Hart voor Waddinxveen


(8b) Vragen bij de lezing gehouden op 8 mei 2009 over "De zegen van de predestinatieleer" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
donderdag, 24 september 2009 12:10

Ik heb drie vragen die ik eventjes wat sneller afhandel.
U haalde aan dat Saulus van zijn paard viel, maar ik haal dat niet uit Handelingen. Hij viel ter aarde maar waar haalt men toch steeds dat paard vandaan?
Ik zal het u vertellen, dat komt uit de grote duim. Ik heb het voor u nagekeken, geen paard te bekennen. Ook ik ben ten slachtoffer gevallen aan de kinderbijbel. Wij stoppen onze kinderen vol met kinderbijbelverhalen, die hebben de rest van hun leven weer nodig om alles wat daarbij gefantaseerd is er weer uit te halen. Want je ontdekt tot je schrik dat er een heleboel dingen staan die helemaal niet in de Bijbel staan. Hebt u ook geloofd dat de rook van Abels altaar omhoog ging en dat van Kaïn niet? Hebt u dat ook geloofd? Staat helemaal niet in de Bijbel. Dat is toch triest. Geen paard te bekennen. Het was natuurlijk wel voor de hand liggend, zo'n heel eind naar Damascus, dat is een hele tippel, dus het is ook weer niet zo gek dat men het erbij gehaald heeft.

 

Ik ellendig mens zegt Paulus als hij strijdt tegen de zonde. Hij voelde zich toen geen heilige. Hoe verhoudt zich dat met wat u vanavond zei?
Ja, ik ben altijd zo als Paulus in Filippenzen 3: Hetzelfde u te schrijven is mij niet verdrietig en u geeft het zekerheid. Maar ik denk dat het iemand is die hier vanavond voor het eerst is. Ik zou zeggen in dit geval ga ik geen tijd nemen voor deze vraag. U gaat straks naar die meneer daar, en u vraagt de cd over Romeinen 7. Vindt u dat goed? Want echt, daar hebben we hier nu al zo vaak over gesproken. Ik hoop dat u het mij niet kwalijk neemt maar ik heb nog zoveel vragen.

Arminius, ach, die goeie ouwe Arminius. Ik denk dat toen Gomarus in de hemel kwam, Arminius was hem eerst voorgegaan, dat ze elkaar daar in de armen zijn gevallen. Dat denk ik hoor. Ik heb daar wel meer voorbeelden van. Toen Calvijn naar de hemel ging is hij ook Michael Servet in de armen gevallen denk ik. Al die dingen op aarde die ons gescheiden hebben, die vallen daar weg. Voor zover ze allemaal in de hemel waren natuurlijk, u denkt misschien dat Michael Servet daar niet was, of u zegt: wie is dat?
Gaan we het ook niet over hebben. Maar de kenners onder u weten waar ik het over heb. Wat zegt Arminius? Dat wij door geloof worden behouden. Dat staat ook in de Bijbel. Dus u heeft het gelijk al. Door God. Dat staat ook in de Bijbel, u zegt het zelf al. En dat we zelf verantwoordelijk zijn als we verloren gaan. Staat ook in de Bijbel. Staat zelfs in de Dordtse Leerregels. Hoe ziet u dat? Ik ben het er helemaal mee eens. Niet omdat Arminius het zegt, niet omdat de Dordtse Leerregels het zeggen, maar omdat de Bijbel het zegt.

Ik lees inde Bijbel dat Jeruzalem de bruid is. Is de Gemeente ook Jezus' bruid en zo ja, waar staat dat?
Waarom leest u nu niet de hele Bijbel? 2 Korinthe 11 vers 2, Efeze 5 vanaf vers 22 tot 31, dat is toch duidelijke taal? Openbaringen, wie is dan de bruid in het boek Openbaringen, terwijl Israël nog in de grote verdrukking is hier op aarde wordt in de hemel de bruiloft de Lams gevierd. Ik weet wel dat er mensen zijn die dat beweren, dat alleen Jeruzalem de bruid is en de Gemeente niet, want de gemeente is het lichaam van Christus, ja, hè hè, de gemeente is ook het huis van God, de gemeente is ook de stad van God, waarom kun je niet een heleboel dingen tegelijk zijn? Iemand heeft geloof ik 65 beelden gevonden voor de gemeente in het Nieuwe Testament. Beetje overdreven, maar het is een leuk getal. En daar is het lichaam van Christus er maar een van. Waarom kan de gemeente niet al die dingen tegelijk zijn? Het zijn beelden. En als je 2 Korinthe 11 vers 2 leest, waarin Paulus zegt: Ik heb u als een reine maagd aan Christus verloofd, dat is hetzelfde al een bruid aan Christus verbonden en in Efeze 5, waar de relatie tussen Christus en de gemeente vergeleken wordt met die van een relatie tussen man en vrouw. Deze verborgenheid van het huwelijk is groot maar ik zeg dit met het oog op Christus en de gemeente. Dus ik lees in de Bijbel dat de gemeente de bruid is. Maar dan zegt u; hoe kan dat dan allebei, nu, dat heeft u niet gevraagd, dus daar gaan we niet op in.

U zie dat we ons niet druk hoeven te maken over het feit of we zijn verkoren. Maar we zijn allen hoorders van het woord, ook ware gelovigen.
Ja, maar daar ging het helemaal niet over. Het ging erover, je moet je wel degelijk druk maken over de vraag of je de Here Jezus kent, daar moet je je buitengewoon druk over maken. En evangelisten maken zich er ook buitengewoon druk over of u wel het goede antwoord weet op die vraag. Paulus zegt: Wij overreden de mensen. Hij heeft de mens met list gevangen, staat allebei in de tweede Korinthebrief. Hij heeft zich ontzettend druk gemaakt erover of mensen al wisten of ze een kind van God waren. En als ze het niet waren, hoe ze het konden worden. Er zijn dingen waar je je heel erg druk over moet maken. Zij die geloven haasten niet, maar soms moet je je wel haasten. Soms haast God zich ook. Namelijk als een zondaar naar Hem toekomt. De vader zag de jongen van verre aankomen en hij stond op en snelde naar hem toe. Er zijn dingen daar moet je je heel druk om maken. En er zijn andere dingen daar moet je je helemaal niet druk om maken, daar had ik het over. Je hoeft niet je best te doen om God te behagen, want in die term, ik hoop dat u het goed begrijpt, of goed begrepen hebt, in die term zit iets van alsof het toch van ons moet komen. In de volheid van de Geest zit een verukkelijke ontspanning. Ik weet best dat mensen daar weer misbruik van kunnen maken maar alles wat een mens zegt daar kun je misbruik van maken. Alles kun je verkeerd lezen, alles kun je verkeerd horen, maar in dat je best doen zit altijd het laatste restje van wetticisme. Wie diep in zijn hart kijkt vindt daar al die werken van het vlees die in Galaten 5 genoemd worden, ook sektarisme en ook wetticisme. En ook al die andere dingen die daar genoemd worden, het zit er allemaal. Het hoeft er alleen niet uit te komen, maar het zit er wel. Dus in ons allemaal zit een wettisch iemand, iemand die toch weer in een goed blaadje bij God probeert te komen gewoon maar door z'n best te doen. Maar dat is de ontspannenheid van de volheid van de Heilige Geest, als je vol bent van de Heilige Geest dan ben je helemaal gericht op God en op Christus en dan ben je vurig gericht op de dienst voor je medemensen maar dat gaat vanzelf want je voelt in vuur in je dat je aandrijft. Kent u nog die oude stoomlocomotieven, ja, ik ga steeds meer als een oude vent praten, want wie kent er nu nog stoomlocomotieven? Ik weet nog wel in mijn jeugd hoe die witte wolken stoom over het stationsperron gingen, kent u dat nog? Oh, en dat geluid. Tsjoeke tsjoeke tsjoeke tsjoe tsjoe, oh, ik heb daar zo'n heimwee naar, maar ja, zo'n ouwe vent, ik ga echt als een ouwe kerel praten. Ik weet niet eens meer wat ik van die trein wilde vertellen. Zo erg is het nu. Zo'n stoomlocomotief, heb je ooit het idee dat zo'n ding zijn best moet doen? Er zit een plezier achter, achter dat geweld van die raderen die draaien en die stoom, daar zit een dynamiek achter, alsof het een briesend paard is, zo is het ook wel vergeleken, door Rien Poortvliet. Een briesend paard dat alleen nog maar sneller en actiever wil, daar zit een power in en dat is precies waar het om gaat. Als die power erin zit gaat het vanzelf. Het klinkt wat simpel maar dan moet u al die cd's nog maar eens horen om te zien dat het ook weer niet zo simpel is, maar in principe toch weer wel. Dus daar ging het over toen ik zei: niet druk maken.

Is Adam na de zondeval en na de ontvangen genade groter geworden van voor de zondeval? Omdat hij de gestalte van Christus heeft aangenomen zeg verkregen?
Ja, maar je moet toch ook wel weer onderscheid maken. Bij Adam zou ik nog niet direct van de gestalte van Christus willen spreken. Er is toch wel een heel verschil tussen de positie van de Oud-Testamentische gelovigen en die van de Nieuw-Testamentische gelovigen. Als het gaat om hun trouw en hun inzet en hun toewijding zijn velen van hen velen van ons tot voorbeeld. Maar de Here Jezus zegt ook in Mattheus 11 vers 11 dat de geringste in het koninkrijk der hemelen groter is dan Johannes de Doper. En waarom? Omdat Johannes de Doper voor het kruis stond en voor het Golgotha gestorven is. En de geringsten in het koninkrijk der hemelen van na de Pinksterdag, dat is groter. Niet door persoonlijke toewijding, er zijn er weinigen die Johannes overtreffen, maar door de positie die ze in Christus innemen. Geen Out-Testamentische gelovige kon zeggen dat hij één gemaakt was met de gestorven en opgewekte Christus, dat hij in Christus gezet was in de hemelse gewesten. Van het eeuwige leven konden ze zich alleen maar voorstellen dat het het leven was van het komende vrederijk. Psalm 133 en Daniel 12 spreken daarover. Verder niet. Hun gedachten konden niet verder gaan dan wat hen geopenbaard was. Maar ze kenden die positie ook niet. Je kunt dat niet allemaal op een hoop gooien, alsof het een en hetzelfde is. Dus in die zin kun je dan van Adam zo niet zeggen, maar je zou het toch in zekere zin kunnen zeggen, toen hij de boom van, hoe gek het ook klinkt, moet u deel 3 maar lezen,ik had het daarstraks over deel 4 Plan van God, deel 3 gaat over de schepping van God maar ook over de zondeval. Daar zie je dat toen Adam at van de boom van goed en kwaad, had hij iets wat hij voor die tijd niet had, namelijk de kennis van goed en kwaad. Voor een in zonde geboren mens betekent dat iets heel negatiefs, hij kan alleen maar het kwade doen, hij kent het goede maar kan het niet doen. Voor de wedergeboren mens, die heeft het goede lief gekregen, alleen hij kan het nog steeds niet doen want hij heeft de kracht van de Geest van God nodig. Dat is trouwens een antwoord op die vraag over Romeinen 7. Dat is iemand die het goede wel wil doen, maar hij kan het niet, want hij heeft de kracht van de Heilige Geest niet ervaren en gekend. Wij kunnen door de kracht van de Heilige Geest het goede ook doen. En toen Adam hersteld werd in de genade van God ging er een totaal nieuw leven voor hem open. Waarin hij in de kracht van God mocht leren wat hij voor die tijd in eigen kracht niet kon en waarin hij ook gefaald had. Maar dat is een heel verhaal, als u echt belangstelling ervoor hebt, dan moet u dat lezen in deel 3.

Als je elkaar herkent als je een opstandingslichaam hebt, zul je dan ook verdriet hebben over de mensen die er niet zijn in het hiernamaals? Want in de hemel zal er geen verdriet meer zijn. Hoe ziet u dat?
Ja, dit is een moeilijke vraag. Weet u, het is met de hemel zo dat er enorm weinig daarvan verteld wordt en ik denk dat dat is omdat we dat toch niet kunnen pakken. Dat denk ik echt. Het is een beetje als aan een kleurenblinde, aan een blinde uitleggen wat kleurentelevisie is. Hij heeft daarvoor niet de vermogens in huis om dat te pakken. Er is maar heel weinig wat ons daarover verteld wordt. Wij kunnen ons namelijk een heleboel dingen van de hemel gewoon niet voorstellen omdat we nog niet in die situatie zijn. En een van die dingen is; we zullen daar niet dommer zijn dan hier, we zullen elkaar herkennen, we zullen ook weten wie er ontbreekt. En nu komt het punt natuurlijk; aan de ene kant zal ons dat natuurlijk pijn doen en in ander opzicht niet. Ik weet eigenlijk niet hoe ik dat moet zeggen, ik heb, ik voel er iets bij. Niet zoals ons dat nu pijn doet. Ik denk dat dat komt door focus, gefocust zijn, ik heb die uitdrukking daarstraks ook gebruikt. Ik denk dat we zo gefocust zullen zijn op God dat een heleboel dingen die ons hier enorm kwellen, meer op de achtergrond aanwezig zullen zijn. Een van die aspecten daarbij zal zijn dat we God ook veel beter zullen begrijpen en verheerlijken, ook in Zijn oordeel. C.S. Lewis heeft daar prachtige dingen over geschreven, dat de hel ook uiteindelijk een daad is van de liefde van God. Als iemand zijn hele leven tegen God zegt: 'Mijn wil geschiede', dan zegt God aan het einde van zijn leven: 'Ik dwing je niet, Ik zal je brengen op een plaats waar jouw wil zal geschieden en waar je nooit meer last van Mij zult hebben. Alleen je zult dan ook tot in eeuwigheid moeten ondervinden wat dat betekent, je moet de consequenties aanvaarden. Het hoort bij een verantwoordelijk mens.' Nu, dit is maar een menselijk poging om te laten zien hoe uiteindelijk ook in de hel iets van het respect van God doorklinkt dat Hij voor Zijn Eigen schepselen heeft. En hij (C.S. Lewis) schrijft ook, op diezelfde plek of ergens anders; dat de hel aan de binnenkant op slot zit. Dat wil zeggen; al zouden ze eruit kunnen, dan zouden die mensen dat niet willen. Want de hemel is niet zomaar een luilekkerland, waar het prettig is, in de hemel is alles heerlijk en geweldig omdat God er is en verder nergens om. Een plaats waar alles is tot eer van God, waar alles God groot maakt. Dat is voor een goddeloze een gruwel. De hel is vreselijk,maar voor zulke mensen zal de hemel nog vreselijker zijn. En dat is was C.S. Lewis probeerde uit te drukken in die gedachte; de hel zit aan de binnenkant op slot. Ze zouden eruit kunnen, het is natuurlijk maar een menselijke voorstelling, want het staat niet in de Bijbel, ze zouden eruit kunnen, maar ze zullen het niet willen. Ik denk dat dat soort dingen, die hij scherp heeft aangevoeld, denk ik, dat we die dan veel beter zullen begrijpen. Dat we God daarin ook meer zullen kunnen billijken. En dat we zoiezo gefocust zullen zijn op een heleboel dingen, op God Zelf en daarmee minder op een heleboel dingen die ons nu kwellen. Dat is hetzelfde als een heleboel theologische vragen die ik heb waarvan ik denk dat als we straks in de hemel zijn, hebben we de eeuwigheid de tijd dat iedereen rustig zijn vragen aan de Here God kan stellen maar ook daarvan denk ik; zal ik in de hemel daar nog belangstelling voor hebben? Daarom zeg ik dat Gomarus en Arminius, die zich zijn hele leven gereformeerd is blijven noemen, zijn preken zouden best in de gereformeerde gemeente voorgelezen kunnen worden, niemand zou het merken, zolang ze maar niet over de uitverkiezing zou gaan. Dat waren mensen die de Here liefhadden, daarom zei ik; ze vielen elkaar in de hemel in de armen, het was niet zo van 'wacht een Arminius, nu ik jou hier tref, ik moet nog een ding ...' Welnee. Een heleboel dingen die nu voor ons verschrikkelijk gewichtig zijn daarvan is niet de vraag hoe zullen we er straks over denken? De vraag is; zullen we er überhaupt nog over nadenken? Zullen we niet op totaal andere dingen gericht zijn? Totaal anders gefocust zijn? Dat denk ik echt. Dus ik denk dat die vraag dan voor ons niet zo speelt zoals nu met onze beperkte voorstelling. Nu is dat een vraag die ons misschien enorm bezighoudt, begrijpelijk, we hebben allemaal familieleden, ongelovige familieleden waarvan we het heel erg vinden dat ze niet behouden zullen worden als ze zo doorgaan. En dat blijft ook erg. En toch zullen we er anders tegenaan kijken. Hoe? We zullen het later met elkaar misschien nog bespreken, maar misschien zullen we dat zelfs niet meer interessant vinden.

Waarom is niet iedereen voorbestemd? Ik zie zoveel ongelovigen. Iedereen zou toch moeten geloven?
Ja, iedereen zou moeten geloven, ja. Ja, dat is waar. Maar niet iedereen gelooft. Maar het is goed dat u het zegt, iedereen zou moeten geloven. Het geloof is niet een vrijblijvende zaak. Wij lezen meermalen in de Bijbel over gehoorzaamheid van het geloof. Dat is niet de gehoorzaamheid van de gelovige, dat is de gehoorzaamheid om te geloven. Paulus spreekt in Romeinen 1 vers 5 over geloofsgehoorzaamheid. Dat predikt hij. Hij zegt niet tegen de mensen: "Wilt u alstublieft Jezus aannemen?" Hij zegt: "Luister, dit is wat God beveelt." Hij zegt op de Areopogus: God dan verkondigt met voorbijzien van de tijden der onwetendheid alom aan alle mensen dat ze zich moet bekeren, klaar, punt. Het is geen optie, het is geen vrijblijvende zaak, van wat is dat mooi, wat is dat fijn, zeg, als jij ook kwam. Nee, het moet. Het is misschien niet altijd tactisch om het zo te brengen, maar het is wel waar. Het is een opdracht van God dat mensen zich moeten bekeren. En hoe beter mensen het evangelie kennen en het toch afwijzen, hoe meer ze in feite echt goddeloos zijn. Goddeloos is niet alleen iemand die vreselijk slecht leeft, het kan een heel fatsoenlijk iemand zijn, maar hoe beter iemand het evangelie kent en hoe bewuster hij het afwijst, dat is de ongehoorzaamheid. Er wordt ook gezegd: 'de ongehoorzamen, voor hen is de poel des vuurs'. Het eeuwig verderf. Dat is echt het kenmerk. Nu is dat de spanning die ik in het boek heb geprobeerd in 400 bladzijden uiteen te zetten, want het is buitengewoon ingewikkeld, gaan die mensen nu verloren omdat ze door God niet voorbestemd zijn of zijn ze niet voorbestemd omdat ze verloren gaan? Op dit late uur ga ik daar niet meer op in. A) omdat we het toch niet precies weten, omdat er al zoveel energie aan besteed is, terwijl het uiteindelijk een geheimenis is dat we ook rustig moeten laten zitten en B) omdat wat we van het geheimenis kunnen snappen allemaal al in het boek staat. Ik hoop dat u dat niet erg vindt. In dat boek behandel ik trouwens ook de opvatting van zeer eerbiedwaardige christenen, beslist geen calvinisten, maar toch eerbiedwaardige christenen, dat kan, die geloven dat God alle mensen heeft voorbestemd. Karbaar zegt er is eigenlijk maar een mens voorbestemd, dat is Christus. En in Hem zijn we allemaal voorbestemd, alleen sommigen verkiezen om niet aan hun voorbestemming te beantwoorden. Ja, ik geloof niet dat het Bijbels is, maar ik kan me voorstellen dat iemand het zo ziet. Ik ben meer calvinist in dit opzicht. Ik geloof dat allen die waarachtig tot geloof komen dat je daarvan mag zeggen dat ze uitverkoren zijn, zo zei Paulus dat ook in 1 Tessalonicenzen 1 vers 4 Ik weet dat jullie uitverkoren zijn broeders want jullie hebben het evangelie aangenomen. Dat is een mooie zin trouwens, lees 'm maar, vers 4 tot 6. "Ik weet dat jullie uitverkoren zijn, want jullie hebben het evangelie aangenomen." Van de andere mensen die niet het evangelie hebben aangenomen weten we het niet. Als ze het alsnog aannemen dan zeggen we; hé, hij was blijkbaar ook voorbestemd. En als iemand volhardt in het niet aannemen dan is hij blijkbaar niet voorbestemd. Dan mag je niet zeggen dat hij verworpen is, dat is weer heel wat anders, maar daar gaan we allemaal lekker niet op in.

Johannes 21 vers 12, We zijt Gij, vragen ze aan de Here Jezus, wetende dat het de Heer was. Hoe kan dat? Zag zijn aangezicht er anders uit?
Zijn verheerlijkte lichaam kreeg Hij na de hemelvaart of de opstanding. Maria herkende Hem ook niet. Ik geloof in alle vier de evangeliën kom je zulke mensen tegen, Mattheus 28 vanaf vers 16, ze kwamen allemaal daar en bogen zich voor Hem neer, maar sommigen twijfelden, staat er letterlijk. Al die apostelen kwamen daar bij elkaar in Galilea en sommigen dachten; is Hij het echt? In Marcus lees je precies hetzelfde van diegenen die twijfelden of Hij het werkelijk was. In Lucas zie jet het bij de Emmaüsgangers. Waarom herkenden ze Hem niet meteen? Waarom zagen ze niet meteen dat het Jezus was? Ja, er staat bij waarom. Hun ogen werden gehouden, dat ze Hem niet herkenden. Dat is mooi ouderwets Nederlands, dat wil zeggen, voor een tijdje werd er een floers over hun ogen gelegd. En toen ze Hem herkenden, was het niet in Zijn gezicht, maar in het breken van het brood. De kinderbijbel zegt dan weer, dat zagen ze aan die handen met die tekenen erin, maar dat staat weer niet in de tekst. Er staat, ze herkenden Hem in de breking van het brood. Dat is heel bijzonder. En in Johannes zie je het ook, dit is de tekst uit Johannes. In alle vier de evangeliën. Dat vind ik zo mooi, dat alle vier de evangeliën dat zo eerlijk vertellen. Dat die discipelen daar ook moeite mee hadden en een van de redenen was dus, ook bij Maria Magdalena was dat zo, van Maria Magdalena lezen we dat ze zich twee keer omdraaide. Dat is knap. Ze draaide zich om, menende dat het de tuinman was en ze zei: 'Heer, als u hem hebt weggelegd, wilt u me dat dan aanwijzen?' En dan zegt de Here Jezus: 'Maria' en dan staat er weer, ze draaide zich om. Ze draaide zich twee keer om. Een hele hoop mensen draaien zich maar een keer om. En ze luisteren naar het Woord, maar het doet ze verder niks. Als de Here Jezus haar naam roept dan draait ze zich voor de tweede keer om. Dat is de eigenlijke omkering, ik zal niet zeggen bekering, want ze was allang wedergeboren, maar dat is de grote omkering uit haar leven geweest. Als ze de levende Heer gaat herkennen, maar zelfs iemand als Maria Magdalena zag het niet meteen. Waarom niet? Haar ogen werden blijkbaar gehouden zodat ze Hem niet meteen herkende. Bedenk daarbij ook dat Jezus anders was. Hij was hetzelfde en Hij was anders. Hij was zo hetzelfde dat toen Hij met de Emmaüsgangers meeliep, zij dachten dat het een gewone man was, net als zij. Geen spook, geen geestverschijning, zij dachten aan een heel gewone man. In Lucas 24 als Jezus in zijn discipelkring verschijnt dan zien we ook, Hij eet een stuk van een gebakken vis en een honingraat, Hij laat zien, Hij is een gewoon mens, van vlees en beenderen, je kon Hem aanraken, dat deden de vrouwen in Mattheus 28 ook, ze omklemden Zijn voeten, in dat opzicht was Hij helemaal gewoon. En tegelijkertijd was Hij anders. Hij verscheen zomaar ineens in de kamer terwijl de deuren en de ramen op slot zaten. Dat had Hij nog nooit gedaan voor die tijd, nooit. Zie hier; ik sta aan de deur en ik klop. Die deur moest eerst wel worden opengedaan. Dat is natuurlijk beeldspraak in Openbaring 3. Maar Hij kwam nooit zomaar door gesloten ramen en deuren. Kon Hij dat dan niet? Dat weet ik niet. Ik denk dat de Here Jezus opzettelijk zich gebonden heeft aan de beperkingen die het lichaam met zich meebracht. Hij was niet op twee plaatsen tegelijk. Hij was niet aan het meer van Galilea en in Jeruzalem tegelijk. Terwijl Hij las God de Zoon tegelijkertijd het heelal vervulde. Oe, dat zijn allemaal moeilijke dingen. Maar na Zijn opstanding was er iets dat anders was, daarom staat er ook elke keer 'Hij verscheen' aan hen. Dat deed Hij vroeger, Hij verscheen, dat is de taal voor de engelen. In het Oude Testament staat: een engel verscheen aan hen. In het Nieuwe Testament staat dat ook: een engel verscheen aan Maria en in dat verschijnen, daar zit iets van iemand die vanuit een andere wereld binnentreedt in onze wereld. Waar hij eigenlijk niet thuishoort, en zo was het met de Here Jezus ook. We zullen het voor het gemak de opstandingswereld noemen. Hij was nog niet in de Hemel maar het was toch anders. En vanuit die andere wereld verscheen Hij veertig dagen lang elke keer weer opnieuw, elke keer weer opnieuw. Ze hebben Hem niet een plekje gewezen, van 'hier kunt U slapen'. Hij verscheen en Hij verdween, Hij verscheen en Hij verdween. Er was iets anders aan Hem. En tegelijkertijd was Hij hetzelfde. Dat is het geheim van het opstandingslichaam. Het was toen nog niet de stralende zon. Dat hebben de discipelen wel gezien, de drie die het mochten zien, op de berg der verheerlijking. Toen kregen ze een voorproefje van hoe Hij zou zijn na de hemelvaart. Dus het is in etappes gegaan, het is een opstandingslichaam dat Hij ontving in de opstanding maar nog zonder die glans en die heerlijkheid die het had na de hemelvaart. Toen was dat licht zo verpletterend dat Saulus van het paard viel wat geen paard was. En dat Johannes als dood aan Zijn voeten viel in Openbaring 1. Verpletterend. Maar in elk geval, er was iets anders aan Hem. Dat is een reden misschien waarom ze gedacht hebben: 'Is Hij het nu wel? Is dit wel dezelfde?' Want het was ook anders. Daarom zegt Hij ook tegen Maria: Raak Mij niet aan. Nodi me tangere, zo'n beroemde uitspraak uit het Latijn. Raak Mij niet aan, er is een plant naar genoemd. Als je die aanraakt, gebeurt er iets geks met die plant, ik weet het ook niet meer, maar zo zie je dat zelfs Bijbelverhalen in plantennamen doordringen. Maar ze mochten Hem niet aanraken, want Hij zei: "Ik ga terug naar Mijn Vader. Ik hoor niet meer bij deze wereld. Ik keer terug naar de wereld waar ik thuishoor, bij de Vader. Ik ben een Mens, een verheerlijkt Mens, opgestaan Mens. Ik ben Mens zoals Ik dat was en Ik blijf Mens tot in eeuwigheid, maar niet zoals dat was voor die tijd. Nu een Mens met een lichaam, nog niet helemaal verheerlijkt, maar toch al heel anders. Een lichaam dat toebehoort aan de wereld van de opstanding." Heel anders dan Lazarus of het dochtertje van Jairus. Of de jongeling van Naim. Die kwamen terug in hun oude lichaam. En daar zijn ze oud in geworden en in gestorven. Maar de Here Jezus kwam in een lichaam dat totaal nieuw was en daarom was Hij de eersteling van hen die ontslapen zijn. Zo een was er nog nooit geweest. Nou, ik hoop dat het een beetje mag helpen.

Tenslotte, je bent in de hemel wat God op aarde van je heeft kunnen maken. En hoe is dat bij een sterfbed bekering?
Tja, wat zou u nu graag willen? Dat ik tegen u zou zeggen: 'Nou, vooruit, bij een sterfbed bekering, dan, enzovoort, enzovoort, maken we een uitzondering, daar is dat niet het geval.' Ik blijf staan bij wat ik zei maar ik zal er nog iets aan toevoegen. Wat wij een sterfbed bekering noemen, ik ga nu weer iets schokkends zeggen, hou je schrap zo laat op de avond, dat is vaak helemaal geen stervensbekering. Die mensen zijn, niet altijd, maar vooral als ze in een kring zijn geweest waar altijd die geloofstwijfel gevoed werd, die mensen waren allang bekeerd. Alleen ze wisten het niet. Weet u wat er op hun sterfbed gebeurt, helemaal niet dat ze bekeerd worden, maar dat ze eindelijk wat men noemt, in de ruimte komen. In de ruimte gesteld worden. En hoe komt dat? Omdat ze losgemaakt worden van deze aarde en daarmee ook van alle ballast die in hun arme hoofdjes is gestopt. De Here maakt ze los van die ballast. Wat ontzettend jammer dat dat niet eerder gebeurd is. Maar ja, zo gaat het. Dan komen ze in de ruimte en dan praten ze met vrijmoedigheid over hun geloof. Wat is er met ze gebeurd? Zijn ze bekeerd? Welnee. Ze durven voor het eerst te zeggen dat ze bekeerd zijn. Dat is een heel verschil. De zekerheid van het geloof is heel wat anders dan de bekering. Als een mens, luister goed, als een mens zegt: Ik ben een zondaar en hij meent dat, het is geen vrome huichelachtige taal, hij meent dat, en er is maar een weg voor de zondaar en dat is te geloven in de Here Jezus Christus, die gestorven is voor de zonden van allen die in Hem geloven. Ik geloof dat Jezus de enige weg naar zaligheid is, ik geloof dat mensen hun vertrouwen op Hem moeten stellen, als ze in Hem geloven zullen ze voor eeuwig behouden zijn. Ik ben een zondaar en er is voor mij maar een redding en die ligt in het werk van Christus, en als je dan vraagt: Maar heb je je dat ook toegeëigend? Dan zeggen ze, ik weet het niet. Of ze zeggen; Ja, dat toe-eigenen, kan dat wel? Wat dat is ze zo aangepraat. Maar weet u wat er met die mensen wel gebeurt? Daartussen zie je in hun leven de wedergeboorte al lang en groeien ze en groeien ze. Vele jaren geleden was ik ergens op een Bijbellezing en daar zat een oudstudent van mij in de zaal. Intussen is hij allang een bekend predikant. Niet in Waddinxveen maar heel ergens anders. Ik had over deze dingen gesproken en hij gaf mij een vraag, net zo'n vragenbriefje als hier. En hij schreef over zijn oma. Hij schreef: Mijn oma heeft op aarde nooit durven zeggen dat ze een kind van God was. Dat was gewoon 'not done'. Hij was christelijk gereformeerd, dat mag ik er wel bij vertellen. Niet dat ze allemaal daar zo zijn, maar zij dan wel. En hij zei: Maar deze vrouw was zo'n kind van God en is wel degelijk gegroeid en is wel degelijk een volwassen christen geworden. En die zal in de hemel, dat zeg ik er nu zelf bij, ze zal in de hemel zijn wat God op aarde van haar heeft weten te maken. En dat is nu het mooie bij God, Hij kan met een kromme stok een rechte slag slaan. Hij is niet gebonden aan onze theologische schema's. Dus het kan gebeuren dat iemand noot hardop durfde te zeggen: "Ja, ik ben een kind van God." Altijd die schuchterheid, u kent dat wel, Hij is zo groot, weet u wel, al die schuchterheid. Maar ze was het wel. En als zij in de ruimte was gekomen op haar sterfbed, dan hadden de mensen gezegd: "Wat heerlijk, ze is toch nog bekeerd op haar sterfbed." Welnee, ze was al veertig jaar eerder bekeerd, of vijftig, of zestig. Ze ging als een volwassen christen de hemel in. Vat u het? Dus wees heel voorzichtig met die term sterfbed bekering. Heel voorzichtig. Ik ben ook altijd een beetje huiverig als ik hoor dat iemand die totaal het evangelie niet kent en dan op het laatst zegt: Geloof je in de Here Jezus? En iemand knikt, dan zeggen; oh, gelukkig toch nog op het laatste nippertje. Dat werkt niet, dat leg ik maar in God's handen. Daar zou ik maar een beetje voorzichtig mee zijn. Maar deze mensen, die hun hele leven de Here hebben gediend met volle overgave en met vreugde, maar die zo getraind waren dat ze niet vrijmoedig durfden te zeggen: "Ik ben een kind van God" gaan vaak als volwassen christenen de hemel in. Meer dan sommige mensen, dat zeg ik er nu ook eens met nadruk bij, meer dan sommige mensen die hun hele leven gezegd hebben dat ze een kind van God waren en helaas maar weinig geestelijke groei aan de dag gelegd hebben. Dat mag ook wel eens gezegd worden. In sommige kringen is het heel gewoon en heel gemakkelijk, zowel onder reformatorische als evangelische christenen, heel gemakkelijk en heel gewoon om te zeggen dat je een kind van God bent. Terwijl je vaak of soms maar heel weinig geestelijk groei ziet. Dus ook daarvoor geldt; laten we dat oordeel maar aan de Here God overlaten.

Ik stel voor dat we na deze vragenbeantwoording samen afsluiten met gebed. Laten we samen danken en bidden.

Wij danken U, trouwe God, onze Vader. Als we terugzien op deze avond en op deze avonden en dit seizoen voor zoveel heerlijke en prachtige dingen die U ons hebt laten zien. Door Uw Woord en Geest. U komt alle lof en alle eer toe. Wij zijn niets, U bent alles. En toch tegelijkertijd zijn wij voor U alles. Want U hebt ons tot kinderen, tot zonen van Uzelf gemaakt. Tot de bruid van Christus. U heeft ons gemaakt tot Uw geliefden, gemaakt tot gemeente die het lichaam is van Hem die alles in allen vervult. Gemaakt tot mensen die gelijkvormig mogen zijn aan het beeld van Uw Zoon. Wat hebt U ons oneindig willen zegenen. En we weten nog maar half of nog minder hoe rijk we zijn. Vader we bidden U dat door de kracht van Uw Geest wij vanuit Uw Woord meer en meer gevormd mogen worden in deze dingen, om onze schatten te leren kennen. Om te onderscheiden wat er allemaal nog meer is dan de rechtvaardiging uit het geloof, hoe groot dat goed ook is. Maar er is nog zoveel meer. Zoveel moois, zoveel rijkdommen die U voor ons hebt weggelegd, van voor de grondlegging der wereld af. Help ons om het te zien. En dat niet alleen, help ons om het uit te leven. En dat kan alleen maar door de kracht van Uw Geest. Het uit te werken in ons leven. Geef ons de volheid van die Geest, neem alle barrières weg bij ons die daar nog zouden kunnen zijn om van die volheid te genieten. Kom zo tot uw doel met ieder van ons. Zegen Uw Woord Here, dat we overdacht hebben en dat ook via de geluidsdragers nog weer anderen bereikt. Zegen ons in de tijd dat we elkaar nu niet zien, althans niet in dit verband, en als de Here Jezus nog niet gekomen is, zegen ons ook in een volgend seizoen als we ons opnieuw willen buigen over Uw Woord. Wij loven en wij prijzen U voor alles wat U schenkt. Werk aanbidding in onze harten om aan U die terug te geven, niet omdat wij ook maar iets kunnen vergoeden, maar opdat onze harten zo vol mogen zijn van wie U bent, dat we vanzelf gaan loven, prijzen en aanbidden. Neem onze dank en onze lofprijzing aan Vader. Wij vertrouwen ons aan U toe in alle dingen en zeggen U dank in de Naam van onze Here Jezus Christus. Amen.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?