Hart voor Waddinxveen


(9b) Vragen bij de lezing gehouden op 13 mei 2011 over "De wijze en dwaze bouwer" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zondag, 18 september 2011 13:32

Heeft u zelf ervaring met profetie? Zo ja, kunt u daar iets meer over vertellen? Hoe weet u of dit vanuit God komt of vanuit uw eigen gedachten?

Ja, ik heb daar wel enige ervaring mee maar ik ben niet van het soort om over ervaringen uit te weiden. Ik vind het belangrijk om te zien wat de Schrift zegt over het functioneren van profetie. Ik heb daar, wanneer was dat, eergisteravond over gesproken in Limburg. Wat is dat mooi zeg, dat is zo iets anders dan Waddinxveen. Niet beter of slechter maar ... de helft waren Belgen, nee een derde Belgen en een derde Limburgers en een derde waren Brabanders. En meneer pastor komt ook altijd. Die heb ik hier in Waddinxveen ook nog niet gezien moet ik eerlijk zeggen. Altijd. En we hebben het daar heel erg fijn met elkaar en daar hadden we het van de week over de gaven van de Geest. Dus toen hebben we het ook over de profetie gehad. Maar ik probeer dan uit te leggen wat de Schrift daarover zegt en mijn ervaringen die doen niet zoveel ter zake.

 

Hoe weet je of het van God komt?

Nou, begin er nou maar eens gewoon mee om de dingen die bij je opkomen waarvan je het gevoel hebt: dat zou ik eigenlijk moeten doorgeven, om dat nou maar eens gewoon te doen. En dan begin je maar niet met: zóóó spreekt de HEERE, dat lijkt me niet zo wijs. Dat gebeurt in het Nieuwe Testament ook nooit. Doe maar bescheiden. Zeg maar gewoon, als je echt in je hart hebt om iets tegen een ander te zeggen. Maakt helemaal niet uit wat voor etiket erop zit. Heel veel mensen spreken profetische woorden uit zonder dat ze er zelf erg in hebben. Maar als je het gevoel hebt, dit moet je tegen een ander zeggen, doe dat gewoon. En al zou het uit jezelf komen, als het uit een goed hart komt is dat toch ook niet zo vreselijk erg? Het wordt pas erg als jij een mooi Schriftwoord bijvoorbeeld doorgeeft aan iemand op de verkeerde plek. Zoals die vrienden van Job deden. Die citeerden allemaal prachtige Bijbelse gedachten maar het was tegen de verkeerde persoon op het verkeerde moment. Zo kun je soms in een extreme situatie met een waar Bijbelwoord een valse profeet zijn. Als iemand een boze, zondige weg opgaat en je zegt tegen hem: dat geeft niks hoor, ja, het is wel erg, maar gelukkig je bent toch in de hand van de Heer en niemand kan je uit die hand rukken. Dat is nou echt het verkeerde woord tegen iemand zeggen op het verkeerde tijdstip. Dan kan je met een Bijbelwoord een valse profeet zijn. Denk erom, bij de verzoeking in de woestijn sprak de duivel ook een citaat uit de Bijbel uit en dat was volkomen misplaatst. Hij liet ook nog een paar belangrijke dingen weg dus ... maar wees niet al te bang. Als je werkelijk op de Heer gericht bent en met Hem en voor Hem wil leven dan kan de duivel daar heus niet zo gauw tussenkomen. Het ergste wat er zou kunnen overkomen is dat het uit uw eigen hart komt. Maar als u het hart op de goede plek hebt zitten is dat toch ook niet zo erg? Maak er geen drama van. Doe het gewoon. Dat is net als de mensen zeggen: ja, ik heb geen gaven van genezing. Dan zeg ik: o ja, hoe weet je dat en hoe vaak heb je het al geprobeerd? Nog afgezien van het feit dat het helemaal een onbijbelse manier van zeggen is, maar daar heb ik het nou even niet over. Doe die dingen gewoon. Maar goed, dat is het onderwerp verder niet.

Dit is wel belangrijk, in verband met wat we vanavond hadden. Hoe kunnen de demonen uitgedreven worden zonder de Heilige Geest? Gaan demonen weg voor andere demonen? Ze komen immers uit hetzelfde kamp. Indien mensen demonen uitdrijven zonder God is dat alleen maar schijn.

Ja, dat is een hele goede vraag. Want je kunt je natuurlijk afvragen, wat is dat nou die zonen van de Farizeeën, wat voor demonen dreven die dan uit? En Judas, nou ja, Judas, ze deden het met z'n tweeën dus die had in ieder geval een gelovige man naast zich staan. Maar die zonen van de Farizeeën, hoe deden die dat? Was het werkelijk wel echt? Dat is de eerste goede vraag die je kunt stellen. Want we weten daar verder geen bijzonderheden van. We weten wel dat in Handelingen 19 diezelfde zonen van Skeva het probeerden en dat liep juist op niets uit. Dus dat zou heel goed kunnen zijn dat het geen echte demonenuitdrijving is, dat is trouwens vandaag ook het probleem hoor. Je hebt christenen die zijn radicaal tegen de bevrijdingsbediening en je hebt er ook die zien achter elke boom een duivel staan. Die zijn constant bezig duivels uit te drijven die er helemaal niet zijn. Wat is het toch een ingewikkelde tijd om tussen deze twee uitersten door te fietsen. Je moet alleen demonen uitdrijven die er ook echt zijn en daar is wel onderscheidingsvermogen voor nodig om dat te doen. Maar het zou best kunnen zijn dat het een heleboel schijn was ook in die tijd. Want inderdaad, strikt genomen zonder de kracht van de Heilige Geest kun je dat helemaal niet. Luther heeft terecht gezegd: zonder Christus aan onze zijde is de duivel veel sterker dan wij. En met Christus aan onze zijde zijn wij veel sterker dan de duivel. Dus een demonen uitdrijven zonder de kracht van God dat is inderdaad eigenlijk niet denkbaar. Maar er zit in het midden van deze vraag wel een aanleiding voor een zekere nuance. Demonen uitdrijven door demonen? Ja, de Here Jezus zegt terecht, of terecht, wie ben ik om te zeggen dat de Here Jezus iets terecht zegt, maar de Here Jezus zegt in Mattheüs 12: hoe kun je nou aannemen dat ik door de duivel de duivel uitdrijf? Door Beëlzebul, dat is de overste van de demonen, dat ik de demonen uitdrijf? Is de Satan soms tegen zichzelf gekeerd? Dat is volkomen waar natuurlijk maar in zijn algemeenheid zie je soms best dat geestelijke machten tegen geestelijke machten staan waarvan we moeten zeggen: die komen allebei van de duivel vandaan. Een simpel voorbeeld: in de strijd tussen communisten en fascisten gaat het om instrumenten van de duivel aan beide kanten. En de duivel kan dat. Die kan mensen tegen elkaar uitspelen. En die kan ook zijn demonische krachten tegen elkaar uitspelen. Als je in Daniël 10 ziet dat er een engelvorst van Griekenland is en een engelvorst van Perzië dan weten wij al: die van Griekenland gaat winnen tegen die van Perzië. Dat wil zeggen: de Grieken gaan het Perzische rijk veroveren maar die engelvorsten zijn allebei instrumenten van Satan. De Satan kan die instrumenten ook tegen uitspelen dus op zichzelf hoeft het niet perse verwerpelijk te zijn om aan te nemen dat in een bepaalde situatie, de duivel bepaalde demonen gebruikt om andere opzij te schuiven. Dat zou denkbaar zijn. Maar dat is een heel speculatief terrein. Daar zullen we verder maar niet over uitweiden. Echte demonenuitdrijving kan alleen door de kracht van God c.q. de kracht van de Heilige Geest, daar hebt u gelijk aan.

Een ware profeet is iemand van wie het gesproken woord uitkomt. Hoe zit het dan met Jona? Zijn profetie is niet vervuld. Toch sprak hij Gods woord. Dat is een hele slimme vraag.

Hij zei: over veertig dagen wordt Ninevé omgekeerd. Ik neem aan dat hij de volgende zei: over negenendertig dagen wordt Ninevé omgekeerd enzovoorts. En toen het erop aankwam toen gebeurde het niet. In dit geval lijkt het me toch niet zo erg moeilijk. Profetieën zijn soms, ook al staat het er niet nadrukkelijk bij, voorwaardelijk. Als ik tegen iemand zeg, dat zeg ik niet zo gauw maar als ik het zou zeggen: je bent op de weg naar het eeuwig verderf dan denk ik erbij: tenzij dat jij je bekeert. Maar wat ik zeg dat staat op zichzelf als een huis. Je bent op weg naar het eeuwig verderf. Terwijl ik niet altijd hoef uit te spreken dat tenzij dat God jou tegenkomt en je van deze weg afbrengt. Zo is het hier ook. God gaat deze stad omkeren tenzij dat ze zich bekeert. Het is ook wel begrijpelijk waarom Jona dat er niet bij zei want dat paste hem helemaal niet. Kwam hem niet in de kraam te pas; hij was ook erg boos toen dat gebeurde. Hij had zich er al helemaal op voorgesteld, een mooi plekje op de berg uitgekozen om dat schouwspel, dat je ook niet elke dag meemaakt, God die een stad omkeert, om dat eens mooi te bekijken en dan gebeurt het niet. Dan sta je daar in je hemd. Dus hij was ook helemaal geen type om erbij te zeggen: tenzij dat jullie je bekeren. Daar rekende hij ook helemaal niet op. Maar in de opdracht van God zat die verborgen voorwaarde er blijkbaar wel in. Want toen de stad zich bekeerde kreeg de Here berouw van wat Hij gezegd had en Hij deed het niet. Daar zou natuurlijk ook nog heel wat over te zeggen zijn. Wat betekende dat, dat de Here berouw had dat Hij dat gezegd had? Maar daar gaat het nou niet over. Die vraag hebt u gelukkig niet gesteld maar wel deze. Het is een profetie met een verborgen voorwaarde. Het is ook belangrijk om dat te onderscheiden in de Bijbel. Niet alle profetieën hebben zo'n zwart-wit gehalte: want dit gaat gegarandeerd gebeuren. Vaak zit daar die verborgen voorwaarde achter: denk erom, deze weg eindigt daar en daar met de verzwegen premissen tenzij dat je je bekeert.

Dit is ook een mooie. Wat is eigenlijk een vrijzinnige prediking? Is dat ook een zogenaamde lichte prediking terwijl een orthodoxe prediking dan zwaar is? Wow, dat is nog eens vraag, die krijg je niet elke dag.

Dan moeten we eerst met elkaar erover praten wat een lichte en een zware prediking is. Daar kan natuurlijk iedereen zijn eigen definitie voor geven maar mijn indruk is dat een zware prediking zeer veel nadruk legt op hel en verdoemenis en maar eigenlijk heel erg weinig op de genade. En dat is jammer. En een lichte prediking, dat zijn natuurlijk altijd de zware mensen die iets een lichte prediking noemen want dat hoort niet bij mijn woordkeus, dat is een prediking waar heel veel ruimte in zit en heel veel over de genade en de liefde van God gesproken wordt en weinig over hel en verdoemenis. Als ik onzin praat dan moet u dat mij maar vergeven. Een vrijzinnige prediking is heel wat anders. Een vrijzinnige prediking is een prediking die zegt, dat staat wel in de Bijbel maar wij zien dat anders. Vrijzinnige mensen dat zijn mensen die zijn vrij in hun denken en vrij betekent ook om wat anders te denken dan wat er in de Bijbel staat. Orthodox betekent recht in de leer en dat betekent dus in de eerste plaats onderwerping aan wat de Schrift zegt. Dat klinkt makkelijk want de Schrift moet wel uitgelegd worden. Laten we daar niet naïef over doen. De Schrift moet wel uitgelegd worden maar principieel als iemand zegt: er staat in de Bijbel de vrouw moet zwijgen in de gemeente maar dat moet je anders lezen dan vaak gebeurd is, kunnen we erover praten. Maar als iemand zegt: ja, dat is de mening van Paulus, daar voel ik me niet aan verbonden, dan gaapt er een diepe kloof. Want ik zeg nee, we beginnen met vast te stellen: het is het Woord van God. En dan gaan we eens kijken hoe we dat moeten uitleggen. Dat is vers twee. Dat kan nog best lastig zijn. Maar dan accepteren we het als Woord van God. Maar vrijzinnigheid betekent: dat zegt de Bijbel wel, maar wij kijken daar als moderne mensen daar anders tegenaan. Bijvoorbeeld opstanding kan helemaal niet. Dat weten we nu door de vorderingen van de wetenschap. En schepping zoals dat in Genesis beschreven staat dat kan ook niet en dat kan niet en dat kan niet. Dat komt allemaal vanwege de moderne wetenschappen. Dat is vrijzinnige prediking. Maar iemand die op grond van de Bijbel predikt dat er genade van God is voor elke zondaar die zich bekeert en die de deur wagenwijd openzet voor boetvaardige zondaren, dat mag dan in sommige kringen een lichte prediking worden genoemd maar dat is natuurlijk heel wat anders dan een vrijzinnige. En ik neem aan dat men in die kringen toch ook wel dat onderscheid nog zal maken. Hoewel, woorden als vrijzinnig zijn natuurlijk heerlijk om elkaar daarmee een etiketje op te plakken. Zoals rechtzinnig niet altijd betekent dat je er echt komt, is dus geen dekmantel voor het goede. Zo is vrijzinnigheid niet altijd een dekmantel van het kwade, soms alleen maar een scheldwoord voor iemand die want anders leert dan jijzelf.

Dat voorbeeld van de man in de rolstoel kwam bij mij over alsof de ziekte in dit geval doemkanker van God kwam? Zoiets staat er ongeveer. De vraag is nu: komt zonde, ziekte van God? Volgens de catechismus in ieder geval ... (?) Nou het komt er op neer: Komt ziekte van God of komt ziekte van de tegenstander? In het geval van Job laat God ziekte toe hetgeen impliceert dat het van de duivel kwam.

Nou goed, de kern van de vraag is blijkbaar: komt ziekte van God of komt ziekte van de duivel?

Ik zucht al bij voorbaat want dit is zo'n onzinnige discussie met alle respect. Er stond pas weer een heel artikel in het Nederlands Dagblad van iemand die zat te mopperen over Jan Zijlstra. Nou, die zegt inderdaad: alle ziekte komt van de duivel. Dat zal je mij nooit horen zeggen. Maar ik zal ook nooit zeggen wat er in zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus staat: alle ziekte komt van God. Dat noemen we allebei een simplistische theologie. En simplistisch dat betekent: het is heerlijk om de dingen zo te vereenvoudigen dat je als hapklare brokken dat tot je kan nemen. Het leven is in beide gevallen heel simpel. Of je nou de HC, de Heidelbergse lijn volgt of de Leiderdorpse lijn maar in beide gevallen is het een versimpeling van de waarheid. En dat zie je nou juist aan dat voorbeeld van Job. Wie heeft Job ziek gemaakt? De Sabeeërs kwamen om zijn kudde te roven. Wie hebben nu daarvoor de schuld? Antwoord 1, het is een multiple choice vraag:

Antwoord 1: de Sabeeërs
Antwoord 2: nee, de duivel, die heeft ze daartoe aangezet
Antwoord 3: nee, uiteindelijk God want zonder Gods toestemming had de duivel dat nooit kunnen doen.

Hetzelfde: wie heeft Job ziek gemaakt? De duivel natuurlijk, dat is de Leiderdorpse lijn.

Nee, zegt de Heidelbergse lijn, God natuurlijk, want zonder dat had de duivel het nooit kunnen doen. Maar juist het verhaal laat zien hoe ingewikkeld het is. Letterlijk was het, even los van die Sabeeërs, maar het was de duivel die hem ziek maakte. En tegelijkertijd heeft Job nooit de duivel bij name genoemd. Speel helemaal geen rol voor hem. Hij neemt de dingen aan uit de hand van God. Dat kan ook een versimpeling van de zaak zijn maar Job zegt: de Here heeft gegeven, de Here heeft genomen. Nou betekent dat niet perse dat Job het ook goed ziet. Ik bedoel, de Bijbel citeert een hele hoop mensen die dingen zeggen en het is nog maar de vraag of die mensen het altijd goed zien. De dwaas zegt in zijn hart: er is geen God. En soms gedragen gelovigen zich ook niet altijd even wijs. Dus het feit dat Job dat zegt, wil nog niet zeggen dat je daar een theologie op kan bouwen. Heeft de Here het inderdaad van hem afgenomen? Of heeft de duivel het van hem afgenomen? Het verschil is enorm. Je kunt zeggen: dat is een theoretisch probleem, wat kan mij het schelen waar mijn ziekte vandaan komt. Ik zit met die ziekte. En wat nou precies theologisch de oorzaak is, dat zal mij verder een zorg zijn. Nee, de consequenties zijn enorm. Als het namelijk van de duivel is dan moet je zeggen: die ziekte hoort dus niet bij jou. Het idee dat jij als gelovige in de greep van de duivel zou kunnen komen. Dat is toch verschrikkelijk, hoe is dat gekomen? Dat zou best kunnen zijn door jouw eigen zonde; dat kunnen ook een heleboel andere omstandigheden zijn maar in elk geval die ziekte hoort niet bij jou. En dat gaan we ook claimen dat die ziekte van jou weggenomen wordt en vaak lukt dat ook nog. Het andere heeft een totaal ander gevolg. Als zondag 10, even scherp genomen hè, want je kunt zondag 10 ook best zo uitleggen dat het toch nog aardig klopt; voor mensen die zich zenuwachtig maken daarover. Maar als je het letterlijk neemt wat daar staat, leidt dat heel vaak tot die doffe gelatenheid en berusting waar ik het over had. Je moet ook de ziekte uit Gods goede Vaderhand aannemen. Ik heb altijd moeite gehad met het inconsequente van mensen. Want als het werkelijk zo was, als je dat letterlijk neemt, waarom ga je dan naar de dokter? Als het werkelijk zo is dat God jou die ziekte gestuurd heeft, waar haal jij het dan in je hoofd om onmiddellijk naar de dokter te rennen en je van die ziekte te laten bevrijden? Je gaat rechtstreeks in tegen het handelen van God. Dus dat heb ik nooit gesnapt hoe men dat rijmt met elkaar. Maar goed, ik hoef dat ook niet te snappen. Maar het is naar mijn gevoel een grote inconsequentie. En als dan de dokter ook niks meer voor je kan doen dan is men berustend, gelaten. Men moet het dan maar uit Gods hand aannemen. En, naar de genezingsbediening gaan ... nee, DAT NOOIT. Dat nooit want dat is in ieder geval verkeerd. Dus die theologieën: alle ziekte komt van God, alle ziekte komt van de duivel hebben behoorlijk wat consequenties. Voor de manier waarop mensen met ziekte omgaan. Dat bleek ook uit de lange brief in het Nederlands Dagblad over die twee standpunten waarin die mevrouw zich beriep op de Heidelbergse Catechismus en dat plaatste tegenover wat Leiderdorp zei: alle ziekte komt van de duivel. Dat is de oorspronkelijke pinksterleer. Er zijn ook heel wat pinksterpredikers die dat vandaag sowieso nuanceren en zeggen: dat kun je zo simpel niet zeggen. En dat lijkt me ook heel erg wijs. Want beide standpunten zijn de zwart-wit en veel te veel versimpeld. Dat is in de Bijbel veel ingewikkelder. Je kunt zoveel voorbeelden vinden zou ik tegenover Leiderdorp zeggen, dat God zelf de oorzaak van de ziekte is in de Bijbel. In mijn boek 'Genees de zieken' heb ik al die teksten opgesomd waaruit duidelijk bleek dat God er wel de hand in heeft. Het is heel makkelijk om die pinksterleer te weerleggen maar het is ook heel makkelijk om die leer weerleggen dat je ziekte maar gelaten uit Gods hand moet aannemen. Dat Hij je dat gestuurd heeft. Dat zal ik lang niet in alle gevallen van alle ziekte willen zeggen. Ziekte is bijvoorbeeld heel vaak jouw eigen domme schuld. Als iemand door een verkeerde leefwijze, – stel je voor dat iemand door een straffe roker te zijn, longkanker krijgt – het zou toch verschrikkelijk zijn als hij zegt: die ziekte komt van de Here God. Wat dan als een soort straf? Is dat de manier waarop God met Zijn kinderen omgaat? Kortom, hier zitten theologisch zoveel dingen aan vast. Op z'n minst is er dus al een derde mogelijkheid: de ziekte komt niet van God, komt niet van de duivel, die komt van jezelf. Als je constant tegen bepaalde levensprincipes ingaat. Als jij constant je lever verknalt met alcohol enzovoorts. Of een voorbeeld wat voor mij dichterbij ligt, als je constant te veel hooi op je vork legt en je krijgt een burn-out , vroeger heette dat overspannen, dan moet je niet zeggen: dat komt van God. God kan er wel wat gebruik van maken; Hij kan er wel doorheen spreken tot mij maar ik zeg niet: het komt van de duivel, het komt ook niet van God. God kan het wel gebruiken maar het komt van mezelf. Dus ik heb nog een derde opvatting. En alle drie in hun simplisme zijn ernaast want het is een combinatie van al die dingen. Er is geen probleem in de theologie, als je er maar lang genoeg over nadenkt, lijkt nog ingewikkelder te zijn dan je eerst dacht.

U hebt me erg bemoedigd, staat hier, door uw lezing. Dit had ik echt nodig. Toch blijft het een moeilijkheid voor me om echt op God te vertrouwen. Want als mijn gevoel er niet in meekomt, lijkt het zo niet echt. Ik weet dat het bedrog is maar ik kan dat niet klein krijgen. Ik vind dat heel goed dat iemand dat zo durft uit te spreken. Weet u, wij zijn ook allemaal producten van onze opvoeding. Ik merk dat zo sterk hoe je met dit soort dingen omgaat. Daarin ben je zo gevormd door je opvoeding. Mag ik nog even terugkomen op wat ik net zei? Als je doodziek bent om dan echt op God te vertrouwen wat een enorm verschil maakt het of je zegt: ik moet tegen de duivel vechten want die heeft me dit aangedaan. Here God, help me om tegen de duivel te vechten. Of dat je moet zeggen: Here God, U hebt dit gestuurd, hoe kunt U dat nou doen? Nou ja, ik ga dat niet weer herhalen, maar dat gevoel wordt gevormd door die twee totaal verschillende theologieën. Ik merk dat in de praktijk ook. Hoe verschillend mensen met ziekte omgaan afhankelijk van theologisch onderwijs dat ze daarover hebben gehanteerd. En dokters, die met mensen uit dit soort verschillende milieus te maken krijgen, die weten dat ook. Die hebben niet alleen met die ziekte te maken maar ook nog eens een keer met een hele leef- en gedachten- en gevoelswijze die daarmee gepaard gaat. Ga maar eens kijken in het Gereformeerd Psychiatrisch Ziekenhuis, dat is bij mij om de hoek. Af en toe hebben we met mensen daar te maken hoe die hun ziekte beleven. Dat is niet alleen maar objectief hun psychiatrische kwaal maar ook nog eens een keer de hele theologie die ze zelf aangeleerd gekregen hebben omtrent die kwaal en waardoor de problemen vaak nog erger worden.

Ik heb uw boodschap gehoord zegt deze vraagsteller. Als het soms bij mij stormt, denk ik soms aan Paulus 'ik ellendig mens'. En dan staat er in de Bijbel 'er is er niet één goed'. Hoe ga je daar dan mee om? Ja maar, als het stormt ... Paulus heeft het over 'ik ellendig mens' in een heel speciale context in Romeinen 7, namelijk, ik wil graag het goede doen en het lukt me niet. En dat heeft eigenlijk niet zo veel te maken met waar we het nu over hebben, bijvoorbeeld de ellende van je gezinssituatie of de ellende van je lichamelijke of psychische toestand. Ook dat is ellende. Ja, en heel veel van ons hebben met zorgen te maken in je gezin of me je eigen lijf of psyche of dat van de mensen om je heen of mensen dichtbij in jouw omgeving of met problemen in de kerk enz. Dat is allemaal soms heel ellendig maar dat is niet waar Paulus het over heeft. Die heeft het daar over andersoortige ellende want het is ook ellende als je dolgraag het goede wil en je merkt dat je in jezelf geen kracht hebt om het goede te doen. In dat geval moet je op zoek gaan waar die kracht is en die is er, die komt uit Romeinen 8. Maar dat is heel wat anders dan de ellende van jouw lichamelijke toestand of jouw gezinstoestand of jouw financiële toestand of weet ik wat. Er zijn vele soorten ellende maar dat gaan we nou verder niet uitdiepen.

Uw conclusie is, staat hier, het gaat erom waar je hart gefundeerd is maar Jezus zegt eigenlijk wat je doet, dat is zichtbaar net als die druiven en vijgen in de gelijkenis. Mijn probleem is dat ik het niet altijd doe. Wilt u deze twee nogmaals bij elkaar brengen? Ja, ik kan me dat wel voorstellen maar als ik het goed zie dan heeft de Here Jezus het heel sterk, eigenlijk helemaal in de joodse lijn waar het veel minder gaat over lering en over wat je kan weten en orthodoxie en dat soort zaken maar altijd over de vraag: wat moet ik doen? De wet van God overpeinzen zoals we dat gezongen hebben in Psalm 1 en zoals ik daarstraks ook op ingegaan ben, dat doen wij vooral om daar theologische theorieën over uit te werken. Maar daar betekent overpeinzen: Here God, wat moet ik doen? Wat verwacht U van mij? Wat zegt Uw wet over wat U van mij als Uw dienstknecht verwacht? Dat is een hele andere instelling. Vandaar dat het doen in de Bergrede ook zo sterk benadrukt wordt. Maar tegelijkertijd maakt de Here Jezus duidelijk dat dat doen niet zo simpel te beoordelen is. Want dat doen komt voort uit je hart. Een discipel van Jezus en een Farizeeër kunnen hetzelfde doen maar de ene gerechtigheid is veel groter dan die van de ander omdat het gebeurt vanbinnen uit het hart en bij de ander is het alleen maar godsdienstige uitwendigheid, alleen maar huichelachtigheid. Ze doen hetzelfde. Dus de Here Jezus legt de nadruk op het doen maar ook op de gezindheid daarachter. En bij al die voorbeelden gaat het daarover. Dus het is dubbel. Het is het doen maar het is ook de waar komt het doen uit voort. Dus het gaat er niet alleen om dat je de goede dingen doet. Het gaat er ook om dat ze voortkomen uit een hart dat werkelijk op de Here God gericht is. De wil doen van de Vader, dat is belangrijk, maar niet op een slaafse wettische manier. Een wettisch iemand doet nooit de wil van de Vader. Of, in elk geval is het zeer, zeer, zeer bedekt door dat hele wettische gedoe. Wetticisme is een gruwel in God oog en libertinisme trouwens, doen waar je zelf zin in hebt, ook. Maar de wet vanuit de liefde van God dus ook de liefde tot Zijn wet, hoe lief heb ik Uw wet Psalm 119, dat is een heel andere zaak. Dus het gaat wel degelijk ook om het doen. Vandaar dat de Here Jezus uiteindelijk die boodschap samenvat met niet van dit is de mens die het goede doet en dit is de mens die het verkeerde doet. Maar uiteindelijk komt het op de vraag wat is nu je diepste fundament. En fundament is niet doen, fundament is, in wat voor huis woon je. Dan gaat het niet om de vraag is het een mooi huis of een stevig huis of een goed huis of een hoog huis of een klein huis, maar wat is het fundament. Want als het op zand staat dan kun je nog zo'n mooi huis hebben, wij zongen als kinderen: er was eens een mannetje dat was er niet wijs die bouwde zijn huis al op het ijs, en dan kun je nagaan wat er gebeurt als dan het voorjaar komt. Daar denk ik vaak aan als het over deze geschiedenis gaat. Je kunt een schitterend huis hebben maar als je het op het ijs bouwt dan weet je wat er gebeurt in het voorjaar. Wat is het fundament van je bestaan. Dus aan het einde gaat het niet alleen maar meer over het doen als zodanig, zelfs meer dan over de gezindheid van je hart, maar gaat het over het fundament dat juist buiten jou ligt, dat in God ligt, dat in Christus ligt.

Nog 4 vragen redt u dat nog?

In 2Petrus2 wordt ook gesproken over valse profeten. Opvallend is dat daar niet gesproken over wat de dwaalleer nu precies is, maar de vruchten. Ze liggen met name op ethisch en moreel vlak, hebzucht,losbandigheid dit als aanvulling.

Ja dit vind ik een hele mooie aanvulling. Want inderdaad valse profeten kun soms hele ware dingen zeggen en daarmee mensen zand in de ogen strooien en ware profeten kunnen wel eens wat verkeerd zeggen en daardoor mensen op het verkeerde been zetten. Uiteindelijk gaat het erom dat we ze andere meetlatten aanleggen en u weet nog wel welke drie ik u straks genoemd heb. Dit is de eerste: loop niet naar de eerste de beste wonderdokter. Jomanda deed ook wonderen ik hoor nooit meer iets van haar, maar dat zegt helemaal niets en er gingen ook wel Christenen naar toe. Want ja alle wonderen komen van God. Helemaal niet, hoe kom je daar nu bij. Dus kijk naar iemands vruchten op dat morele vlak. Bedankt voor de aanvulling.

U zei in uw lezing dat we de zekerheid van het geloof kunnen vinden in de belofte van het Woord van God. Welke rol spelen volgens u de vruchten van de Geest en om voor onszelf te weten of we in het geloof zijn?

Het is levensgevaarlijk om voor jezelf te willen nagaan of je in het geloof bent door allerlei kentekenen bij jezelf te zoeken. Ik wil het een beetje zwart-wit stellen, in de praktijk is het altijd ingewikkelder, maar je bent daarmee altijd op een verkeerde weg. Dat is het gevaar van het bevindelijke. Ik wilde dat we allemaal heel erg bevindelijk waren, dat al die Kuyperiaanse gereformeerden is wat meer bevindelijkheid leerden en dat Evangelischen eens wat meer leerden over de bevindelijkheid. Maar na dit gezegd te hebben voeg ik er onmiddellijk aan toe, dat het gevaar daarin is dat ervaring en beleving en gevoel belangrijker worden dan de objectieve uitspraken van het Woord van God. Uiteindelijk ben je een gelovige omdat jouw levenshuis rust op de ROTS. En dat zijn in dit geval de beloften van Gods Woord. Als we onze zonden belijden, God is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven. Als ik aan iemand vraag: belijd je jouw zonden heb je dat wel eens gedaan? Ik zeg nu hier staat dat God je dan de zonden vergeeft, geloof je dat. Als het iemand is die met de geloofszekerheid worstelt dan zegt hij onmiddellijk ja, maar. Hij gelooft dat vers wel. Hij zal niet zeggen: nee dat klopt niet wat er in dat vers staat. Dat zegt hij niet. Hij zegt ja, maar en dan komen ze allemaal, is mijn berouw wel groot genoeg? Daar gaat die tekst helemaal niet over, en bij voorbaat wil ik je wel zeggen jouw berouw is nooit groot genoeg. Wie zal kunnen zeggen ik weet dat ik vergeving heb ontvangen want mijn berouw was zo enorm! Dat zegt toch niemand? Dat kan ook helemaal niet! Maar het geeft ook een verkeerd idee van God alsof je eerst zo ontzettend veel berouw moet hebben voordat God genadig is om jou de zonden te vergeven. Je moet je zonden belijden staat er. Uiteindelijk gaat het simpelweg om de vraag of je gelooft wat God in zijn woord geschreven heeft. Ik heb het meegemaakt als je tegen mensen zegt wat staat er in Romeinen 10 vers 10. Als je met je hart gelooft, als je met je mond belijdt dat Jezus Heer is, doe je dat ... Ja. En als je met je hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt .. geloof je dat?.... Ja. Ik zeg en wat staat er achter? die zal behouden worden, zie je dat ? Ja .Ik zeg ben je dus behouden?.... Ik weet het niet. Ja, luister ik wil het nog wel een keer vragen, maar dan komen de "ja, maars" Ja ... maar zo simpel, dit is ook een sterke zo gemakkelijk zal het niet gaan. Het gaat helemaal niet gemakkelijk, het heeft God zijn Zoon gekost om dit soort dingen te kunnen laten opschrijven. Dat mensen die geloven in de Here Jezus en de opstanding bevrijd kunnen worden van alle macht van de zonde. Het gaat helmaal niet gemakkelijk. Maar denkt erom de duivel wil ons altijd wijs maken dat er toch echt wel meer water door de Hollandse IJssel moet stromen voordat je dit soort dingen kunt zeggen. Dat je er eigenlijk toch stiekem wat voor moet doen, hetzij genoeg berouw. Mensen gaan ook achteraf meten, dat is ook het probleem met deze materie. Ze weten dat als ze werkelijk een kind van God zouden zijn dan, of weten ze dat denken ze in ieder geval, zijn dit en dat de gevolgen. Ze gaan kijken zijn die gevolgen er al bij mij en die gaan ze turven: als je werkelijk een kind van God bent dan doe je veel minder zonden. O, o, ik doe nog steeds zoveel zonden, zie je wel ik ben vast geen kind van God, dus ze gaan de zaken omdraaien. Ze kijken naar de vruchten van het geloof die er zouden moeten zijn en dan meten ze aan de hand van die vruchten of de afwezigheid daarvan af, of ze wel bekeerd zijn ja of te nee. Maar zo werkt het niet. Want dan is de maatstaf van jouw zekerheid, dat zijn bepaalde vruchten die je bij jezelf waarneemt als je dat wel goed beoordeelt trouwens, en je niet veel te strenge maatstaven voor je zelf aanlegt. Want je bent alleen nog maar een baby. Stel je voor dat een baby tegen zichzelf zegt : jij kan vast niet echt een baby zijn, want jij schreeuwt zo verschrikkelijk veel. Je bent nog lang niet zindelijk. Je bent dit niet, je bent dat niet, je bent dat.. wat ben je nu eigenlijk? Je bent helemaal geen baby. Volgens mij ben nog helemaal geen baby, je bent nog helemaal niet geboren. Dat is dwaasheid, het is nog maar een baby! Je gaat jezelf maatstaven aanleggen die horen bij een volwassen Christen die zegt: zie je wel ik ben vast geen kind van God. Maar je bent aan de verkeerde kant bezig! Je kijkt naar de vruchten in plaats van te geloven wat God zegt. Als ik toch een kind van God was zou ik toch veel blijer moeten zijn? Nee, hoor! Helemaal niet! Die blijdschap komt pas als je begint met Gods Woord te geloven. Dan komt die blijdschap, maar wat doe jij? Jij kijkt of die blijdschap er is om daaruit af te leiden of je er wel bij hoort, te ja of te nee. Dat is een zo verraderlijk op de kop zetten van de dingen. Het bekende voorbeeld van die twee jongens in het land Goosen, die allebei in zo'n wit slavenhuisje zaten. Bij allebei was het bloed op de deurpost. Die ene jongen was heel gerust want God had gezegd: als Ik het bloed zie zal Ik voorbijgaan. Die andere jongen was dood zenuwachtig, elke keer keek hij weer of het bloed nog wel goed zichtbaar was en elke keer zei hij: zou God het nu wel echt doen? Elke keer zei hij: ik ga er wel aan vannacht want ik voel me zo onrustig. Hoe kan God mij nu genade betonen als ik zo onrustig ben? Als ik zo.. helemaal geen vrede heb .. helemaal niks, niks,niks. De vraag is dan wie van deze twee jongens was het veiligst? Het antwoord luidt: allebei. Want hun veiligheid lag hem niet in de vraag hoe rustig ze waren en hoe blij ze waren, maar in het bloed op de deurpost. De tweede vraag is wie van de jongens was het meest zeker? Nu dat is wel duidelijk dat was die eerste niet die tweede. Die tweede was ook veilig maar die was niet zeker. Veilig is een objectief begrip. Zekerheid is een subjectief begrip. Wie van die twee jongens was het meest blij? Dat was ook die eerste. Die tweede kon helemaal niet blij zijn, want die had die zekerheid niet. Waarom had hij die zekerheid niet? Omdat hij twijfelde aan het Woord van God! NERGENS ANDERS OM. God had gezegd: als Ik het bloed zie, zal Ik u voorbij gaan. Dan wordt het nog erger wanneer je een heleboel van dat soort mensen hebt, die allemaal onzeker zijn, en allemaal twijfelen, dan ga je nog denken dat het zo hoort ook. Dit krijg je ook, dan gaat men vitten op de genen die allemaal zo zeker zijn. Die krijgen dan Mattheus 7 vers 22 naar hun hoofd. Denkt erom er staat nog Here, Here en die zijn er toch niet gekomen. Een gek soort jaloersheid nar degenen die wel die vreugde en vrijheid hebben. Dan wordt het een soort maatstaf dat je eigenlijk in een constante, permanente situatie van onzekerheid moet verkeren. Dan worden de mensen ook constant aangesproken als bekommerden en misschien zijn de meesten dat ook wel. Want dat is een self fulfilling prophecy. Er zijn heel veel bekommerden dus worden ze aangesproken als bekommerden. Maar doordat ze altijd aangesproken worden als bekommerden hoort dat ook zo en blijven ze hun hele leven bekommerd. De enige zekerheid van je behoud ligt NOOIT in wat je zelf ervaart, dat is BEDROG. Dat is een LIST van de duivel. Kom laat ik maar eens krachtige taal spreken dan komt het misschien over. De ENIGE zekerheid ligt in WAT GOD GEZEGD HEEFT!!!!!!!!! En NIET in JOUW gevoel en NIET in JOUW ervaring!! Dat is het gevaar van die nadruk op de bevinding. Want dan wordt de bevinding, in plaats van alle mooie dingen die er over te zeggen zijn, een soort toets achteraf om te kijken of je wel een kind van God bent. Dan ben je op een principieel gevaarlijke weg.

Vers tweeëntwintig: in Uw naam geprofeteerd en krachten gedaan. Is het ook mogelijk dat je als ongelovige werkelijk door Jezus geneest. Terwijl Jezus zelf zegt: Ik heb je nooit gekend. Vergelijk Bileam en Judas.

Nu genezen vind ik haast nog makkelijker dan demonen uitdrijven. Jomanda kan ook genezen per slot van rekening. Genezen is zo gemakkelijk. Elke dokter weet het, je hebt van beroeps dokterbezoekers, daar heb je heerlijke placebo's voor in de winkel, rood groen en geel met allemaal mooie Latijnse namen. Genezen is zo gemakkelijk. Er worden heel wat mensen ook genezen in genezingsdiensten, die of nooit werkelijk ziek waren of waar de ziekte een sterk psychisch karakter had. Kom nou, we hoeven elkaar helemaal niets wijs te maken. Genezen is juist het gemakkelijkst van allemaal. Demonenuitdrijving ligt veel moeilijker, als het ten minste om echte demonen gaat. En niet alleen maar om hysterische mensen die vervolgens tot rust gebracht worden. Maar genezing, nee hoor. De duivel kan genezen, de Antichrist zal straks prachtige wonderen van genezing verrichten. Dat kan ik u verzekeren. Moet nu ook weer niet overdrijven de mensen vragen terecht in Joh.9: heb je ooit gehoord dat een demon de ogen van een blinde kan openen, dat vind ik ook wel een goede vraag. Je moet ook de macht van de duivel weer niet overschatten. De Here Jezus kan dat wel en een demon kan dat niet. Dus je moet hem ook niet overschatten, maar je moet hem ook niet onderschatten. Nee, genezingen is de gemakkelijkste van allemaal. Ik zei het wat overtrokken natuurlijk. Een heleboel mensen claimen allerlei genezingen die nooit grondig genoeg onderzocht zijn. Iemand zei eens spottend; als je elke diarree cholera noemt, dan kan ik ook cholera genezen. Dus je moet goed weten, wat had iemand echt? Ik vind het wel goed dat er nu dokters en artsen zijn opgestaan die daar ook onderzoek naar doen, die willen ook echt weten, wat had die persoon? Die gaan de staten opvragen in het ziekenhuis als de patiënt daar toestemming voor geven wil, die willen precies weten, wat had die patiënt nu eigenlijk, wat hebben de doktoren daar voor hoop uitgesproken of wat voor verwachting en dan willen ze ook kijken, wat is er met die persoon gebeurd en wat hebben de dokters daarover te zeggen? Dat vind ik nuttig, dat mensen daar hun tijd aan besteden, de genezingsbedienaars die bekommeren zich daar niet om, die hebben het veel te druk met genezingen, maar het is wel goed dat het gebeurt. Zodat we tenminste weten dat het in een aantal gevallen goed is onderzocht en gaat het om echt genezingen anders kan iedereen wel ik weet niet wat claimen. Maar hoe nu in huis tussen grote kinderen een blijmoedige gelovige vrouw en moeder te zijn, ik ben soms zo verdrietig over wat ik zie en hoor, dan komen de stormen. Toch houd ik vast aan God, mijn enige Rots. Daar kan ik niet goed antwoord op geven vanaf hier. Tegen zo iemand kan ik alleen maar zeggen; praat daar nu eens over door met een goede vriend of vriendin of praat daar nu eens over door met een goede pastoraal werker. Want dit is zo belangrijk maar hier kan ik alleen maar in zijn algemeenheid over vertellen, alleen maar goedkoop over doen. Als u er echt mee zit en dat zit u blijkbaar anders had u niet de moeite genomen om het op te schrijven, ga daar dan eens over praten met een goede pastoraal medewerker of een psychotherapeut, dat klinkt meteen weer zo melodramatisch, want dan zeggen die mensen; ik heb toch niets, en daar hebben ze ook wel weer gelijk in, wat je eigenlijk nodig hebt dat is gewoon een schouder waar je tegenaan kunt praten, waar je uit kunt huilen. Die hebben we soms allemaal nodig, weet je dat? Zelfs de grootste flinkerd onder ons die heeft af en toe een schouder nodig om te kunnen uithuilen. Iemand tegen wie je kunt aan praten, tegen wie je ook kunt zeggen; het is soms zo zwaar, het is soms zo moeilijk. Het is moeilijk om moeder te zijn in een groot gezin vandaag aan de dag en tegenwoordig is 4 kinderen al een groot gezin, het is moeilijk. Ik zal je eerlijk vertellen, wij hebben 11 kleinkinderen en we zien hoe onze kinderen aan het tobben zijn om die kinderen op te voeden en we zijn heel dankbaar dat wij dat niet meer hoeven te doen. En dat is niet alleen maar omdat wij in de 60 zijn, maar dat is ook omdat het nu vandaag nog moeilijker is dan dat het in die tijd van ons was. Er komt nog veel meer op ze af. Ik heb het een paar keer willen beleven, ik heb me echt in het diepe gestort, dat is door les te geven aan de Passie, voor drie maanden want langer hield ik het niet vol, om me weer bloot te stellen aan pubers van 14 jaar en ik heb zo'n bewondering gekregen voor docenten die dat 28 uur in de week doen, het hele jaar, jaar in jaar uit, ik vind dat ze allemaal vanaf nu twee keer zoveel betaald moeten krijgen maar daar ga ik gelukkig niet over, ik heb daar zo'n respect voor gekregen. Het is zo moeilijk. Volgens mij heb ik het er aardig vanaf gebracht, dat zeiden ze, maar ik had het wel zwaar hoor, ik was blij dat die drie maanden om waren, dat kan ik je wel vertellen. En ik doe het ook nooit meer! Ik heb het nu een paar keer gedaan en nu is het mooi geweest. Het is zwaar, en dan zijn het nog niet eens mijn eigen kinderen. Was het maar zo, dan gaf ik ze af en toe een draai om hun oren. Oh nee, dat mag niet meer. Maar u begrijpt wat ik bedoel. Het is heel moeilijk en dan zijn dat nog middelbare school kinderen. Het zijn geen kleintjes die door het huis huppelen. En het is goed mevrouw, dat u dat zo zegt. Weet je, als je en groot gezin hebt, neem tijd om afzonderlijk met de Heer door te brengen. En te bidden voor al die kinderen, voor je man. Neem tijd voor jezelf, geef geen excuus dat je die tijd niet hebt, die vind je. De school, mooie uitvinding, dat er van die momenten zijn dat ze allemaal op school zitten, oh, wat een zalige uitvinding. Dan kun je even tot jezelf komen, maar je kunt ook tijd vinden om voor al die kinderen te bidden. Dat doe je natuurlijk al. Maar ook voor jezelf om even op te laden. Want zonder dat trek je het niet. Je hebt van die kanjervrouwen die dat allemaal zo uit de losse pols schudden maar dat zijn er zo weinig daar kun je je niet aan optrekken. Neem die tijd om bij te tanken. Hou vast aan God. Zo zegt u dat ook, dat doet u ook. Maar neem dan ook tijd om met God in relatie te zijn, de verborgen omgang met God te onderhouden. Zodat u ook werkelijk heel concreet uit God kunt putten. Ik wens u heel veel sterkte ermee, maar nogmaals, ik kan alleen maar algemeenheden zeggen. Ik hoop dat u een goede vriendin hebt of anders een goede pastoraal werker, met wie u over die dingen kunt spreken. Vaak is het al heel goed, daar heb je helemaal geen dominee voor nodig of geen ouderling, pastoraal werker of laat staan een psychotherapeut, twee van die moeders bij elkaar die allebei zo'n gezin hebben. Goede vriendinnen, weet je, al die moeders wens je een hele goede vriendin toe. Daar begint het al, dat hebben een heleboel van die moeders niet. Dat kunnen ze vaak ook niet helpen, maar misschien zoeken ze er ook niet erg hard naar, een paar goede vriendinnen met wie je de problemen kan uitwisselen, die je in het gezin ondervindt, die heel moeilijk zijn en je hebt allemaal weer heel verschillende kinderen en heel verschillende problemen, maar er zijn ook overeenkomsten. Ik wens u een hele goede vriendin toe. Misschien hebt u die allang hoor. Dan wens ik u er twee toe.

Nou lieve mensen, dat was het, dat was de Bergrede en mijn commentaar daarop en al uw vragen. Ik vond het mooi. Volgend seizoen zo de Here wil en wij leven, Deo volente, gaan wij het hebben over de eindtijd. Als Harold Camping gelijk heeft gaat het helemaal niet door want morgen over een week is de aarde vergaan, maar mocht die profetie toch niet uitkomen en als de Here Jezus niet terugkomt in die tijd, dan hoop ik u in het najaar weer te zien. Dan gaan we heel andere dingen doen. De toekomst van Israël, de toekomst van de islam. De toekomst van de kerk. Dat zijn wij dus allemaal. De toekomst van Europa, wat voor tijd leven we? Wat zegt de Bijbel daarover? Ik hoop u allemaal weer terug te zien. Er zijn nog een paar lege stoelen, dus neem iemand mee.

We gaan afsluiten met gebed.

Wat is het goed, Here God om U te mogen kennen. Het is nog veel mooier dat we mogen weten dat U ons kent. Met al onze omstandigheden, met onze eenzaamheid als we eenzaam zijn, met dat grote gezin, als we een groot gezin hebben, met al onze twijfels en onzekerheden en soms ook met onze valse zekerheden die soms ineens ruw door elkaar geschud worden. Dank U dat U er bent. Dank U dat U er ook bent als we U even niet aanwezig voelen, als het lijkt of U even heel ver weg bent. Wij danken U voor Uw belofte Heer Jezus, zie Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld. U bent met ons ook als we dat zo niet ervaren. Heer we bidden U dat we die zekerheid mogen vasthouden. We hebben ook uitvoerig gesproken over geloofszekerheid en we bidden U voor degenen in deze zaal die daar moeite mee hebben. Die die geloofszekerheid niet kennen. En er zijn duizendeneen redenen voor te bedenken maar ik bid U dat ze mogen leren om zich in alle eenvoudigheid over te geven aan de vaste belofte van Uw Woord. Want een andere basis is er niet. En dan zullen er nog vele ja, maars komen, want we zijn daar zo goed in, om net te doen alsof we in Uw Woord geloven maar dan toch met al die ja, maars te komen, soms zijn ze ook heel diep gemeend, maar Heer, verlos ons van al onze ja, maars die er alleen maar toe leiden dat we Uw belofte niet serieus genoeg nemen. Wij danken U dat U het gezegd hebt, dat als we in U geloven dat we niet in het oordeel komen maar dat we uit de dood overgebracht zijn naar het leven. Heer Jezus we danken U dat U daarvoor aan het kruis de basis hebt gelegd. Dat het daar allemaal gebeurd is, dat wij er niets aan kunnen toevoegen dan ons te werpen in de armen van de genade. Dank U dat de genade er is voor elk mens die zijn toevlucht neemt tot U. Want U hebt het gezegd Here Jezus, wie tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen. Here zo bidden we elkaar, we bidden voor dit dorp, voor de vele christenen die er zijn, we bidden voor ieder van ons in de komende maanden, waar we gaan of staan, wees met ons, bewaar ons en leid ons op al onze wegen. Heer als U het ons vergund, wil ons in september weer in veiligheid en gezond weer bij elkaar brengen om weer met heel andere onderwerpen bezig te zijn maar het is wel hetzelfde Woord. Dezelfde Heer, dezelfde God. Wij loven U, wij prijzen U, wij danken U voor alles wat U geeft, wij vertrouwen ons aan U toe, opdat U in ons geprezen wordt. Hallelujah.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?