Hart voor Waddinxveen


(5) Lezing gehouden op 6 februari 2009 over "Ik ellendig mens" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zondag, 22 maart 2009 21:44

Wij willen vanavond lezen uit de Romeinenbrief, hoofdstuk 7. Als de uitdrukking 'ik ellendig mens' u niet vreemd is, had u dat al vermoed. Romeinen 7, ik lees uit de Thelosvertaling, vanaf vers 14 tot en met hoofdstuk 8 vers 2. Paulus zegt:

Wij weten dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. Want wat ik doe weet ik niet. Want niet wat ik wil bedrijf ik, maar wat ik haat, dat doe ik. Als ik niet doe wat ik wil, stem ik met de wet in dat zij goed is, maar dan ben ik het niet meer die het doe, maar de zonde die in mij woont. Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees geen goed woont, want het willen is bij mij aanwezig, maar het doen van het goede niet. Maar het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade dat ik niet wild, dat bedrijf ik. Als ik dat doe wat ik niet wil, dan doe ik het niet meer, maar de zonde die in mij woont. Ik vind dus deze wet voor mij, die het goede wil doen dat het kwade bij mij voor handen is. Want ik verlustig mij naar de wet van God naar de innerlijke mens. Maar ik zie in mijn leden een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn denken en mij tot gevangene maakt door de wet van de zonde die in mijn leden is. Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood? God zij echter dank door Jezus Christus, onze Heer. Dus ikzelf dien wel met het denken de wet van God, maar met het vlees de wet van de zonde. Zo is er dan geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn. Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrij gemaakt van de wet van de zonde en de dood.

Tot zover de lezing uit het Woord van God. Vorig jaar was het geloof ik, als ik met een kleine anekdote mag beginnen, dat ik in Groningen was. Daar zou een avond zijn van de Navigators. En in een stad als Groningen mag je verwachten dat het er heel veel waren en de plaatselijke christelijk gereformeerde kerk zat volgepropt met Navigators. En het onderwerp waarover ik zou spreken was de christelijke vrijheid. En ik begon met de ondeugende vraag: wie van jullie is er vrijgemaakt? Nou, in Groningen is dat altijd raak, dus 100 van de 300 staken hun hand omhoog en het was een beetje flauw van me, maar ik zei: "O sorry, ik geloof dat ik een misverstand heb teweeg gebracht. Ik bedoel niet gereformeerd vrijgemaakt, maar vrijgemaakt in de zin van Romeinen 8:2. Want de wet van de Geest des levens heeft mij vrijgemaakt van de zonde en de dood." Nou, een algehele ontreddering maakte zich van de studenten meester, ik geloof dat er drie hun hand opstaken. Dat wil niet zeggen dat slechts drie vrijgemaakt waren in deze zin, maar dat er drie wisten, althans dachten te weten wat er met die tekst bedoeld werd. En dat zei ik toen ook: ik denk dat heel veel van jullie het wel zijn, maar onzeker zijn over wat deze tekst betekent. Terwijl die tekst zo geweldig belangrijk is. Dit vers, hoofdstuk 8:2, is het antwoord op de grote vraag van vers 24: ik ellendig mens. Wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood?

Ik heb in mijn leven vele malen dit woord naar mijn hoofd gekregen. Je hoeft in een bepaalde omgeving maar al te enthousiast te spreken over het geloofsleven, bijvoorbeeld met heerlijke citaten uit Romeinen 8: in Hem zijn wij meer dan overwinnaars en nog wat van die geweldig optimistische geluiden. En als je dat wat dik aanzet, komt er geheid, alsof je op een knop drukt een mondelinge vraag of een schriftelijke vraag: maar er staat toch ook in de bijbel 'ik ellendig mens'? Mijn eerste vraag is altijd: waar staat dat? Heel veel mensen weten dat niet en dat is natuurlijk levensgevaarlijk. Als je uit je hoofd citeert zonder dat je het verband kent, dat is niet best. Maar de meeste mensen die dat soort bezwaren aanvoeren die weten het wel: Romeinen 7. Dan is mijn volgende vraag: 'Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen dezes doods' om het in de Statenvertaling te citeren. Wat staat er achter dat woord? Dit is veel erger. Dat ze niet weten dat het in Romeinen 7 staat is tot daaraan toe, maar dat ze niet weten wat erachter staat ... Hier zie je nu wat er gebeurt als wij gaan smijten met losse Bijbelteksten. Als mensen zich o zo goed herkennen in dat 'ik ellendig mens' en ook in de vraag 'wie zou mij verlossen uit het lichaam van deze dood', maar ze weten niet wat erachter staat. Want erachter staat het antwoord. Ik heb net gezegd dat het antwoord in 8:2 staat, maar het begin van het antwoord staat in hetzelfde vers, 24 van hoofdstuk 7. Het komt in vers 25 dat antwoord: 'God zij echter dank, door Jezus Christus onze Heer. Deze persoon uit vers 24 vraagt niet wat zal mij verlossen uit dat lichaam van deze dood, hij heeft leren zien dat hij een persoon nodig heeft. En Wie dat is, dat volgt daarop: 'God zij dank, door Jezus Christus onze Heer.'

Ik heb mij daar vaak mee bezig gehouden: hoe is het mogelijk dat het nieuwe testament, en neem alleen al de brieven van Paulus, zulke heerlijke dingen schrijven over het geloofsleven in zulke bloemrijke taal. In de Efeze-brief, de Kolossenzenbrief, de Filippenzen-brief, maar zelfs in de Korinthe-brieven vindt u zulke heerlijke passages vol met de vreugde en het enthousiasme van het geloofsleven. En hoe komt het dat zoveel plaatsen voor zoveel mensen iets vreemds inhouden, iets dat ver van hen afligt, dat ze niet herkennen, waar ze zich ook niet mee kunnen één maken. Maar dit woord is als het ware een houvast, een herkenningspunt. Dat staat er dan toch ook maar en dat heeft Paulus dan toch ook geweten, dus je moet niet al te hard jubelen, want er staat ook 'ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?' En dan wordt het hoog tijd om dat eens rustig met elkaar te bespreken. Op mannendagen is dit geheid zo'n punt als het gaat over de vreugde van het christenzijn komt altijd dit. Vrouwendagen ook, maakt niet uit. In feite betekent het dat dit woord voor veel mensen weergeeft hoe ze zich in het christenleven daadwerkelijk voelen. En al die andere passages, zeker Romeinen 8, wat een veel langer hoofdstuk is en dat vol is over die jubel over het leven met de Here God en met de Here Jezus, dat weegt niet op tegen de herkenning die men beleeft bij dit woord: 'ik ellendig mens'. Dat betekent dat het dan toch hoog tijd wordt om te kijken waar Paulus het over heeft. Wat betekent dit? En ik zal u meteen geruststellen: over deze kwestie is veel en lang discussie gevoerd. De Grieks-orthodoxen dachten er weer anders over dan de Rooms-katholieken en de Lutheranen weer anders dan de Calvinisten, om van de evangelischen maar te zwijgen. Er zijn vele uitleggingen en dat maakt het bepaald niet eenvoudig. En dat is dus een vervelende kwestie. Evangelische mensen herkennen zich vaak helemaal niet in dat ik ellendig mens herkennen en er ook niet mee uit de voeten kunnen en het dus maar haastig overslaan. En anderen blijven in die tekst gevangen zitten als een mot die rond een lamp zwerft en ze komen niet meer van die tekst los. Ze beleven het zo intens dat als ze Romeinen 8 lezen ze eigenlijk zouden moeten lezen: 'in Hem zijn wij superverliezers, we proberen het elke dag wel, maar we blijven arme zondaren tot aan onze dood. We doen ons best en dat is ook goed, maar we merken dat het niet gaat. Maar goed, straks in de hemel gelukkig, dat is dan de enige troost, dan zal het ons goed gaan. Dan zullen we verlost worden van het zondige vlees, als we er tenminste op mogen rekenen dat we naar de hemel gaan. Dan pas wordt je uit die ellende bevrijd.' En als al te enthousiast bent voor die tijd wordt je met wantrouwen bejegend. Vandaag nog kreeg ik een mailtje dat iemand van zijn dominee had gekregen, ik zal niet zeggen welke richting. En hij stuurde dat mailtje van zijn dominee, dat handelde over mijn persoontje aan mij door. Ik weet niet of die dominee dat nou leuk vindt, want hij gaf een uitvoerige beschrijving van mijn persoon en mijn opvattingen en hij heeft er vast niet op gerekend dat de ontvanger zo brutaal zou zijn om dat mailtje door te sturen aan mij. En één van de ergste dingen vond die dominee dat ik in zijn optiek zo lichtvaardig over de zonde dacht: waar is dan dat ik ellendig mens? Ik weet het niet, ik vrees dat ik het mijn hele leven wel naar mijn hoofd zal krijgen. Van de ene mannendag naar de andere vrouwendag, het blijft altijd een probleem. Van de ene conferentie naar de andere Bijbellezing. En ik sla mij er dapper doorheen en probeer het af en toe uit te leggen. Deze avond is ook een poging, want het is zo belangrijk.

De volgende vraag, u weet, ik ben een schoolmeester, dus ik stel dat soort nare schoolmeestervragen. Waar staat het? Wat staat er pal achter? En dan vooral die vraag die ik stelde aan al die vrijgemaakte studenten, waarvan er sommigen vrijgemaakt vrijgemaakt waren en anderen nog niet vrijgemaakt vrijgemaakt. Ik stelde ze deze vraag: wat betekent in hemelsnaam dit woord: de wet van de geest des levens heeft ons vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood. Als u denkt aan het bekende zevental, de zeven stappen die horen bij het heil, zoals dat bij de traditionele theologie wordt opgevat, daar horen de dingen bij als bekering, wedergeboorte, geloof, rechtvaardigmaking, heiligmaking en aan het einde de volharding en ik ben de eerste nog vergeten, dat is de roeping. Dan heeft u ze alle zeven. In dat rijtje staat niet de vrijmaking, dat zou toch bijzonder interessant zijn als dat erbij stond, want het is blijkbaar erg belangrijk. Je hebt mensen die zeggen: ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood en je hebt ook mensen die vrijgemaakt zijn van de wet van de zonde en de dood en dat zijn nooit dezelfde mensen. Want die eerste die roept 'ik ellendig mens' is niet vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood. Hij bespeurt die wet in zijn eigen gemoed. Er worden hier allerlei wetten genoemd, dat is een beetje lastig. Je hebt de wet van het denken in vers 23, dat is de innerlijke mens. 'Denken' is een beetje lastig, maar ja 'gemoed' in de Statenvertaling is ook lastig te snappen. Het gaat om je innerlijk. Er is in je innerlijk een wetmatigheid, een nieuwe wetmatigheid van de wedergeboren mens, dat ga ik zo uitleggen. En die verlustigt zich in de wet Gods, maar in zijn leden ontdekt de persoon die hier schrijft een andere wet en die wet staat onder de natuurwet – zo klinkt het haast – van de zonde en de dood. Hij ondervindt dat hij het goede wil en het kwade elke keer weer doet. Hij is in de slavernij van de wet van de zonde en de dood. Hij is wedergeboren (ga ik ook allemaal straks uitleggen: alles in geregelde orde), maar hij is nog in de wetmatigheid van de zonde en de dood. Dat is een ander persoon dan die van Romeinen 8:2, waar we lezen van iemand die vrijgemaakt is van de wet van de zonde en de dood. Wat jammer dat de vrijmaking niet stond in het rijtje van zeven. Dan waren het er acht geweest, dat is niet zo'n mooi getal, maar dat is dan jammer. Dan mag je de volharding er wel af gooien, want dat past eigenlijk niet in dat rijtje, maar daar gaat het nu niet over.

Ik zou eigenlijk wel eens even vijf seconden stil willen zijn, dan kunt u voor uzelf de vraag beantwoorden; "Ben ik vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood?". Ik denk dat velen van u zich met die vraag ongemakkelijk voelen, net als die studenten daar in Groningen, want u denkt bij uzelf 'dat hangt er maar vanaf wat dat betekent'. En dat is natuurlijk ook zo. Maar het merkwaardige is dat zoveel mensen precies weten wat het betekent 'ik ellendig mens'. En dat zoveel christenen niet weten wat betekent het 'vrijgemaakt te zijn van de wet van de zonde en de dood, door de wet van de Geest des levens'. En mijn vurige hoop en verlangen en gebed is, dat u aan het einde van de avond op z'n minst wéét, wat het is om vrijgemaakt te zijn. Of u het dan bent, of wordt, dat is vers 2 maar op z'n minst hoop ik dat u weet wat het is. En daar gaan we het vanavond over hebben. Laat ik om u gerust te stellen, en die dominee die dat mailtje schreef, aan die persoon die dat dan weer aan mij stuurde, maar die dominee is hier helemaal niet vanavond, die woont hier een eind verderop. Maar om u gerust te stellen en die dominee gerust te stellen: Het was een beetje naar aanleiding van een opmerking die Henk Binnendijk, die toch keurig hervormd is, op een mannenconferentie maakte. En hij zei: "dat gezeur over zonde." Oh oh, dat heeft hij geweten. En toen heb ik bij een andere gelegenheid dat overgenomen. Het gaat altijd maar over zonde. Dat zijn de 'ik ellendig mensen', 'ik ellendig mens'-mensen. Altijd over zonden. En wat bedoelde ik daarmee, om de zonde te bagatelliseren? Ben je nou helemaal, dat zal ik je direct laten dat ik dat niet doe. In tegendeel! Maar je hebt mensen die het altíjd erover hebben. En die blijven hangen in de vraag; "Wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood." Zonder dat ze blijkbaar het antwoord weten. Want ze weten niet het vervolg van de zin.

Iemand stelde mij voor de radio van de EO een keer de vraag; "Willem, ben je het er ook niet mee eens," misschien heb ik het wel eens een keer verteld, neem me dan maar niet kwalijk "ben je het er ook niet mee eens dat je het hele evangelie samen kunt vatten in de twee woorden 'zonden' en 'genade'?" En toen zei ik; "Nee, ben ik het niet mee eens." Dat is natuurlijk heel vervelend hè, om dat voor de radio te zeggen. Ik zeg; "Ik ben het er niet mee eens, ten eerste de helft is al geen evangelie, dat is een zonde-boodschap, dat is treurig nieuws, dat is geen goed nieuws. Maar genade voor zonde, man dat is maar het beginnetje. Het is ontzéttend belangrijk, maar het is maar het eerste beginnetje. Het is niet eens het doel. Het is alleen maar het middel, om te komen tot het eigenlijke doel." Nou dat vond hij heel vervelend, daar had hij niet van terug. Maar dit is heel typerend. Dit is eigenlijk al zo sinds Augustinus. Die leefde rond het jaar 400, nu is het jaar 2000 dus dat is 1600 jaar lang. De hele westerse christenheid. In dat opzicht lijken de meest strenge calvinisten precies op de rooms katholieken. Nou die kun je in je zak steken, dat had je niet gedacht vanavond hè. Écht waar. Bij Augustinus draaide, en dat kon omdat Augustinus zelf zo'n losbandig leven had geleid. Hij was zo doordrongen van het probleem van de zonde maar ook de vergeving en de behoud daarvan, dat hij die zonde en de oplossing daarvan heel centraal heeft gesteld. Terwijl bijvoorbeeld de oosterse orthodoxie veel meer de nadruk legt op de macht van de duivel. En de verlossing uit die macht en ook de betekenis die het werk van de Here Jezus heeft. Niet alleen maar voor onze zonde maar vooral om ons te bevrijden uit de macht van de duisternis en de macht van de satan. Een totaal ander accent. Maar minstens zo Bijbels. Maar om u gerust te stellen, dat had ik u beloofd ik zou u gerust stellen. Als u die woorden helemaal uit zijn verband haalt. Als u tegen mij zegt; "Luister, zijn wij niet van nature ellendige mensen?" Dan geef ik het u volkomen gewonnen, kost me niet eens moeite. Ik was eens bij, nota bene een ongelovige, de beroemdste Duitse schrijver die er ooit geweest is Göte, die moet eens gezegd hebben of geschreven hebben; "Er is geen zonde, in de hele wereld, waarvan ik de kiem niet in mijn eigen ziel heb terug gevonden." Dat is ontzettend diep en dat voor een ongelovige. Als je jezelf een beetje leert kennen ga je de waarheid daarvan beamen, daar hoef je helemaal niet vroom voor te zijn, dat is niks vrooms dat is zo realistisch als ik weet niet wat. Er is geen zonde te bedenken, zo gruwelijk, zo smerig, zo wreed, waarvan je de kiem niet terug vindt in je eigen ziel, ik tenminste wel. Dan moeten jullie het voor jezelf maar uitzoeken, ik kan het wel zeggen. Ik begrijp hem helemaal. En ik vind het treurig dat een ongelovig man als Göte dat beter lijkt te hebben verstaan dan menig mens die zich Christen noemen, maar die eigenlijk toch heel redelijk tevreden over zichzelf zijn. En die een beetje praten als de farizeeër; "ik dank u Heer dat ik zo'n voortreffelijk goed mens ben, ik ben een goed lid van mijn kerk, ik betaal trouw mijn kerkelijke belastingen, ik ga zondags twee keer naar de kerk, ik lees altijd uit de Bijbel, wij bidden voor het eten én na het eten..." Begrijpt u? Dat is een beetje vertaald hè deze gelijkenis. "Ik dank u dat ik niet zo ben als mijn buurman die gaat zondags altijd voetballen, nou dat is erg Here God hè?! Dan ik, U bent zeker wel tevreden over mij?!" Dat zijn niet de mensen die erg veel weten van het 'ik ellendig mens'. De Here Jezus plaatst daar tegenover, u vind het in Lucas 19, die tollenaar weet u wel. Het ellendige is wij kunnen dat verhaal niet zo goed lezen, als wij lezen 'farizeeër' zijn we gelijk al negatief ingesteld. Horen we 'tollenaar', dan denken we 'oh die luisteren graag naar de Here Jezus die kwamen tot bekering', dus zijn wij positief ingesteld. Wij kunnen dat verhaal niet goed horen. Want de mensen in die tijd, die het hoorden van de Here Jezus, hoorden bij het woord 'farizeeër' iets heel goeds, iets voortreffelijks.

Een man, lid van een orthodoxe sekte die ijverig de schriften bestudeerde en er ook zo goed mogelijk naar leefde. Die hoorde dus om te beginnen iets positiefs. Laten we zeggen iemand die al 30 jaar ouderling is, en zich zo inzet voor zijn gemeente. Dat is zo'n positieve associatie die je moet hebben. En dan een tollenaar, dat iemand hulde met de vijand, iemand die helemaal verkeerd stond, die veracht werd door het volk omdat die hen uitzoog en ook nog werkte voor de Romeinen. Dus u moet eigenlijk zich voorstellen, zo zouden wij het vandaag vertellen: Twee mensen gaan naar de kerk, een ouderling met een staat van dienst om aan te zuigen en de ander een pooier. Ik bedoel, geeft dat ongeveer de associatie? En ze gaan allebei naar de kerk. En die ouderling bid dat gebed wat ik net zo'n beetje bad. "Here God, ik ben redelijk tevreden over mezelf en ik kan me niet voorstellen dat U dat ook niet bent. Ik zet me altijd in voor de kerk, sta altijd klaar, ik ben trouw altijd lid geweest, ik heb ook wel eens veel kritiek gehad maar ik heb me er dapper doorheen geslagen. Ik ben tevreden over mezelf, en U bent dat vast ook." En die pooier zit daar en die slaat zich op de borst en zegt; "Here God wat ben ik een smeerlap, alstUblieft, toon mij Uw barmhartigheid." En dan zegt de Here Jezus; "Die ene man, ging gerechtvaardigd naar huis." Dat is Paulinische taal hè, taal van Paulus' Romeinen brief. Hij ging gerechtvaardigd naar huis. Die man die zei; "Wees mij zondaar genadig." Letterlijk staat er "doe verzoening over mij zondaar" Dat gaat in tegen alles. Zo'n goede toegewijde godsdienstige man, gaat niet gerechtvaardigd naar huis, ligt eruit bij God. En zo'n smeerlap, met dat éne zinnetje; "Wees mij zondaar genadig." gaat gerechtvaardigd naar huis. Zo probeer ik te luisteren zoals die mensen toen luisterden, met dezelfde soort van verontwaardiging over zo'n verhaal. Weet u wat het verschil was? Ze waren allebei ellendige mensen. Maar de één zag het, en de ander niet. In sommige kringen moet je eigenlijk eerst heel diep van je ellende overtuigd zijn voordat je zelfs maar mag dénken over bekeerd zijn. Daar citeert men graag teksten uit het boek Ezechiël bijvoorbeeld: "Graaf nog maar dieper oh mens, en gij zult nog meer ellende vinden."

Wat ik in de Bijbel lees is dat mensen echt hun ellende kennis helemaal niet krijgen voordat ze bekeerd zijn. En dat is ook geen wonder. Als de nieuwe natuur in hun komt met de kracht van de Heilige Geest, dán pas gaan ze het echt zien. Ellende-verlossing-dankbaarheid. Ik zal u wat anders vertellen vanavond, eigenwijs als ik ben. Verlossing-dankbaarheid-ellende. Als je leeft uit de verlossing en in dankbaarheid naar de Here God en je gaat jezelf dan zien in het licht van Gods Woord. Dat zie je voor je bekering maar heel beperkt. Dan pas, zeker naar mate je ouder wordt, ga je zien wat het is, wat een ellendeling, een mens in zichzelf is. Dat we al die smerige dingen die ons hart zijn niet daadwerkelijk doen is Gods genade. Maar zoals Göte zei, ze zitten er allemaal in. In Ezechiël 36, het beroemdste hoofdstuk over de wedergeboorte in het Oude Testament, verteld wat God zegt van Zijn volk; "Ik zal rein water over jullie sprengen, Ik zal jullie een nieuw hart geven, Ik zal het hart uit jullie nemen, Ik geef jullie een nieuw hart. En dan komt Mijn Geest in jullie. En als dat gebeurt is, dat leest u een paar verzen verder, en dan zullen jullie leren walgen van jullie zonden. Ik geloof dat er drie keer het woord 'walgen' staat. Het komt bijna niet in de Bijbel voor maar in Ezechiël komt het drie keer voor. Een mens die walgt van zijn zonden en bij alle drie is dat een mens die gereinigd is door het reinigings water van God, die wedergeboren zijn. Maar juist dan door de kracht van de Heilige Geest die in hun leven werkzaam word leren walgen van je zonden. Als het daarom gaat, dan zijn het juist die mensen van Romeinen 8, die voortgaan van kracht tot kracht in de Heilige Geest. Die zichzelf juist leren zien als ellendige mensen in zichzelf.

Bij Paulus zie je dat heel duidelijk. Hij heeft de gemeente van God vervolgt. En dat heeft hij zijn hele leven geweten. Maar hoe later zijn brieven zijn, des te dieper heeft hij het veroordeeld. Hij zegt eerst dat hij de geringste is van alle apostelen. En daarna, in de Efeze brief, de geringste van alle heiligen. En tenslotte aan Timotheüs, noemt hij zich de voornaamste van de zondaren. Hoe komt dat? Hij zag steeds duidelijker want een ellendig mens hij was, in zichzelf. Nou zegt u; "Maar dat is nu juist precies wat ik ook altijd zeg. Ik zeg altijd 'wij zijn ellendige mensen." Ah maar nu vergeet u wat en dan ziet u hoe belangrijk het is om de schriften uit te leggen, hoe belangrijk het is dat u weet wat hier staat. En dat je dat in z'n samenhang weet te bekijken. Want die persoon in Romeinen 7, die zegt niet alleen; "In mijzelf ben ik een grote ellendeling." Deze persoon is wanhopig. Hij schreeuwt het uit. "Ik ellendig mens. Wíe zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?!" Maar dat heb ik niet gezegd. Ik weet eniger mate wat een ellendeling ik ben in mijzelf. Maar ik ben niet wanhopig, als de mens in Romeinen 7. Moet u zich voorstellen, die mens in Romeinen 7, wat is dat voor iemand, is dat een wedergeboren of een on-wedergeboren iemand? De Grieks orthodoxe en veel evangelische zeggen; "Hij is on-wedergeboren." Calvinisten en sommige andere evangelische waaronder ik die zeggen; "Hij is wedergeboren." ik herinner me nog dat ik met een ander dominee op een mannendag hierover sprak, en ik zou over 'ik ellendig mens' spreken en hij zei na afloop; "Oh ik was zo opgelucht dat je zei dat die wedergeboren was die persoon." Ja hij was helemaal opgelucht. Want hij dacht 'misschien hoort hij bij die Grieks-orthodoxe en die andere evangelische'. Maar ik zat op zijn lijn. Natúúrlijk is het een wedergeboren mens, en dat kun je makkelijk zien. Hij heeft namelijk onderscheid leren maken tussen zijn nieuwe natuur en zijn oude natuur. Zo noemen we dat. Hij heeft ontdekt dat hij het goede doen wil, hij heeft een verlangen om het goede te doen. Alleen hij merkt dat hij niet kan. Hij zegt; "Het goede dat ik wil," in vers 19, "dat doe ik niet, maar het kwade dat ik níet wil, dat bedrijf ik." Een on-wedergeboren mens, als je het op de keeper beschouwt naar de maatstaven van God, die wil het goede niet, en hij kan het ook niet. Maar hier is een mens, met een nieuwe natuur. Hij zegt ook: "Dan ben ik het niet meer die het doet, dat zondigen, maar de zonde die in mij woont." Zijn nieuwe ik doet die zonde niet. Het is de zondige natuur die in hem is, het vlees zoals we dat noemen, die doet die zonde. Er is geen twijfel over dat dit een wedergeboren mens is. Zo komen we dus tot elkaar. Want dat beweren gereformeerde theologen ook en daar hebben ze volkomen gelijk aan. Maar deze persoon, kent die zekere wanhopigheid, de wanhopigheid dat hij moet zeggen; "ik wil wel, maar ik kan niet." En lieve mensen, daar kun je inderdaad wanhopig van worden. Als je constant een neiging hebt tot het goede, en constant stuit op het verschijnsel dat je niet kunt. Het zou eigenlijk normaal zo moeten zijn. Een ongelovig mens is iemand die niet kan en die niet wil. Een gelovig is iemand die wel kan en ook wil, die wel wil, en ook kan. Dat is de mens van Romeinen 8, en Romeinen 9 en Romeinen 10 en van Romeinen 11 zeg maar gerust van alle hoofdstukken van Paulus behalve Romeinen 7. Hoort u dat? In alle hoofdstukken van Paulus om zo te zeggen, ik kan er niet zo gauw één bedenken wat een uitzondering is, daar beschrijft Paulus een mens die wil, dat is de nieuwe natuur in hem. Die heeft een verlangen om Gods wil te doen, en hij kan! Niet uit zichzelf, hij kan door de Heilige Geest.dat is de normale toestand.

Want dat is de tweede vraag natuurlijk, als dit de wedergeboren mens is, die "ik, ellendeling" is dat dan een normale toestand die we hier vinden of een abnormale toestand? En dat is nou net het probleem, heel veel theologen doen net of het alleen de vraag is of dit een wedergeboren of een onwedergeborene is, en als ze dan concluderen dat het een wedergeboren mens is, dan is dat blijkbaar de normale toestand. Maar ze onderscheiden niet dat het hier om een wedergeborene kan gaan die zich toch in een abnormale toestand bevind, en wat is nou die abnormale toestand? Nu komen we tot de kern van de zaak: het abnormale is dit: als u goed leest over deze mens in Romeinen 7 dan leest u nergens over de Heilige Geest. En wel in het begin een keer, maar dat is niet aan de orde, vanaf vers 14 of eigenlijk al vanaf vers 12 wordt niet de Heilige Geest genoemd. Weet u waar het wel over gaat? Ik, ik, ik, mij, mij, mij en mijn, mijn, mijn. Deze mens is helemaal met zichzelf bezig, hij is een navelstaarder. En dan ontdekt hij iets heel belangrijks, iets wat elke gelovige moet leren. Hij ontdekt dat het nieuwe leven inderdaad leven is. Maar leven is niet hetzelfde als kracht. Een pasgeboren baby leeft, dat zie je aan alle kanten. Het begint te huilen, dan weet je al: het leeft. Maar het heeft geen kracht. Een speldenprik bij wijze van spreken zou het kunnen doden. Het is het toppunt van zwakheid, dat komt omdat een baby biologisch gezien veel te vroeg geboren wordt. Er is geen baby zo hulpeloos onder alle schepselen op aarde. Daar zien we een prachtig voorbeeld: wel leven, maar geen kracht. Dat is de situatie in Romeinen 7. Wel leven, geen kracht.

Hoe komt het dat hij die kracht niet heeft? Omdat de Heilige Geest in zijn leven geen realiteit is. Dat is het grote punt. De Heilige Geest is geen realiteit. Die komt hier ook niet voor. Hij heeft het altijd over zichzelf, ik kan dit niet. Ik kan dat niet, ik wil wel dit, maar het wil niet, het lukt niet,. Ik, ik, ik. En wat is dat op zichzelf al heel mooi dat hij tenslotte leert uitroepen: "Wie"? Dat moet dan iemand buiten hem zijn! Dit is niet de kreet van een in zijn geweten geoefend mens die smacht naar Christus. Dit is een wedergeboren mens. Als hij zou sterven in deze toestand dan gaat hij linea recta naar de hemel. Maar op aarde is hij doodongelukkig. Hij vraagt niet om de bekering. Hij vraagt om vrijgemaakt te worden van die macht die in hem is. Dat moet ik ook goed uitleggen, want wat dat niet betekent is dat we vrijgemaakt worden van onze zondige natuur. Misschien dat u dat daar straks even dacht maar dat staat niet in Romeinen 8:2. Ieder van ons, hoe vrij u ook bent, heeft die zondige natuur nog in zich. Johannes schrijft in 1 Johannes 1, als wij ontkennen dat die zonde in ons is dan liegen we en doen de waarheid niet. En af en toe wordt je er met de neus opgedrukt dat die zondige natuur nog in je is, doordat je iets zegt, doet of denkt waar je zelf van schrikt en dan weet je: hij zit er nog, en zo lang we op aarde zitten, zit die zondige natuur in ons. Daar worden we niet van verlost, dat staat niet in 8:2. maar er staat wat anders. Zo nauwkeurig moeten we dit lezen. Er staat: vrijgemaakt van de wet van de zonde. Nou wat is dat dan? De wet van de zonde, dat is een wetmatigheid, een natuurwet die nog over ons regeert. Ondanks dat we wederom geboren zijn. Het is een natuurwet die zegt: oh ja, wil je graag het goede? Je hebt toch lekker geen kracht. Die natuurwet, die zondige natuur, gaat zijn eigen gang. Terwijl eigenlijk die zondige natuur beteugeld zou moeten worden, maar dat is nou juist het punt. Die kan alleen beteugeld worden door de Heilige Geest en daar heeft die mens in Romeinen 7 geen weet van.

U moet één ding goed begrijpen, ik zeg dat niet om met modder te gooien in wat voor richting dan ook, daar heb ik totaal geen behoefte aan. Maar wat ik wel zeg, is dit: hoe meer nadruk gelegd wordt op de Heilige Geest, pardon: hoe meer nadruk gelegd wordt over "ik, ellendig mens" in Romeinen 7, hoe minder hoor je over de Heilige Geest praten in de predeking in zulke kerken, en als het over de Heilige Geest gaat, dan uitsluitend in het werk van de wedergeboorte en ook in het werk van de inspiratie van de schriften. En noem maar op. Wel het wek van de wedergeboorte, deze mens uit Romeinen 7 is wedergeboren door de kracht van de Heilige Geest alleen hij heeft nooit leren leven als christen uit die kracht van de Heilige Geest. Het is ik, ik, ik maar ik heeft geen kracht, en mijn heeft geen kracht en mij heeft geen kracht en dat is moeilijk om te leren, dat nieuwe leven uit God is er, daardoor gaat de mens niet verloren, maar kracht: die komt continue van elders, van de persoon die weliswaar in ons komt wonen. Maar die persoon is niet ik. Dat is de Heilige Geest. Een Goddelijk persoon die in ons komt wonen en in hem is die kracht. En Hij is het ook die die vrijmaking tot stand brengt. Die vrijmaking die kan plaatsvinden, 1 tel nadat je wedergeboren bent en wanneer je een Bijbels goed, vol, rijk evangelie hoort dan krijg je het allemaal in 1 keer. Als die vrijmaking goed gepredikt wordt, als goed wordt uitgelegd wat de Heilige Geest doet dan wordt je wederom geboren en bijna op hetzelfde ogenblik vrijgemaakt. En die mensen zijn er.

Misschien heb ik jullie wel eens verteld over een zuster, ze is nu al op leeftijd, ze is jong getrouwd met een volstrekt ongelovige man, haar familie was er erg bedroeft over, ze kwam uit een zwaar bevindelijk gereformeerd nest en die vonden het jammer, maar goed ze was zelf ook niet bekeerd dus nou ja, het maakt toch niet veel verschil. Maar ze had altijd een groot verlangen naar het heil. Ze liep alle samenkomsten af, ze was ook weleens stout en ze ging naar samenkomsten van andere richtingen en af en toe had ze het idee: nu ben ik er wel. Af en toe was ze even op de berg maar wanneer ze dan stuitte op die zondige natuur in haar, was ze weer onderop en dacht ze: oh ik ben toch geen kind van God een kind van God kan niet zo slecht zijn. Ze leefde aanhoudend in Romeinen 7. Soms dacht ze: nu ben ik er en dan ging het weer even wat beter en dan stortte het weer in en dan merkte ze al die vuiligheid die in haar weer omhoog kwam omdat er geen kracht was om die vuiligheid in te dampen. Dat heette vrijmaking. Haar man kreeg ze nooit mee naar de samenkomsten die man had geen zin. Was een brave, keurige, beste man. Die was druk bezig met zijn zaken, die had helemaal geen zin daar in. Hij gunde het haar: en zei: ga je gang. Hij reed haar naar de samenkomsten en dan kwam hij haar weer ophalen. Allemaal keurig. Op een avond zei ze: doe me nou eens 1 lol, ga eens mee. Nou vooruit, oke ik ga vanavond met je mee. Er sprak een evangelist die een vol, rijk, goed, mooi evangelie predikte. Die man kwam dezelfde avond tot geloof. Zo ruim, het is vele jaren geleden het was echt geloof. Want hij leeft tot op de dag van vandaag uit dat geloof, doordat het evangelie hem zo goed werd uitgelegd werd hij wederom geboren, kreeg hij de zekerheid van het geloof en werd hij vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood en toen ze naar huis reden zei zijn vrouws: wat? Hier zit ik al 20-30 ik weet niet hoe lang het was, jaren op te wachten, ze vond het gewoon niet eerlijk, want ze had het nog steeds niet. Ze had haar hele leven samenkomsten afgelopen en zelfs die avond moest ze nog zeggen dat ze nog geen zekerheid had. En toen ik haar voor het eerst ontmoette wist ze het eigenlijk nog niet zeker. En haar man was een hele rustige man, hij heeft vanaf die dag trouw de Heer gedient met alles wat hij had en alles wat hij was, het is een wijze. Fijne, gave broeder. Ik denk dat ze nu eindelijk zover is dat ze wel durft te zeggen dat ze een kind van God was, maar wat heeft ze het er moeilijk mee gehad. Haar man kreeg het in 1 keer. Waarom was dat zo? Je kunt zeggen dat God met iedereen een eigen weg gaat, maar dat is ook heel makkelijk. De simpelste reden was; die man droeg al die ballast niet met zich mee. Hij liet het zich in 1 keer allemaal schikken, en dat het echt was hebben we al die 10 tallen jaren, ze zijn nu allemaal in de tachtig, hebben al die jaren zich ruimschoots bewezen. Hij hoorde een ruim evangelie. En een evangelie zonder de Heilige Geest, niet alleen maar de Heilige Geest waardoor je wedergeboren wordt, want dat wordt overal wel gepredikt, maar de Heilige Geest waardoor je vrijgemaakt wordt. Hoe vaak heeft u daar een preek over gehoord? De vrijmaking is een ondergeschoven kindje. Dus wat betekent die vrijmaking nogmaals; het betekent niet dat je vrij wordt van de zondige natuur, wie dat zegt, die liegt. En het gebeurd, dat zijn perfectionisten, dat zijn mensen die leren een volmaaktheidsleer, dat zijn mensen die zeggen ik heb de laatste 2 jaar niet gezondigd. Echt waar. Als ik zo iemand tegen zou komen zou ik vragen mag ik je telefoonnummer even? Hij zegt: hoezo? Ik zeg: ik wil wel eens met je vrouw praten want ik geloof er helemaal niets van. Als u mijn vrouw zou bellen zou ze beslist niet zeggen:mijn man, nee die heeft de laatste 2 jaar niet gezondigd. Die mensen heb je ook, dat is het andere uiterste. Nee als je zegt dat je geen zonde hebt., dan lieg je. Maar je wordt bevrijdt van de wet van de zonde. Dat is deze wet: je wilt wel het goede maar je kunt het niet. En daarom wil je wel het goede maar het gaat elke keer mis. Je bent machteloos en krachteloos en waarom is dat? Omdat de Heilige Geest nog nooit zijn plaats heeft gekregen die hem toekomt in jouw leven.

Weet u: er wordt vandaag de dag heel veel gesproken over de Heilige Geest en dat vind ik heerlijk, over 3 weken hebben we weer een Heilige Geest weekend op de Betteld. U kunt zich nog aanmelden, vorig jaar waren er 1200 mensen en er zijn er nu ook alweer vele honderden aangemeld maar er is voor u vast nog wel plaats. En dan gaan we het hebben over geweldige dingen van de Heilige Geest. Dingen waarvan een aantal van u nog helemaal niet aan toe zijn en dat hoeft ook helemaal niet. Ik zou het vanavond al geweldig vinden als u ging begrijpen wat vrijmaking is. Vrijmaking van die afschuwelijke natuurwet. Daar loop je inderdaad met je kop tegen de muur, daar wordt je helemaal gek van. Dit is een wanhopig mens, die is Paulus helemaal niet. Paulus is nog nooit in zo'n situatie geweest. Paulus heeft het goede, rijke, volle evangelie gehoord. Hij heeft 3 dagen in ellende gezeten als je het dan perse wil, hij heeft de Heere Jezus ontmoet op de weg naar Damascus toen stortte zijn hele wereld in. En pas toen Ananias de discipel uit Damascus hem de handen oplegde en zei: Saul, broeder ik ben gekomen opdat je zou zien en met de Heilige Geest vervuld zou worden, toen pas brak het licht. Als je zou zeggen: Paulus heeft in Romeinen 7 gezeten, nou dan was het alleen die 3 dagen en dat weet je nog niet zeker maar dat zou je dan kunnen vermoeden. Dit is Paulus niet. Paulus gebruikt de ik-figuur ongeveer zoals de prediker dat doet. Die vanuit de ik-figuur probeert voor te stellen hoe de wereld eruit ziet waar je God buiten de haakjes zou plaatsen. Waar je de dingen alleen maar ziet zoals ze zijn, onder de zon. Wij zouden zeggen: de dingen ziet zover als je neus lang is, of nog dichterbij. Hij kijkt dan voor zichzelf: wat is er als je men op die positie stelt, wat gebeurt er dan? En dan wordt je ook wanhopig want dan zie je de relativiteit van het bestaan, je zet je ergens voor in maar je gaat dood, je kunt er niets van meenemen en je zoon die deugd voor niks en die neemt het allemaal over en dat is precies dezelfde constructie. Als ik me nou eens probeer in te denken dat mijn wereldje niet verder rijkt dan onder de zon is, waar kom ik dan uit? En ten slotte komt hij eruit. En dan zegt hij: gelukkig, God is er nog. Gelukkig dat de wereld niet zo in elkaar zit. En dat doet Paulus hier ook. In de ik-vorm beschrijft hij ons zuivere hypothetische situatie. Alleen ik moet er dan wel bijvertellen dat hij ons goede vaderland vele malen ook werkelijkheid is geworden. Hij beschrijft wat er gebeurt, ik zal het zo precies mogelijk proberen te vertellen, hij beschrijft wat er gebeurt wanneer iemand wederomgeboren is maar niet de kracht van de Heilige Geest kent. En denkt, en meent, en in alle oprechtheid niet omdat hij hoogmoedig is, maar omdat hij niet anders weet, die werkelijk meent uit eigen kracht, uit de kracht van de nieuwe natuur zoals u wilt, maar die heeft geen kracht, God te dienen en het mislukt keer op keer. Het is om stapeldol van te worden. En dan zegt Paulus: zo dan hebben we dat vastgesteld. Zo moet het dus niet. Wat ontbreekt die persoon? De Heilige Geest. En dan hebben we het lekker eens niet over de Heilige Geest waardoor je gaat profeteren en in tongen gaat spreken en zieken de handen gaat opleggen en demonen gaat uitdrijven, dat is allemaal voor gevorderden.

Hoewel ik het heerlijk vind om het kinderen te zien doen hoor. En jonge mensen te zien doen. We gaan volgen de week met 64 mensen naar India. En verreweg de meeste van die 64 zijn onder de dertig, dat noem ik dus als ouwe knaap piep jong. En een aantal daarvan komen uit heel traditionele kerken, dat maakt gelukkig allemaal niks uit. En die gaan daar vrijmoedig duizenden mensen de handen op leggen, opdat die mensen tot geloof komen. Ze gaan het evangelie uitleggen ze gaan een zondaarsgebed bidden met die arme bedelaars en arme sloebers in de ziekenhuizen. Ze gaan bidden om genezing en vervulling van de Heilige Geest. Gewone jonge mensen. Maar met een brandend hart voor de Heer. Geweldig! Waarom? Vrijgemaakt, ze zijn vrijgemaakt van de wet en de zonde. Zondigen ze dan nooit meer? Jazeker, jazeker wel eens en dat is heel jammer. Maar de zonde is geen natuurwet meer. De natuurwet was, ik wil het goede maar het lukt nooit, dat gaat elke dag mis. Je probeert het en het gaat mis.

Er zijn mensen die hebben dan zo, n boezemzonde waar ze dan een hele week tegen vechten. Kent u dat? Misschien kent u het wel uit uw eigen leven. Dan nemen ze zich op maandagmorgen voor, nou word ik de hele week eens een keer niet driftig. Want ze willen, ze hebben dat verlangen, ze willen zo graag leven zoals God het bedoelt. Ze nemen het zich voor nou ga ik er de hele week voor vechten. Ik word niet driftig. Nou zijn er twee mogelijkheden, of ze worden toch weer driftig, en dan zijn ze weer ontgoocheld, zie je wel het word toch nooit wat, ik ga het volgende week niet eens proberen het lukt toch niet. Ik ellendig mens, wie zal mij uit deze ellende verlossen? Ik wil zo graag de Here dienen maar het lukt niet. Nou ik geef de moed maar op. De andere mogelijkheid is, het lukt wel. En dan zegt die zondaar zaterdag avonds, nou dat heb ik toch wel weer mooi gemaakt. Dan is hij trots op zich zelf en dat is ook niet wat de Here God wil. Dus of hij is teleurgesteld of hij is trots. Hij was met zichzelf bezig. Graaf nog maar dieper o mens en gij zult nog meer ongerechtigheden vinden. Weet je, ik las eens een keer bij een auteur, ware nederigheid dat is niet slecht spreken over jezelf maar helemaal niet spreken over je zelf, maar over de Here Jezus Sommige mensen kunnen hun bekerings geschiedenis vertellen en daar hebben ze twee en half uur voor nodig. En dat is heel mooi als zo, n mens tot de verlossing mag komen, maar ze hebben het wel twee en half uur over zichzelf gehad, en dat vergeten ze. Ware nederigheid is dat je niet met jezelf bezig ben, dat je ook niet ik ellendig mens hoef te roepen, maar dat je zo vol bent van de Here Jezus dat je aan zondigen niet meer toe komt. En dat kan alleen door de Heiligen Geest.

En nou zegt u hoe ontvang je dat dan? Want die Heiligen Geest is wel in mijn leven binnen gekomen anders was ik niet wederom geboren. Dat is waar maar dat is niet hetzelfde als dat de Heiligen Geest in je komt wonen. De Heiligen Geest doet een werk aan jou. En dat is dat Hij je verander, dat Hij je een nieuwe natuur geeft. Die oude zit er nog wel maar je hebt een nieuwe natuur en die nieuwe natuur wil niet anders dan God te dienen. En de Here Jezus groot te maken. Maar nou moet je leren dat diezelfde Heiligen Geest in jou leven moet binnen komen. Het is niet genoeg om te zeggen van ja maar iedere gelovige heeft toch de Heiligen Geest in wonend in zich. Ja, daar staat in Efeze 1 vers 13 toen u tot geloof kwam bent u verzegeld met de Heiligen Geest der beloften. Maar ik heb het eigenlijk niet zozeer over de inwonende persoon. U lichaam is een tempel van de Heiligen Geest zegt 1 Korinthe 6 vers 19. Maar ik heb het niet over de persoon die in u woont zoals God woont in de tempel en in dit geval de tempel van uw lichaam. Ik heb het niet over de Persoon die in u komt wonen, ik heb het over een kracht die over u komt. Daar heeft de Here Jezus het over gehad. Hij zegt in Lukas 24 na Zijn opstanding, jullie zullen bekleed worden met kracht uit de hoge. Dat is wat anders. Het gaat over dezelfde Geest, maar vanuit een heel ander gezichtspunt gezien. Hij zegt in Handelingen 1 jullie zullen kracht ontvangen wanneer de Heiligen Geest over jullie komt. Ik zal mijn Geest op hem leggen zegt God van de knecht des Heeren in Jesaja 42. Dat is wanneer de Geest van God zich gaat manifesteren. Er zijn een heleboel gelovigen die weten de Heilige Geest woont in mij. Hoe weten ze dat? Het staat in de bijbel. Wie de Geest van God niet heeft die behoort Hem niet toe, Rom 8:9 nou ik behoor de Heiligen Geest toe dus dan moet de Heilige Geest in mij wonen. Dat stellen ze vast en dat is pure theorie. Hoe weet je dat de HG in je woont? Ja, dat staat in de bijbel. Ja, maar weet je daar niet iets meer van te vertellen dan? Hoe heb je dat dan ervaren? Noem de laatste 24 uur noem de laatste 72 uur voor mij part, waaraan heb je dan gemerkt dat de HG in je woont? Nou dan kijken ze je een beetje beschimmeld aan, geen idee van. Hij woont in mij dat staat in de bijbel. Ik zei maar dat moet je dan toch merken?

Kom morgenochtend naar de mannendag in Wesep, o nee dat is alleen voor mannen en het is al volgeboekt neem me niet kwalijk. Geweldig vorige week een volle zaal, vierhondervijftig mannen en morgen de andere vierhondervijftif. 900 mannen op de Veluwe en van ver daar buiten eigenlijk, Daar gaan we het hebben over de vervulling met de Heilige Geest. Ik ga even jullie lekker maken. Ik begin met een toespraak over vervuld met de Heilige Geest en de twaalf gevolgen daarvan. Dit is één daarvan, vrijgemaakt van die afschuwelijke natuurwet, het goede wel te willen maar het niet kunnen. Luister, die mensen onder ons vanavond die zo geneigd zijn om als ik al te enthousiast over het Christen leven spreek, mij een briefje in de mand te stoppen met, ja maar er staat toch ook ik ellendig mens, die mensen, en dat zijn er heel wat hoor, die zitten hier heel wat. In ieder geval teveel. Zouden die mensen er eens over na willen denken of ze niet vrijgemaakt willen worden door de wet van de Geest des levens. Dan zou u kunnen doen wat de discipelen deden. Toen de Here Jezus was opgestaan blies Hij op hen en zei ontvang de Heiige Geest. Maar de volheid van de Geest die als een kracht over hen zou komen dat was pas met de pinksterdag. En hoe hebben ze die laatste tien dagen doorgebracht? Voor die pinksterdag? In gebed! Ze waren met honderdtwintig bij elkaar in de opperzaal. Manen, vrouwen, de 12 apostelen en nog een heleboel anderen. Tien dagen hebben ze gebeden. Ze waren wederomgeboren ze hadden er toch op uit kunnen gaan om het evangelie te verkondigen? Nee zei de Here Jezus, geen sprake van. Jullie blijven zitten waar je zit en je komt er niet uit. Eerst zullen jullie de kracht van de Heilige Geest ontvangen. Dat is belangrijk! Ze mochten er niet op uit. En dat was niet alleen die tien dagen, vijftig dagen, toen de Here Jezus was opgestaan had Hij toch kunnen zeggen van nou jongens we gaan er tegen aan, ga er maar op uit. Nee! Blijf zitten waar je zit en verroer je niet. Jullie gaan niet weg uit Jeruzalem jullie hebben eerst kracht nodig, en zolang je de kracht niet hebt kun je niets doen. Weet u er zijn ontzettend veel gelovigen en daar ben ik heel blij mee, dat is de traditie van het protestantisme in dit land, gelovigen die ontzettend sterk staan in het Woord. Het Woord, het Woord, het Woord! Bij de Rooms katholieken is het de Kerk de Kerk, de Kerk. Heel belangrijk, laat het nooit los. Maar toen Paulus in Korinthe kwam, toen zei die broeders ik kom niet alleen met woorden, maar met de kracht van de Heilige Geest. Waar geliefden traditionele protestanten is de kracht? Toen Paulus in Thessalonica kwam, precies hetzelfde 1 Tessalonicenzen 1 vers 4 tot 6 ik kwam bij jullie niet alleen met woorden. Want woorden zonder de kracht van de Heiligen Geest doen niets. Hoort u dat? Het is genade, het is een wonder als er mensen onder zo, n prediking toch tot geloof komen. Maar het zal altijd mondjesmaat zijn. En als het zo vaak gebeurt dan denken de mensen dat het zo hoort, dan zeggen ze zie je wel er komt af en toe iemand tot het geloof, dat hoort blijkbaar zo, want zo gaat dat bij ons altijd. Ik verwacht volgend, zeker die campagne die we beginnen, dat is dan over twee weken volop aan de gang, u mag er alsjeblieft voor gaan bidden, Wij verwachten dat er elke avond tienduizenden mensen komen luisteren naar het evangelie. En dat die 64 grotendeels jonge mensen erop uit gaan om zieken te genezen. Elke dag wordt er op de radio gezegd, kom met jullie zieken, met de ernstigste zieken, kom want God gaat wonderen doen want Hij wil de mensen daar aanraken. We willen niet alleen maar prediken, want die mensen zijn in de macht van de afgoden. Het eerste wat ze nodig hebben is om te zien dat onze God machtiger is dan die van hun. En zolang wij dat niet laten zien zullen ze niet het gehoor geven aan onze prediking. Zij moeten het zien en zo is het altijd al op de zendingsvelden gegaan. Onze God is machtiger dan de goden die we daar tegen komen. Wat u nodig hebt is kracht. Weet u dat het met de Here Jezus zo ging? De Here Jezus heeft nooit een wonder gedaan, gelooft de apocriefe evangeliën maar niet, allemaal onzin. Hij mocht geen wonderen doen van Zijn Vader, Hij kon het wel vanuit Zijn Eigen Goddelijke kracht, maar Hij moest wachten op de zalving. Tien dagen geleden of zo las ik ook van één of andere predikant die zei van ja maar wij zijn de Here Jezus niet. Dus de Here Jezus deed al die wonderen, maar wij zijn de Here Jezus niet ... wat klinkt dat vroom he? Wij zijn de Here Jezus niet. Maar het belangrijke punt is dit A: de Here Jezus heeft geen wonderen gedaan uit eigen kracht. Hij deed dit door de zalving van de Heiligen Geest. Handelingen 10:38 Jezus van Nazareth gezalfd met de Heiligen Geest en kracht. Wat hebben u en ik ontvangen? De zalving van de Heiligen Geest. Exact dezelfde zalving. Wij werken vanuit dezelfde kracht die Hij heeft. Dat is punt 1.

Maar punt 2 Hij heeft zelf gezegd in Johannes 14:12 Wie in Mij gelooft, de werken die ik doet zal hij ook doen en hij zal grotere dingen doen dan deze. Ik denk dat dat één van de meest overgeslagen teksten is in het evangelie. Want daar weten heel veel christenen helemaal niks mee te beginnen. En hoe komt dat? Dat komt omdat ze die kracht niet uit eigen ervaring kennen. Maar nogmaals het eerste van die kracht is niet genezingen is niet wonderen en tekenen, demonen uitdrijven. Het eerst van die kracht is dat die wet van de zonde en de dood die in je is, ook als wedergeboren mens verbroken word. Uit die macht bevrijdt word. Nogmaals dat zondige vlees blijft even zondig maar het is niet meer de baas. De Heiligen Geest is de baas. En dat is het grote verschil met Romeinen 8. En Romeinen 7 ik, ik, ik, Romeinen 8 de Geest, de Geest, de Geest in bijna elk vers. Hij heeft het over genomen. En Hij doet het nu, uit Zijn kracht leven we. Ziet u dat grote verschil? De discipelen hebben tien dagen gebeden in Jeruzalem. Ik zeg tegen u bid het gebed van Lukas 11:13 ... we wachten even tot iedereen het opgeschreven heeft. Wat staat daar? Als dan jullie die slecht zijn weten goede gaven te geven aan Julie kinderen hoeveel te meer zal Mijn Vader die in de hemel is de Heiligen Geest geven aan hen die Hem daarom bidden. U moet niet vechten tegen de zonde, vandaag nog zegt een student tegen me, we hadden het over de geestelijke strijd. Ja, maar je moet toch strijden tegen de zondige natuur in je? Wat een energie verlies. En wat bedoelde ze het goed. We moeten toch strijden tegen die zondige natuur. Nou dat verlies je elke dag, en weet je wat het gevolg is? Ik ellendig mens wie, wie zal mij verlossen.

Er is wel een strijd tussen de Geest en het vlees. Dat is heel iets anders in Galaten 5. Dat is de Heiligen Geest. Want de zondige natuur blijft in mij en probeert elke keer de kop op te steken. Maar ik hoef niet meer te vechten, dat doet de Heiligen Geest. Ik hang er zo, n beetje tussen in. Galaten 5 lees het maar. De Heiligen Geest staat tegenover het vlees opdat u niet doet wat u wilt. De Heiligen Geest is het die in ons de werken van God doet. Als die kracht van de Heiligen Geest niet over uw leven is, heb ik het niet over tongentaal of profeteren over wonderwerking over genezingen en over demonen uitwerken, helemaal niet. Dat is voor gevorderden. Al zijn ze ook veertien jaar. Ik heb het gezien hoe deze kinderen kracht te toon spreiden. Maar dan is het allereerst dat die macht van de zonde, niet de zondige natuur maar de macht van de zonde in u verbroken word. En dan is het niet meer ik ellendig mens, maar dan is het, wie zal mij scheiden van de liefde van Christus. In Hem zijn wij super overwinnaars, zo zou je het kunnen vertalen. Is dat opschepperij? Nee, want dat doet de Heiligen Geest. Ik heb er niks part nog deel aan. Het enige wat ik moet doen is me er voor open stellen. Is me er naar uit strekken, Here God ik wil het niet eens meer proberen, ik wil niet meer proberen om het goede te doen. Als ik het probeer gaat het toch mis. Ik probeer het niet eens meer ik zeg alleen maar hier ben ik Heiligen Geest. Vul mijn leven, kom op mij, openbaar Uw kracht. Focus mij op de Here Jezus Christus zodat ik geen tijd meer heb om aan de zonde te denken. Arme mensen die de hele dag aan tegen zonden zitten te vechten. Ik heb diep medelijden met jullie. Geen wonder dat jullie zo ongelukkig zijn. Altijd maar vechten tegen de zonde, je wordt er zelf smerig van. Als je je open stelt voor de Heiligen Geest dan word je gefocust op Christus, dan ga je de werken doen van Christus dan heb je helemaal geen tijd om te zondigen, je hebt geen tijd om aan de zonden t denken en je heb geen tijd om de zonden te doen. Het klinkt een misschien een beetje al te rooskleurig maar als ik het niet heel, zo hoog voorstel dan zeg je van nou ja het is de moeite niet waard om voor in te zetten. Als je dicht genoeg bij de Here Jezus bent dan, dat heb ik wel eens eerder gezegd, dan zondig je niet. Alleen wij zijn niet dicht genoeg bij de Here Jezus. Zou je je niet eens willen uitstrekken naar die kracht? Zullen we samen dat gebed bidden om die kracht van de Heiligen Geest. Heel gewoon, het gebed van Lukas 13. Hij geeft de Heiligen Geest aan hen die Hem daarom bidden. En over al die wonderbaarlijke dingen van de Heiligen Geest dat zijn die ander elf waar we het morgenochtend over gaan hebben, daar hebben we het vanavond niet eens over. Hoewel dat ook maar gewoon Veluwse mannen zijn hoor. En we vertellen het wel aan ze, als we maar beginnen bij het begin. Die macht van het zondige vlees in ons verbroken.

Laat ons bidden. Vader U hebt het ons beloofd, Here Jezus U hebt het ons beloofd namens de Vader. Hij verlangt er naar ons de Heiligen Geest te geven, als wij daarom bidden. De kracht van de Geest die over ons komt, zo heeft Hij het ons beloofd. We danken u dat God de Heiligen Geest woont in elke gelovige, maar waar ons gebed over gaat is over die belofte van de Here Jezus, de Geest zal over jullie komen en jullie zullen kracht ontvangen, en jullie zullen Mijn getuigen worden. In heel Waddinxveen en alle dorpen en steden hier omheen tot India aan toe tot aan de uitersten van de aarde, daar hebben jullie kracht voor nodig, jullie kunnen het niet uit jezelf, dat wordt één grote mislukking, hoe goed jullie bedoelingen ook zijn. Vader hier zijn wij, schenk ons de kracht van die Geest. Opdat de macht van de zonde verbroken word in elk mens die hier vanavond is. Dan zit die zondige natuur er wel maar die hoeft ons niet meer te plagen want we hebben de kracht, Uw kracht en Uw Geest, niet om tegen die zonde te vechten dat zou veel te veel eer zijn voor de zonde. Maar om gefocust te zijn op de Here Jezus Christus. En op het werk dat Hij ons geeft, zodat we geen tijd meer hebben om aan de zonde te denken. En als het dan toch weer een keer mis gaat, wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus die het zoenoffer is voor onze zonden en voor de hele wereld. Dank U dat als het toch weer gebeurt wij een voorspraak hebben, maar dat we niet meer ongelukkig hoeven te zijn, dat we niet meer wanhopig hoeven te zijn , dat we niet meer hoeven te roepen Ik ellendig mens wie zal mij verlossen, want dan zijn we verlost, dan heeft de wet van de geest des levens, de geest die leven brengt, die het echte leven in ons tot ontplooiing brengt, die wet heeft ons dan vrijgemaakt. Here God die zijn gebonden in deze kerk die niet zijn vrijgemaakt, en die maar vechten tegen de zonde en het elke keer verliezen en er alleen maar smerig van worden van dat vechten tegen de zonde, maak ze vrij Here Jezus door Uw kracht, door de kracht van Uw Geest. Zodat er een nieuwe wet in hun leven komt niet meer de wet van de zonde, de dood maar de wet van het leven door de kracht van Uw Geest. Zodat leven, kracht de Geest, het goede, het dominerende factor wordt van hun bestaan, en ze gaan leven uit U en voor U en tot U. Kom zo met de kracht van Uw Geest in ons aller leven, raak ons aan, vernieuw ons. Wij loven U en prijzen U voor wat U wilt doen. U hebt het al aan zoveel mensen gedaan, wil het ook vanavond bij ons doen. Verheerlijkt is Uw Naam. Amen

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?