Hart voor Waddinxveen


(7) Lezing gehouden op 18 maart 2011 over "Wees niet bezorgd!" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zondag, 03 juli 2011 22:02

Voor op het blaadje staat Mattheüs 6:19-34 maar daar hebben we er al een paar van gehad van die verzen maar dat geeft allemaal niks. Wij lezen vanavond Mattheüs 6: vers 25-34. Mattheüs 6, ik lees uit de Telosvertaling, Mattheüs 6:25. "Daarom zeg Ik u, weest niet bezorgd voor uw leven wat u eten of wat u drinken zult; ook niet voor uw lichaam waarmee u zich zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam dan de kleding? Kijkt naar de vogels van de hemel dat zij niet zaaien, niet maaien en niet in schuren verzamelen en uw hemelse Vader voedt ze. Gaat u ze niet ver teboven? Wie van u echter kan door bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen? En wat bent u bezorgd over kleding. Let op de lelies op het veld, hoe zij groeien. Zij arbeiden niet en spinnen niet en Ik zeg u dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet was bekleed als één van deze. Als nu God het gras op het veld dat er vandaag is en morgen in een oven wordt geworpen, zó bekleed, zal Hij niet veel meer u bekleden, kleingelovigen? Weest dan niet bezorgd door te zeggen: wat zullen wij eten of wat zullen wij drinken of waarmee zullen wij ons kleden. Want naar al deze dingen zoeken de volken want uw hemelse Vader weet dat u al deze dingen nodig hebt. Zoekt echter eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden. Weest dan niet bezorgd voor morgen want morgen zal voor zichzelf bezorgd zijn. Voor elke dag is zijn eigen kwaad genoeg." Tot zover lezen we uit het Woord van God.

 

De bergrede geeft ons beginselen van het Koninkrijk Gods. Niet zoals het in de toekomst zal zijn als het alles vrede en gerechtigheid is maar zoals het vandaag de dag is met alle zorgen en moeiten die daarbij horen. De uitdrukking 'Koninkrijk Gods' komt niet eens zo vaak voor. We vinden het in de zaligsprekingen maar hier vinden we het ook in vers 33. Dat is de kern van waar we het vanavond over willen hebben. Zoekt eerst het Koninkrijk van God en Zijn (dat is Gods) gerechtigheid en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden. Ik zou mij goed kunnen voorstellen dat u dit een weinig realistisch Schriftgedeelte vindt. Welk mens heeft er nu geen zorgen? Leidt het niet tot een oppervlakkig bestaan als ons gezegd wordt dat wij ons geen zorgen moeten maken. Worden dat geen zorgeloze mensen? Als je denkt aan de afgelopen week en wat er zoal in de wereld gebeurt dan kan iedereen begrijpen dat mensen in Japan, vooral als ze in de buurt van die kerncentrales wonen zich vreselijk zorgen maken over de hoeveelheid straling die ze zouden kunnen oplopen; over de vraag of ze 's nachts wel warm kunnen blijven of ze morgen wel te eten en te drinken zullen hebben. Een land van zo'n geweldige economie waar zo'n massa mensen ineens terugvalt op de grondelementen van het bestaan. Hoe word ik warm, hoe krijg ik eten en drinken? En als je denkt aan de mensen in Libië die met lede ogen aanzien hoe al het veroverd terrein weer terugveroverd wordt. Hoe zal het de mensen in Benghazi te moede zijn deze dagen. En dan hebben we het nog niet eens over Bahrein en over Jemen. En ik las van de week ook, daar denken we natuurlijk ook helemaal niet aan, dat als er één hel op aarde is voor christenen dan is dat Noord-Korea. Nou, daar zijn we ook helemaal even niet mee bezig. Maar goed die mensen is het daar verschrikkelijk, voor de christenen om daar te wonen. Wat moet je dan met zo'n uitspraak dat wij zorgeloze mensen zouden moeten worden, dat is toch niet realistisch. Je kunt je zelfs afvragen: is dat wel goed? Nou moet ik u daarbij vertellen dat ons de Nederlandse taal een beetje parten speelt. In allerlei talen wordt er een zorgvuldig onderscheid gemaakt tussen twee soorten zorgen. In het Engels kun je je worry over iets; dat is het soort zorg waar het hier over gaat maar voor iets zorgen zoals ouders voor hun kinderen zorgen, take care, dat is héél wat anders. En dat is iets wat in het Nederlands met hetzelfde woord wordt uitgedrukt. In het Frans heb je hetzelfde met soign of soigner dan gaat het over zorgdragen voor, daar is niks mis mee, maar soucis zoals u dat kent in de naam van het bekende Potsdamer Parijs, sans soucis, dat betekent zorg in de zin van bezorgdheid, je zorgen maken over. In het Duits en het Nederlands is dat dus wat verwarrend want daar liggen die twee woorden dicht bij elkaar terwijl ze ook in het Grieks duidelijk verschillend zijn. Waarom hebben wij daar één woord voor? Dat is toch lastig. Ja maar dat komt natuurlijk doordat die woorden ook wel vaak overlappen. Als je geacht wordt zorg te hebben over je kinderen dan maak je je ook makkelijk bezorgd. Voor die keer dat ze voor het éérst zelf naar school moeten fietsen. En dat is dan nog maar een kleine zorg. Er komen er nog veel meer achteraan. Je zorgdragen voor gaat heel gemakkelijk over in bezorgd zijn over. En daar moeten we ergens een grens in trekken. Of laat ik u geruststellen, zelfs dat bezorgd zijn over dat hoeft lang nog niet altijd verkeerd te zijn. Het zou juist helemaal verkeerd zijn als we niet bezorgd waren over onze kinderen of over anderen die aan onze zorg zijn toevertrouwd. Als oudsten of ouderlingen in een gemeente niet zorgdroegen voor die gemeente en dat kan ook makkelijk betekenen bezorgd zijn over die gemeente. Dat gaat zomaar in elkaar over. Dat hoeft nog niet eens altijd verkeerd te zijn.

Waar het hier over gaat, en dat is heel belangrijk, dat is over de vraag: waar leg je de prioriteiten van je leven? Je moet dit gedeelte niet alleen maar zien vanuit het standpunt: mag je weleens bezorgd zijn of niet? Mag je zelfs weleens tobben over iets? Want daar gaat het eigenlijk over, hè, het tobben en piekeren. Mag dat maar over die vraag gaat het eigenlijk niet. Je moet het niet zozeer wettisch zien alsof hier een gebod wordt gesteld: je mag niet bezorgd zijn. Het gaat om de prioriteit tussen twee heel verschillende zaken. Het gaat om de vraag: wat heeft de hoogste prioriteit in je leven? Waar draait je leven om? Als je ziet hoe sommige christenen dag en nacht met hun bedrijf bezig zijn dan lijkt het alsof hun leven gaat over eten en drinken en over waarmee moet ik me kleden? Dat is niet altijd hoor; het werk kan ook zó fascinerend zijn dat je er hélemaal in opgaat. En niet alleen maar perse omdat je heel veel wil verdienen. Trouwens als je heel veel verdient dan is dat nauwelijks een kwestie van bezorgdheid, wat zal ik eten en drinken maar meer hoe zorg ik dat een ander het niet van me afpikt. Dan heb je weer een ander soort bezorgdheid. Maar dat zijn in elk geval mensen waar vers 33 erg nuttig voor zou zijn: 'Zoekt eerst het Koninkrijk van God'. Ik heb u al gezegd dat is de kern waar het om gaat. Het gaat erom: wat is het zoeken van je leven? Dit is natuurlijk niet het letterlijk zoeken zoals wanneer je iets kwijt bent. Het is zoals het staat in de Psalmen: 'Zoekt Mijn aangezicht' en in Amos vind je die uitdrukking; bekende uitdrukking uit het Oude Testament. 'Zoekt Mijn aangezicht' dat betekent streef er intens naar om met Mij in contact te komen en in contact te blijven. Zoekt Gods Koninkrijk betekent niet: het is ergens verstopt en ga je gang maar en zoek waar het verborgen is maar het betekent: streef met alle kracht die in je is naar dat Koninkrijk Gods. En dat betekent ook: werk met alle kracht eraan mee dat dat Koninkrijk Gods in deze wereld verder verwerkelijkt wordt. Dat is streven naar het Koninkrijk Gods en naar Zijn gerechtigheid. Ik kom daar straks wel op terug maar dat moet even vooropgesteld worden want al het andere moet daaraan onderworpen worden. Dit is geen pleidooi voor zorgeloze christenen. Dit is wel een pleidooi om tegen de tobbende en piekerende christenen te zeggen: kijk eens even boven de omstandigheden uit. Is er niet een God die alle dingen in de hand heeft en die ook jouw leven in de hand heeft. En mensen, laten we het maar eerlijk tegen elkaar zeggen: dat is best moeilijk. Het is opmerkelijk hoe makkelijk wij God vertrouwen als het gaat om onze eeuwige bestemming. Je zou kunnen denken, het is voor God toch veel moeilijker om ons in de hemel te brengen dan om ons de aarde door te brengen maar als het over de eeuwige bestemming gaat dan denk ik dat verreweg de meeste van ons daar helemaal geen zorgen over hebben en dat rustig in Gods hand leggen en ervan overtuigd zijn dat dat allemaal goed is, goed komt. Dat dat bij Hem veilig is. Maar als het gaat over de zorgen van elke dag en dat gaat natuurlijk nog over heel wat meer dan alleen over eten en drinken en kleding. Dat kan zijn over je financiële omstandigheden; dat kan zijn over ziekte in je lijf of in je psyche. Ziekte van jou of van geliefden om jou heen. Dat kan relatieproblemen zijn die jou bezorgd maken waarvan je niet weet: hoe kom ik daar overheen? Er is zoveel dat je bezorgd kan zijn, kan maken. Bezorgdheid over mensen die in jouw buurt zijn en die je graag zou willen helpen en dat lukt je niet. Als je wat gericht bent, niet alleen maar op je eigen behoeften maar op de wereld, op de mensen om je heen, dan is er zoveel reden om je zorgen te maken. En de Here Jezus zegt niet zozeer 'dat is allemaal fout' want het laatste wat Hij zou willen is zorgeloze mensen te kweken. Maar zie ze allemaal in het licht van dat ene: het Koninkrijk Gods.

Laat ik een parallel geven uit Lukas 10, uit de geschiedenis van Martha en Maria. Waar de Here Jezus tegen Martha zegt: 'Maria heeft het goede deel gekozen dat van haar niet zal worden weggenomen.' Als je dat oppervlakkig leest dan zou je denken: al die huishoudelijke moeite van Martha was verkeerd en dat kan natuurlijk nooit zo zijn. Oosterse gastvrijheid betekent als je daar ineens dertien gasten voor je deur hebt staan dan moet je ze wat voorzetten. Daar gaat het niet om. Het is niet het één of het ander. Het is niet òf als Martha dienen òf als Maria luisteren. Van Martha lezen we: ze werd in beslag genomen door veel dienen. Later in Johannes 12 staat er van haar, dat is weet u wel, als Maria de voeten van de Here Jezus zalft, dan staat er van Martha: zij diende. Niks mis mee, niks mis mee. Maar in Lukas 10 staat: ze werd in beslag genomen door veel dienen. En toen werd haar dienen en alle zorg die daar bijhoort veel belangrijker dan het luisteren naar de Here Jezus. En er staat van Maria, dat kleine woordje ook, het hangt een beetje van je vertaling af, dat zij ook aan de voeten van Jezus zat. Dat zou je zo kunnen opvatten dat ze ook best haar deel in het huishouden heeft gedaan maar dat ze ook wist waar de prioriteit lag.

En je hebt dat vaker. Als David zegt in Psalm 27: 'Eén ding heb ik van de Here gevraagd, dat ik in het huis van de Here mag verblijven alle dagen van mijn leven.' Dan klinkt dat ook zwart/wit alsof hij de héle dag in de tempel zou willen zitten terwijl hij toch als koning best een drukke baan had. En die verantwoordelijkheden die daarbij hoorden ook echt niet wilde ontlopen. Het zijn allemaal voorbeelden van een bepaalde stijlfiguur waar de dingen zwart/wit worden voorgesteld. Het één en het ander níet. Het is net als in Deuteronomium 21 als iemand twee vrouwen heeft en de ene heeft hij lief en de ander haat hij. Dat is diezelfde manier van spreken. Dat betekent niet letterlijk dat hij haar haat maar dat hij de één meer liefheeft dan de ander. 'Als je je vader en moeder niet haat kun je Mijn discipel niet zijn' terwijl de Schrift notabene zegt: 'Eer uw vader en uw moeder'. Maar waar het om gaat is: als je Mij niet méér liefhebt zelfs dan je eigen ouders of je eigen man, je eigen vrouw, je eigen kinderen. Méér dan dat. En zo is het ook: Martha, er is iets dat belángrijker is dan jouw dienen. Met alle waardering voor jouw dienen maar er is iets wat daarboven uit gaat. Je hebt je prioriteiten niet op orde. En zo is het met David ook. David kweet zich van zijn plichten en zijn verantwoordelijkheden als koning maar hij wist ook de prioriteiten. Hij wist ook tijd met God door te brengen. Dat betekent dat, verkeren in Zijn tegenwoordigheid, in Zijn heilige tempel.

Nou, zo zou je meer voorbeelden kunnen noemen in de Bijbel maar het gaat om dat ene zonder dat het andere verwaarloosd wordt. En zo heeft ieder van ons ook zorg te dragen voor eten en drinken en kleding. Het komt je niet aanwaaien, in het algemeen tenminste. Het bijzondere is, als je geen eten en drinken hebt en je kunt er onmogelijk aankomen dan rekenen we op wonderen. Maar de normale orde is niet dat je een wonder doet maar dat je er voor werkt. Sterker nog, in de Tessalonicenzenbrief, tweede brief, zegt Paulus: wie niet wil werken, die zal ook niet eten. Sommige mensen maken ervan: wie niet werkt, zal ook niet eten maar dat staat er niet. Als je niet wíl werken. Sommige mensen willen best werken maar hebben geen werk. Maar als je niet wilt werken, als je denkt: nou, maar dat is helemaal nergens voor nodig, de Here God die geeft het me wel, dan ben je verkeerd bezig. En als je denkt, oh de dokter, daar hoef ik helemaal niet naartoe, God zal me wel genezen, terwijl de Here Jezus notabene zegt: zieke mensen hebben een dokter nodig, dan ben je verkeerd bezig, dan ben je zwart/wit bezig. Je moet werken voor je eten en voor je kleding en voor alle andere dagelijkse en niet zo dagelijkse levensbehoeften. Daar gaat het niet om. Maar al dat werk moet dan wel ondergeschikt zijn aan datgene waar het werkelijk om gaat. En dat zal je ook bewaren voor een hele hoop getob en een hoop gepieker. Daarbij moeten we ook nuchter vaststellen dat de een wat dat betreft ook een vrolijker aard heeft dan de ander. De één is een pessimist en die zijn gauwer geneigd tot tobben en piekeren en de ander is een optimist die bekijkt het meer vanuit de zonnige kant van het leven. Die voelen zich heerlijk thuis bij zulke Schriftgedeelten want het zijn van zichzelf al fluiters. Ze gaan fluitend door het leven en voor hun is dit een fluitje van een cent, zo'n Schriftgedeelte en voor andere mensen die qua aard veel zwartgalliger in elkaar zitten en makkelijk de zwarte kant, de pessimistische kant van het leven zien – mijn vrouw zegt dat ik daar ook bij hoor, dat zou u misschien niet zo zeggen maar zij kent mij beter dan u – is dat lastig, zo'n gedeelte. Want constant word je eraan herinnerd: nee, je moet niet tobben en niet piekeren want er staat zo mooi: kijk naar die vogels, Uw hemelse Vader voedt ze. Kijk, als de Here Jezus dat nou niet in tien verzen had gezegd maar in duizend verzen dan had Hij er ook kunnen bij vertellen dat soms in een strenge winter de vogels echt wel een beetje bijgevoerd moeten worden en misschien wel de dieren in de Oostvaardersplassen enzo, we hebben verantwoordelijkheid voor de natuur maar daar gaat het allemaal niet om natuurlijk. Het gaat om de brede principes. Dieren weten aardig te overleven in de natuur, afgezien van extreme omstandigheden. God zorgt voor ze, dat is de bijbelse manier. We noemen dat in de theologie: dit is het werk van de onderhouding van de wereld. Je hebt God als Schepper en God als Onderhouder. Hij heeft door de Zoon alle dingen gemaakt zegt Hebreeën 1 maar de Zoon onderhoudt ook alle dingen door het Woord van Zijn kracht. God is het die elke dag Zijn zon doet opgaan over bozen en goeden hebben we gelezen in hoofdstuk 5. En in Handelingen 14 daar zegt Paulus tegen de Likaoniërs dat God Zijn goedheid ook betoond door regen en vruchtbare tijden te geven. En in Holland zou Hij gezegd hebben: door af en toe zonneschijn en vruchtbare tijden te geven. God doet dat in Zijn liefderijke zorg. Achter alle dingen, alle goede dingen, mag je de hand van God zien. Ik wil daarbij eens wijzen op een boeiend vers waar hier ook naar verwezen wordt in de kantlijn, bij u misschien niet, maar dat staat in Mattheüs 10. Daar gaat het over de musjes, in vers 29: 'worden niet twee musjes voor een penning verkocht en niet één van hen zal op de aarde vallen zonder uw Vader. Van u echter zijn zelfs de haren van uw hoofd alle geteld'. Het gaat me nou om die uitdrukking 'zonder uw Vader'. Het is frappant hoe gemakkelijk de vertalingen geneigd zijn om te vertalen: 'zonder de wil van uw Vader'. Ik geloof dat zelfs de NBV, nou ja zelfs, maar die heeft dat ook zo gedaan. Het ligt ook voor de hand om dat te doen maar daar spreekt toch een zeker theologisch vooroordeel uit. Dat zou betekenen dat elk musje dat ter aarde valt dat God dat gewild heeft. En sommige mensen denken dat zo. God heeft die aardbeving in Japan gewild. En al die herveroveringen door Ghaddafi heeft Hij ook allemaal gewild. Achter alles zit God. God heeft dat allemaal gedaan en wij moeten dat maar gelaten en berustend uit Zijn hand aannemen. Ik denk dat daar meer een heidens Godsbeeld achter steekt dan een echt bijbels Godsbeeld. Het is typisch wat de moslim zegt, het is hem in de mond bestorven: Insh'Allah! (Als God het wil). En als er eens iets lelijks gebeurt in je leven dan heeft God dat blijkbaar gewild. Niet alleen maar toegelaten, nee, Hij wilde het. En dan krijg je ook alle wilde speculaties op internet en daarbuiten van mensen die zeggen: waarom zou God dat nou gewild hebben in Japan? Wat zou de bedoeling daarmee zijn en nou ja, u weet, de vrienden van Job zijn nog lang niet uitgestorven. Die hebben dat meteen in de gaten waarom dat is en dat is vanwege de zonden van de mens. Waarom God dat dan niet in Nederland doet waar de mensen het evangelie hebben gekend en niettemin massaal de rug toekeren dat begrijp ik dan niet. Waarom dan in Japan waar de mensen het evangelie helemaal niet kennen en dus heel wat minder schuldig staan dan wij? Waarom dan juist daar? Maar het boeiende is, in Mattheüs 10 staat niet: zonder de wil van uw Vader, er staat: zonder uw Vader. Augustinus zegt ergens en dat is ook heel boeiend in verband met de leer van de predestinatie, de uitverkiezing en alles. Hij zegt, je kunt niet zeggen dat alle dingen door de wil van de Vader gebeuren maar er gaat ook niets buiten de Vader om.

Dat zijn twee heel verschillende dingen. Als een musje ter aarde valt moet je er niet gauw achter zeggen: Insh'Allah, als Gods het wil of God heeft het gewild. Maar je mag wel geloven dat het ook nooit buiten God omgaat. Dat er een niets is dat buiten God omgaat. Musjes vallen en God ziet het. En dan is het maar een musje maar het gaat niet buiten Hem om. Hij laat ze niet vallen maar Hij is er op één of andere manier wel bij betrokken. Ik vind dat zo knap hoe Augustinus dat in één Latijnse zin prachtig uitdrukt. Want je zou het niet beter kunnen zeggen dan dat. En dat is hier ook zo. De hemelse Vader is bij alle dingen van mijn leven betrokken. Ik moet daar niet meteen achter invullen dat als het niet zo lekker gaat dat Vader dat dan blijkbaar zo gewild heeft. Als een kind doodgereden wordt in het verkeer is het vreselijk om te zeggen dat God dat gewild heeft of dat God dat gedaan heeft zeg. Dat heeft een dronken chauffeur gedaan. Dat heeft God niet gedaan. Althans dat kun je zo niet zeggen en dat zegt de Bijbel ook niet. Wat de Bijbel wel duidelijk maakt is dat het niet buiten Hem om is gegaan. En dat is best raadselachtig; we zouden best wat preciezer willen invullen maar dat krijg je niet voor elkaar. Je zult hier genoegen mee moeten nemen. God is erbij betrokken. Als het gaat om het voederen van de vogels en de dieren in de natuur dan gaat dat niet buiten de Vader om. Hij zorgt voor heel Zijn schepping. En wij zijn nog belangrijker dan de vogels in Zijn scheppingsorde. Zou Hij voor ons dan niet zorgen? Wie van u kan door bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen? Ik vond dat vroeger maar een vreemd vers want waarom zou iemand een el aan zijn lichaamslengte willen toevoegen? Ja, tenzij dat je dan misschien 1.50 m bent. Dan is dat erg storend en vervelend en dan zou je daar misschien wel, nou ja, een el is meteen weer zo'n hoop, maar toch ... als je twee meter bent val je tegenwoordig minder op dan wanneer je 1.50 m bent. Maar later realiseerde ik mij dat het veel meer voor de hand ligt om hier niet aan je lichaamslengte te denken maar aan je levenslengte. Het is misschien wat ongebruikelijk om dat in ellen uit te drukken maar dat is wel de gedachte denk ik.

Wie van u kan door bezorgd te zijn zijn leven verlengen? Het is boeiend dat wij in onze cultuur daar zo mee bezig zijn. Japan is een zeer welvarend land geweest, heeft zich in korte tijd enorm opgewerkt met het gevolg dat één kwart van de bevolking daar boven de 65 is. Dat is naar verhouding héél veel. En het zijn de mensen die het nu het moeilijkst hebben van allemaal zeker daar in die koude streken waar ze geen dak meer boven het hoofd hebben. Het is ze daar heel erg goed gegaan en ons ook. Het is nog 150 jaar geleden dat de Nederlanders gemiddeld een jaar of 36 oud werden. Dat kwam natuurlijk ook door de geweldige kindersterfte. Wij zijn met niks anders bezig dan met ellen aan onze levenslengte toe te voegen. Als dat zo doorgaat dan worden onze kinderen of kleinkinderen straks misschien wel gemiddeld 120, wie zal het zeggen? En de Vader zegt: gaat het daarom? Is dat de hele inhoud van je leven om je verblijf op aarde zo lang mogelijk te rekken? Je kunt door al die zorgen geen el aan je lengte toevoegen. Daar heb je een mooi voorbeeld weer. Heel veel christenen zeggen dat, denken dat boven in de hemel ergens genoteerd staat: dan en dan zullen ze overlijden. Wel, er staat in de Psalmen prachtig: mijn tijden zijn in Gods hand. Maar het zal u niet meevallen om een Bijbeltekst te vinden waar staat dat in de hemel precies genoteerd wordt hoe oud u wordt. Zodat als ik aan u zou vragen, ja maar als je nu een drukke weg oversteekt en je let niet op en je wordt aangereden en je sterft dan zal men zeggen: ja, maar dat is dan boven precies zo genoteerd dat je op dat moment zou sterven. Ja, dan zal je bij jezelf denken, dan maakt het ook helemaal niet meer uit of ik leef en of ik voorzichtig ben of niet want als het nog mijn tijd niet is, - ken je die uitdrukking? Het was zijn tijd nog niet of het was zijn tijd wel – als het je tijd niet is kun je rustig met blinde ogen een drukke weg oversteken en als het je tijd wel is dan komt dat toch, dan gebeurt dat toch. Maar dat zal je niet meevallen om daar een Bijbeltekst voor te vinden. Maar daar zit diezelfde gedachte in: God heeft alles al geregeld. Mijn gereformeerde hoofdonderwijzer die zei het al: alles wat ooit in ons leven gebeurt dat is van voor de grondlegging der wereld allemaal al bepaald. Nou, dat heeft mij veel denkensstof gegeven als 11-jarige jongen, 12- jarige jongen. En ik geloof nu dat hij geen gelijk heeft. Dat is een te makkelijke voorstelling van zaken. Dat doet aan onze verantwoordelijkheid tekort. En tegelijkertijd, met al je verantwoordelijkheid, dat is het andere uiterste kun je zover gaan alsof alle dingen in ons leven van ons afhangen. En dan komt God er helemaal niet meer aan te pas. Maar de God die zorgt voor de bloemen op het veld en voor de vogels aan de hemel, die God zorgt ook voor ons.

Het merkwaardige is, ik heb tien jaar in de biologische research gewerkt en daarbij een grote bewondering gekregen voor heel veel insecten. Het kost je veel meer moeite, als je dat tien jaar gedaan hebt, om een vlieg dood te slaan. Omdat je weet wat een ongelofelijke meesterwerk je daar vernietigt. Hoe meer je ervan gezien hebt, ik heb me vooral met zweefvliegen beziggehouden. Kent u de zweefvliegen? Daar heb je zoveel prachtige vormen van. Ik geloof niet dat ik er ooit in mijn leven één zou kunnen doodslaan. Ik houd zo van die beestjes. Ze zijn nog volmaakt onschuldig. Sommige lijken op wespen maar dat is niet om u te bedriegen maar om sommige andere roofdieren te bedriegen. Maar ze zijn helemaal onschuldig en zo lief en mooi. Hebt u al eens zo naar het gras gekeken? Ja, wij knippen het altijd kort! Die tijd komt onherroepelijk weer naderbij dat ik mijn gras zal moeten maaien. Dat is één van de nadelen van de zomer. Maar als je het lang zou laten groeien dan zie je pas wat een schitterend iets God gemaakt heeft. Als ze gaan bloeien ... bloeit gras dan?? Ja, natuurlijk bloeit dat, dat weet u toch. Daar komen die pollen vandaan waar sommige van ons zo'n last van hebben. Maar als je het de kans geeft om uit te groeien en het kan bloemen vormen en je legt die bloemen eens onder de microscoop, onder de binoculaire of de loupe, en je kijkt eens hoe mooi dat is en dan zegt de Here Jezus, en dat maaien we zomaar af en dat doen we in de oven als brandstof of wat je er ook mee wilt doen terwijl het zoiets prachtigs is. Als God zoveel moeite heeft gedaan zoiets fantastisch moois te maken, wie zijn wij dan dat wij ons zorgen maken want wij zijn toch veel belangrijker dan die grashalmen en die zweefvliegjes en al die andere dingen? Zou Hij niet veel meer u bekleden, kleingelovige! Een kleingelovige is geen ongelovige.

Wij kunnen de mensheid indelen in twee groepen mensen: gelovigen en ongelovigen, wedergeborenen en niet wedergeborenen, rechtvaardigen en goddelozen. Maar onder de rechtvaardigen, onder de wedergeborenen, onder de gelovigen heb je ook weer allerlei categorieën en dat zijn de mensen met een groot geloof en een klein geloof. Dat gaat niet over je zaligmakend geloof. Daar is eigenlijk geen verschil in. Je hebt wel mensen die daaraan twijfelen en daar allemaal 'ja, maars' bij hebben maar als ze eenmaal die zekerheid van het geloof hebben, kun je daar niet spreken van een groot of een klein geloof. Als het gaat over kleingeloof in de Bijbel gaat het nooit over de zekerheid van je eeuwig behoud. Het gaat veeleer over jouw praktisch geloofsvertrouwen van elke dag. Het gaat niet over de vraag of je God wel kunt vertrouwen als het gaat om je eeuwige bestemming. Dat zit wel in orde. Maar of je God wel kunt vertrouwen voor je dagelijkse levensomstandigheden. Of dat je toch niet God een handje moet helpen hier en daar. Of alsof je toch niet moet denken: zou het God niet uit de hand lopen? Ziet Hij wel waar ik aan toe ben? Is Hij er wel? Let Hij wel op? Dat zijn de keren dat in dit evangelie over kleingelovigen wordt gesproken. En dat gebeurt nog al eens een keertje. Ik heb ze hier voor u genoteerd. Dit is de eerste: 6 vers 30 daar gaat het over bezorgdheid. Bezorgdheid als je gaat tobben en piekeren. Goed, de één is er meer toe geneigd dan de ander, maar wezenlijk is het een vorm van kleingeloof, gebrek aan vertrouwen. Het is hart maar we moeten het vanavond eerlijk tegen elkaar zeggen. En u hebt gehoord, ik ben een pessimist, dus ik heb het ook tegen mezelf gezegd.

Nou, als je kijkt in hoofdstuk 8: 26 dan gaat het daar over angst. Dat is weer heel wat anders dan bezorgdheid. De storm op het meer; ze zijn bang dat het scheepje zal vergaan. En dan zegt de Here Jezus: waarom bent u angstig, kleingelovigen? Wij hebben 's Vaders zoon aan boord. Hoe kun je nou denken dat het scheepje zal vergaan terwijl Hij aan boord is. Dat is toch ondenkbaar? Wat is dit voor een rare gedachtenkronkel? Waarom zijn jullie bang kleingelovigen? Waarom vertrouwen jullie er niet op dat als Ik bij jullie ben, jullie niets kan overkomen. In hoofdstuk 14 gaat het over Petrus die over het water loopt en er ook doorheen zakt. En dan zegt de Here Jezus in vers 31 tegen hem: waarom heb je getwijfeld, kleingelovige? Wij twijfelen ook wel eens en nou heb ik het niet over uw geloofszekerheid. Over het al of niet zeker zijn van je behoudenis. Maar we twijfelen wel eens een keer als het erom gaat: is het werkelijk waar dat als ik op de Heer blijf zien dat het goed blijft gaan met mij? Petrus zag op de wind en op de golven, toen ging het mis. Daar zit de gedachte in, als hij rustig op de Heer was blijven zien dan was er niets gebeurd. Waarom heb je getwijfeld, kleingelovige? In 16 vers 8 gaat het over dat ze geen broden hebben meegenomen of beter gezegd, dat denken ze. Dan zegt de Here Jezus ook tegen hen dat ze kleingelovigen zijn en daar heeft het te maken met een gebrek aan inzicht. Dat is een merkwaardig aspect van het geloof. Maar geloof geeft je ook inzicht wat je anders niet zou hebben. Abraham heeft de dag van Christus gezien zegt Johannes 8. Hij heeft de stad gezien die fundamenten heeft, zegt Hebreeën 11. Dat was zijn geloof. Dat had niemand hem ooit verteld. Door het geloof zag hij dingen, begreep hij dingen die anders hem niet bekend waren geweest. Door het geloof, niet doordat iemand het hem verteld had. Inzicht heeft met zien te maken, zicht hebben op. En hier is het ook zo. Waarom overlegt u onder elkaar, kleingelovigen, dat u geen broden hebt meegenomen? Want de Here Jezus had gezegd, pas op voor het zuurdeeg van de Farizeeën en Sadduceeën. O, ze hoorden het zuurdeeg, drukten op een knop ... o, jongens, we hebben geen brood bij ons. Nou, dat is wel een hele rare gedachtensprong. Kleingeloof kan betekenen dat je het doen van de Heer niet begrijpt. En de laatste in hoofdstuk 17 vers 20, kleingelovigen omdat ze niet bij machte waren een demon uit te drijven. Terwijl dat toch tot de basisuitrusting van elke christen behoort. Lees Markus 16 vers 17 er maar op na. Maar dat was hun eigen onmacht en er waren allerlei redenen voor, dat voert nu een beetje ver. Dit is wat kleingelovige is.

Zolang de Here Jezus nog niet teruggekomen is en we in deze wereld te maken hebben met niet alleen musjes die vallen maar ook gelovigen die soms vallen en die soms gebrek hebben aan het hoognodige, aan voedsel, kleding en onderdak zullen we ook kleingeloof hebben en zullen we soms ook kleingeloof in ons eigen hart bespeuren. Kleingeloof of God ons wel ziet staan of Hij wel weet heeft van onze nood? Of Hij niet per ongeluk even de andere kant op gekeken heeft of Hij wel uitkomst zal kunnen geven. Kleingeloof, gaat helemaal niet over de vraag of je naar de hemel gaat of niet. Het gaat over de vraag: wat is jouw krachtbron om dit leven door te komen? Wees niet bezorgd over wat je zult eten en drinken, waarmee je je zult kleden. En dan komt het: want naar al deze dingen zoeken de volken. Ziet u, daar gaat het nou om. Dat zijn twee soorten zoeken die hier tegenover elkaar gesteld worden. En ik heb het u al gezegd, zoeken betekent hier streven naar. Wat is de instelling van je leven? Wat is jouw grondhouding? Wat is het waar je op uit bent? Wat zijn de prioriteiten in je leven? Als je een heiden bent, zo staat het hier hè, naar al deze dingen zoeken de volken. De volken dat zijn de niet Joden. Die hebben geen weet van de God van de Bijbel. Ze kennen Hem niet. En als je Hem niet kent, ja dan ben je eigenlijk ...

Ik probeer mij wel eens heel intensief in te denken wat dat is om een ongelovige te zijn. Als je in een christelijk gezin groot geworden bent is dat nog niet zo eenvoudig. Diegene onder u die radicaal uit de wereld tot geloof zijn gekomen, die hebben tenminste nog vergelijkingsmateriaal. Maar als je nou geen christen bent en je hebt dus die prioriteiten ook niet in je leven, dat God en zijn Koninkrijk voorop staan, waar draait het dan om? Als je het idee hebt, straks met de dood is alles uit, dus DIT is het leven, dan kan ik me heel goed voorstellen dat je denkt: ja zeg, alleen maar deze ene vrouw? En ik ben er toch ook een beetje op uitgekeken? Dit is het enige leven dat ik heb, laat ik er zoveel mogelijk zien te krijgen om maar iets te noemen. En een ander heeft weer een hele andere prioriteit. Laat ik in dit ene leven dan in elk geval zoveel mogelijk geld mogen verdienen en als zelfs dat er niet inzit dan in elk geval zoveel mogelijk genieten, genieten, genieten. Alle lustcentra in mijn hersenen zoveel mogelijk prikkelen als ik Dick Swaab mag geloven, wiens boek goed verkocht wordt – 'Wij zijn ons brein'. Nou als dat zo is, dan zijn we constant bezig om bepaalde cellen in ons brein te prikkelen die ons lustgevoelens geven op wat voor terrein dan ook. Bij een ander mag dat drugs en alcohol zijn; er zijn vele manieren. Dan ben je alleen bezig met deze dingen: eten en drinken en kleding en veel geld en veel vrouwen en veel bedwelmende middelen, noem het maar op. Waarom zou ik niet net zo zijn? Ik heb maar één leven en ik zal eruit halen wat erin zit. Dat kweekt zelfzucht aan natuurlijk, dat kan niet anders. Sommige mensen hebben van nature dat ze gericht zijn op anderen; oké die hebben dan een geluk, althans de mensen om hen heen hebben dan geluk. Maar het gaat toch uiteindelijk vooral ook om jezelf. Haal eruit wat erin zit. Dat is het zoeken van de volken. En ik zou geen draad beter zijn. Dit is prioriteit. En je kunt het die mensen niet kwalijk nemen ook. Weet je wie je het kwalijk moet nemen? De christenen, die een keuze hebben. Namelijk een dergelijk leven of een leven waarin hun streven gericht is op het Koninkrijk Gods. Nu moet ik u wel de vraag stellen: wat betekent dat nou hier? Want hier is nog geen verheerlijkte mens aan Gods rechterhand in de hemel. Als wij aan het Koninkrijk Gods denken is dat het eerste waar we aan denken. De Here Jezus zit op de troon met de Here God, met Zijn Vader. Dus voor ons heeft dat vers eigenlijk een diepere zin. Als de Here Jezus er hierover spreekt, gaat het in feite heel elementair over de Gods heerschappij. Dat is het Koninkrijk Gods zoals het van het begin van de wereld af bestaan heeft. Als Israël jubelt over hun doortocht door de Rode Zee en hun verlossing uit Egypte dan zeggen ze in het laatste vers van dat lied in Exodus 15: De Here is Koning tot in eeuwigheid. Dat is de belijdenis van Gods altijd durende koningschap. Vanaf het begin der schepping tot in de eeuwigheid. Zolang er een schepping is, is God daarvan de Koning. Dat is de meest brede betekenis. En dat is ook hier een heel goede betekenis. Bedenk dat God Koning is en geen koning zoals in een constitutionele monarchie, een lintjesknippende en handtekeningen zettende koning, maar zo'n ouderwetse van voor 1848 zo een die werkelijk het voor het zeggen had. Of zelfs Lodewijk de veertiende, zo'n absoluut monarch, zoals je die vandaag natuurlijk nog steeds hebt. Heel wat van die dictators of koningen in het Midden-Oosten waar het nu zo onrustig is. Zo'n koning, zo'n koning is God, Hij heeft alle dingen in de hand. Hij veroorzaakt niet alle dingen, dat doen we soms zelf, maar er gaat ook niets buiten Hem om. Dat drukken we uit met het woord toelaten. Er gaat niets buiten Hem om, het is alles onder Zijn toelating gebeurd, ook als de dingen wel eens scheef gaan. Zoek het koninkrijk Gods, richt je bestaan op Hem die alle dingen in de hand heeft. En richt je op Zijn gerechtigheid, dat is eigenlijk iets wat er meteen ook bij hoort. Zijn gerechtigheid, dat Zijn slaat niet op koninkrijk maar op God, dat kun je in het Nederlands niet zien maar in het Grieks wel. Streef naar Gods gerechtigheid, dat is niet zozeer, denk ik, de gerechtigheid van God zelf, God is ook rechtvaardig. Zo zou je het kunnen opvatten: Zoek, streef naar de rechtvaardigheid van God over dit leven, maar het zou ook heel goed kunnen betekenen: streef naar die gerechtigheid die voor God geldig is, die voor God waarde heeft, een gerechtigheid die van God zelf afkomstig is. Maar het is dan de gerechtigheid van een mens onder de heerschappij van God. Een mens in het koninkrijk Gods. Streef naar die gerechtigheid. Gerechtigheid als je dat Grieks/Romeins opvat dan is dat een juridisch begrip, dan kun er hier niet zoveel mee. Vat je het Joods op, en denk erom het een Jood die hier spreekt tot Joden, dat betekent Gods tsedaka het gehele leven omspannende, wat wij aanduiden met godsvrucht, met wijsheid. Eigenlijk wat we zo prachtig uitdrukken met de term tsedaka zei ik net maar het andere woord is de tsadiek( wat betekent de rechtvaardige). De godvruchtige mens in het oude testament wordt ook genoemd de rechtvaardige. Hij heet ook de wijze mens, in het boek Spreuken is het de wijze mens, maar rechtvaardige is prachtig. De Bijbel gebruikt de tegenstelling voortdurend; oude en nieuwe testament, de rechtvaardige en de goddeloze. Ik gebruik dat vaak liever dan gelovige en ongelovige, dan gaat het alleen maar over het aspect van het geloof. Maar rechtvaardige en goddeloze dan gaat het over de grondinstelling van hun leven. De rechtvaardige gaat wel eens op zijn gezicht, hij kan zelfs zeven maal vallen, maar hij richt zich weer op, daaraan kan je zien dat het een rechtvaardige is. Dus hij is niet altijd rechtvaardig maar is wel de grondtoon(teneur) van zijn leven. Hij heeft Gods gerechtigheid niet alleen gezocht, maar gevonden. Maar dit vers krijgt natuurlijk veel meer diepte als je daarbij denkt aan de situatie in het koninkrijk nu, want nu zijn wij volgelingen van Koning Jezus, Die zit aan Gods rechterhand. Wij volgen Hem na, wij gaan in Zijn voetsporen, wij wandelen achter Hem aan. Wij leren van HEM Die de RECHTVAARDIGE is. Dat woord tsadiek komt in Mattheus juist veel voor. De eerste tsadiek in Mattheus is Jozef .hij was een rechtvaardig man en daarom wilde hij zijn vrouw, Maria, niet verstoten. Er komen er meerderen voor, later lezen we in de Evangeliën van Jozef van Arimatea, een naamgenoot, die ook een rechtvaardig man wordt genoemd. De vrouw van Pilatus zegt tegen haar man: ik heb vannacht veel geleden om deze Rechtvaardige, dat is de Here Jezus. En Pilatus zelf noemt Hem ook zo. Een rechtvaardig mens dat is de mens die niet alleen maar goed doet horizontaal, een braaf mens een oppassend mens een fatsoenlijk mens. De rechtvaardige heeft Gods gerechtigheid gevonden, dat wil zeggen de gerechtigheid die aan Gods maatstaven, de maatstaven van zijn wet voldoet. De rechtvaardige, kijk maar eens hoe vaak je hem in de Psalmen tegenkomt, dat is wat we allemaal moeten zijn. Ik vond het heel bijzonder toen ik ooit ontdekte dat je de hele Romeinenbrief veel beter begrijpt als je niet denkt aan het Grieks/Romeinse recht van de rechtszaal maar als je denkt aan het Hebreeuwse begrip recht. De hele Romeinenbrief gaat dan over de vraag hoe word je een rechtvaardige, hoe word je een tsadiek. Hoe word je een mens, godvruchtig mens, een wijs mens die wandelt in de geboden van de Heer. Daar gaat het om. Zoek eerst het koninkrijk van God, stel je hele leven onder de heerschappij van God en nu voegen wij eraan toe wordt een discipel van de Here Jezus dan word je een echte tsadiek. Een tsadiek houdt best eens van een lekker glas wijn en een goede maaltijd op zijn tijd, maar dat is zijn prioriteit niet. Daar gaat het hem niet om. Zijn prioriteit is de heerschappij van God, dat is het koninkrijk Gods in deze wereld. Daar ging het over in het Onze Vader: Uw koninkrijk kome, niet alleen maar als een algemene vrome wens dat ooit nog eens dat koninkrijk aanbreekt, nee: hier ben ik Here God, ik ben er voor Uw koninkrijk en Uw koninkrijk is er ook voor mij en ik wil graag dat, dat in mijn leven meer gestalte krijgt. Mijn hele leven is betrokken op dat koninkrijk en dat koninkrijk is betrokken op mij. Dit is een van de kernverzen in de hele Bergrede: zoek de dingen waar het werkelijk om gaat, zoek Zijn aangezicht, zoek de Here en leef, zegt Amos. Zoek Zijn koninkrijk zegt de Here Jezus zelfs. Zoek God zelf. Op de Areopagus zegt Paulus dat God de mensen gemaakt heeft opdat zij Hem zouden ZOEKEN, of ze Hem al tastende mochten vinden. Wat is het zoeken van uw leven? Als dat van de heidenen of als dat van de discipelen van Jezus? En al deze dingen zullen u erbij gegeven worden. Niet in die mate zoals u misschien zou willen, maar dat is dan niet meer zo belangrijk. Van de discipelen van Jezus wordt gezegd in Jesaja 33 : zijn brood en zijn water zullen gewis zijn. En Paulus zegt in 1 Timotheus daar moet je tevreden mee zijn. Als je kleding en voedsel en onderdak hebt dan moet je niet zeuren en mopperen, want daar gaat het allemaal verder niet om. Al het andere is extra, maar je prioriteiten in je leven moeten op orde zijn. En al het andere komt er vanzelf bij. Weest dan niet bezorgd voor morgen. Ja, als dat dan ook weer letterlijk neemt, dan denk je bij jezelf dat kan toch helemaal niet, we moeten toch zorg dragen, we hebben toch allemaal lange termijnplanning. Stel je voor in de politiek, dat je alleen maar om vandaag bekommerd was. We moeten ver vooruit denken, niet alleen in dagen en jaren maar soms in decennia. Duurzaamheid, dat is een toverwoord in de politiek. Vooruit zien, waar halen we over twintig jaar onze energie vandaan? Kerncentrales? Dat is iets minder populair geworden, maar we moeten ver vooruit denken we moeten plannen en dat moet u in uw eigen leven ook. U kunt niet zeggen: ik zie morgen wel wat er gebeurt. Dat is zo'n typische manier om dit soort Bijbelteksten te misbruiken. De andere kant van het verhaal is zoals dat mooie gedichtje zegt van Nicolaas Beets: een mens lijdt dikwijls het meest om het lijden dat hij vreest doch nimmer op komt dagen. Zo heeft hij meer te dragen dan God te dragen geeft. De meeste mensen kennen alleen de eerste twee regeltjes, maar dit was het kompleet. Dat is het zorgen dragen voor de dag van morgen. Ja, maar als nu eens dit ... Ik krijg wel eens een zuster uit het verre buitenland aan de telefoon want dan heeft ze weer veel problemen, en die doet dat de hele tijd. Dat is heel moeilijk want als mensen zo in elkaar zitten, probeer dat maar eens te doorbreken. Ze voelde dat ze bij mij moest zijn omdat ik ook een pessimist ben, denk ik. Ik weet het niet, maar ik probeer haar dan toch maar te troosten en tegen haar te zeggen elke keer maar weer dezelfde boodschap: maar je weet helemaal niet lieve zuster of dat morgen gaat gebeuren. Ja, als nu eens een keer ... Stel je voor dat je leeft altijd bij het negatieve scenario. Stel je voor dat ik morgen een ongeluk krijg, stel je voor dat ik morgen ontslagen word, stel je voor dat de dokter ineens een nare ziekte bij me vaststelt, stel je voor ... Inderdaad dan word je wel ongelukkig, ja. Dan word je wel ongelukkig ... DAAR gaat het over. Het gaat over VERTROUWEN. Het gaat over een GROOT GELOOF. Mag ik daarmee afronden voor vanavond?

We hadden het over kleingelovigen, tweemaal in dit Evangelie wordt gesproken over mensen met een groot geloof. Het moet wel beschamend zijn geweest voor Israël dat ,dat allebei heidenen waren notabene! De een is de hoofdman in Mattheus 8; als de Here Jezus zegt moet ik naar je toekomen om je knecht te genezen dan zegt hij dat is niet nodig Heer, één woord en mijn knecht zal gezond worden. Dat is een groot geloof. Waarom is dat een groot geloof? De Here Jezus zegt zo'n groot geloof heb ik in Israël zelfs niet gevonden. Waarom is dat een groot geloof? Omdat het een geloof is dat met weinig genoegen neemt, omdat het weet dat weinige dat gaat het hem al doen. Eén woord van de Here is genoeg. Zo'n groot geloof dat is niet zozeer een hoeveelheid geloof in die mens ,maar die mens heeft een héél grote voorstelling van de Here zelf. Een groot geloof is een geloof dat Christus héél groot ziet en als je Hem héél groot ziet is één woord van Hem genoeg om het te doen, om het wonder te bewerken. In Mattheus 15 is het precies zo bij de Kananeese vrouw, die komt vragen: Heer redt mijn dochter, ze is deerlijk bezeten, verlos haar van die demon. Daar gaat het heel anders, maar het komt er uiteindelijk op neer dat die vrouw zegt :een paar kruimeltjes, die van de tafel vallen zijn voldoende om mijn dochter te genezen. Precies hetzelfde principe! De hoofdman zegt: één woord is genoeg! Die vrouw zegt: een paar kruimeltjes zijn genoeg! Hoe hoger je voorstelling van de Heer is, met des te minder neem je genoegen omdat je weet dat mindere, dat weinige, dat doet het hem, dat is voldoende! De hoveling in Johannes 4, dat is heel anders. Die zegt Je moet naar mij toekomen Heer, Je moet naar mij toekomen en zegt de Heer dat is helemaal niet nodig, je zoon is al gezond. Toen ging het geloof van die man ineens stijgen want die dacht oh de Here Jezus hoeft helemaal niet te komen het is al gebeurd! Hij moest nog even zeker weten ... maar ze kwamen hem even later al tegemoet. Dan gaat zo'n geloof groeien. Bij Jaïrus was het hetzelfde, hij dacht als de Here Jezus te lang treuzelt dan is mijn kind al gestorven! Dus opschieten, opschieten, opschieten, opschieten, want het kwam geen seconde bij hem op dat als het kind gestorven was de Heer het zou kunnen opwekken. Hij had dus een klein geloof en daarom zegt de Here Jezus: vreest niet, geloof alleen! Maar dat was nu juist zo moeilijk en zie je wel het is al te laat. Hij moest leren dat als hij de Heer groter had gezien, dat hij geweten had dat hij het rustig aan de Heer kon over laten, en dat er geen omstandigheid was, die voor de Heer te moeilijk en te groot was. Dat is een groot geloof. Dat is een geloof dat de prioriteiten op een rijtje heeft. Dat is een geloof dat alles van Hem verwacht, en dat h met gerustheid zich aan Hem overgeeft. Ik sluit af met Fillipensen 4 vers 6. Weest in géén ding bezorgd, maar laten al uw begeerten met gebed en smekingen onder dánkzegging bekend worden bij God en de vrede van God die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus. Dus Fillipensen 4 vers zes en zeven. Dat wens ik u en mezelf van harte toe.

God zegene zijn Woord.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?