Hart voor Waddinxveen


(2b) Vragen bij de lezing gehouden op 10 oktober 2008 over "Leven uit vergeving" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
maandag, 27 oktober 2008 23:59

Het is altijd weer mooi om te zien het gelovige overblijfsel dat tot het bittere einde deze avond wil mee maken. Eigenlijk is dit vaak het mooiste gedeelte van nu uit bekeken want nu komt u zelf aan het woord. U hebt mooie vragen gesteld, u hebt veel vragen gesteld, u hebt goede en u hebt moeilijke vragen gesteld. Daar heb ik er al vier van, er is een vraag die is hierbij nu 5 keer gesteld. Dat is frappant hè, eigenlijk moesten jullie allemaal kunnen raden welke vraag dat is als hij zo heel veel leeft, na ja hij komt zo vanzelf.

In de eerste plaats dit; nee dat zijn die vijf vragen, laten we maar meteen afhandelen die mensen zitten daar allemaal enorm mee. Ze zijn wel iets anders gesteld soms meer het komt allemaal op hetzelfde neer.

 

- U zij dat je van harte moet vergeven als iemand daarom vraagt, maar wat als die ander er niet om vraagt? Hoe ga ik dan met vergeving om?
- Tweede; u zij dat je alleen iemand moet vergeven als hij zijn zonde belijd. Jezus vroeg vergeving voor hen die hem kruisigde. Hoe legt u dit uit?
- U had het erover dat jij of God kon vergeven na berouw en belijden maar wat als degene het niet belijd en geen spijt heeft, hoe kan ik dan vergeven/ Is er zoiets als een eenzijde vergeving en is dit wel vergeving?
- Hoe kun je iemand vergeven die zich van geen schuld bewust is? Praat je hem dan geen schuld aan?
- Moet je dan niet vergeven als die betrekkende persoon er niet om vraagt dus niet om vergeving verlegen zit?

Zie dat leeft en dat is ook heel begrijpelijk. Vergeving van Gods zijde daar hebben we het veel over gehad, dat lijkt mij voor de meeste van u wel duidelijk. Hoewel daar ook wat vragen over zijn. Dat elkaar vergeven is vaak veel moeilijker. De moeilijkheden zit hem alleen niet daarin dat wij niet van harte zouden willen vergeven, maar dat heel vaak de schuldigen persoon niet om vergeving vraagt. Hij of zij erkent geen schuld of ziet dat niet of is te hooghartig om die vergeving te vragen, dat is best moeilijk. Laat ik een voorbeeld nemen wat ik helaas nog wel eens tegenkom dat het meteen in de meest schrijnende diepte laat zien. Stel je voor iemand is sexueel misbruikt en hij zit daar met geweldige bitterheid. Ergens in de pastorale bediening zit dan toch dat woord vergeving aan de orde te komen, maar de schuldige persoon die dat misbruik op zijn geweten heeft die komt helemaal niet met een belijdenis. Soms is hij al overleden, of het al lang geleden gebeurt. Hoe kun je in zo'n geval toch vergeven.

Het is heel belangrijk wat dat betreft, dat heb ik nog helemaal niet aan de orde gesteld, daarom is het ook zo duidelijk dat daar naar gevraagd wordt, het is heel belangrijk dat er in die vergeving dan twee fase zijn. Dat is dit; je kunt de vergeving pas weggeven als die ander zijn zonde belijd. Dat is erg belangrijk. Het is erg belangrijk dat je niet naar iemand toe stapt, zoals mij dat wel eens is overkomen, dat een broeder die ik jaren niet gezien had en die naar me toe kwam en die zij Willem je hebt mij veel kwaad gedaan maar ik heb het je allemaal van harte vergeven. En ik wist van de prins geen kwaad, dan krijg je een kwart seconde de tijd om te denken wat doe ik. Ik had kunnen zeggen; waar heb je het over? Dan was er een heel naar en vervelend en pijnlijk moment ontstaan, ik had ook kunnen zeggen; o wat ben ik daar blij mee, maar dan was ik een huichelaar geweest. Ik had een kwart seconde en toen wist ik wat ik doen moest. Wat zou jij gedaan hebben? Nou je bent niet in de situatie, als je in die situatie ben dan weet je het. Ik zal u vertellen wat mijn oplossing was, misschien had u een andere bedacht , ik heb niets gezegd en ik nam hem in mijn armen en ik drukte hem aan mijn hart en ik liet het zoals het was, ik heb niets tegen gesproken en ik heb ook niet beleden. Ik had er ook stennis kunnen gaan maken en zeggen; jij was ten slotte het moeilijke figuur, dat was ook zo, dat vind ik, nog steeds. Maar goed dat had de zaak bepaald niet geholpen. Ik ben de Heer nog dankbaar dat hij mij deze oplossing in mijn hart gaf.

Ik heb het ook weleens na een Bijbellezing meegemaakt of na een zondagochtend preek, dat iemand zei, nou ik heb meteen in de praktijk gebracht wat u net zei, ik ben naar een zuster toegegaan die mij veel last bezorgt hebt en ik heb gezegd; je hebt me veel last bezorgt maar ik heb het je allemaal vergeven. Ik zei o, dat was nou ook weer niet helemaal de bedoeling, de bedoeling was dat zij dat eerst zou hebben beleden en als ze dat niet doet dan zou je eens een keer tegen haar kunnen zeggen; kunnen we daar niet eens een keer over praten, wat het zit mij zo dwars en als ze dat had ingezien was er misschien best een moment gekomen dat ze had gezegd; joh dat had ik me helemaal niet gerealiseerd, dat spijt mij, wil je me vergeven? DAN, maar niet nu.

Dus je moet dat altijd wel duidelijk uitleggen. Daarom ben ik blij met die 5 vragen. Een ander moet wel eerst zijn zonde belijden, dan kun je het vergeven, maar let op die formulering die ik gebruikte, dan kun je de vergeving weggeven. Maar de grote vraag is; heb je die vergeving op dat moment klaarliggen? Of ga je pas wachten om die eigen bitterheid in je ziel te overwinnen als die ander gaat belijden.

Ik herinner me na een Bijbellezing niet ver hier vandaan dat een vrouw naar me toe kwam met tranen in haar ogen want haar man had haar verlaten en ze had daar zo'n pijn van. Af en toe kwam ze hem in de stad nog tegen en dan kwam al die pijn weer naar boven. Ik zag dat ze heel veel verdriet had en ik kreeg het op mijn hart om tegen haar te zeggen; luister als hij vanavond voor je deur staat, hij belt aan en daar staat hij en hij zegt, ik heb je zoveel kwaad gedaan, wil je me vergeven? Wat zou je dan doen? Ze zou hem onmiddellijk vergeving schenken zei ze en hem weer aannemen. Die vrouw had haar vergeving klaar liggen, ze kon hem alleen niet weggeven. Ze kon hem pas weggeven als die ander het zou belijden. Maar het geweldig belangrijke dat ze die vergeving had klaarliggen was een stuk heling voor haar eigen ziel. Niet compleet, want het bleef pijn doen, het deed niet alleen pijn dat hij haar in de steek gelaten had, het deed ook pijn dat hij dat niet beleed dat hij daar niet op terug kwam dat hij niet zei dat hij dat betreurde of wat dan ook, het was een dubbele pijn. Maar in haar hart had ze hem al vergeven. In die zin dat als hij zou komen dan zou ze onmiddellijk die vergeving ook aan hem schenken.

En dat is het belangrijke voor ons. Wij moeten onze broeders en zusters wat ze ons ook hebben aangedaan van harte vergeven. We kunnen die vergeving niet altijd wegschenken dat kan pas, het is als een cadeautje, dat je pas kan geven als het moment daar is. Ik heb een klein cadeautje voor mijn vrouw, dat weet ze niet, dat mogen jullie niet vertellen, dat geef ik pas als ze jarig is. Het ligt al een hele tijd in mijn bureaula, verklap het niet maar het ligt al klaar. Vergeving is ook als een cadeautje dat je pas kan weggeven als het moment daar is. Als je het hebt klaarliggen. Ik heb er al de hele tijd voorpret van want ik moet eerlijk zeggen, ik vind het een erg leuk cadeautje, zij weet nog nergens van en ik denk dat zij het ook erg leuk vindt.

Dat is met de vergeving ook zo, op het moment dat ik innerlijk kan vergeven is er een heel stuk pijn weg. Het blijft wel pijn want die ander komt maar niet met die belijdenis, het blijft zeer doen maar van mij kant, ik ben vrij van die persoon. Maar ik zou er ook voor kunnen kiezen om bitter te blijven en boos op die persoon, en te zeggen ik blijf boos en ik blijf bitter totdat die persoon zijn zonde belijd. In dat geval heb ik mezelf er het meeste mee. Ik ben bezig mezelf van binnen te ruineren. Ik zeg het maar even heel kras. Efeze 4 zegt; laat de zon over je toren niet heen gaan en geef de duivel geen voet, staat er pal bij. Als er bitterheid en wrok in je hart ontstaat dan open je daarmee een poortje voor de duivel, dus dat moet je niet doen. Vandaar dat het belangrijk is om te vergeven, maar u hebt gelijk, u kunt pas vergeven als de ander belijd en misschien gebeurt dat wel nooit. Dat is ook in het pastoraat naar misbruikte personen, meestal vrouwen, ontzettend belangrijk. Die vergeving is niet omdat die schuldige persoon dat verdient heeft die heeft helemaal niets verdient Het is ook niet omdat die persoon beleden heeft want dat doet hij niet en dat doet hij misschien wel nooit, maar de vergeving betekend HAAR redding, betekend dat zij innerlijk vrij van hem wordt, dat de pijn langzaam een beetje kan genezen, de bitterheid een beetje wordt opgelost, dat is het belangrijkste ervan. In dit geval is het ook een stuk genezing voor haarzelf. Goed, nou ik denk dat ik het daarbij maar moet laten, hoewel het een veelzijdig en belangrijk onderwerp is waar veel aan vast zit.

Een heel andere vraag: In Mattheus 12 wordt gesproken als je zondigt tegen de Heilige Geest dat je dan niet vergeving ontvangt. Hoe legt u dat uit, wat is dat en hoe gaat dat dan?
Men heeft het altijd tegen de zonde tegen de Heilige Geest. Ik woon op een steenworp afstand van het gereformeerd psychiatrisch ziekenhuis, daar zitten er aardig wat. Dat wil niet zeggen dat dat de oorzaak van hun psychische problemen is, het is meestal andersom, door die psychische problemen en door de opvoeding en de prediking die ze gehad hebben, hebben ze zichzelf wijs gemaakt dat ze de zonde tegen de Heilige geest begaan hebben. Ik vindt dat alle gereformeerde psychiaters daar ook een grondige training in moeten hebben wat ze daarop moeten antwoorden, en dat gebeurt niet altijd. Ze zeggen dat vraag je maar aan de dominee, zonder dat ze in de gaten hebben dat voor die mensen dat wel heel belangrijk is. Veel belangrijker dan dat het in feite is want als ze dat niet hadden zouden ze ook psychische ziek zijn maar dat maakt hu kwaal wel erger. Ze denken ik heb de zonde tegen de Heilige Geest gedaan, het is een truck van de duivel om dat de zonde tegen de Heilige Geest te noemen want de bijbel noemt die uitdrukking nooit. In de bijbel is er sprake van de lastering van de Heilige Geest. In Mattheus 12 kunt u dat nalezen, niet van de zonde tegen de Heilige Geest. Ik zal u het nog sterker vertellen. Elke zonde is een zonde tegen de Heilige Geest want elke zonde is tegen God en God is Vader, Zoon en Heilige Geest. Als iemand zegt ik heb de zonde tegen de Heilige Geest begaan dan zeg ik dat is niets nieuws want dat hebben we allemaal en dan kijken ze natuurlijk heel vreemd op, maar dat is het probleem niet, als die zonde kunnen vergeven worden als je het belijd. Maar als je de Heilige Geest lastert, bewust kwaad preekt van de Heilige Geest, dan kan alleen in een geest van rebellie, zoals je dat bij de farizeeën en de Schriftgeleerde vond. Dat is wat de Statenvertaling in numeri 15 noemt; zondigen met opgeheven hand. Pure rebellie tegen God. Juist de mensen die er zo over in zitten dat ze die zonde hebben begaan, bewijzen daarmee dat ze helemaal geen rebelse geest hebben. Ze bewijzen daarmee juist dat ze die zonde niet gedaan hebben van dat lasteren. Het is echt een truck van de duivel om dat woord lasteren te vervangen door het woord zonde want iedereen kan denken, als hij eenmaal in zijn denken verward raakt, dat hij de zonde tegen de Heilige Geest begaan heeft en dat is heel triest want daardoor worden mensen nog ongelukkiger dan eigenlijk nodig is.

Wanneer heb je geloof? Kan je dat nog kwijtraken?
Ja, weet u, wij zijn een volkje van filosofen en dominees. Wanneer heb je nou geloof? Het merkwaardige is, op godsdienstig vlak komen we met zulke vragen. Ik ken de vraagsteller niet dus misschien is het niet zo spitsvondig bedoeld als het hier klinkt. Misschien is het wel iemand die dat heel diep meent, ik wou dat ik ook kon zeggen dat ik een gelovige was, maar ... toch is er iets merkwaardigs aan dat we ons dat afvragen. Denk nou weer aan die drenkeling. Die drenkeling roept: help, help. Zou hij nou bij zichzelf denken: meen ik dat nou ook echt, dat help, help? En die reddingsboei als die naar hem toegeworpen wordt, heb ik nou wel echt geloof dat die reddingsboei mij kan helpen? Alleen Hollanders die en kooplieden en schoolmeesters en dominees zijn, die komen met zulke vragen. U moet dat niet persoonlijk aantrekken. Geloven is in God vertrouwen. Weet u wat het nadeel van zulk soort vragen is? Dit zijn vragen die zijn navelstaarderig van aard. Je gaat in de spiegel kijken en je denkt, heb ik nou wel geloof eigenlijk. Maar het geloof moet helemaal niet naar binnen kijken, moet helemaal niet op zichzelf gericht zijn. Het geloof moet op Jezus zien. Evangelischen hebben dat probleem ook wel eens een keer, hoor, op een heel ander vlak. Het is niet een typisch reformatorisch probleem. Evangelischen hebben dat bijvoorbeeld als het gaat in de genezingsbediening, gaan ze ook zitten afvragen: heb ik wel geloof genoeg, o jongens, ik ben vast niet genezen omdat ik niet geloof genoeg heb, o, o. En dan gaan ze ook weer naar binnen zitten te staren. Maar het geloof moet niet op zichzelf zien, moet niet zichzelf de maat zitten te nemen. Het geloof moet op Christus zien. Dit hoort allemaal bij wat ik straks zei, dat navelstaarderige, dat de mens met al zijn tobberigheid in het middelpunt plaatsen. Geloof is nou juist dat je je dat soort vragen niet stelt. En dat je niet naar jezelf kijkt. Geloof is je werpen in de armen van God. Geloof is afzien van jezelf. Dus dit soort vragen, het klinkt misschien een beetje schoolmeesterachtig, dit soort vragen moet u nou juist niet stellen. Zolang u dit soort vragen stelt, hebt u het geloof ook niet. Want dan blijf je altijd maar op jezelf zien. Zie van jezelf af. Ik denk altijd aan dat gesprekje daar in de nacht nadat eerst die gevangenis op zijn grondvesten had geschud, en dan komt daar die gevangenbewaarder en die valt op zijn knieën en die zegt tegen Paulus: wat moet ik doen om behouden te worden? Ik probeer me graag zo'n gesprekje voor te stellen hoe dat vandaag aan de dag zou kunnen verlopen. Paulus had kunnen antwoorden: dat is een hele diepe en moeilijke vraag broeder, vriend bedoel ik, broeder mag ik nog helemaal niet zeggen, vriend.

Ik zal u aanraden, ga vanaf nu ijverig in de Bijbel lezen. Ga elke dag bidden om een nieuw hart. Denk erom, ik zit iets belachelijk te maken, hè. Want dat wat ik nu zeg, dat wordt elke dag gezegd, hier en daar. Ga vanaf nu bidden om een nieuw hart en vertrouw dat de Here God op een dag Zich aan u zal openbaren en u dat geloof zal schenken. Ik kan u dat niet geven, broeder, ik kan alleen maar tegen u zeggen: strek u daarnaar uit. Stel u onder de middelen. Luister naar de prediking. Ga vanaf nu de kerkdiensten bezoeken. Lees in de Bijbel, bid elke dag. Bid om een nieuw hart en wie weet op een dag zal God Zich aan u openbaren. Zo had het gesprek kunnen verlopen, of niet dan? In plaats daarvan zei Paulus: geloof in de Here Jezus Christus en u zult behouden worden. Toen zei die man, ja maar hoe weet ik nou of ik echt geloof? Hoe weet ik nou of ik het ware geloof heb? Hoe weet ik nou of wat ik denk dat geloof is, of dat wel echt geloof is? Zo ging het ook niet. Weet u wat die man deed? Hij geloofde. Toen zei Paulus, nou over zes weken hebben wij een doopsamenkomst, ik zal het met de broeders overleggen. Zo gaat het weer in evangelische kringen. Die arme kamerling zei, ik zie daar water, wat verhindert mij gedoopt te worden? Nou, daar zijn een hoop verhinderingen: a. De toestemming van de oudstenraad, b. We moeten een goede plek hebben, dat kan hier zomaar niet. Er zijn geen getuigen bij, we moeten een samenkomst, een geordende, geregelde dienst. Heerlijk hè. Paulus had al die problemen niet en Filippus ook niet. Er waren toen nog helemaal geen evangelischen dus die zaten ook niet in de weg. Er waren nog geen reformatorischen, die zaten ook niet in de weg. Je had in die tijd alleen nog maar christenen. Wow, zou dat nog kunnen, zou dat nog kunnen, al die moeilijke dingen die wij meteen gaan verzinnen. Die gevangenbewaarder, het was na middernacht, ik weet niet, om middernacht vielen die sloten, gingen die deuren open en die gevangenbewaarder, diezelfde nacht kwam hij tot geloof, met zijn hele gezin en voordat het ochtend werd waren ze allemaal gedoopt. Kan dat bij u in de gemeente ook? Nee, ik ben heel serieus; vraag het u maar eens af. Of bent u te evo of te refo? Als we eens gewoon christenen waren dan kregen we die dingen misschien weer terug. Wie weet.

Kan je dat geloof nog kwijtraken?
Lieve mensen, alsjeblieft. Er zijn twee manieren die ik tegen u kan zeggen. Ik kan tegen u zeggen: o nee, als je het eenmaal hebt, raak je het nooit meer kwijt. Helaas, ik weet maar van al te veel mensen die het weer kwijtgeraakt zijn. Dan kunnen we zeggen: het was ook geen echt geloof maar ja wat heb je daaraan? Want u zit nou dus daar juist over te tobben of het misschien geen echt geloof is zodat u het weer zou kunnen kwijtraken. Ik kan ook zeggen ... dus ik kan zeggen: u zult het nooit kwijtraken maar dan jok ik. Ik kan ook zeggen: u kunt het zeker wel kwijtraken en dan geef ik u weer een trap na want u bent al zo wankel in de schoenen en u denkt al: weet ik het nou wel echt zeker en behoor ik God toe en dan komt Ouweneel ook nog eens vertellen: ja, je kunt het ook nog weer kwijtraken. Op die beide vragen op dat ene briefje zeg ik: zie nou eens af van dat geloof, zie nou eens af van uzelf. In de NBG-vertaling staat, meen ik, en Handelingen 16, dat is ook nauwkeuriger vertaald, niet 'geloof in de Here Jezus' maar 'stel uw vertrouwen op de Here Jezus'. En zie nou eens af van jezelf, kom nou eens los van jezelf. Je moet je niet alleen bekeren van je zonden, je moet je ook bekeren van je ik. Zelfs als dat ik vroom begint te worden. Zie op Christus. En laat die vragen los. Werp je in de armen van Christus en ga niet vervolgens zitten vragen: zouden die armen ooit mij weer kunnen loslaten. Het is een welgemeend, broederlijk advies.

Wat bedoelt u met 'de mens was in zonden'?
Ja, ik weet niet wat u daarmee bedoelt. Heb ik zoiets gezegd? De mens was in zonden ... Ik kan alleen maar zeggen, de mens was in zonden betekent: de mens, voordat hij de barmhartigheid van God heeft leren kennen, ligt in de zonde dat wil zeggen hij is een gevangene van de macht van de zonde. Hij is door en door zondig en hij kan ook niet anders dan zondigen. Meer weet ik niet wat ik erop moet zeggen.

Ik heb moeite om mezelf bepaalde dingen te vergeven maar ik zie dat zelf niet als hoogmoed.
Ja, het probleem is, ik heb straks al gezegd, mensen die moeite hebben zichzelf te vergeven zien dat zelf niet als hoogmoed dus dat had ik al gezegd. Het probleem is toch ... Luister, laat ik beginnen met een pastorale opmerking. Ik kan dat heel goed begrijpen. Wie is er hier, behalve de Farizeeën en Schriftgeleerden, die zich geen zonden herinnert waarvan die slechts kan hopen dat niemand het ooit te weten komt. We hebben allemaal onze zwarte zijden waarvan je slechts kan hopen dat het verborgen mag blijven. We hebben dus allemaal aanleiding om te zeggen: zou God mij wel kunnen vergeven? Ik durf te zeggen, lieve vraagsteller, u bent niet zondiger dan ik. Ik ken mezelf het beste; de persoon van wie ik het meeste kwaad zou kunnen vertellen dat is Willem Ouweneel. Ik ken hem het best. En ik vraag me af of u daar tegenop kunt wat zondigheid betreft. Alleen, ik heb mijzelf leren vergeven omdat ik ontdekt heb dat Gods barmhartigheid groter is dan al mijn zonden. En als u moeite hebt uzelf te vergeven, vraag uzelf dan af is dat dan toch niet omdat er ergens de gedachte in uw hart zou kunnen zitten dat de barmhartigheid van God niet toereikend is voor die zonde. Als God Zijn barmhartigheid over ons uitgiet en u vindt het toch moeilijk om bepaalde zonden uzelf te vergeven, staat u dan wel toe dat die barmhartigheid van God u in alle dingen van uw hart aanraakt ook juist in die zonde. Juist daar waar u de barmhartigheid het meest nodig hebt daar houdt u die barmhartigheid toch op een afstand. Ik begrijp het wel waarom het u moeite kost want ik dat, ik herken dat. Maar ik heb, nogmaals zeg ik het, ontdekt dat de barmhartigheid van God groter is. U mag niet te klein denken van de barmhartigheid van God. U hoeft niet te klein te denken van uw zonden. U mag u zonden niet kleineren; minder maken dan ze zijn. Daar gaat het niet om, integendeel. Maar u mag de barmhartigheid van God nog veel minder kleineren. Want die barmhartigheid is altijd oneindig veel groter dan onze zonden.

Nog een andere vraag over zonde. Als je aan God, bij een belangrijke beslissing in je leven, Zijn mening vraagt en Hij geeft duidelijk antwoord; je hebt van tevoren beloofd dat je daarnaar zal handelen en je dat dan niet doet en dat je dat nu niet meer kan terugdraaien, kan Hij dat dan nog wel vergeven? Ik heb daar wel om gevraagd om die vergeving maar u wilt van mij weten of God dat ook kan vergeven.

U geeft nu een concreet voorbeeld. U kunt daar nog honderd andere voorbeelden naast leggen en stuk voor stuk vragen. Broeder Ouweneel, ik heb hier nog een zonde, kan die vergeven worden? En hier heb ik iets heel ergs, kan dat vergeven worden? En hier heb ik nog iets, kan dat vergeven worden? Zullen we afspreken dat ik op al die honderd vragen één en hetzelfde antwoord geef. Behalve de lastering van de Heilige Geest is er geen zonde in de Bijbel waarvan we lezen dat die niet vergeven kan worden.

U hebt iets ergs gedaan, u vroeg om leiding, u kreeg het. God maakte u duidelijk wat u moest doen. U deed het niet en nu kan het niet meer veranderd worden. Dat is erg; ik ga dat niet kleineren. Dat is heel erg. Maar dat is nou juist wat barmhartigheid is. Weet u, de Here Jezus, daaraan merk ik dat Hij veel groter is dan die zonde. Het mooie van die gelijkenis in Matthéüs 18 die ik straks even kort aanstipte is dat gigantische bedrag van die schuld. Er staat tienduizend talenten en als u nou ziet hoeveel een talent is, ik ga u dat niet voorrekenen maar ik heb het geloof ik een keer uitgerekend, het komt op miljarden euro's. In onze hedendaagse valuta voor zover je dat goed kan omrekenen. Maar in ieder geval, het is zo reusachtig. Vandaag aan de dag via de media zijn we vertrouwd met miljarden hier en miljarden daar. Je kijkt er niet meer van op. En honderd miljard is nou een biljoen, dat hebben we ook geleerd. Maar dit is echt, maar dit is dan niet een bank, dit is niet een verzekeringsmaatschappij of een hypotheekbank, dit is een enkele persoon. Eén persoon. En het pijnlijke, hij moet in de gevangenis net zo lang totdat hij terugbetaald heeft. De Here Jezus beschrijft iets volstrekts onmogelijks. Hij beschrijft een schuld zo groot dat het alle voorstellingsvermogen te boven gaat, wat voor mens kan er een schuld hebben van miljarden? Een enkele individuele mens, schuld, miljarden. Daarmee geeft de Here Jezus een voorbeeld al aan, daar kun je toch niet tegenop. Hij sluit bij voorbaat al af dat we zeggen: "Ja, kijk, in die gelijkenis, dat die persoon vergeving ontvangen heeft, dat was maar een paar miljard, maar mijn schuld is wel een biljoen." Dit is zo buitensporig groot en er staat alleen maar dit: "De koning werd met ontferming bewogen en die ontferming was voldoende om een streep te zetten door die hele schuld." De ontferming, de gelijkenis was niet compleet, een gelijkenis kan niet alles vertellen, onze God heeft een fundament nodig heb ik u gezegd, daar komt ook een vraag over. Met Zijn ontferming alleen komt God er niet, als ik het met eerbied zeggen mag. Er is een fundament nodig, Zijn gerechtigheid moet ook bevredigd worden. In zoverre gaat een gelijkenis nooit helemaal op. Maar dit aspect is zo belangrijk, die ontferming van God is groter dan de schuld van de man. Dus u kunt nog vele voorbeelden noemen, als u het oprecht belijdt, natuurlijk, ik weet van een situatie van een vrouw die met een ongelovige man trouwde. Ze liet zich niets gezeggen, iedereen waarschuwde haar, ze deed het toch. En na verloop van tijd kwam ze onder tranen bij de broeders terug en ze zei: "Jullie hadden gelijk, ik had het nooit moeten doen." Dat was een zonde die niet ongedaan kon worden gemaakt want echtscheiding maakt de zaak nog erger, dus ze bleef bij die man, er was geen weg terug. Het kon niet meer goed gemaakt worden, slechts de dood kon scheiding maken tussen hen. Maar toen zij zich verootmoedigde, toen heeft die gemeente gezegd: "We vergeven je en we accepteren jou weer. Want je hebt iets heel ergs gedaan wat niet meer goedgemaakt kan worden, maar je hebt het wel berouwd en beleden en namens de Here God schenken we jou vergeving en nemen we jou weer op in ons midden." Dit is een prachtig voorbeeld dat het weergeeft, hier was een zonde gedaan waarvan de gevolgen niet meer konden worden teruggedraaid, er staat ergens in de Bijbel, het is als water dat is uitgegoten wordt en niet meer kan worden opgezameld. Als het uitgegooid wordt in het zand, probeer dan 't water maar weer eens bij elkaar te krijgen. Zo is het met dit ook, er zijn gevolgen, zoals die gevolgen van de zonden van David, die gevolgen konden niet meer ongedaan gemaakt worden, Uria kwam niet meer tot leven, dat kind waarvan Batseba zwanger was, dat kon niet meer weggedacht worden, hij heeft de gevolgen moeten dragen, maar de zonde werd vergeven. Psalm 51, de zonde werd vergeven, de gevolgen moest hij dragen. Ook deze zonde, daarvan moet u de gevolgen dragen want u bent een weg gegaan die God niet voor u bestemd had. U bent een andere weg gegaan. En dat kan niet meer veranderd worden. U zit met de gevolgen, daar blijft u ook mee zitten, die neemt God niet van u af. Maar de zonde zelf kan Hij vergeven. Net zoals in de voorbeelden die ik net noemde, de zonde wordt vergeven, net als bij David ook al kunnen de gevolgen niet meer worden weggenomen.

Ik heb nog twee vragen van de vorige keer, mag dat nog van u? Dank u wel, dank u wel broeder, dank u. Vorige keer had u het erover dat wat je nu bent, dat zul je later zijn bij de Heer. Waar staat dat in de Bijbel? Waar staat dat in de Bijbel? Dat staat niet zomaar in een losse tekst, ik dacht dat ik het daar de vorige keer ook al over gehad had. Misschien bent u voor de vragenbespreking weggegaan. Maar letterlijk staat dat er zo niet. Ik heb gezegd: "Je zult in de hemel zijn wat God op aarde van je heeft weten te maken." Dat was de formulering. En het blijkt onder andere uit het feit dat we geopenbaard worden voor de rechtersstoel van Christus. En daar ontvang je of niks, als je behouden wordt met de hakken over de sloot zoals 1 Kor. 3 zegt. Behouden als door vuur heen. Alles wat je hebt opgebouwd zie je verloren gaan, je kunt alleen het vege lijf redden, dan heb je niks. Nee, je hebt tot in de eeuwigheid niks, behalve de eeuwige zaligheid. Nou ja, dat zegt u, dat is een heleboel, maar dat loon, die beeldspraak, dat geeft aan, je bent maar zo'n klein vingerhoedje van Gods genade en van Gods heerlijkheid. Maar er zijn anderen die daar gebouwd hebben met goud, zilver en edelgesteente die daar rijkelijk loon ontvangen. Er is groot verschil in de eeuwigheid. Niet op basis van onze talenten, er wordt niet op beoordeeld en beloond naar je talenten, dat zou nu werkelijk onrechtvaardig zijn. Je wordt beloond naar de trouw waarmee je Hem gediend hebt, of je talenten nou gering of veel waren, trouwens, wie zal dat uitmaken, wat gering of veel is. Maar in elk geval, je wordt beloond naar je trouw, je inzet. En daar zit ook je geestelijk groei in. Trouw, inzet leidt tot geestelijke groei. Vandaar dat ik dat zo geformuleerd heb.

En de laatste vraag. Dat is de moeilijkste van allemaal. Nog een vraag van de vorige keer; Waaraan, oh nee, sorry, ik ben een vraag kwijt. Ik ben al twee vragen kwijt. En ik weet dat er nog eentje is. Ja dat heb je ervan, dat is niet zo makkelijk. Ik moet het even weten, want die was ook heel belangrijk. Het zijn er dus nog drie. Bent u nog steeds bereid om het allemaal t horen? Ja, ik heb er nog drie! En het zijn drie moeilijke. Nee deze is niet zo moeilijk, deze is nog van de vorige keer. Waaraan kan ik afmeten of ik gegroeid ben in mijn geloof? Zou ik dat niet beter aan een ander kunnen vragen, of ik gegroeid ben? Ja, als je in de gemeente komt en zegt: "Ik heb het nog weer eens vastgesteld broeders maar ik ben weer geestelijk gegroeid." Dan zou iedereen daar erg veel moeite mee hebben, denk ik. Het is beter dat wij dat maar van u zeggen broeder. Het is beter daarover te zwijgen. Wij zullen dat wel beoordelen, maar dat wil natuurlijk niet zeggen, dat is nu weer de andere kant, alsof je daar totaal geen idee van kan hebben. Want je weet heel zeker als je alleen maar denkt aan de dingen van hier beneden, of ze nu werelds zijn of aards, dan ga je er niet op vooruit. Dan word je ook vanzelf van binnen kil en je hart koelt af, dan weet je, ik ben niet aan het groeien. Dus dan kun je best van je zelf vast stellen, op deze manier kom ik niet veel verder in mijn geestelijke ontwikkeling. Maar als je je vreugde in de Heer vindt, hoe rijker die vreugde wordt, hoe minder je aan jezelf denkt, want, dat heb ik gezegd, dat is een probleem van heel veel van ons is, dat we veel te veel met onszelf bezig zijn. Hoe meer je op de Heer gericht bent, ik gebruik altijd maar graag het voorbeeld van Mozes, die kwam van de berg af en er staat: "en zijn aangezicht straalde" en hij wist het niet. Had hij het geweten dan was het lichtje meteen uit gegaan. Hij was in de heerlijkheid van God geweest. Hij was zich er helemaal niet van bewust. Beneden zeiden ze: "Mozes." En toen realiseerde hij het zich en toen deed hij een doek voor zijn gezicht, toen wist hij het. Maar hij was in Gods heerlijkheid geweest. Onze opdracht is alleen maar om in Gods heerlijkheid te zijn en anderen zullen dan wel vaststellen dat we in Gods heerlijkheid zijn geweest.

De op één na laatste vraag. Ik wil best zekerheid maar ik heb geen behoefte aan Bijbellezen en moet mij ertoe zetten. Mijn hart moet toch echt eerst uitgaan naar de dingen van God? Dat is geen voorwaarde gaat u zeggen, maar hoe krijg ik verlangen naar God? Dit is eigenlijk een vraag die kun je nauwelijks in het openbaar behandelen. Wie stelt zo'n vraag? Wie is dat? Ik zou als ik zo'n vraagsteller kreeg, dan zou ik onmiddellijk tegenvragen gaan stellen. Om erachter te komen, wat zit er achter zo'n vraag? Kijk, een theologische vraag daar kan ik mijn best op doen, proberen antwoord op te geven. Maar hier zit een heel verhaal achter. Want in de eerste plaats zou ik dan vaststellen; die persoon is dan toch maar naar de Bijbellezing gekomen. En dan toch waarschijnlijk niet om alleen maar dit soort vragen te stellen. Kijk, als iemand geen behoefte aan Bijbellezen heeft, de Bijbel is een ontzettend moeilijk boek. Er zijn een heleboel mensen die het moeilijk vinden om zich ertoe te zetten. Die mensen kun je praktische hulpmiddelen aanreiken om de Bijbel toegankelijker te maken. Neem eens een eigentijdse vertaling, neem eens een keer een parafrase, die wat makkelijker is. Waardoor de Bijbel toegankelijker wordt, want het is gewoon een moeilijk boek. Voor veel mensen is het helemaal niet zo makkelijk hoor. Ze lezen dan wel plichtmatig elke dag uit die Bijbel maar het glijdt toch langs ze heen. Daar kun je hele praktische hulpmiddelen voor geven. Maar wat dieper gaat dat is wat er achter zit. Ik heb eigenlijk niet zo'n echt verlangen naar de dingen van God. Dan zou ik onmiddellijk zeggen als die persoon hier voor me stond: "Waarom ben je dan vanavond gekomen? Vertel het nu eens eerlijk." Ergens is dat verlangen er wel. Maar val je ook niet onder die categorie waar we het straks over hadden? Die naar binnen zitten te kijken en zichzelf de maat zitten te nemen? Heb ik eigenlijk wel verlangen naar God? Weet je, als je in de verkering een partner hebt die zo in elkaar zit, dat is fnuikend. Die constant zegt: "Ja ik weet eigenlijk niet of ik wel genoeg van je hou. Ik houd ontzettend veel van je, maar is het nu ook genoeg?" Dat is altijd, die persoon is niet gericht op die ander. Die is gericht op zichzelf. Die zit zichzelf de maat te nemen. Is m'n geloof wel genoeg, is m'n liefde wel genoeg? Ik zou dat tegen zo'n persoon ook zeggen. Maar nogmaals, ik vind het moeilijk want ik zit liever tegenover die persoon onder vier ogen. Hou nu eens op met naar jezelf te kijken. Hoe goed je het wel doet of hoe slecht je het wel doet. Je hebt niet genoeg dit, je hebt niet genoeg dat. Als ik dit zo voorlees zijn er allerlei mensen in de zaal die zeggen dat heb ik ook wel eens, dat herken ik eigenlijk wel heel goed. Maar we moeten niet naar ons zelf kijken. Het is zo ontzettend wezenlijk, je moet op Christus gericht zijn. Wij dan met onbedekt aangezicht die de heerlijkheid van de Heer aanschouwen. Hou op met dat navelstaren. We worden vanzelf getransformeerd, van heerlijkheid tot heerlijkheid. Richt je op Hem. En als je het moeilijk vind om Bijbel te lezen, neem dan hulpmiddelen te baat waardoor Christus je toch toegankelijk gemaakt wordt, zoals ik dat net al aangaf. Ik laat het hierbij want voor de rest ben ik machteloos tenzij ik met die persoon gesproken heb. Bent u die persoon? [Nee] Oh. Wat zegt u? Ja, dat zouden er misschien wel meer willen. Dat gaat nu een beetje te ver, daarvoor is het nu een beetje te laat. Ik heb nog heel belangrijke vragen. Ik wil nog wel tegen de vraagsteller zeggen: "U kunt zich bij die broeder melden, die heeft nog meer waarmee hij u van dienst kan zijn." Zullen we het zo doen? [Man vertelt bijna onhoorbaar over Job] U hoort het. Doe er uw voordeel mee.

Laatste vraag. Dit is de moeilijkste. God kan de zonde niet door de vingers zien, hebben we gezien. Hij heeft Jezus als grond voor vergeving nodig. Maar waarom maakt God het zichzelf zo moeilijk? Waarom zou God nu minder heilig of minder God zijn als Hij ons net zo vergeeft als de koning in Mattheüs 18. Dus zonder een grond, Jezus en Zijn dood, maar met berouw. Die koning had ook geen borg nodig om die man zijn schuld kwijt te schelden. Dit is een vraag, die kun je oppervlakkig bekijken en diep bekijken. Als ik de vraag oppervlakkig bekijk, dan kan ik hem wel uitleggen. God is namelijk heilig en Zijn heiligheid, daar moet genoegdoening aan gegeven worden. Dan krijgt u een prachtig theologisch antwoord en daar sta ik ook helemaal achter. Heiligheid moet genoegdoening ontvangen, verzoening door voldoening. En die genoegdoening, dat kan alleen maar via een offer. En dat offer, dat heeft God zelf gegeven, dat is de Here Jezus. Het probleem alleen is, met dat antwoord, dat helemaal juist is, dat de vraagsteller bij elk punt dat ik noem kan zeggen: "Ja, maar waarom is dat zo?" Waarom moet Gods heiligheid genoegdoening ontvangen? Waarom is dat zo? Waarom kan God niet heilig zijn zonder dat? Waarom kan genoegdoening alleen maar doordat een mens sterft aan dat kruis? En dan ook nog eens in plaats van andere mensen. Hoe kan dat überhaupt, dat een ander de schuld draagt? En uiteindelijk kun je daarin zo diep gaan dat daarop geen antwoord meer te geven is. Dus ik zeg tegen de vraagsteller; Oppervlakkig gesproken kan ik je de antwoorden geven die ik net gaf en daar kan ik nog een hele tijd in door gaan, en dan wordt het allemaal logisch, inzichtelijk en heel veel mensen zijn daar tevreden mee, die zeggen, ja, oké, hij heeft het uitgelegd waarom het zo moest. Maar de vraagsteller behoort tot die soort die dan nog niet tevreden is en terecht. Die zegt: "Ja maar waarom?" Bij elk stapje, bij elk stapje. En tegen zo iemand moeten we zeggen: "Dat is het mysterie wat wij ten diepste niet kunnen doorgronden." Daar kun je altijd waarom-vragen stellen waar wij ten diepste tenslotte geen antwoord meer op kunnen geven. En moeten we eenvoudig zeggen: "God is God en zo werkt het bij Hem." Zonder bloedstorting geen vergeving, dat zegt de Schrift. Vraagt u, waarom is dat zo? We weten het niet. Maar zo werkt het bij God. Als we al die waarom-vragen wel konden beantwoorden, en dat zouden we ook graag willen, theologen maken daar hun broodwinning van, die zijn de hele dag met dat soort vragen bezig, eventjes overtrokken gesteld. Stel je voor dat ze al die vragen konden beantwoorden en vaak hebben ze ook wel de indruk gegeven dat ze dat konden, alsof ze God in hun zak hadden. Dat is precies het probleem. Op het moment dat je antwoorden zo mooi sluitend zijn dat je op alles een passende reactie weet, dan heb je God inderdaad in een doosje gestopt. Dan is God volledig behapbaar, om het in turbo-taal te zeggen. Dan kun je Hem helemaal in je theologische laatjes opbergen. En dat is nu juist niet zo, God is altijd groter dan onze theologische modellen. Hij is altijd groter. Want je kunt altijd blijven zeggen: maar waarom is het dan zo? Waarom is het niet veel makkelijker? Waarom heeft God het Zichzelf zo moeilijk gemaakt? Precies zoals je het zegt. Dat zijn hele goede vragen. Misschien bent u wel teleurgesteld maar dat moet u niet zijn. U denkt misschien wel: Ik had het aan een ander moeten vragen. Ja, u kunt best mensen vinden die deze vraag helemaal kunnen beantwoorden op die eerste manier die ik aangaf. Die zien niet uw nood. Uw waarom's. Ze hebben allemaal antwoorden, ik was er net mee bezig, ik kan nog een hele tijd doorgaan. Dan zou ik een heel sluitend plaatje geven, waar geen speld tussen te krijgen was, maar u zou niet tevreden zijn. En terecht! Want het nadeel van al die mooie gladde antwoorden, die op zichzelf allemaal waar zijn hoor, ik zeg het nogmaals, ze zijn wel waar. Maar ze raken niet de diepte. Want als ze dat konden, als ze de hele zaak precies in kaart konden brengen, dan hadden we God in onze zak. God is God. Uiteindelijk verantwoordt Hij Zich niet over Zijn daden. Uiteindelijk krijgen wij Hem niet in beeld. Uiteindelijk kunnen wij de diepte, ook de diepte van Zijn Wezen niet doorgronden. Daarom kun je altijd vragen "Waarom zus?" en "Waarom zo?" Maar aan het einde krijg je daarop geen antwoord. Dus u moet niet ongelukkig zijn dat ik u het antwoord niet kan geven, het is zelfs wezenlijk dat ik het niet kan geven, want zo hoort het bij God. Nou, dan hoop ik dat u tevreden bent ondanks uw ontevredenheid. Dat was het. Het is alweer half elf, het is toch niet te geloven. Een ijzeren wetmatigheid. Ik ben blij met uw geduld, dat u het tot het einde heeft volgehouden. We hebben hele diepe vragen met elkaar behandeld en ik ben ook maar een mens, ik hoop dat ik, wie in woorden niet struikelt is een volmaakt mens, nu, dat ben ik niet, dus ik zal ook wel in woorden gestruikeld hebben. Maar ik hoop toch dat ik de zaken die mij gevraagd zijn, evenwichtig genoeg heb behandeld. Laten we samen de Heer danken en ook deze dingen bij Hem neerleggen.

Onze trouwe God. Wij danken U dat U zo oneindig groot bent, zoveel groter dan wij kunnen bidden of denken. Uw grootheid stijgt altijd uit boven onze dogma's, onze theorieën en modellen. We blijven ze maken omdat we er toch zo dicht mogelijk bij willen komen en dat is ook goed, want, echt, we hebben een verlangen om U zo goed mogelijk te begrijpen maar U zult altijd groter zijn. We danken U dat als we U mogen kennen, dat we de eeuwigheid bij U mogen doorbrengen en misschien kunnen we dan al die vragen nog eens vragen, nog eens stellen. Maar het kan ook wel zijn dat we dan helemaal geen belangstelling meer hebben voor die vragen omdat we U zullen zien, Uw aangezicht zullen aanschouwen. Waar de ouden zich al naar uitgestrekt hebben daar komt contemplatio de gelukzalige aanschouwing van God. En dan zullen alle vragen die ons nu misschien nog kwellen allemaal van ons afglijden. Vader het is mijn gebed dat ieder mens die hier vanavond geweest is door het woord dat gebracht is mag worden aangeraakt tot in zijn hart en zijn geweten, haar hart en haar geweten. Om in uw licht gesteld te worden. Om met waarachtige berouw en belijdeins van de zonde de heerlijke vreugde en zekerheid van de vergeving te ontvangen. Heer ik bid U door de kracht van Uw Geest, raak ons zo allen aan. Leer ons niet alleen maar die vergeving te aanvaarden die U schenkt maar ook uit die vergeving te leven zoals we daarover nagedacht hebben. Als mensen die ook zelf de ander van harte vergeven zoals God in Christus ons vergeven heeft zoals Paulus dat zegt. Leer ons dat, Here, bewaar ons dichtbij U opdat we in Uw weg mogen wandelen, echte navolgers van U mogen worden, die vergeven zoals U vergeeft. Weest U zo met ons, bewaar ons op weg naar huis en, als de Here Jezus nog niet gekomen is, wilt U ons dan de volgende keer in gezondheid weer bij elkaar brengen? Om verder te graven in de heerlijke schatten van Uw Woord. Geloofd en geprezen is Uw machtige Naam. Amen.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?