Hart voor Waddinxveen


(9) Lezing gehouden op 13 mei 2011 over "De wijze en dwaze bouwer" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zondag, 18 september 2011 13:35

Wij lezen uit Mattheüs 7. Met voldoening stellen we vast dat we met de genade van God bijna aan het einde gekomen zijn van deze serie over de Bergrede. Het heeft mij veel vreugde gebracht en ik hoop u ook. En vanavond dan dat laatste gedeelte uit Mattheüs 7 vanaf vers 15 tot het einde van het hoofdstuk. Ik lees weer uit de Telosvertaling en u mag meelezen in welke vertaling u maar wilt of ook gewoon luisteren. Mattheüs 7: 15: "Past u op voor de valse profeten die tot u komen in schapenvachten maar vanbinnen zijn ze roofzuchtige wolven. Aan hun vruchten zult u hen kennen. Men plukt toch geen druiven van dorens of vijgen van distels? Zo brengt elke goede boom mooie vruchten voort maar de bedorven boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een bedorven boom geen mooie vruchten voortbrengen. Elke boom die geen mooie vrucht voortbrengt wordt omgehakt en in het vuur geworpen. U zult hen dus aan hun vruchten kennen. Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan maar hij die de wil doet van Mijn Vader die in de hemelen is. Velen zullen in die dag tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet door Uw naam geprofeteerd en door Uw naam demonen uitgedreven en door Uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik openlijk tot hen zeggen: 'Ik heb u nooit gekend. Gaat weg van Mij, werkers van de wetteloosheid.' Ieder dan die deze Mijn woorden hoort en ze doet zal vergeleken worden met een wijs man die zijn huis op de rots heeft gebouwd. En de slagregen viel en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en beukten tegen dat huis en het viel niet want het was op de rots gegrondvest. En ieder die deze Mijn woorden hoort en ze niet doet zal vergeleken worden met een dwaas man die zijn huis op het zand heeft gebouwd. En de slagregen viel en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis en het viel en zijn val was groot. En het gebeurde toen Jezus deze woorden had geëindigd dat de menigten versteld stonden over zijn leer want Hij leerde hen als iemand die gezag heeft en niet als een Schriftgeleerde."

 

Ik hoef vanavond niet een directe aansluiting te zoeken bij het voorgaande omdat we in Mattheüs 7 een aantal onderwijzingen vinden die niet direct bij elkaar aansluiten. Althans vanaf vers 15 hebben we iets dat we zeer goed op zichzelf kunnen bezien. En de eerste waarschuwing die wij hier vinden is: 'Past u op voor de valse profeten'. En dat brengt ons onmiddellijk bij de vraag: Wat is een valse profeet? Waaraan kun je die herkennen? Dat is nog niet zo eenvoudig want een typisch voorbeeld van een valse profeet in het Oude Testament is Bileam. Maar de enige profetieën die wij van hem kennen zijn ware profetieën waaruit we kunnen opmaken dat een valse profeet soms ware dingen zegt. Als de Geest van God hem overweldigt en hij niet anders kan. En een ware profeet kan ook wel eens verkeerde dingen zeggen. Niet opzettelijk maar hij is ook maar een mens en hij kan ook wel eens menen dat hij door de Geest van God spreekt terwijl dat toch niet het geval is. Mozes is de grootste profeet geweest die Israël ooit heeft voortgebracht, naar hun eigen oordeel, en toch, toen hij op de rots sloeg – u weet wel, de tweede keer dat dat gebeurde – toen was dat niet het profetisch Woord des Heeren dat uit zijn mond kwam maar zijn eigen woorden uit zijn zondige vlees. Dus het is nog niet zo makkelijk. Was het maar zo zwart-wit dat je valse en ware profeten zomaar kon onderscheiden. U moet thuis maar eens Deuteronomium 13 en 18 naast elkaar leggen; daar vindt u een paar heel belangrijke aanwijzingen in het boek van Mozes over wat valse en ware profeten zijn.

Hij zegt in de eerste plaats: een valse profeet is iemand die woorden voorzegt die niet uitkomen. Ik zei net al, dat kan ook wel eens een keer als werk van het vlees zijn terwijl toch de persoon in kwestie een echte profeet is, maar op zichzelf is dat ernstig. Bij Mozes was dat ook ernstig want daardoor kon hij het Beloofde Land niet binnenkomen. Dus we moeten daar niet gering over denken. Ik bedoelde dat niet als verontschuldiging. Maar Mozes zelf zegt in Deuteronomium: als iemand valse dingen voorzegt, dus dingen voorzegt met veel aplomb die niet uit blijken te komen dan is hij een valse profeet. Meneer Harold Camping heeft in de jaren negentig voorzegd dat de Heer zou komen en dat is niet gebeurd. Nou, dat is een valse profeet en nu heeft hij opnieuw gezegd dat de wereld zal vergaan op 21 mei, dat is morgen over een week. Er schijnen zelfs al plakkaten op onze stations te hangen om ons allemaal te waarschuwen want hij heeft uitgerekend dat het precies 7000 jaar geleden is dat de zondvloed begon en via een ingewikkelde redenering heeft hij voorzegd dat daarmee de genadetijd voorbij is. Als dat weer niet uitkomt, en dat zou maar zo kunnen gebeuren want ik vind zijn redenering helemaal nergens opslaan, dan betekent dat dat hij een valse profeet is. We geven hem geen derde kans. We leven in een vrij land en een ieder mag zeggen wat hij wil maar we zullen het openlijk uitspreken. Dat zijn beroeps valse profeten want hij is al vaker in de fout gegaan. Maar in Deuteronomium lezen we nog iets en dat is, stel je nou eens voor dat hij iets zegt dat wel uitkomt. Je zou er vandaag aan toe kunnen voegen, stel je voor dat hij wonderen en tekenen verrichtte. We horen dat direct ook van mensen die demonen uitdrijven en vele krachten doen in de naam van Jezus, maar hun boodschap deugt niet. Als hun boodschap erop neerkomt dat mensen van God worden afgetrokken en daardoor in het kielzog van de demonen, van de afgodendienst terechtkomen, wat die profeet voor mooie dingen ook zegt, het doet er niet toe wat voor wonderen hij ook verricht, het doet er niet toe, hij is een valse profeet. En het betekende toen: hij moest gestenigd worden. Vandaag zou dat betekenen: hij moet onder tucht gesteld worden. Dus een valse profeet is iemand die óf verkeerde dingen zegt óf als hij op zichzelf positieve dingen zegt maar zijn feitelijke bedoeling blijkt te zijn om mensen achter de afgoden aan te trekken dan is het een valse profeet.

Je hoort meermalen op het christelijke erf van mensen door wiens bediening grote wonderen gebeuren en het eerste wat ik vraag is: hoe is hun prediking? Want als die prediking goed is dan kijk je heel anders tegen die wonderen aan dan wanneer die prediking slecht is, onbijbels is. En het tweede wat ik vraag is: wat is het effect van die wonderen? Laten we bijvoorbeeld zeggen: wondergenezingen op de mensen die die genezingen ontvangen. Worden ze daardoor dichter bij de Heer gebracht of wordt hun geestelijk leven alleen maar in de war gebracht? Jonathan Edwards, de grote opwekkingsprediker in de achttiende eeuw had vijf van dat soort kenmerken waarvan ik er nou twee belangrijkste genoemd heb. Een derde zou ook zijn: wat is de levensstijl van de betrokken prediker maar dat is vaak natuurlijk niet zo makkelijk vast te stellen. Met andere woorden: wondertekenen op zichzelf zeggen niets. De duivel kan ook grote wondertekenen doen. 2 Thessalonicenzen 2 daar wordt gesproken over de antichrist die zal optreden met grote krachten, tekenen en wonderen. Krachten, tekenen en wonderen moeten altijd in hun context gezien worden. 't Is dus niet zo als iemand krachten, tekenen en wonderen verricht dat hij daarom verdacht is, natuurlijk niet. De Here Jezus deed dat ook. Maar luister naar hun boodschap. Luister naar hun intentie. Kijk naar wat er met de mensen gebeurt die onder hun prediking komen. Worden ze dichter bij God gebracht of juist van God afgevoerd?

Past u dus op voor de valse profeten. Daar is rede voor om dat te zeggen want hun woorden klinken zo mooi. In Jeremia 28 heeft de profeet met een hele stoet van dat soort valse profeten te maken die allemaal dingen zeggen die de koning graag hoort. En dat is een groot gevaar voor elke prediker om alleen maar dingen te zeggen die de mensen graag horen. Er wordt voor dat soort predikers gewaarschuwd in 2 Timotheüs 4; het is een kenmerk van de eindtijd. En Jeremia zegt dingen die de koning helemaal niet graag hoort want hij zegt: die valse profeten zijn leugenaars. We worden helemaal niet verlost van die koning van Babel, in tegendeel. Als jullie je niet bekeren zal de stad worden verwoest en de tempel worden verwoest. Nou daarom dachten de mensen dat Jeremia een valse profeet was want hoe kon hij nou zulke dingen zeggen? En toch was het makkelijk te herkennen. Later bleek dat zijn woorden uitkwamen en die van die andere, die valse profeten niet. En bovendien zijn boodschap was erop gericht om het volk tot God terug te brengen en niet het volk valse oren aan te naaien. Past u op voor de valse profeten. Ze komen in schapenvachten; ze doen zich dus voor als schapen van de goede Herder. Aan de buitenkant zien ze er net zo uit als echte christenen. En de buitenkant dat zijn natuurlijk niet hun kleren maar dat is hun manier van optreden, dat is misschien zelfs wel hun prediking als je oppervlakkig luistert maar vanbinnen zijn het roofzuchtige wolven. Dat is een beeld dat veel voorkomt. De Here Jezus in Johannes 10 waarschuwt voor de wolven die de kudde proberen te verscheuren, op te eten. Paulus in zijn afscheidsrede tot de gelovigen, tot de oudsten van Efeze, spreekt ook over 'uit uw eigen midden zullen mannen opstaan als wolven die de kudde zullen vernietigen'. Een wolf is al erg genoeg maar als hij ook nog een schaapskleed aan heeft waardoor je hem niet onmiddellijk herkent, tenzij dat je beter oplet. Want je zou toch moeten denken, een wolf met een schaapskleed aan dat moet je toch makkelijk kunnen doorzien. Maar dat kan zeer verraderlijk zijn. Aan hun vruchten zult u hen kennen. En dat wordt nog eens gezegd in vers 20: aan hun vruchten zult u hen kennen. De Here Jezus gaat hier van een dierkundig beeld zomaar over op een plantkundig beeld. Van de schapen en de wolven naar de bomen. Of het een goede boom is of een slechte boom dat blijkt uit zijn vruchten. Dat kun je niet aan een mens zien. Je hebt wel eens mensen, christenen, die kijken naar de foto van een of andere prediker en zeggen: aan die foto kun je al zien dat die man niet deugd. Dat slaat nergens op, dat slaat nergens op. Ik heb diezelfde man ooit horen zeggen dat vooral aardige mensen moet je wantrouwen want die zijn het meest geschikt als dienaren van de duivel waardoor bij voorbaat alle aardige mensen al in het verdachtenhoekje zitten. Nee, de duivel kan van alle mogelijke mensen gebruikmaken die zich willig aan hem als werktuig aanbieden. Dus aan de boom zelf zie je het niet. Je moet wachten tot de vruchten komen. Je moet wachten wat iemand schrijft en wat iemand predikt en dan zul je het merken.

De Here Jezus stelt het hier zwart-wit. Eerst zegt Hij, je plukt geen druiven van dorens of vijgen van distels. Dat wil zeggen, je kunt niet een vrucht plukken van een hele andere boom waar die vruchten helemaal niet bijhoren. En vervolgens gaat het beeld over in goede bomen, gezonde bomen, die goede, gezonde vruchten voortbrengen en andere bomen die slechte vruchten voortbrengen. Dan gaat het dus niet om anders soortige vrucht maar vruchten, laag van kwaliteit. Zoals God dat zegt in Jesaja 5 waar Hij ook Zijn volk vergelijkt met een wijngaard die goede vruchten had moeten voortbrengen. Zoete druiven waar goede wijn van gemaakt kan worden. En in plaats daarvan waren het slechte vruchten, slecht van kwaliteit. Kleine, zure druiven waar geen behoorlijke wijn van te maken was. Zo is het beeld. Dus er worden hier verschillende beelden door elkaar gebruikt. Een goede, gezonde boom brengt gezonde vruchten voort. En een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een bedorven boom geen mooie vruchten voortbrengen. Dit is weer zwart-wit gesteld. Je moet zulke woorden niet altijd zwart-wit toepassen. Ik heb u straks al gezegd: iedereen kan wel eens in de fout gaan. Iedereen kan wel eens leringen brengen waar je het misschien helemaal niet mee eens bent en dan ben je geneigd om alles over één kam te scheren en iemand volledig af te schrijven. Alsof nu ineens alles niet meer deugt. Of bepaalde dingen heb je van iemand gelezen of gehoord en die spreken je bijzonder aan en je bent heel naïef daarin dat nu wel alles van die persoon goed zou zijn. Gezien dit principe: als er iets goeds uit de bron komt dan moet alles wat uit die bron komt goed zijn. Dat zou te zwart-wit zijn en die manier van lezen van dit gedeelte. We moeten ruimte laten voor het feit dat elke profeet, elke dienstknecht en dienstmaagd van de Heer ook maar een gebrekkig, zondig mens is. Je mag dus niet alles over één kam scheren.

Het is heel vaak opgemerkt dat alle grote mannen Gods in het Oude Testament wier geschiedenis wat uitvoeriger verteld wordt, allemaal hun fouten gemaakt hebben. Daar is geen uitzondering op behalve misschien Jozef. Die maakte geen echte fouten maar die had toch wel een paar zwakheden zoals toen zijn vader zijn eigen handen kruiste en op de hoofden van zijn zonen legde en Jozef daartegen protesteerde. Dat was geen zonde, dat was zwakheid. Maar voor de rest, van alle grote mannen Gods in het Oude Testament horen we van grote nalatigheden. En wie is nou op grond van die nalatigheden, of het nou een Elia is ... nou Elisa is misschien ook wel een goede uitzondering. Maar Elia of Abraham of Mozes, wie zou willen zeggen: kijk, daar komt iets verkeerds uit die personen dus was alles wat uit die personen kwam verkeerd. Nee, zo bedoelt de Here Jezus dat niet. Waar het om gaat is dat je niet kan zeggen: ach, maar dat is zo'n aardige man en hij is altijd zo met ons begaan en hij is vriendelijk en toeschietelijk. Hij is veel aardiger dan mijn eigen dominee. Dan kan ik mij dat aardigheidsargument voorstellen dat dat wel erg gevaarlijk is. Want het gaat er niet om dat hij aardig is, het gaat erom wat hij verkondigt. En je moet dus in dat opzicht luisteren naar de geruchten. Je moet letten op wat er uit iemand komt. Aan de vruchten ken je de boom. Als iemand een hele goede pastor is maar hij brengt vrijzinnige preken en dat kan voorkomen dan is het een slechte boom. Als iemand hele goede preken levert, orthodoxe preken, die de mensen echt dienen en opbouwen maar hij blijkt een slechte zielenherder te zijn, dat is heel wat anders. Dat is een groot verschil. Ik zeg vaak tegen kerkmensen: als jullie moeten kiezen moet je een leraar nemen en geen herder. Want dat herderlijk werk kan door mensen genoeg in de gemeente worden opgepakt, door andere oudsten/ouderlingen en door mensen in de gemeente die echt pastorale gaven hebben. Maar ze mogen niet allemaal op de preekstoel dus zorg in elk geval dat je daar iemand hebt staan die het Woord kan brengen. Je krijgt nooit allebei. Maar iemand kan een goede prediker zijn van het zuivere Woord van God, voor zover het mensen gegeven is, en tekortschieten in die andere dingen, die ook zo graag zou willen. Maar tekortschieten is niet hetzelfde als fundamenteel niet deugen. Dat is een groot verschil. Abraham, Mozes, Elia waren grote mannen Gods. We zullen ze in de eeuwigheid bij de Here God terugvinden, weer tegenkomen. Maar ze hebben allemaal hun grote tekortkomingen gehad. Dus schrijf iemand niet af. Als ik het zo een beetje mag zeggen, een beetje psychologisch want theologisch is het een beetje aanvechtbaar, maar we mogen allemaal fouten maken. Geef iemand ook de ruimte om fouten te maken en soms ook grote fouten te maken. Daar mag je natuurlijk van tevoren geen toestemming voor geven maar als het toch gebeurt, gun hem die ruimte om de fout gemaakte te hebben en ook weer natuurlijk tot herstel te komen. Schrijf iemand niet volledig af.

Maar hier gaat het niet over mensen die gebrekkige dienstknechten zijn en wel eens fouten maken. Hier gaat het over mensen die principieel niet deugen. Die, om het keihard te zeggen, die in dienst staan van de vijand. Die in dienst staan van de boze. Dat zijn de wolven in schaapskleren. En verkijk u niet op de aardigheid of onaardigheid, hè. Iemand heeft eens gezegd: soms heb je ook schapen in wolfskleren en dat doet dan een beetje onaangenaam aan, want je schrikt van zo iemand natuurlijk maar het is maar een kleedje, daaronder zit een schaap. Maar goed, daar heeft de Here Jezus het hier niet over. In vers 20, 21, 22, 23 gaat het over een heel concreet voorbeeld daarvan. De dienstknechten van de Heer kunnen zelf zich ook daarin vergissen. Soms zijn ze werkelijk opzettelijk bezig om het volk van God te ondermijnen. Maar dat weet je niet altijd. En je moet aannemen, hoewel we niet in de harten kunnen kijken, dat er ook zijn die dat helemaal niet van plan zijn terwijl ze het toch doen. Dat maakt wat ze doen niet minder ernstig, alleen ze zijn zelf ook misleid. En dat zijn in feite de mensen die uiteindelijk tot Hem zeggen: Heer, Heer. Dat is een uitdrukking eigenlijk van aanhankelijkheid. Ze spreken alsof ze bij Hem horen en ook al kunnen we niet in de harten kijken, laten we aannemen dat ze het ernstig menen. Maar dat is geen excuus. Je moet ze beoordelen niet naar hun goede bedoelingen, je moet ze beoordelen naar hun daden. Ik zeg niet dat goede bedoelingen niet belangrijk zijn maar iemand kan met goede bedoelingen boosaardige leringen in de kerk binnenbrengen, in de gemeente van God binnenbrengen. Denk erom, deze verzen, uiteindelijk de uitleg daarvan wordt bepaald door die laatste paar woorden. In vers 23 waar de Here Jezus zegt: Ik heb u nooit gekend. Gaat weg van Mij, werkers van de wetteloosheid, werkers van de ongerechtigheid maar letterlijk staat hier wetteloosheid. Dat is eigenlijk niet alleen maar overtreding van de wet maar dat is anarchie, dat is tegen de wet ingaan. Tegen überhaupt het principe van de wet niet accepteren. Je eigen zin doen, autonoom zijn, onafhankelijk van God, je eigen ding doen. Je bent principieel een tegenstander van God en daarbij hoeven we eigenlijk niet eens meer te beoordelen of iemand nou goed en trouw is of hij het nou echt meent of niet. We kunnen toch niet in de harten kijken. Wij beoordelen mensen niet naar hun goede bedoelingen. Daar mogen we ook geen oordeel over hebben. Dat hebben we in het begin van hoofdstuk 7 gezien: oordeelt niet. Spreek geen oordeel uit over wat er in iemands hart leeft maar kijk wat eruit komt. Maar het verwarrende is natuurlijk dat dit wel mensen zijn van wie we lezen dat ze door Uw naam, zeggen ze, hebben wij niet door Uw naam geprofeteerd?- in vers 22. Hebben wij dan niet door Uw naam demonen uitgedreven en door Uw naam vele krachten gedaan? Je vraagt je in eerste instantie af: kan dat dan? En het antwoord luidt: ja, dat kan. Dat je iets doet door de naam van de Here Jezus wil nog niet zeggen dat het ook werkelijk in Zijn naam gebeurd is. Je kunt iemands naam aanroepen maar het wil niet zeggen dat ook werkelijk de persoon en het gezag van die persoon achter jouw daden staan. Treffend voorbeeld hebt u in Handelingen 19 waar de zonen van Skeva denken: nou wat Paulus kan dat kunnen wij ook en ze gaan op een bezeten man af en met zijn zevenen zeggen ze tegen hem: wij zeggen in de naam van die Jezus die Paulus predikt: ga uit van deze mens. En die demon zegt: wie zijn jullie? En de man in wie die demon huist die geeft ze alle zeven een pakslaag zodat ze met gescheurde kleren het huis uit rennen. Je kunt wel komen in de naam van Jezus maar dat wil niet zeggen dat je werkelijk met Zijn autoriteit komt. Ja maar, het gaat hier over meer: door Uw naam geprofeteerd. Ja maar, wat heb je geprofeteerd en wat heeft het uitgewerkt onder Gods volk? Ja maar, door Uw naam demonen uitgedreven, kan dat dan? We hebben minstens twee voorbeelden in het Nieuwe Testament, eigenlijk drie want ik heb net al het voorbeeld uit Handelingen 19 genoemd, dat dat inderdaad kan. Er is bijna geen wonder wat je zou kunnen bedenken dat ook niet door antichristelijke machten zou kunnen worden gedaan. Het ene voorbeeld is Judas. Hier in ditzelfde evangelie, in hoofdstuk 10, worden alle twaalf apostelen, inclusief Judas eropuit gestuurd om zieken te genezen en demonen uit te drijven. En er wordt later niet verteld dat dat bij Judas niet lukte en bij de anderen elf wel. Er wordt verteld dat ze alle twaalf enthousiast terugkwamen over de dingen die ze op dit terrein hadden beleefd. En twee hoofdstukken verder, in Mattheüs 12, als de Here Jezus ervan beschuldigd wordt dat hij door Beëlzebul de demonen heeft uitgedreven, dan zegt hij: als Ik dat door Beëlzebul doe, door wie drijven jullie zonen ze dan uit? Dus blijkbaar was het zo dat de zonen van deze geestelijke leiders van Israël ook demonen uitdreven. De Here Jezus betwijfelt niet dat ze werkelijk demonen uitdreven, hij vraagt alleen: in welke naam hebben zij dat gedaan? Nou, en wat krachten betreft, ik heb straks al genoemd 2 Thessalonicenzen 2 waar we van de mens der zonde, de wetteloze dat is de Antichrist horen dat zijn optreden gepaard gaat met krachten, tekenen en wonderen. Profeteren op zich zegt niks. Demonen uitdrijven zegt niks. Wonderen, tekenen en krachten zegt niets. Luister naar iemands boodschap! En kijk naar iemands leven en kijk naar het effect van wat hij doet, op het volk van God. Drie kenmerken, dat zijn er drie van die vijf van Jonathan Edwards. Die andere twee vind ik minder relevant. Deze drie moet u goed onthouden. En met welk werk u ook in aanraking komt – er zijn ook mensen die dienstknechten van de Heer zijn en nooit demonen uitdrijven en wonderen en tekenen en krachten doen – maar als dat wel gebeurt, niet meteen wantrouwig zijn maar deze drie vragen stellen. Luister naar hun boodschap – dat is in de meeste gevallen het makkelijkst. Spreek met mensen die onder hun bediening zijn gekomen en kijk wat dat geestelijk met hen gedaan heeft en probeer een indruk te krijgen van de leefwijze van de betrokken persoon.

Waar ik wel grote moeite mee heb is, en dat heb ik meermalen persoonlijk meegemaakt, althans van nabij laat ik het zo zeggen, dat deze verzen soms misbruikt worden om wankelmoedige zielen te kwellen. Ik zal mij inhouden maar ik kan daar heel erg boos over worden. Als in bepaalde kringen mensen tot echte geloofsovertuiging komen, de blijdschap van het geloof ontvangen hebben en jubelend over hun geloofszekerheid tot anderen spreken, dan heb je een goede kans dat ze Mattheüs 7: 21-23 naar hun hoofd krijgen. Kijk uit, want er zijn er zovelen die gezegd hebben 'Here, Here' en die uiteindelijk toch verloren gingen. Dat is om twee redenen, minstens twee redenen zeer verwerpelijk. In de eerste plaats is het totaal niet van toepassing want het gaat hier om mensen die werkers van de wetteloosheid zijn. En je mag niet zomaar iemand ervan verdenken een werker van de wetteloosheid te zijn. Je mag dat zelfs niet van elke goddeloze zeggen zomaar. Dat zijn zondaren maar dit is een heel krachtige uitdrukking. Dan moet je ook kunnen aanwijzen wat voor wetteloosheden zulke mensen dan ook gedaan hebben. Wat voor opstandigheid, wat voor rebellie tegen God. Dus dat is al een theologisch bezwaar maar bovendien wij moeten elkaar en mensen in het algemeen serieus nemen. Je begint niet met twijfel. Daar kom je pas mee als er aanleiding is uit het verdere leven van iemand om met twijfel te komen over zijn staat voor God. Maar als iemand begint te getuigen van geloofszekerheid is het wreed en onbijbels om hem op deze wijze tegemoet te treden. Stel je voor aan al die gevallen in de Handelingen waar mensen tot geloof kwamen dat ze dit soort woorden naar hun hoofd kregen. Ik zal u vertellen, de christelijke kerk had zich niet erg sterk uitgebreid. Er is niets zo ontmoedigend als een klein kasplantje dat net zijn kopje boven de grond heeft uitgestoken om daar je hak op te zetten en het te vertrappen. Zo wordt Gods volk niet uitgebreid. 't Is vroeg genoeg, en niet als iemand weer in de zonde valt want dat gebeurt ons allemaal, maar als iemand een werker van de wetteloosheid blijkt te zijn om hem dan aan te spreken. Wij beginnen met iemand serieus te nemen en deze woorden mogen daarvoor niet misbruikt worden. Maar er is nog iets anders wat heel belangrijk is. Zulke mensen gaan het Koninkrijk der hemelen niet binnen maar wie dan wel? Hij die de wil doet van Mijn Vader die in de hemel is.

Eigenlijk gaat dit boekje wat ik straks noemde, 'Meer dan redding alleen' ook daarover. Wij hebben het evangelie vaak zo versmald dat als ik zou vragen aan u: 'wat voor mensen mogen het Koninkrijk Gods binnengaan? Dan zeggen we: zij die geloven in de Here Jezus. Die moeten geloven dat Hij voor hun zonden gestorven is, dat ze door Hem behouden zijn. Dat is op zichzelf wel waar maar het is maar één aspect van een veel grotere waarheid. Laat ik u kort vier voorbeelden noemen uit het Mattheüsevangelie omdat te illustreren. En één daarvan hebben we al gevonden in de Bergrede in hoofdstuk 5:20 "Ik zeg u, als uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de Schriftgeleerden en de Farizeeën, u het Koninkrijk der hemelen geenszins zult binnengaan. Wat wordt hier genoemd als voorwaarde voor het binnengaan in het Koninkrijk der hemelen? Een gerechtigheid die overvloediger is dan die van de Farizeeën want die hadden een godsdienstige gerechtigheid, een eigen gerechtigheid. En dat moet je niet meteen hier paulinisch zitten invullen met de Romeinenbrief. Dan ga je twee categorieën door elkaar halen. Laat het nou maar eens even gewoon zo staan. Als jullie niet rechtvaardiger zijn op een andere manier, op een werkelijke manier die van binnenuit, uit je hart komt, dan die huichelachtige uitwendige gerechtigheid van de Farizeeën dan gaan jullie het Koninkrijk Gods niet binnen. En het tweede hier is in Mattheüs 7 en dat is al net zo frappant. Wat voor mensen gaan het Koninkrijk Gods binnen? Zij die de wil van Mijn Vader die in de hemelen is, doen. En wij, vanuit die smalle visie, komen dan meteen met: ja, dat kunnen we toch van nature helemaal niet? Ja, dat is helemaal niet aan de orde. Natuurlijk kunnen we dat van nature helemaal niet. Maar daar hebben we weer een heleboel andere Schriftplaatsen voor om dat duidelijk te maken wat we daarvoor nodig hebben. Daarvoor hebben we nodig: een wedergeboren hart en de kracht en de leiding van de Heilige Geest. Maar als je dat er altijd inbrengt dan heb je precies die kleine smalle basis. En dan leren we ook nooit om de dingen op deze manier te zeggen. Want dan kweek je juist mensen die dat soort getuigenis geven. Dat ze zeggen dat ze leven vanuit de vergeving van de zonden terwijl ze helemaal niet de wil van de Vader doen. En dat spettert er ook vanaf. Dat is zo gemakkelijk bij hen vast te stellen. Ze doen nog steeds hun eigen wil. Een werkelijk mens die thuis is in het Koninkrijk Gods, een echte discipel van de Here Jezus wordt daardoor gekenmerkt dat het zijn vreugde is om de wil van de Vader te doen. En daar faalt hij weleens in en dat is dan jammer maar dan mag hij weer overnieuw beginnen. Maar dit is wel de grondteneur van zijn leven geworden. Het gaat er niet alleen maar om dat je weet dat je zonden vergeven zijn. Het gaat erom dat we kunnen zien en dat mogen we van elkaar verwachten dat je een nieuw mens bent geworden die vreugde eraan heeft om de wil van de Vader te doen. En niet meer je eigen wil te doen.

Ga nog even met me mee in hoofdstuk 18:3 daar neemt de Here Jezus een klein kind. Hij neemt dat tussen hun in en Hij zegt: als jullie niet worden als één van deze kinderen, kunnen jullie het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Daar gaat het niet over bekering en geloof. Die woorden komen er helemaal niet aan de orde. Vanuit een smal evangelie worden die woorden er altijd op geprojecteerd. Waar het om gaat is te worden zo eenvoudig en ongekunsteld, zo onaanmatigend als het kind. Want het is voor wijzen en verstandigen verborgen en het is aan kinderen geopenbaard. En ten vierde, we lezen in hoofdstuk 19 dat het heel moeilijk is voor een rijke om het Koninkrijk Gods binnen te gaan. Dan gaat het om allerlei materiële verhinderingen die er kunnen zijn om deel te krijgen aan het Koninkrijk Gods. Nog eerder zal een kameel gaan door het oog van de naald. Eigenlijk betekent dat heel simpel, dat je weer net zo moet worden als die kleine kinderen. Zo klein dat je als kameel geschrompeld bent tot iets wat door het oog van de naald kan. Maar dat zijn dingen die horen in een veel ruimer evangelie dan alleen maar dat wat spreekt over belijdenis van je zonden en vergeving van je zonden. Dit gaat veel meer over een totale levenshouding: worden als de kinderen. Een nieuwe levensinstelling, de wil van de Vader doen. Gerechtigheid die jouw leven kenmerkt en die van binnenuit komt en die niet als een huichelachtige jas is aangetrokken. Dat maakt het evangelie zoveel rijker, zoveel overvloediger. Nou, het zijn maar een paar voorbeelden. Je kunt nog wel meer voorbeelden vinden in het Nieuwe Testament van voorwaarden om het Koninkrijk Gods binnen te gaan.

We komen tot de epiloog. Het nawoord, de samenvatting.

We hebben in dit hoofdstuk en ook in de vorige al van heel wat soorten van mensen gehoord. We hebben gehoord van parels en zwijnen. We hebben gehoord van mensen die in feite niets anders dan zwijnen zijn. We hebben gehoord van mensen die niets anders dan huichelaars zijn. Maar ook mensen die ware discipelen van Jezus zijn. We hebben gehoord van mensen die door een nauwe poort naar binnen gaan en mensen die blijven wandelen op de brede weg et cetera. We hebben gehoord van valse en ware profeten. We hebben gehoord van mensen die 'Here, Here' zeggen maar daar zit niks achter. En mensen die 'Here, Here' zeggen vanuit een persoonlijke intieme verbondenheid met Christus. Uiteindelijk zijn er maar twee soorten mensen. Pas op, zeg nou niet weer gauw: bekeerd en onbekeerd want dat is weer paulinisch, een stempel drukken. Nee, laat mij het zo mogen zeggen: rechtvaardigen en goddelozen. Ik merk in mezelf dat ik meer de neiging heb om in plaats van gelovigen en ongelovigen te spreken en al helemaal niet over bekeerden en onbekeerden, te spreken over rechtvaardigen en goddelozen. Eigenlijk veel meer oudtestamentischer. 'Welzalig de man die niet wandelt in de raad der goddelozen', dat is de rechtvaardige en die wordt daardoor gekenmerkt dat hij er vreugde aan heeft om de wet des Heeren te overdenken en die te overpeinzen bij dag en bij nacht. Daar wordt een mens geschilderd. Wij kunnen ons heel sterk focussen op iets wat in je leven gebeurd is wat op zichzelf heel belangrijk is. Die ene bekering en daar praat en blijf je ook je hele leven over praten. Je praat over een gebeurtenis die ooit in je leven heeft plaatsgevonden of niet en dan ben je heel verdrietig dat dat nooit heeft plaatsgevonden. Alsof het allemaal draait om die ene gebeurtenis die toen plaatsvond alsof Paulus het over niks anders had dan alleen over die gebeurtenis. En als je nou een Timotheüs bent die zo'n gebeurtenis helemaal niet heeft meegemaakt, die zo geleidelijk gegroeid is in de dingen van God. Dan heb je wel pech. Maar in de Bijbel hoor je niet dat soort nadruk op die ene gebeurtenis. Daar gaat het veel meer om de vraag niet: wat is er ooit met jou gebeurd? Maar wat voor mens ben je? En als jij een rechtvaardige bent, dan weten we dat er iets met jou gebeurd is. Of het nou zo dramatisch was als op de weg naar Damascus of heel geleidelijk zoals bij Timotheüs, dat maakt helemaal niet uit. In sommige kringen, dat kan reformatorisch en dat kan evangelisch zijn, daar tel je helemaal niet mee als je niet een spannend verhaal kan vertellen. Als je niet kan vertellen op welke dag het was en hoe laat het was. Nou, dan konden een heleboel gelovigen in het Nieuwe en het Oude Testament ook niet hoor. Waar het om gaat is niet wat er ooit gebeurd is, dat stellen wij wel vast aan de vruchten.

Aan de vruchten ken je de boom. Wij accepteren iemand niet omdat hij een mooi verhaal kan vertellen over wat ooit met hem gebeurd is. Want wie kan dat verhaal checken? Ik herinner me iemand uit de eigen kring, moet even denken, het was in Dordrecht, ik weet het. Het is heel lang geleden dus ik kan het wel noemen. Die werd dus meegenomen naar zo'n gezelschap. U weet wel, dat heb je in sommige kringen gehad. Ik weet niet of het nog veel bestaat maar goed, daar zou dus iemand zijn bekeringsverhaal vertellen en die vertelde dan hoe hij in vreselijke aanvechtingen kwam en ten slotte zo over zijn zonden inzat dat hij de neiging had om zelfmoord te plegen. En hij was naar de zolder gegaan en had een stoel al beklommen, de strop om de nek en toen hoorde hij een stem uit de hemel en die zei: doe je zelf geen kwaad want u bent een kind van God. Nou, dat was natuurlijk een fantastisch verhaal en men vroeg aan deze broeder, die ik helaas niet gekend heb, maar ik heb wel degene gekend die hem gekend hebben. Ze vroegen aan hem: wat vindt u nou van dat verhaal want de mensen vonden dat geweldig. Ze waren allemaal een beetje jaloers dat ze niet zo'n mooi verhaal konden vertellen. En toen zei hij, hij was een beetje apart hoor, dat moet ik er wel bij vertellen. Hij zei, deze man komt volgens mij niet in de hemel. Waarom niet? Nou zei hij, hij is of een leugenaar of een moordenaar. Of hij heeft het hele verhaal grotendeels verzonnen dan is hij een leugenaar en de Schrift zegt: buiten zijn de leugenaars. Of hij heeft de hand aan zichzelf willen slaan en ik heb niet gehoord dat hij dat als zonde voor God beleden heeft. Nou de man die het verhaal verteld had die vloog bijna van woede op hem af maar zijn oude vader lag in de bedstee en ineens gingen de deurtjes open en hij zei: 'Klaas, raak die man niet an, hij heb gelijk'. Jouw mooie verhaal betekent niks. Mensen die bekeringsverhalen lezen, ga er vooral mee door want dan leer je in elk geval hoe het met jou niet zal gaan. Want God is een originele God en denk dus nooit: met mij is het zo niet gegaan. Nee, natuurlijk niet, zo gaat het ook met jou niet. Het gaat op de meest unieke manier en niet volgens sjablonen die je na kunt rekenen. Maar nogmaals, het gaat helemaal niet om het verhaal. Waar het om gaat: wat ben je nou voor een mens? Wat is dat voor een mens die twee uur over zichzelf aan het vertellen is? Dat is de vraag waar het om gaat. Ik las eens ooit bij een schrijver: ware nederigheid is niet dat je slecht van jezelf vertelt en ik zou erbij willen zeggen en dan ook nog een keer twee uur lang. Ware nederigheid is dat je helemaal niet over jezelf praat maar over Christus. Een rechtvaardige, dat is niet primair iemand die een spannend en lang bekeringsverhaal kan vertellen maar dat is iemand die uit Christus leeft en voor Christus leeft en door Christus leeft. Wiens leven erop gericht is om Christus groot te maken. Wat ben je, een rechtvaardige of een goddeloze? Een goddeloze dat kan ook een Farizeeër zijn. In Nederland, het wordt een stuk minder, moet je in zekere zin blij om zijn, heb je nog heel veel godsdienstige mensen. En luister, je kunt ze niet met de neus aanwijzen want we mogen niet oordelen over de binnenkant.

Maar het zijn wel de mensen die in de week net zo leven als iedere andere Nederlander, en 's zondags wel in de kerk zitten. Mensen met een gespleten bestaan. Een bestaan van de zondag en een bestaan van de maandag tot de zaterdag. Dat zijn de Farizeeën, er waren ook goede bij, maar dat waren de mensen die leefden in een uitwendig godsdienstige jas, en door mensen die daar niet doorheen keken geprezen werden. De Here Jezus prikte er zo doorheen en zei tegen zijn discipelen: denkt erom dat jullie niet op die mensen lijken. Ik heb het al eens vaker gezegd als je het heel kras wil zeggen, zou je moeten zeggen: denkt erom dat je nooit godsdienstig wordt. Bekeer je van je godsdienstigheid waarin het erom gaat wat de mensen van je vinden. Zolang je daar nog erg door bepaald wordt, je hebt er allemaal wel eens een beetje last van, maar zolang dat je nog erg beheerst wat de mensen er van zullen vinden hoe jij je gedraagt, lijk je meer op het soort rechtvaardige zoals de Farizeeën dan op het soort rechtvaardige waarvan de Here Jezus zegt: dat zijn mijn echte discipelen. Nu, aan het einde heb je die twee mensen tegenover elkaar en het merkwaardige is hier wordt helemaal niet over een levensstijl gesproken. Hier wordt niet gesproken over een bekeringsverhaal. Hier wordt niet gesproken over wat ze doen zelfs, wat ze zeggen. Hier wordt gesproken over wat ten diepste het fundament van het bestaan is. Ook dat hoort weer bij die afdeling waar ik het net over had van: zo zouden wij het nooit verteld hebben natuurlijk. Als wij een onderscheid willen maken tussen rechtvaardigen en goddelozen, zeggen wij: die eersten zijn bekeerd en die tweeden niet. De Here Jezus zegt je moet kijken naar wat de basis is van hun levenshuis. Wat ze vertellen over wat er vroeger allemaal gebeurd is, dat kunnen we toch niet nagaan. Maar kijk eens naar wat is de basis van hun leven? Waar leven ze uit? Waar staat hun levenshuis op? En dat is niet op hun eigen verhalen. Je kunt de vastigheid in jezelf vinden. Het geloof is een zeker weten en een vast vertrouwen zegt de Catechismus. Dat vast vertrouwen is nooit op je ervaringen, is nooit op je gevoelens, zoals zoveel mensen bij me komen en zeggen: ja, ik weet het niet zeker of ik eigenlijk wel behouden ben want ik voel niet het goede en ik doe niet het goede. En ze zoeken constant in hun eigen bestaan, terwijl: de ENIGE vastigheid de ENIGE zekerheid vind je in de beloften van God. BUITEN JEZELF. Jouw levenshuis vindt zijn anker niet in zichzelf, vindt zijn fundament niet in zichzelf maar op de ROTS of op het zand(zichzelf) Waar bouw je op, op de beloften van het woord of op je eigen emoties en ervaringen en belevingen, positief, negatief. Ben je een navelstaarder of ben je iemand die zijn woord overpeinst bij dag en bij nacht, en daarin al zijn zegen en vreugde vindt en leeft bij de beloften van dat woord en niet bij de wankelmoedigheid van je eigen hart. U weet wat de Rots is, in het oude testament, Deuteronomium 32 is daar een prachtig voorbeeld van, maar ook vele plaatsen in de Psalmen, God is de Rots. Die Rots is niet een ware leer, daar red je het niet mee voor de eeuwigheid, ik zeg niet dat het niet belangrijk is, maar dat is niet je fundament. Een kerk die het moet hebben van de ware leer die redt het niet. Dat is een van mijn problemen met de Nederlandse geloofsbelijdenis. De kenmerken van de zuivere kerk, de zuivere leer, de zuivere, de zuivere toepassing van de sacramenten en de zuivere handhaving van de tucht en dan kan je nog een hele kerk hebben van goddelozen. Ik zeg het dan een beetje zwart-wit, maar dat zijn uitwendige kenmerken. Het gaat niet om de zuiverheid van de leer. Het gaat erom dat jij je fundament vindt buiten jezelf en dat nog niet eens in een ware leer, zelfs niet in de Bijbel maar in een Persoon. Die Persoon kennen we alleen door de Bijbel, dus alstublieft begrijp me niet verkeerd, maar je fundament ligt in die PERSOON. HIJ is de ROTS. Zelfs de Bijbel is niet de Rots, maar we kennen die Persoon alleen maar UIT de Bijbel. Het zit hem niet in je kerkstructuur. Het zit hem niet in je belijdenisgeschriften. Het zit hem niet in de ware leer. Het zit hem niet in de goede predikanten. Het is allemaal mooi en het is allemaal prachtig maar het geeft geen vastigheid. En wat mensen over je uitspreken het geeft geen vastigheid. Je huis moet gebouwd zijn op de ROTS. Dan komen de stormen. Dat is in zekere zin goed, weet je dat?

Er wordt dus niet gezegd dat als je een wijze bent, dat je dat soort stormen bespaard blijven. Nee, die blijven je niet bespaard. Een wijze blijkt niet daaruit dat hij nooit meer stormen ondervindt, maar dat als er stormen komen zijn huis overeind blijft staan. Want hij heeft dat huis niet gebaseerd op zijn eigen wankelmoedigheid. De laatste tijd verschijnen, zelfs vandaag nog, via internet berichten zo gericht op wat mensen in hun leven meemaken en dat geeft hun dan vertrouwen in God. Of ook soms dingen die tegenvallen, waardoor ze hun vertrouwen in God verliezen. Het is zo'n wankelmoedigheid. Ze vertrouwen God als het goed met hen gaat en als er tegenslagen zijn dan weten ze niet of ze God nog wel kunnen vertrouwen. Ze weten dat ontzettend veel gelovigen het moeilijk hebben in deze wereld, maar nooit heeft dat gegeven hun vertrouwen geschokt, totdat het HEN overkwam, en hun huis stort in elkaar. Ik bedoel dat niet hard. Ik bedoel alleen maar dat hun fundament gebaseerd was op een Godsidee waarbij God er altijd is om te zorgen dat het jou goed gaat. Als het dus slecht met je gaat is jouw hele geloofsleven in de war. Twee voorbeelden, ik noem ze toch eventjes. Van een dominee, die op elf september gespaard gebleven was toen daar die twintowers naar beneden kwamen en daardoor was zijn geloof enorm versterkt. Maar waarom zou je geloof versterkt worden omdat jij bewaard bent gebleven? Wat dan van al die Christenen die er ook onder die drieduizend slachtoffers waren en niet gespaard zijn gebleven? Heb jij dan een streepje voor? Is jouw geloof daarvan afhankelijk? En wat ik vandaag las over een Katholieke moeder wier kind gestolen is een paar jaar geleden in Portugal, u kent het verhaal misschien wel. Die heeft een hele zware strijd gehad. Dat kan ik zo goed begrijpen want ik ben ook maar een mens. En tegelijkertijd zeg ik: als je vertrouwen gericht is op een God die er alleen maar voor zorgt dat het jou goed gaat, dan heb je jouw huis op zand gebouwd. Dan heb je jouw huis gebouwd op een God van jouw eigen maaksel. Nee, ik bedoel dat niet hard. Ik bedoel alleen maar waar is je vertrouwen op gebaseerd? Dat is het geweldige van het boek Job. Job twijfelt nooit aan zijn geloof, hij snapt helemaal niks van God en hij maakt Hem daar ook nog verwijten over. Ik denk dat God soms liever wil dat wij Hem verwijten maken dan die valse berusting en gelatenheid die je soms ook ziet. Als vanuit een soort van fatalistische levensopvatting. Nee, hij moppert op God maar hij klampt zich aan God vast, het komt niet in zijn hoofd op om aan God te twijfelen. Gisteren voor een radioprogramma vroeg de journalist ook: twijfelt u weleens? Dat is zo'n vraag. Ik twijfel heel vaak aan mijn eigen opvattingen, ja. Zie ik het nu echt wel goed, zou het nu toch nog niet anders zitten? Maar ik kan niet twijfelen aan de Rots. Ik heb niet veel verstand van bouwen maar als ik zou bouwen op een keiharde rots dan zou dat belachelijk zijn om te betwijfelen of dat fundament wel stevig genoeg is. Je kunt niet twijfelen aan God en een God die er alleen maar voor zorgt dat het jou in alle opzichten goed gaat wat is dat voor een Godsbeeld? Wat goed dat we het boek Job in de Bijbel hebben. Zoveel gelovigen, mensen die echt belijden gelovig te zijn, ik heb ook geen reden om eraan te twijfelen, hebben toch hun huis op zand gebouwd. Misschien is het een beetje te ver als ik dat zo zeg: op zand gebouwd. Hun levenshuis staat op de Rots, laat ik het dan zo zeggen. En hoe komt het dan toch dat ze zo verschrikkelijk vaak in de war zijn? Zo vaak zo geschokt zijn, als het hen niet goed gaat of hun kinderen of wat ook? Dit is het kenmerk van het geloofsvertrouwen: Here God ik begrijp soms niets van U, maar ik vertrouw U. Ik begrijp soms niets van U. Maar het kan moeilijk zijn. Mijn vrouw zei in het weekend, ze wist van een vriend die al heeeel lang lijdt aan een ziekte die hem al tientallen jaren in een rolstoel laat zitten. Hij kan zich bijna niet meer bewegen, en nu heeft hij ook nog darmkanker gekregen, er is anderhalve meter darm verwijderd. Mijn vrouw zei: Here God hoe kan dat nu, hoe kan dat nu? Die vragen herken ik. Die man is zijn geloof allang kwijt en zij probeert hem te helpen om dat geloof terug te vinden. Dan denkt ze verdraaid Here God ik probeer die man bij U terug te brengen en dan doet U zulke dingen. Dat is zo herkenbaar, maar het zal niet in haar hoofd opkomen om aan God te twijfelen. Maar je snapt soms absoluut niets van wat Hij doet. Dat klopt. Maar daarmee twijfel je nog niet aan God. Je twijfelt hoogstens aan het leven. Het huis staat op de rots. Maar er zit wel een hoop zand tussen als we bouwen op eigen ideeën en eigen theologieën en eigen voorstellingen en eigen ideeën over wat die God voor jou zou moeten doen en zou moeten betekenen. Alsof het een soort, vergeef mij de uitdrukking, ruilhandel is. Dat is Jacob in Genesis 28, maar die was toen een beginnertje. Hij zei Here God als U mij nu zegent en als U nu zorgt dat ik veilig in Padan-Aram kon en ik kom veilig weer terug, als U dat nu allemaal voor me doet,dan beloof ik dat ik U zal dienen. Pppfffff nou dat is nog een Jacob die ver van Bethel verwijderd is hoor! Er ligt een heel end tussen Genesis 28 en Genesis 35. Twintig jaar geestelijke ervaring en toen praatte hij anders. Dat is ruilhandel: God ik wil U wel dienen maar dan moet U natuurlijk wel altijd goed voor mij zorgen. Dat doet Hij wel maar niet altijd op jouw manier.

Wat is de basis, lieve mensen, van je leven? De stormen komen, maar als je huis op het zand gebouwd is dan stort je levenshuis in elkaar. Mijn ouders hadden goede vrienden, de man was nog geen vijftig toen een losgebroken paard zich op zijn auto stortte en hij was terplekke dood. Ze gingen samen trouw naar de samenkomst, ik zou ook niet zeggen dat ze haar totale geloof verloor, maar ze was zo boos op God dat ze nooit meer een kerk of samenkomst van binnen heeft gezien voor zover ik weet. Ze kon het niet verwerken. Wie zal haar veroordelen? Toch moet je de vraag stellen waar was je huis dan op gebaseerd? We moeten dat, die vraag stellen. Is God er alleen om te zorgen dat het ons altijd goed gaat? En dan is het afgelopen. Het gebeurde toen Jezus deze woorden had geëindigd. Je moet die uitdrukking maar eens nagaan. Mattheüs wil wel elke keer een parallel trekken tussen Jezus en Mozes. Jezus is de nieuwe Mozes. Hij staat op de berg en Hij breng Zijn nieuwe leringen. Daarom staat er ook aan het begin van deze perikoop: ieder dan die deze Mijn woorden hoort, en in vers 26 nog een keer. Het zijn de woorden van Jezus, niet Gods woord, Jezus' woord. Hij is de nieuwe Mozes. Natuurlijk komt de wet van God, maar het is de wet van Mozes. Dit is de wet van Christus! Hij spreekt met autoriteit. Hij spreekt als de nieuwe Mozes. Vijf keer vindt u zo'n toespraak en die eindigt elke keer met een dergelijk zinnetje: toen gebeurde het toen Jezus deze woorden had geëindigd. Alsof er met die vijf toespraken een zinspeling wordt gedaan op de vijf boeken van Mozes. En dan ten slotte: de mensen stonden versteld! Het boeiende is, ze waren niet zozeer versteld over de boeiende inhoud, dat zouden ze ook moeten zijn, maar ze waren versteld over Zijn persoon. Over de manier waarop Hij sprak. Hij leerde hen als iemand die gezag heeft. Hadden de Schriftgeleerden dan geen gezag? Jazeker! De Here Jezus zegt later in Mattheüs 23: alles wat ze jullie leren moeten jullie ook doen. Hij onderstreept hun gezag! Ze hadden het gezag zoals een leraar op school, die in de klas misschien helemaal geen gezag uitstraalt maar toch gezag heeft, want hij is de leraar. Hij kan je maken of breken. Hij kan de cijfers bepalen en alles. Hij heeft macht maar hij straalt geen gezag uit. Een andere leraar komt binnen en het is meteen muisstil zonder dat hij hoeft te dreigen of wat dan ook. Hij heeft een natuurlijk gezag over zich. Die Farizeeën hadden gezag maar hier sprak iemand met een heel ander soort gezag, een gezag dat zozeer ingebakken leek in Zijn persoon zelf. Zijn toespraak maakte indruk, niet alleen maar door de prachtige wijze, diepe woorden die Hij sprak, maar maakte indruk om wie Hij was. Dat is voor ons moeilijk mee te voelen, want wij lezen het in de Schrift, wij horen Hem zelf niet spreken maar geloven het graag, dat de mensen zo onder de indruk waren. Wij zijn onder de indruk van Zijn persoon omdat we Zijn hele verdere geschiedenis kennen. Wij mogen ook onder de indruk zijn van Zijn onderwijs. Dit is uiteindelijk de vraag waar het in leven en sterven, in dood en opstanding op aan komt: ben je een rechtvaardige of een goddeloze? Ben je een discipel van de Koning of ben je iemand die wel Heer, Heer roept maar infeite ben je een werker van de wetteloosheid? Wat dat betreft is het erg zwart-wit. Dit is onderwijs voor discipelen van Jezus. Mochten we allemaal zulke discipelen zijn. GOD zegene Zijn woord.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?