Hart voor Waddinxveen


(3) Lezing gehouden op 14 november 2008 over "Hoe krijg (en houd) ik vrede met God" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
vrijdag, 05 december 2008 21:43

We lezen Romeinen 5. Dat doen we ook, maar voor het verband lezen we eerst de laatste verzen van hoofdstuk 4. We lezen dus in de Romeinenbrief en ik doe dat in de Thelosvertaling. We beginnen in vers 19. Daar gaat het over Abram:

En niet zwak in het geloof lette hij niet op zijn eigen al afgestorven lichaam, daar hij ongeveer honderd jaar oud was en niet op het afgestorven zijn van de moeder van Sara. En hij twijfelde niet aan de belofte van God door het ongeloof, maar werd gesterkt in het geloof, terwijl hij God heerlijkheid gaf en ten volle verzekerd was dat wat Hij beloofd heeft Hij ook machtig is te doen. Daarom is het hem ook tot gerechtigheid gerekend. Het is echter niet alleen ter wille van hem geschreven dat het hem werd toegerekend, maar ook ter wille van ons, wie het zal worden toegerekend die geloven in Jezus onze Heer uit de doden heeft opgewekt, die overgegeven is om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging. Wij dan, gerechtvaardigd uit geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus door Wie wij ook de toegang hebben verkregen door het geloof tot deze genade waarin wij staan en wij roemen op de hoop in de heerlijkheid van God. En dat niet alleen, maar roemen ook in de verdrukkingen, daar wij weten dat de verdrukking volharding werkt en de volharding beproefdheid en de beproefdheid hoop. En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde van God in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest die ons gegeven is. Want toen wij nog krachteloos waren is Christus te rechten tijd voor goddelozen gestorven. Want ternauwernood zal iemand voor een rechtvaardige sterven. Immers, voor de goeden heeft misschien iemand nog wel de moed te sterven, maar God bevestigt Zijn liefde tot ons hierin, dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed door Hem behouden worden van de toorn. Want als wij toen wij vijanden waren met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, veel meer zullen wij nu wij verzoend zijn behouden worden door Zijn leven. En dat niet alleen, maar wij roemen ook in God door onze Here Jezus Christus, door Wie wij nu de verzoening ontvangen hebben.

 

Dit is geen geregelde bespreking van de Romeinenbrief, dat hebben we op andere plaatsen gedaan, dat kunt u allemaal downloaden tegenwoordig. Vandaag doen we het heel anders. We hebben niet de verplichting om vers voor vers te behandelen. We kunnen ons concentreren op dat ene woord dat al aangekondigd is: vrede. Ik wil daar wel een paar dingen omheen vertellen, dat moet ook, om dat woord vrede in de juiste context te krijgen. Anders kunnen we wel mooie, vage bespiegelingen houden hoe mooi en prachtig vrede is, maar we moeten wel de bedoeling van de apostel in dit gedeelte proberen te vatten. Daarom heb ik ook gelezen uit hoofdstuk 4. Er is namelijk een groot verschil tussen Romeinen 3 en Romeinen 4. Eigenlijk vele verschillen, maar dit is een heel opmerkelijk verschil. In Romeinen 3 gaat het over geloof in de Here Jezus, in Romeinen 4 gaat het over geloof in God. Wat is de betekenis daarvan? In Romeinen 3 gaat het over het geloof in de Here Jezus als Hij die onze zonden gedragen heeft. In zijn offer heeft God de grondslag gevonden voor de rechtvaardiging van de goddeloze. Je zou daarbij overigens een heel verkeerde gedachte kunnen krijgen en die wordt in hoofdstuk 4 weggenomen. Je komt die nog wel eens tegen, dat is de gedachte die de nadruk legt op God als de toornende God. Niet alleen maar over de goddelozen, maar ook over de gelovigen. Immers die gelovigen doen ook nog steeds allerlei zonden en dus komt die toorn van God ook op hen neer op elk ogenblik als ze weer in de fout zijn gegaan. En als je alleen Romeinen 3 hebt, zou je de gedachte kunnen hebben dat wij gelukkig de Here Jezus hebben die voor ons in de bres gesprongen is, die tussen God en ons is in gesprongen om die woedende God tot bedaren te brengen. En ook als die woede van God weer mocht opkomen opnieuw tussenbeide te komen, zodat de toorn van God ons niet zou raken. Ondanks die gedachte van God als toornende God wiens woede tot bedaren gebracht zou moeten worden (eigenlijk een gedachte die veeleer past bij de opvatting rond de goden zoals je die in het heidendom vindt) zou je helemaal de boodschap van hoofdstuk 4 kunnen missen. Die gedachte gaat namelijk voorbij aan dit geweldige feit, dat u allemaal best weet, maar dat we niet genoeg kunnen benadrukken. En dat is: de Here Jezus is niet zomaar tussenbeide gesprongen om de woede van God af te keren, dit is de belangrijke gedachte: God heeft zèlf zijn eigen Zoon gegeven. God is niet tegen ons, God is vóór ons. God was zelfs al voor ons toen wij nog zondaars waren, toen wij nog goddeloos waren. U moet dan ook elke gedachte dat God ooit onze vijand is geweest en dat God met ons verzoend zou moeten worden radicaal van de hand wijzen, ondanks dat we dat op allerlei belangrijke plekken, ook in belijdenisgeschriften, kunnen vinden. U vindt het daar misschien, maar u vindt het nergens in de Bijbel. God hoefde nooit met de mens verzoend te worden, wij moeten met God verzoend worden. Niet God was onze vijand, wij waren vijanden van God. Dat hoeft helemaal niet wederzijds te zijn. Iemand kan zich naar u best vijandig gedragen terwijl u niet vijandig naar die persoon bent. God heeft óns met zichzelf verzoend. Maar de schrift zegt nooit dat Jezus God met ons verzoend heeft. Zolang je dat blijft zeggen, blijft die gedachte van die toornende God altijd op de achtergrond aanwezig. Zijn woede zou tot bedaren gebracht moeten worden, dat zou de Here Jezus dan op het kruis gedaan hebben, maar zodra wij weer in de zonde vallen, hebben wij weer met die woede te maken. Dit is één van de redenen waarom zoveel christenen in dit land geen vrede met God hebben. Nou zijn we waar we wezen moeten, bij die uitdrukking: geen vrede met God hebben. En het is mijn taak vanavond u uit te leggen hoe dat komt en u uit te leggen hoe je daar vanaf komt en dus hoe je op een Bijbelse wijze vrede met God kunt ontvangen. Vergeet dan dat God ooit uw vijand was, vergeet dat Gods woede tot bedaren gebracht moet worden. God toornt over de zonde, maar dat is heel wat anders dan dat God toornt over de zondaar. Alsof Hij onze vijand was, alsof Hij tegen ons was. Denk aan dat centrale vers in Romeinen 8: Hoe zou Hij, die zelfs Zijn Eigen Zoon niet gespaard, maar Hem voor ons allen overgegeven heeft ons met Hem ook niet alle dingen schenken?

God Zelf gaf het offer, God Zelf zond Zijn Zoon in deze wereld, God Zelf heeft het verzoeningsplan tot stand gebracht. En daarom moeten we niet alleen geloven in de Here Jezus die voor ons tussenbeide is gedreven, maar wij moeten geloven in God Zelf. En daarover gaat Romeinen 4.

En knoopt aan bij het prachtige voorbeeld van Abram. Abram is de eerst mens in de Bijbel van wie wij de wonderbare waarheid van het geloof, het geloofsvertrouwen jegens God uitvoerig uitgebeeld vinden. Wat was dat geloof van Abram? Het was niet zomaar geloven in God, dat deden Seth en Enos en Henoch en Noach ook, maar het was een heel specifiek geloof. Abram kwam op een leeftijd dat hij er niet meer op kon rekenen nog op de natuurlijke wijze een zoon te krijgen. Hij was boven de leeftijd van honderd jaar. Het ene handschrift leest in Romeinen 4 wel het woordje niet, het andere niet, dat maakt niet veel uit. Hij lette niet op het afgestorven zijn van zijn lichaam in die zin dat hij zich daarom niet bekommerde. Het belemmerde zijn geloof niet. Je zou ook kunnen zeggen: hij lette op zijn afgestorven lichaam, hij zag dat naar de mens alles afgesneden was en dat hij dus alleen maar op God kon vertrouwen. Dat is nou een mooi voorbeeld van waar het woordje 'niet' geen fluit uitmaakt. In allebei de gevallen levert het hetzelfde resultaat op. Want hij verwachtte het van God. In Genesis 15 zie je dat al. Maar God zegt: "Nee, niet jouw diensknecht Eleëzer. Kijk naar de sterren van de hemel. Kun je ze tellen? Zo talrijk zal jouw volk zijn." En dan staat er in Genesis 15:6: "En Abram geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend." Hij werd gerechtvaardigd uit geloof. Hij is de eerste mens in de Bijbel van wie we dat lezen. En wat was dat voor een geloof? Het geloof in God die wat Hij beloofd heeft waar maakt. Niet op grond van onze trouw of op grond van onze verdiensten, maar op grond van de Zoon van de belofte. Ik zeg het expres zo, want Izak was die zoon van de belofte. Maar voor ons krijgt die uitdrukking 'zoon van de belofte' een hele bijzondere betekenis. De Here Jezus is de Zoon van de belofte met een hoofdletter. Zoals 2 Korinthe 1:19 zegt de Zoon in wie alle beloften van God, ja en amen zijn. In Hem worden al Gods beloften waar gemaakt. Dit is het geloof van Abraham. Hij geloofde in die God, die ondanks dat de dood tussen beide getreden was, want het was een afgestorven lichaam, dat is natuurlijk beeldspraak, dat lichaam was levend maar kon geen kinderen meer verwekken of baren, dat afgestorven lichaam was geen verhindering. God zou leven schenken uit de dood. En wel door de zoon van de belofte. Dat is het geloof van Abraham in Romeinen 4 en u ziet hoe dat haarfijn overeenkomt met uw en mijn geloof. Het geloof in God die ook voor ons Zijn beloften waarmaakt in de Zoon van de belofte, op grond van leven uit de dode.

Daarom eindigt dit hoofdstuk ook zoals we het gelezen hebben, dat de Here Jezus is overgegeven om onze overtredingen, namelijk om ze uit te boeten, om ze uit te wissen. En opgewekt is om onze rechtvaardiging, dat wil zeggen met het oog op onze rechtvaardiging. Niet alleen gestorven voor onze zonden. Als Hij alleen gestorven was zou het werk niet volkomen volbracht zijn, ook al zei de Here Jezus voor Zijn sterven; "Het is volbracht." maar Hij moest toen nog sterven. Maar Hij moest ook opstaan uit de dode, Hij is opgewekt om onze rechtvaardiging. Dat is de Zoon van de belofte, leven uit de dood. En dat is ook het karakter van het leven wat wij hebben ontvangen het is leven uit de dood.

En dan zegt Paulus, en hier begint een nieuw hoofdstuk maar dat is geen geïnspireerde indeling dat weet u, dus dat betoog gaat onmiddellijk verder. Als het dan zo is dat wij uit geloof, dat geloof dat ook Abraham had, dat geloof in God die Zijn beloften waarmaakt in de Zoon der beloften die uit de dood tot het leven is gekomen, als dat zo is, dan hebben wij vrede met God. De Statenvertaling zegt 'vrede bij God', maar de modernere vertalingen zeggen allemaal 'vrede met God' en dat is ook zeker een begrijpelijker uitdrukking. Dat betekent; het is tussen God en ons een onbewolkte hemel.

Zolang er in uw ziel nog een spoortje is van gedachten aan die woedende God die als Hij de kans kreeg, alsnóg u te pakken zou nemen, maar dat niet kan omdat de Here Jezus tussen Hem en ons in staat, kunt u niet werkelijk vrede met God hebben. Dan hebt u misschien wel vrede met Christus, want u weet Hij staat aan uw zeide, Hij is voor u in de bres gesprongen, maar niet met God. God blijft dan, met excuses voor de uitdrukking, de boeman. En zo zijn ook velen, althans sommigen van u, opgevoed: God als boeman. God ziet het, God ziet wat jij doet, en God zal je straffen.

Als u wilt weten of die gedachten in uw hart nog levend is zal ik u een tweede toetssteen aangeven. De eerste was dus; is er in uw gedachten nog ergens een spoor van die woedende God, die elke keer weer toornt als u opnieuw gezondigd hebt zodat u nooit echte vrede met God kunt hebben óf alleen maar eventjes vrede, tot de volgende zonde, met eerbied gesproken. Eventjes vrede. Vrede wordt dan ook gereduceerd tot een gevoel, en dat gevoel duurt maar heel kort. Het duurt tot de volgende zonde. Dat is een groot probleem. Op die manier kunt u geen vrede met God hebben zolang u zo over God denkt. Vrede met God betekent; ik kan God recht in de ogen zien, de Here Jezus heeft mij verzoent met God. Dat is die onbewolkte hemel. De vijandschap is weg. Het is pais en vree.

En de grote vraag is nu, en dat is één van de vragen die vanavond aan de orde moet komen: "Wat gebeurd er op het moment dat u dan weer opnieuw zondigt? Wat gebeurt er dan met die vrede?" Als u daar geen goed antwoord op weet is het goed dat u gekomen bent. Want je kunt geen duurzame vrede met God hebben als je het antwoord op die vraag niet weet. En ik was bezig iets te zeggen wat ik nu in die draad weer ga oppakken. En dat is dit: Velen, sommigen, ik weet hoeveel het er zijn, sommigen van u, maar in ieder geval sommigen, zijn groot geworden met de gedachte, dat al het ongeluk dat u in uw leven treft, tegenslagen, rampspoed van welke aard dan ook, ziekte, narigheid enzovoort, gerangschikt moet worden onder de afdeling 'straf'.

Als u het zelf niet gelooft zijn het misschien wel de mensen in uw omgeving. Ik herinner mij een broeder, hij is onlangs overleden maar het is ook al tientallen jaren geleden dat, hij kwam uit een zeer strenge richting aan de rechterkant van de bevindelijk gereformeerde gezindte, en hij verliet die om naar een evangelische gemeente te gaan. Een aantal maanden later branden zijn huis af en twee van zijn kinderen kwamen om. En achter de hand maar ook openlijk midden in zijn gezicht zeiden ze: "dat is de straf van God omdat je onze kerk hebt verlaten." Dat zijn mensen die kant en klaar staan om in alles wat jou tegenzit, de straf van God aan te wijzen, vooral als je dingen gedaan hebt die hun niet aanstaan natuurlijk.

Maar vermoedelijk ook in hun eigen leven als er hele nare en moeilijke dingen gebeuren, denken ze onmiddellijk aan straf. Ik zeg het weer, want dit is een ernstige avond; Als die gedachte aan een God die u straft nog in uw hart is, als er dingen in uw leven zijn die zwaar zijn, moeilijk om te verdragen, ziekte, nood, financiële rampspoed, geliefden die u ontvallen zijn, u hebt uw werk verloren, uw huis is afgebrand, wat het ook mag zijn, en u denkt dat het misschien wel straf van God is, dan zeg ik tegen u; dan kunt u geen vrede met God hebben.

Ik ga er vanavond geen doekjes om winden. Dit onderwerp is veel te belangrijk om er zoetsappig over te doen. En juist omdat dit soort gedachten, van die woedende God, van die straffende God, die ook straf brengt over Zijn kinderen, zolang dat soort gedachten rondwaren hoeven wij ons er niet over te verbazen dat zovelen geen vrede met God hebben.

Nu kom ik tot het tweede punt. Dit is een ouderwetse degelijke preek in drie punten. En het eerste punt was het verschil tussen Romeinen 3 en Romeinen 4. Geloven in Jezus, geloven in God. En de les uit dat eerste punt was, Als je leert geloven, niet alleen in Jezus maar in God en je ziet dat God aan jouw kant staat, dat Hij het offer gegeven heeft, dat Hij zélf alles gedaan heeft om jou te redden en jou tot Zijn kind te maken, dan is er een vloertje gelegd voor de vrede met God. Maar dat is nog niet genoeg, dat blijkt uit de praktijk. Dan zijn er nog twee punten.

Het tweede punt is dat we moeten leren onderscheiden tussen twee soorten vrede. Zolang je die nog door elkaar gooit blijven wij in de problemen zitten. Deze, die we hier hebben is de eerste van de drie dus ik zal ze achterstevoren behandelen. Die derde vrede, die heeft niemand van ons. Dat is een vrede die pas straks aanbreken zal als de Here Jezus wederkomt. Het staat zo prachtig als het gaat over dat messiaanse vrederijk in Micha 5, dan staat er dat Hij zelf vrede zal zijn, de Messias.

Het nieuwe testament neemt die gedachte ook op. De Here Jezus is zelf onze vrede zegt Efeze 2:16. Hij is onze vrede dat is nu voor ons al geestelijke werkelijkheid. Maar dat de aarde eens vol zal zijn van de gerechtigheid en de vrede van God, dat de zwaarden zullen worden omgesmeed tot ploegscharen en dat we zullen zitten een iegelijk onder onze wijnstok en onder onze vijgenboom, dát is de vrede van het Messiaanse rijk.

Iets daarvan, maar nog niet volkomen, kunnen we nu al verwerkelijken. Want we lezen in Romeinen 14 dat we niet moeten zeuren en ruzie maken over allerlei pietluttigheden, over wat je nou wel mag eten en niet mag drinken. Want er staat daar; Het Koninkrijk Gods, Romeinen 14:17. is níet eten en drinken, en dat soort zaken waar eindeloos over ruzie gemaakt kan worden. Maar gerechtigheid vrede en blijdschap in de Heilige Geest. Dus íets van die vrede kennen we al wel want we kennen ook al íets van het Koninkrijk. Dat Koninkrijk is overal waar mensen zich geschikt hebben onder de heerschappij van Christus in hun persoonlijke leven en in de verbanden waarin zij staan. Waar iets van Gods kracht zichtbaar wordt in de genezing van zieken, in de uitdrijving van demonen of waar dan ook want het Koninkrijk is niet een Koninkrijk van woorden maar van kracht, zegt 1Korinte 4:20. Waar kracht zich manifesteert daar manifesteert zich iets van het Koninkrijk Gods en dat bestaat uit gerechtigheid, vrede en blijdschap in de Heilige Geest. Dat is die derde vrede, die mag in ieder geval onder gelovigen al gevonden worden, in het Koninkrijk Gods, maar hij zal zich straks ook uitstrekken over de hele aarde.

Ik wil u nog iets zeggen over die derde vrede, ik denk dat dat het antwoord is op de vraag waar het in Hebreeën 4:9 over gaat, er blijft een sabbatsrust over voor het volk van God. Die sabbatsrust heeft ook nog niemand van ons. Het is ook niet de sabbatsrust die je in de hemel ontvangt. In de hemel wordt geen sabbat gevierd, dat gebeurt op aarde. Die sabbatsrust is de rust de vrede van die grote Sabbat die eens over deze aarde zal aanbreken, het Messiaanse vrederijk. Dat was de derde. Dan gaan we naar de tweede.

Die tweede en die eerste, die derde is eigenlijk voor de volledigheid toegevoegd. Die eerste en die tweede die moet u vooral onderscheiden. Die tweede hebben wij straks gelezen in Filippenzen 4: weest in geen ding bezorgd, maar laat in alles, onder gebed en smeking mét dankzegging uw verlangens bekend worden bij God. En de vrede van God die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus. En dan twee verzen verder hebben we het gelezen over de God van de vrede, een prachtige uitdrukking. Minstens een keer of vijf komt die uitdrukking voor, de God van de vrede, in Romeinen 15 en 16, 1 Thessalonisenzen 5, in 1 Korinthe 14, de God van de vrede en de vijfde keer hier in Filippenzen 4. God wordt niet de God van de blijdschap genoemd.

Blijdschap is een vluchtige emotie, maar Hij is de God van de vrede. Het gaat over de diepste toestand van onze ziel. Maar nu komt het: de vrede van God is iets fundamenteel anders dan de vrede met God van Romeinen 5. Die vrede van God dat is de vrede die in je hart is, als je dicht bij de Heere Jezus mag zijn, als je in Zijn voetspoor wandelt. Als je precies zoals Filippenzen 4 aangeeft, de zorgen en de moeiten van je leven, ja al je verlangens en al je wensen bij Hem kunt neerleggen. Ik geloof dat er veel christenen zijn die vrede met God hebben. Maar weinig weten van de vrede van God. U zou zeggen: "nou ik wou dat ik die eerste al had". Daar heb ik al moeite mee. Maar er zijn veel christenen die hebben veel moeite met die tweede. Ze hebben een onrustig hart, ze rennen van hot naar her, ze hebben geen innerlijke rust, ze hebben ook weinig geloofsvertrouwen daar komt het uit voort. Het gaat hier niet over een psychische eigenschap, de ene is onrustiger dan de ander. Het gaat niet over een psychische eigenschap. Het gaat er juist over of je alle dingen v an je leven in Gods hand kan leggen, dan heb je rust voor je ziel.

Ik zal u die 2 vormen van vrede. Of die 2 vormen van rust illustreren met een woord van de Heere Jezus zelf. In Mattheus 11. wat heel erg bekend is, waar Hij zegt in vers 28: komt tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Ik stel, en ik ga dat direct toelichten, dat dat precies dezelfde is als de vrede met God in Romeinen 5. Maar dan gaat de Heere Jezus verder en Hij zegt: neem Mijn juk op u en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart en u zult rust vinden voor uw zielen. Want Mijn juk is zacht en mijn last is licht. Hier gaat het over tweeerlei rust, als je tot de Heere Jezus komt met al je vermoeidheden ne belastheden van de zonde maar ook alle andere dingen van je leven en je legt ze bij Hem neer. Dan ontvang je rust. Rust voor je geweten. Rust vond hier mijn geweten, want Zijn bloed, oh heilfontein, heeft van allerlei zonden mij gewassen, blank en rein. Dat is de rust voor je geweten, maar dat bekende lied, dat ook in de Johannes de Heer bundel voorkomt gaat verder met de vrede Gods in het hart een gaatje, door moeite en strijd. En dat is heel wat anders. Rust vinden voor je geweten dat is als je weet: God heeft al mijn zonden op de Heere Jezus gelegd. Niet alleen de zonde die ik tot dusver heb gedaan, maar ook de zonden die ik helaas nog zal doen. Want het is al honderden jaren voor mijn geboorte gebeurd. Al mijn zonden heeft Hij op Zijn Zoon gelegd. Alle, alle, mijnen zonden heeft zijn zoenbloed weggedaan, zegt datzelfde lied, dat begint met: op het Godslam rust mijn ziele. Alle, alle mijnen zonden, ook de zonden die ik als de Heer mij niet bewaart, maar ook als ik mezelf niet rein bewaar, alle alle mijne zonden heeft Zijn zoenbloed weggedaan. Er is vrede met God. Luister goed dit is heel belangrijk: als je weet: geen enkele zonde kan mij ooit nog scheiden van Jezus Christus, niets, zegt Romeinen 8, kan mij scheiden van Jezus Christus. Niets. Ik ben Gods kind geworden, ik ben veilig in Jezus armen. Hij heeft al mijn zonden weggedaan. Dat is niet, ik zeg het maar meteen, en daar zal nog wel vaker over gesproken worden vanavond, dat betekent niet dat je maar vrijheid hebt om te zondigen. Daarom begint Romeinen 6: van wat zullen we dan zeggen: zullen we dan nog maar meer zondigen want dan krijgen we nog meer genade. Nou wie zo praat geeft alleen maar aan dat die niet werkelijk wedergeboren is want die begrijpt er helemaal niets van. Dus dat snijden we meteen bij de wortel af. Maar het belangrijke is als je al je moeiten en je last definitief en voor altijd bij de Heere Jezus hebt neergelegd, dan ontvang je rust voor je zielen. Dat is wat de Hebreeen brief schrijver noemt in Hebreeen 10, dat je een volmaakt geweten hebt. Ik zou bijna weer uitdagend zeggen: het is heel belangrijk dat je weet wat een volmaakt geweten is om te begrijpen wat vrede met God is. Een volmaakt geweten betekent niet dat je meer zou kunnen zondigen. We weten helaas wel beter. Maar een volmaakt geweten dat betekent dat er geen enkele zonde is die ik nog zou kunnen doen die mij zou kunnen scheiden van de liefde van Jezus Christus. Mijn geweten is gewassen, blank en rein. Ik weet het: ik zie al die vragen in uw hoofd opkomen, maar de avond is nog heel lang, maakt u zich vooral geen zorgen. En ik heb die vragen al vaak gehoord, dus we gaan er rustig de tijd voor nemen om de vragen te beantwoorden.

Maar nu het tweede: de Heere Jezus zegt: neem Mijn juk op u. Dat is niet vanzelfsprekend. Een heleboel mensen zijn erg blij dat de Heere Jezus hun zonden gedragen heeft, ik zeg het u expres wat oppervlakkig. Zoals zij ook oppervlakkig denken, de Heere Jezus heeft mijn zonden gedragen, ik ga straks naar de Hemel, mij kan niets meer gebeuren, maar nu zegt Hij: pas op, nu moet je mijn volgeling worden. Je moet Mijn juk op je nemen, we gaan samen onder het juk. Hij onder de ene kant en ik onder de andere kant. Ik moet van Hem leren, ik moet nu in de navolging van Jezus gaan staan, want anders krijg je niet die tweede rust. Die rust voor mijn ziel. En dat is het probleem van heel veel christenen en nu zal ik een heel andere groep christenen noemen. Ik had het net over die christenen die met die woede van God in hun maag zitten en met die God die altijd straft en daardoor nooit vrede met God vinden. Maar er is ook een andere groep. Dat zijn de mensen die helemaal geen probleem hebben met die vrede met God. Ze geloven dat de Heere Jezus al hun zonden heeft weggedaan. Ze zeggen dat ze vrede met God hebben, en wie ben ik om daar aan te twijfelen, dat is een zaak tussen God en hen, maar voor de rest zie je bitter weinig rust. Je ziet niet dat het juk van de Heere Jezus op zich nemen. Je ziet daardoor ook dat ze door van alles heen en weer geschut worden, dat ze onmiddellijk en heel gauw hun praktische vrede kwijt zijn. Er is geen rust in hun ziel want ze gaan niet in het juk met de Heere Jezus. Ze willen niet van Hem leren, en daardoor worden ze ook niet zachtmoedig en nederig van hart. Ze kennen niet de rust voor hun ziel.en dat is net zo'n treurige groep. Die zeggen dat ze vrede met God hebben, en dat wil ik ook in het midden laten, maar ze kennen niet die vrede van God. Van Filippenzen 4 en ze kennen niet de rust voor hun zielen, van Mattheus 11:29. Dat is ook niet goed. Dat is nou niet direct het onderwerp van vandaag maar ik wil het wel gezegd hebben. Zo moeizaam als sommigen reformatorischen het hebben met de vrede met God, zo makkelijk denken sommige evangelischen over die vrede met God. Zonder dat je echt in hun leven ziet dat zij het juk van de Heere Jezus op zich nemen. Het zijn oppervlakkige christenen, in alle opzichten. En soms denk ik wel eens ... mijn vriend, je zegt wel dat je vrede met God hebt, maar waaruit blijkt dat nou werkelijk? Moet ik dat op jouw blauwe ogen aannemen? Dit is de vrucht. Neem Mijn juk op u. Ga jij ook achter hem aan, dan krijg je die tweede vrede er ook bij. En als iemand consequent beweerd de eerste vrede te hebben, de eerste rust, maar je ziet aan hem of aan haar dat die tweede rust ontbreekt door eigen schuld, omdat ze niet in het voetspoor van de Heere Jezus gaan, dan heb je ook reden om te twijfelen aan dat eerste. Ziet u, wij zijn mensen die geneigd zijn of naar de ene kant scheef te gaan og naar de anderen. We tobben met die eerste vrede met God. Of we tobben er helemaal niet mee, we nemen het zelf heel erg makkelijk. Maar we komen nooit aan die echte rust voor je ziel toe. Aan die vrede van God waar Filippenzen 4 het over heeft. Die vrede met God. Dat is het allereerste, het meest fundamentele. En dat is: God is niet langer mijn rechter, Hij is mijn Vader. En dat brengt mij tot het derde punt.

Ik zal u vertellen: er zijn over dat punt twee heel verschillende opvattingen in ons land. De ene opvatting dat is een opvatting die al heel lang bestaat en ons ook zeer vertrouwd is. Dat is de opvatting die zoveel moeite heeft met die vrede met God. Omdat de mensen denken dat als er weer iets misgaat, dan zeggen ze: God straft mij. Ze gaan bij zichzelf te rade:wat zal ik nou weer gedaan hebben, wat voor zonde zal ik gedaan hebben dat God mij zo te pakken neemt? Eigenlijk is dat het ras van de vrienden van God. Die hadden ook een dergelijke, simplistische theologie. Als iemand het slecht ging in het leven dan moest hij wel verschrikkelijke dingen gedaan hebben, dus.. vertel het maar Job, wat heb je uitgevreten? Biecht het maar op, dan kunnen we erover praten en belijd het aan God dan komt het weer goed. Hele simpele theologie. Als het iemand slecht gaat. Dan heeft hij blijkbaar erg gezondigd, want waarom zou God hem anders straffen? En Job gaat zelf ook mee in die theologie, want hij weet dat hij geen grove zonden heeft gedaan en dat God hem toch straft en dat vind hij oneerlijk van God, maar dat betekent in feite dat hij dezelfde theologie aanhangt. Geen van allen, die vrienden niet maar Job zelf ook niet, komen op de gedachte dat lijden ook wel eens een totaal andere betekenis zou kunnen hebben. Namelijk betekenissen zoals in Hebreeen 12, namelijk opvoeding. Nou is Hebreeen 12 ook weer lastig want daar lezen we over tuchtiging. En de mensen zeggen dan onmiddellijk: tuchtiging dat is toch straf, dus wat is het verschil? Maar tuchtiging in Hebreeen 12, God tuchtigt Zijn kinderen, dat staat als een bewijs dat we zijn kinderen zijn want als we bastaarden waren dan had Hij helemaal geen belangstelling voor ons, dan liet Hij ons aan ons lot over, maar het feit dat Hij ons tuchtigt is een bewijs dat Hij onze Vader is. En wij Zijn kinderen. Maar tuchtiging is geen straf. Het Griekse woord daarvan is Pardaia waar ook het woord pedagogiek vanaf geleid is. Het gaat om opvoeding. Zelfs als wij kastijdende maatregelen nemen aan onze kinderen is dat geen straf in de zin van vergelding. Zoals bijvoorbeeld het geval is wanneer er iemand in de gevangenis komt. Het is altijd opvoedend, een vader kastijd zijn zoon opdat de zoon nog meer een zoon van welbehagen wordt. Zegt Hebreeen 12 met een verwijzing naar Spreuken 3. Dus het gaat niet om een God die jou straft omdat je verkeede dingen hebt gedaan. Als je zo praat dan zie je God eigenlijk nog steeds als rechter. Die rechter heeft jou moeten laten gaan. Hij heeft jou vrijgesproken dat is de rechtvaardiging. Hij heeft gezegd: je bent in Christus, Christus heeft jouw zonden gedragen Ik kan niets tegen je beginnen ik laat je vrij. Maar ze denken stiekem: als die God een kans krijgt neemt Hij me alsnog te pakken en als ik dus weer erge zonde doe dan komt Hij onmiddellijk met Zijn straf. Moet je eens voorstellen:als Hij kinderen zo opvoed. Als je een dergelijk beeld van God aan hen meegeeft. Een God die altijd op de loer ligt, zo zeggen ze het ook tegen de kinderen.. pas op hoor God ziet het. Dus in die kinderen in hun gemoed, hun teer gemoed slijt langzaam de gedachte in vanaf hun derde levensjaar, als je iets verkeert doet staat God er meteen klaar voor om je te straffen. Moet je eens voorstellen wat een beeld van God dat die mensen hebben. Vanuit de zielzorg weten we dat het soms een enorme klus kan zijn om mensen van een dergelijk Gods beeld af te helpen. Wat hebben die mensen vergeten? Wat hebben ze over het hoofd gezien? Ze hebben over het hoofd gezien dat als een mens tot geloof komt, en dit is het essentiële punt, als ze tot geloof komen dat ze eens en voor altijd afgedaan hebben met God als rechter. God heeft jou vrijgesproken dat is rechtvaardigmaking. Je bent in Christus, je was een goddeloze maar Hij heeft jou schuld gedragen. Dus heeft God jou rechtvaardig verklaard. Je gaat de rechtszaal uit, dat is de hoge raad. Er is geen hogere instantie ... net als in de Nederlandse wet als de hoge raad een uitspraak heeft gedaan is er geen enkele mogelijkheid meer om er nog iets aan te veranderen. God heeft een uitspraak over jou gedaan. God is de hoogste raad. God heeft jou vrijgesproken in Christus. Vrijspraak betekend niet vanwege gebrek aan bewijs, het betekend ook niet dat je onschuldig bent, het betekend je bent schuldig, maar jou schuld is betaald door een ander. Dus ik kan jou niet straffen. Dat is een definitieve uitspraak, je gaat de rechtszaal uit en je weet ik heb met God als rechter nooit meer iets van doen. Maar je heb wel met God te doen. Alleen die God is niet meer jou rechter, maar hij is je Vader. Hij is jou Vader! Alles wat God nu in jou leven doet heeft niets meer te maken met straffen, met vergelding, met je alsnog te pakken krijg, heeft te doen met Zijn liefde als Vader die jou opvoedt. Om jou steeds meer te maken tot een zoon of een dochter van Zijn welbehagen. Die andere mening die er tegenover staat, is in ons landje binnengekomen door de opvattingen van pastor Joseph Prince of Singapore. Nou zult u denken wat hebben wij met Singapore te maken ? Nou die cd, s worden met honderden verspreid. Ik heb hem persoonlijk leren kennen en ik heb heel veel respect voor hem dat zeg ik er maar meteen erbij. Anders denkt u dat ik hem alleen maar zwart maakt, nou dat is helemaal niet waar, maar in dit punt gaat hij een beetje te ver naar de nadere kant. Hij is het zo met mij eens over wat ik net zei, dat hij zoals dat vaak gebeurt door schiet naar de andere kant. Hij heeft een boek geschreven dat dit jaar ook verschenen is in ons land. Er zijn zelfs hele gemeenten ontstaan rondom zijn ideeën, dus het is goed om het te noemen. Niet om iets lelijks van hem te zeggen, ik wou dat het mij gegeven was zoals het hem gegeven was, toen hij een jonge man was en hij een gemeente van 150 mensen kreeg, met 26 jaar werd hij een voorganger van een gemeente met 150 mensen en nu zijn het er 15000. En ze staan daar in de rijen om de samenkomsten mee te maken, en ik heb talloze cd, s van hem gehoord dus ik zeg geen woord kwaad alleen in dit opzicht schiet hij door. En zijn volgelingen in Nederland schieten nog harder door dat gebeurt altijd zo die volgelingen maken het nog bonter en dan gaat het hierom. God heeft al je zonden vergeven op het moment dat je tot geloof komt. Ook de zonde die je nog zult doen, dat is waar! Maar wat zeggen zijn volgelingen in Nederland? Dus je hoeft ook niet meer je zonden te belijden. Als je als Christen een zonde doet, je hoeft het niet meer te belijden want die zonde is je al vergeven. Zelf voordat je die zonde doet is hij je al vergeven. Dus als die zonde toch plaats vind in je leven hoef je die niet meer te belijden want het is al in orde. Nou dat is een hele rare kromme redenering. Toen ik in mijn onschuld daar van eerst over hoorde en daar onmiddellijk 1 Johannes 1:9 in het geweer bracht , als wij onze zonden belijden, God is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven, kreeg ik te horen dat dat niet voor gelovigen was maar voor ongelovigen. Nou je hoeft echt niet veel verstand te hebben van 1 Johannes 1 om te zien dat het woordje "wij" daar altijd of de apostelen of alle gelovigen betekenen. Wat is hier gebeurd? Die twee extreme richtingen maken exact dezelfde fout. De eerst richting ziet ook als je een gelovige bent geworden, een kind van God, God nog steeds als rechter. Daarom blijven ze altijd een beetje bang van Hem. Die mensen noemen Hem ook nooit vader, let maar op. Als je met ze bidt dan bidden ze altijd met Zijn oudtestamentische naam. Die naam heeft Hij nog steeds alleen wij kennen Hem veel intiemer. Dat is hetzelfde dat al ik tegen mijn vader meneer Ouweneel zou zeggen. Ze noemen Hem nog steeds Heere. Vraag maar eens waarom ze Hem geen Vader noemen. Oh, ik heb dat meermalen gedaan, o nee dat is veel te intiem, ja dat kan ik begrijpen in hun geval. Ze kennen dien intimiteit ook niet. Hij blijft altijd op een afstand. Ze weten wel dat God de Heere Jezus heeft gegeven, ze weten wel dat hun zonden vergeven zijn, maar ze houden altijd iets van die schroom omdat God in zekere zin nog altijd Rechter is. Daarom denken ze in termen van straf en vergelding.

Maar het probleem van Joseph Prince is dat die precies hetzelfde denkt alleen hij zeg ik heb met God als rechter niets meer te maken, en dus hoef ik de zonden niet meer te belijden, die zijn allemaal al weggedaan. Maar allebei vergeten ze, de een aan de rechterkant en de ander aan de linkerkant, maar allebei vergeten ze, God is mijn Vader geworden! En dat heeft enorme betekenis. Als ik zondig zal die zonde nooit meer mijn vrede met God kunnen verstoren, want vrede met God is een juridisch begrip zou ik bijna zeggen. Het betekend het is tussen mij en de rechter in orde. Die rechter kan mij niet meer aanklagen. Hij kan mij niet meer beschuldigen hij kan mij niet meer vonnissen hij kan mij niet meer straffen. Ja, maar die Rechter is wel mijn Vader geworden. Als ik zondig doe ik daar mee mijn Vader verdriet. En om mij op te voeden en mij weer terecht te brengen kan Hij mij fikse maatregelen nemen. Dat is geen straf alsof Hij nog steeds mijn rechter is en alsof Hij nog steeds op mijn vergelding uit is. Maar het zijn wel disciplinaire maatregelen. En die maatregelen hebben altijd te maken met Zijn liefde. Eigenlijk klinkt dat door in zondag 10 van de Heidelberger Catechismus. Het is Gods goede Vaderhand. Leefde maar veel meer mensen bij de oorspronkelijke bedoeling van die zondag. Het is Gods goede Vaderhand, niet de Rechter, het is geen straf, het is Gods goede Vaderhand en Hij laat die dingen toe in mijn leven omdat hij als Vader mij als kind dichter aan Zijn hart wil brengen. Als ik zondig is die vrede met God niet in het geding maar wel die vrede van God. Je kunt geen vrede van God in je hart hebben als je in de zonde leeft die je niet in orde heb gemaakt. Dus ik zou tegen Joseph Prince willen zeggen, je heb gelijk, mijn verhouding met de rechter is in orde gemaakt maar als jij zondigt vriend dan is er wel iets verstoord in de verhouding tussen jou Vader en jou. En dat verstoord heeft niks te maken met jou formele positie tegenover de Rechter, daar heb ik het helemaal niet over maar wel de gemeenschap de intimiteit met de Vader is wel aangetast. Alleen dat verstoort jou vrede met God niet. Maar wel je vrede van God. Je hebt geen vrede in je hart als je zondigt, als je in de zonde wandelt. Ziet u dat? En als je die twee gaat verwarren dan denk je als je zondig ik heb geen vrede met God meer. Dus je kunt dan nooit een vaste stabiele ononderbroken vrede met God hebben. Als je ze verward zal elke zonde je opnieuw van je vrede beroven. Ja, van de vrede van God, de vrede van God kan niet in je hart zijn als je een zondige weg ga. Het is zo belangrijk om die dingen te onderscheiden. En nu komt na de drie punten van de preek de toepassing. Want de toepassing betekent lieve vrienden, Hebt u vrede met God? Eigenlijk zou ik twee toepassingen moeten maken want ik zou best aan een heleboel mensen onder u willen vragen hebt u, als u de vrede met God mag hebben door genade, hebt u de vrede van God? Laat ik met het tweede beginnen. Om die vrede van God te hebben moet u doen wat in Mattheus 11 staat, Zijn juk op u nemen. En achter de Here Jezus aangaan. Van Hem leren, dan moet u een volgeling een discipel van Hem worden. Ik zou het ook kunnen zeggen met de woorden van Filippenzen 4 als het gaat over die vrede van God die alle verstand te boven gaat die onze harten en gedachten zal bewaren in Christus Jezus. Dan moet je in gebedsintimiteit met Hem zijn waarin je alle dingen aan Hem zegt. En al je wensen bij Hem laat met dankzegging. Dat wil zeggen hoe Hij ze ook zal vervullen die wensen, bij voorbaat bedank je Hem daarvoor. Als je dat kunt, als je al je wensen aan God kunt vertellen en niks achter houden en je bedankt Hem meteen voor de wijze waarop hij jou wensen zal vervullen, dan heb je vrede! Dat is de vrede van God. Maar nou die andere vraag, hebt u vrede met God? Ik heb u een heleboel redenen genoemd waarom u het moeilijk vind om vrede met God te hebben. Want u hebt te weinig gezien dat God aan uw kant staat. Dat Hij niet uw vijand is. U bent Zijn vijand geweest En die is er misschien nog wel, maar Hij is niet uw vijand. Hij was het die Zijn hand uitstrekte naar u. Die in 2 korinthe 5 bij monde van Paulus het zegt. Waar Paulus zegt: "God was in Christus de wereld met zichzelf verzoenende hun hun overtredingen niet toerekenen. Wij dan gezante van God wij smeken de mensen, laat u met God verzoenen. Alsof het God zelf was, alsof God door ons baden, zegt de statenvertaling zo mooi, alsof het God is die door ons heen smeekt". U hoeft niet de hemel aan te lopen. Sommigen denken dat, die bidden al 30/40 jaar dat God zich over hen zal erbarmen. Alsof er een koperen hemel boven hen is en alsof God op een dag hopelijk met zijn hand over zijn hand strijkt om te zeggen nou vooruit. Het is net andersom het is God die aan uw hart klopt en die met de woorden van 2 korinthe 5 zegt: Laat je met mij verzoenen. Ik hoef niet met jou verzoent te worden want Ik was nooit je vijand, maar jij moet je wel met Mij laten verzoenen. Kom tot Mij in Christus en leer zien dat als je in geloof je hand legt op het offer van de Heere Jezus dat al je zonden door Hem zijn weggedaan op het kruis, leer zien dat ik zelf het was die dat offer gegeven heb zegt God de vader tegen je. Zie daaruit dat ik aan jou kant sta, dat ik zo dolgraag wil dat je tot me komt. Ik verlang er naar dat je komt. In Jesaja lees je die prachtige uitdrukking dat God met zijn armen uitgebreid staat naar zijn volk toe, maar ze geven geen gehoor aan Zijn roepstem. God staat met Zijn armen uitgebreid vol erbarmen naar Zijn volk te zien en Hij zegt: "Kom tot de wateren alle gij volken, komt, drinkt en eet, zonder geld zonder prijs." God is het die smeekt niet de mens, niet de mens. Mijn hart knijpt samen en ik kom zulke mensen gelukkig niet al te vaak, maar ik kom ze tegen, die zeggen met 75 jaar, ik hoorde van de week zo iemand, 75 jaar: "ja het moet je gegeven worden he?" En dan denk ik broeder hoelang ga je dat volhouden? Je hebt niet nog eens 75 jaar om dat te blijven zeggen. Of zoals een zuster zei, ik zeg dan maar zuster, zoals een zuster zei: "ja ik bid elke dag om een nieuw hart, maar wat kun je meer doen he?" Nou ze zou zich bijvoorbeeld kunnen bekeren. Dat gebied God namelijk. Hij zegt dat wij ons moeten bekeren en Hij zegt daar niet bij dat kun je alleen maar doen, denk erom dat je het niet toe-eigent, maar dat kun je alleen maar doen met kracht. als God zegt jij moet je bekeren wil Hij je die kracht erbij geven. Zoals de Heere Jezus tegen die 38-jarige zieke zei: "sta op en wandel". En op het moment dat die man in geloof probeerde te gaan staan, schonk God hem de kracht om te gaan staan. Laat u met mij verzoenen en als je in geloof tot God komt, in geloof je toe-eigent wat God zelf je schenkt, dan spreekt de rechter vonnis en dat vonnis luid vrijspraak. Je bent schuldig. Het is niet zoals gezegd vrijspraak wegens gebrek aan bewijs er is bewijs genoeg. Het is vrijspraak omdat de schuld betaald is. God heeft geen aanklacht meer tegen je. Vanaf dat ogenblijk is het vrede met God. Je gaat de rechtszaak uit met opgeheven hoofd want je weet: het is alles glad er is niets meer dat tussen jullie kan komen. Alleen en dat gebeurt in een gewone rechtszaak nooit, diezelfde God wordt je Vader en nu komt het erop aan, als je werkelijk vrede met God hebt dan durf je ook Vader tegen hem te zeggen. Dan durf je ook die nieuwe relatie die tussen jou en God ontstaan is te erkennen. Dan durf je ook een relatie met Hem op te bouwen, daar verlangt Hij naar. Hij wil je Vader zijn, Hij verlangt ernaar dat Hij jou als Zijn kind als Zijn zoon of Zijn dochter aan het hart kan drukken. Ontwikkel die relatie en in die relatie zullen geheid soms dingen scheef gaan, niet van Zijn kant maar van onze kant. Maar je weet, dit is niet de rechter met wie ik een probleem heb, met de rechter heb ik geen enkel probleem meer. Natuurlijk er is aan het eind een rechterstoel maar dan gaat het helemaal niet meer over de vraag of u al of niet bekeerd bent of niet, of dat u naar de hemel gaat of niet. Dan gaat het over de vraag hoe hebt u geleefd. Dat is de vader die als de kinderen met een rapport thuis komen ze geld geeft of juist niet. of ze extra klusjes laat opknappen als er teveel onvoldoendes opstaan. Het vaderschap van God is daar niet in het geding. God is niet langer u rechter. Maar weet u dat het veel erger is om te zondigen als kind van de Vader? Het is veel erger om te zondigen als kind van die Vader te weten dat je daarmee vader verdriet doet, dan wanneer je zondigt als goddeloze. Toen kon je niet anders, toen wist je niet beter. Maar nu, nu kan je wel anders. En dat kan je ook beter door de kracht van de heilige Geest. En dan toch zondigen, dat is veel erger, het is 100 keer erger. Maar het kan geen seconde jouw vrede met God weg nemen. Het neemt wel de intimiteit weg, het verstoort de gemeenschap, het moet in orde gemaakt worden met vader maar met de rechter heeft het niets van doen. Zo alleen kan er zekerheid van het geloof zijn, oftewel, dat is het precies hetzelfde, zo alleen kan er vrede met God zijn. Als je weet, met de rechter is alles in orde, en dan begint het leven als een christen, dan begint het leven als kind van de vader. En daar komt veel bij kijken. Dat hebben we gezien, ik heb u er een paar voorbeelden van gegeven en die zouden met velen te vermeerderen zijn. Want als je werkelijk met de Vader je weg gaat, achter de Heere Jezus aan, dan heb rust voor je ziel, dan heb je de vrede van God in het hart. "Met de vrede Gods in het harte ga ik hier door smart en strijd. Eeuwige rust vind ik daar boven in des Gods lams heerlijkheid." Dat is die tweede en die derde rust in een couplet bij elkaar. Dan heb je ook echt de vrede in je hart. En die vrede wordt verstoord als je zondigt tegen vader. Niet de vrede met God, daar kan niemand aan komen, maar die vrede van God wel. En dan ga je gauw naar vader toe, Joseph Prince, gauw gauw je zonde belijden. Hoezo dan? Ga je anders verloren? Welnee man. Je gaat je zonde belijden om het weer goed te maken met Vader. Dat je zegt: "Vader ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u." Soms kan je het zo erg maken dat je zegt: "Ik ben het niet meer waard uw zoon te heten." Maar die armen van de Vader die zijn zo stijf om je heen, Hij drukt je zo aan Zijn hart dat je de rest van die woorden, als je die al zou willen uitspreken maakt het tot een van die huurlingen, die krijg je er niet meer uit. Hij drukt je aan Zijn hart, dat doet Hij niet met Zijn huurlingen, dat doet Hij met Zijn zonen. Begrijpt u? Ziet u wat een belangrijk onderwerp dit is? Zowel naar sommige extreme evangelische, die zeggen dat we onze zonden niet meer hoeven te belijden, alsof onze verhouding tot de vader niet verstoort en vertroebeld zou kunnen raken. Dat weten ze ook wel, maar omdat ze dat ook niet snappen van God als rechter en God als Vader, zeggen ze zulke gekke dingen.

En aan de andere kant, mensen die het ook niet goed zien en juist daardoor niet goed weten of ze eigenlijk wel zekerheid van het geloof kunnen claimen en mogen hebben. Want ze zeggen, dat weet je dit alles zeker dat ze het nog niet gesnapt hebben al ze zeggen, ja maar ik doe nog zoveel zonden, ik kan vast niet behouden zijn. Als we dat zeggen dan weet je dat hebben we nog niet gepakt. Als iemand dat zegt dan zeg ik: "Nou dan ben je een slecht kind van God maar daarom ben je nog wel een kind van God." Als je in geloof het werk van de Heere Jezus je hebt toegeeigend, als je de Heere Jezus hebt aangenomen als je redder, als je heiland, als je Heer, en je zondigt heel vaak, dan ben je een slecht kind van God. Maar slechte kinderen van God komen ook in de hemel. Dat zeg ik niet om lichtvaardig over de zonde te spreken, maar dat zeg ik om die mensen te helpen te begrijpen wat geloofszekerheid is. Want God is niet alleen maar een Vader van Zijn brave kinderen maar ook van Zijn kinderen die er soms enorm naast kunnen zitten. Maar Hij is wel hun Vader en Hij laat ze niet in de steek. Niets kan ons scheiden van de liefde van God welke is in Christus Jezus onze Heer. God zegen zijn woord aan uw hart en aan het mijne.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?