Hart voor Waddinxveen


(3b) Vragen bij de lezing gehouden op 14 november 2008 over "Hoe krijg (en houd) ik vrede met God" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
vrijdag, 05 december 2008 19:49

Ik heb een hele stapel vragen. Ik zeg dat vaak en ik zeg het nu ook weer: Ik ben zo blij daarmee, eigenlijk moest dat gewoon verplicht worden, dat elke dominee aan het einde van de preek zegt: Zo gemeente, wat vinden jullie ervan? Wat heb ik onduidelijk gezegd, waar zijn jullie het niet mee eens? Wat moet ik nog nader uitleggen? Maar dat is hier dus gebruikelijk en dat geeft mij gelegenheid om misverstanden weg te nemen en ook bepaalde dingen nog nader te verduidelijken. Dat zijn de twee belangrijkste dingen. Eventueel gerezen misverstanden, waarvoor ik natuurlijk helemaal zelf de schuld draag, op te ruimen en sommige dingen nog nader te verduidelijken.

Ja, er zijn altijd mensen die er goed op letten of ik geen karikatuur maak van de gereformeerde gezindten. Nou is dat heel moeilijk om als die mensen zo scherp opletten om dat te vermijden en ik zou er dit op willen antwoorden: In de laatste jaren, sinds ik bezig ben mijn tiendelige dogmatiek te schrijven, ben ik nog nooit zoveel in de gereformeerde theologie gedoken als nu. Nog nooit zo grondig de drie formulieren van enigheid bestudeerd als nu. Daar liggen mijn grootste problemen niet. Ik heb daar wel allerlei vraagtekens bij, maar een beetje dominee die zelfstandig denkt heeft die ook. Maar mijn problemen liggen niet in het feit dat ik een karikatuur maak maar dat aan de rechterkant in de gereformeerde gezindten men zelf een karikatuur maakt. Die mensen doen dat. Ik heb wel eens het idee dat ik dichter bij de Dordtse leerregel sta dan aan de uiterst rechterflank van de bevindelijk gereformeerde gezindten. Zo, dat hakt erin. Daar kunnen ze het mee doen. Afgelopen zondag, ik kan het niet laten, ik moest 's morgens in Zierikzee preken en 's avonds in Ouddorp, ik dacht ik ga tussendoor naar zo'n gemeente aan de uiterst rechterflank. In Zeeland hebben die drie diensten dus dat kon precies, de middelste. Dat is toch een belevenis, dat kan ik u wel vertellen. Nee, aan die kant wordt dikwijls een karikatuur gemaakt, niet door mij. En als ik het toch doe, ik zeg niet dat het nooit eens zou kunnen gebeuren, dan vraag ik u bij voorbaat vergeving. Want een van de redenen waarom ik er altijd weer naar toe ga, gek genoeg, ik snap het zelf ook niet, elke keer denk ik, dit is de laatste keer geweest, en dan doe ik het toch weer. En dat komt omdat ik zo van die mensen houd. Ik zit ook stiekem altijd die mensen te observeren. Ik zit ook altijd voor ze te bidden als ik daar zit. Ik ben een beetje een raar figuur, dus dat doe ik. Oké.

Een tweede punt en dat wil ik ook met grote klem onderstrepen, dat zijn de mensen die amen zeggen op alles wat ik zeg en die eigenlijk toch voor het vaderland wegleven. Dat zijn de mensen die een beetje neerkijken op die mensen die geen vrede met God hebben. Terwijl die mensen die dat inderdaad niet hebben, en dat komt door de leer waaronder zijn groot geworden zijn, vaak als het gaat om toewijding en persoonlijke vroomheid een voorbeeld zijn voor die mensen die zich er zo op laten voorstaan dat zij wel vrede met God hebben en geloofszekerheid terwijl ze in hun persoonlijk leven er eigenlijk de kantje vanaf lopen. En ik wil dat ook met grote kracht onderstrepen. Een oud student van mij die al intussen heel lang christelijk gereformeerd predikant is, die zat eens onder een lezing, al vele jaren geleden, die ik daarover hield en die zei dat tegen mij. Hij zei: "Mijn grootmoeder heeft nooit echt durven zeggen, vrijuit, ik ben een kind van God. Zij was een geestelijk volwassen vrouw, ze was ons allemaal tot voorbeeld als het ging om Godsvrucht, om toewijding, om liefde voor de Here Jezus, liefde voor God de Vader. En dat is ook waar. En dat mag ook wel eens gezegd worden. Die heel wat dichter bij de Heer leeft voor zover wij mensen dat kunnen beoordelen als heel wat mensen die al te gemakkelijk praten over geloofszekerheid.

Een volgend punt is; als ik het heb over zonde, ik heb het daarstraks al eens aangegeven maar ik wil het nog eens dik onderstrepen, dan kun je heel verkeerde conclusies trekken uit wat ik zei, dat mensen zekerheid van het geloof hebben en zeggen: "Mij kan niks gebeuren." Maar als iemand een boze weg, ik heb het er niet over dat iemand wel eens in de zonde kan vallen, dat gebeurt ons allemaal, ik heb het erover als iemand een boze weg gaat, de vraagsteller stelde heel concreet het voorbeeld van iemand die vreemdgaat en die zegt: "Maar mij kan niets overkomen want ik ben een kind van God." Ik heb het wel eens vaker gezegd hier, maar tegen zo iemand zou ik zeggen: je gedraagt je als een onheilige en ik zal je vertellen waar de plaats is waar onheiligen uiteindelijk terecht komen. Denk erom, het is een groot verschil tussen iemand die in de zonde valt en juist omdat hij een kind van God is, dat betreurt en daarna zo gauw mogelijk weer uit die modder tevoorschijn krabbelt en de weg naar de Vader weer terugzoekt, dat is de ene kant. En aan de andere kant, mensen die in de zonde leven, in gruwelijk kwaad, kwaad dat een gruwel is in het oog van God, zonder dat ze daar erg van wakker lijken te liggen. En als zulke mensen, die ben ik ook wel eens tegen gekomen, pleiten op het feit dat zij een kind van God zijn en dat ze behouden zijn, dan zeg ik: "U hebt geen enkel recht te spreken, u leeft als een goddeloze. En wat uw belijdenis is, interesseert me niet, u leeft als een goddeloze en de bijbel zegt duidelijk waar goddelozen terecht komen." Die kant van het verhaal is er ook. Je kunt niet altijd in elke preek alle kanten belichten, dat is zo vermoeiend. Doet de Bijbel ook niet. Nu klinkt de Bijbel soms heel eenzijdig en wordt er een punt heel scherp neergezet. Zoals ook in Romeinen 5. En al die dingen waarvan we zeggen ja, maar dit en ja, maar dat, die vindt u dan weer op andere plaatsen in de Bijbel. Daarom is het zo belangrijk de Schrift als geheel te verstaan in een evenwichtige vorm. Dus dit wil ik ook nadrukkelijk gezegd hebben. Mijn verhaal ging niet over mensen die beweren vrede met God te hebben en die in feite als een goddeloze leven. Ik laat het hier even bij.

U stelt, als ik u goed begrepen heb, dat zonde onze vrede van God kunnen verstoren. In Jezus blijven en Zijn zachte juk opnemen zou ons die vrede verschaffen. Maar die opdracht kunnen we toch nooit voor 100% vervullen? Wij zullen, hoe vruchtbaar ons leven ook is, nooit zonder zonde zijn. Is de vrede van God dan altijd maar weer voor even of heb ik u verkeerd begrepen?
Wij belijden onze zonden niet altijd direct na onze kwade daden. Dat is ook een heel praktisch punt. Ik wil proberen daar wat over te zeggen. Ik heb het eigenlijk al aangegeven. Er is iets, in de eerste plaats, dat ik eerder zal noemen, de zwakheid van het vlees, onze onvolkomenheden. Daar worden we constant aan ontdekt. Vergelijk het met uw eigen kinderen. Die zijn ook in veel opzichten onvolkomen en dat komt doordat ze onvolwassen zijn. Ik bedoel nu met onvolkomenheden de dingen die horen bij een kinderlijk, tijdelijk, onvolwassen stadium. Ze kunnen nog niet netjes eten, ze kunnen een heleboel dingen nog niet die grote mensen wel kunnen. Dat verdragen wij in hen, want we weten, dat wordt vanzelf beter. Daar mag u deze dingen niet op toepassen. Die kinderen hoeven niet elke keer, als ze met twee jaar nog niet netjes kunnen eten, dat bij hun ouders te belijden en te excuseren. Dan zou je als ouders zeggen: "Kind, hou nou eens op, je bent twee, je eet zoals een tweejarige, die moet eerst een schuifje of een lepeltje of een vorkje in z'n handen krijgen." Dus zo moet u het nu ook weer niet opvatten. Als dat kind tien jaar later nog steeds zo eet dan is er aanleiding om eens even flink achter uit de keel te praten. Het hangt dus ook erg af van iemands ontwikkelingsstadia. Je hebt baby's in Christus zegt 1 Joh. 2, je hebt jongelingen in Christus, je hebt vaders in Christus. Van die vaders in Christus mag je onnoemelijk veel meer verwachten. Aan inzicht, aan heiligmaking, aan levenstoewijding dan van baby's in Christus. Dus het gaat niet over onvolkomenheden. Maar als wij een keer flink in de fout gaan, zelfs al ben je een jongeling in Christus, zelfs al ben je een vader in Christus, dan merk je ook, dan ervaar je ook, je gemeenschap met Vader is verstoord. Als het kind onvolkomen is omdat het onvolwassen is wordt de gemeenschap met Vader niet verstoord, Vader aanvaardt dat, begrijpt dat en helpt dat kind om volwassen te worden en die dingen te leren. Wij leren met vallen en opstaan. Letterlijk leren wij lopen met vallen en opstaan. Niemand van ons heeft leren lopen zonder daarbij te vallen. Anders kunt u zich bij mij melden, dat wil ik dan wel eens horen van u. Daar wordt vader niet boos over. Maar als het kind regelrecht ongehoorzaam is, dwars tegen vaders wil ingaat, dat verstoort, dat vertroebelt de relatie. Ook al is het kind nog zo jong. Ik heb het nu niet over tweejarigen natuurlijk. Maar u begrijpt het wel. Als het ongehoorzaam is, als het dwars tegen vaders wil ingaat dan is er iets vertroebeld, dat moet rechtgezet worden. Dan heb je kans dat je het kind de kamer uit stuurt of dat je het vroeg naar bed stuurt of zonder eten naar bed of weet ik wat voor krasse maatregelen u daarvoor bedenkt. Dan kan het kind ook niet even later zo vrolijk weer binnenstappen alsof er niets gebeurd is. Stel je voor dat het kind zou zeggen, "Oh, maar ik ben een kind van de vader, mij kan niets gebeuren, al die zonde, die ziet hij over het hoofd, hij is mijn vader, hij houdt van mij." Dus hij stap vrolijk fluitend weer de kamer binnen. Dan zegt vader: "Ho, ho vriend, maar zo gaat het niet. Er is eerst wat recht te zetten." Begrijpt u? Als het kind knoeit met eten, hoeft dat niet, als het kind uitdrukkelijk ongehoorzaam is moet het wel. Maar als het kind het huis uit gaat met een dolle kop, zoals die verloren zoon, dan heb je nog weer een moeilijkere situatie. Je kunt een aantal gelaagdheden daarin ontdekken. Je kunt Vader helemaal de rug toekeren zodat wij ook niet meer kunnen zeggen: "Is het eigenlijk nog wel een kind van de Vader, het is zo ver weg?" Dan is het niet meer een keer dat je in de zonde gevallen bent, maar dat je echt een boze weg op gaat en dan mag niemand meer zeggen "Oh, gelukkig, je bent toch een kind van de Vader." Ik hoop dat het een beetje duidelijker is. Je kunt er allerlei gelaagdheden in aanbrengen.

God straft niet. Hoe zit dat dan met Ananias en Safira?
Ja, ik moet dat woord straffen, dat heb ik uit andere vragen ook gemerkt, toch nog wat nader toelichten. Want u zou kunnen zeggen; als een vader of een moeder zijn of haar kind straft, dat noemen we ook straf, dat is een deel van de opvoeding. Er staat dan toch maar in onze vertalingen en dat is toch niet verkeerd, het woord tuchtiging en kastijding in de verschillende vertalingen, in Hebreeën 12. Laten we het onderscheid maken tussen straffen zoals een rechter dat doet. Gelukkig in een beschaafd land zoals wij kennen zit er ook in de straf die een rechter oplegt, altijd wel het element van opvoeding. Daarom hebben we ook reclassering en al dat soort zaken. Omdat we hopen dat als iemand een aantal jaren in de gevangenis heeft gezeten dat hij daar wat van geleerd heeft en dat hij een goed lid van de samenleving wordt. Maar de vergelding staat voorop. Zo is ons rechtssysteem ook gebouwd. Bij je eigen kinderen is dat niet het geval. Bij je eigen kinderen is alles erop gericht op de opvoeding en opvoeding betekent dat kind, het laagste niveau, een goed lid van de samenleving maken en een stuk hoger is natuurlijk dat kind te maken tot een volgeling van de Here Jezus. Een waardevol en bruikbaar lid ook in de geloofsgemeenschap waar hij zich bevindt enzovoort. Straf, in de vorm van disciplinaire maatregelen hebben daar niet het karakter van vergelding. Vergelding hoort bij een rechter. Straf in de zin van opvoeding hoort bij een vader. Vandaar dat die kastijding en die tuchtiging in Hebreeën 12, dat zie je ook heel duidelijk die kastijding heeft zelfs niet eens daar te maken rechtstreeks met zonde die een kind doet. Dus als je het idee hebt dat God jou kastijdt om wat voor reden, dan hoeft dat nog niet eens direct met zonde te maken te hebben. Ik gebruik graag het voorbeeld van een ouder dat een driejarig kind meeneemt naar de tandarts. Je bezorgt dat kind lijden. Hoe kun je nu een goede vader zijn en je kind lijden aan doen door het mee te nemen naar de tandarts? Dat doe je toch niet? Dat is een beetje Pinkstergeluid, God laat z'n kind toch nooit lijden dus dat kan nooit van God komen. Dat is ook weer zo'n eenzijdige benadering. Eenzijdigheden hebben we overal. Wij nemen dat kind mee naar de tandarts en dat kind zit daar in de tandartsstoel en kijkt je aan; Hoe kan papa of mama mij dit nu aandoen? Wat ik hier moet doorstaan. Maar papa en mama weten; het is goed voor het kind en als het kind tien jaar verder is dan weet dat kind het ook. Papa en mama willen graag dat het een goed gebit heeft en later gaat het dat ook waarderen. Moet dat kind nu gaan zitten verzinnen, wat heb ik voor straf verdiend, wat heb ik voor zonde gedaan dat ik zo gestraft word? Nee, het is geen straf, het is zelfs niet eens tuchtiging of kastijding, maar het is wel pijn. Als je je zoon wil trainen om aan de Olympische spelen mee te doen, dan zal het ook pijn moeten lijden. Training is ook een heel belangrijke metafoor in de Bijbel voor onze geestelijke opvoeding. Training. Kan je spierpijn kosten. Er zijn allerlei vormen van lijden die niet direct te maken hebben met straf, maar wel met opvoeding, met training. Dat je ergens klaar voor maakt. Klaar voor het leven, klaar voor hoge prestaties. Ik val nu een paar maanden in als middelbare school leraar, wat vreselijk leuk is trouwens. Ik zeg altijd tegen die kinderen: "Jullie zijn mijn hobby. Werken dat doe ik op andere plaatsen maar jullie zijn mijn hobby. Het is zo schattig. Ik wist niet dat 13-14jarigen zo leuk waren. Ze halen je af en toe het bloed onder je nagels vandaan maar dat hoort er allemaal bij. Ik zeg ook dikwijls tegen die kinderen, dan moeten ze huiswerk maken en proefwerken, en ze kreunen en steunen. Als ze wat ouder zijn gaat dat weer over. Ze kreunen en steunen en dan citeer ik graag Klaagliederen 3; Het is goed dat een man of een vrouw het juk in zijn of haar jeugd draagt. Dit is de vorm van lijden die jullie moeten doormaken, ik beklaag jullie zeer, dat is zo, maar het is goed voor jullie. Al dit lijden draagt bij tot jullie vorming en zo zit ik daar een beetje met die kindertjes te spelen, weet u wel. Maar het is ook eigenlijk een metafoor voor het grote leven. Niet alle zware dingen, dat zegt zondag 10 van de Heidelbergse catechismus ook niet, ze komen van Gods goede Vaderhand, en hebben ze op een of andere manier toch met Gods opvoeding te maken, maar het wil niet zeggen dat je altijd slechte dingen gedaan hebt als die dingen op je afkomen, er zijn nog meer van die vragen, dat hoeft helemaal niet. Training is niet omdat je slechte dingen gedaan hebt, maar omdat je beter moet worden dan je nu bent. Betere sportprestaties moet leveren. Dus opvoeding, tuchtiging, kastijding, in Hebreeën 12 gaat het helemaal niet over zonden die wij gedaan zouden hebben en die tuchtiging noodzakelijk maken. Het gaat juist om wat in het begin van Hebreeën 12 staat; laten we dan afleggen alle zonden en alle last en alle zonde die ons licht omstrikt. Tuchtiging helpt ons om van onze last af te komen. De lasten in ons leven zijn de dingen die niet zondig zijn, anders was het niet onderscheiden van zonde daar, last en zonde, lasten zijn geen zondige dingen maar ze belemmeren je wel in de wedloop. Er zijn een hele hoop christenen die worden zo door hun hobby's of door hun auto of door weet ik wat, voetbal en sport in beslag genomen. Dat zijn op zichzelf geen verkeerde dingen maar het zijn lasten. Als je de wedloop wil lopen dan moet je dat soort lasten niet met je meetorsen. Je gaat niet met een rugzak op aan een schaatswedstrijd meedoen. Dus doe die rugzak af. En kastijding van de Heer helpt je daarbij. Dus dan is het niet om zonde dat dat je overkomt, het overkomt je om je sterker te maken. Dat vind ik een hele mooie omschrijving. De kastijding van Hebreeën 12 helpt ons om van die lasten af te komen waar het in het begin van dit hoofdstuk over gaat. Paulus zegt ook in 1 Kor. 9; als je deel wil nemen aan de Spelen, hij schrijft dat aan de Korinthiërs, die kenden de Ismische Spelen, dan moet je je alles ontzeggen. En dat is met die kinderen ook zo, die moeten zich alles ontzeggen. Terwijl die kinderen nota bene op de middelbare school, dat moet ik u even vertellen, die zijn zo druk. Met mailen en internetten, met smsen en msnen en weet ik het allemaal en chatten enzo. Dat kost ze uren per dag. En dan gaan wij ze ook nog eens huiswerk opgeven. U begrijpt toch wel wat die kinderen te lijden hebben? Het is wreed, wreed. Maar het is ook goed voor ze. Dan chatten ze maar wat minder. Ananias en Saphira, het zou aardig zijn om u eens te vragen of u denkt dat we die in de hemel zullen terugzien of niet. Wie van u denkt dat we ze in de hemel zullen terugzien? Wie van u denkt dat we ze in de hemel niet zullen terugzien? Gesteld dat u er zelf komt natuurlijk. Nou, de meningen zijn aardig verdeeld. Dan zal ik nu zeggen wie gelijk heeft. Ik weet het niet. Ik ben dus meer bescheiden dan u. Ik vind dat moeilijk. Soms denk ik, er staat toch eigenlijk niets waardoor zij ongelovig zouden moeten zijn. Ze hebben alleen zo'n smet geworpen op die reine kerk, het is net als de eerste deuk in je auto. Die reine kerk die daar in Gods gebouwd is. En dan deze eerste deuk. Het is onverdraaglijk. Maar aan de andere kant, er staat niet dat hij een discipel was, elke gelovige wordt geïntroduceerd als discipel of andere manier, hier is het gewoon 'een man'. Dus denk ik, misschien is het toch een binnensluiper, ik weet het niet. Dus, jullie weten het beter dan ik. Ik heb weer wat geleerd vanavond, alleen ik weet nog niet van welke groep ik wat geleerd heb, dat is het probleem. Een heleboel van de vragen gaan hierover, dat is begrijpelijk.

Sommige godvruchtige mensen overkomt van alles. U stelt dat God ons als het ware bijstuurt, polijst. Dat heb ik niet gezegd maar ik vind het wel erg mooi. Ik vind dat mooier nog dan wat ik gezegd heb. Kan ik hieruit opmaken dat wat ons overkomt toch in relatie staat met de mate waarin we bijgestuurd dienen te worden? De mate waarin we zondigen. Kijk, dat laatste had u er nu niet bij moeten zetten, dat heb ik net uitgelegd. Bijsturen, polijsten dat heeft te maken met die onvolkomenheden waar ik het over had. Dat is niet hetzelfde als dat het constant een reactie van God is op zonde. Opvoeding van babygedrag, natuurlijk, het heeft wel vaak met zonde te maken, maar het is ook vaak een onvolkomenheid van het kleine kind. Opvoeding van babygedrag tot volwassen gedrag is niet altijd een constant eronder krijgen van zonde. Ook van de Here Jezus lezen we dat Hij toenam in grootte en wijsheid. Hij had net zo goed opvoeding nodig. Het enige grote verschil is, bij Hem hoefde nooit dwaasheden afgeleerd te worden. Wij nemen toe in wijsheid door dwaasheden af te leren. Dat hoefde bij Hem niet. Niettemin staat er in Lukas 2 dat Hij toenam in grootte, dat begrijpen we, en in wijsheid. Eigenlijk heb ik het meeste van deze vraag wel beantwoord.

Waarom tuchtigt God de een meer dan de ander? Er lijkt voor mij geen relatie tussen de mate waarin iemand bijsturing nodig heeft en dat wat iemand overkomt. Zou u dit toe kunnen lichten?
In zoverre zou ik dat toe kunnen lichten, want dit is een hele moeilijke vraag, door in de eerste plaats tegen u te zeggen, maak het los van de gedachte dat al die bijsturing zonde veronderstelt. Dat er zonde in het spel is. Want inderdaad, u heeft volkomen gelijk, dat zien we in de Bijbel ook, juist de meest rechtvaardige overkomt juist het meeste kwaad, zoals de grote worsteling van Asaf in Psalm 73. Waarom gaat het de goddelozen zo voor de wind en zoveel rechtvaardigen hebben het zo zwaar? Dus als u probeert een oorzakelijk verband te zien met zonde, dus hoe zwaarder je het hebt, des te meer bijsturing heb je nodig, dus des te meer je zondigt, dan belandt u onherroepelijk in het gezelschap van de vrienden van Job. En dat is niet best want God wordt aan het einde heel boos op ze in Job 42. Ze hebben niet recht gesproken van God. Ze hebben ook niet recht gesproken van Job maar daarmee hebben ze ook niet recht gesproken van God. Zo is het dus niet. Ik zou het eerder zo willen zeggen; als u grote sportprestaties wil leveren, ik kom weer even terug op dat beeld, moet u zich veel meer ontzeggen dan wanneer u dat niet van plan bent. U moet veel beter letten op uw gewicht. U moet veel beter uw spieren trainen, u moet veel beter, u moet veel meer tijd besteden aan al die zware trainingen terwijl de anderen lekker kunnen spelen. En zo is het met een heleboel dingen, als je een top-pianist wil worden moet je elke dag minstens 4 tot 8 uur oefenen. Of dat altijd zo leuk is, dat is zwaar werk, en een ander niet, die kan lekker een half uurtje spelen en daan gaat hij weer wat anders doen. Die heeft het veel makkelijker. Hoe komt dat? Hij wil een topprestatie leveren. Als je een topprestatie wil leveren, mag ik even die beeldspraak zo gebruiken, we zijn dat niet gewend om dat zo te zeggen, als je een topprestatie wil leveren in het koninkrijk Gods heb je meer opvoeding nodig. Vandaar dat we zien bij grote mannen Gods in de Bijbel dat ze een woestijnperiode doormaken. Dat is niet makkelijk. Johannes de Doper at sprinkhanen en wilde honing. We lezen van Elia dat hij zo'n tijd meemaakte dat hij gevoed werd door raven. Van de Here Jezus dat hij veertig dagen in de woestijn was. Dat komt, ze werden klaargemaakt voor een heel hoog ambt en dus hadden ze een zware training nodig. Sommigen van ons lijken een heel zware training te moeten ondergaan van Gods kant, misschien wel omdat de Heer je voor heel bijzondere dingen wil gaan gebruiken maar we daar zelf nog geen idee van hebben. Dat is maar een manier, daarmee is nog lang niet alles gezegd, ik weet er ook niet alles van, dit heeft zo diep te maken met het Godsbestuur in ons leven dat we daar niet alles van kunnen zeggen. Maar dit zijn wel een paar bijbels lijnen die je in elk geval kunt opmerken daarbij.

Waarom is er in het Oude Testament wel sprake van een toornige God als het gaat om het volk wat blijft zondigen?
Ja, maar ik heb ook niet zoveel moeite met dat begrip toorn, als je het maar niet verbindt met God als Rechter, dus meteen je vrede en het behoud in gevaar komen. Ik ben wel eens flink boos geweest op mijn kinderen en mijn vader is wel eens flink boos geweest op mij, wie heeft dat nooit meegemaakt? Maar het was een boosheid waarbij ze nooit dachten; oh oh, nu word ik als kind verstoten. Hebt u dat ooit als kind gedacht? Dan hebben uw ouders wel even iets heel grondig mis gedaan. Hebben uw kinderen ooit gedacht, oh oh, nu gaan vader of moeder mij verstoten, nu is het afgelopen, nu ben ik hun kind niet meer? Natuurlijk niet. Ze twijfelden nooit, dat is die geloofszekerheid. Ze twijfelden nooit aan de relatie. Maar er was wel even iets grondig mis gegaan in de intimiteit in die relatie. Die relatie zelf was onaantastbaar, maar in de intimiteit moesten wat dingen wel weer goed gemaakt worden. Je kon soms flink uit de slof schieten als ouder, als ze het echt even helemaal verkeerd gedaan hadden, dus in die zin mag er best ruimte zijn voor boosheid. Dat is met God en Zijn volk ook. Natuurlijk spreekt God over toorn. Ik citeerde daarstraks pas die prachtige tekst uit Jesaja; met zijn armen uitgebreid. Hij is boos op dat volk en tegelijkertijd staat Hij met Zijn armen uitgebreid dat dat volk toch alsjeblieft bij Hem terug wil komen, het blijft wel Zijn volk. Als Hij heel boos is zegt hij zelfs: Lo amin, niet mijn volk. Maar dat is de buitenkant. Want tegelijkertijd als iemand maar met een vinger wijst naar Zijn volk, dan zegt Hij "Nee, nee, pas op, je raakt mijn oogappel aan." En die spanning he, God zegt: "Nu ben ik zo boos, nu wil ik je een tijd niet zien." Dat heb je als ouder ook wel, nou ga maar weg, ik wil je een tijdje niet zien. Maar als je zou horen dat iemand een vinger naar jouw kind uitstak, dan zou je in het geweer komen en dan zou je het voor dat kind opnemen, dat kan toch niet anders? En dat is, daar staat een mooie tekst over, die zal ik zou gauw niet kunnen vinden, in Jesaja, ik laat het even zitten.

Waarom is er dan nu niet meer sprake van een toornig God als kinderen blijven zondigen?
Dat heb ik net uitgelegd. Waar het steeds om gaat is, als God boos op jou is, is dat niet de Rechter die boos is, die Rechter is buiten het gezichtsveld. Het is je Vader die boos is en dat is totaal wat anders. Je eeuwige behoud is daarbij niet in het geding.

Ik herinner mij de uitspraak "Een kind des Heren zondigt niet goedkoop." Dat maakte je bang, ik denk dat dit waar is maar dit zorgt niet voor angst maar voor meer verdriet. Zegt u er wat over?
Het sluit aan bij wat ik daarstraks gezegd heb. De zonde van een wedergeboren mens die de Heilige Geest heeft is honderd keer erger dan de zonde van een goddeloze. Die kan niet anders, die weet niet beter, hij heeft geen kracht, al zou hij het willen, maar hij wil ook niet, hij wil niet anders, maar al zou hij het willen, hij kan ook niet anders. Een gelovige wil anders, hij heeft een veranderde wil, hij kan ook, door de kracht van de Heilige Geest, anders. Hij heeft geen enkele reden om de zonde te doen en als hij het toch doet, is dat vele malen erger. Het is vele malen erger om je vader boos te maken dan een of andere rechter of een politieagent. Wat kan jou die politieagent schelen, hij is boos, je hebt ingehaald waar het niet mocht, dat heb ik daarstraks ook gedaan toen ik hier naar toe reed. Ineens zag ik het bord maar dat was te laat. Wat kan die politieagent me schelen, maar als mijn vader, die over 9 dagen 92 hoopt te worden, als die boos op me is, ja, dat kan dus nog steeds, dat kan nog steeds, hij is er nog, hij kan nog boos op me worden. Dat is veel erger dan een politieman begrijpt u? Als God boos op je is, is dat veel erger. Kinderen des Heren zondigen niet goedkoop. Maar als je dat gaat gebruiken als dreigement, dat je het eigenlijk niet over God als Vader hebt, het zit hem in die uitdrukking ook, Kind des Heren, dat is weer die afstandelijke naam, van die God, Heere, Heere, niet het kind van de Vader, zo hoor je het nooit zeggen, als ze dat zouden zeggen, een kind van de Vader zondigt nooit goedkoop zou de hel zaak al anders klinken. Maar dat geeft niet, u heeft het precies gezegd, je hoeft niet meer bang te wezen dat Vader je zal verstoten, maar je hebt wel verdriet want er is iets even stuk gegaan tussen Vader en jou. Je weet nog als je moeder dat zei, mama is niet boos, mama is verdrietig, dat was veel erger. O, jee, mama is niet boos, ze is verdrietig. Oh, oh. Nou, ik ben niet boos, maar wel verdrietig [de stapel vragen valt].

U spreekt van de woede van God en Zijn straf.
Zie je wel, al die vragen gaan daarover. Ik ervoer dat God pijn heeft en dat Hij daardoor probeert ons op de rechte weg te brengen. Mooi, laten we staan.

De dominee beschrijft het verdwijnen van de intimiteit zo; God verbergt Zijn aangezicht, dus dat is liefde. Ja, die uitdrukking "God verbergt Zijn aangezicht" komt een aantal keren in de Schrift voor en wel in heel verschillende situaties. Want God verbergt Zijn aangezicht ook voor de goddelozen en dat is totaal iets anders. Nou zegt die goddeloze ook: "God ziet niet wat ik doe, Hij bemoeit Zich er niet mee." Maar "Hij verbergt Zijn aangezicht" kan ook betekenen dat God, de zon is er wel, maar de zon is even achter de wolken schuil gegaan. God trekt Zich terug een ogenblik. In Deuteronomium zie je dat in het lied van Mozes, dat er een situatie kan komen dat God zegt: "Nou laat Ik ze maar eens even begaan dan zullen ze wel zien waar ze terecht komen." Dat heb je als vader ook wel eens een keer of als moeder. Ja, ik praat nu meer als vader daarom gebruik ik dat woord meer. Dat je zegt, laat ze maar eens even tobben. Laat ze maar eens even flink vast lopen. Dan zien ze waar ze mee bezig zijn, je kunt ook altijd, altijd proberen dat in de kiem te smoren maar daar leren die kinderen ook niets van. Ze mogen ook wel eens een keer op hun gezicht gaan. Misschien is dat wel heel heilzaam. Laat ze het maar eens zien, die vader in Lukas 15 zegt niet tegen die jongen: "Oh, jongen doe dat toch alsjeblieft niet. Oh, daar kunnen zulke ernstige dingen van komen. Je kunt al je geld kwijt raken. Je komt in verkeerd gezelschap. Blijf toch bij mij." Dat vertelt het verhaal tenminste niet. Hij laat hem gaan, want hij weet dat helpt niet, die jongen wil, dan moet hij maar even op z'n gezicht, even flink trouwens, op z'n gezicht gaan. Laat hem dan maar door die heel diepe ervaring heen gaan, God houdt het niet altijd tegen. Soms laat hij ons flink op ons gezicht gaan in de hoop dat het dan toch weer goed komt. En dat is als God Zijn aangezicht verbergt. Hij kijkt even de andere kant uit en tegelijkertijd houdt Hij ons nauwlettend in de gaten. Hij staat even achter het muurtje. Hij laat je even knoeien. Want hij weet dat als Hij je even flink laat knoeien, je even flink op je gezicht laat gaan, dat je daar meer van leert dan wanneer je elke afwijking meteen de kop in drukt. Dat waren heel wat vragen. Ik hoop dat het allemaal door de vragen niet moeilijker maar duidelijker is geworden. Wij hopen elkander, dat mag ik niet zeggen, ik wilde zeggen, wij hopen elkaar van het jaar niet meer te zien, dat klinkt niet goed. Wij zullen, de meeste van ons althans, dit jaar elkaar niet meer zien, maar 9 januari, komt mijn broertje intussen de zaak weer opvrolijken of niet? Dus als ik er niet ben, dan heb ik altijd nog mijn broertje, die is trouwens aanstaande maandag jarig, voor het geval u het wil weten, dus die komt dan in december, met een heel ander onderwerp, ook op een andere plaats, andere tijd, andere golflengte, ander onderwerp en ik hoop u weer te zien D.V. ijs en weder dienende op 9 januari. Heeft u een opmerking zuster? Heb ik uw vraag niet beantwoord? Dat is ook wat. Ja, oh, jongens, ik heb het niet expres gedaan, dat zeiden mijn kinderen altijd: "Ja, maar ik deed het niet expres." En dan zei ik: "Ja, dat moest er nog bijkomen." En daar werden ze altijd zo kwaad over. Zelfs nu ze allemaal volwassen zijn en tegen de veertig komen ze nog klagen dat ik dat tegen ze zei. Vinden jullie dat zo gek dat ik dat zei?

Welke rol heeft Gods vijand in het wegroven van de vrede?
Kijk, als de vijand der zielen op een of andere wijze ons de vrede kan beroven dan zal hij dat niet nalaten. Dus dat is heel duidelijk. Alleen, er zit een gevaar in, als je dit benadrukt , dat is dat je het van je verantwoordelijkheid afschuift. Als je zegt: Ja, dat is de vijand die dat doet, dan kun je zeggen, dus ik heb het niet gedaan, mijn schuld niet, het is de vijand die dat deed nietwaar? Er is altijd wel iemand die je de schuld kan geven. De vrouw die Gij mij gegeven hebt, en die zegt weer, de satan heeft mij verleid, lekker de schuld doorschuiven. Dus op zichzelf is het natuurlijk volkomen waar, een eenzijdige prediking of het nu evangelisch charismatisch of dat het bevindelijk gereformeerd is, ik heb daarstraks trouwens iemand ontmoet, dat is wel leuk, dat had je vijftien jaar geleden nog niet, die zei dat hij een evangelisch charismatische bond'er (Broederschap van Baptisten|) was. Dat kan dus tegenwoordig. Maar dat is even terzijde. Maar of je dus aan de ene of aan de andere kant, je kunt extreme leringen ontwikkelen, vaak is dat een afzetten tegen de ander. En dan schiet je zelf door in het andere uiterste. Je bedoelt niet om de vijand in de kaart te spelen maar de vijand kan het wel gebruiken. Al die extreme leringen, aan de ene kant om mensen hun vrede te onthouden of te benemen en aan de andere kant mensen een valse vrede te geven en laten denken dat ze maar aan kunnen zondigen. Daar hopen we het op 9 januari over te hebben als we het gaan hebben over Romeinen 6. Het onderwerp luidt: Gedoopt tot Christus' dood. Oh, oh, durf ik wel in Waddinxveen over de doop te komen spreken? Nou ja, we zullen zien hoe dat gaat aflopen. Maar dat hoofdstuk begint precies met dat verwijt dat ik daarstraks zei: Zullen wij dan zondigen opdat de genade te meerder worde? Paulus, ben je nou helemaal? Dat is een hele verkeerde verwerpelijke gedachtegang. Geef dus niet te gauw de vijand de schuld. Zeg niet gauw, hij heeft het gedaan, hij kan er gebruik van maken, maar je bent zelf volledig verantwoordelijk voor wat je zegt en wat je doet.

Goed wij hopen elkander, is het goed, zuster, tevreden?, gelukkig. Heb ik nog meer vragen verstopt? Wij hopen elkander op 9 januari terug te zien met dat onderwerp Romeinen 6, Gedoopt tot de dood van Christus. Wat betekent dat? Ik kan u vast geruststellen, ik ga hier geen polymiek beginnen over de gelovigendoop. Ik ga het hebben over de doop. Dan weet u dat vast. Dus u hoeft niet bang te wezen. Ik stel voor dat wij samen deze avond afsluiten met gebed en dankzegging. Here God wat is het een vreugde en een zegen om U te mogen kennen, om U te mogen aanspreken als Vader. Zo heeft de Here Jezus het gezegd in de Hof van Getsemane, Abba, Vader. En wij hebben ontvangen niet de geest van slavernij maar de Geest van Zoonschap. Abba, Vader. Wat een wonderbaar voorrecht, U, die grote, heerlijke, machtige God, Schepper van Hemel en aarde, U bent mijn Vader, onze Vader geworden in de Here Jezus Christus. En hoe meer we ons dat bewust zijn Vader, des te meer schrikken we ervoor terug om zonde te doen. Want die relatie is zo teer, zo mooi, dat we niets zouden willen doen om die relatie te bezoedelen. Maar als het toch gebeurt, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de Rechtvaardige. Die het zoenoffer is voor onze zonden en niet alleen voor onze zonden, maar voor de hele wereld. Dank U wel. Dank U wel. Dat ook als we een scheve schaats rijden, dat we mogen weten dat Hij daar is. En dat die grondslag van Zijn bloed altijd en altijd daar voor ons pleit. Bewaar ons voor de weg van de zonde die ons van U zal afvoeren. Houdt ons heel dicht bij U, Here. Help ons om de moeilijke dingen van ons leven uit uw hand aan te nemen. Help ons om te zien dat ze een deel zijn van Uw Plan. Soms duurt het wel een hele tijd voordat we begrijpen wat Uw Plan allemaal behelst en hoe dat uit gaat werken. En sommige dingen zullen we hier op aarde wel nooit te zien krijgen. Maar we danken U dat we bij U veilig en wel geborgen zijn. En dat U ons niet in de steek laat. En dat niets ons bij geval overkomt. Vader we danken U dat we altijd ten volle overtuigd mogen zijn van Uw Liefde, Uw Genade, Uw Barmhartigheid, Uw nimmer aflatende zorg. Vader ik bid U voor hen in ons midden die worstelen met die geloofszekerheid, door een eenzijdige prediking, die altijd maar in zichzelf nog dieper spitten en nog meer redenen vinden om zich geen kind van God te durven noemen. Here, verbreek al die ja, maars, en leer ze om in alle eenvoudigheid hun handen te leggen op het wonderbare werk dat U door Uw Zoon heen verricht hebt. U hebt zelf Hem overgegeven en U zult met Hem ons ook alle dingen schenken. Bewaar ons aan de andere kant Heer ook voor een lichtvaardig leven, alksof we de zekerheid hebben en nu maar kunnen doen laten wat we willen. Bewaar ons en geef ons het besef van Uw heiligheid. Maar ook het besef van de heiligheid die U al in ons wil bewerkstelligen. Sterk ons, leid ons en zegen ons in onze heiligmaking, waar het om gaat dat U zelf, de heilige God, in ons weerspiegeld wordt. Wij danken U voor alles wat we mochten overdenken en overwegen, dat het moge beklijven in onze harten door de kracht van Uw Geest. Zegen ons in de weken die voor ons liggen waarin we met allerlei andere dingen bezig zullen zijn en als U het ons vergunt. Breng ons in januari weer veilig bij elkaar. Zegen ons in alle dingen en op al onze wegen en we vertrouwen elkaar toe aan Uw wonderbare Goedheid, aan Uw zegen. We vertrouwen erop dat de Genade van de Here Jezus Christus en de Liefde van de Vader en de gemeenschap met de Heilige Geest met ons zullen zijn, met ons allen. Amen.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?