Hart voor Waddinxveen


(4b) Vragen bij de lezing gehouden op 9 januari 2009 over "Gedoopt tot Christus dood" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zondag, 08 februari 2009 21:36

Vrienden u hebt me met net zoveel vragen bedeeld als er punten in mijn preek waren. Dus hoeveel waren dat er? Ja, een degelijke preek heeft natuurlijk ook drie punten, maar dit is dus dubbel degelijk. Mooie vragen trouwens.

De eerste zegt: Ik weet dat u het al hebt uitgelegd maar is iemand geen christen als hij niet is gedoopt? Ik snap je punt, die is goed radicaal, maar toch is het een vraag. Dus eigenlijk snapt die persoon het wel en ook weer een beetje niet.

Ik heb niet gezegd dat als iemand niet gedoopt is, dat hij dan niet gelovig is. Ik denk dat er heel wat gelovige mensen in deze wereld zijn, misschien niet zoveel, die niet gedoopt zijn. Maar ik heb gezegd; je bent geen christen. En het woord christen definieer ik dan niet als iemand die wederom geboren is, iemand die geloofd heeft, maar op de drie manieren zoals het woord christen in het Nieuwe Testament wordt gebruikt. Je vindt het in Handelingen 11 van de gelovigen in Antiochië die voor het eerst christenen werden genoemd, door de buitenwacht. In de tweede plaats vind je het bij Agrippa in Handelingen 26:28; Gij beweegt me wel bijna een christen te zijn. Dat is ook iemand die een buitenstaander is. En in 1 Petrus 4 gebruikt Petrus de uitdrukking: Lijden om de naam van Christus en denkt dan ook weer aan wat de buitenwacht ons aandoet. Dus ik definieer een christen niet als een wedergeborene, als iemand die het zaligmakend geloof mag bezitten. Ik definieer het zoals buitenstaanders ons zouden definiëren. Als mensen die volgelingen van Jezus zijn geworden en als zodanig herkenbaar zijn. Christen betekent niets anders dan volgeling van Christus. Je zou kunnen zeggen een christusist, net als een marxist een volgeling van Marx is en een darwinist een volgeling van Darwin is. Zo zijn wij christenen in de zin van volgelingen van Christus. Welnu, de Bijbel vertelt ons hoe je dat wordt; door te dopen en te leren de geboden van Christus te volgen. Dus als je niet gedoopt bent, ben je in die zin van het woord geen christen. Dan sta je er nog buiten. Daarmee zeg ik niet dat je niet wedergeboren kan zijn, dat je niet gelovig kan zijn, maar je bent een wedergeborene die al wel uit Egypte is, maar nog niet door de Rode Zee. En dat is een rare positie, moet je niet te lang volhouden. Israël heeft daar binnen een nacht al mee gebroken, ze gingen uit Egypte en binnen een etmaal waren ze ook, neem ik aan, door de Rode Zee heen. 't Was misschien iets langer, dat weet ik niet. Maar in elk geval, dat was niet de plek die bedoeld was. Je bent in Egypte, je bent in de woestijn of je bent in het land. Zij waren in de overgang en dat moet niet te lang duren. Daarom vind ik het altijd zo vreemd zei ik al dat sommige evangelische jongelui al ik weet niet hoe lang aan het avondmaal deelnemen, evangeliseren, actief zijn, naar bijbelstudies, naar Waddinxveen komen en nog altijd niet gedoopt zijn. Je hoeft vanavond je vinger niet op te steken, maar ik zou zeggen: Wat verhindert u gedoopt te worden? Goed. Dus ik hoop dat het nu een beetje duidelijker is. Nog duidelijker dan het al was.

Handelingen 19 vers 1 tot 12 daar gat het over die ongeveer twaalf discipelen die Paulus in Efeze vond, daar staat hier: Hadden die het niet goed begrepen?
Ja, je kunt niet meer begrijpen dan wat je verteld is. Deze mensen hadden niet gehoord van iets meer dan de doop van Johannes. Johannes de Doper heeft ook discipelen gemaakt. We horen zelfs van gesprekken tussen de discipelen van Johannes de Doper en de discipelen van de Here Jezus. Dat doet ons misschien een beetje vreemd aan want het was natuurlijk de bedoeling dat al die discipelen van Johannes de Doper discipelen van de Here Jezus zouden worden. Maar je kunt je ook voorstellen dat sommige van die discipelen van Johannes de Doper eigenlijk nooit het volle christelijke evangelie hebben gehoord omdat ze voor die tijd al aan het zwerven waren geraakt en het evangelie van Johannes predikten. Bekeert u want het koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Die mensen lieten zich dopen om de Messias te verwachten zoals dat gebeurde in Mat. 3 toen de mensen zich door Johannes lieten dopen in afwachting van de komst van de Messias. Paulus zei: "Maar jongens, die Messias is al lang gekomen. Wat weten jullie er eigenlijk van? Wat hebben jullie voor een evangelie gehoord?" Je kunt niet meer begrijpen dan wat je hebt gehoord. En zelfs wat je hebt gehoord is al moeilijk te begrijpen. Maar wat je nooit hebt gehoord is al helemaal lastig om te begrijpen. Dus ze moesten gewoon, zoals dat in sommige kringen heet, het volle evangelie horen. Die noemen zich zelfs "Volle evangelie" gemeenten. Bij heel veel gemeenten kun je aan de benaming al zien waar ze graag de nadruk op leggen. Baptisten zijn ook heel erg mensen die dat goed laten merken. De doop, dat is voor hen heel belangrijk.

Geniet een gedoopte mens een voorkeurspositie bij God?
Dat is een beetje, weet je nu wat de achtergrond van die vraag is? Bedoelt diegene nu overgedoopte mensen of bedoelt die iemand nu gewoon überhaupt, gedoopte mensen, hoe dan ook? Ik zou zeggen, ja natuurlijk, gedoopte mensen, ik behandel het nu een beetje argeloos, gedoopte mensen horen bij de Here Jezus en dus natuurlijk hebben die een heel bijzondere voorkeurspositie. Dat is nogal duidelijk. Dat is net als vragen; heb je een voorkeurspositie als je deel uitmaakt van de koninklijke familie? Het antwoord is, ja, natuurlijk. Die genieten een hoop voorrechten die u en ik niet hebben, al was het alleen maar een auto met eigen chauffeur, dat zou ik ook wel willen, maar dat is voor mij niet weggelegd, ik hoor niet bij die familie. En ook een riant inkomen. Maar zo is het hier ook, we horen tot de volgelingen van de Here Jezus, dus dat heeft een heleboel nadelen, tot de koninklijke familie behoren heeft trouwens ook nadelen. Maar zo is het hier ook, bij de Here Jezus behoren heeft geweldige voordelen en ook geweldig moeilijke kanten zitten eraan vast. Dus een voorkeurspositie, ja. Ik heb eigenlijk het idee dat de vraagsteller nog iets anders bedoelt maar dat weet ik niet wat dat is.

Ik ben gedoopt met de kinderdoop en ik heb daardoor dus Christus aangedaan. Maar ik heb daar niet zelf voor gekozen, waarom ben ik daar dan niet verantwoordelijk voor?
U bent niet verantwoordelijk voor het feit dat u gedoopt bent en in zekere zin is niemand dat. Dat is nu juist weer het bijzondere dat je jezelf niet kan dopen. Je kunt hoogstens vragen zoals dat de kamerling dat deed, ik citeerde het net al in een ander verband; wat verhindert mij gedoopt te worden? Hij zie niet: "Ik sta erop dat ik gedoopt word." Hij vroeg hoogstens: "Zijn er bezwaren van uw kant om mij in te lijven in dat volk van God? Mij op te nemen in de gemeenschap van de volgelingen van Jezus?" Maar het is eigenlijk veel meer een activiteit van de doper. Sta op, laat u dopen; zegt Ananias. Het is een bevel dat tot jou komt, maar het is een ander die jou moet dopen, hij kon dat niet zelf doen. Laat u dopen of wordt gedoopt. Zoek iemand op die je kan binnenlaten in de gemeenschap van God. Dus het is ook heel sterk de verantwoordelijkheid van de doper. Wie doop je en wie niet? Dus het is niet het punt of u verantwoordelijk bent geweest voor het dopen, als u op oudere leeftijd gedoopt bent, ja, ik heb erom gevraagd om gedoopt te mogen worden nadat ik menigmaal doopsamenkomsten had meegemaakt en dus ook wel een beetje begreep wat er van mij verwacht werd als jong mens zijnde. Maar toen ik ook heel duidelijk wist dat ik de Here Jezus toebehoorde, toen heb ik ook die stap gezet samen met mijn jongere broertje, ik geloof zelfs dat hij nog eerder op dat idee kwam. Nou, toen liet ik dat natuurlijk niet op me zitten, dat begrijpt u wel. Maar ja, hij is ook een echte zendeling geworden. Het gaat er niet om of je verantwoordelijk bent voor je doop zelf, het gaat erom dat je verantwoordelijk bent voor het feit dat je het bent. Je bent het. En daar doe je wat mee. Je kunt wel zeggen: Ik heb er niet om gevraagd, dat doet er niet toe. Willem Alexander heeft er toch ook niet om gevraagd om geboren te worden in de koninklijke familie? Hij is het gewoon. En hij heeft de consequenties daarvan te aanvaarden. En dat is dat hij koning wordt. Hij heeft geen keuze. Dan moet hij het wel heel bont maken om te zeggen: "Ik wil niet." Van Juliana is bekend dat ze eigenlijk helemaal niet wilde. Ze had dolgraag maatschappelijk werkster willen worden en ik denk dat ze een goede was geworden. Of ze ook een goede koningin is geweest, dat is wat anders, maar daar gaat het nu niet over. Maar ze wilde eigenlijk helemaal niet. Er zijn van die dingen, die komen op je af en daar heb je niet zelf voor gekozen. Als je gedoopt bent dan brengt dat verantwoordelijkheden met zich mee. En natuurlijk, als je jezelf hebt laten dopen spreekt dat sterker. Je hebt er zelf voor gekozen. Maar ook als een ander je heeft laten dopen dan verandert dat niets aan het feit dat het verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Ook iemand die er niet zelf voor gekozen heeft kun je toch aanspreken op zijn doop. En kun je toch zeggen: "Luister, toen ben ook jij gebracht op het christelijk erf. Op het terrein van de volgelingen van Jezus." Dat is nu niet een stukje verdediging van de kinderdoop, het is ook geen aanval op de kinderdoop want dat zouden we vanavond niet doen. Maar het principe blijft hetzelfde. Als iemand gedoopt is of hij daar nu zelf voor gekozen heeft of niet, je kunt hem aanspreken op de betekenis daarvan en de verantwoordelijkheid die daarbij hoort.

Hoe word ik zalig en kan dat alleen door de doop?
Zalig worden is een uitdrukking uit de Statenvertaling. Ik roem de Statenvertaling hogelijk maar dit is echt een van de missers. Ik heb ervoor gepleit in de herziene Statenvertaling, ik heb daar zeer veel werk aan besteed en ik heb daar ook veel gedaan gekregen bij die mensen, maar op dit punt ... Dat kreeg ik niet voor elkaar. Maar het werkwoord in het Grieks dat betekent niet zalig worden. Het betekent behouden worden en dat is niet hetzelfde. Je kunt wel zeggen; ja, dat komt erop neer dat je zalig wordt. Het gaat er niet om waar het op neer komt. Het gaat erom wat het betekent. Het gaat erom dat het werkwoord zo betekent: redden, behouden, verlossen, soms ook genezen. Het betekent helemaal niet zalig maken. Zalig is een ander woord, makarios in het Grieks. Vroeger heette de bisschop van Cyprus ook zo, Makarios, welgelukzalig. Maar dit is een heel ander woord, gewoon niet goed. Maar de herziene Statenvertaling-commissie wil niet naar mij luisteren. Dit is een van die punten waar ze toch aan de traditie vasthouden. Dus de vraag is niet: Hoe word ik zalig, dat is een rare vraag, moet u vergeten, dat is geen bijbelse vraag. Je moet vragen: Word ik behouden?
Kan dat alleen met de doop? Ja, ik ben een beetje ondeugend af en toe, ik zal u twee teksten noemen om te laten zien hoe belangrijk de doop is in verband met de behoudenis en dan zal ik vertellen wat het, denk ik, betekent. De eerste is Marcus 16:16: Wie gelooft en gedoopt is die zal behouden worden. Dus geloof en doop worden daar in een adem genoemd als voorwaarde voor de behoudenis. Trouwens, het staat pal achter de omkering, maar daar staat de doop niet bij. Wie niet gelooft zal verloren gaan. Daar staat niet bij de doop. Alsof als je niet gedoopt bent je dan per se verloren zou gaan. Maar dat is heel merkwaardig, dat die twee dingen aan elkaar verbonden worden. Geloof en doop zijn voorwaarden voor de behoudenis. Het andere vindt u in 1 Petr. 3:21, ik heb dat punt niet meer genoemd want de tijd was een beetje op, maar daar staat als tegendeel daarvan, van die zondvloed, van die ark, "behoudt de doop nu ook u". Daar staat beslist niet in de Statenvertaling "Maakt de doop u zalig", daar wordt niet consequent mee omgegaan. Terwijl dat eigenlijk dan wel zo zou moeten. Na de doop, redt de doop, behoudt de doop, behoudenis is een veelkleurig begrip. Komt in deel 6 van mijn dogmatiek uitvoerig aan de orde, dat begrip behoudenis. En het heeft zowel een inwendige als een uitwendige betekenis. Ik zei daarstraks, die besnijdenis is iets wat inwendig in ons plaatsvindt. De doop is iets wat uitwendig aan ons plaatsvindt. Zo is het met die behoudenis ook. Er is een behoudenis door het geloof. "Door het geloof zijt gij behouden" zegt Paulus in Efeze 2 vers 5 en vers 8. Twee keer. Door het geloof ben je behouden. Dat is de binnenkant van de zaak. Maar hij zegt ook: "De doop behoudt u." Ik zal u vertellen in welke zin. Ik heb u dat daarstraks verteld. De enige plek waar je veilig bent op aarde, heb ik gezegd, is in het graf van de Here Jezus. De enige plek waar je behouden kan worden dat is in de doop. Als het gaat om wat je positie in deze wereld betreft. En nu moet u eens letten op een derde tekst. Ik noemde er net twee maar nu schiet mij een derde te binnen. Handelingen 2 waar Petrus spreekt tot de Joden bij het pinksterfeest in Jeruzalem en dan vragen ze aan het einde van zijn toespraak: "Wat moeten wij doen?" En dan zegt hij: "Bekeert u en een ieglijk van u late zich dopen tot de naam van de Here Jezus, tot vergeving van zonde" enzovoort, en dan zegt hij daar achteraan, "Laat u behouden van dit verkeerd geslacht." En dan staat er pal achter: En die zijn woord aannamen lieten zich dopen, ongeveer drieduizend man. Door die doop werden zij behouden van een verkeerd geslacht. Door de doop in de Rode Zee werd Israël behouden van Egypte, gered uit Egypte. Door het biezen kistje werd Mozes, hoewel hij in de Nijl werd gebracht, behouden. Door de ark, letterlijk staat het er ook, ze werden behoudenin de ark. Acht zielen, door de wateren van de zondvloed heen. Ook dat is een vorm van behoudenis, behoudenis is niet alleen maar een innerlijke zaak, hier zien we dat weer, behoudenis heeft ook te maken met waar sta je in deze wereld? Aan wiens kant sta je? Op welke plek sta je? Sta je nog aan de kant van de vijand of sta je aan de kant van de discipelen van Jezus? En dat betekent ook behoudenis. Ook in een heel belangrijke zin van het woord die we vaak vergeten. Ik gebruik graag het beeld dat ik ooit las, ik mag het nog wel even kort noemen, dat was uit de tijd van de Amerikaanse burgeroorlog. Op bepaalde punten grensde het noorden en het zuiden van de Verenigde Staten aan elkaar, in 1 punt aan de oostkant werden die twee terreinen gescheiden door een enkele rivier. Ten noorden daarvan woonden de noorderlingen, die waren tegen de slavernij en voor de afschaffing daarvan, en ten zuiden daarvan waren de zuiderlingen en die waren het zeer oneens en dat gaf een burgeroorlog. Heel veel mensen in het zuiden waren ook tegen die slavernij en voor de afschaffing daarvan, maar die durfden dat zelf niet te zeggen, dat kon je je leven kosten. Ze hadden het hart van een noorderling maar ze leefden als een zuiderling. En wat gebeurde er nu? Soms pakten ze hun boeltje, zo weinig mogelijk natuurlijk, knoopten dat op hun hoofd en zwommen die rivier over. Aan de andere kant van de rivier voelden ze zich zo vrij. Want nu hadden ze niet alleen het hart van een noorderling, ze konden nu ook leven als een noorderling. Ze konden praten als een noorderling, ze konden daar luidkeels roepen: "Ik ben ook tegen de slavernij." Dat was daar niks bijzonders want daar waren ze allemaal op tegen. Begrijpt u? Dat is wat het doopwater doet. Het is weer het beeld van water. Doopwater, dat betekent dat je bevrijd wordt uit dat gebied. Die zuiderlingen, die waren niet goed, die wilden die slavernij in stand houden, maar goed dat ze die burgeroorlog verloren hebben, en die noorderlingen, daar stonden ze goed. Dan konden die mensen zeggen: "Ja, maar dat maakt toch niet uit, in mijn hart ben ik een noorderling." En dan zou iemand kunnen zeggen: "Ja, maar je leven is er niet naar." "Ja, nee, dat kan ik niet maken. Als ik dat zeg, dan vermoorden ze me." Nou, dat is de spagaat waar je in terecht komt als je een zuiderling blijft. Als je op het terrein van het zuiden blijft. Je hebt dan wel het hart van een noorderling en je denkt dat je er daarmee komt, maar je leeft in een tweeslachtige wereld. Je kunt niet leven als een noorderling, je kunt niet praten als een noorderling, je kunt niet getuigen als een noorderling want je bent nog tussen die zuiderlingen. Je moet een statement maken, je zwemt door het water naar de andere kant en begint een totaal nieuw leven. Met totaal andere mensen, met heel andere opvattingen, heel andere zienswijzen en je staat aan de winnende kant. Gelukkig hebben die mensen gewonnen en kon de slavernij onder president Abraham Lincoln afgeschaft worden. Dan sta je aan de goede kant. Zolang je aan de zuidelijke kant bent is je hart misschien wel oké maar je bent nog niet behouden. Je leeft nog tussen de verkeerde mensen, het water moet ertussen komen. Als je door het water heen gegaan bent dan ben je ook behouden wat je positie op aarde betreft. Met je hart geloof je tot een behoudenis die je geschikt maakt voor de hemel. Maar de doop behoudt ook en die heeft te maken met mijn positie op aarde. Waar sta ik op aarde? Je kunt wel zeggen: "Ja, de doop, dat is maar een symbool." Dat is net als dat mensen zeggen: "Ja, ik hoef geen avondmaal te vieren, ik kan thuis ook wel aan de dood van Christus denken." Jawel, maar God heeft het bedoeld dat we dat door avondmaalsviering zouden doen. Je moet niet eigenwijzer wezen dan God. En als iemand zegt; ik kan ook wel in het Huis van God zijn zonder door de deur binnen gekomen te zijn, dat is de deur van de doop, ja, maar je moet niet eigenwijs zijn, God heeft het zo gegeven. Die heeft gezegd: "Als je discipel van Jezus wil worden moet je daar beginnen." Er zijn ook inderdaad kringen, geloofsgemeenschappen waar ze de doop helemaal niet kennen. Vinden ze niet nodig, om allerlei redenen, doet er nu niet toe. Dat is een heel zonderlinge zaak, want zo heeft God het verordend. Die evangelische mensen onder jullie die allemaal zo ijverig de Heer dienen maar alleen toevallig nog nooit gedoopt zijn, het is er nog niet van gekomen, die zijn allemaal via het raam naar binnen gekropen. Lopen daar in het Huis vrijelijk rond, doen net of ze daar thuis horen en dat horen ze in zekere zin ook, ze doen daar de dingen die in het huis horen, nemen deel aan de maaltijden van het Huis, de activiteiten van het Huis en op een gegeven moment zeggen ze: "Oh, ja, ik moet nog gedoopt worden." Klimmen weer door het raam naar buiten en komen dan formeel via de deur naar binnen zoals het hoort. Kwibussen zijn het. Als je het Huis binnenkomt, dan doe je dat op de enige manier en dat is via de deur en niet eerst stiekem via het raam. Ik krijg steeds meer zin om te vragen wie hier van de jongelui nog niet gedoopt is, maar ik doe het niet. Want er zijn ook weer slimmeriken die vragen: Bedoel je als kind of op geloof? En dat wil ik juist helemaal niet.

Laatste vraag. Mee eens dat gemeenschap met God in de woestijn leidt? Inderdaad, oei. Vindt u het ook niet heerlijk dat juist daar God naar het hart van Zijn kinderen spreekt? En dat dieptepunten in het dal van Achor worden tot een deur van hoop? De tekst uit Hosea. Kunt u iets zeggen van dat heerlijke, van dat paradoxale van dat woestijnleven?
Ja, mooie vraag, ik heb hem voor het laatst bewaard. De woestijn heeft inderdaad ook een andere kant. Dat is wat je ziet bij allerlei dienstknechten van de Heer, dat die wat we noemen, woestijnervaringen hebben gehad. Paulus was een paar jaar in de woestijn van Arabië, lezen we in Galaten 1. We lezen van de Here Jezus dat Hij 40 dagen in de woestijn geweest is, we lezen van Johannes de Doper dat hij gevormd werd in de woestijn. Mozes heeft daar 40 jaren achter de schapen aangelopen of er vooruit gelopen. Allerlei dienstknechten van de Heer vind je eerst in de woestijn, als een stuk vorming van God. Zoals bij David, denk ik daar in zekere zin aan, hoe hij de schapen van zijn vader geweid heeft. En de woestijn kan dus ook in positieve zin betekenen een plaats waar niets afleidt, waar je niet afgeleid wordt door allerlei, dat is heel moeilijk want de woestijn is eigenlijk prachtig, als je de woestijn van Judea ziet, ik wilde zeggen; een woestijn die niets kan geven zijn der wereld's dorre dreven, de woestijn kan natuurlijk landschappelijk weer erg mooi zijn. Ik bedoel nu maar, de woestijn, daar word je niet afgeleid, door hoogstens af en toe eens een oase, maar de woestijn is juist zo belangrijk omdat niets je daar afleidt en je helemaal gefocust kunt zijn op God. Soms zie je ook, hier wordt in die vraag uit Hosea 2 geciteerd, daar gaat het over het herstel van Israël in de toekomst waar die bruid van God die zolang Hem heeft verraden en verloochend met haar daden, door Hem gelokt wordt in de woestijn. En daar in de woestijn, daar zal Hij tot haar hart spreken, lezen we daar. Dan wordt dat daar een deur van hoop, Petach Tikvah, het is een plaatsnaam in Israël momenteel ontleend aan dit hoofdstuk. Deur van hoop. Dat is het begin straks van het herstel van Israël. Gevormd door de woestijn. Dus die woestijn is niet een soort noodzakelijk alleen maar, in die zin ben ik dankbaar voor de aanvulling. Je moet er doorheen, zeker, zo kun je het zien, sommige mensen hebben het aardse leven zo ook gezien, als een soort noodzakelijk kwaad, het gaat toch eigenlijk om de hemel, en, nou ja, je moet hier nu maar doorheen en zo goed mogelijk sla je je er dapper doorheen. Maar dat is niet zo natuurlijk. De woestijn heeft ook zijn heel bijzondere ervaringen. Ik denk dat juist daarom die tabernakel zo mooi is. In Exodus 15 zingt Israël daarover, dat ze straks, in het beloofde land, een tempel voor de Here God gaan bouwen. Het mooie is dat de Here God zegt; maar jullie hoeven niet zo lang te wachten. Zo gauw Hij tot Israël gaat spreken via Mozes op de Sinaï, in Exodus 25, begint Hij allereerst te spreken over de tabernakel en over Zijn verlangen om in Israël te wonen. Niet pas als ze in het beloofde land zouden zijn maar nu juist in de woestijn. Je kunt natuurlijk kijken naar de schorpioenen en de wilde dieren en de Amalekieten en al die nare dingen, je kunt ook kijken naar het feit dat altijd de wolkkolom bij je is, kijk, die is er altijd. Oh, Hij trekt op, oh, we moeten ook weer optrekken en we moeten achter die wolkkolom aangaan. Oh, Hij daalt weer neer, hier moeten we ons legeren. Wat heerlijk. Kun je God aanbidden, nee dat kan alleen in het beloofde land. Welnee, we hebben de tabernakel bij ons, een soort reizend heiligdom en daar woont de Here God. Ook nu al, terwijl je nog in de woestijn bent. Want die allereerste tent der samenkomst, zelfs nog voor de tabernakel, die werd gebouwd na de zonde van het gouden kalf, daar lezen we een ieder die het aangezicht des Heren zocht, die ging naar die tent der samenkomst, Exodus 32, om daar de Here te dienen, Zijn aangezicht te zoeken. Jozua, daar lezen we van, die week niet uit die tent. Daar in de woestijn was een tent, letterlijk is het een ontmoetingstent, een ontmoetingstent, sommige vertalingen zeggen dat ook zo. Het is een plaats waar hemel en aarde elkaar ontmoeten. Waar je in de woestijn een ontmoeting hebt met de hoogheilige God. In de woestijn. Je zou haast kunnen zeggen, juist in de woestijn. God heeft zich nooit zo aan Israël geopenbaard in Egypte. Hij deed dat wel in de woestijn. Daar woonde Hij temidden van Zijn volk zoals dat in Egypte nooit was gebeurd. Wel later in het beloofde land, maar in de woestijn woonde Hij bij Zijn volk in de tabernakel. Zo zie je in een woestijnreis ook wel allerlei voorbeelden van de mooie kanten van de woestijn. In Deuteronomium 8 lezen we dat ze 40 jaar ruim hebben gereisd en dat hun schoenzolen niet waren versleten, dat God voor ze gezorgd had, elke dag. De woestijn was voor hun ook een grote rede om dankbaar terug te zien op de zorg van de Here God en op alles wat hij voor hen betekend had juist in de woestijn. In de ideale omstandigheden is het niet zo moeilijk om God te danken voor alles wat Hij geeft, maar als je in de woestijn Zijn zorg en Zijn liefde gewaar mag worden dan gaat het je als in Psalm 84. Als zij door die dorre dreven trekken dan maken zij het tot een oord van bronnen. Dan weten zij zelfs in de woestijn bronnen aan te boren. Zo ga je voort van kracht tot kracht. Niet in jezelf maar in die bronnen die je ook in de woestijn weet te vinden totdat je voor God verschijnt in Sion.

Nou zeg, we zijn zelfs een paar minuten eerder klaar dan anders. Kunnen we de barre reis naar huis weer aanvaarden. Dank u voor de mooie vragen, ik stel voor dat we samen de Here God gaan danken en bidden.
Here God, U bent goed voor ons. U was al goed voor Uw volk toen het nog in Egypte was. Want U spaarde en bewaarde hen temidden van al die plagen. Wat was U goed voor hen, juist in de woestijn van het leven. Wat hebt U voor hen gezorgd. U hebt hen gedragen in de woestijn, zoals een Vader Zijn zoon draagt, zegt Mozes. Toen ze terugkeken op die veertig jaar was er zoveel zwaars, maar er was ook zoveel moois. Zoveel gemeenschap met U. Zoveel mogelijkheid tot aanbidding in het heiligdom. De tent van ontmoeting waar Uw volk U kon ontmoeten. En gaan achter de wolkkolom, altijd was U daar met uw leiding en kracht. Geef dat wij ook zo de woestijn mogen ervaren. Zodat nooit in ons hart het verlangen opkomt; terug naar Egypte. Want die uien en die knoflook en die meloenen, dat betekent allemaal niets. Wat is het vergeleken bij wat U te bieden hebt? En van het land waarheen we op weg zijn? Dank U wel Vader dat we daar vanavond opnieuw iets van mochten zien en ook mochten nadenken over het startpunt van die reis, de doop. We danken U dat we ons oude leven achter ons mochten laten in de doop. En dat een nieuw leven in U en met U, door U, beginnen mocht. Weliswaar in de woestijn maar achter U aan en dan gaat het altijd goed. Dan komen we vanzelf op het eindpunt waar U ook al gekomen bent. Help ons om het te verwerken in onze harten, help ons om er over na te denken, het praktisch waar te maken in onze levens. Gedenk ons, leid ons en bewaar ons ook als we weer naar huis gaan, als het misschien glad is, wil ons veilig geleiden. En breng ons in gezondheid hier ook een volgende keer bij elkaar. We loven en prijzen Uw heerlijke Naam en voor alles wat U bent, voor alles wat U geeft, in de Here Jezus Christus, amen.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?