Hart voor Waddinxveen


(4) Lezing gehouden op 9 januari 2009 over "Gedoopt tot Christus dood" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zondag, 08 februari 2009 22:14

Er zijn vanavond iets minder mensen en dat komt door het water: of door het bevroren water, of door het doopwater. U dacht: wat die man over de doop gaat zeggen wil ik niet meemaken ... dat dacht u niet, dat dachten die anderen. Of ze dachten: het is zo lekker bij de warme kachel. U hebt het getrotseerd. Wij gaan iets lezen uit Romeinen 6. De titel voor vanavond is 'gedoopt tot Christus' dood'. En daar gaat het ook heel speciaal over. U vindt die uitdrukking in vers 4 en ik lees een paar verzen daaromheen. Ik lees uit de Thelosvertaling vanaf Romeinen 6:1.

Wat zullen wij dan zeggen? Zouden wij in de zonde blijven opdat de genade toeneemt? Volstrekt niet. Hoe zouden wij, die ten opzichte van de zonde gestorven zijn nog daarin leven? Of weet u niet dat wij allen die tot Christus Jezus gedoopt zijn tot Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop tot de dood. Opdat zoals Christus uit de doden is opgewekt door de heerlijkheid van de Vader zo ook wij in nieuwheid van leven zouden wandelen. Want als wij met Hem één geworden zijn in de gelijkheid van Zijn dood, dan zullen wij het ook zijn in de gelijkheid van Zijn opstanding. Daar wij dit weten: dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou zijn, opdat wij niet meer de zonde dienen. Want wie gestorven is gerechtvaardigd van zonde.

Tot zover vanavond. Ik heb al vaker gezegd: we behandelen niet de Romeinen brief, wij gebruiken verschillende hoofdstukken meer als een kapstok om algemenere onderwerpen aan de orde te stellen. Ik moet u zeggen: ik heb eigenlijk vele jaren lang vermeden om over de doop te spreken. De reden daarvoor is heel simpel: er zijn weinig onderwerpen, zeker in ons landje, waar christenen elkaar zo over in de haren vliegen als dit onderwerp. En dat wilde ik mijzelf besparen. Totdat iemand een keer mondeling een vraag stelde na afloop van een Bijbellezing: waarom preekt u nooit over de doop? En toen zei ik tegen hem: en welk standpunt had meneer behandeld willen hebben? En toen zei hij: het bijbelse natuurlijk! Daar schieten we dus niet veel mee op, want dat vinden beide kanten. Ik ga vanavond geen controversiële preek over de doop houden. Dus u kunt allemaal weer verlicht ademhalen. Ik ga het niet hebben over de kinderdoop, ik ga het ook niet hebben over de geloofsdoop. Ik ben trouwens wat dat betreft volgens mij een hele goede middenmoter, want ik ben als kind gedoopt op persoonlijk geloof. Ik was 12. Dit jaar hoop ik AOW-er te worden, dus het is 52 jaar geleden. En ik weet het nog heel goed uiteraard. In tegenstelling tot velen van u die zich hun doop niet kunnen herinneren. Laten we een kijken hoe de stemming vanavond is. Wie van u is ervan overtuigd dat de kinderdoop de meest bijbelse doop is? ... Dat valt eigenlijk nog wel mee voor Waddinxveen! Wie is ervan overtuigd dat de geloofsdoop of volwassendoop de meest bijbelse doop is?...Goedemorgen, ik dacht dat ik een uitsluitend hervormd publiek voor mij had. Wie weet het niet zeker? ... Kijk dat zijn er ook nog heel wat. Die groep is bijna net zo groot als de tweede. Ik heb een verassing voor u: ik ga het u vanavond niet vertellen. Ik wil niet zijn zoals Paulus die de Sadduceeën tegen de Farizeeën uitspeelde, zodat ze elkaar begonnen te bestrijden. Ik ga het gewoon hebben over de doop. Af en toe zullen de geloofsdopers denken: dat is een argument voor ons. Of de anderen denken dat: zie je, hij zit toch meer in die hoek. Dat is ook de reden dat onze opvattingen daarover zo verschillend zijn. We zouden misschien wel gewild hebben – als je dat mag zeggen tenminste – dat er nog wat teksten over in de bijbel hadden gestaan. En die zijn er niet. Ik ga de zes voornaamste noemen. Ik ga het niet alleen hebben over Romeinen 6. Er zijn er nog wel een paar naast die zes, bijvoorbeeld in het boek Handelingen over de praktijk van het dopen. Nu ga ik het vooral leerstellig bekijken of theologisch zo u wilt. We gaan die zes belangrijkste gewoon langslopen. En wat we tijdens de bidstond hiervoor al hebben gezegd: het gaat er vooral om dat de Heer in het middelpunt staat. Het gaat niet om mijn doopopvatting of uw doopopvatting. Ik heb trouwens twee jaar geleden een boekje geschreven 'Sta op, laat je dopen'. Een bevriende hervormd predikant zei tegen mij: op die laatste drie bladzijden na was ik heel gelukkig met dat boekje. Ik zei: jammer dat je die laatste drie dan gelezen hebt, maar dat wist hij natuurlijk ook niet van te voren. Het moet mogelijk zijn om over de doop te spreken zonder daar ruzie over te krijgen. Zullen we het proberen vanavond?

Ok, laten we beginnen met Mattheüs 28. Dat is de eerste. Helemaal aan het einde van dat belangrijke evangelie, waar de Here Jezus tegen Zijn discipelen zegt in Galilea op de berg in vers 18: "Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Gaat dan heen, maakt alle volken tot discipelen hen dopend tot de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, hen lerend te bewaren alles wat Ik u heb geboden." Dit is de eerste doopopdracht die wij in het Nieuwe Testament vinden. In Marcus 16:16 hebben we ook zo'n soortgelijk woord, maar dat is niet zo duidelijk een doopopdracht als deze. Hier worden de apostelen, dienstknechten van de Heer, er op uitgestuurd om te dopen. En let eens op in wat verband dat hier staat. De Here Jezus begint met te zeggen dat Hij de Koning van het heelal is. "Alle macht in de hemel en op aarde", dus niet alleen maar in Israël, niet alleen onder de volken, maar de ganse kosmos is aan Hem gegeven. En let u op dat woordje 'dan' wat er op volgt. "Gaat dan heen": dat wil zeggen in het licht van dat Hem alle macht is gegeven. Wij prediken de Koning. Meestal horen wij alleen maar Lucas 24 verkondigen. Daar zegt Jezus: jullie moeten er op uitgaan en bekering en vergeving van zonden preken. Nou, dat wordt in Nederland braaf gedaan. Maar ik hoor Marcus 16 en ik hoor Mattheüs 28 héél wat minder. Deze boodschap luidt: ga de wereld in en maak álle mensen tot discipelen van Mij. Dus je mag niet rusten tot ze allemaal discipelen zijn geworden. De Here Jezus zegt niet of dat ooit zal lukken en we weten uit andere schriftgedeelten dat dat niet allemaal zal lukken. Maar probeer zo goed je best te doen alsof het van ons afhing dat er zoveel mogelijk mensen tot geloof komen. Daarom overreden wij de mensen, zegt Paulus ook. En je moet ze maken tot discipelen. Je hoort helemaal niet spreken van vergeving van zonden, dat staat in Lucas 24. Dat is ook belangrijk, maar daar gaat het nu niet over. Hier gaat het erom dat mensen volgelingen van Jezus worden. Een discipel betekent in de bijbel letterlijk 'leerling', maar ten tweede ook 'volgeling' en ten derde een vertrouweling. Dat zijn de drie facetten van een discipel. Daar zouden we over uit kunnen wijden, maar dat doen we niet: ik wil zes teksten behandelen over de doop. Maak alle mensen tot volgelingen van Mij. Ik heb het al eens vaker gezegd: wij zien het evangelie veel te eenzijdig. Als een beantwoording van de grote vraag: hoe kom ik van mijn zondeprobleem af en hoe kom ik in de hemel? Deze zendingsopdracht gaat over geen van beide. Nogmaals: dat is niet omdat het niet belangrijk is, maar omdat het evangelie véél meer behelst dan dat. De grote vraag is niet hoe u in de hemel komt. Ik hoop voor u dat u nog heel lang hier op aarde mag blijven. De grote vraag – en zeker voor de jonge mensen die naar de mens gesproken nog een heel leven voor zich hebben – hoe word ik een discipel van de Here Jezus. We hebben dat vorig jaar toen we het over discipelschap hadden uitvoerig besproken. En hier staat hoe je een discipel van de Here Jezus wordt. De Here Jezus heeft daar twee middelen voor: je moet ze eerst dopen en daarna onderwijzen. In die volgorde. En als ik nu toch een ondeugende opmerking mag maken naar onze evangelische broeders en zusters, die rijker hier aanwezig zijn dan ik dacht: jullie onderwijzen veel te lang voordat jullie dopen. De Here Jezus heeft gezegd: dopen en onderwijzen en niet andersom. Jullie maken van de doop een eindexamen in plaats van een toelatingsexamen, als het überhaupt al een examen is. De doop is niet een eindpunt, de doop is een beginpunt: eerst dopen dan onderwijzen. Het enige wat ik hier over die doop leer is dat die doop ons brengt in verbinding met de drie-ene God. Er staat letterlijk: dopen tot. Door de doop wordt je gevoegd bij de drie-ene God: Vader, Zoon en Heilige Geest. En vervolgens als je gedoopt bent, dan pas komt het onderwijs. En wat is dat onderwijs? Niet over hoe je van het zondeprobleem afkomt, niet over hoe je in de hemel komt, dat staat allemaal in Lukas 24, dus dat moeten we ook prediken, maar niet hier. Hier staat: onderwijs ze alles wat Ik u geboden heb. Het klinkt misschien wat wettisch: we moeten elkaar geboden en verboden bijbrengen, maar dat is helemaal niet de bedoeling. De geboden van de Here Jezus opvolgen is precies hetzelfde als Hem dienen, Hem volgen, Hem toegewijd zijn vanuit de liefde tot Hem. Dit is de eerste van de zes schriftgedeelten waar we inderdaad zien dat de Here Jezus het speerpunt van de doop is. Merkwaardig: in het boek Handelingen lezen we ook nooit dat mensen gedoopt werden in de naam van de drie-ene God: ze werden gedoopt in de Naam van Jezus of tot de Naam van Jezus. Die paar keer dat in mijn leven dat ik mensen gedoopt heb, gebruik ik ook beide formules: ik doop je in de Naam van Jezus, in de Naam van Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Het is ontzettend belangrijk. Door de doop, dat zie je in de Handelingen steeds weer, wordt je gevoegd bij Christus. Zolang iemand niet gedoopt is, ook al ben je nog in een christelijk gezin, al ga je elke zondag trouw mee naar de kerk of ben je zelfs al mee uitgegaan naar de evangelisatie, al heb je zelfs al mee avondmaal gevierd – dat vind ik helemaal een beetje de zaak op zijn kop zetten: avondmaal vieren terwijl je nog niet eens gedoopt bent -. Het is makkelijker voor mij om de evangelischen op hun kop te geven, begrijpt u? Omdat ik het zelf ook ben. Dus verdraag mij een weinig, zegt de apostel. Je moet ermee beginnen en dan komt het onderwijs. Onderwijs is hoe je nu de Here Jezus moet navolgen, niet hoe je in de hemel komt. Als u op uw sterfbed lag en u zat nog steeds met de doop te tobben, dan zou ik zeggen: mens, die doop heeft te maken met jouw leven op aarde – we zullen dat meermalen zien – en niet met jou naar de hemel gaan. De doop maakt uit waar je hier op aarde staat, aan wiens kant. Of je staat aan de kant van de vijand, of dat je staat aan de kant van de Here Jezus. Door de doop wordt je tot Hem gevoegd. Je zou in zekere zin kunnen zeggen: wat het uitwendige betreft wordt je door de doop een christen. Wat het inwendige betreft wordt je door het geloof, door de wedergeboorte een christen. Als iemand tegen mij zou zeggen: ik ben een moslim, of een jood, ik ben gelovig geworden in de Here Jezus Christus. Maar ik durf mij niet te laten dopen, als ik dat doe, dan is het de dood van mijn oude moeder. Of dan heb ik geen leven meer. Dan zou ik zeggen: broeder, ik aanvaard je als broeder, ik ben blij dat ik je straks terug mag zien in de hemel, maar hier op aarde kan ik jou niet als christen erkennen. Ik denk soms dat moslims en joden dat nog beter begrijpen dan christenen. Als je zegt dat je naar de kerk gaat, als je zegt dat je het nieuwe testament leest, als je zegt dat je de Here Jezus lief hebt gekregen, dat vinden ze niet fijn, maar ze zullen het accepteren. Op het moment dat je je laat dopen zal een orthodox joods gezin jou behandelen alsof je bent gestorven, er word een begrafenis maaltijd gehouden, je bent afgesneden. Met moslims precies zo. Als je in Saoedi-Arabië bent en je wordt gedoopt en je bent een Saoedi dan is je leven niet meer zeker, je hebt een goede kans als het bekent wordt dat je binnen een week vermoord bent. Vaak lijkt het alsof die mensen beter begrijpen dat je door de doop een christen wordt, dan dat de christen het zelf begrijpt want die zeggen; "ach dat is een zaak tussen mij en God, dat is een zaak van het innerlijk." enzovoorts. Nee de doop maakt mij tot een discipel van de Here Jezus Christus. Er zijn geen geheime discipelen. Ja in de tijd van het evangelie nog wel, maar toen de Here Jezus Zijn discipelen erop uitstuurde om andere mensen tot discipelen te maken was er geen ruimte meer voor geheime discipelen. Een discipel die dat in het geheim is, dat is eigenlijk een innerlijke tegenspraak. Daarom is die doop zo belangrijk. Het geloof is niet alleen maar een zaak tussen jou en God. De doop is een zaak die jouw positie op aarde markeert. Die op jou het stempel zet van een christen. Denk erom dat van de drie keer dat het woord christen genoemd wordt in het Nieuwe Testament gaat het alle drie de keren over ons uitwendig getuigenis niet over wat er in ons hart zit. Maar over hoe wij leven, over hoe wij ons opstellen, over hoe wij ons gedragen, of we de Here Jezus belijden, of we achter Hem aangaan, of dat we nog tegen Hem zijn. Dit is de eerste keer in dit vers dat we zien dat de doop alles met de Here Jezus te maken heeft, door de doop word ik bij Hem gevoegd, word ik een volgeling van Hem. En dat betekent het zelfde als wandelen in Zijn geboden. Hem toegewijd uit liefde voor Hem. We hebben het vorig jaar gezien, in Mattheus 10:25 hebben we dat mooie sleutel vers, het is de discipel genoeg als hij wordt als de meester. De geboden van de Here Jezus onderhouden is niet simpelweg wettisch doen wat Hij opgedragen heeft op een afstandelijke manier als een slaaf. Nee! Door de geboden van de Here Jezus te houden word ik als de Here Jezus zelf. Het is de discipel genoeg als hij wordt als zijn Meester. Mattheus 10:25 dat is een sleutelvers in dat evangelie. Door de doop helpen we mensen om een echte discipel van Jezus te worden. De doop is het markeringspunt, is het beginpunt van deze grote ontdekkingsreis. Daar past die tweede tekst, en dat is dan Romeinen 6, wel goed bij. Het aanknopingspunt in dat hoofdstuk is dit: Er waren mensen, of in ieder geval verondersteld Paulus dat ze er zouden kunnen zijn, die dachten 'oh, als zondaren hebben wij genade ontvangen, elke keer wanneer wij zonden belijden dan schenkt God ons de genade van de vergeving, dus laten wij God nog meer gelegenheid geven om ons genade te bewijzen door nog meer te zondigen'. Alsof je God daarmee een plezier bewijst, hoe meer wij zondigen des te meer kan Hij ons genade betonen. Nou wat Paulus eigenlijk zegt is: "Als je zo redeneert kan ik eigenlijk moeilijk aannemen dat je een echte christen bent want zo praat een christen niet." En dan herinnert hij hen aan hun doop. Het is moeilijk iemand te herinneren aan het moment dat hij tot geloof kwam. Voor velen van ons is dat helemaal geen aanwijsbaar moment, is dat een proces geweest, een geestelijk groeiproces. Maar je doop is wel een aanwijsbaar moment. Velen weten daar de datum bij te noemen, ik helaas niet, ik weet in welk jaar het was, 1957, maar de datum niet, het was ook de eerste helft van het jaar maar verder gaat het niet. Het was met 16 anderen. Ik heb het die anderen ook wel eens gevraagd: "Weten jullie het nog?" Ze weten het ook niet meer. Maar het was op een bepaalde dag, het was niet op twee dagen, het was op één bepaalde dag. Één concreet moment. En daar kun je mij op aanspreken ook al was ik pas 12 jaar oud, je kunt me daar op aanspreken, dat is het moment waarop ik een discipel van de Here Jezus beleed te zijn én werd. Ook al zou ik het niet belijden, door de doop werd ik het. Of ik het toen zo zag is vers 2. Want de broeder die mij doopte vroeg alleen maar aan mij 'Geloof je dat de Here Jezus voor jouw zonden gestorven is?' of dat was het enige wat ik tegen hem zei, ik zelf zou op grond daarvan níet iemand dopen. Ik vind dat te weinig. Ik wil niet alleen maar dat iemand kan zeggen 'de Here Jezus is voor mijn zonden gestorven'. Ik wil dat die zegt 'ik wil een discipel worden van Jezus, ik wil een volgeling van Jezus worden, ik wil achter Hem aan gaan, ik wil Hem toegewijd leven, ik wil Zijn geboden leren, ik wil worden als de Meester'. En als iemand zou zeggen 'ik mag naar de hemel gaan daarom word ik gedoopt' dan zeg ik die twee dingen hebben helemaal niks met elkaar te maken. Wat je tegen mij moet zeggen is wat je op áarde wilt zijn. Ik wil hier op aarde een volgeling van Jezus worden. In de hemel heb je geen volgelingen van Jezus, daar valt niks meer te volgen want er is geen wandel meer achter Hem aan. Een volgeling ben je hier en je doop staat aan het begin daarvan. Daar kun je elkaar op aanspreken. En dat is ook wat Paulus hier doet in Romeinen 6. Hij zegt: "Hoe kúnnen jullie nou toch zo spreken?" Laten we maar des te meer zonden doen, dat is helemaal niet erg, dat geven we God alleen maar meer mogelijkheden om ons genade te bewijzen. Nou, wat een houding! En dat zegt hij: "weten jullie dat dan niet, dat jullie tot Christus Jezus gedoopt zijn?" Nou dat vonden we ook al in Mattheus 28. Door de doop wordt ik bij de drie-enig God en heel specifiek bij christus gevoegd. Ik word een discipel van Hem. Maar hier komt er een gedachte bij. Wij zijn niet zomaar tot Christus gedoopt, wij zijn tot zijn doód gedoopt. Tweemaal staat het er in vers 3 : "Wij allen die tot Christus Jezus gedoopt zijn zijn tot Zijn dood gedoopt." En dan in vers 4 : "Wij zijn dan met Hem begraven door de doop tot de dood." Ik wil de waarde van de doop niet afhankelijk maken van de hoeveelheid gebruikt water. Je moet een symbool niet overvragen. Maar sorry, begraven, dat komt toch echt wel beter tot uitdrukking dan iemand ook echt onder water te stoppen. Dat is trouwens ook wat 'dopen' betekent; onderdompelen. Maar nogmaals, daar zit het hem niet op vast. Maar het is wel mooier , dat moet u toegeven. Zelfs in sommige kerken zoals in de orthodoxe kerken in het oosten waar ze kindertjes dopen daar dompelen ze hen onder. Zo'n kleine moeite, je hebt een iets groter badje nodig. En het is zoveel mooier wat hier staat: Tot Zijn dood gedoopt.

Morgen, dat schiet me ineens te binnen, mag ik spreken in een Messias-belijdende gemeente, dat is weer heel wat anders hoor. Ze zijn niet reformatorisch ze zijn niet evangelisch, ze zijn Joods. En we hebben daar een doop samenkomst alleen dat mag daar niet zo heten. Dat heet daar een Mikwe met het Hebreeuwse woord, dat is eigenlijk het rituele bad, waar de doop ook van afgeleid is. En daar hoop ik te spreken over Jochebed, die haar kind Mozes, dit is een beetje oefenen hè, een generale repetitie voor morgen, die haar kind Mozes toevertrouwd aan de doodsrivier. Is dat niet bijzonder? Alle kindertjes moesten in het water worden gegooid. En zij doet dat ook, ze is gehoorzaam aan de koning. Alleen echt op een joodse manier, een slimmigheid. Ze gooit hem in het water, maar dan wel met een biezen kistje om hem heen. Hij is in de rivier gebracht, maar hij is toch veilig. En ze vertrouwd hem aan de Here God toe. Ze vertrouwd hem aan de Here God toe ze zegt: "Here God, dit kind heeft de dood verdiend." Dat is wel sneu hè, zelfs die kleine babietjes in de wieg, zoals een dominee zei die erbij geroepen werd: "op wie lijkt hij nou het meest dominee?" en de dominee antwoordde "op Adam." Ja het is pijnlijk, het is pijnlijk dat het oordeel van God rust op die kleine kindertjes. Al hebben ze zelf nog nooit zonden gedaan, ze hebben wel de erfzonde in zich. De erfzonde is al genoeg, dat is die geërfde zondige natuur van Adam, van je ouders, dat is al genoeg om je voor eeuwig verloren te laten gaan. En als een mens nou gedoopt wordt, dan gaat hij nou juist in die doodsrivier, niet de Jordaan maar de rode zee. Die rode zee daarin, als je uit het beloofde land komt, je wordt bevrijd uit de slavernij, maar op het moment dat ze door de rode zee heen gingen, we zullen zo direct in 1 Korinthe 10 zien dat dat inderdaad een beeld is van de doop. Toen ze door die rode zee heen gingen, toen lieten ze heel dat oude leven van Egypte achter zich. Vanmorgen sprak ik iemand die werd na één dag al gedoopt, dat was dan ook rooms-katholiek. Sommigen worden gedoopt na 20 jaar. Maar wat er ook gebeurt. Wat je van nature bent laat je daarin achter. Maar je laat het achter in de doodsrivier en dat klinkt vreselijk gevaarlijk. Want hoe komt het dat die doodsrivier ons niet verzwelgt? Dat komt vanwege dat biezen kistje. Dat biezen kistje spreekt van Christus. Wij worden niet zomaar tot de dood gedoopt, dan bleef er niemand van ons over. Wij zouden dat symbolisch tot uitdrukking moeten brengen door iemand wel onder te dompelen maar niet meer boven te laten komen. Hij zou er in omkomen, dat hebben we ook verdiend. Maar we worden niet tot ónze dood gedoopt. We worden tot de dood van Christus gedoopt. Weet u, ik zou het zo willen zeggen tot u vanavond: Er is op deze hele wereld maar één veilige plek. Één veilige plek namelijk waar het oordeel van God niet meer kan komen. Want het is er al geweest. Dat is in het graf van de Here Jezus Christus. Dat is bijzonder daar is het oordeel van God al uitgewoed. Dopen betekent 'in het graf van Jezus gelegd worden'. Als de sunamitische, om een ander oud oudtestamentisch voorbeeld te nemen, als haar kind gestorven is. Dat kind heeft ze in zekere zin van Elisa gekregen als u begrijpt wat ik bedoel want die profeet had het haar beloofd. Als dat kind gestorven is dan gaat ze naar boven met dat dode kind en legt het op het bed van de profeet. Bij Jochebed gaat het nog een stap verder, ze legt dat kind in de doodsrivier, maar in dat biezen kistje. En daarin was het kind veilig. Toen onze kinderen nog klein waren zijn we meerdere malen in Zuid-Afrika geweest, trouwens ook toen ze groot waren, we zijn er vele malen geweest. Maar we waren daar een keer op een hele grote boerderij, ik heb dat beeld wel eens vaker gebruikt, waar we op een dag gingen veldbranden. Het is dan winter, juli-augustus, en de boer gaat dan grote stroken afbranden, voor het geval dat er een steppebrand zou komen. Het is dan winter, dan waait het vaak heel hard, en dan is hij altijd bezorgd. Ik zie hem nog in de geest voor het raam staan van 'oh oh oh'. Hij noemt het dan een weghaalvuur in het Afrikaans. Als ergens een vuur ontstaat, dan raast het over die hele vlakte. Maar op één punt kant het vuur niets meer uitrichten. Omdat het er al geweest is. Dat zijn die stroken die afgebrand zijn en het vuur kan daar niet overheen springen. Zijn huis is veilig. Het vuur kan zijn huis niet bereiken en zijn schuren en wat niet al. Waar het vuur geweest is valt niks meer te branden. Waar het vonnis over de dood al geveld is en waar dat vonnis uitgewoed is, dat is in het graf van de Here Jezus. Daarom is dat de enige veilige plek. Je kunt in een schuilplaats zitten waar je denkt dat je veilig bent. Sommige mensen in Gaza dachten dat deze week. En dan blijkt het toch dat de raketten je weten te vinden. Er is geen veilige plek. Als het gaat, en dan heb ik het toch even over het eeuwige oordeel, dan is er maar één veilige plek op aarde, dat is in het graf van de Here Jezus. Want doordat Hij opstond uit de dode, heeft de dood daar in dat graf niets meer te zeggen. Als je iemand doopt, je kunt jezelf niet dopen dat is wel heel bijzonder eigenlijk, je kunt alleen maar gedoopt worden, hebt u daar wel eens over nagedacht? Degene die jou doopt, die brengt dat tot uitdrukking. En jij ervaart dat ook. Degene die jou doopt die nodigt jou als het ware binnen op het christelijk erf. En die zegt tegen jou: "Je mag binnenkomen maar het is een heel bijzondere deur, die deur is het graf van Jezus , je moet door dat graf heen. Maar de dopeling weet dat ook en die wil ook niets liever dan dat. Want hij wil daar héél zijn oude leven afleggen. Alles verdwijnt daar, dat wil niet zeggen dat hij daarna nooit meer zal zondigen. En toch is het een heel belangrijke breuk. Het is een breuklijn, tussen zijn oude leven en zijn nieuwe leven. Dat oude leven als mens in de zonde, verdwijnt in dat graf van Jezus. En zegt Romeinen 6 dan: zoals Christus uit de doden is opgewekt door de heerlijkheid van de Vader. Hij is niet in het graf gebleven, zo hoeven wij ook niet in dat watergraf te blijven. We stappen er bij wijze van spreken aan de andere kant weer uit om in nieuwheid des levens te wandelen. Het oude leven is verdwenen en er is nieuw leven voor in de plaats gekomen. Dat nieuwe leven is Christus. In het graf van Christus is mijn oude leven ten onder gegaan. In het leven van de opgestane Christus is mijn nieuwe leven. Het speelt zich daar af, in Christus. Daarom is die dood van de Heere Jezus, niet alleen maar vóór mij geschied, bijna 2000 jaar geleden, maar ikzelf ben in de geest gesproken, daar met Christus gekruisigd. Dat is iets wat werkelijk is op het moment dat ik tot geloof kom. Dan is dat in mijn ziel werkelijkheid, maar het wordt ook uitwendig tot uitdrukking gebracht in de doop. Daar verdwijnt het oude leven en begint het nieuwe leven. En de tekst die ik daar meteen bij wil betrekken, omdat hij dezelfde beeldspraak gebruikt is in Kolosse 2:11, in Kolosse 2:11 en 12, daar srpeekt Paulus het volgende in vers 11: ik lees die tekst eerst voor: 'In Hem (dat is in Christus) bent u ook besneden met een besnijdenis niet met handen verricht in het uittrekken van het lichaam van het vlees in de besnijdenis van Christus, met Hem begraven in de doop. In Hem bent u ook (of in de doop, je kunt allebei vertalen) bent u ook mee opgewekt door het geloof en de werking van God die Hem uit de doden heeft opgewekt. Dat verband met de besnijdenis dat is dus heel bijzonder. Het gaat hier dus niet, zegt Paulus nadrukkelijk, over de besnijdenis van het vlees. Het gaat hier om een geestelijke besnijdenis. Een besnijdenis van je hart. Het is de besnijdenis van Christus die op ons wordt toegepast. Dat is niet de letterlijke besnijdenis waarmee hij besneden werd toen hij 8 dagen oud was, dit is de besnijdenis van Christus waarmee hij besneden werd op het kruis van Golgatha. Daar ging het mes van Gods oordeel over Hem heen, omdat God in Hem mijn vlees zou oordelen. Dat is heel bijzonder. Voordat Abraham de Zoon der belofte gaat verwekken, moet zijn vlees, waarmee die verwekking plaatsvind, besneden worden. Dat gebeurt ook vlak van te voren. In Genenis 17 komt die opdracht van de besnijdenis. Dat is een goede les, het betekent, ook voor ons als vaders, de kinderen die wij verwekken zijn in zonde geboren. Ze hebben niet alleen zondige moeders, maar ook zondige vaders. In de letterlijke besnijdenis is daar een voortdurende herinnering over het oordeel van God over ons vlees. Maar de Heere Jezus heeft dat oordeel over mij gedragen aan het kruis. Dat is de besnijdenis van Christus en die besnijdenis wordt op mij toegepast. Daarom zegt de Bijbel dat ons hart besneden is. Dat beeld vind je al in het Oude Testament. Niet alleen maar dat het mannelijk lid wordt besneden, in het Oude Testament lees je ook: jullie harten moeten besneden worden. Of onbesnedenen van hart of onbesnedenen van lippen. Daar was ook al duidelijk dat de echte besnijdenis een innerlijke besnijdenis is. Een oordeel van God over je vlees door de kracht van de Heilige Geest.

Welnu, zegt Paulus, er zijn twee dingen met jullie gebeurd, de besnijdenis en de doop. De besnijdenis is niet letterlijk, de doop wel. De besnijdenis is figuurlijk want die besnijdenis is wat er van binnen met jullie gebeurt is op het moment dat je tot geloof kwam. Toen is die besnijdenis van Christus aan het kruis op jullie toegepast, zodat jullie nu ook als besneden gelden. Zoals Christus gestorven is en wij in Hem gestorven zijn zo is Christus besneden op het kruis, figuurlijk, dat was het oordeel van God over het vlees, en in Hem zijn ook wij besneden. Dat wil zeggen, in Hem heeft ook een oordeel over ons vlees plaatsgehad. Maar dat is de binnenkant. Als iemand zegt: ik heb een besneden hart. Dan zeggen wij: sorry, dat is niet voldoende. Je moet ook nog aan de buitenkant iets ondergaan. De mens is een compleet wezen. Er kan niet alleen maar iets aan de binnenkant met jou gebeuren, ik zeg het nog eens: geloof is niet alleen maar een zaak tussen jou en God. Dat is de grootste vergissing die je kunt maken. Geloof gaat ons allemaal aan. Jouw geloof gaat ons allemaal aan! Daarom wachten we totdat iemand zich gaat laten dopen want dan weten we: oh, hij gaat ook voor de aarde ernst maken met zijn nieuwe leven. Met Hem begraven in de doop en mee opgewekt door het geloof en de werking van God die Hem uit de doden heeft opgewekt. In geloof vereenzelf ik mij met Christus in Zijn dood en Zijn begrafenis, zoals ik ook door God met Christus vereenzelvigd wordt in Zijn opwekking. Nogmaals; het oude leven gaat eraan, het nieuwe leven in Christus begint. Dat is de reden, waarom net als deze broeder, maar zovelen anderen, dit als een heel belangrijk moment in hun leven hebben ervaren. Zo'n belangrijk moment waarin dat oude leven werd afgelegt. Voor sommigen was dat veel belangrijker zelfs nog, dan nou dat mag ik niet zeggen misschien, dat is een beetje overtrokken, maar bij heel veel mensen merk je in de praktijk, maar ja die bleven nog een beetje staan met een been in hun oude leven. Ik zou daar voorbeelden van kunnen noemen. Ze hebben nog nooit een radicale keuze gemaakt. Ja ze zeggen van wel, ze geloven in de Heere Jezus, ze willen ook graag naar de hemel gaan, maar je ziet ook in allerlei dingen, ze staan nog met dat andere been in die oude wereld. Het is net als Israël ze zijn als het ware uit Egypte maar ze zijn nog niet door de Rode Zee. Het is nog een rare tussenpositie. Ze horen niet meer bij Egypte en in zekere zin horen ze er nog wel bij. Dat is met veel christenen ook zo, ze hebben nooit een radicale keuze gemaakt. Ik zou zeggen daarom is die doop ook psychologisch zo belangrijk dat zie je ook bij Israël. En nu kom ik tot 1 Korinthe 10 waar we dat ook vinden, waar Paulus dat volk Israël in het Oude Testament met het volk van God in het Nieuwe Testament vergelijkt. Want ik wil niet, broeders, zegt hij in 1 kor. 10:1 dat u onbekend is dat onze vaderen allen onder de wolk waren (dat is de wolkkolom waarin God zich openbaarde) allen door de zee zijn heengegaan (door de schelfzee of de Rode Zee) allen tot Mozes gedoopt zijn, in de wolk en in de zee. Mooi hè, die zee, u weet wel die 2 banden van water, daarboven de wolk, het was echt een tunnel, daarboven de wolk, rechts waterval, links waterval, onder hen de bodem van de zee. En door die tunnel gingen ze heen. En Paulus zegt dat is als het ware hun doop geweest en hij zegt dat omdat hij hen vergelijkt met de Korinthiers. Ook dat was een volk dat verlost was uit Egypte, uit de slavernij van de zonde, ze waren gedoopt niet tot Mozes, maar de ware Mozes, tot Christus, ze waren ook als het ware door de tunnel van het doopwater heengegaan en ze waren op die manier in de woestijn terechtgekomen. Nee de doop brengt je niet in de hemel, dat zou je misschien wel willen maar nee, zoals de doortocht door de Rode Zee je niet in het beloofde land brengt, maar wel in de woestijn, dat is even een afknapper, een teleurstelling, je bent weg uit Egypte, en wat krijg je: de woestijn. Je bent weg uit het land van de zonde, je wordt gedoopt: waar ben je? In de hemel? Nee! Wrijf je ogen uit het is de woestijn. Het eerste wat je hoort is wanneer iemand je uit het water omhoog trekt is: welkom in de strijd. Tsjongejonge je had je er zo op verheugd. 40 jaar lang een land van dorheid waar ik niets zie dan zandwoestijn, een land waar enkel dorheid woont, waar ik van honger zal verkwijnen en waar geen bron de pelgrim loont, om die oude hyronimus van Alphen nog eens te citeren. Dat is het leven achter Christus aan, ja dat moet je er wel bij vertellen. Want dat is wel de woestijn, maar kijk: voorop loopt Mozes, onze ware Mozes, we zijn tot Hem gedoopt! Hij zal zorgen dat we het einddoel bereieken en wij horen niet meer bij Egypte. We hebben ons oude leven achter ons gelaten. En met die doop in de Rode Zee begint een nieuw leven, een makkelijk leven? Helemaal niet! Op bepaalde momenten heb je in je zwakheid wel eens het idee: was ik maar in Egypte gebleven, daar hadden we die knoflook, meloenen en die uien, wat daar dan aan was weet ik ook niet maar dat vonden zij blijkbaar fijn, ze dachten aan de vleespotten, ze dachten niet aan de slavernij natuurlijk, ze dachten aan de mooie kanten van het leven in Egypte dat heb je met gelovigen ook wel eens. Die denken: toen ik nog geen gelovige was was het eigenlijk veel makkelijker, toen mocht ik nog dit en dat en dat. Al die dingen mogen nu niet meer. Dat is wel een hele eenzijdige kijk op het christenleven, maar zo ging het met Israël.In het zelfde hoofdstuk 1 Korinthe 10 worden ze gewaarschuwd voor 3 dingen: afgoderij, hoererij en mopperen. Dat is merkwaardig om die 3 op één rijtje te horen. Maar mopperen dat is niet gewoon eens een keer je nood beklagen, maar mopperen is hier murmureren, is je rebelleren tegen God. Wat Paulus zegt is: mensen, de doop brengt je niet in de hemel, de doop brengt je in de woestijn. Als mensen gedoopt willen worden vind ik dat je ze wel de waarheid moet vertellen. Als je denkt dat je het paradijs binnentreed door de deur van de doop moet ik je teleurstellen. Ik kan je beloven dat je Egypte uit bent en er nooit meer terug zult komen, maar aan de andere kant van de doop wacht je de woestijn. Het leven achter Christus aan. Dat is het mooist denkbare leven achter Mozes aan op weg naar het beloofde land, elke dag manna, water uit de rots, het wordt er allemaal verteld, allemaal opgesomt. Als je het positief bekijkt: is er geen centje pijn. Binnenkort komt ook de tabernakel erbij, de Sjechina woont temidden van het volk, de wolkkolom, de heerlijkheid des Heeren, plaats om God te aanbidden, je hebt alles als je het positief ziet. Als je het negatief ziet zie je alleen maar wat je had en wat je nu niet meer hebt. De doop is het begin van een weg van beproeving, waar je aan jezelf ontdekt wordt, waar je keihard tegen jezelf opknalt. En waar je constant jezelf in herinnering moet roepen: ik had beloofd dat ik Christus zou volgen, ik zou achter Hem aan gaan. Maar in hetzelfde hoofdstuk. Exodus 15 nadat ze eerst het loflied gezongen hadden na de doortocht van de Rode Zee murmureerde ze al toen ze bij Mara kwamen. Bitterheid.

Ja ja.. sommige mensen denken echt dat wanneer ze zich laten dopen het paradijs begint, nee hoor.. dan begint de ellende pas. Je moet eigenlijk, en dat is wel een beetje overdreven hoor wat ik nu zeg, als mensen zich willen laten dopen moet je ze dat in alle kracht ontraden. Je herinnert ze aan de schorpioenen die ze te wachten staan, aan de rovers, de amelekieten, de dorst, de honger. Het is altijd maar sjokken en doorlopen, 40 jaar lang. Bij mij is het nu al 52 jaar lang en ik ben nog steeds niet in het paradijs, het blijft maar doorhobbelen. Je moet het ze met alle macht afraden: blijf toch in Egypte: vleespotten, knoflook, uien, meloenen ja en ook slavernij maar dat vertellen we er niet bij. Dat zou je eigenlijk moeten doen, en als ze dan zeggen: ja maar ik wil toch ... dan moet je vragen: waarom wil je dan toch zo? A) omdat ik achter de ware Mozes aan wil gaan en B) omdat ik uiteindelijk in het beloofde land wil aankomen. De doop is het begin van 40 jaar woestijnreis, 40 jaar strijd. Amelek komt al in hoofdstuk 17, de honger in hoofdstuk 16, de dorst komt al in hoofdstuk 15, alle ellende meteen. Huppetee, het wordt je niet bespaard, niet van: laten we ze nou eerst eens een paar dagen rustig laten reizen, ze zijn net gedoopt die mensen, ook zo sneu, niks ervan hoor. Hetzelfde hoofdstuk begint de ellende al. Dus wij moeten iedereen dringend afraden: laat u niet dopen. Dat is dan wel in strijd met de titel van mijn boekje: "Sta op en laat je dopen". Maar het is goed om een afweging te maken. Wat is dat: het christenleven, waar begin je aan als je je laat dopen en de Heere Jezus gaat navolgen?

Ik heb nog een mooie tekst, dat is dan nummer 5. Dat is Galaten 3. Dat is een hele mooie. Ook daar gaat het weer over de Heere Jezus. Ziet u dat het allemaal om de Heere Jezus gaat? Je wordt een discipel van de Heere Jezus, je bent begraven tot Zijn dood opdat ook Zijn leven in jouw openbaar komen. We hebben gezien in 1 Kor. 10 dat we gedoopt worden tot de ware Mozes. Wandel maar stil achter hem aan en je komt vanzelf in het beloofde land, mopper niet teveel onderweg. Blijf omhoog kijken daar zie je de wolkkolom, kijk niet teveel terug, niet teveel opzij, kijk omhoog naar de wolkkolom en kijk vooruit naar Mozes, ja prima!

Kom je er vanzelf. In elf dagen kun je er zijn. Het was toch hun eigen schuld dat het veertig jaar duurde. Kijk nou een naar Galaten 3 vers 27, dat is weer een heel andere context, u allen die tot Christus bent gedoopt, hebt Christus aangedaan. Sommige evangelische zeggen als je Christus hebt aangedaan dan moet je gedoopt worden, maar dat staat er niet, ze zeggen als je met Christus gestorven en opgewekt ben dan moet je gedoopt worden, maar dat staat niet in Romeinen 3. Daar staat dat wij door de doop zelf {symbolisch} met Christus gestorven en begraven worden. Hier staat niet dat als je Christus hebt aangedaan dat je dan gedoopt moet worden. Je word niet gedoopt omdat je Christus hebt aangedaan. Hier staat dat je door de doop, symbolisch Christus aandoet. Ziet u weer het verschil tussen binnen en buitenkant wat ik straks zei. Geloven is een zaak van de binnenkant. Je kunt geloven in je hart en aan de buitenkant net zo leven als de mensen in de wereld. Je kunt een gelovige Israëliet zijn en leven tussen de Egyptenaren als een Egyptenaar. Maar op het moment dat je je laat dopen, wil je Christus aan. Want op het moment dat je je laat dopen zeg je tegen de hele wereld vanaf nu ben ik een volgeling van Christus. Daar kunnen jullie me op aan spreken, je nodigt al je vrienden en vriendinnen uit vooral als ze de Here Jezus niet kennen hoe meer hoe beter. Soms gebeurt dat op het strand, of op een andere plek in het openbaar en laat iedereen maar komen kijken want ze kunnen mij erop aan spreken. Ik zeg vanaf dit moment wil ik met Christus bekleed zijn dat wil zeggen vanaf dit moment wil ik dat jullie Christus in mij zien. Als ik praat, wil ik dat jullie Christus horen, als ik handel dan wil ik dat jullie Christus daden zien. In woord of in werk of wat gij ook doet, doet het alles in de naam van de Here Jezus Christus zegt Kolossen 3. Nou begin er maar niet aan aan die doop, vanaf dat moment kunnen mensen je aanspreken. Ik weet nog dat ik als twaalf jarige gedoopt was en dat het allerergste was dat mijn moeder soms dan zei toen ik dertien was en veertien in die moeilijke puberteitsjaren tegen me zei jij hebt je toch laten dopen? Dat vond ik niet leuk op dat moment maar achteraf dacht ik van ja ze had wel gelijk. Sommige mensen zeggen daarom je moet het ook niet met twaalf jaar doen je moet wat langer wachten maar daar ben ik het niet mee eens maar daar gaan we het nu niet over hebben, we zouden het niet over de leeftijd hebben, weet u nog wel? Straks ga ik ook geen enkele vraag op dat punt beantwoorden, u mag ze allemaal stellen maar ik beantwoord ze niet. Want dat hadden we afgesproken, daar gingen we het niet over hebben. Maar als u gedoopt bent kan iemand je er wel op aanspreken. Jij bent gedoopt? Jij bent met Christus bekleed? Laat dat dan alsjeblieft ook zien. Daar mag je elkaar toch op aanspreken! Er is toch iets met je gebeurd. Je hebt Christus aangedaan, dan kun je wel zeggen van ja maar ik ben wel gedoopt maar ik heb Christus eigenlijk niet aangedaan, ja dat kan niet. Dat is net zoals dat sommigen zeggen wij gaan maar scheiden want we hebben ontdekt God heeft ons niet samen gevoegd. Wat God heeft samengevoegd verbreke de mens niet. Maar wij zijn niet door God samengevoegd dus wij gaan toch maar uit elkaar. Fout! Het huwelijk is een samenvoegende instelling. Als je getrouwd ben met elkaar ben je per definitie door God samengevoegd want dat is wat huwelijk doet. Het huwelijk is een samenvoegende instantie. Dus dat argument is volkomen nep. Zeer sterk afgekeurd. Bij de doop is het precies zo. Je kunt niet zeggen van ja ik heb me wel laten dopen maar ik heb toen eigenlijk niet echt Christus aangedaan, het was maar schijn, het betekend niks. Nee, de doop zelf is een aandoen van Christus. Je kunt niet zeggen ik laat me dopen en doe daarbij Christus aan. Nee, de doop is een Christusaandoende instelling. Ik weet niet hoe ik het duidelijker kan zeggen. Zoals het huwelijk een samenvoegende instelling is per definitie zo doe je per definitie door de doop Christus aan. Daar mogen ze je op aan spreken. Ben je gedoopt? Laat het maar zien. En dan moet je niet zeggen van ja maar dat kan ik niet in eigen kracht, dat weten wij ook wel, wij kunnen dat ook niet in eigen kracht dat kan alleen maar in de kracht van de Heiligen Geest, maar daar moet je je ook voor open stellen. Maar we willen het zien, we willen Christus in je zien. Als je gedoopt ben willen we Christus in jou zien. Als je gedoopt ben willen we Christus in jou horen. Als je gedoopt ben willen we Christus in je ruiken. Met al onze zintuigen, we willen jou niet meer zien want jij bent verdwenen in dat doopwater, wat we daarvoor in de plaats zien is Christus. Dat daar een geestelijk vormingsproces aan te pas komt, prima! Een geestelijk groeiproces, prima! Daarom moeten die evangelische ook niet wachten tot die geestelijke groei zover gevorderd is dat ze iemand durven laten dopen. Nee, het staat aan het begin, en er is ruimte voor heiligmaking en er is ruimte voor geestelijke groei voor geestelijke ontwikkeling, prima. Maar we mogen je daarop aanspreken. Groei je nog? Je bent toch gedoopt! O,o als mijn moeder dat tegen mij zei, maar ze had gelijk. Je bent toch gedoopt! Je hebt toch Christus aangedaan! Waar is Hij dan te zien? Ik kon hetzelfde natuurlijk tegen haar zeggen, ik weet niet zei was geloof ik een jaar of zestien toen zei zich liet dopen. Maar we kunnen het allemaal tegen elkaar zeggen. Ben je gedoopt? Dan heb je Christus aangedaan. Daar kun je niet meer op terug komen. Ben je gedoopt, je hebt Christus aangedaan. En het mooie is als je Christus hebt aangedaan dan vallen de vroegere verschillen weg dat is de context waarin het hier staat he! In de natuurlijke wereld is het heel belangrijk of je een man of een vrouw bent. En we hebben nog steeds met het natuurlijke leven te maken. Wij trouwen en krijgen kinderen dat heeft allemaal met het natuurlijke te maken. Maar in Christus is dat verschil weggevallen. Sommige mensen die nog steeds erg veel verschil tussen mannen en vrouwen maken ook in het geestelijke die mogen daar wel eens wat dieper over na denken. In Christus is dat verschil van geen betekenis meer. In Christus is ook geen Jood of Griek meer, dat was vroeger ontzettend belangrijk, Joden dat was vroeger het volk van God, en de Grieken waren dat niet, dat waren die arme heidenen. In Christus staan ze op volkomen gelijke bodem. Man en vrouw volkomen gelijke bodem. Slaaf of vrij het speelt geen rol. Het kan zijn ... ik heb zo iemand gekend, die prediker was maar in zijn gewone leven was hij een koetsier van een rijk man, misschien heb ik dat al wel eens verteld, maar dat maak niet uit. Het was in de 19e eeuw, als ze aankwamen bij het kerkgebouw dan stapte die snel van de bok en hield de deur open voor zijn meneer en die meneer ging naar buiten en die ging naar binnen om daar te zitten, en hij parkeerde de koets en het paard enz en ging naar binnen en daar was hij de verkondiger van het woord. Hij was de prediker. En zijn meester die hij diende als koetsier, toen deze broeder overleden was heeft hij veel van zijn preken en Bijbelstudies uitgegeven op eigen kosten, zo grote waardering had hij voor hem. Dat kon.. dat kon. In het natuurlijke was de een de baas en de ander de knecht maar in Christus was er geen onderscheid. Kon ieder zijn eigen gave en talenten gebruiken zoals de Here hem die gegeven had. In Christus zijn al die verschillen weggevallen. Voor die tijd zie ik een man zie ik een vrouw zie ik een Jood zie ik een Griek voor die tijd zie ik een gereformeerde zie ik een evangelische maar in Christus niet meer. In Christus heeft dat totaal geen betekenis. In het natuurlijke vlak heb ik nog wel eens zin om een robbertje te discuseren met een katholiek of met een evangelische of met een reformatorische of wat dan ook en zei met mij misschien. Maar in Christus niet. In Christus zie ik in die ander alleen maar Hem de Here Jezus zelf. Zie ik een broeder, daarom is dit zo belangrijk, in de doop zijn we in zekere zin allemaal een geworden. Met alle verscheidenheid van genade gaven en bedieningen, maar in Christus een. Daarom zegt Efeze 4 die had ik er ook nog bij kunnen halen, een doop. Die ene doop heeft ons allemaal gelijk gemaakt voor Christus. Al die natuurlijke verschillen zijn opgeheven.

Nou nog kort de laatste, de zesde tekst 1 Petrus 3:20. Dat is de enige, nee Mattheus ook die anderen zijn van Paulus. Mattheus de eerst niet en 1Petrus 3 natuurlijk ook niet. 1Petrus 3 daar heb je nog het laatste beeld uit het oude testament. Het beeld van de zondvloed. En dat beeld is heel aardig. Die zondvloed daar gaat het ook weer over water. Wat had die zondvloed gedaan? Die oude aarde gereinigd, er was een nieuwe aarde voor in de plaats gekomen. Als het ware gingen Noach met zijn familie door het water heen van de oude aarde naar de nieuwe aarde. Dat is de beeldspraak. Hij ging van een oude aarde naar een nieuwe aarde dwars door het water van de zondvloed heen. Maar net als Mozes in zijn biezen kistje waren Noach en zijn familie veilig in de ark. De ark is ook een beeld van Christus. In dat water van het oordeel net als het water van de Nijl net als het water van de schelfzee, in de Nijl kwamen de jongentjes van Israel om, en in de Schelfzee kwamen de Egyptenaren om en in het water van de zondvloed kwam de wereldbevolking om. Alle drie water van oordeel. In alle drie de gevallen was er redding in de ark van Noach, in dat biezen kistje van Mozes en in die droge weg die daar gemaakt werd door de rode zee heen. Alle drie gingen ze er veilig doorheen. En nu zegt Petrus, dat is nu precies hetzelfde als wat er in de doop gebeurt. Nou dat hebben we nu al gezien bij de rode zee, dat hebben we gezien bij Mozes en hier zien we het nog een keer bij de zondvloed. Prachtig beeld, het is een tegenbeeld, de zondvloed is een beeld de doop is een tegenbeeld dat wil zeggen dat het zijn beeld en tegenbeeld maar samen wijzen ze naar dezelfde geestelijke werkelijkheid. Want in de doop gebeurt hetzelfde, het oude leven achter ons gelaten, het is gewoon een herhaling nog even van wat we allemaal al gezien hebben. Het oude leven achter ons gelaten dan komen we op een nieuw terrein. Maar let nog even op dit.. dat is weer nieuw, en dat is dan het slot van wat ik zeggen wil vandaag. Het is een vraag voor God van een goed geweten. Dat is weer een nieuw aspect vers 21. De doop is een vraag voor God van een goed geweten. Niet van in de zin van nu heb ik een goed geweten en nu heb ik aan God iets te vragen, nee het is een smeekbede aan de Here God. Here God nou heb ik dat oude leven in de doop achter mij gelaten, het is verdwenen in het graf van Christus. Maar dat nieuwe leven dat voor mij ligt, dat leven door de woestijn, dat is moeilijk dat is zwaar. Het kan maar zo gebeuren dat ik weer een slecht geweten krijg doordat ik gezondigd heb doordat ik gefaald heb in Uw ogen. Maar die doop is een bede, Here God laat me mogen wandelen achter de Here Jezus aan met een goed en zuiver geweten. Dat kan alleen in de kracht van de Heilige Geest. De doop is een gebed. En in dat gebed zeg ik van Here God ik wil nooit meer zo leven als voor die tijd, ik wil alleen nog maar leven zoals de Here Jezus leefde. Dat is wat ik u vandaag te zeggen heb. Ik heb het laatste een beetje kort gedaan want de tijd die hebben we niet meer maar denkt u eens over die zes teksten na en ik zal u vertellen nog 1 keer of het een klein baby'tje is of een ouder iemand, dat is niet het belangrijkste. In ieder geval veel minder belangrijk dan sommigen denken. En dan gaat de hele discussie alleen maar daar over, alsjeblieft laten we nou eens daar over ophouden en laten we het eens gaan hebben over de doop! Wat betekent dat? En wat heeft het u en mij te zeggen. Laat het ons zoveel te zeggen hebben dat wij voor zover wij gedoopt zijn in nieuwheid des levens achter de Here Jezus aan gaan. God zegenen Zijn woord.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?