Hart voor Waddinxveen


(2) Lezing gehouden op 10 oktober 2008 over "Leven uit vergeving" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
woensdag, 22 oktober 2008 19:53

Wij willen samen lezen uit de brief van Paulus aan de Romeinen, hoofdstuk 3. Ik lees ook uit de NBG-vertaling. Romeinen 3 vanaf vers 21.

Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden – om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is. Waar blijft het roemen dan? Het is uitgesloten. Door welke wet? Der werken? Nee, maar door de wet van geloof. Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet. Of is God alleen de God der Joden? Niet ook der heidenen? Zeker, ook der heidenen. Indien er namelijk één God is, die de besnedenen rechtvaardigen zal uit het geloof en de onbesnedenen door het geloof. Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet.

Ik lees er nog bij uit hoofdstuk 4 vers 7 en 8, wat een citaat is uit psalm 32.

Zalig zij, wier ongerechtigheden vergeven en wier zonden bedekt zijn. Zalig de man, wiens zonde de Here geenszins zal toerekenen.

 

Tot zover uit het woord van God. Ik wil het vanavond hebben over een onderwerp dat helemaal niet in dat Schriftgedeelte van Romeinen 3 met zoveel woorden genoemd wordt. Ik heb u helemaal in het begin gezegd: we willen verschillende thema's behandelen en we gebruiken daarvoor – als ik het even zo oneerbiedig uitdrukken mag – allerlei kapstokken uit de Romeinenbrief, maar het is niet de bedoeling dat wij vers voor vers dit Schriftgedeelte behandelen. Het onderwerp is wel degelijk 'de vergeving der zonden en leven uit de vergeving'. Maar ik zal daarbij ook steeds naar dit gedeelte verwijzen, omdat in dit Schriftgedeelte over de rechtvaardiging wordt gesproken op een manier die nauwelijks boven de vergeving uitrijst. In de volgende hoofdstukken gaat het veel dieper. Dat krijgen we nog wel, als het ook verbonden gaat worden met de opstanding van Christus. Hier gaat het alleen over het sterven, het bloed van Christus: verlossing door zijn bloed. En hier betekent rechtvaardiging het vrijspreken van de schuld, het wegdoen van de schuld.

Vergeving is een wonderbaar iets. Sommige christenen hebben er wel eens over gesproken alsof het behoort tot het voedsel voor de geestelijke baby's, alsof het behoort tot het abc en de gevorderde christenen houden zich natuurlijk met veel verhevener zaken bezig. Ik denk dat dat een grote fout is. Het is opvallend dat als we in de geschriften van Paulus dat woord vergeving opzoeken, we het zullen vinden in één van de meest verheven passages die hij geschreven heeft. We vinden het in Efeze 1: 3-14 waar het gaat over de geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten die daar breed worden uitgemeten en in het midden daarvan staat dat wij aangenaam gemaakt zijn in de geliefden indien wij de vergeving van de zonden hebben. En hetzelfde ziet u in Kolosse 1, waar ons verteld wordt dat wij een erfdeel ontvangen hebben in het licht, doordat wij overgebracht zijn uit de duisternis naar het Koninkrijk van de Zoon van Gods liefde. En ook daar staat achter: indien wij vergeving van onze zonden hebben. Paulus denkt blijkbaar zeer hoog over die vergeving. Ik denk dat als wij de rechtvaardigmaking teveel alleen in juridische termen blijven bezien – en dat gebeurt nog al eens – dan zullen we nooit vatten hoe diep die vergeving is. Vooral in de middeleeuwen - en Luther en Calvijn hebben dat overgenomen (en de evangelischen hebben dat weer van Luther en Calvijn overgenomen) – wordt de rechtvaardiging eenzijdig bezien. Wat gezegd wordt is niet verkeerd, maar het is eenzijdig. Het is vooral de taal van de rechtszaal. Daar is een Rechter, daar is een aanklager – dat is de wet -, daar is een verdediger, een advocaat, dat is Jezus Christus. Daar is een beklaagde, dat is in feite elk mens. Hij heeft straf verdient, hij heeft een vonnis verdiend. Hij krijgt het ook te horen, maar een ander springt voor hem in de bres en zegt: "Ik wil de straf waartoe deze persoon veroordeeld is op mij nemen." En hij doet dat ook, waardoor deze persoon vrijuit gaat. Hij krijgt kwijtschelding van de schuld of in elk geval kwijtschelding van het vonnis, van het oordeel, want een ander heeft de straf gedragen. Wat ik nu gezegd heb, daar geloof ik heilig in, dat is allemaal zeer bijbels, maar het zou een verkeerde indruk kunnen wekken. Alsof vergeving – laat ik het zo zeggen – een technisch juridische handeling is. Alsof het in de vergeving – om een andere beeldspraak te gebruiken – om een boekhoudkundige handeling gaat. Er staat een schuld in de boeken van God en die schuld wordt uitgewist door het bloed van Christus. Dat is wel waar, maar vergeving is onnoemelijk veel meer dan een juridische of boekhoudkundige handeling. Er is niets dat ons zou diep laat inblikken in het hart van God als de vergeving der zonden. Ik geef u twee voorbeelden uit het nieuwe testament die dat onmiddellijk laten zien.

De gelijkenis van de vergeving in Matteüs 18, waar een man voor zijn koning verschijnt. De man met in onze valuta een miljardenschuld en hij kan die schuld niet betalen. En de koning gebiedt dat hij in de gevangenis moet worden geworpen totdat hij alles zal hebben afbetaald. Dat betekent eenvoudigweg dat hij dat nooit zal kunnen: hoe kun je in de gevangenis afbetalen? Hij is reddeloos verloren. En dan smeekt die man om genade. En dan lezen we dat de koning met ontferming bewogen werd en hij schold hem de schuld kwijt. Dat heeft niets met juristerij en met boekhoudkunde te maken. Het heeft er alles mee te maken dat een koning tot diep in zijn hart geraakt wordt. Hij kreeg medelijden, zegt de NBG. Dat is wat dun. Ik houd van die oude uitdrukking: met ontferming bewogen. Dat heeft, als je het letterlijk nagaat, met de ingewanden van God te maken. Hij zegt in de Statenvertaling over Efraïm: "Mijn ingewand rommelt over Efraïm." Dat zijn de diepste en tederste gevoelens. Bij de vergeving komen die diepste en tederste gevoelens van God in beweging. Het tweede voorbeeld is nog bekender, uit Lukas 15. Als de verloren zoon naar huis komt en die vader hem in de verte ziet. We lezen dan hetzelfde: hij werd met ontferming bewogen. Het hart van die vader komt in beweging. Dat hart opent zich wijd voor die jongen, die alles verbeurd heeft, die met zijn lompen terugkomt, met een lege buidel. En dat niet alleen: die - die oudste zoon zegt het later - met hoeren heeft doorgebracht. Alles heeft hij verspeelt. Het enige waar hij nog op kan hopen, dat is de ontferming, het medelijden, het mededogen, de barmhartigheid, de genade van de Vader. Als u ergens in de Bijbel wilt begrijpen wat genade is probeer dan een beeld te krijgen van de vergeving van God. Heere Heere, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft. Exodus 34; Gods eigen proclamatie over Wie Hij is, voor een zondaar. Dat is God. In de vergeving zie ik hoe vol barmhartigheid God is. Paulus zegt in de Efeze brief: 'Naar Zijn grote barmhartigheid. En in de Titus brief schrijft hij erover dat God rijk is aan goedertierenheid en mensenliefde. Gods hart loopt over van liefde, van medelijden, van ontferming. Allen zo kun je over vergeving praten. Hier in Romeinen 3 word dat ook gezegd.

In Romeinen drie zijn er drie voorwaarden voor de rechtvaardigmaking, en laten we het maar zo vasthouden voor het gemak: voor de vergeving, want dat verschilt hier niet veel. Drie voorwaarden van Gods genade, van Gods kant ten eerste 'Zijn genade' dat wil zeggen: God die uit de volheid van Zijn hart, schenkt zonder dat er enig recht aan de kant van de mens is. Zonder dat de mens ergens aanspraak op kan maken. Ten tweede de rol van Here Jezus Christus: Het is in Zijn bloed. U vind dat allemaal hier in Romeinen 3. Ten derde aan de kant van de zondaar: Geloof, daar kom ik zo op terug. Geloof, zich in vertrouwen wenden aan God overgeven. Het is door geloof, dat vind u in dit gedeelte vele malen. Het is in Zijn bloed, in het bloed van Christus in vers 25. En het is uit genade, in vers 24 'om niet', dat wil zeggen: gratis, voor niets, gerechtvaardigd uit Zijn genade.

Die vergeving is des te bijzonderder omdat het God oneindig veel kost. Dat is voor ons mensen helemaal niet zo makkelijk te begrijpen, wat een heel vertrouwde gedachte is voor de meesten van ons. Wij kunnen namelijk wel vergeven zonder dat het ons iets kost. Hoogstens moeten we misschien eens een keer flink slikken als iemand tegenover ons iets misdreven heeft en hij vraagt om vergeving. Misschien vinden we het wel moeilijk, misschien moeten we ons over een stukje bitterheid en beledigdheid en gekwetstheid heenzetten. Maar uiteindelijk worden we er helemaal niet armer van.

Wij kunnen namelijk iets wat God niet kan, dat is merkwaardig, wij kunnen iets wat God niet kan, wij kunnen zonde door de vingers zien, en dat kan God niet. God heeft daarvoor een fundament nodig, voor die vergeving. En dat fundament moet Hijzelf verschaffen. Daarom kost het Hem ook zoveel. Daarom is het ook niet waar zoals sommige mensen het soms gepresenteerd hebben alsof God die woedende God is die tot bedaren moet worden gebracht, daar had ik het de vorige maal ook over, en Christus daar tussen gesprongen is om die woedende God en de zondaar van elkaar te scheiden en Gods woede tot bedaren te brengen. En dan vergeten we wat er in Romeinen 8 staat, dat God zelf niet Zijn eigen Zoon gespaard maar Hem voor ons allen overgegeven heeft, dat het Gód was die het gaf, die Hém gaf. Dat het Gód was Die het alles koste. Dat God het liefste wat Hij had, heeft weggeven. Zoals de ouden het uitdrukte: 'God heeft Zijn hemel leeg gegeven'. Het heeft Hem álles gekost. Want Hij kan niet wat wij wel kunnen. Hij kan niet de zonde door de vingers zien. Daarom hebben we de vorige keer ook zo uitvoerig nagedacht over de gerechtigheid van God.

Veel Christenen, vooral evangelische Christenen denken graag aan de liefde van God, belichten dat aspect. Calvinisten zijn meer op de lijn van de gerechtigheid van God. Nou laten we elkaar vanavond de hand reiken, we hebben daar straks al een goed voorbeeld van gehoord. Ik zeg tegen evangelische mensen: " als het alleen de liefde van God was, dan zou ik wel weten mogen dat Zijn hart vol liefde is, genade, barmhartigheid, goedertierenheid, Hij is rijk aan mensenliefde. Maar dan zou in mijn achterhoofd altijd die vraag kunnen blijven: ' Is er nu wel aan Gods gerechtigheid voldaan?'. En omgekeerd als ik alleen wist van Gods gerechtigheid, waaraan voldoening gegeven is. Dan nog zou ik niet weten of God nu vergeeft omdat Hij, met eerbied gesproken, wel moet, verplicht is, verschuldigd is aan het werk van de Here Jezus, maar ik zou niet zeker weten of Hij ook werkelijk van mij hield.

Als we nou die twee dingen bij elkaar samen brengen: God die rijk is aan barmhartigheid maar ook God die rechtvaardig is, en alleen op een rechtvaardige grondslag, en wel doordat de zonde uitgedelgd zijn, door het bloed van Christus kan vergeven. Als we die beiden aan elkaar konden verbinden hebben we een evenwichtig beeld van de vergeving. Hier lezen we over de verlossing in Christus Jezus in vers 24. En we lezen nogmaals in vers 25 over Zijn bloed. Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel. Het middel waardoor de verzoening tot stand gebracht word. Niet de verzoening van God met de mens. Of van de mens met God, want dat is een heel ander woord in het Grieks, het is eigenlijk heel jammer en verwarrend dat wij daar maar 'e'en woord voor hebben in het Nederlands, andere talen hebben dat wel. Dit is niet reconsiliation this is propisation. Engelsen hebben daar helemaal geen moeite mee. Dit is niet verzeunung dit is zeunung, duitsers hebben er ook geen moeite mee. Alleen wij tobben daar mee.

In hoofdstuk 5 krijgen we die andere verzoening. Daar wordt de mens verzoend met God. Die twee, althans de mens was een vijand van God niet andersom dat lees je niet, maar de mens was een vijand van God en de mens moest met God verzoend worden. Maar hier gaat het over verzoening in die echt oud-testamentische zin van de offers, die we daar vinden. De zonden moeten bedekt, uitgewist, uitgedelgd worden. Dit is de verzoening van de zonde. In hoofdstuk 5 gaat het over de verzoening van de mens. Maar ik wil me niet teveel in technische dingen verliezen. Hier gaat het om de grote vraag: 'hoe kunnen zonden uit Gods oog worden weggewist, van voor Gods aangezicht worden weggedaan?' En het antwoord luid niet alleen maar 'door dat God er liefderijk aan voorbij gaat'. Dat is zonde door de vingers zien, nee. Er moest een dure prijs betaald worden. Dat is de verzoening door het bloed van de Heere Jezus Christus. Het heeft God alles gekost. Maar dan heb je ook wat ontvangen. Als je dan met David mag zeggen; ' welgelukzalig de mens wiens ongerechtigheden vergeven, en wiens zonden bedekt zijn' . Dat is die bedekking, en dat is niet alleen maar bedekking alsof je er weer onderuit kon halen, dat is uitwissing, uitdelging. Voor altijd weg doen uit Gods oog. Ik denk dat dit vergeving vier rijke dingen inhoud. Die u allemaal in de kiem in dit schrift gedeelte in Romeinen 3 terug vindt. Vier dingen. Je kan ze niet los van elkaar maken. Je kunt niet zeggen 'nou, ik zou al tevreden zijn als ik nr. 1 had, of nr. 1 en 2'. U krijgt ze allemaal of u krijgt niets.

Het eerste is, dat hebben we al gevonden; die uitdrukking in Mattheus 18, de kwijtschelding van de schuld. De schuld moest worden weggedaan. Stel u voor dat het denkbaar was dat God alleen daartoe de vergeving beperkt had, dan zou niemand weten 'hoe staat Hij nu tegenover mij?' Hij heeft mijn schuld weggedaan. Zoals je wel eens vergeving van iemand krijgt maar je hebt niet het idee dat zijn houding tegenover jou veranderd is. Hij heeft je de zonde wel vergeven, dat zegt hij tenminste, maar hij is eigenlijk nog even afstandelijk en bitter tegen jou. Dat is geen echte vergeving, dat is maar een kwart.

Want het tweede is de aanneming van de zondaar. Zonder de aanneming van de zondaar heeft de kwijtschelding van de zonde geen betekenis. God neemt niet engelen aan, maar Hij neemt het zaad Abrahams aan, lezen we in Hebreeën 2. Hij neemt mensen aan. Evangelischen leggen er graag de nadruk op dat je Jezus moet aannemen. Staat in de Bijbel. Gereformeerden leggen er graag de nadruk op dat God ons aanneemt. Staat ook in de Bijbel. Het zijn 2 kanten van dezelfde medaille. God neemt geen engelen aan, Hij neemt de gelovigen aan. Hij maakt ze tot Zijn kinderen. Hij drukt ze aan Zijn hart, zoals de vader dat deed met de verloren zoon. Maar dat andere hoort er ook wel bij. Het zijn 2 kanten van dezelfde medaille. Op het moment dat wij, zoals het staat in Romeinen 1, zovelen dan die Hem aangenomen hebben hun heeft Hij het recht gegeven kinderen van God te worden. Joh 1:12. En daar tegenover staat, God neemt zondaars aan. Op dat zelfde moment neemt God de zondaar aan. Dan moet je niet gaan zitten filosoferen wat nou eerst is, of nou God begint en dan de mens, of dat de mens begint en dan God, daar hebben we in 1618 al een scheuring over gehad, daar gaan we nou niet op terug komen. Het zijn 2 kanten van dezelfde medaille. Het is onzalig om daarover ruzie te maken, of te twisten over wat er nou eerst is. Want zonder geloof gaat het niet. En nou weet ik wel: u zegt dan meteen het geloof is een gave Gods, maar dat staat in de Efeze brief, niet in de Romeinen brief. U zegt dat maakt niets uit, maar dat maakt wel uit. In de Efeze brief heb je een dode zondaar. Wij zijn van nature dood in de misdaden en de zonde. Van een dode hoef je niets te verwachten. Je kunt in zijn oor schreeuwen wat je wil dat hij zich moet bekeren maar dat helpt niet want hij is dood. Alles moet van God komen. God is het die hem levend maakt, God is het die hem opwekt met Christus, God is het die hem de vergeving schenkt. En als iemand dan zegt: ja maar ik heb dan toch maar geloof, dan zegt Paulus, geloof is een gave van God. Maar dat is niet de voorstelling in de Romeinenbrief. In de Romeinenbrief heb je een springlevende zondaar, dat is gewoon een andere beeldspraak. Hij leeft in de zonde. Wat is de oplossing voor een levende zondaar? Hij moet in de dood. Ja dat is verwarrend omdat wij altijd alles door elkaar gooien maar dat wordt in de Bijbel allemaal mooi onderscheiden. Een levende zondaar daar is de oplossing voor: de dood, daar hebben we het volgens mij over in de 4e avond. Want dat wordt zichtbaar uitgebeeld in de dood. Als we het hebben over Romeinen 6. de levende zondaar is de enige oplossing voor van Gods kant, Hij brengt hem in de dood. Niet in zijn eigen dood, maar in de dood van Christus. Er zijn 2 kanten. Hier wordt de nadruk gelegd op de verantwoordelijkheid van de mens. De mens moet geloven. Hij moet dat werk van de Heere Jezus zich ook in geloof toe-eigenen. Je ziet dat bijvoorbeeld heel treffend als er staat: alle hebben gezondigd en derven de heerlijkheids Gods en worden om niet gerechtvaardigd uit Zijn genade. Je kunt je zo goed voorstellen hoe alverzoeners met zo'n tekst aan de haal gaan. Want wie zijn dat, die mensen die de heerlijkheid Gods derven? Dat zijn alle mensen, daar is geen uitzondering op. En in 1 adem staat erachter: en zij worden om niets gerechtvaardigd uit zijn genadig. Nou en ze kijken je triomfantelijk aan en zeggen: zie je nou wel, al die mensen die alles bedorven hebben die worden ook gered. Zo heeft elke ketter zijn letter en zo kun je teksten uit de Bijbel rukken en je gelijk daarmee halen. En zo vergeet je dat er elke keer staat: door geloof, door geloof, door geloof ... En als er geen geloof is krijg je niets. Het is voor iedereen! Ja zeker, God wil dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen zegt 1 Timotheus 2. Maar daarom worden ze niet allemaal behouden. God wil niet dat iemand verloren gaat zegt 2 Petr.3:9. Maar daarom gaan er wel mensen verloren. De oude noemden dat de wederstandelijke wil van God, dat is de wil van God die je kan weerstaan. Dat is de wensende wil van God. Zo proberen we de al die moeilijke mysteries een beetje uit elkaar te halen, maar daarom gaan er wel mensen verloren, want het is alleen uit geloof. Geloof is geen prestatie. Geloof is geen verdienste. Dat moet je er ook nooit van maken. Geloof is niets anders dan de arme drenkeling die de grond onder zijn voeten voelde wegzinken. En die door de golven meegesleurd wordt en die dreigt te verdrinken die roept: help. Is dat een prestatie of een verdienste, om help te roepen wanneer je in nood bent? Dat is nog niet het geloof trouwens. Het geloof is als de reddingsboei wordt toegeworpen. En je ziet die arme drenkeling al denken bij zichzelf: ach die reddingsboei is wel mooi, ik kan hem zo pakken, maar is het wel voor mij? Ik voel dat u hem voelt. Nee, hij is dolgelukkig. Er is redding en die redding wordt hem aangeboden, die wordt hem in de schoot geworpen, hij hoeft alleen maar vast te pakken. Weet u hoe de Bijbel dat noemt? Geloof! Geloof is je overgeven aan God. Geloof is niet alleen maar God vertrouwen, geloof is jezelf aan God toevertrouwen. Geloof is overgave. Geloof is niet een deal sluiten met God, een pakt, een verdrag: als U nou dit, dan zal ik dat ... geloof is je overgave. Zoals je je overgeeft aan iemand die je achterna springt in het water. En zegt: laat alles gaan anders kan ik je niet aan de wal brengen, als je tegenspartelt, gaan we beiden naar beneden. Laat los en ontspan je en vertrouw op mij! Er is geen keus dan zich alleen maar over te geven in geloof aan zijn redding. Geloof is nooit verdienste, nooit prestatie het is alleen maar de respons van een ziel in nood. Die zich werpt in de armen van God. Maar zonder dat geloof is er geen redding. Want je kunt je voorstellen, en zo zijn er veel in de wereld, die zeggen, die of niet in de gaten hebben dat ze bezig zijn te verdrinken, of die wel doorhebben dat ze bezig zijn te verdrinken, maar God zo haten dat ze de reddingsboei niet willen aannemen.

Het 3e element is: God neemt niet alleen de zondaar aan en Hij scheldt hem niet alleen de zonden kwijt, maar die zondaar is in de macht van de machten. Van de zonde, van de dood, van de satan, en in zekere zin ook van de wet. Romeinen 7 zegt: we zijn vrijgemaakt van de wet. Er zijn er 4. Vrijgemaakt van de zonden, Romeinen 6. Vrijgemaakt van de wet, Romeinen 7. Vrijgemaakt van de duivel, Hebreeën 2. Vrijgemaakt van alle machten die tegen ons waren. Zonder dat, zonder dat 3e element, zou de vergeving niet compleet zijn. Stel u voor dat we vergeving van de zonde hadden, we werden door God aangenomen, maar we waren nog steeds ten prooi aan de macht van de dood en van de zonde en van de satan en van de wet. Dan zag het er nog steeds slecht voor ons uit. Geen vergeving zonder redding van deze 4 machten die tegen ons zijn. Denk erom: de wet is heilig, rechtvaardig en goed. De wet is alleen maar tegen ons wanneer we proberen uit eigen kracht door werken der wet behouden te worden, dit even voor de duidelijkheid erbij. Dat is vergeving. En nu zal ik u eens iets merkwaardigs vertellen. Het evangelie is gratis. Maar dat wil niet zeggen dat het onvoorwaardelijk is. Nou moet u even nadenken dit is even een moeilijk punt. Het is wél gratis, maar je krijgt het niet onvoorwaardelijk. Als het onvoorwaardelijk was zou elk mens het krijgen. Zonder enig onderscheid. Het is gratis en God geeft het aan iedereen. Dat doet Hij met Zijn zonneschijn. Die krijgen we allemaal gratis. En voor morgen is ook weer veel zonneschijn beloofd. Dat is ook mooi want mijn vrouw wordt dit weekend 65 en elk jaar op haar verjaardag schijnt de zon. De Heere God moet op een bijzondere wijze van haar houden. Het leek er even niet op deze week maar het gaat weer gebeuren. Het is wonderbaarlijk. Maar de zonneschijn, daar genieten ook al die andere mensen ook van. Al die goddelozen bij ons in de buurt die genieten er ook van. Want het is niet alleen maar zonneschijn recht boven haar. Die zonneschijn van Gods genade schijnt overal, die is voor alle mensen. Wat voor boze ze ook zijn. Mattheus 5 daar zegt de Heere Jezus het al. God laat Zijn zon opgaan over bozen en goeden. Maar dat is niet zo met de vergeving. Het is niet zo dat God Zijn vergeving rijkelijk uitstort of je het nou wil of niet. Het is gratis. Maar het is niet onvoorwaardelijk. Om de vergeving te ontvangen, moet u aan 5 voorwaarden voldoen. Dit is dus een preek uit 9 punten. We hebben er nu 4 gehad.

U moet aan 5 voorwaarden voldoen. Dat is belangrijk hoor! Het idee dat het evangelie gratis is, zo staat het hier ook, Romeinen 3, een beetje deftiger, je ontvangt het om niet, dat wil niet zeggen dat er geen voorwaarden zijn. De eerste voorwaarde is: niemand ontvangt vergeving zonder berouw en belijdenis. Als een ziel geen berouw heeft over zijn zonden en zijn zonden niet belijd, dan kan God hem die vergeving niet schenken. Gods hart is wel vol vreugde om vergeving te schenken, met ontferming bewogen, maar als de jongste zoon gezegd heeft, zeg sorry pa, maar ik wilde alleen maar even mijn excuus aanbieden en dan ga ik weer. Voor de rest heb ik geen enkele prijs op wat u allemaal te vertellen had, maar dat zat me dwars. Ik wil even zeggen sorry en dan ga ik weer. Dan kon die vader die mooie rok niet kwijt aan hem en die sandalen niet. En dat gemeste kalf bleef dan gewoon het levende kalf. Dan kon hij zijn zegeningen niet kwijt. Echt berouw is dat een voorwaarde? 1 Johannes 1:9 is hier de sleutel. Indien wij onze zonden belijden, God is getrouw en rechtvaardig om ons onze zonden te vergeven. Nou moet u daarbij wel bedenken, dat doen veel mensen, die denken, o, jongens, berouw, O zou God mij wel vergeven? Ik heb vast niet genoeg berouw? Nou daar kan ik u in gerust stellen, dat weet ik wel zeker dat u dat niet heb. Geen mens op aarde zal ooit kunnen zeggen ik heb genoeg berouw gehad dus voor mij is er vergeving. A zou u van dat berouw weer een soort verdienste maken, u moet zich opwerken tot een bepaald niveau, en B als u zo zou spreken dan zou ik er ernstig aan twijfelen of God u wel vergeven heeft. Het klinkt meer als de Farizeeër dan als de tollenaar die in de tempel was. Sommige mensen eisen een zee van berouw voordat ze je een theekopje genade gunnen. En in de Bijbel zie je voorbeelden dat als iemand een theekopje berouw heeft dan schenkt God een zee van genade. Dus alsjeblieft hang je zekerheid van je geloof niet op aan de hoeveelheid berouw. Of de hoeveelheid geloof. Als je aan dat laatste twijfelt dan roep je maar als de vader van de maanzieke knaap, ik geloof Heer maar kom mijn ongeloof te hulp. Maar er moet berouw zijn. God houdt ervan in Zijn hemel te wonen maar Jesaja 57 zegt dat Hij er ook van houd om te wonen bij een iemand die van een verslagen en een verbrijzelde geest is. Dat is verootmoediging waar we daar straks over hoorden. Verootmoediging! Gisteren was het Jom Kipoer, Grote Verzoendag, tien dagen lang vanaf Rosh Hasjana, Joods nieuw jaar, tot en met gister de tiende van de maand, dat zijn de tien ontzagwekkende dagen. Waar de jood geacht word tien dagen lang zich te bezinnen op zijn zonden, en zich voor God te verootmoedigen. Dat is de eerste voorwaarde, brouw en belijdenis. De tweede want er komen er vijf dit is nog lang niet genoeg, het klinkt misschien een beetje schematisch, ik zeg die dingen allen maar zo om u te helpen. Als u goed zou nadenken vindt u misschien nog wel een zesde of een zevende maar laat u niet ontmoedigen, daar gaat het niet om. Als u ze hoort dan zegt u, o dat, dat had ik ook wel kunnen bedenken, maar goed het is toch goed om ze op een rijtje te hebben. Want het tweede is ontzettend belangrijk. Weet u waarom heel veel mensen niet tot de zekerheid van het geloof komen? Terwijl ze aan punt een voldaan hebben, ze hebben hun zonden berouwd en beleden, ik heb dat meermalen meegemaakt. Heb je je zonden dan nog nooit berouwd en beleden? O, ja al vele male. Geloof je in de Bijbel? O ja ik geloof alles wat er in sta. Wat staat er in de Bijbel als je je zonden berouwd en belijd, dan vergeeft Hij ze? Ja, dat geloof ik. Heb jij je zonden berouwd? Ja. Heeft God je de zonden vergeven? Ik weet het niet. Daar zit iets heel merkwaardigs in, dat is de klem van gedachten die op het verkeerde spoor zijn gezet. Dat mensen zo kunnen denken. Hun probleem is dit. Zij geloven wel in Gods vergeving maar ze weten niet of het wel voor hen is. Dat is precies hetzelfde als dat mensen zich zelf niet kunnen vergeven. Heel veel mensen die het moeilijk vinden om Gods vergeving aan te nemen, bedoelen eigenlijk, ze kunnen zichzelf niet vergeven. Ze vinden dat ze zoveel kwade dingen hebben gedaan dat ze zich niet kunnen voorstellen, ze willen er gewoon niet aan dan God hun die zonden vergeven heeft. Ik hoor het heel vaak, nou vaak, maar het gebeurt nog wel eens een keer dat mensen zeggen ja maar ik ben zo slecht, voor mij is er geen vergeving. Ze hebben dat niet in de gaten en ze bedoelen dat ook niet zo maar in feite is het een klap in het gezicht van God. God heeft zo, n wonderbaar werk door Christus bewerkstelligt. Er is zo, n fontein aan genade en barmhartigheid. Maart die mensen weten het beter dan God. Die fontein van God ter ontzondiging ter vergeving ter verzoening is voor hen niet toereikend. God is in gebreken gebleven blijkbaar dat Hij voor deze erge zondaars onvoldoende voorzieningen heeft getroffen. Die mensen bedoelen het niet zo maar het is wel zo, het komt er wel op neer. Voor mij is er geen vergeving. Nou ik heb een troostrijke mededeling voor u. Paulus zegt dat hij de voornaamste van de zondaren is, dus de voornaamste van de zondaren is al lang gered en voor hen was het werk van Christus ook voldoende. Dus bent u niet de voornaamste van de zondaren, en is het voor u dus ook zeker voldoende. Je moet jezelf leren vergeven, dat betekend hetzelfde als vergeving van God willen aan nemen. En dat is ook een stuk verootmoediging, dat is ook een stuk jezelf willen klein maken voor God. In nederigheid willen aannemen. Het klinkt wel heel nederig als mensen zeggen ik ben zo slecht God kan me niet vergeven, maar in de diepste wezen zit er een kern van hoogmoed in. Ze stellen zich boven de toereikendheid christus. Ook al bedoelen ze het niet zo, maar arglistig in ons hart dat weten wij. Ten diepste is het die vorm. Ze moeten zichzelf leren vergeven.

In de derde plaats een van de grote dingen in de Bijbel is, de dankbaarheid. Ellende, verlossing en dankbaarheid. Christenen die voor negentig procent ellende hebben en voor acht procent verlossing en nog eens 2 procent dankbaarheid. Dankbaarheid betekend niet alleen maar de vergeving aannemen, om het maar plat te zeggen van dank U wel Here God, dat is dan voor elkaar, het is opgelost. Ik denk aan die ontroerende geschiedenis in Lukas 17, waar er tien melaatse mannen waren, 10 gingen weg, alle 10 werden ze genezen, en er kwam er maar een terug om de Here Jezus te bedanken. En Hij zegt, waren er niet tien melaatsen? Waar zijn de negen? Is er niemand terug gekomen om God te prijzen dan deze? Weet u wat goed is voor mensen die altijd maar tobben over geloofszekerheid en teveel met zichzelf bezig zijn en maar in zichzelf zitten te graven daar hebben ze ook altijd een Bijbel tekst voor in Ezechiël, graaf nog maar dieper hoor mens, en dat gaat altijd over heel andere dingen, dat is ook eigenlijk nog een oneerbiedig schrift gebruik, weet u wat die mensen moeten doen? Afzien van zichzelf. Je bent niet belangrijk genoeg om zo veel over jezelf na te denken, dat is misleiding. Wij zijn nooit belangrijk genoeg. Ik las ergens, ware nederigheid is niet om slecht van jezelf te spreken, maar om helemaal niet over jezelf te spreken, en alleen over Christus. In de dankbaarheid kom je los van jezelf en ga je over Christus praten, en ga je Hem groot maken. Je bent niet nederig als je constant om je heen verteld hoe slecht je wel niet bent, met misschien wel de stiekeme hoop dat de mensen daarvan onder de indruk zullen zijn, dat jij dat zo diep heb beseft. Maar als je groot over Christus gaat praten, dan gaat het hele accent verschuiven. Wij zijn niet belangrijk genoeg om zoveel over ons zelf te praten, of zoveel in onszelf te verdiepen, nog afgezien van het feit dat het diepste zondebesef nooit voor de vergeving komt maar altijd daarna. God zeg Ik zal jullie wederom geboren laten worden in Ezechiël 36, en dan pas zullen jullie leren om van jezelf te walgen, niet eerder. Het is niet waar dat je eerst nog meer, nog meer, nog meer zondebesef moet hebben voordat je misschien ooit eens een keer in de buurt van de vergeving kan komen, nee het is net andersom. Alleen mensen die wederom geboren zijn gaan pas mettertijd vanzelf zien wie ze in zichzelf zijn. En niet eerder. Maar dan is het ook niet meer erg, dan plaagt het ze niet, ja in zekere zin wel want ze ontdekken toch wel steeds meer vuiligheid, ze weten al bijvoorbaad het is alles onder het bloed van Christus. Dat is het derde de dankbaarheid. Ten vierde, Spreuken 28 vers 13 wie zijn zonden belijd en laat, die zal barmhartigheid geschieden. Als je je zonden belijd, en je bent van plan om het weer opnieuw te gaan doen dan is het niet alsof je een streep zet onder je verleden, zonder de bereid heid om een andere toekomst in te slaan. Dat kun je niet in eigen kracht, dat kan je alleen maar in de kracht van de Heilige Geest, maar het gaat nu om het besluit van het hart. Om zoals het in Handelingen staat om met een voornemen des harten bij de Here te blijven. En nalaten betekend niet dat je nooit meer eens weer in de zonden zou kunnen vallen, dat weten we allemaal maar al te goed. Waar het om gaat is dat je met een voornemen des harten bij de Here wil blijven. Vergeving kun je slechts ontvangen als je voortaan achter de Here Jezus wilt aangaan, als Hij je voorbeeld word, als je Hem gaat dienen, als je je leven aan Hem over geeft, als je niet alleen in geloof jezelf aan hem toevertrouwd maar als dat ook betekend dat de rest van je leven aan Hem toe behoord en je Hem gaat navolgen en dienen. Zoals Paulus zei, Wat wilt u dat ik doen zal Heer? Dat is de vierde. Hoe kun je op vergeving rekenen als God ziet in je hart dat je niet met je oude leven wil breken, je wilt wel zonde vergeving, maar je wilt niet breken met je oude leven. We zullen ook verderop in de Romeinenbrief zien, vergeving is maar één onderdeel van de verlossing. Vergeving betekent dat al die slechte vruchten die uit ons zijn voortgekomen worden weggedaan, maar daarmee is de wortel nog niet veroordeeld. Een boom die slechte vruchten voortbrengt, je kunt je steeds blijven inspannen om al die slechte vruchten eraf te plukken zodat die boom vrij blijft van slechte vruchten maar je blijft ermee aan de gang want de boom zelf deugt niet. Daarom zullen we verderop zien, we zijn nog maar aan het begin van deze serie, we zullen verderop zien dat de boom zelf moet veranderen. Dat ga je pas zien als je oog krijgt voor de opstanding van Christus. Dat komt later, maar het is wel heel erg belangrijk, je moet je zonden belijden en laten. Je moet een nieuwe weg inslaan, je moet zeggen: "Here Jezus, aan U behoort mijn leven. Voortaan wil ik U dienen. Ik wil niet meer zondigen. Ik kan u niet garanderen dat het nooit meer zal gebeuren, maar dit is in ieder geval wat ik wil. Ik wil een ander leven leiden. Ik wil een leven leiden in toewijding aan U, in navolging van U. Ik wil u volgen Here Jezus."

En ten vijfde; Mag ik u nog een keer meenemen naar Mattheus 18? Ik citeerde al uit die gelijkenis. Maar die gelijkenis heeft ook ten doel wat er gebeurde toen die man kwijtschelding van die schulden had gekregen. Hij zag een andere man, die hem maar een honderd euro schuldig was en hij pakte de man en zei: "Betaal mij of ik laat je in de gevangenis gooien." En dan eindigt de gelijkenis met deze woorden in Mattheus 18:35 "Alzo zal ook mijn hemelse Vader u doen, indien gij niet, een ieder zijn broeder, van harte vergeeft." Het ellendige is, het moet ook nog van harte. Dus niet alleen vergeven, het moet ook nog van harte. Hebt u ze gekend, zulke mensen, die beleden christenen te zijn? Maar die ten diepste hun broeder, zuster, hun eigen ouders of hun kinderen of wie het ook was, niet wilden vergeven. Weet u wat hier staat? Heel letterlijk? Zo zal ook uw hemelse vader met u doen, in de eeuwige gevangenis werpen als u niet uw broeder van harte vergeeft. Het is walgelijk in de ogen van God om je uit te strekken naar de Goddelijke vergeving zonder bereid te zijn je medemensen, als ze natuurlijk hun zonden belijden, niet zomaar, maar als ze bij je komen om vergeving te vragen en je dat niet wilt. Terwijl je zelf God gesmeekt hebt om barmhartigheid en je wil geen barmhartigheid betonen aan andere mensen. Ziet u, het is een compleet prentje, die vijf aspecten horen allemaal bij elkaar. Maar alstublieft laat u zich daardoor niet ontmoedigen. Denk niet, tjonge, wat heeft die man het ingewikkeld gemaakt, ik dacht dat het heel gewoon allemaal ... Vaak zit ons hart op de goede plek, maar het is vaak ook wel eens goed om het allemaal op een rijtje te zetten want ons hart is ook arglistig. En we kunnen onszelf zo gemakkelijk bedriegen. Laat ik nog eens teruggaan naar het allereerste begin, de heerlijkheid. Ik realiseer me trouwens ineens, dat heb je ervan als je je preek niet uitschrijft, gezegend al die voorgangers die het gewoon kunnen voorlezen, die maken het soort fouten dat ik nu maak helemaal niet, want de goede opletters hebben gemerkt dat ik nooit het vierde punt heb genoemd. Zie je, jij zat dat allemaal op te schrijven en je dacht; waar blijft dat vierde punt? Wie dacht dat nog meer bij zichzelf? Hier komt het vierde punt. Want ik dacht ineens, er is een belangrijke gedachte die ik niet heb genoemd. Maar dat geeft niet, u heeft een plekje opengelaten in uw schrift om het daar te kunnen opschrijven, hier komt het vierde punt. Het is, het zijn die eerste vier dingen die ik noemde, die vier aspecten van de vergeving van God. Ik zal ze nog even opnoemen: (1) Kwijtschelding van de schuld, (2) de aanneming van de zondaar, de schuldige, (3) de redding, de bevrijding uit alle machten die ons gevangen hielden, en het mooiste nota bene had ik niet genoemd, u zou het absoluut gekregen hebben vanavond, want ik zou vier- vijf- zesvoudig de vraag gekregen hebben: "U hebt het vierde punt niet genoemd", dus het zou altijd goed gekomen zijn, maar het vierde punt is dit, dat is het positieve: God bevrijdt niet alleen maar van ...; vergeving is ondenkbaar zonder dat God ons ook leidt tot iets positiefs. Wat is dat positieve in Romeinen 3? Het staat maar in één zinnetje, negatief. En daar staat zoveel in. "Allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods." Daar ligt in opgesloten, als je bevrijdt bent uit de macht van de zonde, je hebt vergeving van zonde ontvangen, wat ga je dan tegemoet? De heerlijkheid Gods!
Vergeving is niet alleen maar negatief iets kwijtraken, vergeving opent de deur tot de heerlijkheid Gods. God vergeeft geen mens zijn zonden zonder daarmee ook de poort open te stellen voor Gods eigen gelukzaligheid. Als je kijkt in Romeinen 2 dan vind je daar in vers 7 al dat daar sprake is van mensen die God helemaal niet kennen. Ze kennen het evangelie niet, maar er is in hen, en ik geloof dat dat van de heilige Geest is, een verlangen, een drang, er staat van die mensen die in het goed doen volharden, dat zij heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken en ze zijn op weg naar het eeuwige leven. Hoe God het recht krijgt met hen, daar gaat het nu niet over, maar als er een oprecht verlangen is naar heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid dan zal God ervoor zogen dat ze het vinden. Want Hij heeft zelf dat verlangen in hun hart gewerkt. Vergeving is niet het hoogste verlangen. Vergeving betekent dat tussen twee mensen iets negatiefs weggedaan wordt. Maar God biedt Zijn hand aan, Hij biedt Zijn, mag ik het zo zeggen, Zijn vriendschap aan. Hij wil vertrouwelijke omgang. Zijn verborgen omgang is voor zielen die Hem vrezen, Hij wil een relatie met ons aanknopen, Hij wil, tenslotte, ons brengen waar Hij is. Zondaren komen tekort aan die heerlijkheid Gods, ze bereiken die heerlijkheid niet. Dat derven is wat lastig om in gewoon Nederlands weer te geven, ze komen daar niet, ze vallen erbuiten. Maar dat betekent dat het heil, dat de vergeving, de toegangspoort is, niet het doel maar de toegangspoort tot de heerlijkheid van God. Als u even kijkt met mij naar hoofdstuk vijf, dan lezen we daar, dat is het onderwerp voor de volgende keer; "Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus, door wie wij ook de toegang hebben verkregen in het geloof tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop op de heerlijkheid Gods." Vergeving is nooit Gods doel. Het is altijd het begin. Ik had bijna gezegd; maar het begin, maar dan lijkt het alsof ik er weer minderwaardig over praat. Dat wil ik juist helemaal niet. Maar het is niet het doel. Het is het begin van een hele reeks wonderbare zegeningen. Daarom staat er in Romeinen 8 vanaf vers 29; "Die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook tevoren bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te worden. En die Hij tevoren bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen. En die Hij heeft geroepen, die heeft Hij ook gerechtvaardigd en die Hij heeft gerechtvaardigd, die heeft Hij ook verheerlijkt." Het staat er zelfs al in de verleden tijd. Die heeft Hij al verheerlijkt. Geroepen, gerechtvaardigd, de heerlijkheid. De heerlijkheid is al ons deel. Dat wil zeggen, we zouden zelfs al die heerlijkheid moeten tentoonspreiden, want dat zelfde hoofdstuk, Romeinen 8, zegt dat de schepping reikhalzend daarnaar uitziet, dat de heerlijkheid die in die gelovigen gelegd is, naar buiten komt. 2 Kor. 4 zegt: "We hebben die schat in aarden vaten." De enige manier om de heerlijkheid die in die aarden vaten zit naar buiten te laten komen is doordat dat aarden vat verbroken wordt. Zoals die kruiken van Gideon verbroken moesten worden opdat het licht dat daarin was naar buiten kwam. Het is de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus, zegt 2 Kor. 4. Dat is het evangelie. Het gaat om de heerlijkheid Gods en niet alleen maar om onze zonden. Het gaat om de heerlijkheid Gods in ons die nu al naar buiten mag komen als wij gelijkvormig gemaakt worden in dat heerlijke ontwikkelingsproces dat geestelijke groei heet. Waarbij we veranderd worden van heerlijkheid tot heerlijkheid. Als door de Heer die Geest is, 2 Kor. 3 vers 18. Van heerlijkheid tot heerlijkheid. De schepping wacht erop, de schepping wacht niet alleen maar op mensen die vergeving van zonden hebben gehad, de schepping verwacht de heerlijkheid van de kinderen Gods. Ze ziet reikhalzend uit naar het openbaar worden van de kinderen Gods. Wat God erin gestopt heeft, met eerbied gezegd, daar wacht de schepping op dat het naar buiten komt. En de schepping heeft niet zoveel geduld dat het wacht tot straks Christus wederkomt. Wat nu al in ons gelegd is, mag nu al naar buiten komen. Dat zal in allerlei volgende avonden nog wel nader naar voren komen. Neem dit eerst maar mee. Het wonder van de vergeving. Ik heb het u een beetje uitgelegd. En ik kan het nog eens een keer uitleggen maar een ding kan ik niet, maar dat kan de Heilige Geest wel; die uitleg naar uw hart toebrengen zodat het van uw verstand gaat zinken naar uw hart. Dat het uw geweten mag aanraken. En ik zeg dat vooral voor degenen die nog geen zekerheid van het geloof hebben, die met allemaal "ja, maar's ..." zitten. En u mag ze wat mij betreft allemaal opschrijven straks, ja, maar's, ja, maar's, ja, maar's. Ik heb er al zovele gehoord en ik word er niet moe van om erop in te gaan. Integendeel. Want hoe meer van die ja, maar's afgebroken worden, des te meer zielen in de vrijheid gesteld worden. Zodat ook die zielen zullen gaan zeggen: "Welgelukzalig de mens wiens overtreding bedekt werd en wiens zonde vergeven is, welgelukzalig." God zegene Zijn Woord en neme mijn woorden en raken daarmee door Zijn Geest harten aan, opdat mensen mogen komen tot de volle, vreugdevolle overtuiging van de vergeving der zonden. Amen.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?