Hart voor Waddinxveen


(7) Lezing gehouden op 11 april 2008 over "De prijs van het discipelschap" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
donderdag, 29 mei 2008 21:03

Ik stel voor dat we de Heer danken en prijzen.
Heer wat is het goed om U te mogen kennen, U die grote wonderbare Heer. Zo rijk aan liefde en genade, altijd weer opnieuw. Here Jezus als we eenmaal U hebben gezien en hebben leren kennen, als we eenmaal U hebben liefgekregen dan is het niet meer zo moeilijk om die prijs te betalen waar we het vanavond over willen hebben. Heer help ons om onze harten daarop af te stemmen en niet alleen maar op te letten wat we moeten betalen, wat de kosten zijn maar vooral te zien op wat u wilt schenken. U bent zo oneindig veel groter en de prijs die U betaald heeft is zo veeleindig veel groter dan alles wat wij aan prijs moeten betalen. Richt ons hart daarop, verheerlijk U naam in ons midden op deze avond. Amen.

Ik nodig u uit om met mij naar Lukas 14 te gaan.
Dat is wel HET hoofdstuk over de prijs van het discipelschap.
Lukas 14 vanaf vers 25.
Vele scharen reisden met Hem mede, en Zich omkerende zeide Hij tot hen: Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn. Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan mijn discipel niet zijn. Want wie van u, die een toren wil bouwen, zet zich niet eerst neder om de kosten te berekenen, of hij het werk zal kunnen volbrengen? Anders zouden, als hij de fundering gemaakt had, en het werk niet kon voltooien, allen, die het zagen, beginnen hem te bespotten, zeggende: Die man begon te bouwen, maar hij kon het niet voltooien. Of, welke koning, die tegen een andere koning wil optrekken om met hem tot een treffen te komen, zet zich niet eerst neder om te beraadslagen, of hij in staat is met tienduizend man iemand te ontmoeten, die met twintigduizend tegen hem optrekt? En zo niet, dan zendt hij, als de ander nog veraf is, een gezantschap en vraagt om de vredesvoorwaarden. Zo zal dus niemand van u, die niet afstand doet van al wat hij heeft, mijn discipel kunnen zijn.

Tot zover uit het woord van God voorlopig, ik zal nog menige andere plaatsen noemen, met name uit het Lukas evangelie. Laat ik u eens even, voor zover u dat nodig heeft even helemaal wakker maken door een stelling in uw midden neer te leggen. Daar moet u dan goed over nadenken, of u het daar mee eens bent of niet.

De stelling luidt:
Als je geen goede werken hebt gedaan, dan kom je niet in de hemel.
Wie is het met die stelling eens? JA, dat is even een stukje denk werk, voor de luisteraars thuis en de lezers, er gaan niet bijster veel handen omhoog!
Wie is het met de stelling niet eens?
Ja dat had ik niet anders verwacht, daar gaan vele handen omhoog!
Wel zet u schrap ik ga u duidelijk maken waarom de eerste groep gelijk heeft en de tweede niet! Dat had u niet gedacht hè, maar ik zal u vertellen hoe dat komt. Wij zijn allemaal, als degelijke protestanten, groot geworden in de overtuiging, en die is ook geheel bijbels, dat een mens gerechtvaardigd wordt door geloof alleen! Niet uit werken, waar of niet, daar zijn we het allemaal over eens. Daar ga ik geen stelling over houden, wie het daar niet mee eens is, dat willlen we niet eens weten. Maar dat was mijn vraag helemaal niet. Weet u, u blijft een beetje, daar bedoel ik dan die tweede groep mee, de groep die helemaal geen hand heeft opgestoken daar heb ik niet zo veel respect voor, die hebben niet eens durven kiezen. Ja dat waren er ook heel wat, dat heb ik wel gezien. Die dachten; mij niet gezien, wie weet waar ik intrap. Maar die tweede groep doet mij een beetje denken aan Maarten Luther, die arme man had in zijn torenkamertje in Wittenberg zo geworsteld met die vraag; Hoe krijg ik een rechtvaardig God?, want hij was zich zo bewust van zijn zonden. Totdat op een dag het licht opging en hij begreep dat hij niet door zijn goede werken en verdiensten bij de Here God hoefde aan te komen want die stelden allemaal toch niet veel voor. Hij hoefde zich alleen maar in geloofsvertrouwen over te geven aan de Heere Jezus en aan Zijn werk. En dan zou alles goedkomen. Dat was een geweldige zekerheid, een geweldige overtuiging, daar werd eigenlijk op dat moment de reformatie geboren. Maar het is heel vaak zo met mensen die iets belangrijks hebben ontdekt dat zij dat verabsoluteren en als zij het zelf niet goed uitleggen dan zie je dat de tegenstanders het ook niet goed oppakken en het misverstaan en dat is alle twee gebeurd. Want toen hij bezig was college te geven over alle brieven uit het Nieuwe Testament, hij was met de Romeinenbrief begonnen en eindigde daar achterin bij de Jakobusbrief, die bestudeerde hij en toen werd hij erg boos. Want in hoofdstuk 2 van de Jakobusbrief staat; Een mens wordt niet gerechtvaardigd door geloof alleen, maar ook door werken. En Luther was zo boos, hij noemde het een strooiend brief, hou er maar een vlammetje bij, zei hij, verbrand het maar uit je bijbel, want daar heb je niets aan. Hij was zo blij met wat hij ondekt had. Dat Jakobus dreigde roet in het eten te gooien. Wat jammer nou want Jakobus 2 zegt precies hetzelfde als de apostel Paulus. Daar komt nog iets bij, dat was het tweede wat ik noemde, ook de tegenstanders begrepen hem verkeerd. U weet in 1517 was de reformatie het begin, in 1543 komt er een hoogtepunt of een dieptepunt, net zoals je wil, op het Concilie van Trente, waar alle leeringen van de protestanten onder de loep werden genomen en werden veroordeeld. En die rooms katholieke theologen zeiden, die leer van Luther is levensgevaarlijk, want stel je voor dat mensen alleen maar geloven, ze hoeven alleen maar te geloven in Jezus, hoe hun leven er verder uit ziet dat doet helemaal niet terzake, of er goede werken komen, dat doet ook niet terzake, je hoeft alleen maar te geloven en dan kom je in de hemel. Ja, maar zo gemakkelijk gaat dat niet. Ik zal u wel vertellen toen Luther die Jakobusbrief wilde gaan verbranden had hij het mis, en toen het Concilie van Trente zo zijn leer opvatte, hadden zij gelijk, athans een beetje, want zo had Luther het ook weer niet bedoeld. Nou, hoe zit het dan wel in elkaar, wat verteld Jakobus 2 ons hier? Jakobus 2 zegt; Luister een mens wordt gerechtvaardigd door het geloof, maar dan moet het wel een echt geloof zijn. Niet zomaar een geloof van bla bla met je mond, maar een geloof dat uit je hart komt. Een geloof dat gepaard gaat met een nieuw hart, met wedergeboorte door de kracht van de Heilige Geest. Met andere woorden een geloof dat vrucht gaat dragen. En die vruchten, dat zijn goede werken. Niet alleen een goede houding maar ook heel concreet goede werken. Met andere woorden, als er dat geloof geen vrucht draagt, als er door dat geloof geen goede werken voortkomen, dan is het gewoon nooit een echt geloof geweest. En dat is precies hetzelfde als wat Paulus zegt. Paulus zegt in Romeinen 2 vers 13; De hoorders van de wet, de daders, niet alleen de hoorders, maar ook de daders van de wet zullen gerechtvaardigd worden. Zij die de wil van God volbrengen zeggen het op een andere manier, die zullen gerechtvaardigd worden. Wij weten door het vervolg van zijn brief dat dat alleen maar kan door wedergeboorte, door geloof. Gelovige mensen, van hen wordt gezegd in Romeinen 8 vers 2 dat zij vrijgemaakt zijn van de wet, van de zonde en de dood, in vers 4 staat dat zij door de kracht van de Heilige Geest de wet van God volbrengen. De daders van de wet worden gerechtvaardigd, maar dat kan pas als ze wederom geboren zijn en als dat nieuwe leven dat in hun is gaat vrucht dragen. Eigenlijk is heel Romeinen 6 daaraan gewijd. Aan het vrucht dragen voor de gerechtigheid. Daar heeft Paulus het in dat hele hoofdstuk over het feit vanaf het moment dat we tot geloof zijn gekomen wij ons leven wijden aan de gerechtigheid. Dat moet je dus ook aan iemands leven kunnen zien. Als het alleen maar praten met de mond is, maar het blijkt niet uit daden dan is het geen echt geloof! Dan is het een dood geloof, om nog eens uit Jakobus 2 te spreken.

Nou zullen we nou nog eens even terug kijken naar die stelling. Hartelijk gefeliciteerd alle genen die er niet ingetrapt zijn. Als je geen goede daden hebt gepleegd, als je geen goede werken hebt gedaan, dan blijkt gewoon dat je nooit een echt geloof hebt gehad. Dan blijkt daaruit dat je nooit wederom geboren bent. Dat de kracht van de Geest nooit in je gewerkt heeft, dan ben je helemaal geen gelovige. Nou heb je altijd slimme mensen, want ik heb dat wel eens vaker gevraagd hoor, maar dan heb je altijd slimme mensen die vragen; ja maar die moordenaar bij dat kruis dan? Maar die moordenaar daar aan het kruis die heeft een goed werk verricht, een van de mooiste werken die een gelovige kan verrichten; zodra er bij hem het licht op ging en God zijn hart veranderde gaf hij een goed getuigenis, een openlijk getuigenis aangaande de Here Jezus Christus. Dat is een van de eerste blijken van een veranderd en een nieuw hart. Niet alleen maar de gehoorzaamheid aan de Meester daar had hij niet veel kansen en gelegenheid meer voor, maar de liefde voor de Meester die in zijn getuigenis tot uitdrukking kwam. Zonder vrucht is het geloof een dood geloof. Daarom gaat niemand naar de hemel zonder dat hij goede werken heeft gedaan. En waar u intrapte was dat u dacht dat ik bedoelde –maar dat zei ik helemaal niet– dat die goede werken een voorwaarde waren. Nee, ze zijn een vrucht van het geloof. Maar wel een noodzakelijke vrucht. Als de vrucht er niet is, is er geen geloof. Waarom wijd ik er nu zo over uit bij het onderwerp 'de prijs van het discipelschap'? Dit is een buitengewoon belangrijk punt, omdat het ons laat zien dat discipel worden weliswaar niets kost, maar een discipel zijn dat kost je alles. Dat is een andere manier om hetzelfde te zeggen als wat we bij Paulus, bij Jacobus en bijvoorbeeld ook in 1 Petrus 2 vinden: "de Here Jezus heeft onze zonden gedragen op het hout, opdat wij in de gerechtigheid zouden leven." Niet alleen dat we rechtvaardig zouden worden als een soort eenmalige daad, maar opdat we zouden leven voor de gerechtigheid. Dat is wat Paulus zegt in Romeinen 6: onze leden ten dienst te stellen van de gerechtigheid. Dat is een leven consequent achter Jezus aan, wat het ook kost. Ik zeg het nog eens: christen worden, dat kost je niets, en dat is maar goed ook. Dat is nou juist het protestantisme, dat is de ontdekking van de Reformatie. Om een kind van God te worden, hoef je niets te betalen. Je hebt namelijk niets te betalen. Je kunt niets bijdragen. Je hebt alleen maar je zonden in te leveren, dat is alles.

Maar als je een kind van God geworden bent en als de Heilige Geest in je gaat wonen, dan moet dat blijken uit de vrucht van de Geest. En niemand zal totaal tevreden zijn over de vrucht van de Geest die wij voortbrengen. Dat kan zijn, maar daarom moeten ze er wel zijn. In Johannes 15 zie je dat er een verschil is tussen een klein beetje vrucht en heel veel vrucht. En de bedoeling is van Jezus en van God de Vader dat we niet een beetje vrucht dragen, maar heel veel vrucht. Maar een beetje vrucht is oneindig verschillend van geen vrucht. Geen vrucht betekent: er is geen leven uit God. Een beetje vrucht betekent: er is leven uit God, hoewel die persoon moet leren om nog veel meer vrucht voort te brengen door de kracht van de Geest. Dat is het grote verschil. Daarom lopen er achter de Here Jezus altijd twee soorten discipelen: discipelen die er lopen zonder dat het ze wat kost. Misschien omdat ze denken aan het einddoel van de reis: ze willen wel graag in de hemel komen, maar ze willen op aarde niet voor Hem leven. Ik zal u eerlijk vertellen: ik denk dat er heel wat van die mensen zijn tegen wie de Here Jezus zal zeggen: "Ga weg van mij, want Ik heb u nooit gekend." Omdat ze nooit –eigenlijk– de liefde tot de Meester gehad hebben waar we het de vorige keer over gehad hebben. Ze waren er alleen maar om eigenbelang op uit om niet in de hel te hoeven komen, maar er was geen liefde tot de Meester. Er was geen vrucht van de Geest. En waarom was er geen vrucht van de Geest? Omdat de Geest er niet was. Waarom was de Geest er niet? Omdat ze nooit werkelijk wederom geboren zijn.

Weet u, ik heb deze avonden veel gesproken over geloofszekerheid en dat is erg belangrijk, dat moet u goed vasthouden. Wat ik nu zeg is niet voor de wankelmoedige zielen onder u. Dat is altijd het vervelende als je een zaal aanspreekt met een zeer gemengd publiek. Als je zulke dingen zegt: de prijs van het discipelschap die we moeten betalen, dan zijn er altijd wankelmoedige zielen die toch al tobben met die geloofszekerheid en dan zich nog meer in de hoek gezet voelen en nog meer het idee hebben van 'zie je wel jongens, het wordt ook nooit wat, want die vrucht zie ik helemaal niet bij mezelf'. Dat zijn de mensen die de verkeerde boodschap ter harte nemen. Deze boodschap was niet voor die mensen bedoeld. Daar heb ik al menigmaal op deze avonden tegen gesproken. Vanavond heb ik het over diegenen die op een koopje in de hemel willen komen, maar die nooit werkelijk een vernieuwd hart hebben gekregen. Want als ze dat hadden, zouden ze anders leven. Ik heb het niet over degenen die zich zorgen maken omdat ze zo weinig vrucht bij zichzelf zien. Want ik zeg nog eens: weinig vrucht is een teken van nieuw leven, als is het jammer dat het niet meer is. Maar weinig vrucht is een teken van nieuw leven. Ik heb het tegen degenen onder u, en misschien komen die helemaal niet naar zulke avonden hoor, dat kan ook zijn, maar je weet maar nooit, misschien komt er wel een cd in handen op één of andere manier, ik heb het toch over diegenen waar géén vrucht is, die niet werkelijk belangstelling hebben voor de Meester.

Ik zie dat zo voor me in Lukas 14. Daar is die grote schare van mensen die achter de Here Jezus aan lopen. En ineens draait de Here Jezus zich pardoes om, zodat de mensen die het dichtst bij Hem zijn bijna tegen Hem opbotsen. Ik zou me zo kunnen voorstellen dat Hij –mag ik het even zo op z'n Hollands zeggen– dat Hij er genoeg van heeft. Die hele schare van mensen die achter Hem aankomt, waar er zoveel bij zijn die er alleen maar zijn uit hun nieuwsgierigheid, om de sensatie. Maar die geen werkelijke belangstelling hebben voor de Meester, laat staan echte liefde voor de Meester. Hij draait zich bruusk om en Hij zegt het hun midden in het gezicht: 'als je niet aan de eerste en aan de tweede en aan de derde voorwaarde voldoet, kun je Mijn discipel niet zijn'. Daar zal menigeen van geschrokken zijn toen de Here Jezus dat zei. Je hebt eerder van dat soort momenten in de evangeliën. Als de Here Jezus de berg beklommen heeft, waar Hij, wat wij dan noemen, de bergrede zou houden in Mattheüs 5-7, dan zie je dat er een grote schare mensen is. Maar de Here Jezus richt zich niet zozeer tot die schare -die mogen dat wel allemaal horen- maar er staat uitdrukkelijk: Hij richtte Zich tot Zijn discipelen. Hij geeft onderwijs over hoe een discipel moet zijn. En als je de bergrede doorleest, zie je dat Hij een bijna onmogelijke opgave aan die discipelen stelt. En nogmaals zeg ik u: wat in die evangeliën nog niet zo duidelijk is, zeker daar in die bergrede, dat wordt pas duidelijk in het Nieuwe Testament. Zoiets als de bergrede kun je alleen in de praktijk brengen door de kracht van de Heilige Geest. Dat heb je niet in jezelf, dat is een onmogelijkheid. Als mensen dat tot een politiek programma willen maken, zoals dat wel eens gebeurd is -denk aan de Evangelische Volkspartij jaren geleden- dan leg je dat op aan een mensenmassa waarvan het grootste gedeelte helemaal niet wedergeboren is, de kracht van de Heilige Geest niet heeft, niet het vermogen heeft om zulke dingen in praktijk te brengen. En hier in hoofdstuk 14 van het Lukasevangelie staan ook drie van dit soort onmogelijkheden. Dit behoort tot de moeilijkste verzen van het Nieuwe Testament. Dit wordt geen gemakkelijke avond. Als je niet van de Here Jezus meer houdt dan van je familieleden, zelfs je eigen man of vrouw, dan kun je geen discipel van Hem zijn. Als je niet bereid bent elke dag je kruis op te nemen en achter Hem aan te gaan, kun je geen discipel van Hem zijn. En als je niet afstand doet van al je bezit, kun je geen discipel van Hem zijn. Zo, nu weet u het. Als u zo'n christen bent die er op uit is om uw materiële bezittingen te vergroten, wiens hele leven in het teken staat van nog welvarender en nog rijker worden, dan kunt u geen discipel van Hem zijn. Als u niet bereid bent uzelf te verloochenen –ik passeer ze nu in omgekeerde volgorde– en het kruis van de consequente navolging te dragen, kunt u geen discipel van Hem zijn. En als Jezus in uw leven de derde of de vierde plaats inneemt, omdat andere mensen om u heen in feite belangrijker voor u zijn, kunt u geen discipel voor Hem zijn. Hij stelt de hoogste eisen.

Ik dacht een ogenblik bij de voorbereiding: misschien hadden we deze avonden wel moeten omdraaien: eerst de prijs voor het discipelschap en daarna de liefde tot de Meester. Maar eigenlijk ben ik achteraf blij dat we het zo gedaan hebben. Want lieve mensen, wat we hier vanavond voor ons hebben, kun je niet begrijpen als je niet mee hebt nagedacht over Wie de Meester is en over onze liefde tot Hem. Maar in de eerste plaats betekent dat: wie is de Meester? Wie is –mag ik het zo even zeggen– zo gek om zo onvoorwaardelijk achter deze Meester aan te gaan tenzij je gezien hebt Wie Hij is en wat Hij is en Hij zo belangrijk voor je geworden is, omdat die liefde van Hem zo groot is. Dat je zo diep onder de indruk bent gekomen van de prijs die Hij heeft betaald, dat de prijs die wij moeten betalen daarbij helemaal in het niet valt. Kun je bedenken: als je niet de Here Jezus voor ogen hebt als degene die zo'n hoge prijs betaald heeft om u en mij te bezitten. Die zo oneindig veel liefde voor ons gehad heeft, die hier op aarde was om te dienen. We hebben net die dia gezien van de voetwassing. En dat gedeelte in Johannes 13 dat begint met die woorden van de Here Jezus die wist dat de Vader Hem alles in handen had gegeven. Maar ook dat Hij naar het kruis zou moeten gaan. Dan lezen we dat Hij de zijnen die in de wereld waren heeft liefgehad tot het bittere einde. Op het moment dat u denkt: die prijs is te groot, bedenk: Hij heeft een oneindig veel grotere prijs betaald. Als je dat niet bedenkt, red je het niet.

Laat ik eens beginnen met een vers uit Lukas 13 als opstapje naar hoofdstuk 14. In Lukas 13:23 staat: iemand zei tot Hem: Here zijn het weinigen die behouden worden? Nou geeft de Here Jezus een heel indirect antwoord. Je zou kunnen zeggen: hoe moet je uit dat antwoord nou destilleren wat hij bedoelde? Zijn het er nou veel of weinig die behouden worden? Het is alsof Jezus zegt: kijk maar eens hoeveel mensen er voldoen aan wat ik je nou voorhoud, dan kun je zelf concluderen of er nou veel of weinig mensen zijn die behouden worden in Waddinxveen. Kijk maar of ze hierdoor gekenmerkt worden: strijd om in te gaan door de enge poort, want velen zeg ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen. Dat lijkt ook weer zo'n onprotestantse tekst. We worden toch behouden uit genade? We hebben toch gezien dat we daar zelf niets aan kunnen bijdragen, dat dat allemaal God is Die dat aan ons moet doen? Dat laatste ja, daar sommige mensen vanuit een strenge predestinatieleer, die kunnen dat nog wel pakken, want ze zullen het niet kunnen, dat zijn de mensen die wel willen maar ze zijn niet uitverkoren dus ze kunnen niet, maar dat past dan weer helemaal niet bij de eerste regel van dat vers. Strijd om in te gaan door de enge poort. Alsof er van onze kant een strijd geleverd moet worden, ja, dat is ook zo, het is een eng poortje, het is een nauw poortje. Ik moet haast denken aan dat poortje van de kameel, in hoofdstuk 18. Nog eerder zal een kameel gaan door het oog van een naald, dan dat een rijke behouden wordt. Dat mogen we ons wel laten zeggen hier in het rijke westen. Een kameel door het oog van een naald. Ik vind het altijd aandoenlijk hoe mensen proberen dat beeld nog een beetje aannemelijk te maken, door of de kameel kleiner te maken, of die naald een beetje groter te maken, door allerlei slimme uitleggingen (ik heb er al heel wat gezien), maar laat dat nou maar lekker zo staan. Een kameel door het oog van de naald. Dat is nog eerder mogelijk. Zie je, het is een heel eng poortje waar je doorheen moet. Wat betekent dat? Dat strijden is niet dat je strijden moet tegen mensen die je proberen tegen te houden, dat gebeurt ook dat zie je in andere teksten, geweldenaars proberen je tegen te houden. Een beetje moeilijk hoe je die tekst moet vertalen, maar in Lukas 16, daar zijn er mensen die je ervan proberen te weerhouden door die nauwe poort binnen te gaan. Hier is het geen strijd tegen mensen, geen strijd tegen God, maar een strijd met jezelf. Want dat poortje is zo nauw. Daar kun je net jezelf doorheen wurmen. En er zijn ontzettend veel dingen die je achter je moet laten. In de eerste plaats je zonde, zelfs je lievelingszonde mag je niet meenemen door dat poortje, kan niet, is geen plek voor. Het is net als tegenwoordig op sommige vliegvelden die koffer moet er doorheen, en als ie te groot is, mag hij niet mee. Ik heb al wat scènes gezien op luchthavens, waar mensen te grote koffers hadden. U moet zo klein zijn. Alle overtollige bagage moet eraf. Al uw zonden, al uw lasten en al uw zorgen, maar ook alles wat u gaat verhinderen om een goede discipel van Jezus te zijn, moet u allemaal achter u laten. Zie je het heerlijk hè, dat vinden we mooi. Het evangelie is pure genade van God. Je krijgt het om niet. Mensen, dat is waar. Maar wat hier staat is ook waar. Ik zei het al. We willen.. ik zeg het maar met een beetje met een grove term. We willen van het evangelie soms een koehandel maken. We willen graag in de hemel komen en we zijn ook bereid daartegenover het volbrengen van enige godsdienstige verplichtingen te stellen. Maar het altijd vanuit het gevoel, het moet niet te gek worden. De godsdienst mag niet teveel van ons vergen. De strijd om in te gaan, dat betekent, het is een hele worsteling. Je kan er alleen maar zelf doorheen. Je kunt alleen maar dat vege lijf daar doorheen redden en al die dingen die je zouden belemmeren in je discipelschap, die moet je achter je laten. Zoals de Hebreeën brief zegt in Hoofdstuk 12: leg dan af, alle last en alle zonden en alle last die u ligt omstrikt. Omstrikt als een lange mantel die je draagt en die je zou verhinderen bij de wedloop. Bij de wedloop leg je alle overtollige kledingstukken af, zeker lange mantels waarover je zou kunnen struikelen. Dus niet alleen maar alle zonden afleggen, maar ook alle lasten. Alles wat je tegenhoudt. Alles, alles! Dit is discipelschap waarbij niet gemarchandeerd wordt.

Dan gaan we nu naar die moeilijke dingen in Lucas 14. zullen we dat eens even nader bekijken? Die eerste, dat hebt u gezien, het staat er zo vreemd, nietwaar?; Indien iemand tot mij komt en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zuster, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn. Er zijn altijd mensen die er de nadruk op leggen dat we de Bijbel vooral letterlijk moeten nemen, maar dan kom je met dit vers wel erg in de knoop. Want de Bijbel zegt ook dat je je vader en moeder moet eren. En je kunt niet je ouders haten en eren tegelijkertijd. Dit is een grammaticale constructie, en dat moet u dan maar even van mij aannemen, en dat is niet om aan de kracht van dit vers te ontkomen, dit betekent niet letterlijk dat je je familie moet haten. Haten betekent hier, zoals heel vaak in het Oude Testament in het Hebreeuws en in het Nieuwe Testament in het Grieks, in zo'n samenhang: "minder liefhebben dan". De boodschap is al moeilijk genoeg als je het zo opvat. Als je niet bereid bent om Jezus meer lief te hebben dan je vader en moeder en vrouw en kinderen en je broers en zusters, ja zelfs je eigen leven dan kun je Zijn discipel niet zijn. Lieve mensen, we zien dit elke dag om ons heen. Hoe vaak hoor je mensen niet zeggen: dat zou ik wel willen maar dat kan ik niet doen, dat wordt mijn oude moeder haar dood. Als ik naar die en die gemeente gaan en ik liet mij opnieuw dopen, of ik zou dit of ik zou dat, of ik zou in de zending gaan... of ik zou dat en dat gaan ondernemen, dat zouden ze absoluut niet begrijpen. Daar zijn heel wat voorbeelden van in de Bijbel. Abraham kreeg een roeping uit Ur der Chaldeeën om naar het land te gaan dat de Here God hem zou wijzen, maar toen hij in Haran aankwam, bleef hij steken. Je kunt uitrekenen dat hij tientallen jaren daar moest zijn blijven steken, totdat Thera gestorven was, dat zat 'm in de weg. Velen van ons worden geblokkeerd in wat ze eigenlijk weten dat ze zouden moeten doen voor de Here God, door hun ouders. Of ook door je eigen huwelijkspartner. Je moet toch goede vrede houden met elkaar, je moet het toch eens zijn, en dat betekent in het algemeen dat dan de één water bij de wijn moet doen en zich moet schikken naar de ander. Terwijl het maar niet gaat om secundaire dingen, maar werkelijk om de grote vraag van het discipelschap. Stuk voor stuk mensen, die hun familieleden, man of vrouw, meer liefhebben dan Jezus. En luister, u kunt me straks voorbeelden noemen wat u wilt, ik begrijp ook best dat er een heleboel situaties zijn te bedenken, waar wij met ons gezond verstand zeggen "ja maar in dit geval is dat toch heel logisch, dat je dat moet laten om je vader of moeder, of man of vrouw". Nou gaat u even met me mee naar hoofdstuk 9, dan zullen we kijken hoe logisch dat is. In Lucas 9:59 daar is iemand tegen wie de Here Jezus zegt: Volg mij. Wordt mijn discipel betekent dat. Laat alles in de steek en volg mij. En dan staat er: sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven, en dan zegt de Here Jezus in vers 60 laat de doden de doden begraven, maar ga gij heen en verkondig het koninkrijk Gods. Als je dit oppervlakkig leest dan zou je zeggen dit is toch een hele billijke eis van deze man. Zijn vader is net overleden hij staat nog boven aarde, zoals dat heet. Die man mag toch op zijn minst de begrafenis afwachten. Wat is dit voor onbillijke eis. Maar bij nader inzien denk ik dat die vader helemaal niet gestorven was, maar dat deze man wilde zeggen: luister, ik kan het op dit moment niet maken, maar ik beloof u Here Jezus, als mijn vader er niet meer zal zijn, als die blokkade is weggenomen, net zoals Thera werd weggenomen voordat Abraham verder trok naar het beloofde land. Als mijn vader er niet meer is, ja dan wil ik het wel doen. Maar zolang mijn ouders leven, echt Heer, kan ik het niet doen. Herkent u dat? Ik heb het menigmaal gehoord.

Luister, als het gaat om minderjarige kinderen, dan is het een andere zaak. Die nog van hun ouders afhankelijk zijn en als je niet meer van je ouders afhankelijk bent, althans financieel als je op je eigen benen kan en moet staan, gezien je leeftijd, maar je bent alleen maar bang wat je ouders zullen zeggen, wat je kinderen zullen zeggen, wat je neven en nichten zullen zeggen, dan is het een andere zaak. Wat is dat voor mensen belangrijk. En het is helemaal vreselijk als je je kinderen zo opvoedt. Nee dat doen we niet. Stel je voor. Wat zullen ze er bij ons in de kerk niet van zeggen, de dominee, de ouderlingen, de buurt, wat zullen zij er niet van zeggen? Als je je kinderen zo opvoedt, dan kweek je kleine huichelaartjes. Mensen die van kinds af aan getraind worden om niet de dingen te doen omdat de Here God dat wil, of omdat Hij dat niet wil, maar omdat de mensen dat zeggen. Dat is een handige opvoeding. Dat is slim. Zo maak je goede christenen. In plaats van dat je ze voorhoudt: dit doen we niet, want dat vraagt de Here Jezus niet van ons. Dit doen we wel, want dit is wat de Here Jezus van ons vraagt. En dat doen we dus, wat de buurt, de dominee, de kerk en de mensen en opa en oma ervan zeggen. Niet in de zin van, dat moet je ook weer je kinderen niet bijbrengen, dat het ons helemaal niet kan schelen wat de mensen van ons zeggen. Alsof we ons daar arrogant boven verheffen, alsof niemand ons meer zou kunnen corrigeren, alsof we buiten het bereik van elke correctie zijn, dat is nou weer het andere uiterste. Het gaat erom of je iets moet doen. Of als je iets moet laten voor de Here Jezus, dan doe je dat. Of dan laat je het. En dan mag het niet beslissend zijn wat mensen zeggen.

Zien jullie het mensen, dit is 1 van de 3 dingen waarvan Jezus precies weet hoe moeilijk dit voor je is. Want we zitten allemaal in een netwerk gevangen van familierelaties, vriendenrelaties en kerkenrelaties. Een netwerk waar iedereen op iedereen let. En dat is in een dorp nog veel sterker dan het geval dan in een grote stad. Iedereen let op iedereen en iedereen laat zich dus ook regeren door iedereen. En daarom draait de Here Jezus zich zo ineens om en zegt luister: als alle andere mensen belangrijker zijn dat Ik, dan kun je Mijn discipel niet zijn. Dan ben je een discipel van je kerk, van je medemens, van je dorp, van je ouders, van je buren, van je man of van je vrouw, of zelfs van je kinderen. Van iedereen, behalve van Mij, niet Mijn Woord is dan doorslaggevend, maar wat de mensen zeggen.

Ooit zij iemand tegen mij, dat was dan wel een Duitser, dat moet ik er eerlijk bij vertellen, het was ook nog een Pruis, dat moet ik er ook nog eerlijk bij vertellen, en hij was ook nog eens boven de 90, dat moet ik er ook bij vertellen. Hij zei: het is normaal dat een gemeente, net als een leger marcheert, allemaal precies in dezelfde pas. Daar komen dus nooit discipelen uit voort, behalve die vader en moeder die naar de parade keken en zeiden: kijk eens, onze Jan is de enige die in de pas loopt. Dat is even een doordenkertje. Maar het kon wel eens zijn zoals iemand eens zo mooi schreef; 'misschien loop Jan wel uit de pas' –het was trouwens een ongelovige die dat schreef- 'omdat hij een andere trommel hoort dan die de rest van het leger hoort'. Er zijn christenen die horen een andere trommel. En daar marcheren ze op. Die trommel komt van boven. Wij willen allemaal graag de Heer dienen, maar in feite dienen we de mensen om ons heen. We laten ons door dingen heen horen. We laten ons door hen aanpraten wat we mogen zeggen, wat we mogen denken en wat we mogen doen. En dat geldt voor mij en dat geldt voor u. Het enige verschil is dat sommigen van ons er proberen van los te komen en alleen naar de Heer te luisteren. En anderen van ons hebben dat nog geen eens door van zichzelf. Ze willen Christus dienen, maar wat Christus dienen is dat is identiek aan wat hun omgeving zegt wat Christus dienen is. Hoera voor de christenen die een andere trommel horen. De trommel van Hem. Kan dat dan nooit eens samenvallen met wat de omgeving zegt? Natuurlijk wel. De Heer kan ook mensen om ons heen gebruiken om ons de weg te wijzen. Maar waar het hier om gaat is; 'waar gaat je eigenlijke liefde naar uit?' Er is nog zo'n vers in Lukas 9:61 Weer een ander zei: 'Ik zal u volgen, Heer, maar sta me toe dat ik eerst afscheid neem van mijn huisgenoten.' Alweer zo'n billijke eis. Als iemand de zending ingaat, alsjeblieft, mogen we dan eerst een feestje bouwen om hem uitgeleide te doen? Een mooie uitzendingsdienst, dat is toch heel normaal? Maar de Here Jezus zag in het hart van deze man. En Hij zag met hoeveel banden hij gebonden zat aan thuis. En Hij zegt; 'Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods.' Hier tussen de weilanden wordt niet zoveel geploegd, maar als je enigszins een idee hebt van ploegen dan weet je hoeveel eer de boer erin stelt om een rechte voor te trekken. De andere boeren kijken er immers naar. Daar heb je het weer hè; 'het oordeel van de anderen'. We kijken bij elkaar hoe goed is iemand in het ploegen. In het trekken van rechte voren. Niet dat het enigszins van belang is of die voren nu recht of kronkelig zijn. Als het hele land is omgeploegd is het effect hetzelfde, maar zo werkt het niet voor een boer. En één ding heb ik wel begrepen –ik heb het nog nooit geprobeerd om rechte voren te trekken in letterlijke zin– maar ik heb wel begrepen dat als je voortdurend achterom kijkt dat dat niet lukt. Er zijn mensen die zo constant achterom kijken. Er zijn mensen die gevangen zitten in hun verleden. Weet u dat? Natuurlijk weet u dat, want we kennen allemaal zulke mensen. En sommigen van u zijn gevangen in hun verleden. Hun verleden dicteert hen. Zelfs als hun ouders overleden zijn dicteren hun ouders nog hoe ze moeten denken en hoe ze moeten leven. Dat is één manier, dat sluit aan bij het voorgaande. Zoals ze het altijd geleerd hebben, zo moet het, zo kan het ook niet anders, want als ze anders gaan denken, dan zouden ze zenuwachtig kunnen worden, dan raken ze in de war. Zoals ze het geleerd hebben, zo moet het altijd blijven anders dan zouden ze uit balans kunnen raken, onrustig worden. Ze kijken ook constant nog achterom naar dingen die in het verleden gebeurt zijn en die ze vandaag nog verlammen. Ze komen niet tot actie, niet tot toewijding, ze komen niet tot navolging want ze zitten vast, gevangen in hun verleden. En als ze daar niet krachtdadig uit bevrijdt worden –en soms moet daar echte bevrijdingsbediening bij aan te pas komen– dan blijven die mensen gevangenen. Ze zullen nooit in staat zijn om rechte voren te trekken voor het koninkrijk Gods. Het 2e in Lukas hoofdstuk 14. Als je niet elke dag je kruis op je neemt kun je mijn discipel niet zijn. In vers 27; "Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan mijn discipel niet zijn. " Dat elke dag heb ik er niet bijbedacht. Dat staat in Luk 9:23. U ziet het, die gedachten komen meermalen in het evangelie aan de orde. Daar zegt de Here Jezus in Luk 9:23 Hij zeide tot allen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme dagelijks zijn kruis op en volge Mij. Er zijn weinig uitdrukkingen waar ik zoveel verwarrende verklaringen over gehoord heb en ook zoveel als van deze. Wat is nu 'je kruis op je nemen'? Nou ik zal in de eerste plaats vertellen wat het niet is; Het is niet het kruis van de Here Jezus dragen. We worden hier niet opgeroepen om een soort Simon van Cyrene te worden die het kruis van de Here Jezus voor Hem willen dragen. Het was niet Simons eigen kruis, als hij later een discipel van de Here Jezus is geworden, dan heeft hij zijn eigen kruis moeten leren dragen. Wij dragen niet het kruis van de Here Jezus. Dat is niet de oproep die we hier vinden.

Dat betekent ook niet dat we elke keer worden opgeroepen om onze hartstochten en onze begeerten aan dat kruis te slaan. Zoals ik dat ook wel heb gehoord. Een voortdurende oproep in de strijd tegen de zonde om, zoals we dat bijvoorbeeld lezen in Gal 5 en Rom 8 'de begeerten en hartstochten van ons vlees daaraan te kruisigen'. Want dat is niet ons kruis, dat is opnieuw het kruis van de Here Jezus. Maar hier worden we opgeroepen ons eigen kruis te dragen. Het betekent ook wat we zo vaak horen dat mensen zeggen 'ach ja, ieder huisje heeft z'n kruisje'. Iedereen heeft nu eenmaal een kruis te dragen, maar het gaat hier niet over ziekten of over sterfgevallen of over financiële problemen of over zorgen over de kinderen en al dat soort dingen. Ik zal u dat bewijzen op twee manieren. Op de eerste plaats is dat helemaal niet typerend voor discipelschap. Alle mensen in deze wereld, gelovigen en ongelovigen, hebben daarmee te maken. Ze hebben allemaal, om maar even die uitdrukking weer over te nemen, hun kruisje. Ze hebben allemaal hun eigen portie aan leed te dragen. Niets specifiek voor de christen. In de tweede reden waarom die uitleg fout is dat het helemaal geen kruis is wat je moet opnemen. Het wordt jou opgelegd. Je vraagt niet om die ziekte, om die rouw en om die financiële moeilijkheden, je hebt je dat niet vrijwillig op je genomen, het is je opgelegd. Mensen zeggen dan heel vroom; 'het zijn geen vreemden die het je aandoen'. Het is blijkbaar iets wat je aangedaan wordt, je hebt er niet om gevraagd en het gebeurt toch. Maar lieve mensen, hier gaat het om jóúw kruis, dat je zelf moet opnemen. En er staat dagelijks. Als je je 's avonds uitkleed om naar bed te gaan dan zet je dat kruis tegen de linnenkast en als je 's morgens wakker wordt dan kan je ervoor kiezen 'zal ik het nou eens een dagje laten staan' of 'zal ik het vandaag opnemen'? Op elke morgen wordt je opnieuw met die beslissing geconfronteerd. Welke beslissing? Kijk, nou komen we waar we wezen moeten. Het is iets wat je op je neemt. Het is jouw kruis. Het is niet mijn kruis wat je moet dragen. Het is uw eigen kruis. En de Here Jezus geeft dat hier aan in Lukas 9:23, de zelfverloochening. Tegenover de zelfverloochening staat de zelfhandhaving. Als ik een goede indruk wil maken in deze wereld dan moet ik er vooral niet voor uitkomen dat ik een christen ben. Dan moet ik zoveel mogelijk gaan lijken op deze wereld. Iedereen kent dat, vooral iemand die in de samenleving een belangrijke functie heeft die weet van de strijd om ervoor uit te komen of je een christen bent of niet. De strijd om dat maar liever niet te doen. Om je carrière maar niet de weg te staan. Om je niet de smaad van je collega's of je buren op je hals te halen. In een alleszins christelijk dorp is dat misschien niet zo moeilijk. Maar in de grote stad waar ik het over had is dat al heel wat anders. Om ook voor je buren een christen te zijn, voor je collega's een christen te zijn. Elke morgen opnieuw sta je voor de vraag; 'ga ik leven als een christen, als een discipel, als een volgeling van Jezus?'. Dat betekent mijzelf verloochenen en Hem alle eer geven. Of laat ik dat kruis is een dagje staan? Dan zeg ik 'nou, Heer, mag ik nu eens één dagje zijn zoals alle anderen?' Gewoon lachen om dezelfde moppen waar zij om lachen, meegaan naar dezelfde plaatsen waar zij naar toe gaan. Één keer niet een getuige van Uw zijn Heer, één keer niet een consequente discipel van U zijn. Nee, elke morgen, dagelijks. Elke dag opnieuw word je voor die keuze gezet; leef ik als een christen of als de rest? En de Here Jezus zegt; 'als je er niet elke dag voor kiest om Mij radicaal na te volgen met alle consequenties van dien', en dat betekent grote zelfverloochening want dat is immers de prijs van de zelfhandhaving die je betaalt, 'maar als je niet elke dag zo achter Mij aankomt, dan kan je Mijn discipel niet zijn'. Elke dag je kruis op je nemen. Elke dag. Dat doen wat eigenlijk een beklaagde deed die ter dood veroordeeld was. Als u wilt begrijpen hoe deze tekst overkwam op de mensen van toen, weet u, voor ons is het kruis een ereteken. Heel veel van ons hebben een kruisje om, om onze hals hangen, of als broche, of wat dan ook, het kruis is een ereteken, het teken van het christendom. In die tijd was het een smadelijk teken. Wanneer droegen mensen een kruis? Als ze uit de rechtszaal kwamen waar ze het doodsvonnis te horen hadden gekregen. En ze verlieten die rechtszaal om naar de plaats van de terechtstelling te moeten gaan. Waar ze aan het kruis geslagen zouden worden wat ze op hun rug droegen. Die droegen niet het kruis vrijwillig op zich, die kregen het opgelegd, dat is het verschil, maar de Here Jezus zegt hier; 'zo moet je zelf vrijwillig dat kruis op je nemen als iemand die door de wereld veroordeeld is'. Paulus zegt dat in Gal 6:14, wat Gert en Hermien zongen, toen ze nog goed waren, "tussen mij en deze wereld staat het kruis van Golgotha". Kent u het nog? Het was eigenlijk een mooi lied. We zullen er maar niet teveel over nadenken welke monden en harten het lied ooit gezongen hebben. "Tussen mij en deze wereld staat het kruis van Golgotha". Een scheidslijn van jewelste. Want het betekent twee dingen. Lees het maar na in Galaten 6. Door die scheidslijn van het kruis betekent dat alles wat achter dat kruis ligt voor mij is gekruisigd, naar beiden kanten. Voor mij als gelovige is die wereld gekruisigd, over die wereld ligt een doodsvonnis. En doordat ik dat kruis opneem veroordeel ik de wereld. Dat staat in Hebreeën 11 zo mooi van Noach. Die ark bouwen, wat was nu die ark bouwen? Dat was nog eens een keer smaad dragen van de wereld. Het schip bouwen, zo'n reusachtig schip, op het land. Maar er staat 'dat hij daardoor de wereld veroordeelde' met het bouwen van die ark. Als ze vroegen 'Noach wat ben je toch aan het doen joh?' dan zei hij 'God gaat een oordeel brengen over deze wereld'. En ik ben het met dat oordeel eens, maar ik wil niet mee geoordeeld worden. En je bent alleen maar veilig straks in deze ark. Dus je bent welkom, als je met mij het oordeel van God over deze wereld erkent, dan mag je ook mee in de ark, maar ze lachten zich een kriek, natuurlijk deden ze dat niet. Nieuwtestamentisch gesproken zou je kunnen zeggen dat tussen Noach en de rest van de mensheid stond het kruis van Golgotha. Ik ben voor die mensen gekruisigd, ik tel niet meer mee, en zij zijn voor mij gekruisigd, zij tellen niet meer mee. Ja, als mensen wel maar niet als wereld, als systeem van zonde en satan, want dat is de wereld. Van zonde en satan, daar ligt het oordeel van God over. En door dat kruis op mijn nek zeg ik; wereld ik heb niets meer met jou van doen. Dat is niet de maatschappij, dat is niet de samenleving waar we zelf midden in staan, dat is de wereld, de wereldse optelsom van alles wat spreekt van de dood en van de zonde en van de satan in deze maatschappij. Dat is de wereld. Dat kruis op mijn nek betekent, ik veroordeel de wereld. Net als Noach die prediker van gerechtigheid werd. Tenslotte het derde. Zo zal dus niemand van u die niet afstand doet van al wat hij heeft Mijn discipel kunnen zijn. Sjonge, sjonge wat kunnen mensen zich vast klampen aan hun bezittingen. Ik kan er soms al nachtmerries van krijgen als ik kleiner moet gaan wonen en ik al mijn boeken moet weg doen. Misschien hebt u weer andere zorgen maar dat kan mij wel eens bezig houden ja. Want die boeken, dat is een kostbaar bezit, niet in geld uitgedrukt, ook wel beetje, maar omdat ze erg belangrijk voor me zijn. Ik heb ooit gehoord van een boer, ik zal maar niet vertellen in welk deel van het land het was. Maar een boer die steenrijk was, en hij had van een deel van zijn geld heel dure schilderijen gekocht, en hij wilde dat een van die schilderijen met hem begraven zou worden. Nou ja wat doe je zo’n laatste wens inwilligen. Maar toen bleek, toen hij in de kist gelegd was en ze dat erbij wilde leggen het niet paste. Dus ze dachten van nou ja er staat niet dat het in z’n geheel er in moet, dus ze hebben die lijst losgemaakt en het doek opgerold en toen bleek dat die lijst propvol zat met briefjes van 1000.

Dit is zo ongeveer het meest trieste voorbeeld van mensen die zich vastklauwen aan hun bezit. De familie had niks gelezen van die briefjes van 1000 in het testament, dus die hebben ze er maar uitgehaald zult u begrijpen, want zo waren zei dan ook wel weer. Oh oh, wat betekent dit nou letterlijk hè, je heb van die mensen die zeggen, maar nee, dit betekent letterlijk dat je alles moet weg geven, nou dat kan soms gebeuren ja. Er zijn van dit soort steenrijke mensen geweest in de geschiedenis die dat letterlijk in praktijk hebben gebracht, omdat de Heer dat van hen vroeg. De rijke jongeling was er zo een. Als dit nou precies is wat jou het meest in de weg zit, zoals die rijke jongeling in Lukas 18 die er zo naar verlangde om te worden zoals de Heer Jezus, en toen zei de Here Jezus; nou, dat is heel eenvoudig, ik heb niks, dus dan moet jij ook niks hebben. En je moet gewoon achter Mij aankomen, je moet je kruis dragen, en dan komt alles goed met jou joh. Als je zo graag op Mij wil lijken, Ik heb niks en jij heb veel, dus begin dan maar eens met dat vele weg te doen. En toen kwam tot uitdrukking precies dat waar ik in het begin voor gebeden heb, deze jongen maakte een kosten/bate analyse. En hij zag wel wat het hem zou kosten, maar hij zag te weinig wat het hem zou opleveren. En er staat, dat snijdt je door de ziel, en er staat dan, en hij ging bedroefd heen, want hij had vele goederen. Dat bedroefd betekent; hij wilde wel graag, maar de prijs was te hoog. Maar dat het niet altijd betekent dat je alles te gelde moet maken en aan de armen moet geven, dat zie je uit twee andere voorbeelden uit Lukas en daarmee komen we tot de afronding. Het ene voorbeeld vindt u in Lukas 5 bij Levi of bij Mattheus in het Mattheus evangelie heet hij Mattheus want dat was hem. De tollenaar. Dit is een mooi verhaal want hij zit daar rustig stel ik me zo voor in de deuropening te genieten van het lentezonnetje, geldtafel voor zich misschien, om als er mensen langs kwamen met achterstallige belasting dan kon die die meteen aanschieten, ik weet niet hoe het gegaan is, maar dan komt de Here Jezus voorbij en zegt Volg Gij Mij. En die man laat alles in de steek en gaat achter Jezus aan. Dat is natuurlijk wonderbaarlijk. Het kan toch haast niet anders of hij heeft geweten wie daar voorbij ging. En de Here Jezus heeft geweten dat deze man een heel diep verlangen in zijn hart had, normaal als een vreemdeling voorbij komt en die zegt volg mij en je weet nog niks van hem af, maar goed hoe het ook gegaan is hij stond op en hij volgde Hem en liet alles achter. Daar staat letterlijk, hij liet alles achter. Hij gaf alles op voor Jezus. Maar in het volgende vers staat dat hij een grote maaltijd aanrichtte in zijn huis en vele tollenaars en zondaars uitnodigde. En het geeft het dan prachtig weer. Hij gaf alles op, maar hij gaf het niet weg. Dat is het verschil. Niet iedereen hoeft alles weg te geven, als je maar wel alles opgeeft. Als het allemaal voor Hem is. Allemaal voor Hem. In sommige gemeenten hebben ze daar moeilijkheden over of je nou 10 procent moet geven van je inkomen, aan de gemeente. Nou sommige mensen vinden dat teveel of ze vinden dat het best te betalen is, maar dat het niet allemaal naar de gemeente hoeft. Hele discussies. Ik denk wel eens dat het hele principe verkeerd is. Wij worden helemaal niet geacht om 10 procent te geven, wij worden geacht om 100 procent te geven. En waarover je mag bidden is hoeveel je mag achter houden voor je eigen levensbehoefte. Die 10 procent is oud testamentisch, daar waren de zegeningen van het volk aardse zegeningen, Hij beloofde ze vele zegeningen, de Here God. En dáárvan moesten ze wel 10 procent terug geven. Maar wij hebben helemaal geen aardse zegeningen beloofd gekregen, wij hebben alleen maar geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten beloofd gekregen. Die aardse zegeningen zijn we alleen maar rentmeesters over, dat is helemaal niet van ons, dat is van Hem. Dus het is niet 10 procent voor Hem, maar misschien 10 procent voor ons. Voor elke cent die jezelf houdt, moet je je afvragen, mag ik dat voor mezelf gebruiken want het is eigenlijk allemaal voor Hem? In Lukas 16 ja, we hebben veel te veel om dat allemaal vanavond te bekijken u moet dat maar eens nalezen, bij die onrechtvaardige rentmeester daar zegt de Here Jezus op het eind, als je nou niet goed zorgt voor dat waarover je alleen maar beheer hebt, wat niet eens van jou is, zoals die rentmeester, wat zijn onze aardse goederen? Daar zijn we alleen maar rentmeester over, we zijn niet eens bezitters. We doen wel bezitterig, maar we zijn het niet. En dan zegt Hij; hoe zult u dan zorg dragen voor dat wat echt van u is? En dat zijn onze geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten.

Lieve mensen ik weet niet hoe zwaar ik het u gemaakt heb vanavond, niet zwaarder dan ik het mezelf gemaakt heb, troost u. De prijs is hoog. Misschien gaan sommigen van u wel bedroefd heen net als die rijke jongeling en zeggen; de prijs is te hoog, ik begin er niet aan. Ik ga maar door in m’n ouwe leventje en ik hoop er het beste maar van. Dat is riskant spel. Ik ga u niet dreigen, daar gaat het niet om. Wanneer je een discipel moet worden door dreigementen, dat is nou juist totaal het paard achter de wagen spannen, dat helpt helemaal niks, nee. Het probleem van de rijke jongeling was, hij zag niet wie Jezus was. Het is treffend dat pal daar achter aan staat het verhaal van de blinde man. En van de blinde staat dat als zijn ogen geopend worden, toen hij weer ziende werd, hij volgde Jezus. En dat is zo wonderlijk, je moet al die verhalen in samenhang zien met elkaar. Dat ontbrak deze jongeling, zijn ogen zaten nog dicht. Het koste hem teveel en dus ging hij weer weg. Het eerste wat die blinde man zag was Jezus, en er staat hij volgde Hem, dat had de Here Jezus helemaal niet gevraagd, hij deed dat vanzelf. Het eerste wat hij zag was de Here Jezus en hij volgde Hem.

En in het volgende verhaal staat van Zacheus, hij wilde Jezus zien, en hij kreeg Jezus te zien, en Jezus zag hem ook! Hij kwam zelfs in zijn huis en het gevolg was dat hij helemaal bekeerd werd tot zijn portemonnee aan toe. Ik heb wel eens iemand horen zeggen, het laatste wat van een Hollander bekeerd wordt, is zijn portemonnee, maar als die ook bekeerd wordt, dan weet je, nu is het echt. Alles wat hij gestolen heeft, dat zou hij terug geven en hij zou de helft van zijn bezittingen onder de armen verdelen, toen zag je echt, die man is bekeerd, hij is aangeraakt. Het is allemaal van Jezus, het is allemaal van Jezus! Als je weet wie Hij is, als je weet welke prijs Hij betaald heeft dan is onze prijs maar zo gering. Dan leggen wij alles zoals een oud lied het zegt, leg het al aan Jezus voeten neer. Dan zeggen we Here Jezus geef ons de kracht om U na te volgen, om u te dienen door alles heen. Dat we al onze belemmeringen af mogen leggen om alleen maar achter U aan te gaan Here Jezus. Dat is ons gebed. God zegene ons allen daarin. Amen

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?