Hart voor Waddinxveen


(7b) Vragen bij de lezing gehouden op 18 maart 2011 over "Weest niet bezorgd!" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zondag, 03 juli 2011 21:58

Vragenbespreking.

Vrienden weest allen wederom hartelijk welkom.

Er was net iemand die zich bijna niet kon voorstellen dat ik echt een pessimist zou zijn. Maar als mijn vrouw dat nu zegt, wat hebben jullie dan nog in te brengen. Die kent mij het beste, dat is af en toe heel griezelig, maar diep in mijn hart weet ik dan het is goed. Ten minste iemand weet hoe het echt in elkaar zit. Ik hoop dat jullie ook zo'n vrouw hebben of zo'n man. Het is dus wel een beetje zo. Ze zegt jij ziet altijd van twee mogelijkheden de zwarte mogelijkheid. Je weet een pessimist geeft het niet gemakkelijk van zichzelf toe dus ik vond dit al een hele prestatie. Want de meeste pessimisten zeggen van zichzelf dat ze realisten zijn. Kent u dat? Ik ben helemaal geen pessimist, ik ben een realist! Die moet je in de gaten houden.

Wat vindt u van de oneliner: je zorgen maken is de verkeerde kant op fantaseren.

Dat vind ik een hele leuke. Want inderdaad, we maken ons allemaal voorstellingen hoe het morgen met ons zal gaan en volgende week. Die voorstellingen berusten op de verbeelding, want we weten het niet, we kunnen niet in de toekomst kijken. Een optimist ziet daarbij altijd de positieve kanten, die fantaseert over de mooie ontwikkelingen. Ja? Als het mistig is zegt de optimist: hij trekt op die mist, en de pessimist zegt: wat een pest die mist. Dat is het hele verschil. Het mooiste voorbeeld vind ik van die twee schoenverkopers die allebei naar Afrika gingen; de pessimist mailde naar huis: jongens vergeet het maar, wij kunnen hier geen schoen slijten want niemand draagt schoenen. De optimist zei: de markt ligt hier totaal open niemand heeft nog schoenen ...

 

Dit is ook een mooie, dat was een beetje uitdagend hoor dat ik dat zei: een demon uitdrijven behoort bij de basisuitrusting.

Ik lees op dit moment een boek van Jan Huttinga"was er maar niets tussen hemel en aarde". Ik weet niet of u dat zomaar zou kunnen toepassen.

Ik ken Jan Huttinga niet en ik ken het boek ook niet. Het was natuurlijk een beetje uitdagend dat geef ik toe, maar ik heb er twee argumenten voor. Eigenlijk komen die allebei uit Markus. In Markus 16 vers 17 lezen we: deze tekenen zullen de gelovigen volgen, niet de apostelen niet heel, heel, heel speciale mensen, dominees en ouderlingen en zo, maar de gelovigen. En van die vijf is nummer één: in Mijn Naam zullen ze demonen uitdrijven. Het tweede argument hoort daar direct bij, als je kijkt waar de Here Jezus zijn volgelingen op selecteert. In het Markusevangelie, andere Evangeliën hebben andere accenten, maar in het Markusevangelie gaat het vooral daarom dat ze twee dingen moeten kunnen;(dus dan kunt u voor uzelf een beetje nagaan of u een goeie discipel bent) Het eerste is dat ze het Evangelie van het koninkrijk moeten kunnen verkondigen en het tweede demonen uitdrijven. Je kunt in Markus 3 zien dat ze daar op uitgezocht worden. Als ze er in Markus 6 op uitgestuurd worden dan is het ook: verkondig het Evangelie van het koninkrijk en drijf demonen uit. Dat komt omdat in Markus heel bijzonder dat op de voorgrond staat. Christus die het opneemt tegen het rijk van de duisternis. In Mattheus gaat het veel meer om de discussie met de Joodse leiders, maar in Markus veel meer om de geestelijke machten achter de Joodse leiders. Zo heeft elk Evangelie zijn eigen insteek.

Al is jouw geloof als een mosterdzaadje, ons klein geloof. Toch is dat kleine geloof niet verkeerd.

Ja, maar u gaat nu eventjes appels met peren vergelijken. De Here Jezus zegt niet een klein geloof is geen enkel probleem kijk maar naar een mosterdzaadje, dat is ook heel erg klein, no problem. Nee, in die gedeelten over dat mosterdzaadje, ze komen verschillende keren voor, Lukas 17 is een voorbeeld daarvan, daar wordt dat woord klein er helemaal niet bij gezet. Klein staat in Mattheus 13: het is het kleinste van alle tuinzaden maar als je het zaait dan wordt het een grote boom. De Here Jezus zegt niet als het zo klein is als een mosterdzaadje. Dat is net zo toevoegen aan de Schrift dan wanneer je leest: geen musje valt op de aarde zonder de WIL van Mijn Vader. Je moet oppassen met woordjes er tussen te lezen. Zo is het hier ook: Hij zegt niet zo klein als een mosterdzaadje. Het kenmerk van dat mosterdzaad is dat het niet alleen maar klein is, dat past in die gelijkenis, maar daar wil de Here Jezus zeggen: een mosterdzaadje is iets wat alleen maar nuttig is als je het in de grond stopt. Dat geldt natuurlijk voor alle zaden. Als je er profijt van wilt hebben dan moet je ze niet op de schoorsteenmantel zetten, maar dan moet je ze inde grond stoppen, want dan gaan ze vrucht dragen. Dat is het heel bijzondere aan het geloof. Een van de grote problemen van mensen die problemen hebben met hun geloof, en of het nu gaat over het zaligmakend geloof of over het praktisch geloofsvertrouwen, is dat ze constant naar zichzelf zitten te kijken, zichzelf de maat zitten te nemen. Dat is ook het nadeel als je preekt over een klein of een groot geloof, dan gaan mensen naar zichzelf zitten te kijken hoe groot dat geloof is, maar dat moet je juist niet doen. Een groot geloof denkt helemaal niet aan zichzelf, maar is gericht op Christus. Het is zo belangrijk dat ik dat nog een paar keer zeg, anders komt het niet goed over. Als je met jezelf bezig bent, heb ik wel een geloof dat groot genoeg is, weet je bij voorbaat dat het resultaat van dat onderzoek negatief uitvalt. Je gaat jezelf de maat zitten nemen. Die twee personen die in het Mattheusevangelie een groot geloof blijken te hebben, zitten juist helemaal niet naar zichzelf te kijken. Je moet dus ook nooit proberen om het geloof aan te zwengelen of op te krikken. Ik zou ook niet weten hoe je dat zou moeten doen. Een groot geloof is juist een geloof dat helemaal van zichzelf afziet en ziet op Christus. De grootte zit hem dus niet in iets dat in jouw aangezwengeld of opgekrikt moet worden, maar in het voorwerp waar op dat geloof gericht is. Dat is heel belangrijk. De vader van de maanzieke knaap komt bij de Here Jezus en zegt: Heer als U kunt mijn zoon zal herstellen. Als U kunt betekent: daar ben ik niet zeker van, ik weet niet of U dat wel kunt. Uw discipelen in elk geval kunnen het niet. Dan zegt de Here Jezus als je KUNT ?? Alsof het daarom gaat. Het hangt er niet vanaf of Ik kan maar of jij wel geloof hebt. Als je geloof hebt dan staat er: dan is ALLES MOGELIJK. Dat vind ik een fantastisch woord. Alles is mogelijk voor degene die gelooft. Daar staat nog niet eens bij groot of klein geloof, als je gelooft is alles mogelijk bij God. Misschien nog niet bij jou maar bij God in elk geval. En dat weet het geloof. En dan zegt die vader ook: Ik geloof, Heer, kom mijn ongeloof te hulp. Dat wil zeggen; hij wil ook graag daarin groeien.Een klein geloof daar hoef je geen genoegen mee te nemen, het is heel mooi dat de discipelen in Lucas 17 vers 5 bij de Here Jezus komen en tegen Hem zeggen: "Heer, geef ons meer geloof" Vermeerder ons het geloof. Dat wil zeggen, geef ons, help ons om een groter geloof te ontwikkelen. En dan spreekt de Here Jezus over dat mosterdzaadje. En dan zou het wel erg teleurstellend zijn als Hij zou zeggen: Als je zo'n piepklein geloof hebt als zo'n mosterdzaadje dan zeg je al tegen deze berg wordt opgenomen en in de zee geworpen. Nou, dat is lekker bemoedigend. Ik heb zo'n klein geloof, dat geloof van mij dat is nog veel, veel kleiner dan zelfs het kleinste zaadje, want ik heb nog nooit een berg kunnen bewegen. Maar dat bedoelt de Here Jezus niet, dat zou wel ontzettend ontmoedigend zijn. Maar het kenmerk van het mosterdzaadje is daar nioet zozeer de kleinheid ervan alswel dat het geïnvesteerd moet worden in God. Als je een groter geloof wil ontwikkelen, moet je niet naar jezelf kijken. Moet je juist van jezelf af zien en zien op Hem, hoe groter God in jouw ogen wordt, des te groter wordt je geloof. Het is heel belangrijk en ik nodig u uit om daar eens goed voor uzelf over na te denken. Dat grote geloof van die hoofdman in Mattheus 8 en van die vrouw in Mattheus 15 zat daarin dat ze zo groot van de Here Jezus dachten. En niet omdat ze over een bijzondere vaardigheid of capaciteit in zichzelf beschikten. Ze dachten zo groot van Hem dat één woord van Hem genoeg was. Een kruimeltje dat van de tafel viel dat al genoeg was. Hoe groter Hij is, des te minder heb je van Hem nodig, als u begrijpt wat ik bedoel. Dus pas op met dat kleine mosterdzaadje. De kleinheid, dat is Mattheus 13, dat is een heel andere context, we moeten die beelden niet door elkaar gooien.

Ik sta voor mijn gevoel, zegt deze vraagsteller, optimistisch in het leven. Dat is al een heel mooi begin. Maar ik ben vaak bezorgd, dit in tegenstelling tot wat u vertelde, dat een pessimist eerder piekert en bezorgd is.

Ja, ik ben bang dat we dan weer in die discussie terecht komen van die tweeërlei bezorgdheid. Sommige mensen hebben het in zich dat ze erg op anderen gericht zijn. Mijn vrouw is dat heel erg sterk, op anderen gericht en die is ook heel gevoelig daarom voor de artsen die ze tegenkomt. En helaas, door haar kwalen moet ze nogal veel met artsen te maken hebben. Ik benader dat veel rationeler, veel wetenschappelijker. Of die man nu aardig is of niet maakt me niet zoveel uit, als hij maar goed is in zijn vak. Bij haar is dat totaal anders, zij is zelfs zo gericht op mensen dat ze ontzettend gevoelig ervoor is of die ander, de dokter in dit geval, ook gericht is op haar. Het allerbelangrijkste is dus niet de pillen die hij voorschrijft maar of hij kan luisteren. Dat geldt trouwens in het algemeen van echtgenotes ook. Wij mannen zijn oplossingsgericht dus we beginnen meteen te vertellen, als je dit of dat hebt, dan moet je dit of dat doen. Maar dat willen ze helemaal niet horen. Ze wil een luisterend oor hebben. En een schouder om op uit te huilen eventueel. Hoe kwam ik hier ook alweer op? Oja, soms ga je met jezelf aan de haal, maar zij is er erg gevoelig voor of mensen op haar gericht zijn, dat mensen kunnen luisteren. Of mensen dus zorg hebben voor een ander want zij heeft dat zelf zo sterk. Ik sta er altijd van te kijken, misschien heb ik al eens eerder verteld, dat mensen alatijd de neiging hebben om, als ze haar kennen, hun hart meteen bij haar uit te storten. Dat had ze al toen ze nog jong was, toen we nog niet zo lang getrouwd waren. Vrouwen die een generatie of anderhalve generatie ouder waren. Ze was een tijd geleden bij een arts en toen kwam ze thuis en vertelde ze dat de arts z'n hart had uitgestort bij haar. Zo erg is het dus, de arts had z'n hart uitgestort bij haar. Het was nota bene een oogarts. Maar zij heeft dat talent. Dat zijn mensen die heel veel zorg hebben voor anderen, die erg op anderen gericht zijn. Dat wil niet zeggen dat ze tobben en piekeren, maar wel dat ze veel zorg hebben, dat ze zich bezorgd maken over heel veel mensen, maar dat is een goede zorg. Dat is heel mooi. Dat is juist een goede eigenschap, dat is helemaal niet kwalijk. En dat heeft niet te maken met optimistisch of pessimistisch, dat heeft veel meer te maken met of je van nature een mens bent die meer in zichzelf gekeerd is, met de dingen die in de geest rondspoken, zo'n type mens ben ik meer, meer naar binnen gericht, te druk met alles wat er in mijn hoofd gebeurt allemaal en zij leeft helemaal van binnen naar buiten. Bij onze vier kinderen zie je dat precies weer terug. Sommigen zijn naar binnen en anderen naar buiten gericht. Dat krijg je natuurlijk he, een aartje naar hun vaartje en een oertje naar hun moertje, nee dat klinkt eigenlijk niet. Dus ik denk dat het daarop vast zit wat u bedoelt met uw vraag. Dat heeft met optimistisch en pessimistisch eigenlijk niets te maken.

Kunnen wij niet bezorgd zijn over de dingen/gebeurtenissen die God toelaat? In de wereld ergens of in ons eigen leven? Dat kan mij soms beangstigen. Ik weet dat ik moet vertrouwen maar ik kan dit niet altijd. Toch verwonder ik mij vaak over veel wat God in mijn leven heeft gedaan. Dit maakt mij blij en dankbaar.

Dat laatste is natuurlijk al heel geweldig. Er is geen mens die niet door moeilijkheden heen gaat in zijn leven. Dan moet je, je zou je bijna zelf zorgen moeten maken als het anders was. Je moet niet bijgelovig zijn daarin, ik herinner me dat we iemand heel goed kenden die een keer tegen mijn vrouw zei; "Ik heb me pas eens zitten realiseren, ik heb nu nooit eens iets. We hebben nooit narigheid. In ons huwelijk niet, in ons gezin niet, nergens. Af en toe beangstigt het mij." Een paar maanden later hoorde ze dat ze eierstokkanker had en een jaar later was ze overleden. Ik zeg dat niet uit bijgeloof, ik zeg het alleen maar om aan te geven dat er geen mens is die niet door heel zware dingen heen moet gaan. Je zou haast zeggen, wat een zegen dat ze zo'n heerlijke rustige tijd heeft mogen meemaken voordat ze dat laatste jaar van haar leven moest ingaan dat zo, zo zwaar was. Maar er is geen mens zonder moeilijke dingen op wat voor terrein dan ook. Of het is in relaties, met je ouders, met je kinderen, met je man, met je vrouw. Of het nu is met je eigen lijf, met je psyche of dat het financiële zorgen zijn, ziekte en narigheid. Sommige mensen kunnen het zich persoonlijk aantrekken wat er in Japan gebeurt, die hebben het natuurlijk helemaal moeilijk. Vroeger hoorden ze alleen maar wat er bij de buren gebeurde, en in het dorp maar nu krijgen we al het leed van de hele wereld dagelijks op ons bordje. En als je iemand bent die zo met andere begaan is, dan heb je ook veel te lijden. Maar er is geen mens zonder. En eigenlijk vat u in uw vraag heel prachtig samen die twee kanten van het leven. We hebben allemaal zorgen, dat is ook het punt van dit Schrifgedeelte niet, niet de zorgen, zorgen zijn iets objectiefs, die heb je of die heb je niet, je hebt die problemen nu eenmaal, maar wat doe je ermee? Hoe passen ze in jouw leven, hoe passen ze in jouw geloofsleven naar de Here God toe, dat is het probleem. Maar die moeilijke dingen die we op één of andere manier in ons leven hebben en waarmee we in het reine moeten zien te komen, die zijn er bij allemaal. Want als ik dat zou vragen, en dat ga ik natuurlijk niet doen, maar als ik zou vragen; Wie van u heeft er nu totaal niets om u zorgen over te maken? Dan zou het je zeer verbazen als er twee of drie mensen hun hand opstaken. Je hebt allemaal wel iets. Het hoort er ook een beetje bij. Het is ook wel goed soms zo. Ik heb u verteld dat ik tien jaar van mijn leven gewijd heb aan een sekte, daarna ging ik op mensen over, maar in die tien jaren heb ik toch ook veel geleerd. En ik ontdekte, één van de dingen was dat als je een vlieg uit zijn cocon probeerde te bevrijden, dat deed je weleens, je zag dat beest dan worstelen om eruit te komen en dan hielp je hem een handje door de cocon een beetje open te maken en dan ontdekte je al gauw dat het een jammerlijk beestje was, hij kon nooit vliegen, hij ging gauw door. Waarom? Hij had die worsteling nodig, dat was een deel van het ingebouwde programma, die worsteling had hij nodig om zijn vleugels sterk te maken. Zonder dat kon hij nooit die vleugels gebruiken en zou hij nooit kunnen vliegen. Stel je eens voor dat God al je zorgen van je zou afnemen, dan zou je misshcien ook net zo'n krakkemikkige vlieg zijn. Wij worden gevormd door het leven. Daarom is het ook een van de enge dingen als je als ouders probeert je kinderen voor alle narigheid te bewaren. Ten eerste moet je dan al beginnen met ze niet te leren lopen. Want niemand van ons heeft dat geleerd zonder op zijn gezicht te gaan. Dat moet u dus niet doen. Als u wil dat uw kinderen nooit vallen, leer ze niet lopen. Leer ze ook niet praten want als je eenmaal gaat praten, Jacobus 3 zegt; dan ga je ook verkeerde dingen zeggen. Bewaar uw kinderen daarvoor. Stuur ze nooit naar de tandarts, want dat zijn engerds die je een hoop pijn kunnen doen. U begrijpt wel waar ik naar toe wil. Onze kinderen worden er flink en sterk van. Van al die dingen en er is niets mis mee om af en toe eens op je gezicht te gaan. Beter kunnen leren praten en dan ook weleens iets doms zeggen dan helemaal niet te kunnen praten. Beter kunnen lopen en dan weleens op je gezicht gaan dan helemaal niet te kunnen lopen. En ga zo maar door. Er zit dus ook een heel belangrijk opvoedend element in. De dingen van het leven. Die dingen maken je ook sterker. Zoals de vleugeltjes van zo'n vlinder of vlieg, je hebt ze ook nodig. En daar geldt ook weer het geloofsvertrouwen in Vader. Vader weet wat goed is voor me. Het is deel van Zijn programma.

We lezen in Hebreeën 12 over de tuchtiging.

Ja, dat is meteen weer zo'n theologisch moeilijke zaak, sommige mensen lezen daar meteen in: Kastijding, straf. In sommige kringen heb je dat heel sterk, als je iets ernstigs overkomt denken ze meteen; wat hebben we verkeerd gedaan? Waarvoor wordt ik gestraft? Die vrienden van Job zijn een zeer hardnekkig ras, je krijgt ze bijna niet weg. Die leven nog steeds volop. Terwijl er toch een heel bij belboek aan is gewijd om ze te veroordelen, de Here God is heel boos op ze, maar dat maakt niet uit, je hebt ze nog steeds bij de vleet. Je kunt op internet vinden, dat is tegenwoordig zo aardig, je kunt meteen dat soort mensen vinden, die komen meteen naar boven, die weten onmiddellijk te vertellen dat wat er in Japan gebeurd is, straf is. Want alle nare dingen in het leven zijn straf. Dat is hun idee zo. Dus dat is straf. Natuurlijk moeten ze dan nog invullen wat voor straf en om Japan, wat hebben die nu weer gedaan? Maar dat maakt niet uit, het is straf. Alles, de Watersnoodramp 1953, dat was ook straf. Als ons iets naars overkomt, en wij zijn een zondig volk, dan is dat altijd in termen van straf. En als je dus in Hebreeën 12 al begint te vertalen met kastijding dan krijg je dat. Maar wat het woord is dat daar staat, dat is "paideia" waar ons woord pedagogiek van afgeleid is. Wat het betekent is opvoeding. Nu kan straf ook wel een opvoedende kant hebben, maar het gaat daar helemaal niet erom ons constant te straffen. Het gaat om opvoeding en dat kan soms ook weleens stevig zijn als je wil dat je zoon wereldkampioen wordt op schaatsen dan moet je hem een harde training geven, daar krijg je spierpijn van en dat betekent offers brengen en dat betekent heel heel heel hard werken. Zo zijn er een heleboel dingen te noemen waar je met moeite in het leven te maken krijgt die jou vormen en trainen en die alleen maar goed voor je zijn. Anders word je een slapjanus. Daar gaat het het over, het gaat niet over straf. Het is ongelooflijk hoeveel christenen er in ons land rondlopen die bij nare dingen alleen maar aan straf denken. En dat is niet God's gedachte. Hebreeën 12 gaat over opvoeden. Paideia is opvoeding. Tucht, andere vertalingen hebben tuchtiging maar tucht komt van, kijk maar in het Duits, Zucht en Erziehung hangen met elkaar samen. Tucht is in de eerste plaats positief, niet straf maar tucht betekent discipline. Tucht betekent opvoeding, Erziehung. Vaak hangt het ook samen met onze theologie, waardoor we de dingen vaak zo negatief zien. De moeilijke dingen in ons leven mag je niet zien in de termen van straf. God straft je niet, als je een kind van God bent dan is Hij weleens verdrietig over je en soms pakt Hij je stevig aan, maar straf in de zin van vergelding is niet aan de orde. Die straf heeft Hij op de Here Jezus gelegd. Kinderen Gods moeten nooit in termen van vergelding denken. Ze moeten denken in de termen van opvoeding. Vader is met mij bezig om mij flink en sterk te maken of om mij andere dingen te leren, wat het ook moge zijn. Maar goed, ik ben heel blij, vraagsteller of stelster, dat het uiteindelijk is zoals het hier staat, het maakt u blij en dankbaar als u ziet wat God in uw leven met u gedaan heeft.

De laatste vraag.

Hoe ga je met iemand om die geen tegenspraak duldt? En het altijd beter weet?

"Nou, bijvoorbeeld, je gaat niet met hem om." Ik probeer toch bij de liefde te blijven en ik breng het bij de Heer. Weet u, ik heb, eens even denken, dat is nu 43 jaar ervaring met het beantwoorden van vragen na bijbellezingen en dan krijg je op een bepaald moment ook een soort gevoel van, ik zou met die vraagsteller weleens apart willen doorpraten, dat zijn die vragen waar iets achter zit. Want dit gaat natuurlijk over een heel concreet geval. Deze vraagsteller of stelster is niet bezig met een theoretisch vraagstuk, die heeft zo iemand in zijn of haar leven die het altijd beter weet, het zal wel man en vrouw zijn hoor, denk ik. Het zullen wel niet je ouders zijn of je kinderen. Je probeert dan toch in de liefde te blijven maar dan denk ik eerst, is dat beeld wel juist? Dat zou ik dan willen weten? Is dat beeld wel juist? Vind je het goed dat ik eens spreek met die persoon waar je het dan over hebt? Want de kans is niet geheel en al denkbeeldig dat die persoon zegt; Hoe kom je erbij? Jij bent altijd degene die zo eigenwijs is. Je luistert nooit naar me. Je kunt het niet hebben dat ik kritiek heb. Je denkt alleen maar... weet u wat ik bedoel? Dit is natuurlijk een hele subjectieve omschrijving, kan best zijn dat het volkomen waar is, dat het juist is, maar het kan ook heel erg zijn dat je het zo ervaart. Mischien wel dat je het moeilijk vindt, dat je het zelf vervelend vindt om tegengesproken te worden. Kijk, ik kan daar vrij over spreken want ik heb geen flauw idee wie de vraag gesteld heeft. Maar dit is typisch zo'n vraag, daar kunje haast geen antwoord op geven. Dit is een vraag veel meer van pastorale aard. Waar je eens door wil praten met iemand van is dat wel een goed beeld dat je van die ander hebt. Zit het nu echt zo in elkaar? Of is het omdat je zelf ook een eigenwijze trek hebt en het moeilijk kan hebben dat die ander zo op zijn of haar strepen staat? Het gaat altijd om twee kanten van de zaak. Dus ik vind het heel mooi dat u probeert in de liefde te blijven en dat u het bij de Heer brengt maar ik kan alleen maar tegen u zeggen, wees nu niet beledigd, want ik weet toch niet wie u bent, en wat de situatie is, ik zou u alleen maar de vraag willen stellen; geeft u hier een eerlijk en oprecht beeld van die persoon? Of zegt deze vraag, mag ik het zeggen, u bent niet boos hè, of zegt deze vraag ook iets over u zelf? Want zo is het altijd als het gaat om twee mensen met wie je te maken hebt, daarom was mijn eerste reactie: "Dan ga je toch niet met hem om?" Je komt altijd weleens van dat soort mensen tegen, je hebt mensen, ik word wel eens, gebeurt wel niet zo maar maar ik word weleens door iemand gebeld en die begint een vraag te stellen en dan begin ik met antwoorden en na drie woorden begint diegene al terug te rebbelen, dan weer twee worden en dan zeg: Moet u eens goed luisteren, u stelt mij een vraag. Wilt u nu het antwoord horen of niet? We gaan er geen debat over voeren. U schijnt het veel beter te weten dan u suggereert. U hebt helemaal geen vraag, wilt u mijn antwoord horen, ja of nee? Nou, dan heb je grote kans dat diegene zegt; Nou, die Ouweneel, daar kun je ook niet mee praten. Nota bene, ik stel hem een eerlijke vraag, en dan krijg je zulke dingen. Weet u, het is altijd van twee kanten. Er gebeurt wat in zo'n dialoog. Er gaan altijd allerlei psychologische processen een rol spelen en ik denk, wat een vervelende vraagsteller, die wil helemaal geen vraag stellen, die wil een preek houden, en hij denkt, nou, die Ouweneel, die vraag ik ook nooit meer wat, je krijgt niet eens een fatsoenlijk antwoord. En beide zijn overdreven versies van wat er gebeurde. Begrijpt u? Dus daarom denk ik; is dit werkelijk wel zo'n oblectief beeld? Misschien is het gewoon een hele sterke persoonlijkheid en misshcien bent u dat zelf ook wel. Dus in plaats van te zeggen, ik verdraag het allemaal geduldig, dat is mooi, daar ben ik blij om, hou dat vooral vast, maar denk ook eens na over mijn reactie; is dit werkelijk zoals de situatie is? Ja dat is het moooiste eigenlijk, in zo'n geval zegt je tegen iemand; Wat denkt u dat die persoon zou zeggen als ik tegen die persoon zou zeggen; 'is dat werkelijk waar dat je zo eigenwijs bent en dat je geen tegenspraak duldt en dat je het altijd beter weet en dat je je eigen mening vasthoudt?' Wat zou diegene dan zeggen? Wat denk jij dat hij dan zou zeggen? Het zijn leuke dingen.

Dat was het weer, dames en heren, broeders en zusters, meer vragen heb ik niet gezien, dit is een vroegertje vanavond, althans voor Waddinxveense begrippen.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?