vallen dan is de Here God daar om jouw geloofskracht op de proef te stellen en de duivel is er om je een stok tussen de benen te steken zodat je ten val komt. Dat is ook een reden waarom het hetzelfde woord is; God verzoekt ons in de zin van; God stelt ons op de proef. Abraham had ook kunne falen, Abraham had ook kunnen zeggen; "Nee, dat breng ik niet op om mijn eigen zoon te offeren." Dan was hij gefaald in die test. Maar God zag in hem wat in hem was, wat God zelf in hem gelegd had, dat zou je ook kunnen zeggen. Enhet kwam eruit toen God hem op de proef stelde. Maar de duivel gebruikt diezelfde dingen om ons ten val te brengen. En zo is het hier ook, die verzoeking, die volkstelling was een op de proef stellen van de kant van God, het was een proef die ook kan mislukken en bij David mislukte het. En de duivel was er als de kippen bij om hetzelfde te doen. De duivel heeft de bedoeling dat we vallen zullen, God heeft de bedoeling dat we er sterker uitkomen. In die zin hebben allebei ook uiteindelijk, als ik het zo oneerbiedig mag zeggen, hun zin gekregen. De duivel kan zich erop laten voorstaan dat hij David onderuit heeft gekregen. David kwam ten val, hij telde het volk als een daad van hoogmoed en arrogantie. Maar God kwam ook met Zijn doel, want David kwam er sterker uit tevoorschijn. En dat niet alleen, langs deze weg kwamen ze uiteindelijk bij de dorsvloer van Arauna, wat later de plek is geworden waar het brandoffer altaar kwam te staan en de tempel van Salomo. God kan met een kromme stok rechte slagen slaan zeg maar. Dat is heel mooi om te zien, dus in die zin, God en satan zijn vaak tegelijkertijd met mensen bezig. Het voorbeeld in de Bijbel is Job. Wie heeft nu eigenlijk Job al dat kwaad aangedaan? En het antwoord luidt dat je zowel het één als het ander kunt zeggen. Je kunt zeggen; de duivel, want die was het, die beroofde hem van al zijn vee en die maakte hem ziek. Maar je kunt ook zeggen: God was het die vanaf het begin af aan Zijn Eigen Plan trok, Hij was het die het ook aan de orde stelde. Het was niet de duivel die zei; die Job dat en dat, het was God die zei: "Heb je al acht geslagen op Mijn knecht Job?" Want God was vanaf het begin af aan al met Zijn Eigen Plan bezig. De duivel komt ook alleen maar in de eerste twee hoofdstukken voor, daarna komt hij in het hele boek niet meer voor. Hij is verder helemaal niet meer belangrijk in het boek. Dus de duivel boekt een aanvankelijk succes lijkt het, maar uiteindelijk zegeviert God in Zijn omgang met Job. En zo is het met David ook. Dus er zitten vaak die twee kanten aan en dat zie je wel heel treffend in dit voorbeeld waar èn God èn satan David aanzetten om iets te doen wat niet goed was als je dat zo van God kan zeggen. Maar het was van God's kant een beproeving.

Mijn predikant, zegt deze vraagsteller, zei tijdens een catechesatieles dat je het Onze Vader alleen maar kunt bidden als je bekeerd bent en anders niet.

Nou, dan ben ik het hartelijk met de predikant eens. Het is precies hetzelfde wat ik ook gezegd heb, het is niet een gebed dat je aan ongelovige mensen moet leren. Ik zeg het nog eens een keer heel nadrukkelijk, aan het begin van de bergrede zie je dat er een grote schare is en die mogen allemaal toeluisteren. De Here Jezus heeft niet achter Zijn Hand gepraat, dat alleen sommigen meht mochten horen, Zijn discipelen. Iedereen mag het horen. Iedereen mag dit gebouw binnenkomen en meeluisteren. We hebben niets te verbergen. Maar, er staat uitdrukkelijk bij, het was onderwijs voor Zijn discipelen. Waarom mogen de anderen dan luisteren? Omdat die ook discipelen kunnen worden. Die kunnen zeggen; "maar dit is geweldig, dat is geweldig dat je zo mag leren leven als een diiscipel van de Here Jezus" en die komen met de vraag; 'Hoe kan ik U leren dienen en volgen?' Die vraag komt meermalen op in de evangeliën. En daar komen prachtige antwoorden op. Maar, ik zou liever niet praten over bekeerden en niet-bekeerden, dat legt weer het accent op andere dingen, maar nu ben ik even bezig met spijkers op laag water te zoeken, ik zou zeggen, dit gebed is voor discipelen van Jezus. Volgelingen van Jezus. Want ik zou ook nog, dat zou ik dan ook tegen die dominee zeggen, achter de hand, niet als de leerlingen erbij zitten, je kunt ook al bekeerd zijn terwijl je van het discipelschap nog weinig te pakken hebt. Ook omdat in sommige kringen zo ontzettend weinig over het discipelschap wordt verteld. Dus discipelschap gaat het hierom niet om bekeerd of onbekeerd, het aat erom, ben je een volgeling van Jezus? Daar ligt het accent op. Je kunt bekeerd zijn en daarna nog steeds geen volgeling van Jezus omdat je daar nog nooit van gehoord hebt. Bekeerd zijn is niet genoeg. Het gaat om mensen die Jezus navolgen en daar kunnen ook valse discipelen tussen zitten, dat hebben we ook gezien en dat zullen we in hoofdstuk 7 nog meer zien. Maar dit wordt gezegd tot mensen die Jezus willen navolgen. Wil je Jezus navolgen? Wil je God dienen? Dan zijn dit de dingen die in jouw gebeden tot God aan de orde moeten komen. En inderdaad, als het iemand is die God nog niet kent, dan zou ik hem nooit het Onze Vader leren, dan zou ik zeggen; Je hebt eerst andere dingen nodig, vriend. Voordat jij je dagelijks brood nodig hebt, zijn er eerst andere dingen die in jouw leven aan de orde moeten komen. Dan zal je eerst met je zondenprobleem in het reine moeten komen en al die dingen meer. Dan gaan we eens praten over discipelschap en dan, als dat discipelschap allemaal in orde is, dan gaan we eens kijken naar het gebedsleven. En dat gebedsleven dat zou daar en daar over moeten gaan. Zo ongeveer. En de volgorde mag ook best eens andersom. Dus als iemand zegt: Ik zou graag het Onze Vader eens leren bidden, fantastisch, dat is een gebed voor discipelen. Van Jezus. Dus ik neem aan dat jij ook een discipel van Jezus bent? "Nee, dat weet ik niet precies wat dat is." Nou dan gaan we het daar eens over hebben. Dus ik zeg niet tegen iemand, ik bedoel,ik kan het wel uitleggen, het is niet voor niet-discipelen, maar dat zeg je niet tegen iemand, dat is weer wat anders. Als je iemand ontmoet die nog geen discipel van Jezus is, een meeloper, en hij zegt; "Dat Onze Vader, dat vind ik een belangrijk gebed." Dan kun je daar een gesprek over beginnen, zeggen; 'waarom vind je dat zo belangrijk enzo' en dan komt die vraag heel voorzichtig, "Ben je een discipel van de Here Jezus, ben je een volgeling van Jezus, dien je Hem?" Dan krijg je een boeiend gesprek. En als daar eigenlijk niet veel uitkomt dan kun je aan hem vragen; "Waarom bid je dan het Onze Vader? Wat is dan de betekenis daarvan?" En dan zie je inderdaad soms dat het een pure godsdienstige plichtmatigheid is. Ga je over het Onze Vader nadenken, dan zie je, dat hoort nu echt helemaal bij iemand die een discipel is van het Koninkrijk. Nog één opmerking daarbij, ik zeg elke keer de navolging van Jezus, eigenlijk moet ik daar een beetje voorzichtig mee zijn want in de bergrede is er nog nauwelijks sprake van navolging van Jezus, dat zullen we de volgende keer zien bij hoofdstuk 6 vers 33. Zoek eerst het Koninkrijk Gods, het Koninkrijk Gods zoeken is daar, dat is voor ons navolging van Christus. Maar dat is daar nog nauwelijks aan de orde. Dat komt ook pas verderop in het evangelie. Daar gaat het erom dat je op God gefocused bent, zoek eerst het Koninkrijk van God, zoek eerst de gerechtigheid van God en al die andere dingen komen in orde. Dus we lezen in de bergrede dingen die pas later in het onderwijs van de Here Jezus aan de orde komen zoals navolging van Christus. Dat is ook niet zo erg, maar ik wilde even de puntjes op de i zetten dat in het onderwijs van de Here Jezus dat nog maar beperkt aan de orde is. Het gaat veel meer om God dienen in de brede zin van het woord. Maar dat kan pas werkelijk als je een veranderd en vernieuwd hart hebt, dat is waar.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?