Hart voor Waddinxveen


(6) Lezing gehouden op 6 maart 2009 over "Vrijgemaakt van de zondewet" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zondag, 26 april 2009 13:06

Wij gaan vanavond lezen uit Romeinen 8, dat doen we de volgende twee avonden ook. U weet het: het is niet de bedoeling van deze serie om vers voor vers de Romeinenbrief te behandelen. U kunt allemaal Bijbelstudies van mij daar vinden op het internet als u vers voor vers behandeling wil. Dat is niet de opzet. We hebben de zaak meer thematisch benaderd en voor een aantal avonden en voor dit lange hoofdstuk hebben we zelfs drie avonden gereserveerd. Eén van dé hoofdstukken over de Heilige Geest. En we lezen vanavond de eerste elf verzen van Romeinen 8 en ik doe dat uit de Thelosvertaling.

Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn. Want de wet van de geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood. Want wat voor de wet onmogelijk was doordat zij door het vlees krachteloos was, God heeft doordat hij Zijn eigen Zoon in een gedaante gelijk aan het vlees van de zonde en voor de zonde heeft gezonden, de zonde in het vlees veroordeeld. Opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld wordt in ons die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. Want zij die naar het vlees zijn bedenken de dingen van het vlees, maar zij die naar de Geest zijn de dingen van de Geest. Want wat het vlees bedenkt is de dood, maar wat de Geest bedenkt is leven en vrede. Omdat wat het vlees bedenkt vijandschap is tegen God, want het onderwerpt zich niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet. En zij die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen. Maar u bent niet in het vlees, maar in de Geest, als inderdaad Gods Geest in u woont. Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe. Maar als Christus in u is dan is het lichaam wel dood vanwege de zonde, maar de Geest is leven vanwege de gerechtigheid. En als de Geest van Hem die Jezus uit de doden heeft opgewekt in u woont, dan zal Hij die Christus uit de doden heeft opgewekt, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest die in u woont.

Tot hiertoe uit het Woord van God. Ook hiervoor geldt dat wij niet elk vers hier vanavond gaan behandelen. Als u nu zegt: dat is ook wat, ik was speciaal voor dat ene vers gekomen, dan kunt daar altijd straks nog een vraag over stellen, dan kan ik kijken wat ik nog voor u kan doen. Maar er zijn drie dingen die mij vanavond in het bijzonder op het hart liggen die ik graag met u zou willen delen. En dat is in de eerste plaats wat ook in de titel is terecht gekomen, voor deze avond, maar waar we het eigenlijk de vorige keer uitvoerig over hebben gehad, dat overlapt een beetje. Maar dat is dan toch wat we in vers 2 vinden: de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood. Het tweede waarop ik uw aandacht wil vestigen is wat we in vers 4 vinden: opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld wordt in ons die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. En het derde waarop ik u wil wijzen is vers 9: u bent niet in het vlees, maar in de Geest, als inderdaad Gods Geest in u woont. Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe. Mijn vragen zijn dus vanavond: bent u vrijgemaakt van de wet van de zonde? Hoe stelt u zich dat voor: dat Gods wet in ons vervuld wordt? En in de derde plaats: hebt u inderdaad de Geest van Christus ontvangen? Woont Zijn Geest in u? En waaruit blijkt dat dan? Dit wordt dus een ouderwetse preek in drie punten en één en al toepassing mag ik wel zeggen.

Het eerste punt hebben we het de vorige keer naar aanleiding van Romeinen 7 uitvoerig over gehad. Ik vat het nog wat samen en ik belicht het van een andere kant. We hebben daar drie standpunten bekeken. Het ene standpunt is: je blijft een arme zondaar tot aan je dood. Als je daaronder verstaat dat onze zondige natuur altijd in ons blijft zolang we leven, dan heb je gelijk. Maar als je denkt dat die toestand van het ik ellendig mens een normale toestand is en dat het altijd maar tobben blijft geblazen zoals ik dat meermalen ook letterlijk gelezen heb, dan hebt u het mis. Het andere standpunt, het derde, (want ik huldig het middelste standpunt, het tweede), is dat je het tweede vers van hoofdstuk 8 zo kunt lezen dat wij vrijgemaakt zijn van de zonde. En ik moet u eerlijk zeggen, als je hoofdstuk 6 erbij betrekt, dan staat het daar ook zo. In vers 18: vrijgemaakt van de zonde bent u slaven van de gerechtigheid geworden. En dat betekent niet vrijgemaakt van de zonden, in de zin dat u de vergeving van de zonden hebt ontvangen, maar vrijgemaakt van de zonde. En vanaf hoofdstuk 5:12 betekent de zonde in de Romeinenbrief niet zozeer het enkelvoud van zonden, als wel de zonde als macht in ons. Vrijgemaakt van de zonde als een macht in ons. Romeinen 8:2 zegt dat wat uitvoeriger: vrijgemaakt van de wet van de zonde. Je zou het kunnen vergelijken met een natuurwet. IJzer zet uit bij verhitting, daar helpt geen lieve moeder aan: als het heet wordt, dan zet het uit. Bij een hittegolf moet je uitkijken met de treinrails. Dat is een natuurwet. Dat hangt niet af van of het ijzer daarvoor in de goede stemming is, als het verhit wordt, zet het uit, onder alle omstandigheden. Als je onder een dergelijke natuurwet van de zonde bent, betekent dat: je zondigt maar aan en je kunt er niks aan doen ook. Daar helpt geen lieve moeder aan. Je bent onder de macht van de zonde. En nu vatten sommige mensen dat zo op: vrijgemaakt van de zonde is: die zonde bestaat niet meer in jou. Je bent vrij van de zonde, dat betekent dat het mogelijk is een leven te lijden zonder zonden. We noemen dat in de theologie het perfectionisme. Dat snapt u allemaal: het is mogelijk om perfect te worden. Daar hebt u de twee uitersten. We blijven alsmaar zondigen en kunnen daar ook niks aan doen, want we zijn nu eenmaal zondig. En daartegenover: een gelovige hoeft niet meer te zondigen en er zijn er die dat stadium inderdaad bereiken en ook niet meer zondigen. Ik denk dat daar tussenin de waarheid ligt. En die waarheid is: een gelovige hoeft niet meer te zondigen, dat is waar. Maar het is ook waar dat wij allen dikwijls struikelen, zoals Jakobus dat in zijn brief schrijft. Maar dat niet als een natuurwet. Als wij zondigen is dat onze eigen schuld. Het had niet gehoeven. We hadden het kunnen vermijden, niet uit eigen kracht, dat is nu juist de ontdekking van Romeinen 7 dat het uit eigen kracht niet gaat. Maar in de kracht van de Heilige Geest, zoals Romeinen 8 daarover spreekt. Het is de Heilige Geest, hier genoemd de Geest van het Leven –omdat in de macht van de zonde zijn 'dood' betekent- die ons vrijmaakt van die macht, zodat de zondige natuur nog wel degelijk in ons is, maar door de kracht van de Heilige Geest hoef je er niet meer aan tegemoet te komen. Je bent niet meer in de macht van die zonde. Daar hebben we het de vorige maal uitvoerig over gehad. En dat veel mensen het toch anders beleven is niet alleen een kwestie van verkeerde theologie. Die verkeerde theologie is veeleer ontstaan doordat veel mensen het anders beleven. Dat is de juiste volgorde. De theologie, ongemerkt of gemerkt, beschrijft vaak hoe de mensen dingen praktisch beleven. Heel veel mensen beleven in hun omgeving niet meer dat er zoiets bestaat als genezingsbediening en dus ontwikkelen ze een theologie volgens welke dat ook niet meer mogelijk is. En zo is de bus weer kloppend gemaakt. En zo is het hier ook. Ze ervaren de realiteit van Romeinen 7 in hun leven – ik ellendig mens – dus wordt daar een theologie op aangepast die ook zegt dat het zo hoort: zo moet het ook zijn. En dan krijgt iedereen ervan langs die er anders over denkt. Maar Romeinen 8 zegt: de Geest heeft ons vrij gemaakt. Waarom leren mensen dat niet? Dat is het essentiële: omdat ze de realiteit, de kracht van de Heilige Geest niet kennen. Kracht is daar bijna een vies woord. Terwijl het zo praktisch is.

Vorige week hadden we een heerlijke Heilige Geest conferentie in Zelhem. Waren sommige van u daarbij? Ja? U kijkt nog helemaal enthousiast. Ik heb het ook naar mijn zin gehad. En wat hebben we daar beleefd? Gewoon, kracht, ik kan het ook niet anders zeggen. Wat daar gebeurt, ik zeg het even terzijde. Ik heb een heel doosje meegenomen. Dat mensen zo onder de kracht van God komen dat ze op de grond vallen. Dan heb je ook weer twee theologieën. De één vindt het maar niks, die schrikt van alles wat op kracht lijkt. Alles wat een manifestatie is van Gods Geest, deze mensen schrikken daarvan. En de ergste zijn die het meteen aan de duivel toeschrijven, dat doen ze met alles wat ze niet begrijpen. En het omgekeerde is dat mensen daar alles op toeleggen en dat ze niet alles uit zo'n conferentie gehaald hebben als ze zelf ook niet onder de kracht van de Geest gevallen zijn. Dat boekje heet vallen in de Geest, daarin wordt beschreven aan de ene kant: niet schrikken als het gebeurt, no big deal. Maar aan de andere kant: leg het er ook niet op toe. Het is helemaal niet belangrijk. Het is een nevenverschijnsel. Als het gebeurt: ok, als het niet gebeurt: ok. Het zegt eigenlijk relatief weinig over wat er in de harten van mensen gebeurt. Als u daar belangstelling voor hebt, dan hoor ik het straks wel. Kracht is een belangrijk punt. Nog daarvoor zijn we naar India geweest, sommigen van u weten dat en hebben het op de website gevolgd. Het is nog steeds te volgen ons hele verslag met alle plaatjes en filmpjes erbij, dan kunt u zien dat we er echt geweest zijn. Maar ook hoeveel mooie dingen daar gebeurd zijn. Waar misschien wat minder aandacht voor was, daarom ging ik ook mee. Ik ben niet in de eerste plaats evangelist, ik ben leraar. Ik ging mee omdat er twee voorgangersconferenties waren. Bij de eerste conferentie waren ongeveer 600 mensen, vooral mannen, maar ook vrouwen, echtgenotes van die voorgangers neem ik aan. En op een andere plek nog 300 mensen. In totaal heb ik daar drie dagen onderwijs mogen geven. En ik had het op mijn hart om te spreken over het Koninkrijk Gods en de Heilige Geest. En heel velen van die voorgangers waren uit heel traditionele kringen. Daar was niks mis mee, maar dat was gewoon een gegeven. En ik heb hen op het hart gebonden: als ik hier spreek over de Heilige Geest ben ik er niet om theorieën te verkondigen. Ik zou zo graag willen dat wat ik je vertel dat je dat meeneemt naar je gemeente. Als je de kracht van de Heilige Geest gaat ervaren, dat je dat daar ook gaat uitdelen. Wat ik jullie uitleg, neemt het mee en deel het uit in je eigen gemeente. Als je wil demonstreren wat kracht is – er zijn een heleboel manieren: vallen in de Geest, manifestaties – daar kunnen mensen schrikkerig van worden, maar als iemand geneest, daar is moeilijk wat tegenin te brengen. Ik had vandaag iemand die mij mailde, die heb je altijd, 'ja maar het kan ook van de duivel zijn'. Elk wonder van God kun je daarmee de grond inboren. Ik snap nooit wat zulke mensen beweegt, of beter gezegd, ik snap het maar al te goed. Alsof een beetje christen die zijn bijbel kent en de Heilige Geest bezit niet zou kunnen onderscheiden tussen wat van God en wat van de duivel is. Als u dat nog niet kan, dan bent u nog minder dan een baby. Want we lezen in 1 Johannes 2 dat zelfs de baby's in het geloof de zalving van de Heilige Geest hebben om tussen die twee dingen te onderscheiden. Dit is nou echt bangmakerij voor niks, maar goed. Genezing in elk geval is iets waar je onmiddellijk de kracht van de Geest aan kan demonstreren. Nu is dat verder het onderwerp niet maar ik noem het maar als een voorbeeld. Dus ik zei tegen die voorgangers; "Luister, ik ga het hebben over de Geest maar ik wil ook dat jullie het gaan ervaren." Dus wat is er makkelijker dan te vragen; "Wie van jullie is er ziek?" Nou 40% is altijd ziek, en de rest is gewoon nooit grondig genoeg door de dokter onderzocht. Dus die 40% van de mensen die kwamen allemaal naar voren. Ik had een heel team bij me, we hebben een geweldig team gehad, veelal jonge mensen. En we hebben voor al die voorgangers gebeden. En de volgende ochtend vroeg ik; "Wie van jullie is er genezen?" Twintig mensen staken de hand op. Nou ik wil niet teveel tijd daarvoor nemen maar ik haalde er vier uit om getuigenis te geven, zo ontroerend. Soms oudere mensen met allerlei gebreken, die met moeite naar deze conferentie waren gekomen. Mannen van wie de tranen over de wangen liepen omdat ze genezing ontvangen hadden van God.

Dat zullen ze veel beter onthouden dan al mijn onderwijs wat ik daar gegeven heb, al heb ik me nog zo uitgeslooft. Want deze mensne hebben niet alleen maar een preek gehoord over kracht ze hebben de kracht van God ervaren.

Ik vrees als ik dat in Nederland zou doen zou het anders werken. Ik zou ook dolgraag wel eens 600 voorgangers in Nederland voor mn snufferd willen hebben. Maar als ik het dan zou doen dan zouden er een heleboel bij bedenkelijk kijken en zeggen; "Ja daar zouden we eerst wel eens een debat over voeren. Kan dat allemaal zo maar." Ze zouden vol theologische vragen zijn en daar zou ik dan op antwoorden en ze zouden nieuwe vragen stellen. En aan het eind zou die 40% even ziek naar huis gaan als dat ze gekomen waren. Dat is het verschil. En ik zeg niet dat die vragen niet goed zijn want er zijn best kritische vragen over te stellen maar daar kun je eindeloos mee bezig blijven en er gebeurt verder met die mensen niks.

Hier in ons gedeelte, vind je de kracht van de Heilige Geest op allerlei andere manieren. En de eerste, de tweede, twee van de drie punten hebben te maken met openbaring van de kracht van de Heilige Geest in het leven van de mens, en dan gaat het eens een keer niet over genezing, het gaat zelfs niet over vallen en schudden en al die andere rare dingen die een heleboel mensen niet begrijpen, die ik in het begin ook allemaal zo raar en vreend vond. Hier gaat het over deze dingen: als je vol bent van de Heilige Geest, ben je niet langer onder de macht van de zonde. Nou dat is een goeie, want als mensen nu zeggen; "ja maar het kan ook van de duivel zijn." Nu dat zal je in dit geval niet gauw horen. Als mensen bevrijd worden van het zondejuk en Christus-toegewijd gaan leven, zoals het hier in het kort beschreven word, het leven door de Geest des levens, het handelen naar de Geest is leven en vrede. Als je toeweiding bij mensen ziet, overgave, liefde tot de Here Jezus, een verlangen om Hem beter te leren kennen. Als ze echt voor de Here Jezus gaan, als ze enthousiast zijn voor Hem, komen ze aan zonden niet meer toe, dat is de beste manier om het te beschrijven lijkt me.

Niet meer in de macht van de zonden zijn, dat betekent niet dat jedaar de hele dag aan zit te denken en je uiterste best weet te doen om die zonden eronder te houden. Maar het betekent dat je gefocust bent op totaal wat anders. En dat is wat de Heilige Geest doet. Vorig jaar deed ik dat en dit jaar heb ik die flauwe truuk weer uitgehaald op de Heilige Geest conferentie's, die dames achteraan kunnen het bevestigen. Ik zei: "Dit is een Heilige Geest conferentie dus welke persoon uit de godheid staat in het middelpunt?" En dan roept natuurlijk iemand "de Heilige Geest" en dan zeg ik : "Nee, de Here Jezus." Want de Heilige Geest is gekomen om Christus te verheerlijken.

Johannes 16 "Hij zal het uit het mijne nemen en het u verkondigen want Hij zal Mij verheerlijken." zegt de Here Jezus. Elke keer als er iemand geneest door de Heilige Geest, door de kracht van de Geest word Christus daardoor verheerlijkt, want Christus is de Heelmeester. Hij is de Koning in het Koninkrijk die komt met genezing onder Zijn vleugels. Die uitdrukking komt uit Maleachi 4. Daar gaat het over de zonde en de gerechtigheid. In elke genezing wordt niet de Heilige Geest maar wordt Christus verheerlijkt. Want hij is de Heelmeester. Maar Hij doet het door Zijn Geest. Maar elke keer als er in het leven van een mens zien, die niet langer in die ellendige toestand van Romeinen 7 verkeerd, maar door de Geest van het leven – en dan staat er ook bij 'in Christus Jezus'- bevrijdt wordt uit die zondemacht en als de gerichtheid van zo'n mens totaal anders wordt – op Christus namelijk – als zo'n iemand uit de Heer Jezus gaat leven en voor de Heere Jezus gaat leven en met de Heere Jezus gaat leven – wie wordt dan verheerlijkt? Het is het werk van de Heilige Geest, maar het is de Heere Jezus die verheerlijkt wordt. En dat is heel bijzonder. Waar de Heilige Geest aan het werk gaat en waar Hij mensen bevrijdt van de zondemacht daar gaat Christus verheerlijkt worden. Dat is het grootste doel. Het meest omvattende thema in de bijbel is het koninkrijk Gods. Maar dan heb je het over thema's. Maar als het over personen gaat dan gaat het over de Heere Jezus. Het Koninkrijk Gods, daarin is alles alles alles tot eer van Christus. En daar draait het om. En natuurlijk ook tot eer van God de Vader, de Drie-enig God zelfs in de ruimste zin, maar het gaat in het koninkrijk vooral om de Heere Jezus. En let nou op dat tweede punt. Over dat vorige punt hebben we het vorige keer al uitvoerig gehad. Dan staat daar, er zijn hier verschillende wetten hè, de wet van de Geest des levens, dat heeft niets te maken met de tien geboden, dat betekent de natuurwet. De wetmatigheid van de Geest des levens. Die wet van de zonden en de dood, dat is ook niet de wet van de tien geboden, dat is ook een wetmatigheid in het leven van een mens. Maar dan in vers 3 'maar wat voor de wet onmogelijk was, omdat zij door het vlees krachteloos was'. Dat is eigenaardig. U zou eerder verwachten dat wij het zijn die krachteloos zijn. Romeinen 7 zegt; 'de wet is heilig, rechtvaardig en goed, maar wij zijn zo krachteloos.' Wij kunnen niet aan die wet beantwoorden. Maar het boeiende is dat hier staat 'de wet is krachteloos. Wat betekend dat? Die wet beloofd ons van alles. 'Doe dit' en gij zult leven. Dat is een heerlijk gebod van God. Een prachtige belofte. Maar als ik niet doe wat die wet zegt, kan die wet niets voor mij doen. Hij kan zijn belofte niet waar maken, want ik heb niet gedaan wat in die wet staat, en hij kan mij ook niet helpen om van mijn zondigheid bevrijdt te worden. De wet kan niets voor mij doen. De wet is prachtig, maar alleen voor hen die hem kunnen onderhouden. Maar zoals het hier staat; 'maar wat voor de wet onmogelijk was' – de wet kan geen verlossing brengen. De wet kan eisen, en als je aan die eisen voldoet dan kan hij je prachtige dingen beloven. Maar hij kan je niet helpen als je niet aan die wet voldoet. Dan is die machteloos. Dan is die machteloos. Als jij goed je best doet, ik sleep je er doorheen. En dan ga je toch nog over, zegt de leraar tegen die jongen of meisje. Maar als die niets uit blijft voeren, dan kan die leraar nog zo z'n best doen, en dan kan hij zich uitsloven voor die leerling, maar als die leerling het vertikt is die leraar machteloos. Wat de wet niet kon, dat deed God. En dat deed Hij door de Heere Jezus te zenden. In een lichaam net als ons lichaam. Alleen bij Hem was het zondeloos en bij ons is dat lichaam verzondigd. Maar door deze Zoon in de wereld te zenden en Hem aan het kruis te laten sterven heeft God die zonde veroordeeld. In het vlees. Namelijk in het vlees van de Heere Jezus. Maar daar werd mijn zonde geoordeeld, Hij had namelijk geen eigen zonden. Dat deed God. En dan staat er; 'op dat'. Wat is het doel? Vergeving? Maar vergeving is niet het doel, dat is het middel. Eerst moet die zonden worden opgeruimd. Door de vergeving, door de verzoening van het bloed van Christus zijn wij van onze zonden bevrijdt, door de Heilige Geest zijn we van de macht van de zonde bevrijdt, dus de zondige daden zijn vergeven, van de zondige macht zijn we bevrijdt, maar nu komt het! Wat is het doel van dat alles? Dat is het positieve. En dat is het tweede punt voor vanavond. Daar staat in vers 4 'opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld wordt'. Daar staat een woord wat zoveel betekend als 'gerechtigheid' maar dit woord is een specifiek woord. Niet het gewone woord voor gerechtigheid en dat wordt het beste uitgedrukt met 'de eis van de wet'. Als je dat woord gerechtigheid erin wil houden dan maak je ervan 'de rechtvaardige eis van de wet'. De eisen van de wet worden in ons vervuld. Zet eens een dikke streep onder dat woordje 'in'. Er staat niet 'door ons'. Niet dat dat perse fout zou zijn, want wij zijn het die die wet houden. Maar het gebeurd in ons. Het gebeurd door middel van ons, die naar de Geest wandelen. Wat hier staat met andere woorden is een tweede machtig effect van wat de Heilige Geest doet. Hij breekt de macht van de zonde in ons (dat is negatief) en positief; Hij vervuld in ons de eisen van de wet. Dat is heel boeiend. De natuurlijke mens kan de wet niet houden. Dat is één van de belangrijkste redenen waarom God de wet gaf. Israël zegt driemaal bij de Sinaï 'alles wat de Heere gesproken heeft zullen we doen'. Lees het maar na in Exodus 19 tot 24. Israël kende zichzelf niet, het zei maar wat. Want het heeft helemaal niet die wet volbracht. In tegendeel, het begon meteen al met het eerste gebod. Denk maar aan het gouden kalf. Daarom zegt Paulus meermalen in de Romeinen en Galatenbrief 'de wet doet zonden kennen, de wet is erbij gegeven om de mensen duidelijk het bewijs te geven dat hij zondig is'. In Romeinen 7 zien we dat. 'Toen ik de wet nog niet kende was ik mij niet bewust van mijn zondigheid. Maar toen er wet was die zei 'gij zult niet begeren' toen werd ik pas gewaar wat voor begeerte er in mijn hart is.' 'Toen er een wet kwam die zie 'gij zult niet doden' werd ik mij bewust van het feit dat er zoveel moordzucht in mijn hart is'. 'Toen er een wet kwam die zei 'gij zult niet echtbreken' werd ik mij bewust van mijn verkeerde seksuele verlangens.' 'Toen er een wet kwam die zei 'gij zult niet stelen' toen merkte ik hoe ik de neiging had om mij te vergrijpen aan het bezit van een ander.' 'Toen er een wet kwam die zei 'gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben' toen werd ik mij ervan bewust hoeveel afgoden er in mijn leven zijn.' De wet doet zonden kennen. Petrus zegt in Handelingen 15 'de wet was een juk, dat nog wij, nog onze vaderen hebben kunnen dragen. Die wet die op onze schouders is gelegd kon niemand van ons volbrengen. Het was een ellendig juk.' Vandaar dat we in de catechismus lezen 'waaruit kent gij uw ellende?' 'Uit de wet Gods'. Die wet is als een spiegel. En in die spiegel kijk ik, en wat zie ik? Dat ik faal in alle opzichten. Dan moet ik erbij zeggen, de wet is in dat opzicht geen volmaakte spiegel. Het is niet zo dat iedereen die in de spiegel van de wet kijkt aan zijn ellende wordt ontdekt. De Farizeeën en de Schriftgeleerden die keken ook in de wet. En als ze in de wet keken zoals in een spiegel dan zeiden ze 'spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is het rechtvaardigst in het hele land?' En dan zei die wet; 'jullie, Farizeeën en Schriftgeleerden'. Jullie zijn zulke fantastische lui.

En dat waren niet alleen de huichelaars. Paulus zegt in Fillipenzen 3 "wat de gerechtigheid betreft die in de wet was, was ik onberispelijk." Paulus heeft zijn ellende beslist niet leren kennen uit de wet Gods. Geen sprake van. Als hij in de weet keek, dan zei de wet 'Gij o Saulus van Tarsus zijt de meest rechtvaardige, meest vrome en de meest toegewijde.' Paulus zegt in Galaten 1 'ik was meer toegewijd in de dingen van God dan mijn leeftijdgenoten. Hij kan zeggen van zijn handelen altijd een onergelijk geweten te hebben. Zowel voor als na zijn bekering. Hij heeft zijn ellende pas leren kennen toen hij oog in oog kwam te staan met de Heere Jezus Christus. En dan moet je bij bedenken dat dat nog mede komt dat de wet, zoals hij zondags in veel kerken wordt voorgelezen, eigenlijk een minimum pakket is. Het is niet zo dat de mensen sidderend dat aanhoren. Het is daar in zo minimale vorm gegeven alsof God daarmee wilde zeggen 'luister, zelfs in de meest minimale vorm kunnen jullie die wet niet volbrengen'. Maar het betekent in de praktijk dat een heleboel mensen zeggen "'Gij zult niet doden' eens even denken ... nee, volgens mij heb ik de hele week niet iemand dood gemaakt". "'Gij zult niet echtbreken', nee, eens even denken, nee, ik heb geen overspel gepleegd deze week". "'Gij zult niet stelen', nou ja, behalve die pen van mijn baas, maar voor de rest kan ik ... nee eigenlijk ook niet nee". En na afloop van de 10 geboden klop je jezelf op de schouder en zeg je 'ik heb het er eigenlijk wel vrij redelijk ervan af gebracht'. Heel veel mensen belijden met hun tong dat zij zondaren zijn maar als ze die wet horen, maar als ze die wet horen dan denken ze elke keer 'ik ben nog zo slecht niet'. "Ik ken ze nog wel slechter bij ons in de kerk". En dan moet u bedenken, dat is het minimum pakket. Aan de ene kant bedoeld om ons duidelijk te maken dat we zelfs dat niet kunnen houden, maar aan de andere kant betekend het dat een heleboel mensen heel tevreden met zichzelf kunnen zijn. Het heeft eigenlijk weinig te maken met de wet van Christus. Galaten 6:2 zegt: draagt elkanders lasten en zo zult u de wet van Christus vervullen. Die 10 geboden zijn niet de wet van Christus. Ze zijn de wet van Sinaï, ik weet daarom niet waarom deze nog voorgelezen wordt. Want eigenlijk in 1 Timotheus 1 lezen we: de wet is voor goddelozen en wettelozen. Dus ik weet het niet. Verondersteld wordt misschien dat die hele kerk vol zit met goddelozen en wettelozen, maar als de gemeente de vergadering der ware geestgelovigen is dan ga je er niet vanuit dat daar allemaal goddelozen zitten maar dat Gods gemeente daar bij elkaar komt. Als je de wet wil voorlezen, dat is helemaal geen gek idee, lees dan de wet van Christus voor. Die is 100x zo zwaar. En dan heb j eook een goede kans dat een heleboel mensen die denken dat ze het er wel goed vanaf gebracht hebben, denken: ik heb het er helemaal niet zo goed vanaf gebracht. Weet u hoe die wet van Christus luidt? Zal ik een paar geboden met u langslopen? Gij zult niet doden, wordt dan: jij moet je broeder zo lief hebben dat als jij zijn leven zou kunnen redden door je eigen leven in de waagschaal te kunnen stellen dan is dat je plicht en als je dat niet doet, ben je schuldig aan dat gebod. "Ja zeg, kom nou.. de nederlandse wet zegt ook dat je niet mag doden maar dit is toch onredelijk"? Het is precies wat 1 Johannes 3 zegt. Gij zult niet doden dat betekent: als jij je leven voor een broeder hebt kunnen geven en hem daarmee heeft kunnen sparen en je doet het niet dan ben je schuldig. Wouw, is dat de wet van Christus? Gij zult niet echtbreken betekent: je moet je vrouw zo lief hebben dat je bereid bent je leven voor haar te geven. Ja zeg; hoeveel mannen zouden er nog willen trouwen als dat van ze gevraagd zou worden? Gij zult niet stelen, betekent: je bent al een dief als jij een ander in nood ziet en je bent niet bereid om van jouw goederen te delen met die ander. Dan ben je een dief want je hebt in je zak zitten wat aan die ander toekomt. "ja zeg, maar je kunt iemand toch niet verplichten tot liefdadigheid?" Moet ik nog doorgaan? Hoeveel goden zijn er niet en het slot van 1 Johannes 5 zegt: kinderkens, wacht u voor de afgoden. Gelovigen kunnen zo veel afgoden hebben. Ik was mijn auto nooit en één van de redenen is dat als hij gewassen is: ziet hij er zo mooi uit dat ik bijna verliefd op hem wordt. Als hij dan zo smerig is heb ik er niet zoveel last van. Voor mannen is het hun auto. Wie heeft daar totaal geen last van, mannen? Verafgoding van je auto? Nou, minimaal hoor, even voor de luisteraars thuis. En over de verafgoding van de vrouwen zal ik maar niet beginnen.

Nu komt het merkwaardige: dan staat er in 1 Johannes 5 dat Johannes zegt: de geboden van de Heere Jezus zijn niet zwaar. Even een klein stukje wiskunde: die geboden van de Heere Jezus zijn ongeveer 100x zo zwaar als de geboden van de Sinaï want dat is een minimum pakket en dit is een maximum pakket. Maar van de geboden van de Sinaï zegt Petrus: dit was een juk dat we niet konden dragen, zo zwaar! En van de geboden die 100x zo zwaar zijn zegt Johannes; de geboden zijn niet zwaar. Is dat geen leuke wiskunde? U moet het vergelijken met een jochie van 3 jaar. Die kan geen 10 kilo dragen. Maar een jochie van 30 jaar die kan wel 60 kilo dragen, een beetje een jochie. Dat is een verschil. Wat is het verschil? In onze natuurlijk toestand, maar ik zeg er ook bij: in onze wedergeboren toestand zonder de kracht van de Heilige Geest, bent u zelfs niet in staat de 10 geboden, het mimimum pakket te volbrengen, en dat merkt u ook daarom stelt u ook: "ik ellendig mens, ik ellendig mens". Maar door de kracht van de Heilige Geest bent u in staat de wet van Christus te volbrengen die 100x zo zwaar is.

Wat is die wet van Christus? Want: ik zeg dat nou wel, ik geef de vertaling van de 10 geboden en dat kun je ook wel terugvinden op allerlei plaatsen in de bergrede en in de brieven van Paulus en Johannes, maar eigenlijk geeft de Heere Jezus maar 1 gebod. Hij spreekt in het Johannes evangelie ook over zijn geboden maar je krijgt er nooit één te horen, behalve één: in Johannes 13:34 een nieuw gebod geef ik u dat jullie elkaar lief moeten hebben. Dat is alles. Augustinus heeft al gezegd: 'Ama et fac quod vis" dat betekent: heb lief en doe voor de rest wat je wilt. Alles mag, als je maar lief hebt. Dat is natuurlijk wat gecharcheerd, wat overtrokken, maar de gedachte erachter is volkomen juist. Daarom zei ik bij de 10 geboden, ik vertaalde ze allemaal met te beginnen het woord liefde te gebruiken. Je moet God zo lief hebben dat je het zelfs niet in je hoofd haalt om er een andere afgod in je hart toe te laten. Zal ik u het verschil laten zien? Tussen een man die nog onder de wet van Mozes en een man die onder de wet van Christus leeft. De eerste man die is een week van huis, ergens voor zaken in een heel andere plaats en hij mailt zijn vrouw: "ik heb hier een vrouw ontmoet; zo aantrekkelijk en aardig dat ik bijna in bed met haar was gedoken, maar gelukkig: ik dacht op tijd aan het 7e gebod en toen heb ik het niet gedaan". De man onder de wet van Christus schrijft aan zijn vrouw: "ik heb hier een vrouw leren kennen, zo aantrekkelijk en mooi, maar ze haalt het niet bij jou". Dat moet even doorwerken. Amen roept iemand: die is heel gelukkig getrouwd. Dit moet even doorwerken. Dit moet u zich even voorstellen. Die tweede man die staat niet onder het gebod. Die eerste man die wilde het wel doen maar het mocht niet, zie je dat?. Die eerste die had het wel willen doen, dat zegt hij ook aan zijn vrouw maar verdraaid nog aan toe, zit dat 7e gebod ertussen en hij wil toch niet ongehoorzaam zijn aan de wet dus hij doet het niet. Hij wil het wel, maar onder dwang dwingt hij zichzelf om het niet te doen. Die tweede wil helemaal niet. Dat is het grote verschil. Ik dacht dat ik het de vorige keer had verteld en anders moet u het maar vergeven maar ik las pas een interview dat een dochter van Billy Graham een interview heeft gegeven op de Amerikaanse televisie en die interviewer kwam om met haar te spreken over de wet. En toen zei ze: wij christenen zijn niet onder de wet, maar onder de genade. Dat lees je ook in de Romeinen brief. En toen zei ze; hoezo dan? Natuurlijk ben je onder de wet een heleboel dingen mogen toch niet? Jawel zei ze: wij mogen alles. Dat zegt Paulus ook in de eerste Korinthe brief tweemaal: alles is geoorloofd. Hij zegt er ook bij: niet alles is nuttig, en niet alles bouwt op, maar hij begint met te zeggen: alles is geoorloofd. En die interviewer zei: ja maar als je nou met een andere man in bed zou willen duiken: dat mag toch niet? En ze zei: alles mag, maar ik wil niet meer. Dat is het verschil! In het eerste geval ben je onder de wet als een juk en met veel inspanning, misschien moet je zeggen met de kracht van de Geest, volbreng je het. Maar in het tweede geval is er iets met jou van binnen gebeurd. De liefde van God is in ons hart uitgestort door de Heilige Geest die ons gegeven heeft zegt Romeinen 5:5. Niet de wet is veranderd. We hebben hem nou leren kennen in zijn diepte dat wel! Maar het in wezen nog steeds dezelfde wet, maar ik ben veranderd. Vroeger wou ik alle dingen die door de wet verboden waren. Maar als ik me enigszins gedroeg dan hield ik me toch aan die wet, al zij het met tegenzin. Dat was die eerste man die ik beschreef, maar nu is er iets wonderlijks gebeurd, het zijn de dingen die God van mij vraagt die ook precies in mijn hart zijn gelegd. God zegt: je moet God liefhebben boven alles, maar ik wil niet anders. Want de liefde van God is in mijn eigen hart uitgestort. Ik heb een nieuwe natuur ontvangen die God wil liefhebben en die door de kracht van de Heilige Geest dat ook kan en wil! En je naaste als jezelf. Maar het is niet meer moeilijk het is geen juk meer. Ik heb het nu niet in het zondige vlees in ons dat moeten we nog even erbuiten laten anders gaan we het elke keer zo vertroebelen. Die maakt het ons wel lastig, maar ik heb het nu even over de nieuwe natuur. Die nieuwe natuur wil niet anders dan de naaste liefhebben die is vol liefde jegens die naaste want de liefde van God is uitgestort in onze harten door de Heilige Geest die ons gegeven is. Ziet u: onze houding tegenover de wet is veranderd. Dat is precies wat Jakobus 1:25 en Jakobus 2:12 noemt de wet van de vrijheid. De wet van slavernij is de wet die ons constant verbiedt die we graag zouden willen doen en kinderen ervaren dat zo. Ze willen zo graag dit en ze willen zo graag dat maar het mag niet. En ze schikken zich daarin, morrend of niet en soms schikken zich er niet in. Maar als ze zich eronder schikken dan doen ze toch dingen die ze niet zouden willen of ze laten dingen na die ze wel zouden willen. Maar de wet der vrijheid dat is een wet die precies een wet die van ons vraagt datgene wat we ook graag willen: het is een vrije woensdagmiddag het is mooi weer: jongens pak je spullen bij elkaar en we gaan naar het strand. Alle kinderen zijn blij. Het is een gebod: pak je spullen we gaan naar het strand, maar het is een gebod dat nauwkeurig overeenkomt met wat ze ook graag willen. Dat is de wet van de vrijheid. Is het moeilijk om zo'n wet te vervullen? Totaal niet! En nu is het de Heilige Geest die ons een nieuwe natuur geeft en die die nieuwe natuur geeft kracht om te werken en die de macht van de oude natuur verbroken heeft. Die zit er wel maar die heeft niets meer in de melk te brokkelen. En nu zegt Paulus: daarom is Christus voor ons gestorven. Niet alleen voor de zondevergeving, dat is de negatieve kant, heel belangrijk. En ook niet dat we van de macht van de zonde bevrijd zouden worden, dat is ook de negatieve kant. Wel belangrijk maar het is nog niet het eigenlijke positieve doel. Het positieve doel is dat de wet van Christus niet door ons, omdat het niet fout zou zijn, maar in ons vervuld zal worden. Alsof het buiten ons om gaat het is de Heilige Geest die het doet. Als je mensen hoort praten over: ach wij ellendig mens en dat altijd maar benadrukken. Ik las van een Amerikaanse predikant die zei: tegen zijn mensen in de kerk: zolang jullie onder mijn prediking zitten zal ik ervoor zorgen dat jullie nooit onder Romeinen 7 uitkomen. En daarmee bedoelde hij blijkbaar het verband: ik zal constant jullie preken wat een ellendige mensen wij van nature zijn, ik zal jullie constant aan herinneren en ik zal met alle moeite die er maar is, verhinderen dat jullie je ooit gaan inbeelden dat je daar niet meer in zit. Dat is voor mij de totale miskenning en ontkenning van wat de Heilige Geest betekent. De Heilige Geest is daar een lippenbelijdenis zonder enige praktische betekenis. Ik begrijp wel wat hij bedoelde. Hij bedoelde: ik wil dat jullie nooit je gaat inbeelden dat de zonde niet meer in je zit. Maar hij zei veel meer dan dat en dat is in wezen verschrikkelijk.

Als we het hebben over de kracht van de Heilige Geest dan hebben we het soms over de wonderen en tekenen en dat is heerlijk, maar dat is niet het eerste en niet het belangrijkste. Het eerste is, en daar hopen we het de volgende keer over te hebben, er staat in vers 14: allen die door de Geest van God geleid worden zijn zonen van God. Door de Geest van God geleid. Niet alleen maar die Geest hebben, maar door die Geest geleid worden. Je leven komt onder het beslag van de Heilige Geest en door de Heilige Geest heb je de kracht om die wet van God te volbrengen. Of nog sterker gezegd: het is de Heilige Geest in jou die die wet van God volbrengt. Ik maak het graag duidelijk, en ik weet niet of ik dat hier wel eens gedaan heb maar dat geeft niet er zijn toch ook altijd weer andere mensen bij. De wet van Sinaï komt tot mensen die van nature goddelozen zijn.ze willen de wet niet vervullen en ze kunnen het niet. Het is alsof je tegen een vis zegt: nou komt de wet: vlieg!! En die vis zegt: dat kan ik niet. Tenzij het een vliegende vis is maar dat stelt niet veel voor hoor dat kan ik u verzekeren. Ik kan niet.maar ik wil ook helemaal niet. Het water is mijn natuurlijk milieu. Hier voel ik mij thuis en ik wil helemaal geen vogel zijn. Ik kan het niet maar ik wil het ook niet. Dat is de natuurlijke mens. De mens in Romeinen 7 is al veranderd. Hij is een vogel geworden die nog steeds onder water zit. Ik weet het het is een raar beeld maar nu komt er iemand en die zegt: vlieg!! En hij zegt: oh dat zou ik zo graag willen want dat is mijn nieuwe aard. Ik wil zo graag vliegen maar ik kan inet, ik zit hier nog steeds onder water. En we zullen een arme vogel in het water blijven zolang als we leven. Nu wordt hij uit het water gehaald. Hij staat daar zijn veren uit te schudden en je ziet in zijn ogen de glinstering. Nu zeg ik: vlieg! Ik wil niet anders, maar nu kan ik ook. Dit is een gebod, dit is de wet van Christus, maar hij voelt het niet als een gebod. Dat is een wet van de vrijheid. Als je tegen een vogel zeg ``vlieg`` dat is geen wet van slavernij, omdat het een wet is die precies overeen komt met de aard van het beestje. Hij wil niet anders, hij kan ook niet anders. Als je veel vogels ziet lopen dan denk je ja geen wonder dat ze zo graag vliegen, wat een loperij, dat stelt niet veel voor daar zijn ze ook niet voor gemaakt. Voor kleine stukjes is het misschien nog wel aardig maar, let nou eens op een eend, dat gewaggel van zo, n eend, nou daar kan je niet trots op zijn als eend zijnde. Maar hij is ook niet gemaakt om te waggelen maar eventueel om te zwemmen, dat maakt het nog ingewikkelder maar om te vliegen. Vogels zijn gemaakt, afgezien van struisvogels om te vliegen. Ja, je zou het allemaal geestelijk kunnen toe passen je hebt ook weer geestelijke struisvogels maar laat ik het nou maar niet te moeilijk maken. Maar ziet u wat de wet is? In dit geval heb ik het makkelijk gemaakt. Die wet is hetzelfde, die wet zegt "vlieg" die wet is in beide gevallen hetzelfde, ik zou het nog ingewikkelder kunnen maken maar laten we het simpel houden.

In het eerste geval komt die wet tot iemand die niet wil en die niet kan, in het tweede geval komt die wet tot iemand die wel wil, want het visje is een vogeltje geworden, maar hij kan niet hij zit te diep onder water. In het derde geval, hij wil en hij kan hij doet zelfs niets liever. Dat is een wet van de vrijheid. Alleen de Heilige Geest kan u daar brengen. Als je de Heilige Geest in je heb we zullen dat verder op zien, ja dit is zo, n heerlijk hoofdstuk, je zou bij wijze van spreken over elk vers wel een Bijbelstudie kunnen houden. Er zit zoveel in. Als we het later over de uitverkiezing hebben, vers 29, dat is de laatste vond, de uitverkiezingsleer Romeinen 8, wij zijn er voor voorbestemd om aan het beeld van Gods Zoon gelijkvormig te worden, dat is het hele verlangen van de nieuwe mens. Dat is wat de Heilige Geest in ons doet. Wonderen en tekenen meegenomen maar het allereerste en belangrijkste is dan de HG in ons het beeld van Christus wil bewerkstelligen. Daar zijn we zelfs voor uitgekozen om aan dat beeld gelijkvormig te worden en dat heeft ook weer een doel zodat wij in deze wereld Christus vertonen. Zodat mensen die de Heere Jezus niet kennen en die ook de Bijbel niet lezen, in ons Christus zouden herkennen. Wij zijn in deze wereld de handen van Christus en de voeten van Christus de ogen en de oren van Christus. Wij zijn hier achter gelaten om Zijn werk voort te zetten. Daarvoor moeten we heel concreet, heel praktisch gaan lijken op Hem. Dus zelfs dat is nog niet een doel op zich zelf, maar een middel om tot het eigenlijke doel te komen. De weg te bereiden dat de Here Jezus in deze wereld kan binnen komen. Daarom zijn wij hier Zijn vertegenwoordigers Zijn pretendenten, wij zijn hier om Zijn werk te doen. Maar dan moeten we ook op Hem lijken. Om de dingen te doen die Jezus deed moet je zijn wat Jezus was. En daar heeft God zelfs in de predestinatie in de uitverkiezing van eeuwigheid aan gedacht. Hij heeft ons tevoren bestemd om op Zijn zoon te lijken. Dat is Zijn grote plan met uw en mijn leven. Niet om van ons tobbers te maken, maar om van ons mensen te maken die het beeld van Zijn eigen Zoon zou kunnen reproduceren. Ik denk dat ook het aller belangrijkste criterium is dat later ons zal worden voorgehouden, maar ik wil daar niet op vooruit lopen dat is voor de laatste avond van deze reeks.

Ik kom tenslotte op dat derde punt. U bent niet in het vlees zegt vers 9 maar in de Geest, als inderdaad Gods Geest in u woont. Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft die behoort Hem niet toe. Ja, je zou je kunnen afvragen waarom schrijft Paulus dat allemaal in Romeinen? Het was toch duidelijk dat hij in Romeinen, die gelovigen in Rome, Joods en Griekse gelovigen, dat die ede Heilige Geest bezaten. En toch is het een goede vraag. Als inderdaad Gods Geest in u woont, dat betekend zoveel zeggen die ????? Romeinen, jullie hebben zoveel vragen, zoveel problemen jullie hebben zoveel ruzie met elkaar, dat zie je in hoofdstuk veertien, woont de Heiligen Geest eigenlijk wel in jullie? Kent u die beroemde vraag uit Handelingen 19 waar Paulus in Efeze komt en hij ontmoet daar twaalf vrome mannen. Hij vraagt aan die mannen allerlei vragen en hij probeert te begrijpen waar ze staan, ze kennen de Here Jezus, ze vertellen allerlei dingen over Hem, ze hebben Hem op de één of andere manier aangenomen, later blijkt dat ze niet veel meer van Jezus weten dan van wat ze van Johannes de doper over Hem hadden gehoord, maar toch hun hart zat op de goede plek, ze waren oprecht. Je komt zulke mensen vandaag ook tegen. Niet direct dat die nou Johannes de doper gehoord hadden maar mensen die het hart op de goede plek hebben zitten, ze willen echt de Here Jezus wel volgen, je hebt eigenlijk geen reden om te zeggen dat ze niet wederom geboren waren. Vorige week kwam ik een man tegen, uit de grootste reformatorische kerk van Nederland, en het ging over een moeilijk probleem. Hij had omgang met een vrouw, ze waren allebei alleenstaand en allebei in de vijftig en hij had omgang met een vrouw die ging naar de evangelische gemeente, en daar had hij het erg moeilijk mee. En hij begon de loftrompet te steken over zijn kerk, en dat vond ik allemaal best maar ik zei, luister mijn goede vriend dat is niet het belangrijkste, het belangrijkste is, kent u de Here Jezus? Daar begon hij een beetje omheen te draaien en hij vertelde alweer dat hij al vijftig jaar lang in de hervormde kerk zat, en hij vertelde me zelfs dat hij organist was als nog een extra onderstreping van dit belangrijke gegeven. Ik zei luister, het maakt me niet uit in welke kerk u zit, ik wil weten, kent u de Here Jezus als uw verlosser en Heer? Ik zeg ik ga het nog duidelijker stellen, als er nu een bom op ons neervalt en we zijn allebei in de eeuwigheid waar bent u dan? Ja, dan dacht hij heel voorzichtig dat hij dan toch wel in de hemel zou zijn. Ik heb altijd moeite met zo, n gesprek. Dat zal ik u eerlijk vertellen. Want ik dacht mijn goede vriend ik kan niet in jou hart kijken maar waar sta jij nou echt? Laat ik het zo zeggen, het had net zo goed kunnen zijn uit een heel andere kerk hoor het gaat nou niet om die kerk natuurlijk. Maar hij had net zo goed kunnen zeggen van luister.. nee ik ga het anders formuleren. Wat hij eigenlijk tegen mij zei is, terwijl hij dat misschien zelf niet bewust was, mijn kerk is belangrijker dan het geloof. En ik ben pas tevreden als die vrouw meegaat naar mijn kerk. En ik zei tegen haar, ik had eerst met haar gepraat, en ik zei het ook tegen hem, als u de Here Jezus lief hebt, als u door dik en dun de Here Jezus wil volgen en die vrouw ook dan komen jullie daar samen uit. Maar u hebt het alleen over een kerk, zij trouwens ook, zij wou hem mee hebben naar die evangelische gemeente. En ik had bijna die man de vraag gesteld die Paulus ook stelde in Handelingen 19. Hij zei hebben jullie ook de HG ontvangen toen jullie tot geloof kwamen? Wat zou die man gezegd hebben, jammer dat ik dat niet gedaan heb, het schiet me nou pas te binnen. Wat zou er gebeurt zijn als ik tegen die man zou gezegd hebben, mag ik u wat vragen, hebt u ook de Heiligen Geest ontvangen toen u tot geloof kwam? Het was op die HG conferentie dus het was best een passende vraag geweest. Hij was erbij en hij had er schoon genoeg van, hij was er een halve dag en toen wou hij al naar huis. Want hij vond het allemaal maar niks, het leek totaal niet op wat hij gewend was. En ik zei maar blijf dan toch voor uw vriendin, u wilt toch voor haar begrijpen wat voor haar zo belangrijk is, nou ja hij zou nog wel blijven zei hij al morrend, ik had hem graag aan het eind van de tweede dag gevraagd of het een beetje beter met hem ging maar hij zat daar echt zijn rechtvaardige ziel te kwellen als Lot in Sodom, sorry hoor voor de vergelijking. Misschien had ik die vraag aan hem moeten stellen. Ik stelde een andere vraag, want het was een samenkomst geweest, het had over tongentaal gegaan, en toen zei die dat is niet voor mij, ik zei waarom niet? Hij zei dat is alleen voor Heiligen en discipelen, maar ik zei alle gelovigen zijn geroepen om Heiligen en discipelen te zijn, u ook. Nee, zei hij ik ben maar zo, n heel klein mannetje, en toen kwam er godsdienstigheid uit. God is zo groot, en ik ben maar heel klein dus dat is niet voor mij. Dat is nou echt de zuiverste geest van godsdienstigheid, vroom jezelf naar beneden halen terwijl God zeg ik maak jou tot Mijn kind! Ik verklaar jou tot een Heilige, tot een discipel, dit is Mijn grote geschenk voor jou, en die discipel dat kind van Hem zegt nee, nee nee ik ben zo klein dat is niet voor mij doe maar weg, ik wil het niet eens zien, ik wil het niet eens uitpakken, het is niet voor mij. Dat is zuivere geest van Godsdienstigheid. Ik had eigenlijk medelijden met hem, ik had eigenlijk nog meer medelijden met die vrouw natuurlijk, maar ik dacht wat kun je hier nou doen? Wat ik in zo, n geval doe, ik pakte ze allebei bij de schouder en ik ging bidden voor ze, dat ze elkaar zouden leren begrijpen en dat ze allebei mochten groeien naar elkaar. In het groeien van de dingen van God. Maar ik had ze het ook kunnen vragen, en ik vraag dat heel vaak aan godsdienstige mensen, ik bedoel met godsdienstig een beetje negatief he, Godsdienstige mensen, heb je eigenlijk wel de Heiligen Geest ontvangen toen je tot geloof kwam?

Paulus zegt dat hier, hij heeft het over jullie worden geleid door de Geest, alsof het ineens een nagedachte is van hem. Als inderdaad Gods Geest in u woont. Een heleboel mensen draaien dat om die zeggen als iemand de geest van Christus niet heeft die behoort Hem niet toe, nou ik behoor wel Christus toe dus heb ik de Geest van Christus ook. Dan zeg ik, ja maar ik heb het niet over theorie. Ik wou weten waaruit leidt u dat dan af? Leidt u dit alleen maar af uit dit vers? Of is het een Geestelijke realiteit in uw leven? En ik stel vanavond die vraag aan u, en u hebt het volste recht om die vraag aan mij te stellen. Dit was precies waar ik mee bezig was met die 6OO en later met die 300 voorgangers. Ik zeg, lieve broeders, die tweede keer heb ik en dat zal ik Julie besparen, twee uur aan één gepreekt, er gaat een hoop tijd verloren doordat alles vertaald moet worden in één of ander onverstaanbare Indische taal, maar ik had nog maar weinig tijd want we zouden smiddags weer naar huis terug keren dus ik dacht ik ga niet onderbreken want dan gaan ze weer zingen, en die Indiase muziek dat vond ik helemaal niks, dus ik dacht ik ga de tijd uit buitte, ik laat niet los ik preek tot het einde toe en dan wilde ik tijd hebben om ze allemaal te zegenen en ze de hand op te leggen en met olie gezalfd die tweede keer. Als praktische ondersteuning van wat de zalving met de HG betekent.

Maar het is zo belangrijk, waaraan weten jullie dat je de HG hebt dat was mijn verlangen dat had de Heer me ook op het hart gelegd. Ik was dat eerst helemaal niet van plan geweest, maar dat kwam zo in m, n hart. Mensen de HG is een realiteit! We hebben het niet over theorie, het gaat er niet om of u de juiste theologie van de HG bezit. Daar kunnen we nog best eens een robbertje over vechten maar dat is niet zo interessant. Het gaat er niet om of u de juiste theologie van de HG bezit het gaat erom of u de HG bezit. Wat zou dat nu boeiend zijn, zo met die microfoon door de zaal. Weet u dit zouden we vaker moeten doen, heel wat van die vrijblijvende godsdienstigheid zou gauw verdwijnen als de dominee met een microfoon van de kansel af kwam en zo eens onder de neus hield en zei en zuster hebt u de HG ontvangen? En zo ja hoe weet u dat dan? En waar merkt u dat aan? Als je een effectieve manier wil hebben om je kerk leeg te krijgen dan moet je dat doen. Ik heb het wel meegemaakt hoor, ik ben het niet zo gewend eerlijk gezegd hoor, maar ik heb het meegemaakt dan de voorganger van de preekstoel af kwam met een losse microfoon en de mensen onder de neus hield, en ik vond het zo goed die manier waarop hij dat deed Hij kwam ook van heel ver weg dan kan dat hé! Maar het is een goede vraag, zou u dat eens aan uzelf willen stellen? En alsjeblieft stel u zelf niet tevreden met een theoretisch antwoord van het staat in de Bijbel dus de HG zal wel in mij wonen. Het is waar er staat als je de Geest van Christus niet hebt dan behoor je Hem niet toe.

Ik hoorde eens iemand uit een geloofsgemeenschap die ik niet met name zal aan duiden, een groot leider. Hij zei iets waar ik erg van schrok, ik kan het ook moeilijk geloven. Hij zei als uit mijn geloofsgemeenschap er tien procent van de mensen werkelijk behouden is, dan ben ik al blij. En later zag ik zijn argumentatie en toen begon ik het een beetje beter te begrijpen. Stel nou alleen maar zulke vragen, dan denk ik maar aan dat gesprek, ik weet er zijn ook hele andere gesprekken denkbaar van mensen, ik weet als student nog dat ik met een katholieke jongen en wat wist ik in die tijd van katholieken, het was heel vreemd het was iets van een andere planeet, we stonden samen borden te wassen, het is heel lang geleden als student zijnde, staan we naast elkaar en we hadden een heel geestelijk gesprek, en toen zei ik tegen hem, Geert heb jij de Here Jezus lief? En toen keek hij me aan en ik zal die ogen nooit vergeten, waarmee hij me aankeek, ik vroeg niet over de Hg die vragen lagen toen ook nog niet zo direct op de voorgrond van mijn denken. Hij zei ja ik heb de Here Jezus lief, Hij is de belangrijkste in mijn leven. En dan maakt het op dat moment geen fluit uit of je nou katholiek of protestant of reformatorisch of evangelisch bent, dan voel je een diepe verbondenheid. Dat had ik zo graag van die broeder van vorige weer gehoord, die zijn kerk zo belangrijk vond dat hij niet zou rusten voordat hij zijn vrouw met wie hij zo graag wilde trouwen die kerk had ingesleept. Maar die zo weinig kon vertellen over wie de Here Jezus voor hem betekende. Laat staan wat de HG voor hem betekende.

Lieve mensen misschien komt er hier nog eens een tijd dat we hier in Nederland vervolgingen krijgen en dat al die kerken door elkaar geschut worden. Ik weet niet of het echt gebeurt is maar het moet in Amerika geweest zijn waar gemaskerde mannen met stenguns de kerk binnen kwamen rennen en de dominee zou net aan de preek beginnen. En ze stonden voorin de kerk met hun stenguns op de menigte gericht, en ze zeiden we gaan schieten op iedereen die een echte volgeling van de Here Jezus is en de anderen kunnen vertrekken. Binnen de kortst mogelijke tijd was negentig procent van het kerkelijke publiek verdwenen. Toen deden ze hun maskers af en grijsden naar de dominee en zeiden dominee wat hier over gebleven is dat is uw eigenlijke gemeente, u kunt met de preek beginnen. Ik denk dan altijd zou ik blijven zitten zijn, en u? Zouden wij zijn blijven zitten? Als de tijd van beproeving komt dan zal blijken wie er werkelijk aan de kant van de Here Jezus staat, en dat is in feite hetzelfde als te zeggen wie de Geest van Christus inwonend in zich hebben. Als de Geest van Christus in u woont dan behoort u werkelijk de Here Jezus toe. En het zijn de moeilijke tijden in ons leven waarin het aan het licht komt. Ik wens u heel mooie ervaringen toe met de Here Jezus Christus door de kracht van Zijn Geest. Want er gaat een tijd komen waar deze economische crisis zal bij verbleken, een religieuze crisis die in zekere zin al lang begonnen is. Waar het steeds meer een minderheid zal worden. Elk jaar verdwijnen uit de PKN zo, n zestigduizend mensen. U kunt uitrekenen over hoeveel jaar er dus nul overgebleven zullen zijn. Dat kun je zo uitrekenen als dit tempo zo doorgaat. Wat overblijft dat zal een vaste kern zijn, maar in die vaste kern zullen ook nog steeds godsdienstige mensen zitten, die die kerk hartelijk lief hebben, maar die niet noodzakelijk een persoonlijke relatie met de Here Jezus hebben. En ik kom steeds meer mensen tegen buiten de kerk die om allerlei redenen weg gegaan zijn. Teleurgesteld vaak, die de Here Jezus lief hebben en bij geen enkele kerk meer horen. Het zijn rare tijden en dat zal nog versneld door gaan dat proces. Er zal een tijd komen dat je niet meer zeggen van ja maar ik ga iedere zondag naar de kerk. Er zal een tijd komen waar de vraag heel rieeel op ons allemaal af komt, wat betekend de Here Jezus voor jou? En ook heb je eigenlijk wel de Heilige Geest ontvangen toen je tot geloof kwam? En dat zullen de vragen zijn waar straks in de eindtijd waar Openbaring 22 van spreekt overeind blijven, wie Heilig is worde nog heiliger en wie rechtvaardig is worde nog rechtvaardiger wie vuil is worde nog vuiler. Het is alleen door de bewaring van Gods Geest dat we dan aan de goede kant zullen staan. En die goede kant heeft niks te maken met welke kerk of kring dan ook of welk lidmaatschap van welk instituut ook. Het zal te maken hebben met de vraag van je hart. Sta je aan de kant van de Here Jezus en aan de kant van de Heilige Geest. U mag en ik ook deze nacht gebruiken om nog eens heel diep over die vraag na te denken. God zegene Zijn Woord.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?