Hart voor Waddinxveen


(1b) Vragen bij de lezing gehouden op 12 september 2008 over "De kern van het evangelie" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
maandag, 06 oktober 2008 19:17

Ik dank u dat ik een heleboel vragen van u hebt mogen krijgen, 1, 2, 3, 4, 5, vijf vragen, nou ja een heleboel ... u denkt ach dit is de eerste avond, we zullen hem even een beetje sparen.

De eerste vraag: Je zult in de hemel zijn wat God van je heeft weten te maken hier op aarde, zegt u stellig. Ja, ik durf het zo stellig te zeggen want ik heb het van een hervormde broeder; Henk Binnendijk dus als het mis is dan moet u bij hem zijn, maar hij had het weer van een evangelische broeder Sidney Willson en die heeft het weer uit de bijbel.

Het hele principe van de rechterstoel van Christus is denk ik veel gelovige niet duidelijk. U leest daarover in Romeinen 14 vers 10 en in 2 Korinthe 5 vers 10 en nog een aantal andere plaatsen wat meer indirect maar daar leest u over de uitdrukking de rechter stoel van God of de rechter stoel van Christus. En ik zei u te straks al het gaat er bij die rechter stoel niet over of u nu een kind van God bent of niet, nee dat is hier op aarde al geregeld en vastgesteld. Waar het om gaat, zo staat het ook in 2 Korinthe 5 we zullen ons moeten verantwoorden over ons leven, ons leven als rechtvaardigen als vromen. Was je er zo een als beschreven als in psalm 1 of was je zo'n half was gelovige misschien wel met een wedergeboren hart, maar die zich toch maar al te graag ophield in de kring des spotters en in de raad der goddeloze. Wat voor soort Christen was je? Een van de meest verderfelijke en gevaarlijke gedachten voor een christen is; ik ben bekeerd ik ben behouden dus mij kan niets gebeuren ik ga wel toch wel naar de hemel. Daar komt ook nog eens bij een hele discussie die ook 2 jaar geleden ongeveer rondwaarde in dit land over de vraag; eens gered, altijd gered ja of nee. Daar ga ik het nou niet over hebben, dan had u dat maar moeten vragen maar dat heeft daar die achtergrond. Als u zegt een gered altijd gered, uit roepteken! Dan kan dat lijden tot een gemakzuchtig Christendom. Ik hoor d'r bij dus mij kan niets gebeuren. Als je zo denkt vraag ik me überhaupt af of je wel een kind van God bent maar het zou kunnen gebeuren. Terwijl de rechterstoel nou juist niet gaat om de vraag of je een gelovige ben maar wat voor soort gelovige je was. Daar wordt er gesproken over een loon, dat is natuurlijk beeldspraak. Op de een of andere manier betekend dat een evaluatie, een brenger in Gods licht van wat wij als vromen hier op aarde geweest zijn. 1 Korinthe 13; Dan zullen wij van aangezicht tot aangezicht maar dat niet alleen, dan zal ik ook kennen zoals ik zelf gekend ben. Dan zal ik alle dingen kennen zoals God mij nu al kent. Pas dan zal ik voor de rechter stoel licht over alle dingen ontvangen inclusief het licht over mijn eigen leven. Daarom heb ik dat te straks ook zo geformuleerd, zo staat het er niet, maar als het Gods grote plan voor mijn leven is dat ik aan het beeld van zijn zoon gelijkvormig zal worden. Dat is eigenlijk nog dieper dan een beoordeling volgens iemand zijn werken dat is wat hij gedaan heeft maar dit is nog veel meer een beoordeling van wat we in de praktijk geweest zijn en dat gaat verder dan wat je doet. Wat voor soort mens was je was je het beeld drager van de Heere Jezus Christus? Ik gebruik wel eens het volgende beeld; we zullen in de hemel allemaal volmaakt zijn dat heb ik vorig jaar ook wel eens gezegd. Maar sommigen, zullen niet verder gegroeid zijn dan een vingerhoedje of een emmer. En allemaal vol van Christus maar sommige hier op aarde zijn vingerhoedjes gebleven. Nu moet ik daar nog wat bij zeggen ook op grond van mondelinge vragen over als een baby leven en als een baby naar de hemel gaan. Als iemand op zijn sterfbed tot geloof komt kan hij het natuurlijk niet helpen dat hij een baby is gebleven want hij heeft geen tijd gehad om te groeien. Het kan zijn dat hij anders het evangelie gehoord heeft het kan ook zijn dat het zolang heeft geduurd dat hij tot zekerheid van het geloof kwam. Er zijn ook andere die baby´s blijven doordat hun op dit punt te weinig onderwijs wordt gegeven. Daarom heb ik u gezegd ik wil u ook graag het evangelie verkondigen naar de zwakke mogelijkheden en middelen die ik daarvoor heb maar ik hou me gewoon aan Paulus. Ik wil u graag het evangelie brengen. Het evangelie gaat veel verder dan alleen maar de wedergeboorte. In de wedergeboorte wordt ons in principe alles geschonken. Net als die baby die net geboren is alles heeft. Misschien is hij wel erfgenaam van een groot concern, maar hij weet er niets van. Als hij baby blijft zal hij het ook nooit weten. Zo zijn we in principe in de wedergeboorte onnoemelijk rijk gemaakt maar als je niet het volle evangelie kent zul je nooit die rijkdommen leren kennen. Want als je denkt dat die bekering het hoogste was dan weet je ook niet van alles wat daarna komt. Dit is een heel gevoelig punt. In de jaren 50 verscheen een boek uit het Duits vertaald van Kurt Hutten over "Het geloof en de sekte" en daarin werd gezegd: sektarisch is alles wat verder gaat dan de rechtvaardigmaking en als gelovige niet met de rechtvaardigmaking tevreden zijn en ze willen meer dan dat, dat is eigenlijk al sektarisch. En ik val misschien in herhaling maar Paulus zegt; hetzelfde u te schrijven. Is u niet verdrietig, mij niet verdrietig, en u geeft het zekerheid, als dat zo is wat deze man schrijft ja dan met is ook sektarisch. Want de rechtvaardigmaking is het eerste van Gods zegeningen.

Die Hij van te voren gekend heeft die heeft hij ook bestemd om aan het beeld van Zijn zoon gelijk te worden. Die heeft Hij ook geroepen ... dat begrijpen we, die heeft Hij ook gerechtvaardigd ... dat begrijpen we ook wel, die heeft Hij ook verheerlijkt. Kunt u mij daar de definitie van geven?
Er is dus meer dan de rechtvaardigmaking en er staat niet bij die ZULLEN verheerlijkt worden maar die ZIJN verheerlijkt! Wat is dan die heerlijkheid? Nou dat is een van de manier, dat is dus over Romeinen 8 vers 28, vers 29, dat is een van die manieren om hetzelfde elke keer uit te drukken. Daar gaat het om meer dan de rechtvaardigmaking. De rechtvaardigmaking is het begin van een heleboel zegeningen en die hebt u in principe allemaal maar als je niet weet wat je hebt kun je er ook niet uit leven en kan het niet vormgeven aan je leven en kan het niet vormgeven aan je leven, gestalte geven aan je leven. Als het kleine baby-tje gaat opgroeien leert het al zijn zegeningen en schatten kennen die het ontvangen heeft in de bekering. En daarom heeft het onderwijs nodig Daarom schrijft Paulus deze Romeinen brief, het kind heeft onderwijs nodig. Die gelovige in Rome zijn tot geloof gekomen maar nu hebben ze onderwijs nodig om het volle evangelie te leren kennen. En wonderlijk veel mensen voelen dat aan, er staan heel veel series bijbellezingen op mijn website of van daar naar andere websites. Maar die van de Romeinen brief die lopen altijd het beste en ik weet niet waarom dat zo is, naja ik weet het eigenlijk wel omdat er een intuïtief besef is bij vele, en dat is dan niet zon serie als nu, nu kan ik heerlijk uitweiden over twee verzen maar dat is dus een serie van vers tot vers waarbij we door de hele brief heengaan in zestien Bijbelstudies. Maar waarom wordt die zoveel beluisterd? Ik denk omdat er een diep besef is hoe noodzakelijk is dat we gefundeerd zijn in de fundamenten, de grondslagen van het geloof. Anders kan ik het niet verklaren. En dat is ook zo. En Paulus zegt, ik wil u dat elke keer weer schrijven, dat vind ik ook helemaal niet erg, ik citeer Filippenzen 3. Want het verdiept jullie zekerheid, je moet weten wat je ontvangen hebt. Je moet weten onze rijkdommen, al onze schatten van wijsheid en kennis zijn verborgen in Christus, schrijft hij in Kolosse 2. En als je alleen maar weet, zeg ik nog eens, wat de Here Jezus voor jou gedaan heeft, dan ben je als de blindgeborene die zei: één ding weet ik, dat ik blind was en dat ik nu zie. Sommige mensen vinden dat het toppunt van vroomheid. Welnee, dat is alleen maar de praat van iemand die nog niks weet behalve dat ie ziet. Dat is geweldig dat ie ziet maar als de Here Jezus bij hem komt en zegt: weet je eigenlijk wel wie ik ben? Dan zegt ie: 'k heb geen idee. Wie is die Zoon des mensen? En dan zegt de Here Jezus: dat is degene die nu met je spreekt. En dan gaat die man pas groeien. Het is geweldig dat hij blind was en nu ziet. Wat een zegen. Maar nu moet hij gaan groeien in de kennis, gaan opgroeien in de genade en in de kennis van de Here Jezus Christus. Dat betekent dus niet dat we, dat ik daarmee minachtend spreek of, nou ja, dat is maar een kleinigheid, die bekering, want dat is de start van alles. Je kunt geen volwassene worden als je niet begint met geboren te worden. Dat zal ik u wel vertellen, dat is een simpele regel. Dus die geboorte is ontzettend belangrijk maar het is tegelijkertijd het begin. Het is een begin om te gaan groeien in alle schatten die je hebt. Je hebt ze in beginsel allemaal maar je weet het niet. Het is net als wat God tegen Jozua zegt. Het hele land is van jullie. Nou fijn, het land is van ons. Ja, maar het is praktisch alleen maar jullie eigendom in zover je je voetzool erop zet. Ze moesten dat land gaan innemen, ze moesten het gaan veroveren. Sommige van u bezitten het hele land maar ze hebben er nog nooit of nauwelijks een voet in gezet. En weet u wat er gebeurde toen ze niet alles innamen en niet overal hun voetzool neerzetten, dat hele delen in handen van de Kanaänieten bleven. Het was allemaal van hen maar het is pas geestelijk je eigendom als je het persoonlijk gaat veroveren. Dat is die geestelijke groei. Dan ga je je zegeningen veroveren, ze worden deel van jou en je gaat eruit leven. Ze gaan jou vorm geven. Dit zijn heel belangrijke zaken. En daar zul je op beoordeeld worden, dat is loon. Dat is van beslissende betekenis als het gaat over 'met Christus regeren'. De één over vijf steden, de ander over tien steden. Natuurlijk is dat allemaal beeldspraak maar het geeft aan dat de één verder is gekomen dan de ander. En nogmaals, als je op het laatste nippertje tot geloof komt, kan je niet helpen dat je geen tijd had om verder te groeien. Maar Paulus zegt in 1 Korinthe 3 aan het begin: toen ik tot jullie sprak waren jullie nog baby's, onmondigen in Christus. Toen gedroegen jullie je vleselijk, ja mag dat alsjeblieft, als je net tot geloof gekomen bent hoef je nog niet alles te snappen. Dan mag je nog beginnersfouten maken. Dan mag je nog heel elementair er op een heleboel punten naast zitten. Dat is helemaal niet erg, dat hoort bij baby's. Dat hoort bij baby's. Baby's doen allerlei dingen die grotere kinderen niet zouden moeten wagen zelfs. Maar Paulus zegt nu zijn we zoveel jaar later en jullie gedragen je nog steeds als baby's. En nou is het wel iets wat jullie verweten kan worden. Hetzelfde in Hebreeën 5; in het begin waren jullie baby's, geen probleem. Jullie zijn nog steeds baby's, groot probleem. Daar zouden we wat betreft geestelijke groei heel veel over te zeggen zijn maar dat zou ver buiten het onderwerp gaan. Zoveel christenen gedragen zich als geestelijke baby's. Hele gemeenten worden (ver)scheurt door nijd en twist (1 Korinthe 3). Nou, nou dat doen baby's. Dat doen kleine kinderen; die maken ruzie met elkaar. Dat kinderlijk gedrag. Pronken met je tongengaven (1 Korinthe 14): kinderlijk gedrag. En zo zijn er zoveel voorbeelden in het Nieuwe Testament van kinderlijk gedrag. En dat betekent alleen maar dat je nog nooit geleerd hebt van geestelijke volwassen wording. Je moet het leren wat het is, dat is het onderwijs. Je moet het ook willen en je moet de krachtbron kennen om uit die krachtbron te gaan groeien en geestelijke vorderingen te maken.

Iemand zei: 'ik ken iemand die geen zekerheid van het geloof heeft en toch op Jezus lijkt.'
Dat is boeiend. Ik heb dat wel vaker gehoord. Al vele jaren geleden had ik iets dergelijks gezegd en daar was iemand, later hoorde ik van wie die vraag was; het is nu een heel bekende predikant; hij was toen nog jong, 'k denk dat hij nog theologiestudent was, hij was zelfs student van mij geweest onder andere, ik kende hem en hij zei: 'mijn grootmoeder heeft nooit durven zeggen dat ze een kind van God was maar ik zou niet iemand in mijn leven kennen die zoveel op de Here Jezus leek. En ik kan dat wel, ik kan dat wel herkennen. Sommige mensen groeien op in een kring waar zo weinigen durven zeggen dat ze een kind van God zijn. Het is gewoon dat je in een twijfelfase zit, dat je nog bekommerd bent. Mensen worden ook als zodanig aangesproken alsof dat de normale situatie is. Je ziet het aan het aantal mensen dat aan het Avondmaal gaat. In zo'n situatie kun je voorstellen dat mensen opgroeien met een grote schroom om te zeggen dat ze kinderen van God zijn terwijl tegelijkertijd, want God is natuurlijk wijzer dan ons verstand en wijzer dan al onze redeneringen, dan zie je toch dat God in zulke levens aan het werk is, dat dat echt vrome zielen kunnen zijn in wie je heel veel van de Here Jezus kan terugvinden. En toch denk ik, dat denk ik, ik kan het niet bewijzen, als ik met zulke mensen apart zou gaan zitten en ik zou zeggen: lieve broeder of lieve zuster, ik durf je zo aan te spreken, maar zeg nou eens heel eerlijk: is dat nou echt zo dat je het echt niet weet dan denk ik als ik hun vertrouwen had, als ik een half uur rustig doordrukte (nee, ik meen het) dan kan ik me niet voorstellen dat ze op de duur nog steeds zeggen: nee, ik weet het echt niet. Dat bestaat niet. Dat geloof ik niet. Ik geloof dat het vaak zo is dat veel van die mensen het niet durven zeggen omdat ze erop aangekeken worden: wat verbeeld je je eigenlijk wel. Ik heb het nu over heel specifieke kringen, dat is gelukkig niet massaal maar dat kan voorkomen, dat kan voorkomen. Maar voor de rest: leg die mensen bij de Here God neer. Laat ik het even zo zwart/wit zeggen: ik herken zulke mensen. Ik denk dat ik weet wat de vraagsteller bedoelt en ze bestaan. Net zo goed als we ook mensen kennen voor wie de zekerheid van het geloof totaal geen punt is. Ze praten er met het grootste gemak over en je zou geneigd zijn tegen ze te zeggen: maar wat is nou de geestelijke realiteit daarvan. Je zegt dat wel zo makkelijk maar waarom zie ik zo weinig vrucht bij jou. Als er echt een levend geloof is, het geloof is een gave van God, waarom zie ik die gave dan zo weinig vrucht dragen in jouw leven? Je praat zo vanuit de zekerheid; kijk dat is weer iemand die zit in een kring waar ze allemaal even zeker er van zijn. Dat is het omgekeerde gevaar. Ze praten vanuit een vanzelfsprekendheid die in die kringen heel gewoon is. Terwijl je misschien heel wat minder vrucht bij zo iemand ziet, hoeft niet altijd natuurlijk maar dat kan, dan bij die personen die er heel wat meer moeite mee hebben. Aan het begin van de Evangelische Hogeschool, we zijn alweer net begonnen, spreek ik vaak over dit onderwerp. Want er zijn studenten, we hebben er bijna tweehonderd dit keer, (zijn er vanavond ook hier die net op de EH zijn aangekomen? Eerlijk eentje? O, je hebt erop gezeten? Ja, ik zie het ja) maar heel vaak begin ik dan in het begin en dan zeg ik dat: Hier zijn jonge mensen die als ik zou zeggen: er valt een bom op deze zaal, wie weet er dan zeker dat ie in de hemel is? Enthousiast, sommige zouden nog geneigd zijn om erbij te zeggen: halleluja. En dan ga ik met die eens een appeltje schillen. Waar is dat op gegrond; hoe weet je dat zo zeker? En als ik aan jou vraag (ik ken je nog niet) maar zijn er vruchten in jouw leven; maar ik stel ook die andere vraag: Wie zou dan moeten zeggen: Ik weet het niet. Dan gaan er ook een aantal vingers omhoog, zo eerlijk zijn ze wel hoor. En dan ga ik naar die andere kant. Probleem is altijd met zo'n voorstelling dat soms de verkeerde mensen de verkeerde schoenen aantrekken. Maar diegenen die zo onzeker zijn dan zeg ik: Hoe kun je die zekerheid vinden want de Bijbel is daar heel duidelijk over. Toen dat echtpaar naar binnenging bij die landweer toen zei hij tegen hen: het is voor jullie want je hebt in geloof je dit toegeëigend. En ze hoefden niet te twijfelen. Ze hoefden niet naar buiten te gaan en te zeggen: ja, die landheer zegt dat wel maar ja of het echt zo is, we weten het niet, het is zo moeilijk, en dat soort dingen meer. Nou goed, laten we van dit punt afstappen. Ik geloof dat ik in de gauwigheid ongeveer alle vragen daarmee beantwoord heb, een beetje door elkaar. Maar dat is, even kijken, ja.

Ik hoop dat u begrepen hebt, dat wil ik nog even benadrukken, wat ik zei over die grafiek. Wij komen daar nog wel op terug op de volgende avonden. Ik heb dat aangeduid als, en dat bedoel ik helemaal niet denigrerend: het arme zondaar geloof. Iemand citeerde, en dat wordt vaak geciteerd, het woord van Luther. Luther heeft dat, ik dacht tamelijk op het eind van z'n leven geschreven, 'Simul Justus Et Peccator', tegelijkertijd rechtvaardig en zondaar. Dan ben ik zo'n eigenwijzeling die tegen Luther zou zeggen: Luther, maar waarom zegt Paulus dan in Romeinen 5 'toen wij nog zondaars waren'. Ik kan het helaas niet meer aan hem vragen. Misschien later, maar dan weet ik niet meer of ik nog belangstelling heb om dat soort vragen aan Luther te stellen. Misschien heb ik dan wel heel wat belangrijker vragen te stellen aan Luther maar zou ik 'm vragen: waarom zegt Paulus dan 'toen wij nog zondaars waren'. Voor sommigen is dat bijna heiligschennis als je zegt wij zijn geen zondaren meer. Omdat ze denken dat je dan bedoelt dat we nooit meer zouden zondigen. Vroeger was ik een zondaar. Dat is iemand die kon niet anders dan zondigen. Ik was in de macht van de zonde. Vandaag ben ik een rechtvaardige; ik ben niet meer in de macht van de zonde maar ik zondig helaas nog wel eens. En dat is dus veel erger. Als ik zondig is dat veel erger dan wanneer een goddeloze zondigt. Die kan niet anders. Die is in de macht van de zonde. Dus ik ben niet lichtvaardig. Als ik zondig, nogmaals, is dat veel erger want het had niet gehoeven; dat is Romeinen 6: 'Laat dan de zonde niet langer in uw sterfelijk lichaam heersen.' Het is voor een gelovige niet nodig onder de macht van de zonde te zijn. Als het toch zo is, heeft hij bevrijding nodig. Daar komen we later op. Ik geef uw vast voorproefjes. Pas geleden zaten, dat was in Groningen, daar zaten wel driehonderd studenten voor me. Ik zei: Wie is hier vrijgemaakt? Al die vingers omhoog. O nee, ik zeg nee, jullie bedoelen wat anders. Nee, nee, nee, ik bedoel vrijgemaakt in de zin van Romeinen 8:2. O, de wet van de geest des levens heeft ons vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood. Toen gingen de vingers wat aarzelender omhoog. En dat waren soms andere vingers. Toen zei ik: weten jullie wat dat betekent dan? Je kunt namelijk wederom geboren zijn en toch niet vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood. Daar heeft Romeinen 7 alles mee te maken. Iemand in Romeinen 7 is wederom geboren maar hij is niet vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood. En toen zei ik: 'wat zou het heerlijk zijn als al die vrijgemaakte studenten hier ook vrijgemaakte vrijgemaakte studenten zouden zijn. En alle andere gereformeerde en evangelische studenten ook vrijgemaakte evangelische en gereformeerde studenten zouden zijn. Vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood. Ik wil niet schoolmeesterig zijn. Ik ben schoolmeester, kan ik ook niet helpen, als ik frikkerig overkom, u weet het: ik ben schoolmeester. Maar als u op dit moment, ik zeg het heel eerlijk, als u op dit moment niet goed begrijpt en niet goed weet wat dat is dat je wederom geboren kan zijn terwijl je niet vrijgemaakt bent van de WET van de zonde en de dood. De wet; er staat niet bij 'vrijgemaakt van de zonde'. Vrijgemaakt van de WET van de zonde en de dood dan zeg ik: 'kom terug' want dan hebt u nog niet het hele evangelie begrepen. Dat is precies waarom Paulus die Romeinenbrief schrijft. En waarom die, mag ik het nog één keer zeggen, tegen die Romeinen zegt: ik vind het nou zo fijn om jullie gelovigen het evangelie uit te leggen. Dat wil zeggen: de volle rijkdom van alles wat jullie hebben ontvangen. Dat is het eigenlijk. Het is allemaal jullie deel alleen je weet niet hoe rijk je bent. Mag ik het jullie eens vertellen, hoe rijk jullie zijn. En ik zie allerlei problemen, ik heb allerlei dingen over jullie in Rome gehoord; jullie hebben ruzie onder elkaar over welke dag en welk eten, dingen die je niet mag eten, Romeinen 14 en allerlei andere vragen, talloze problemen. Maar één van de dingen die ik van jullie begrepen heb is dat sommige van jullie wel wederom geboren zijn maar niet vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood. Dat betekent dat jullie nog niet het volle evangelie kennen. Mag ik het jullie uitleggen, zegt Paulus.

Als u het nou jammer vindt dat we met zulke zevenmijlslaarzen door die brief heenlopen, dat gaan we doen, dan luistert u naar die Podcast, of hoe heet dat. Ik kan al die moderne termen niet uit elkaar houden maar zoiets, hè? Dan gaat u daar naar luisteren. Maar deze dingen komen in dit seizoen aan de orde. Het klinkt misschien een beetje eigenwijs maar ik heb een groot verlangen, ook met u, het volle evangelie te delen. God zegene Zijn woorden.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?