Hart voor Waddinxveen


(7) Lezing gehouden op 3 april 2009 over "Geleid door de Heilige Geest" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zaterdag, 19 september 2009 21:50

Wij gaan samen lezen uit Romeinen 8. Dat hebben we zojuist al gedaan en we lezen nu vanaf Romeinen 8:14 en ik lees weer uit de Thelosvertaling, omdat dat de minst slechte vertaling van Nederland is. Het blijft maar mensenwerk, vertalen.

Want allen die door de Geest van God geleid worden, die zijn zonen van God. Want u hebt niet ontvangen een geest van slavernij, maar een geest van zoonschap, waardoor wij roepen 'Abba, vader’. De Geest heeft Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn. En zijn wij kinderen, dan ook erfgenamen. Erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus als wij inderdaad met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

Ik lees er nog 1 of 2 verzen bij, vers 19: De schepping verwacht reikhalzend de openbaring van de zonen van God. In vers 21 horen we dat de schepping zelfs zal worden vrijgemaakt van de slavernij van de vergankelijkheid tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. En ten slotte in vers 23: en wijzelf die de eerstelingen geest hebben, ook wij zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap, de verlossing van ons lichaam. Tot zover de lezing uit het Woord van God.

Boven deze avond staat geschreven: geleid door de Heilige Geest. Maar die titels geef je altijd lang van tevoren op en later had ik bedacht dat ik het beter had kunnen noemen: kindschap en zoonschap. Ik wil vanavond met u nadenken over wat het betekent dat wij kinderen van God zijn en of wij zonen van God zijn. Hebt u een andere vertaling dan de NBG of de Thelosvertaling, dan hebt u een probleem. Of het nu de Statenvertaling is of de Groot Nieuwsbijbel of de Willibrord of de Nieuwe Bijbelvertaling, noem het maar op: ze vertalen allemaal twee keer hetzelfde. Al staat er in het Grieks kinderen en zonen, men doet net alsof dat hetzelfde is. De Statenvertaling heeft dat helaas ook gedaan. Ik heb ervoor gepleit om het in de Herziening te herzien, maar ik ben vergeten of ze het gaan doen, dus dat wachten we maar af. Ik heb er wel sterk voor gepleit. En onder ander met dit argument: als we nu niet precies weten wat het verschil is, kun je het aan de uitleggers overlaten of er verschil is of niet. Maar help in ieder geval de lezer om het verschil te zien een kind of een zoon van God te zijn. Voor de zusters in ons midden hoop ik dat u het niet erg vindt. Ik zal het woord dochter één keer gebruiken vanavond, maar meestal heb ik het over zonen. Maar wij, broeders, vinden het ook niet erg om tot de bruid van Christus te behoren, dus u hoeft het niet erg te vinden om zonen van God genoemd te worden.

 

Kinderen en zonen. Laten we maar beginnen met vast te stellen dat in vers 14 in elk geval zonen van God staat. Straks komt het verschil tussen die woorden wel. Die zonen van God worden geleid door de Heilige Geest, dat is hun kenmerk. We hebben in vorige avonden gezien dat het al heel geweldig is als je mag zeggen dat je de Heilige Geest bezit. En we hebben gezien dat het voor velen nogal een theoretische aangelegenheid is. Van de week las ik in een boek: als je wilt weten of je de Heilige Geest hebt, lees je dat toch niet in een boek? Zelfs niet in de bijbel. Je wilt dat toch ook ervaren in je eigen leven. Nou dit is een heel bijzondere manier om het te ervaren. Namelijk, om door de Heilige Geest geleid te worden. Paulus had voor ons gevoel makkelijk kunnen schrijven: zovelen dan de Geest van God bezitten, zijn zonen van God. En als dat er gestaan had, zou dat op zichzelf volkomen juist zijn geweest. Maar ik druk het altijd graag zo uit: God heeft er geen aardigheid aan om het zo te zeggen, want hij weet hoe gemakkelijk het mogelijk is dat je de Heilige Geest bezit, maar dat je je door de Heilige Geest niet laat leiden. In het eerste gedeelte van het hoofdstuk, waar we de vorige maal wat bij stilgestaan hebben, en we hebben daar net ook weer uit gelezen, daar horen we over het contrast tussen het leven door de Geest en leven door het vlees. Als we leven door het vlees, dan wil dat zeggen dat het zondige ik elke keer weer de overhand heeft. Niet alleen maar: merken dat Hij er nog is, maar ook daadwerkelijk de leiding in handen heeft. En daartegenover staat het leven door de Geest. En dan heeft niet ons oude ik de leiding, maar dan heeft de Heilige Geest de leiding. We hebben daarbij twee vragen te beantwoorden. Ten eerste: waaraan is dat te herkennen, dat je door de Heilige Geest geleid wordt? En ten tweede: hoe kom je zover dat je door de Geest geleid wordt? Wat moet je daarvoor doen?

Waaraan kun je het herkennen? Ik denk dat we een onderscheid moeten maken tussen wat we in 1 Johannes 2 lezen, dat we te maken hebben met baby’s in het geloof, jongelingen in het geloof en vaders in het geloof. Vaders in Christus. Als we even de vergelijking maken met een aards gezin, weten we allemaal dat de manier waarop je een driejarig kind leidt is een andere dan je een dertienjarige zoon of dochter leidt. Als je drie bent, wordt je geleid zonder dat er naar jouw persoonlijke mening wordt gevraagd. Als een kind drie is en het zegt waarom moet ik dit doen, dan zou je – het is niet sterk, maar het zou kunnen – kunnen zeggen: "omdat ik het zeg." Als je kind dertien is en je zegt dat nog steeds, dan moet je je ogen uit je hoofd schamen. Dertienjarige kinderen zijn oud genoeg om uitleg te mogen verwachten. En als ze zestien zijn en je zegt dat nog steeds, dan moet u niet verbaasd opkijken – ik zeg het maar heel hard – als ze straks hun eigen wil doen als ze achttien zijn. En dan moet u ook niet mopperen 'ik heb het ze zo goed voorgehouden’, want dat hebt u juist niet. U hebt ze geprobeerd kadaverdiscipline bij te brengen. Als een klein kind in het geloof door de Heilige Geest geleid wordt – en veel christenen blijven helaas voor een groot deel van hun leven of hun hele leven kleine kinderen, vaak omdat ze ook niet eens weten dat er meer is dan dat en dus gedragen ze zich ook als baby’s – voor hen zou leiding inderdaad zijn dat de Heilige Geest stap voor stap zegt wat ze moeten doen, zonder dat ze daar erg over na hoeven te denken. Veel leven ook op die manier, waarbij de stem van de Heilige Geest dan tot hen komt, eerst door hun eigen ouders, later door voorgangers en andere ambtsdragers. Ze hebben constant behoefte aan te horen: wat moet ik doen? Ik herinner me nog een gemeente die ik zelf regelmatig bezocht jaren geleden. Daar vertelde een broeder over een oudere broeder. Die was al een stuk ouder: hij had mijn ouders getrouwd. Als de broeders in de vergadering wat van hem wilden weten dan gingen ze naar hem toe en dan hield hij eerst een heel lang referaat, want hij wilde ze graag opvoeden tot zelfstandig nadenken. Maar die broeders wachtten geduldig af, want aan het eind zou hij ze vertellen wat ze moesten doen en daar kwamen ze voor en de rest kon ze niet veel schelen. Ik weet niet of het waar is, ik heb het niet zelf meegemaakt, maar ik kan me het wel indenken. En ik weet wel dat zulke mensen er altijd bewust voor kiezen om kleine kinderen te blijven en dan is het erg makkelijk als pa of ma, of in dit geval een voorganger, vertelt wat je moet doen, dan hoef je zelf niet na te denken. Kind blijven is een kwestie van onwetendheid heb ik net gezegd, maar het is ook vaak een kwestie van pure gemakzucht. Als je ouder wordt, ook in je geestelijke ontwikkeling, dan is dat een andere zaak. Dan betekent leiding van de Heilige Geest veel meer dat je zelf een gevormd geweten hebt, een opgevoed geweten. Dat je zelf een inzicht hebt verworven over de weg die God wil dat je gaat. En dan bedoel ik niet alleen dat je je houdt aan de regels van de wet, maar ook dat je gaat onderkennen: wat is mijn specifieke taak in het Koninkrijk Gods, wat is mijn bediening? Wat mag ik nou doen voor de Heer? Dan betekent leiding van de Heilige Geest veel meer dat je zelf met wat de Heere God je zelf heeft gegeven wordt ingeschakeld. Ik zal je een klein voorbeeld geven. Ik ben hier met de auto gekomen en ik ben daarin de baas. Als ik zus draai aan het stuur gaat hij de ene kant uit en als ik zo draai aan het stuur, gaat hij de andere kant uit. Hij gaat net zo hard als ik wil en dat geef ik aan door op het gaspedaal te drukken, enzovoorts. Die auto heeft helemaal niets in te brengen. Ik zeg wel eens een keer als ik een lange reis moet maken: weet je wat, als jij mij nou daarheen brengt, beloof ik jou dat ik je weer terugbreng. Maar in feite ben ik het steeds die het doe hoor. Dat wil zeggen, ik heb absoluut de autoriteit in die auto: hij doet wat ik wil. En anders ga ik naar de garage als hij niet doet wat ik wil. Maar er zijn ook wel eens gelegenheden – ik wandel graag en dan neem ik een gids mee. Die gids die vertelt mij: dit is een leuke route, maar ik bekijk zelfstandig dat kaartje en ik denk: nou, ik kan dat stuk eigenlijk best afsnijden, of het is eigenlijk ook wel leuk om daar nog even een draai te maken, ook al staat hij niet op de kaart. Het is een gids die met me meegaat, ook al is het in de vorm van een boekje en die me vertelt: dit zou een goede weg zijn. Maar ik word daarbij ingeschakeld met mijn eigen inzicht. Nu is dat een moeilijk onderwerp, want de Schrift zegt ook in Spreuken 3: vertrouw op uw eigen inzicht niet. We moeten onze rol dus niet al te hoog aanslaan. Het is goed om naar de stem van de Heilige Geest te luisteren, zoals die via het Woord en via hen die dat Woord uitleggen tot ons komt. En toch is er een verschil. Een klein kind krijgt te horen wat hij moet doen, maar weet niet waarom. Dat is ook in het wetticisme zo. Je houdt je aan de regels, ook al weet je eigenlijk al lang niet meer waarvoor die regels eigenlijk ontworpen waren. Je weet: zo hoort het, zo doen we het. We weten allang niet meer waarom, maar we blijven het zo doen. Als je geestelijk inzicht ontwikkeld, begrijp je hoe de Heilige Geest je leidt en je begrijpt ook waarom Hij je zo leidt. Dat is het ontwikkelen van eigen inzicht. Je gaat steeds meer de Heilige Geest volgen met inzicht, met begrip waarom Hij je zo leidt. Eigenlijk komt dan de leiding van de Heilige Geest heel dicht bij de verlangens van jouw eigen nieuwe natuur te liggen. Hoe meer die nieuwe natuur die in ons is opgevoed wordt door de Heilige Geest, des te meer die nieuwe natuur weet wat van haar verwacht wordt en wat niet. De leiding van de Heilige Geest is dan een zaak van volwassen christen worden. En dat vindt God, als ik het heel menselijk mag zeggen, prachtig. Ik hoop dat u het niet al te gewoon vindt, maar God wil graag trots op zijn kinderen zijn. Dat willen we toch allemaal? Je wilt plezier hebben van je kinderen. Ik gebruik wel eens het voorbeeld: als iemand met een paar vrienden over straat loopt en hij komt langs een café en daarbuiten ligt dronken één van zijn zonen, stoot hij niet zijn vrienden aan en zegt: dat is een zoon van mij! Daar kan hij niet trots op zijn. Hij zegt tegen die vrienden: lopen jullie maar even door en kijkt naar die zoon om. Maar hij is er niet trots op om te zeggen: dat is een zoon van mij, want die zoon is op dat moment niet tot eer van die vader. Hij handelt ook niet zoals die vader dat eigenlijk zou willen. Daarom zegt God niet alleen als je de Heilige Geest bezit ben je van mij, maar als je door de Heilige Geest geleid wordt. Er zijn nog twee voorbeelden in het nieuwe testament waarin je datzelfde ziet. En ik wil ze kort met u doornemen. Dat is in de eerste plaats in 2 Korinthe 6. En dat is de enige keer dat ik het woord dochter in de mond neem, omdat het daar staat. Het is ook de enige keer in het NT dat gelovigen aangeduid worden als zonen én dochters. In 2 Korinthe 6, daar zegt de Heere God, daar zegt Paulus, geleid door de Heilige Geest, in vers 17, 'daarom gaat weg uit hun midden'. Dat is als je tenmidden van de duisternis, van de wetteloosheid, van Belial, van de ongelovigen, van de ongerechtigheid verkeerd. 'Ga weg uit hun midden en scheid u af, zegt de Heere, en raak niet aan wat onrein is, en ik zal u aannemen. En ik zal u tot Vader zijn en u zult mij tot zonen en dochters zijn zegt de Heer de Almachtige'. Deze verzen gaan terug op verschillende citaten uit het OT, dat hoeft ons verder niet bezig te houden. En Paulus citeert het hier. En hij geeft daarmee precies datzelfde principe aan als in Romeinen 8. Wanneer heeft de Vader daar nou vreugde aan om ons Zijn zonen en dochters te noemen? Niet als wij ons bevinden op plaatsen waar Zijn goedkeuring niet aan gehecht kan worden. Niet als wij ons vermengen met de mensen van deze wereld die per definitie vijanden van God zijn, zo worden ze in de Bijbel omschreven. Als wij ons met die mensen vermengen en niet meer van hen te onderscheiden zijn, kan de Vader niet trots op ons zijn. Natuurlijk, wij zijn midden in de wereld, maar wij zijn daarin getuige van Christus, zodat wij ons constant van die wereld om ons heen onderscheiden. Dat is wat de Heere Jezus in Johannes 17 zegt 'wel in de wereld, maar niet van de wereld'. Maar hoe meer we op de wereld gaan lijken, hoe meer Romeinen 12 wordt; 'wordt niet gelijkvormig aan deze wereld' des te meer zal de Vader zich – als ik dat zo zeggen mag – zich van ons distantiëren. In elk geval kan Hij dan niet met trots en vreugde zeggen dat wij Zijn kinderen zijn. En dat is niet wat de Vader bedoeld. Hij zegt 'Ik wil graag Mij openlijk als jullie kinderen uitspreken'. 'Als jullie Vader uitspreken, en jullie als Mijn kinderen erkennen. Maar alsjeblieft, hou je dan verre van alles wat niet bij mij past.' En nou kun je daarop reageren op twee manieren. Als het kind van drie, 'waarom mag dat nou niet??'-en dat kind is eigenlijk nog te jong om het uit te leggen, en pa zegt 'omdat ik het zeg'. Dat is de ene manier, dat is de wettische manier. Dan wandel je in het juiste pad, maar om wettische redenen. Omdat het niet mag, ook al weet je niet waarom het niet mag. Het is belangrijk om te verstaan – we hebben dat al wel eens eerder gehad in een ander verband – vaders in Christus hebben de wet niet nodig. Voor hen geldt wat in psalm 40 geschreven staat; 'de wet staat geschreven in hun binnenste, in het midden huns ingewands' – om het met de Statenvertaling te zeggen. Die hebben de wet in zichzelf. Die kennen de wet van de vrijheid zoals Jakobus dat zegt. Die volgen de verlangens van hun nieuwe natuur onder de leiding en de kracht van de Heilige Geest. Maar hoe meer we daar van verwijderd zijn, of hoe jonger we nog in het geloof zijn, des belangrijker is het om te weten waar de piketpaaltjes staan. En dat we die grenzen niet overschrijden. Maar een dertienjarige, als het goed is, als die goed gevormd is, die laat dingen na. Niet omdat het niet mag, maar omdat hij zelf bezig is om tot het inzicht te komen dat het beter is om dat niet te doen. En dat het beter is om bepaalde andere dingen wel te doen. En als die volwassen is en de ontwikkeling is goed verlopen, dan doet hij de dingen die zijn ouders zich hebben bijgebracht. Niet omdat sommigen niet mogen en anderen moeten, maar omdat hij ziet 'dit is de beste weg'. De wegen van zegen voor mijzelf, en de weg tot eer van God. Zo iemand heeft geen wet nodig. Ik zeg het even wat zwart-wit, maar ik hoop dat u begrijpt wat ik bedoel. Zo iemand staat onder de leiding van de Heilige Geest. Maar de Heilige Geest heeft tegelijkertijd zijn inzicht gevormd zodat die zelfs begrijpt waarom de Heilige Geest hem op een bepaalde wijze leidt. Ook voor een volwassen christen is dat niet altijd het geval. De Heilige Geest kan ons ook leiden op een weg die we even niet begrijpen. Zoals Fillippus die in Handelingen 8 heel actief was daar in Samaria met het prediken, met het dopen, in water en in Geest en met het genezen en met het demonen uitdrijven en dan komt daar ineens die stem die zegt 'ga naar die en die weg'. 'Die is woest' staat er ook nog bij. Dan denk je even 'Heer, gaat het nog wel goed? Want daar is helemaal niets te beleven, en hier is het zo ontzettend druk.' Maar misschien was die wel zo geestelijk dat die wel begrijp dat 'als ik daar naar toe moet dan is daar iets heel belangrijks te doen'. En hij ging gewoon. Hij ging gewoon. Misschien best een beetje verbaasd, maar toen hij daar kwam en toen hij daar die kamerling voorbij zag komen die uit het boek Jesaja las, toen begrijp hij het onmiddellijk. Wat is het goed dat iemand als Fillippus zo goed de stem van de Geest kon verstaan. Dat die z'n gezond verstand opzij zette, want dat zou gezegd hebben 'blijf hier, hier heb je het druk, daar is niets te doen'. Wat goed dat Petrus, toen hij op het dak van die leerlooier was daar in Joppe zo goed de stem van de Geest wist te verstaan, dat hij naar beneden ging, daar die mannen aantrof, waarover de Geest gesproken had, en vrijmoedig met hen mee ging, zelfs het huis van Kornelius in. Terwijl al z'n tradities zeiden dat hij dat niet moest doen. Maar hij luisterde zo goed naar de Heilige Geest dat hij dingen deed waarvan hij nooit gedroomd had dat hij ze ooit zou doen. En dat is heel bijzonder. De leiding van de Heilige Geest betekend soms, niet altijd, dat je buiten de platgetreden paadjes durft te stappen. Dat je net als Petrus het lef hebt om het bootje uit te stappen en op het water te lopen. Want denkt erom, hij is er wel in gezakt, maar hij heeft ook op het water gelopen. Omdat de Heere Jezus tegen hem zei 'kom'. Daarom is de leiding van de Heilige Geest een geweldig ding. Als je je laat leiden door de Heilige Geest wil dat niet zeggen dat je je boven de opvattingen van anderen mensen verheven voelt, dat je je van niemand meer wat aantrekt. Maar het betekend wel een zekere onafhankelijkheid. De persoonlijke leiding van de Heilige Geest gaat altijd uit boven wat andere mensen tegen je zeggen. En als je innerlijk weet 'dit is wat de Heilige Geest van mij wil', laat je het nooit door anderen vertellen wat je beter wel kan doen of beter niet kan doen. Die anderen zeggen misschien tegen je 'maar je kan je misschien vergissen', ja dat is waar. Maar als je weet dat je je vergist hebt, dan doe je wat die andere zeggen. Maar zolang je het niet weet is het heel verkeerd om daar tegenin te gaan. Tegen die diepe innerlijke overtuiging 'dit is wat de Heilige Geest wil'. En in het leven van heel veel mensen, misschien wel van iedereen, komt er zo'n moment. Ik ken zulke momenten uit m'n eigen leven, dat je op de proef gesteld wordt of je zult doen wat de Heilige Geest je wijst. Ook al is de mening van iedereen om je heen anders. Soms is het wel heel lastig. De mensen zeiden tegen Paulus 'ga alsjeblieft niet naar Jeruzalem, want daar zullen jouw lijden en boeien te wachten staan'. Paulus zegt zelf; 'de Heilige Geest betuigt mij van stad tot stad wat in Jeruzalem mij te wachten staat'. Dus de Heilige Geest was het die het hem duidelijk maakte. Maar de Heilige Geest zei niet 'ga niet naar Jeruzalem'. Dat waren de goede adviezen van zijn vrienden. Dat is heel belangrijk om te onderscheiden. De vrienden zeiden 'ga niet'. De Heilige Geest zei 'dat is wat je te wachten staat'. De Heilige Geest zei niet 'ga niet'. En hij ging. En het was de weg van God, daar kan ik niet aan twijfelen. En hij ging in die diepste overtuiging ondanks dat hij wist wat hem te wachten stond en ondanks alle adviezen van zijn vrienden.

Lieve mensen, ik praat jullie niet aan dat je je eigen zin altijd moet doordrijven. En dat je je van niemand wat moet aantrekken. Maar wat ik wel wil zeggen is dat de echte leiding van de Geest betekent dat er kruispunten in je leven zijn dat je moet doen waarvan je innerlijk weet 'dit is wat de Heilige Geest wil'. En dan trek je je van niemand wat aan. Want dat is ook het moment dat God je beproefd. Als ik het even zo zwart-wit mag zeggen 'als je dan niet gehoorzaamd aan de Heilige Geest, dan is het alsof de Here God tegen je zegt 'ok, als je liever luistert naar de adviezen van je vrienden, dat zijn beste lui, ga dan verder maar die weg, maar het bijzondere plan wat ik voor jou had gaat dan niet door. Je zult zeker bij mij in de hemel komen en je zult zeker niet in zeven sloten tegelijk komen, want het zijn allemaal verstandige mensen om jou heen die jou goede adviezen geven volgens hun gezond verstand, maar mijn plan met jouw leven gaat niet door. Want op het belangrijke moment faalde je. Je faalde erin om Mijn stem te volgen, en je gaf er de voorkeur aan om de stem van de anderen te volgen'. Nogmaals; gebruik dat niet als excuus voor eigen wijsheid of arrogantie, en het beter willen weten dan anderen. Dit zijn van die momenten in het leven dat je voor een keus staat en dat de Heilige Geest je beproefd of je werkelijk bereid bent Hem te volgen en niet een ander.

De tekst gaat verder. Nee, ik moet u nog een tweede voorbeeld noemen en dat is uit Openbaring 21. Een derde voorbeeld dus in totaal. Romeinen 8, 2 Korinthe 6 en Openbaring 21. Voorbeelden waarin God iemand openlijk een zoon van Hem noemt als die persoon niet alleen maar wedergeboren is, niet alleen maar deel heeft aan de Heere God en aan de Heere Jezus Christus, maar ook leeft uit de kracht van de Geest. En hier wordt dat zo gezegd, in Openbaring 21:7 'wie overwint zal deze dingen beerven, en ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn.' Er zijn ook verliezers. En van die verliezers wordt niet perse gezegd dat die niet naar de hemel gaan, dat die verloren gaan, daar gaat het helemaal niet om. We zien dat in die 7 brieven in Openbaring 2 en 3. In elk van die brieven staat dat er overwinnaars zijn, dat is blijkbaar niet de hele gemeente, hoewel in het in principe open staat voor iedereen in zo'n gemeente om een overwinnaar te worden. Een overwinnaar is iemand die de specifieke gevaren waaraan elke gemeente bloot staat, te boven weet te komen. Dat zijn de overwinnaars. Weet u dat het heel heilzaam is om thuis op een stukje papier alle zwakheden van uw eigen geloofsrichting eens op te schreven. En die zijn voor ons allemaal heel verschillend. Misschien staat het u tegen om dat te doen, u schrijft liever de goede dingen op. Nou, dan doet u dat eerst. En als u dan klaar bent dan schrijft u de zwakke dingen op. Want elk van die zwakheden, dat is het belangrijke van die oefening, elk van die zwakheden is een uitdaging voor u. Om een overwinnaar te zijn. Dat wil zeggen ervoor te zorgen, door de leiding en de kracht van de Heilige Geest ervoor te zorgen dat u persoonlijk niet in die zwakheden terecht komt. En dat vind ik het bijzondere van die zeven brieven. Zelfs Filedelfia, waar alleen maar positieve dingen van beschreven staan, daar staat toch 'jullie hebben kleine kracht'. Jullie stellen niet zoveel voor. Jullie zijn onopvallend. Gering in de ogen van de ander. Daar ligt een gevaar in, dat je je daar bij neerlegt. En dat je een laag zelfbeeld ontwikkeld en daarom zijn er ook in Filadelfia overwinnaars. Houd vast wat gij hebt zegt de Heere Jezus daar. De overwinnaars zijn diegene in Filadelfia die, ondanks dat ze kleine kracht hebben, vast houden wat ze hebben. En zo is het in elk van die brieven. En hier aan het einde van dit boek komt het nog eens naar voren 'wie overwint'. Dat wil zeggen 'elk van ons kent zijn eigen geestelijk gevaar'. Voor een groot deel overlappen die elkaar. Voor een groot deel zijn ze ook verschillend. En de vraag is om staande van te blijven en dat kan alleen met de kracht en de leiding van de Heilige Geest. En als je staande blijft dan heeft God er plezier aan – ik zeg het eerbied – je een zoon van Hem te noemen. Dan zal ik jou tot een God zijn en jij zult Mij tot een zoon zijn. Laten we terug gaan naar Romeinen 8. Want daar lezen we vervolgens in vers 15. Daar begint het redengevende woordje 'want'. 'wat zijn zonen van God voor mensen, hoe kunnen die door de Geest geleid worden, wel om te beginnen, ze hebben de Geest ontvangen.' En die Geest van zoonschap die wordt versgeleken met de Geest van slavernij. Het is altijd moeilijk om in de vertaling of je nu geest met een kleine of met een grote letter moet schrijven want dat gebeurd in het Grieks niet. Dat moet je als vertaler zelf invullen. En hier is het zo opgelost 'geest van slavernij' is natuurlijk met een kleine 'g', 'geest van zoonschap' ook maar dan met een voetnoot; 'ook Geest met een hoofdletter mogelijk'. Want je kunt hier aan de heilige Geest denken. Er zijn dus gelovigen die leven vanuit een geest van slavernij. Althans, dat gevaar bestaat dan. En dat zijn de mensen die altijd bang zijn om de paaltjes voorbij te gaan. Altijd bang zijn voor de regeltjes. Ze leven nog in de regeltjes. Ze leven nog met de do’s en de don’t zoals de engelsen of de amerikanen wel eens zeggen. Ze worden geregeerd door wat mag en wat niet mag. Door wat niet mag en wat moet. Het is in feite de geest van slavernij. Er zijn meer van dat soort geesten waar gelovigen aan ten prooi kunnen vallen. 2 timotheus 1:7 we hebben niet ontvangen een geest van bangheid of lafhartigheid. Als iemand een zin begint met: ja maar ik ben toch bang dat ... dan zou je hem de volgende keer meteen kunnen ontbreken: wat zeg je nou, broeder? Je bent bang? Het is goed om daar voor jezelf eens op te letten. Hoe vaak zeggen we dat toch niet: ik ben bang dat ... wat is dat toch voor bangheid? Er is maar 1 ding waar je bang voor moet zijn en dat is voor jezelf. Werk uw eigen behoudenis uit met vrees en beven zegt Fillipenzen 2:12 dat is angst voor jezelf. Maar je hoeft niet bang te wezen voor de Heere God, je hoeft niet bang te wezen voor de omstandigheden, die zijn alleen maar een uitdaging. We hebben niet ontvangen een geest van bangheid maar van liefde, kracht en bezonnenheid. En zo is het hier ook. Niet de geest van slavernij, van de do’s en de don’ts, maar een geest van zoonschap.

Nou moet ik u eens wat meer vertellen over dat woord zoonschap. Dat staat in de NBG, dat staat ook in de Thelosvertaling. Maar de Statenvertaling heeft aanneming tot kinderen. Ach, hadden ze daar nou van gemaakt aanneming tot zonen dat had dat een heel aardige weergave geweest. Want dat is inderdaad wat het betekent. Daar hebben we het eerste verschil tussen zonen en kinderen. Een kind van God wordt je door geboorte. Een zoon van God wordt je door adoptie. Dat is toch een enorm verschil? Johannes 1:12 zegt dat wij het recht hebben om kinderen van God genaamd te worden omdat wij uit God geboren zijn! Ik ken geen enkele schriftplaats waarvan de zonen Gods gezegd wordt dat ze uit God geboren zijn. Ik heb het nu over de Nieuw Testamentische delen. Maar dat woordt zoonschap betekent letterlijk gesteld worden tot zonen, of aangenomen als zonen. Is iets vrijer maar het komt op hetzelfde neer. Een zoon ben je door adoptie. Keizer Augustus was een geadopteerde zoon van Julius Ceasar, als ik er nu niet helemaal naast zit. Maar in elk geval meer malen gebeurde dat dat een keizer een zoon aannam die bijzonder geschikt was, hij werd geadopteerd als zijn eigen zoon en voorbereid om zijn adoptief vader op te volgen.

Wij zijn zonen. Dat betekent: we treden in de rechten die bij zonen horen. Want in die positie zijn we gesteld. Zoonschap heeft te maken met een positie die je voor God inneemt. En God heeft daar bijzondere vreugde aan. We lezen in Efeze 1:5 een van die prachtige uitspraken daarvoor. Daar lezen we dat we tevoren bestemd zijn tot het zoonschap naar het welbehagen van Zijn wil. God heeft ons tot het zoonschap voor Zichzelf bestemd. Dat tevoren bestemd dat verstaat u misschien makkelijker als het in het Latijn gezegd wordt, dat is predestinatie. Dat is ook wat er in de Latijnse vertaling staan. We zijn gepredestineerd tot het zoonschap. En er staat bij: God deed dat voor zichzelf! Het was Gods verlangen om zonen te hebben voor zichzelf.

Nou als u geen kinderen hebt, ik wil u het leven niet lastiger maken dan dat het al kan zijn, voor sommige mensen is dat heel verdrietig. Ik heb niet alleen 2 dochters maar ook 2 zonen. Ik ben op alle 4 even trots. En voor mij is het toch één van de vervullingen van mijn bestaan: dat vaderschap. Niet alleen maar dat voortleven in je kinderen, dat heeft meer te maken met het kindschap, geboorte, met lijken op de ouders. Dat komt zo wel terug, maar ook door de positie die ze innemen. Op een gegeven moment zijn ze op een leeftijd gekomen, mijn jongste is nu 34, dan zijn ze op een leeftijd gekomen dat die band totaal anders is dan wat hij was toen ze allemaal nog in het ouderlijk gezin waren. De afstanden en het lijken op speelt minder een rol. Je kijkt meer naar wat ze voor positie mogen innemen in het Koninkrijk Gods. Ik hoorde net van iemand die van de week een toespraak had gehoord van mijn oudste zoon, en hij was tevreden over die toespraak en dat doet je vaderhart goed. Weet je ik kan God een beetje begrijpen. God wil graag trots zijn op Zijn zonen. Hij heeft ons tot het zoonschap voor zichzelf bestemd. Hij wilde zonen voor zichzelf hebben. Sommige mensen denken dat alles wat God voor ons in petto heeft dat Hij dat allemaal gegeven heeft alleen maar voor ons. En dat alles wat de Heere Jezus volbracht heeft alleen maar voor ons. Maar dat is wel een beetje zelfzuchtig. Een beetje jezelf in het middelpunt plaatsen. God heeft ons persoonlijk bestemd voor zichzelf! En in Efeze 5 lezen we bijna dezelfde uitdrukking dat de Heere Jezus ons tot bruid heeft aangenomen, ons tot vrouw heeft genomen voor zichzelf! Hij stelt haar zichzelf voor zonder vlek of rimpel. De Heere Jezus heeft zich een bruid verworven niet omdat dat voor die bruid zo fijn is in de eerste plaats maar omdat het een verlangen van Zijn hart was een bruid te hebben. En de Vader heeft ons tot zonen aangenomen voor zichzelf omdat Hij het heerlijk vind om zonen te hebben. Zonen waarmee Hij gemeenschap kan hebben.

Nou nog iets over de kinderen: kinderen verheugen zich over de liefde van hun ouders. Als dat eenmaal begint door te werken in het jonge leven van een kind, dat papa en mama er voor hem zijn, in het begin is dat allemaal nog vanzelfsprekend. Papa en mama zijn er voor hen en ze kunnen er altijd een beroep op doen, als het een goed gezin is dan weten ze: papa en mama zijn er voor ons. En gelijdelijk aan gaat dat tot je door dringen als je gaat zien dat het in andere gezinnen helemaal scheef is. Dat er geen echte ouderlijke liefde is. dat die kinderen aan zichzelf worden overgelaten, dan gaat zo’n kind zich realiseren: wat een voorrecht dat ik een papa en mama heb die van mij houden. Dat hoort bij kindschap. De bewijstekst daarvoor is 1 Johannes 3:1 ziet welk een liefde de Vader ons gegeven heeft dat wij kinderen van God genaamd mogen worden. Dat is de vreugde van het kind. Vader en moeder houden van mij,. Ze laten mij nooit in de steek. Ze zijn weleens boos maar dan heb ik het ook verdiend, maar zelfs als ze boos zijn dan weet ik: ze laten me nooit vallen. Ze houden van mij met een onvoorwaardelijke liefde. Dat hoort bij kindschap. Maar bij zoonschap hoort het omgekeerde. En als je kinderen ouder worden dan krijg je dat al, hoeven ze nog niet eens zo oud te zijn. Als ze 3 of 4 zijn dan leer je ze al dat wanneer mama jarig is dat ze een kadootje kopen met geld van papa. Want je leert ze zo vroeg mogelijk iets te geven. Iets ook voor de ouders te betekenen. Als het over zoonschap gaat is het het vreugde van het hart van God ons voor zichzelf te hebben. Daarom lezen we 2 keer bij Paulus dat dat die zonen zijn die Abba vader zeggen. Niet de kinderen maar de zonen. Hier en in Galaten 4. In Galaten 4 is het de Geest van Gods eigen Zoon die in onze harten uitgezonden is waardoor wij zeggen: Abba Vader. Ik heb ooit een dominee horen zeggen, maar dat was ook een hele zware dominee die zei dat het helemaal verkeerd was als kinderen papa tegen hun vader zeiden. Oh oh. Ik heb altijd papa gezegt tegen mijn vader en mijn kinderen zeiden dat ook, dus, en toen zei hij: in de Bijbel gebeurde dat immers ook niet. Nou. dat slaat dus helemaal nergens op. Ik herinner me nog heel goed dat ik een Hebreeuwse collega had, een Israëlische collega die een keer zijn kinderen meegenomen had, dat is heeel lang geleden toen deed ik nog echt werk op een labarotorium tot 1976, diezelfde vriend is in 1973 omgekomen in de Yom Kippoeroorlog, maar voor die tijd was hij een collega in het biologisch research en ineens hoorde ik één van zijn kinderen door de gang roepen: Abba! Als je je hele leven met die term bent groot geworden gaat er even een schok door je heen. En nooit heb ik zo goed beseft als op dat moment dat Abba, papa betekent. Ondanks wat die zware dominee zei. Papa! Abba is niet zomaar het woord voor vader, abba is het woord dat een kind gebruikt. Het woord van genegenheid. En misschien zijn hier ook wel mensen die tegen hun vader, vader zeggen en niet papa en dat is allemaal best. Want waar het om gaat natuurlijk is of die echte relatie van genegenheid er is. ziet u: kinderen verheugen zich over de liefde van de ouders. Maar de zoon: God heeft ons tot zonen bestemd voor zichzelf. Wat is er nou mooier dan wanneer je zonen liefde teruggeven en er dus echt gemeenschap is, contact, relatie, intimiteit. En dat geldt net zo goed voor mijn dochters hoor. Daar gaat het niet om. Dat geldt voor alle 4 en alle 4 zijn ze geweldig verschillend net als dat uw kinderen dat zijn, en met alle 4 kun je weer over andere dingen praten en met allemaal kun je spreken over dingen die voor jou hart belangrijk zijn en voor hun hart belangrijk zijn. Ze zijn alle 4 bezig met dingen voor de Heer dus het is niet moeilijk om met hen contact te hebben over allerlei zaken en met hen te spreken. Het is gewoon zo gaaf. Toen ze klein waren moest je alleen maar investeren. Je gaf en je gaf. Je kreeg wel liefde terug maar dat is de liefde van een klein kind. Maar de liefde van een echte zoon, en daar reken ik dus ook de dochters bij, dat is een liefde van gelijkwaardig niveau. Nou ik weet wel: bij God is het nooit gelijkwaardig, maar ik hoop dat u wel begrijpt wat ik bedoel. Het is gemeenschap, intimiteit, relatie. Denk erom: als u alleen maar Psalmen zingt, dan zult u ook tot God een relatie ontwikkelen die horen bij de Psalmen en dat is een relatie van afstandelijkheid. En als u dat zo gewend bent dat u dat al vele jaren doet, dan zult u zich ook nauwelijks kunnen voorstellen dat u een andere relatie hebt. U zult altijd tot God zeggen: Heere. U mag zich wel eens afvragen, misschien zijn er hier die het nog steeds moeilijk vinden om tegen Vader, vader te zeggen. Ik begrijp het, maar ik vind het wel erg jammer. U zou er eens over na moeten denken. God heeft het bedoelt, niet als een slaaf. In het Oude Testament hoor je bijna nooit over het kindschap en als het er is dan is het omdat God zijn hele volk geschapen heeft. Hij is de Schepper van Zijn volk daarom noemen ze Hem Vader. En soms: vergelijkenderwijs, psalm 103: zoals een Vader die zich ontfermt over zijn kinderen. Vergelijkenderwijs. Maar er is in het Oude Testament niet de persoonlijke intieme relatie van een zoon tot zijn Hemelse Vader. De Heere Jezus ging ons daarin voor. In Marcus 13 in de hof van Gethsemane zei Hij het tot Zijn Vader: Abba Vader. En door de Heilige Geest en door niets anders. Door de Geest van het zoonschap zoals dat hier genoemd wordt. Dus de Heilige Geest is in die Geest die helemaal hoort bij deze positie van zonen voor God. Daar hoort bij dat we hetzelfde mogen zeggen tot de Vader. Want de Zoon is mijn leven geworden. Als de Zoon van de Vader mijn leven is, zo drukt 1 johannes 5 dat uit, dan is Zijn Vader ook mijn Vader. Het is toch droevig dat heel veel Christenen dat woord Vader in dezelfde lijn zien zoals het Oude Testament soms over de Vader spreekt in de zin van Schepper. Ook Joden spreken zo tot God als Vader. Maar dat betekent niet meer dan Schepper. Zij kennen niet de eeuwige Vader van de eeuwige Zoon want zij kennen de Zoon niet. En de moslims kennen ook, nou ja die gebruiken sowiezo het woord Vader niet. Maar ook sommige christenen die zelfs het woord vader gebruiken dan gaat het niet verder dan de schepper. De Vader God van het Oude Testament. Maar de eeuwige Vader van de eeuwige Zoon die in eeuwigheid deze relatie gehad hebben binnen de 3 eenheid. Die eeuwige Vader is geopenbaard door de eeuwige Zoon, ik heb hun Uw Naam geopenbaard zegt Hij in Johannes 17 en dat betekent niet alleen dat we die namen nu kennen maar toen de Heere Jezus opgestaan was uit de doden zei Hij tegen Maria Magdalena: ik vaar op tot Uw Vader en Mijn Vader. Ik moet het omdraaien tot Mijn God en uw God, Mijn Vader en uw Vader. Toen kon het voor het eerst gezegd worden: dat Zijn Vader nu ook onze Vader is. Elke gelovige in deze zaal is een zoon van God. Maar niet elke gelovige, vrees ik, leeft vanuit dat hoge standpunt van het zoonschap. En u hoeft het heel eenvoudig bij u zelf na te checken, hoe vrijmoedig bent u om de eeuwige Vader van de eeuwige Zoon, uw eigen Vader te noemen. En dat mag u omdat de eeuwige Zoon uw leven is geworden. Dat is de geest van zoonschap waardoor we zeggen: "Abba Vader". En dan ineens komt er die wisseling in vers 14. Want dan is het niet meer zonen, maar kinderen. En ik heb u al gezegd met dat woord uit 1 Johannes 3 vers 1 de vreugde van de kinderen is, papa houd van mij. Daarom denk ik ook dat we in het algemeen in onze geestelijke ontwikkeling eerder het kindschap zullen begrijpen dan het zoonschap. We zullen eerder onder de indruk zijn van de gedacht dat de Hemelse Vader ons lief heeft, dan dat we op het geestelijk niveau komen om weder liefde te brengen aan de Vader. Om te leren Abba Vader te zeggen. Als ik dat nog even daaraan mag verbinden dat is ook waarom aanbidding zo ontzettend belangrijk is. En waarom aanbidding bij mensen die een afstandelijke relatie hebben met de Heere, de Jahweh van het oude testament, aanbidding ook zo weinig begrijpen. Want ze hebben altijd die eerbiedige afstand, zij komen niet in het Vaderhuis in de geest maar zij zijn in de troonzaal. Vaak spreken ze ook met veel meer eerbied over God dan sommige evangelische mensen. Maar die eerbied kan zo groot zijn, zo afstandelijk worden, dat God op die hoge verheven troon is en wij hier beneden, zodat je nooit begrijpt wat 1Petrus 3 zegt dat de Here Jezus ons bij God wilde brengen. Voor zulke mensen is het bijna heiligschennis om te zeggen dat het het heerlijkste is voor een zoon en voor een dochter van God om op Zijn schoot te mogen zitten, dat is hun bijna banaal. En dat is niet een theologisch probleem, dat is het probleem van het niet kennen van de intimiteit met de Vader. Daarom schokken ze, schrikken ze terug voor een dergelijke uitdrukking.

In de opwekkingsbundel staan verschillende van zulke liederen, als een kind bij de Vader op schoot, want het hoort bij het zoonsschap en bij het kindschap. En dat is de vreugde van vers 14, de Geest getuigd met onze Geest, dus de Heilige Geest die in ons woont, die bevestigd het aan onze geest, ik ben een kind van God. Ik kijk niet maar mezelf, ik kijk niet naar mijn tekortkomingen, ik kijk niet naar de omstandigheden, ik kijk niet naar andere mensen wat die er allemaal van vinden, innerlijke getuigenis van de Heilige Geest bevestig mij dat ik een kind van God ben. Bevestigt de belofte van Gods Woord aan mij. Want allen die in Mij geloven hebben het recht zich een kind van God te noemen. Ik heb het u gezegd uit Johannes 1 vers 12. En niemand heeft het recht u dat af te nemen. Als u de Here Jezus hebt aangenomen, zovelen Hem aangenomen hebben, in sommige kringen is dat ook al een vies woord. Zovelen Hem aangenomen hebben die hebben het recht, de macht, de bevoegdheid, zo kun je het allemaal vertalen, zichzelf een kind van God te noemen. Of kinderen van God genaamd te worden. Hun die in Zijn Naam geloven. En die uit God geboren zijn.

Hoe weet ik dat ik een kind van God ben? Dat weet ik door de schrift. Want de Heilige Geest beloofd door het Woord, dat als wij het Woord aannemen, het Woord van het Evangelie, dan mag je jezelf een kind van God noemen. En ik weet het daar ook boven door het innerlijk getuigenis van de Heilige Geest. Weet u, voor sommige van u is dat zo vanzelfsprekend maar als je in de ziel zorg bezig bent geweest met mensen met zo, n laag zelf beeld met zo, n geringe kijk op zich zelf, die dat onbereikbaar hoog vinden om te zeggen: "de Vader houd van mij" van mij persoonlijk. De vader zelf heeft u lief zegt de Here Jezus in Johannes 16. Jullie hoeven niet meer via Mij elke keer naar de Vader jullie mogen rechtstreeks naar de Vader gaan. Je hebt geen bemiddeling nodig, je hoeft Hem ook niet op afstand te houden door Hem Heere te noemen. In het nieuwe testament spreekt niemand God zo aan. Dat gebeurt in de psalmen in het oude testament. In de nieuwe bedeling spreekt geen kind van God zo de Vader aan. Wel tegen de Here Jezus dan zeg je Here maar dat is heel wat anders. Dat is niet de naam jahwe uit het oude testament, maar spreek Hem aan als Vader. Het is een wonder als je in de zielzorg gaat mee maken dat mensen mogen leren van al hun lage gedachten over zichzelf af te stappen. En tot het inzicht te komen dat God ook tegen hen zegt, je bent kostbaar in Mijn ogen, Ik heb je bij je naam geroepen. Je bent van Mij. Jesaja 43. Als ze dat heel persoonlijk voor zichzelf in rekening mogen brengen en de afstand weg valt. Om u gerust te stellen, ik weet heel goed, God is de Schepper en wij zijn schepselen, en dat blijft ook altijd zo. Hij is daar en wij zijn hier, maar dat is maar de helft van het verhaal. Maar ik zeg het maar even voordat iemand daar staks een vraag over stelt. Hij is altijd de Schepper en wij de schepselen. En tegelijkertijd is Hij mijn Vader en ik mag bij Hem op schoot zitten. Ik mag Zijn hart horen kloppen, en ik weet het klopt ook voor mij. Begrijpt u?

Op een dag komt het aan het licht. Ik heb die paar verzen al bij gelezen en daarmee ronden we af maar ik vond het zo mooi, de Zonen van God worden openbaar zegt vers 19 en de kinderen van God worden openbaar, dat hebben we gelezen in vers 21 de heerlijkheid van de kinderen van God. Eens komt het allemaal aan het licht. En vers 23 hebben we nog gelezen, eens gaat het zoonsschap in vervulling, want als dat zoonsschap in vervulling gaat dan gaat ook ons lichaam helemaal delen in de verlossing. Dan zullen ziel en lichaam helemaal in de vrijheid mogen staan, na alle tekortkomingen op dit terrein ze zullen allemaal weggevallen zijn. En laat ik afronden met de drie verschillen nog even samen te vatten want één heb ik nog te weinig belicht, tussen zonen en kinderen. Het eerste verschil is een kind word je door geboorte een zoon word je door adoptie, dat heeft te maken met positie. Het tweede is, het kind verheugt zich in de liefde van de ouders, de zoon geeft liefde terug. Allen al in dat ene woord Abba. En het derde verschil is dit, kinderen lijken op hun ouders, dat is met gelovige kinderen van God ook zo. God is licht, welnu omdat we kinderen zijn zegt Efeze 5 zijn ook wij licht in de Heer. Als kinderen van God schijnen we als lichtende sterren zegt Fillipenzen 2 vers 14 dat hoort bij het kindschap. En de liefde van God is in onze harten uitgestort, God is liefde en ook zij hebben lief omdat we kinderen van God zijn. De hele eerst Johannes brief staat er vol van. Dat hoort typisch bij kinderen, niet bij zonen, als je een zoon adopteert dan is het helemaal niet vanzelfsprekend dat hij op je lijkt, maar bij zoonsschap hoort een positie. Je kunt wel een kind van je ouders zijn maar dat wil nog niet zeggen dat je ook mag delen in de rechten van de vader, misschien één zoon die word uitverkoren om het bedrijf over te nemen. Maar als zoon, ik weet dat ik een kind ben en daarom recht heb op mijn erfdeel. En als zoon van God ben ik gesteld in die positie dat alles wat de Here Jezus verworven heeft, deelt Hij met mij.

Dit is de laatste gedachte die ik vanavond nog kort met u deel. Vanaf dat ik in die positie van zoonsschap ben gesteld, ben ik verbonden met De Zoon, dat is het prachtige waar we het de volgende keer over gaan hebben. Over die predestinatie in vers 29, voorbestemd om op het beeld van Zijn zoon te lijken. Allemaal zonen die lijken op die ene Zoon die allemaal afspiegelingen zijn van die ene Zoon. Kunt u zich voorstellen dat de Vader graag plezier beleeft aan Zijn zonen? En nu kan ik zeggen waarom, Hij beleeft plezier aan Zijn zonen als Hij het beeld van Zijn Zoon in die zonen kan herkennen. Hoe meer we lijken op de Here Jezus hoe meer plezier de Vader van ons heeft. En om dat te bewerken hebben we de Heilige Geest ontvangen. Zo nou is de helft van de preek voorbij, want ik heb u gezegd ik wil u twee punten belichten. Het eerste punt is wat is de betekenis ervan, geleid worden door de Heilige Geest. En de tweede helft van de preek gaat nu beginnen en dat is hoe word je nou geleid door de Heilige Geest? Dat zal ik in één minuut doen, dit laatste stuk, die tweede vraag, door heel bewust steeds weer opnieuw jezelf uit te leveren aan Hem. Aan de Heilige Geest door te zeggen: Heer hier ben ik, dit is wat ik graag zou willen, als U wat anders wilt, ik geef het aan u over, ik stel me heel bewust onder Uw leiding, ik wil niet van mezelf leiden, ik wil niet m,n eigen wil doen ik wil dat mijn wil gebogen word onder Uw wil. Heiligen Geest hier ben ik, ik verklaar mij bereid deze nieuwe dag mij te stellen onder Uw leiding en u te volgen waar U mij ook heen stuurt. En wat ik ook moet doen, ik stel mij onder Uw leiding om op mijn werk een goede getuige te zijn. Ik stel mij onder Uw leiding om in mijn kerk een goed voorbeeld te zijn van wie de Here Jezus is. Ik stel mij onder Uw leiding om in het gezin een goede vader, een goede moeder, een goed kind van mijn ouders te zijn. Ik stel mij onder Uw leiding in mijn omgeving zodat de buren een goed getuigenis van mij zullen geven. Hier ben ik Heiligen Geest, ik geef me aan u over, en komt het dan helemaal goed? Nee, want af en toe doet u niet wat u beloofd en valt u weer terug. Maar het is wel ontzettend belangrijk om het elke keer uit te spreken. God geve u daarvoor heel veel genade om u te stellen onder de leiding van de Heilige Geest zodat Hij verheerlijkt word en u gelukkig word. Amen

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?