Hart voor Waddinxveen


(7b) Vragen bij de lezing gehouden op 6 maart 2009 over "Vrijgemaakt van de zondewet" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zaterdag, 19 september 2009 21:48

Dank u voor de vele, vele vragen. Je kunt daar nooit een peil op trekken, je denkt: Nu dit was zo helder, overzichtelijk, dat zal wel geen vragen opleveren, maar kijk eens eventjes. De eerste vraag. Ze liggen in willekeurige volgorde want ik heb geen tijd gehad om ze allemaal aandachtig te bestuderen. Maar ik heb die eerste wel even bekeken en dan denk je: Hoe is het mogelijk dat ik zulke misverstanden teweeg kan brengen? Zou dat nu aan mij liggen of aan de vraagsteller? De vraag luidt als volgt: U zegt: Jezus is niet je Middelaar, ga rechtstreeks tot je Vader. Ik heb geleerd en geloof nog steeds dat Jezus mijn Middelaar is, in die zin dat Hij als filter werkt voor mij naar mijn Vader toe. Zodat Onze Vader mij kan zien zonder zonde. Dat mijn gebed tot mijn Vader bij Hem volmaakt binnen mag komen. Daarvoor is Jezus toch ook gestorven om mijn zonden weg te nemen zodat ik een intieme relatie met mijn Vader mag hebben?

Het bijzondere van die vraag is niet alleen maar het misverstand dat ik blijkbaar gewekt heb, maar dat het laatste deel van de vraag juist op zo'n heerlijke wijze in tegenspraak is met het eerste deel van de vraag. En daar ligt misschien precies de spanning bij de vraagsteller. Ik heb het woord middelaar niet gebruikt. Ik geloof net als u dat de Here Jezus mijn Middelaar is, dat woord Middelaar vind je onder andere in 1 Tim. 2: Er is één Middelaar tussen God en mensen, de mens Jezus Christus. U vindt het ook in de Hebreeën-brieven, het is een heel belangrijke term, en ik geloof net als u dat de Here Jezus mijn Middelaar is, degene die mij tot God gebracht heeft door mijn zonden te dragen aan het kruis, door Zijn bemiddeling mocht ik tot Hem komen. Maar daar had ik het helemaal niet over. Ik had het over wat er staat in Johannes 16. Laat ik het dan nu maar voorlezen, als u dan bezwaren hebt, dan moet u bij Johannes 16 zijn, niet bij mij. Want in Johannes 16 staat dat is; de Here Jezus spreekt daar met zijn discipelen over het feit dat Hij zal heengaan. En ze waren tot dusver gewend om alles wat ze aan God te vragen hadden, rechtstreeks aan de Here Jezus te vragen, dat was ook makkelijk, want Hij was bij hen. En dan staat er in Johannes 16 vers 26: 'op die dag zult u in Mijn Naam bidden. En Ik zeg u niet dat Ik de Vader voor u zal vragen, want de Vader Zelf heeft u lief omdat u Mij hebt liefgehad en geloofd hebt dat Ik van God ben uitgegaan.' Nu ziet u dat u gelijk hebt en dat ik ook gelijk heb. Wat de Here Jezus hier zegt is: De Vader Zelf heeft u lief, jullie mogen rechtstreeks tot de Vader gaan. Jullie hoeven niet langs een omweg. Niet via Maria, niet via de heiligen en zelfs niet via de Here Jezus. Maar tegelijkertijd komen we altijd tot de Vader vanwege het feit dat we de Here Jezus als onze Middelaar hebben leren kennen. Daarom staat hier: we bidden in Zijn Naam. We komen pleitend op Wie Hij is, voor ons geworden is en Wie Hij ook voor het hart van de Vader is. Dus daarom zeg ik; u mag rechtstreeks tot de Vader gaan want dat is wat de Here Jezus ons hier leert. Maar u kunt niet anders als gelovig mens tot de Vader gaan dan door de Persoon van de Here Jezus Christus. En als u een ongelovig mens bent, geldt precies hetzelfde, u zult nooit echt een relatie met de Vader kunnen ontwikkelen buiten de Here Jezus Christus om. Dus in die zin is het beide waar. Maar daarom zeg ik ook; het laatste stukje wat u schrijft, bemoedigt me dan weer, 'zodat ik een intieme relatie met mijn Vader mag hebben'. En dat is nou precies waar ik het over had. Een intieme, persoonlijke relatie die niet meer bemiddeld hoeft te worden door een ander, maar waar we rechtstreeks tot de Vader mogen gaan, zij het altijd in de Naam van de Here Jezus, want in geen andere Naam zouden we tot de Vader kunnen komen dan op die manier.

Kindschap, zoonschap, leiding van de Heilige Geest, wat ik miste was het belang daarbij van de doop in de Heilige Geest.
Ja, ik kan u nog wel dertig dingen zeggen die u gemist zou kunnen hebben want je kunt in één avond maar een klein stukje van de waarheid behandelen en vermoedelijk bent u hier vanavond voor het eerst dacht ik, want in het vorige seizoen hebben we al zoveel over de doop en de vervulling met de Heilige Geest gesproken en al die zaken, dus misschien dat u een beetje laat bent binnengevallen in deze series, dus kijk nog eens naar de vorige avonden, het is allemaal makkelijk beschikbaar via het internet en dan zal uw gemis heerlijk worden opgelost. Opgevuld.

Heeft dit onderwerp 'Geleid door de Heilige Geest' ook te maken met de vrije wil? Indien je namelijk de Heilige Geest ontvangt, word je wel eens verzocht door de duivel, Mattheus 4. Indien het kwaad verslagen wordt, zul je met rust worden gelaten en groeien in je geloof zoals de woestijnvaders. Het kwaad heeft vele vormen, welvaartszorgen, wellust en dergelijke. Ik ervaar de tweestrijd elke dag, Heilige Geest / satan. God heeft ons geschapen met een vrije wil. God kan alles behalve verplichten Hem lief te hebben.
Ja, hier worden een heleboel dingen overhoop gehaald, laat ik beginnen bij het makkelijkste. Het is inderdaad zo dat als je vervuld wordt met de Heilige Geest dat je heel dikwijls ziet dat mensen onmiddellijk de confrontatie met de satan moeten aangaan. Dat was met de Here Jezus ook zo. Ook Hij werd geleid door de Heilige Geest, onmiddellijk nadat Hij gedoopt is in de Geest, dat woord staat zo niet voor Hem, maar wel dat Hij gezalfd is met de Heilige Geest, Hij heeft de Heilige Geest ontvangen, die daalde op Hem neer, in de gestalte van een duif, en onmiddellijk daarna, lees maar in Lucas 4 vers 1, daar lezen wat dat Hij geleid werd door de Heilige Geest, precies net als u en ik. Hij werd geleid door de Heilige Geest. Als Hij daarbij de satan, laat ik nog even dit zeggen; als Hij geleid wordt door de Heilige Geest in de woestijn dan is dat om de confrontatie met satan aan te gaan. Van vele dienstknechten van de Heer weten we dat, dat ze eerst een tijd in de woestijn zijn geweest, voor Mozes geldt dat, voor Elia, voor Johannes de Doper, voor Paulus, een woestijnperiode die voor hun vorming van enorme betekenis is geweest. En je hoort het ook van mensen uit de kerkgeschiedenis, dat ze in zo'n figuurlijke woestijn zijn geweest en vaak betekent dat ook strijd met de duivel. En inderdaad geldt het dan dat de Here Jezus dat in zekere zin overwonnen heeft, waarschijnlijk slaan Zijn woorden daarop dat je de sterke eerst moet binden voordat je zijn huis kunt leegroven, dat heeft Hij daar gedaan in de woestijn. En daarna kan Hij ongehinderd demonen uitdrijven. Hij heeft de duivel als het ware gebonden, niet letterlijk nog uitgeschakeld en teniet gedaan maar in elk geval een grote klap toegebracht door de Kracht van de Heilige Geest. Alleen wat ik nu niet zo goed snap in uw verhaal is wat die vrije wil daarmee te maken heeft? Dat is zoiezo al een gevaarlijke uitdrukking, sommige mensen die lopen al rood aan als je dat woord gebruikt want die vertellen ons; de mens heeft geen vrije wil. Nou, dat is een taalkundige affaire, ze zijn uit vrije wil vanavond hiernaartoe gekomen, niemand heeft ze gedwongen, niemand heeft ze hier naar binnen gedragen en gesleept, in die zin heeft elk mens een vrije wil. U hebt gekozen vanmorgen de kleren die u zou aantrekken, tenzij uw vrouw u dat heeft opgedragen, maar de meeste mensen hebben dat zelf gekozen. Er zijn talloze keuzes die wij maken, in die zin is er een vrije wil. Er is geen vrije wil in die zin dat we vrij zijn om te doen en laten wat we zelf willen. We worden of geregeerd door de zonde of we worden geleid door de Heilige Geest, dus daar hebben we geen eigen keuze in. Maar als u gewoon bedoelt wat ik daarstraks ook gezegd heb, dat een volwassen christen ook zelf gevormd is in de dingen die naar de gedachten van God zijn, opgevoed is, dan is zijn eigen hart hem tot wet. Paulus zegt: "Ik ben niet onder de wet maar ik ben aan Christus wettelijk onderworpen." 1 Korinthe 9. Dat is een kwestie van geestelijke rijpheid. God schakelt onze wil nooit uit, Hij neemt onze wil in dienst, dat zijn twee totaal verschillende dingen. Demonen proberen je wil uit te schakelen, zoals je dat bij bezetenen kan zien, dat doet de Heilige Geest nooit. De Heilige Geest neemt onze wil in dienst, Hij wil onze wil buigen onder Zijn Wil. Hij wil onze wil opvoeden. Ik vind het een vreselijke uitdrukking als mensen zeggen: "De wil van het kind moet gebroken worden." Nou, dan zie je wat voor kinderen je over houdt hoor. Slappe vaatdoeken, want die hebben een gebroken wil. Wie wil er nu een kind hebben dat geen wil meer heeft? De wil van het kind moet gebogen worden onder de wil van de ouder. En dat ook alleen maar zolang als ze kinderen zijn, want kinderen moeten opgroeien en hun eigen weg met de Here gaan. Ik zei het daarstraks ook tegen een paar jongeren, stel je voor dat je 40 bent en je zegt: "Ik weet met mijn geweten, dit is de weg die ik gaan moet, maar ja, mijn ouders leven nog en die zouden het zo erg vinden als ik niet deed wat zij wilden" dat is een totaal verkeerd begrip van je ouders te eren. Je moet je eigen hart, je eigen geweten en de leiding van de Heilige Geest volgen. En hoe ouder je wordt, des te meer zul je zelf die weg moeten zien te vinden. En als die anders is dan wat je ouders je hebben voor gehouden, dan moeten je ouders dat leren accepteren. Je ouders zouden zelfs trots op je moeten zijn dat je je eigen keuzes durft te maken. Omdat ze zien dat je die keuzes met de Here God maakt ook al zijn dat andere keuzes dan die jij maakt. Dat heeft allemaal met de vrije wil te maken in de manier waarop ik dat heb gedefinieerd.

In Romeinen 8 staat de uitdrukking: erfgenamen van God, wat betekent dat als God niet sterft?
Dat is een mooie vraag die beantwoord wordt in de Hebreeën-brief want de Hebreeën-brief zegt; een testament, een erfgenaam dat ben je op grond van een testament en testament en verbond is hetzelfde woord in het Nieuwe Testament, Nieuwe Verbond, Nieuwe Testament betekent ook Nieuwe Verbond en daar is de dood van de erflater, moet daaraan te pas komen. Dus de Hebreeën-briefschrijver zegt: Wij kunnen niet erven van God als het niet de dood is van de erflater, alleen dat is niet God, dat is de Here Jezus, de Zoon van God, die mens is geworden en als mens is gestorven. Dus de dood van Christus als mens is de weg waarlangs de erfenis kan worden geschonken. We hebben het over dat vers verder niet gehad, wij zijn erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus. Dat is een heet thema op zichzelf want dat idee van een erfenis wordt heel vaak in het Nieuwe Testament behandeld, in Kolossen 1 en in Efeziërs 1, 1 Petrus 1, elke keer komt die gedachte van een erfdeel naar voren en ik denk dat die erfenis altijd in verband staat met het Koninkrijk Gods. Wij zullen met Christus erven, dat betekent uiteindelijk Christus is nooit ergens anders dan waar Zijn gemeente is, waar Christus is, daar is de gemeente en waar de gemeente is daar is Christus, wij zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Als Christus straks zal regeren over alle dingen, zullen wij met Hem regeren. Als Hij zal geopenbaard worden in heerlijkheid, als Hij zal verschijnen in heerlijkheid zegt Kolossen 3 vers 4, dan zullen ook wij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. Als Hij terugkeert, Openbaringen 17 vers 14, dan zullen ook de geroepenen, de heiligen en getrouwen met Hem terugkeren. Hij is nooit meer ergens anders dan waar de kerk is, de gemeente is, en de gemeente is nooit meer ergens anders dan waar Hij is. Dat is zo letterlijk waar dat Paulus in Efeze 1 letterlijk zegt, de Statenvertaling heeft het goed, nieuwe vertalingen fout, de Thelosvertaling heeft het natuurlijk ook goed, er staat in Efeze 2 vers 6 dat wij in Christus gezet zijn in de Hemelse gewesten. Niet: 'we hebben daar een plaats gekregen' het is niet alleen maar dat we een toegangsbewijs gekregen hebben, nee, we zijn er, in Christus, want waar Christus is, daar is de kerk. Dat hebben de oude kerkvaders al gezegd, ubi Christus ibi ecclesia, daar waar Christus is, is de kerk en omgekeerd ook, waar de kerk is, daar is Christus, ze zijn onafscheidelijk verbonden. Er is niets wat Christus als mens verworven heeft, wat Hij niet deelt met ons. Ik het haal dat nog een keer. Alles wat de Here Jezus door het kruis verworven heeft als mens, deelt Hij met ons. Neem Johannes 17, maar er is een veelheid van gedachten, Johannes 17, daar zegt Hij, omdat Hij het werk heeft voleindigd en nu verheerlijkt Gij Mij Vader met de heerlijkheid die Ik bij U had eer de wereld was. Dat vraagt Hij op grond van het volbrachte werk. Maar dan zegt Hij, in vers 21 meen ik, de heerlijkheid die U Mij gegeven hebt, heb ik hun gegeven. Hij deelt de heerlijkheid die Hij verworven heeft, Hij heeft niets aan de eeuwige heerlijkheid als Gods eigen Zoon, die kan Hij niet delen met schepselen, maar wat Hij als mens verworven heeft, die heerlijkheid, en dat is toch weer die heerlijkheid die Hij al voor die tijd bij de Vader had, deelt Hij met ons. Denkt u daar maar eens over na. Is er iets wat de Here Jezus als Mens nu bezit wat Hij niet deelt met de gelovigen? Weet u voor wie dat vooral heilzaam is, zo'n vraag, om te beantwoorden? Voor mensen die in hun denken vaak nooit verder komen dan de vergeving van de zonden. Terwijl we zo onnoemelijk veel meer hebben gekregen. Het is heerlijk dat je mag weten dat je zonden vergeven zijn maar het is nog veel heerlijker als je ook nog weet van die twintig andere dingen die we hebben ontvangen. Ik noem maar wat. En daar horen al deze dingen ook bij. Want Christus, Hij is priester, Hij is Hogepriester, maar wij zijn ook priesters. Hij is Koning, wel, Hij is de Koning der koningen, maar wij zijn ook koningen. En zo kun je het noemen, het drie-voudig ambt van Christus zoals dat zo mooi in de calvinistische theologie heet, dat is ook het drie-voudige ambt van de gelovige. Er zijn zoveel van dat soort voorbeelden in de Schrift te vinden. Alles wat Hij heeft, ook dus de regering over de aarde, Hij is de erfgenaam van alle dingen. En die erfenis deelt Hij met ons. In Genesis 1 zijn Adam en Eva samen de regeerders over alle dingen. Dus de vrouw is wel degelijk tot het heersers-ambt geroepen, dat even als voetnoot erbij, want dat staat heel duidelijk in de scheppingsorde in Genesis 1. En straks in het Messiaanse vrederijk zal dat ook weer werkelijkheid worden, Christus regeert over alle dingen maar niet alleen. Hij regeert over alle dingen met Zijn gemeente, want die twee zijn onafscheidelijk verbonden. Alles wat het Hoofd heeft, heeft het lichaam ook ontvangen. Een zeer rijke gedachte.

Waar staat in de Bijbel de term: 'de Heilige Geest bezitten'? Ik dacht dat het alleen gaat over het ontvangen hebben.
Ja, nu wil ik niet moeilijk doen, maar als je iets ontvangen hebt, dan bezit je het toch? Of zie ik dat verkeerd? Misschien is er enige moeite met het woord 'bezitten' alsof wij erover kunnen beschikken. Alsof je het in je broekzak hebt. Misschien is daar de spanning, ik weet het niet. Maar het bijzondere is juist, en die gedachte geef ik alweer mee als huiswerk, dat de Here Jezus met name in het Johannes evangelie vaak zegt: Wie in Mij gelooft die heeft het eeuwige leven. Wat is dat hebben? Wij zien het eeuwige leven altijd als iets toekomstigs, we gaan naar het eeuwige leven. We sterven in de hope des eeuwige levens, maar wat betekent het dat je het nu hebt? Wat betekent het dat je de Heilige Geest ontvangen hebt? Dat de Heilige Geest dus in je woont. De Here Jezus zegt in Johannes 14, de Trooster zal tot jullie komen, de Geest der Waarheid die de wereld niet kan ontvangen, maar jullie zullen Hem ontvangen en Hij zal tot in eeuwigheid bij jullie blijven. Nou, dan kan er toch niet zoveel bezwaar tegen zijn om te zeggen dat wij de Heilige Geest bezitten? Maar als u aanstoot neemt aan de term, er zijn er genoeg andere termen om precies hetzelfde te zeggen.

Hoe zit het met teksten op jezelf betrekken? Kun je alles maar naar je toehalen, toe-eigenen die voor Israël gelden? Oud-Testamentisch teksten. Bijvoorbeeld de tekst: Ik heb je bij je naam genoemd, je bent van Mij, Jesaja 43. Of Jeremia, ik geloof dat het 29 is, gedachten van geluk en een hoopvolle toekomst.
Ja, ik vind dat wel een goede vraag. Christenen zijn vaak gewend om, althans, soortige christenen, u weet dat bevindelijk reformatorisch christenen en evangelische christenen verrassend genoeg veel op elkaar lijken, die hebben er allebei wel een handje van om de teksten uit hun context te halen, niet meer in het verband te lezen waarin ze staan, en zomaar klakkeloos op zichzelf toe te passen. Nou, dat was niet mijn bedoeling. Want dan kun je, daar is natuurlijk een grens aan gesteld, een heleboel dingen zijn zoiezo niet op ons van toepassing, je kunt niet zomaar teksten aan elkaar rijgen en dan op jezelf betrekken. Het gaat daar over Israël. Maar het gaat daar wel over het Israël dat in ballingschap is. Beide teksten gaan over Israël in de ballingschap, in grote nood, en in die nood biedt God een perspectief. Dat perspectief is dat van hoop, van herstel, van een teruggeven wat ze in het begin bezeten hadden. En ik geloof dat we mogen zeggen, ik ben natuurlijk iemand die mordicus tegen de vervangingstheologie is, dat de kerk in de plaats van Israël is gekomen, maar dat verandert niets aan het feit dat alles wat van Israël geschreven is, zoals 1 Korinthe 10 dat zegt, dat is voor ons geschreven. In die zin dat wij daar geestelijke lessen uit mogen trekken. Als dat niet zo was dan hoefden we ook niet meer te prediken uit het Oude Testament. We kunnen het allemaal geestelijk op onszelf toepassen als je daarbij natuurlijk de grenzen goed in het oog houdt, of het toepasbaar is. Als ik aan de geschiedenis van Israël denk, denk ik aan de geschiedenis van de kerk. Dat is niet hetzelfde maar wel bij wijze van toepassing. Paulus doet hetzelfde in 1 Korinthe 10. Hij zegt: Kijk nou eens naar Israël en hoe dat daar gegaan is. Nou, zo gaat dat nu met ons ook. Dezelfde beginselen, dezelfde principes zien we daar. En dan is het ook zo dat de kerk een lange periode van ballingschap achter de rug heeft, dat God daar altijd is met Zijn beloften. Ik geloof dat we zo'n tijd beleven, dat God bijzondere beloften waarmaakt om Zijn kerk die zo lang in ballingschap is geweest en dan bedoel ik met kerk natuurlijk heel breed, het geheel van alle gelovigen, dat Hij bezig is ons heel veel terug te geven. Dat hij ons nieuw perspectief geeft. Als we het maar willen zien en het willen ontvangen. Dus op die voorzichtige wijze, als je er goed mee om gaat, dan vind ik dat dat moet kunnen. Het toepassen van schriftgedeelten al zouden ze letterlijk op wat anders slaan.

Kom je niet in een soort kramp als je moet bereiken dat God trots op je kan zijn?
Als ik zulke mensen persoonlijk spreek zou ik tegen ze zeggen: 'Hoe is de relatie met jouw ouders eigenlijk? Heb je als kind dat ooit beleefd, dat je het fijn vond dat je ouders trots op je waren? Heeft dat ooit tot kramp geleid?' Misschien is het antwoord soms wel 'ja'. Sommige ouders zijn zo veeleisend wat betreft dat kind, het kind kan het nooit goed genoeg doen, er kan altijd meer bij op. Komt het met een goed rapport thuis dan zeggen ze allemaal genade van God, komt het met een slecht rapport thuis dan krijgt het straf. Maakt niet uit wat het is, het is nooit goed. Het kind kan er nooit aan tippen en dat maakt het kind ontzettend ontmoedigd. Het weet dat het nooit aan hen kan beantwoorden, het knokt om de respect, de liefde, de genegenheid van de ouders, dat is afschuwelijk. Heel veel van zulke mensen hebben hun hele leven daar last van. Tenzij ze heel grondig in het pastoraat komen om daarvan bevrijd te worden. Ik weet natuurlijk totaal niet wie deze vraag gesteld heeft maar ik kan me zo voorstellen dat u het thuis ook zo ervaren hebt. Dat je dan ook het idee naar God toe krijgt dat je in een zelfde soort kramp schiet. Want als je een heel goede relatie met je ouders hebt gehad, als je ouders gematigd reageerden als je het weleens fout deed maar uitbundig reageerden als je het goed deed, dan was het juist heel makkelijk en fijn en vrij om het gevoel te hebben 'mijn ouders zijn trots op mij'. Want je hoefde je niet in te spannen, je hoefde je niet enorm uit te sloven, je ouders maakten je duidelijk dat ze al trots op je waren gewoon omdat je hun kind was. Je bent toch in de eerste plaats trots op je kinderen om het feit dat ze je kinderen zijn? Al moet iedereen in zijn hart zeggen: 'Jongens, wat is dat een lelijke baby'. Maakt niks uit. Jij bent apetrots op die baby. Ik bedoelde dat ape nou niet als een leuke woordspeling, maar je bent gewoon trots op dat kind. Alleen al omdat het je kind is. Daar hoeft dat kind helemaal niets voor te doen. En heel veel kinderen als ze opgroeien weten dat ook, papa en mama houden van mij, ze zijn trots op mij omdat ik hun kind ben. Tegelijkertijd beseffen ze ook dat het wel verschil maakt of je beantwoord aan de verwachtingen van je ouders of niet. Maar die verwachtingen zijn nooit gespannen, nooit te hoog gespannen zodat je er nooit aan toe komt. Dat is een relaxte relatie. En hoe relaxter die relatie is, des te minders snel stel je zo'n vraag. Want God wil exact zo'n relatie, mag ik dat woord gebruiken, een relaxte relatie met ons. Hij wil niet dat we ons vreselijk inspannen alsof we Zijn liefde en Zijn respect moeten verdienen en alsof we er eigenlijk nooit aan kunnen voldoen. Die mensen heb je natuurlijk wel. Die zeggen daar kunnen we nooit aan voldoen dus die beginnen daar niet eens mee. En veel van die mensen mogen dat serieus menen, maar heel veel van die mensen zeggen het ook puur uit gemakzucht. We zijn nu eenmaal arme zondaars tot aan onze dood, we hebben dat vaker besproken, dus ze doen niet eens de moeite. Want het lukt toch niet dus dat doen ze maar niet. Er is altijd wel een bijbeltekst voor te vinden om dat te onderbouwen dus die beginnen daar helemaal niet aan. Maar als je weet, je hoeft je niet in te spannen uit eigen kracht, het is het werk van de Heilige Geest, alles waar Vader trots op is in ons dat is door Zijn eigen Geest in ons gewerkt. Dan kun je vanuit een heel ontspannen houding leven voor het aangezicht van Vader en weten dat Vader je niet veracht als je weleens in de fout gaat. En dat gaan we allemaal. Maar dat je ook bij Vader terug mag komen, dat je dingen in orde mag maken bij Hem, dat je elke keer opnieuw mag beginnen. Dat Hij je nooit laat vallen. Dat Hij nooit minachtend tegen je doet. En dat je elke keer weer opnieuw, met een schone lei mag beginnen om Vader een plezier te doen. Een van die dingen is juist dat het geen kramp is, is het besef, ik mag fouten maken bij God. Het is een moeilijke uitdrukking want mensen zeggen: 'Hoezo, je mag toch helemaal niet zondigen?' Nee, het mag niet, maar het mag toch. Het mag niet in de morele zin, de wet verbiedt het, maar het mag in die zin 'Vader schuift me niet aan de kant als het eens een keer misgaat'. Dat is het mooie, als je een goede relatie met je ouders hebt, dan weet je wat er ook gebeurt, niet dat je het erom doet, maar je weet, als het helemaal mis zou gaan, verstoten doen ze me nooit. Die gedachte komt niet eens bij je op. Dat is wat ik bedoel met een ontspannen relatie. En dan heb je zo'n vraag niet nodig. Echt niet.

In hoeverre kan je eigen inzicht of verstand je in de weg staan bij het volgen van de Heilige Geest of het ontvangen van de Heilige Geest?
Ja, dit is weer echt zo'n vraag, dan wil je de vraagsteller eigenlijk voor je hebben want je wil een beetje proeven 'wat is nu het probleem van die vraagsteller? Zit-ie nu met te weinig verstand of met te veel verstand ertussen?' Ik bedoel er zijn mensen dat je zegt tegen ze 'alsjeblieft, gebruik toch eens wat vaker je verlichte verstand'. De Heilige Geest, het Nieuwe Testament spreekt over een verlicht verstand. We hebben het verstand gekregen, 1 Joh. 5, om de Zoon te leren kennen. Hij heeft ons het, dat is het verlichte verstand, verlicht door de Heilige Geest, dus alsjeblieft, net zoals ik daarstraks zei van de wil, die wil moet niet gebroken worden, zo moet je verstand ook niet gebroken worden en je gevoel moet niet gebroken worden, ze moeten alleen worden opgevoed. Dat is een enorm verschil. Er is niks mis met je verstand, dank er God op je blote knietjes voor, het is een van de belangrijkste dingen waardoor je van de apen verschilt, om maar weer bij die apen terug te komen. Dus dank er God voor. Alleen, onderwerp het aan Hem, laat Hij het mogen vormen, laat Hij het mogen opvoeden, zodat het niet meer het verduisterd verstand is waar Efeze 4 over spreekt, dat de goddelozen kenmerkt. Ze kunnen een zeer hoog intellect hebben en toch is het verduisterd want het komt uit een valse bron. En het leidt tot valse resultaten. Je moet je verstand niet aan de kant schuiven, je moet het verstand onderwerpen aan dezelfde leiding van de Geest. Het is dus een verkeerd functionerend verstand, een verkeerd opgevoed verstand dat tussen jou en het volgen van de Heilige Geest instaat. Ja. Ik moet het kort houden want het is nog een klein stapeltje.

Ik ben heel blij met de uitleg Here of Vader. Ik ken het helemaal uit een gereformeerde opvoeding. Zelf gebruik ik Vader als aanspraak in mijn gebed. Vraag: Waarom zei Jezus aan het kruis: Mijn God waarom hebt Gij Mij verlaten? En niet Vader, waarom hebt Gij Mij verlaten?
Omdat ik denk dat je niet mag zeggen dat de Zoon door de Vader verlaten werd. Maar dat je wel kan zeggen dat de mens Christus Jezus door God verlaten werd. Het is een moeilijk onderwerp hoor en ik aarzel om over die dingen wat te spreken want je gaat zo gauw de fout in als het gaat over de Persoon van Christus. Het heeft te maken met het grote wonder dat de Here Jezus is God en Mens in een Persoon. Waarachtig God, Waarachtig Mens. Als je zo wilt, 100% God en 100% Mens. Als de Here Jezus sterft dan is dat als Mens, God kan niet sterven. Ik hou niet van de uitdrukking van Luther: De gekruisigde God. Daar kan ik echt niks mee. Daar ga je scheef. Dan ga je die twee naturen weer door de war gooien. Hij is als Mens gestorven, als Mens is Hij door een Heilig en Rechtvaardig God tot zonde gemaakt en in die situatie zegt Hij: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten. Maar als het gaat om de Zoon en de Vader dan zegt Hij in Johannes 16 als Hij op weg gaat naar het kruis, Ik ben niet alleen want de Vader is met Mij. Meer zeg ik niet, ik heb in mijn boek; De Christus van God, deel twee van mijn dogmatiek heel uitvoerig hierover geschreven, dan kun je je woorden eindeloos wikken en wegen dat je denkt, ik hoop dat het er nu een beetje gebalanceerd staat, maar verder zeg ik er nu niets over. Het antwoord luidt: Hij zei het omdat Hij als Mens tot God sprak en het zo ervoer. Terwijl op een of andere wonderbaarlijke wijze de gemeenschap van de Vader en de Zoon als Personen in de Godheid ongebroken is, daar kan geen scheiding tussen komen.

Het leven met de Psalmen zou afstandelijkheid geven? De Here Jezus heeft voor dat intieme moment met Zijn Vader in Getsemane, het groot hallel, de Psalmen gezongen en toen zij de lofzangen gezongen hadden, als de Here Jezus daar de Psalmen op de lippen neemt, dan neemt u het mij toch niet kwalijk dat ik dat ook zou doen? Is men in evangelische kring daaraan ontstegen?
Heerlijk om weer wat misverstanden recht te kunnen zetten. Ik zing heel graag de Psalmen. Als u thuiskomt zult u zien dat een van de boeken op mijn piano, dat zijn de voorspelen van de Psalmen. Ik ben vergeten wie dat gemaakt heeft, maar ze zijn erg mooi. Het is niet meneer Worbt, maar die andere. Ik speel ze heel graag en dat komt gewoon omdat ik ze in evangelische kringen nooit zing. Dus op die manier probeer ik dat enigszins te vergoeden. Dat is het eerste, dus ik ben er helemaal niet op tegen, waar ik op tegen ben is de mensen die alleen maar Psalmen willen zingen en denken dat dat God welgevallig is. Er staat in Efeze en Kolossen Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en als je alleen psalmen wil zingen van die drie dan ben je gewoon eigenwijs, dan wil je het beter weten dan Paulus. Maar waar het mij vooral om ging is natuurlijk niet, trouwens, dat is nog zelfs de vraag of Paulus het daar heeft over de Psalmen van het Oude Testament, daar zijn de uitleggers het ook nog niet helemaal over eens, dat de Here Jezus het Hallel zong, dat was omdat dat sinds jaar en dag de Joodse traditie was. Tot op de dag van vandaag is dat zo. Volgende week is het weer Pesach avond of Ceder avond en dan worden weer die Psalm 113 tot en met 118 gelezen. Natuurlijk heeft de Here Jezus dat gedaan, wat zou Hij anders gedaan hebben? Maar dat is voor ons geen reden om alleen maar psalmen te zingen. Dan was Maria al in de fout omdat ze een eigen lied bedacht en Elisabeth en al die anderen. Waar het vooral om gaat is dat mensen zeggen: Er mogen geen andere dingen dan Psalmen gezongen worden. Dat heeft twee belangrijke kanten, in de eerste plaats is het totaal tegen de geest van de Schrift, omdat Paulus schrijft over de psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Maar het tweede is, dat is ook belangrijk, alle fundamentele christelijke waarheden komen in de Psalmen niet voor. Wilt u dat even tot u laten doordringen? Mijn relatie tot de Vader daar hebben we het daarstraks over gehad. De Here Jezus verheerlijkt aan Gods rechterhand, ja ik weet het, je kunt altijd psalm 110 zingen, het eerste vers, maar al die grote dingen, de uitstorting van de Heilige Geest, de opstanding van de Here Jezus Christus, de verzoende waarden van Zijn lijden en sterven, al die dingen waarover wij zulke heerlijke liederen hebben gemaakt, waar Luther die prachtige koraal heeft gemaakt. Het zijn alleen calvinisten die dat bedacht hebben dat ze alleen psalmen mogen zingen. Geen enkele andere richting heeft dat ooit bedacht voor zover ik weet. Alle kerkelijke richtingen en dat zijn er vele, hebben hun eigen liederen gemaakt. Waarom? Om tot uitdrukking te brengen de heerlijke waarheden van het Nieuwe Testament. De Here Jezus, God en Mens in een Persoon, de Here Jezus uit de maagd geboren, al deze dingen, je kunt er nog zoveel opnoemen en als je dus alleen maar die Psalmen zingt, dan gaan die Psalmen jou vormen. Als je een Oud-Testamentische gelovige was, zou dat helemaal niet erg zijn, maar als ze jou gaan vormen betekent dat dat al die tijd de meest wezenlijke dingen van uw christenleven buiten haakjes worden geplaatst. Want die komen er niet in voor, het is een Oud-Testamentisch boek. Al die fundamentele waarheden van het Nieuwe Testament komen daar niet aan de orde. Dat betekent dat u zichzelf door u te beperken tot, hoe mooi die Psalmen ook zijn, ik galm ze zelf ook graag achter de piano mee, daar gaat het niet om, maar ik zal het niet in mijn hoofd halen om voortaan alleen maar Psalmen te willen zingen, want het is een deel van de totale openbaring, maar naast die Psalmen wil ik ook graag lofzangen en geestelijke liederen. En welk boek het is, of het nu Opwekking is, of het is Glorieklokken of het is Johan de Heer of hoe ze ook allemaal mogen heten, dat maakt niet uit, of het zijn liederen die u zelf hebt geschreven, als het maar liederen zijn die uitdrukken hoe ik het leven met de Here als kind van God, het leven met de Vader en met de Zoon, beleef. Al die dingen die mij zo dierbaar zijn, mijn relatie tot de Vader, de verheerlijkte Christus aan de rechterhand van God, de Heilige Geest die ons leidt, al die dingen plaats ik buiten haakjes en dat gaat u vormen. Dat gaat uw hele geestelijke richting bepalen. En dat merk je aan mensen als ze bidden, ze bidden op een Oud-Testamentische manier. Dat was toen prachtig maar intussen zijn we verder. Er is een voortgang in de openbaring van God. En waarom zijn we zo dat wij die voortgang in de openbaring van God terzijde leggen en terug willen keren naar een vroegere fase? Daar zijn een heleboel theologische redenen voor maar dat voert veel te ver om dat nu uit te leggen. Maar die zouden op zichzelf erg belangrijk zijn om aan de orde te stellen. Waarom is dat zo? Dat hangt onder andere samen met de leer van de kerk van Adam af. En dat is een van de redenen daarvoor. Maar er zijn nog een heleboel andere redenen. Nog een ding: Is men in evangelische kring daaraan ontstegen? Ik heb meermalen meegemaakt dat we lekker enthousiast een heleboel Opwekkingsliederen hebben gezongen en dat iemand zei: Kom laten we nu eens een Psalm zingen. We hebben er net ongeveer 6 gezongen, vriend, heb je dat niet gemerkt? Nee, het waren niet de berijmingen van 1773, dat klopt. Maar zie je hoe dat in het denken werkt? Dus het is nog niet eens Psalmen zingen, het moet ook nog de berijming van 1773 zijn. Geef mij dan maar een heleboel Opwekkingsliederen waar die Psalmen onberijmd puur en letterlijk gezongen worden zoals ze in de Schrift staan. Dus dat is nog een extra probleem, ja, nu hebben jullie mijn mond opengebroken, want in de berijming zitten een heleboel theologische misverstanden. Als ik vraag aan iemand; waar staat in vredesnaam in de Bijbel dat wij bij Israël zijn ingelijfd, dan zegt hij: Psalm 87. Maar dat staat er niet, dat staat in de berijming. Dat staat niet in Psalm 87. Dus er staan zelfs theologische fouten in de berijming. Dus ze zingen niet de Psalmen, ze zingen een menselijke vervorming ervan, want het moet op rijm. Zing dan zoals in de bundel Opwekking een aantal Psalmen die letterlijk uit de Bijbel overgenomen zijn, niet op rijm, maar letterlijk gezongen worden zoals ze er staan. Zo nu hou ik erover op. Tot over een paar jaar, dan komt die vraag weer eens een keer.

U zegt terecht dat Gods kinderen een nieuwe wet in hun binnenste dragen. God wil trots zijn op Zijn kinderen. De vraag is hoe dat het meest tot uitdrukking komt? Door blind te varen op die wet in ons? Geldt niet juist van Christus dat Hij de wet draagt en volmaakt? Is God niet het meest trots op ons als wij Hem verheerlijken en zelf steeds minder worden?
Ja, ik heb die wet er daarstraks even terzijde bij genomen. Luister, hoe moet ik dat nu zeggen? Aan de ene kant, als evangelische mensen zeggen; we hebben met die wet niets meer te maken, dan dwalen zij. Om het zo maar te zeggen. Paulus zegt; je moet door die wet niet zalig willen worden maar hij zegt evenzo rustig in Galaten 6 vers 2: Draagt elkanders lasten want zo vervult u de wet van Christus. Even tussen haakjes, wat die wet van Christus is, of dat dezelfde is als de wet van Sinaï, ik denk van niet, dat is ook een groot, belangrijk punt, maar dat terzijde. In ieder geval, we staan onder de wet van Christus. Ikheb daartraks geciteerd uit 1 Korinthe 9 vers 20, 21, 22, waar Paulus zegt: ik ben niet onder de wet, waarvan akte, maar ik ben in Christus wettelijk onderworpen. Wij zijn niet onder de wet, maar onder de genade. Onze verhouding tot Christus wordt niet gereguleerd door een wet. En als het een wet is, dan is het een wet die in ons hart is. Dat is de wet van de nieuwe natuur. Dat is wat Jakobus noemt de wet van de vrijheid. En die wet van de vrijheid dat betekent als wij ons laten leiden door de Heilige Geest, dan is het, dat hebben we de vorige keer gezien in Romeinen 8 vers 4, dan is het de Heilige Geest die de wet in ons vervult. Die wet wordt niet door ons vervuld, maar door de Heilige Geest in ons vervuld. Als heel veel christenen dat op zich in lieten werken, zou heel veel wetticisme al overwonnen zijn. U hoeft de wet niet te vervullen, dat doet de Heilige Geest in u. Het enige dat u moet doen is zich openstellen voor de Heilige Geest. Dat is weer zo'n dramatisch uitspraak, die moet u gewoon rustig met u meenemen en erover nadenken, die moet u wegen op uw tong. Overwegen in uw hart. U bent niet geroepen om een wet te volbrengen, maar u bent geroepen om u door de Heilige Geest te laten leiden. U kunt zeggen; dat komt op hetzelfde neer, maar dat is totaal mis. Het is een totaal andere levenshouding. Een totaal andere instelling. Ik heb u al eerder het voorbeeld gegeven van een man die, pasgeleden, weet u nog wel, van de man die niet aan de vrouw van zijn naaste komt omdat het zevende gebod dat verbiedt. Dat is wetticisme. Maar er is ook de man die niet aan de vrouw van zijn naaste komt omdat zijn vrouw de liefste en de mooiste en de beste is van de hele wereld, hij komt niet eens op de gedachte. Dat is geestelijk gesproken je laten leiden door de Heilige Geest. Het is een totaal andere wereld, een andere manier van denken. Een andere manier van leven. Het is moeilijk om dat hier op de late avond even kort samen te vatten maar denk er maar over na. Het komt niet op hetzelfde neer, het is een andere instelling. Je doet de dingen vanuit een andere motivatie. Maar het is de Psalm die zegt: Hoe lief heb ik Uw wet, nietwaar? Psalm 119. Maar de Nieuw Testamentische gelovige zegt: Hoe lief heb ik de Heer. En als je de Heer liefhebt, dan doe je een heleboel dingen niet. Niet omdat ze niet mogen, maar omdat het niet in je hersenen opkomt. Dat is het grote verschil. Wij doen dingen niet niet meer omdat ze niet mogen, twee keer staat er in de eerste Korinthe brief, alles is geoorloofd, en het begint al te kriebelen als ik dat zeg; er staat twee keer, alles is geoorloofd, hoort u dat? Alleen niet alles is nuttig, niet alles bouwt op. Maar dat is niet omdat de wet iets verbiedt, want alles is geoorloofd. Alleen als je de Here Jezus liefhebt en je volgt de Here Jezus na dan weet je dat alles wat je wil doen, dat zijn de dingen die tot eer van Zijn Naam zijn en tot zegen voor de mensen om je heen, dat zijn je motieven. Maar niet omdat iets niet mag. Alles mag, wow. Dit zijn echt doordenkertjes, hè, jullie krijgen het wel weer voor de kiezen. Alles mag, maar je doet het gewoon niet. Het zijn allemaal avondvullende vragen eigenlijk, dus ik moet het hier toch maar bij laten.

Wat bedoelt u precies met wat u zei: Als je alleen maar de Psalmen zingt, dan houd je een afstandelijke relatie? Er staat bijvoorbeeld ook in Psalm 18: 'Met mijn God spring ik over een muur en kan ik door een sterke bende dringen.' Heeft dit te maken met het verschil tussen Oude en Nieuwe Testament?
Luister, er staan ontzettend veel dingen in de Psalmen die fantastisch zijn en heerlijk zijn en vreugdevol zijn en waar je je hart aan kan ophalen. Of het nu onberijmd of berijmd is, en of het nu 1773 is of 19, wat was het? Maakt allemaal niet uit. Daar gaat het mij niet om. Het is het geïnspireerde werk van God. Ik heb niet negatiefs over de Psalmen gezegd, geen woord. Ik heb negatief gesproken over mensen die hun hele geestelijke leven daardoor laten vormen en bepalen, daar had ik het over. Ik had kritiek op u, niet op de Psalmen, dat mag ik nog wel even heel duidelijk zeggen. Er staan prachtige dingen in de Psalmen, alleen zo mogen niet uw hele geestelijke leven gaan uitmaken. En ik weet dat dat gevoelig ligt hoor. Ik weet dat het gevoelig ligt. Voor een heleboel mensen. En dat kan ik nog wel begrijpen ook. Paulus adviseert onder andere ook om Psalmen te zingen. Ja, zeker, maar u heeft mooi die geestelijke liederen en lofzangen erbuiten gelaten.

En hoe kon je als kind je ouders die God kenden, gehoorzamen terwijl je op een totaal andere golflengte zit? Gehoorzamen betekent in mijn geval het opgeven van heel veel voor mij geloofsopbouwende dingen.
Nou, daar ben ik het helaas niet mee eens. Het ligt er een beetje aan hoe oud u bent, als dit een vraag is van een, maar daar ziet het niet naar uit, dertienjarige, dan zou ik zeggen: 'Nou, hou het nog maar een beetje bij wat je ouders vinden.' Als dit een vraag is van een achttienjarige, dan word ik er wat benauwd van. Als het een vraag is van een vijfendertigjarige dan moet ik straks ernstig met u spreken. Het is een absolute onwaarheid zoals sommige mensen beweren dat je je hele leven je ouders moet gehoorzamen. Terwijl je weet dat sommige dingen, die je ouders je hebben bijgebracht, niet goed zijn. Terwijl je weet wat de Heilige Geest van jou vraagt. Terwijl je weet wat de Schrift van jou vraagt. Dat je jezelf wijsmaakt dat je je ouders moet gehoorzamen. De Schrift zegt: je moet je ouders eren. En je eert ze niet door blindelings na te doen wat zij gezegd hebben, wel als je 13 bent, maar niet als je 23 bent, je eert ze door te zeggen: 'Pa en ma, als jullie er niet geweest waren, menselijk gesproken, hoe had ik ooit het evangelie leren kennen? Daar ben ik jullie ontzettend blij en dankbaar voor en alles wat jullie hebben laten zien, maar nu sta ik zelf in het leven. En nu moet ik de keuzes maken die mede door jullie onderwijs zijn bepaald, maar die vooral bepaald worden door wat de Heilige Geest mij laat zien.' Toen ik de keus wilde maken of ik me bij de zelfde geloofsgemeenschap wilde aansluiten als mijn ouders, toen heb ik gedacht: Ik wil dat absoluut niet doen omdat mijn ouders dat ook gedaan hebben. Ik wil me dat zelf eigen maken en veroveren. En dat is met heel veel dingen gebeurd. En als ouders ben je niet altijd blij met de keuzes die je kinderen maken. Dat geldt voor ons ook naar onze kinderen toe en dat geldt voor mijn ouders naar hun kinderen toe. Je bent er niet altijd blij mee. Maar je zegt dat niet, want je bent zelf niet de norm voor hun leven. De norm voor hun leven is Woord en Heilige Geest en niet papa. En als papa, Woord en Heilige Geest harmoniëren, halleluja. Maar als papa, Woord en Heilige Geest met elkaar in strijd zijn, dan moet je er trots op zijn als jouw kinderen doen wat zij naar eer en geweten beschouwen wat Woord en Heilige Geest willen. Dan moet je er trots op zijn dat ze niet doen wat jij ze hebt bijgebracht maar dat zij hun eigen afweging maken naar de Heer toe. Want daarvoor leid je ze op. Misschien moet ik dat nog tenslotte zeggen, het laatste, nee, ik heb nog een vraag, dat is het laatste. Je voedt ze niet op van je moet dit en je moet dit en je moet dat, daar heb je weer dat wettische. Hier heb je de regels en daar moet je je de rest van je leven aan houden. Dat moet je helemaal niet doen. Wat je tegen ze moet zeggen is: 'Kijk, zo doen papa en mama dat, als ze een vraag hebben dan gaan ze bidden tot de Here God en dan luisteren ze naar de stem van de Heilige Geest en dan doen ze tenslotte wat ze denken dat de Heilige Geest van hen vraagt. En zo moeten jullie ook als je in belangrijke situaties een keuze moet maken, zo moeten jullie ook je antwoorden vinden.' Ouders brengen hun kinderen niet de antwoorden bij, ouders brengen hun kinderen bij hoe ze de antwoorden kunnen vinden. Alweer iets om over na te denken. Maar dat is zo'n ontzettend belangrijk verschil. Uw antwoorden zijn niet zaligmakend, maar de manier waarop wij onze kinderen leren hoe zij de antwoorden kunnen vinden uit Woord en Heilige Geest, dat is belangrijk.

Tenslotte, iedere meerderjarige Nederlander wordt geacht de wet te kennen met alle gevolgen van dien. Wat zijn de gevolgen als je als inwoner van Zijn Koninkrijk de wet niet kent? Wat doet de Heilige Geest daaraan?
Ja, ik denk dat ik nu genoeg daarover verteld heb eigenlijk. Bij de beantwoording van al die andere vragen. Heilige Geest en wet zijn niet met elkaar in strijd. Ik heb al gezegd Romeinen 8 vers 4, het is de Heilige Geest die juist de wet in ons vervult. Als je de wet erbij wil halen, prima, dan zeg je dat doet de Heilige Geest in mij. Het gaat weleens mis, maar dat komt dan omdat ik de Heilige Geest niet aan het werk liet. Maar over de wet hoeven we ons niet te bekommeren, Christus is het einde der wet voor ieder die gelooft, Romeinen 10 vers 4. Dus de wet is mijn zorg niet meer, de zorg is de leiding van de Heilige Geest. En als ik mij onderwerp aan die leiding van de Heilige Geest, zal die Geest in mij, niet door mij heen, of ik ben het niet, maar Hij doet het in mij, dan zal Hij de eisen van Gods wet vervullen. Dus dat is al een zorg minder. Want dat is niet het uitgangspunt, dat is niet de basis, het richtsnoer voor je leven. Als je je ellende wil leren kennen dan is de wet van God heel nuttig. Maar niet om te weten hoe je je leven moet leiden. Om je leven te leiden heb je de leiding van de Heilige Geest nodig. En het bewaart je voor alle wetteloosheid, maar ook voor alle wetticisme. Denk erom, in de Bijbel is wetticisme een even groot kwaad als wetteloosheid. En de enige manier om van allebei verlost te worden is de leiding van de Heilige Geest in je leven. Want als je door hem geleid wordt val je niet in de zonde van het wetticisme. Wetticisme, dat heb ik vaker gezegd, is alleen maar een doekje voor het bloeden. Hoe minder geestelijke substantie, hoe strenger de wetten. Want wat je dan niet op geestelijke wijze bereikt, kun je dan bereiken door muurtjes op te richten van wat wel mag en niet mag. De do's en de don'ts. Maar iemand die door de Heilige Geest geleid wordt heeft dat niet nodig. En wetteloosheid wordt daar ook bij afgesneden, want als je door de Heilige Geest geleid wordt, dan ben je geen wetteloze. Val je niet in de losbandigheid. Eigenlijk klinkt dat zo eenvoudig maar om dat geestelijk werkelijkheid te laten worden in je leven moet je er echt over doordenken en bidden. Het spijt me dat er wel erg veel van dat soort dingen waren die u moet doordenken en doorbidden, maar dat is helemaal niet erg. En als u zegt, dit was me allemaal teveel, dan draait u dit bandje nog maar eens af, dan begint u gewoon weer opnieuw. En dan hoort u aan het eind weer diezelfde woorden, dan begin je gewoon weer opnieuw. De heilige traditie is weer werkelijkheid geworden, het is half elf. Dit is de enige plek waar het zo lang duurt, maar dat komt omdat we hier ook heerlijk zingen.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?