Hart voor Waddinxveen


(8) Lezing gehouden op 8 mei 2009 over "De zegen van de predestinatieleer" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
donderdag, 24 september 2009 12:11

Ik stel u voor te lezen uit de brief aan de Romeinen het achtste hoofdstuk. Ik bedacht me bij de voorbereiding: je zou eigenlijk een heel seizoen kunnen spreken uitsluitend over Romeinen 8. Stiekem zou ik over elk vers een avond willen spreken, maar ik wil het nu ook weer niet te bont maken. Maar 8 avonden moet gemakkelijk lukken. We hebben er nu drie gedaan, maar dan laten we heel wat liggen nog. Want als ik nu het laatste stuk van dat hoofdstuk voorlees, gaat het toch eigenlijk vooral om de predestinatie, de uitverkiezing, terwijl er nog zoveel meer in die verzen staat. Ik begin eigenlijk al te lezen bij vers 18 uit de Thelosvertaling, Romeinen 8:18:

Ik acht dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet waard is vergeleken te worden met de toekomstige heerlijkheid die aan ons geopenbaard gaat worden. Want de schepping verwacht reikhalzend de openbaring van de zonen van God. Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar omwille van Hem die haar onderworpen heeft in de hoop dat ook de schepping zelf zal worden vrijgemaakt van de slavernij van de vergankelijkheid tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen Gods.

 

En dan gaan we verder in vers 28:
Wij weten dat hun die God liefhebben alle dingen meewerken ten goede. Hun die naar Zijn voornemen zijn geroepen. Want die Hij van te voren gekend heeft, heeft hij van te voren bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn. Opdat hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broeders. En hen die hij tevoren heeft bestemd die heeft Hij ook geroepen. En die Hij heeft geroepen heeft Hij ook gerechtvaardigd en die Hij heeft gerechtvaardigd, die heeft Hij ook verheerlijkt. Wat zullen wij dan hierop zeggen? Als God voor ons is, wie zou tegen ons zijn? Hoe zal Hij Die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar Hem voor ons allen overgegeven heeft, met Hem ook niet alle dingen schenken? Wie zal beschuldiging inbrengen tegen uitverkorenen van God? God is het die rechtvaardigt. Wie is het die rechtvaardigt? Christus Jezus is het, Die gestorven is, ja nog meer: die opgewekt is. Die ook aan God rechterhand zit, die ook voor ons bidt. Wie zou ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, benauwdheid, vervolging, honger, naaktheid, gevaar of zwaard. Zoals geschreven staat: om U worden wij de hele dag gedood, wij zijn geacht als slachtschapen. Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad. Want ik ben verzekerd dat dood noch leven, noch engelen noch overheden, noch tegenwoordige noch toekomstige dingen, noch machten noch hoogten noch diepten, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God die is in Christus Jezus onze Heer.

Tot zover uit het Woord van God. Toen ik de titel vanavond op het scherm zag staan, dacht ik: daar staat eigenlijk een foutje in. Want ik wil het helemaal niet hebben over de zegen van de predestinatieleer. Ik wil het hebben over de zegen van de predestinatie. Dat is een verschil. Of die predestinatieleer nu zo'n zegen is, althans bepaalde vormen van die leer, dat is eigenlijk een heel andere vraag. Ik denk dat het een freudiaanse vergissing was – want ik zal het zelf wel veroorzaakt hebben – dat ik deze titel heb opgegeven: de zegen van de predestinatieleer. We schrappen de laatste lettergreep. Ik hoop dat u nu niet teleurgesteld bent en dat u denkt dat het een hele andere avond wordt – dat wordt het namelijk ook – we hebben het over de zegen van de predestinatie. Die leer laten we voor wat het is. Als u wilt weten wat ik van die leer vindt zoals die in ons land gangbaar is, verwijs ik u naar mijn boek: Het plan van God. Daar heeft intussen een Hervormde en een hersteld Hervormde dominee naar gekeken en bij die Hervormde kwam ik er goed vanaf en bij die hersteld Hervormde wat minder goed, maar verder moet u het zelf maar beoordelen. Maar als u wilt weten over alle ins en outs en over hoe ik het daarvan afgebracht hebt, moet u dat zelf maar beoordelen. Ik ga het hebben over de zegen van de predestinatie. Grappig dat we dat in het Latijn aanduiden nietwaar? Even een klein lesje: pre is voor en destinatie is bestemming. Het betekent dus gewoon voorbestemming, maar sommige mensen snappen het vlotter als je dat in het Latijn zegt. De zegen van de voorbestemming. Het is merkwaardig dat in het Nieuwe Testament over uitverkiezing (predistinatie, voorbestemming) nooit gesproken wordt tot ongelovigen of halfgelovigen. Ik ga niet kritiseren heb ik al gezegd, ik ga niet discussiëren, maar het is toch wel jammer dat in ons land zoveel onbekeerden en halfbekeerden met deze leer in de knoop zijn geraakt. Terwijl dat helemaal niet voor hen bestemd is. Ze hebben met die hele leer niets te maken. Het hoort bij de geheimen van Gods kinderen en de anderen mogen daar helemaal niets van weten. In de bijbel wordt uitsluitend gesproken tot gelovige mensen, zodat de leer van de uitverkiezing nooit iets wordt waar je bang van zou moeten zijn, zo van: oei, zou ik ook wel bij die uitverkorenen horen? Die vraag komt nooit aan de orde. Wat aan de orde komt is de zegen die gelovige mensen mogen kennen. Het zou al een geweldige zegen zijn geweest als ze zouden mogen weten van het werk van de Heer Jezus toen ze in de zonden waren gevallen. Dat Christus gekomen is om hun zonden op zich te nemen, zodat zij vrijuit gaan en bij God in de heerlijkheid zouden mogen zijn. Dat is ook allemaal waar, maar het gaat veel verder dan dat. En dat verder heeft te maken met Gods eeuwige raad. De zegen van de bestemming is de zegen van deze bijna ongelooflijke gedachte: dat God van eeuwigheid af, nog van voor de grondlegging van de wereld, gedachten des vredes over mij gehad heeft en over u, als u een kind van God mag zijn. Dat God ons niet collectief, maar ieder individueel in het oog houdt. Collectief ook: ook de gemeente als collectief geheel is voorwerp van het eeuwig voornemen van God, in Efeze 3:10 kunt u dat lezen. Dat is ook mooi: dat God van eeuwigheid af een bruid voor Zijn Zoon heeft toebereid. Het is ook mooi om daartoe te behoren en daarvan te weten, maar ook heel persoonlijk. Toen de discipelen enthousiast bij de Here Jezus terugkwamen in Lucas 9 en Hem vertelden: zelfs de demonen zijn ons onderworpen. Ik kan me dat heel goed voorstellen: als je iets mag doen in de bevrijdingsbediening en je ontdekt dat de demonen je zelfs onderworpen zijn, dan is dat een geweldige ervaring. Van de week zei nog iemand tegen mij met glinsterende ogen: wat is de bevrijdingsbediening toch iets geweldigs. Die had in de gang even tussen neus en lippen door even een paar demonen eruit gegooid. En ik bedoel dat letterlijk, niet denigrerend, integendeel. En toen antwoordde de Here Jezus niet van: wat fijn voor jullie! Hij zegt: "verheugt u veel meer daarover dat uw namen staan opgeschreven in de hemel." Dat is wel even heel bijzonder om over na te denken, even los van die bevrijdingsbediening. Daarover gaat predestinatie.

Er staat hier in vers 29: die Hij van te voren gekend heeft. Men heeft daar wel eens een onderscheid tussen gemaakt: dat kennen en dat bestemmen en als je op het Nederlands afgaat zou je dat ook kunnen denken. Dat kennen alsof het gaat om een kwestie van pure informatie: ken je die of die? Ja die ken ik wel. Maar de woorden van te voren gekend en te voren bestemd liggen veel dichter bij elkaar. Denkt u maar aan 1 Petrus 1:20 waar we lezen over het Lam voorgekend voor de grondlegging der wereld. Daar is voorgekend nauwelijks verschillend van voorbestemd. En in Handelingen 2:23 zegt Petrus bij zijn grote toespraak op de Pinksterdag dat de Here Jezus overgeleverd is aan een bepaalde raad en voorkennis van God. En daar is voorkennis ook nauwelijks te onderscheiden van voorbestemming, het loopt ook parallel met het woord raad. Je zou het zo kunnen zeggen: degenen die God van te voren op het oog had om met hen een relatie aan te gaan. Dat gaat dus al veel verder dan dat Hij ons bij name kende, want Hij kende alle schepselen bij naam, alle mensen die ooit geboren zouden worden. Maar Hij kende ons als degenen met wie Hij een eeuwige relatie wilde aangaan. Die heeft Hij bestemd tot iets heel bijzonders, namelijk om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te worden. Ik heb het weleens eerder gezegd in deze avonden: zoveel mensen die tobben met de vraag of ze uitverkoren zijn lijken zich wel nooit gedachten te vormen over de vraag waarvoor ze dan uitverkoren zijn. Als ik tegen iemand zeg: ik heb jou uitgekozen, dan is het eerste wat hij zegt: waarvoor? Dat wil hij wel graag weten, want misschien vindt hij het wel helemaal niet prettig dat ik hem uitgekozen heb. Hoe komt het dat zoveel mensen zich daar niet mee bezighouden? Dat is een heel simpel antwoord, omdat ze denken dat ze het weten: uitverkoren om naar de hemel te gaan, uitverkoren om van zonden vergeving te ontvangen. En dan is het wel merkwaardig in de Bijbel dat de uitverkiezing of de voorbestemming eigenlijk daar nooit rechtstreeks mee in verband wordt gebracht. Ook dat heb ik u wel eerder vertelt: dat het een wel erg magere vorm van het evangelie is als we alleen denken dat het gaat over zondevergeving en naar de hemel gaan. Luister: zondevergeving is een geweldig groot goed en dat we naar de hemel mogen gaan is ook een geweldig groot goed, maar wat is ervoor in de plaats gekomen? De mantel der gerechtigheid, zegt Jesaja bijvoorbeeld. Maar nog meer dan dat, niet alleen de rechtvaardiging uit het geloof. Ik sprak eens met iemand die een wantrouwen had tegen iedereen die zich naar meer wilde uitstrekken dan naar de rechtvaardiging uit het geloof, hij noemde zo iemand een sektariër. Ik zal u vertellen: dan ben ik graag een sektariër. Want de rechtvaardiging uit het geloof behoort tot het fundament. Het is het eerste begin: ontzettend belangrijk, maar in hoofdzaak een negatief iets. Niet alleen, maar wel in hoofdzaak. Want het betekent vrijspraak ten opzichte van onze schuld. Maar alles wat God van eeuwigheid in gedachte heeft om ons te geven gaat daarbovenuit. Als iemand mij daarom een sektariër noemt, mag hij zijn gang gaan. Dit hoort niet bij de rechtvaardiging uit het geloof. Let eens op wat er een vers verder staat, vers 30: hij heeft ze bestemd, tevoren bestemd en die heeft Hij ook geroepen. Dat wil zeggen: er kwam een punt in de tijd dat hij die persoon ook daadwerkelijk geroepen heeft. En dan staat er: die Hij heeft geroepen, die heeft Hij ook gerechtvaardigd. En diegenen die ons, die meer willen dan dat, in de boeken sektariërs willen noemen, zouden hier een punt moeten lezen. Maar er staat geen punt. Er staat: die heeft Hij ook verheerlijkt. Er staat niet: die zal hij verheerlijken of die zullen straks de heerlijkheid ingaan. Mensen die dat zeggen: rechtvaardiging uit het geloof is het hoogste, die moet u dit maar eens vragen. Waarom staat er dan: die Hij gerechtvaardigd heeft, die heef Hij ook verheerlijkt? A. wat betekent het? En B. Waarom staat het er? Dat betekent dat er nog wel iets meer is dan de rechtvaardigmaking. En ik durf het u te verzekeren dat zulke mensen daar geen antwoord op hebben. Ik hoop dat u het aan het einde van deze avond wel weet. Hij heeft ons van te voren bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te worden. Nu gaat u het weer helemaal missen als u denkt dat geen betekenis heeft voor nu. Maar sommigen denken dat: die hebben een soort grafiek, een curve waarbij het hier op aarde de hele tijd maar arme zondaars is en dan ineens als ze in de hemel zijn aangekomen dan gaat de curve omhoog en dan zijn we in één keer volmaakt. En ik heb het al vaker gezegd, ik heb het niet van mezelf. Er is ook al eens een vraag over geweest: waar staat het in de bijbel. Ik ga dat niet herhalen, maar ik zeg alleen die stelling. Je zult in de hemel zijn wat God hier op aarde van je heeft weten te maken. De mate waarin wij De eeuwigheid het beeld van Christus ook praktisch zullen vertonen, is iets wat God hier op aarde bewerkstelligd. En wel door de kracht van de Heilig Geest. Dit is zo fundamenteel. Zijn plan is hier op aarde mensen te hebben die op het beeld van Christus lijken. Maar dat kunnen we ook begrijpen. Want het geweldige dat God voor ogen heeft is dat er hier op aarde nadat de Here Jezus uit deze wereld is heen gegaan, dat hier mensen zouden zijn die dat zelfde beeld zouden vertonen dat Christus vertoonde. Die niet alleen maar dezelfde soort woorden zouden spreken. Dat is ook wel heel belangrijk want we hebben dezelfde zalving van de Heilige Geest ontvangen. We kunnen Zijn woorden spreken in dezelfde kracht. Maar ook die Zijn werken zouden doen. Johannes 14:12 'De werken die ik doe zal Hij ook doen en jullie zullen grotere dingen doen dan deze.' Maar bovenal niet alleen wat wij zullen doen, namelijk doen wat Jezus deed, maar we zullen zijn als Jezus.

Natuurlijk is dat pas ten volle, zolang de zondige natuur nog in ons is is het op aarde nooit volmaakt, maar daar hebben we het ook niet over. Er zit een heel verschil tussen arme zondaars blijven tot je dood en de volmaaktheid bereiken. Daar zit een enorme afstand tussen. In 1 Johannes 3:2 lezen we 'We zullen Hem zien zoals Hij is, wánt wij zullen Hem gelijk zijn.' Dat is toekomstige tijd. En dat hangt zelfs met ons lichaam samen. Want wij zullen een lichaam ontvangen in de opstanding of bij de wederkomst van Christus, gelijkvormig aan het lichaam van Zijn verheerlijking. Fillipenzen 3:21. Dus die gelijkvormigheid heeft een geestelijk maar ook een lichamelijk aspect. En wat dat lichaam betreft, dat is ook in de toekomst. En tegelijkertijd is het Gods plan hier, juíst hier in deze wereld waar zoveel mensen het beeld vertonen van de oude Adam, mensen te hebben die het beeld vertonen van de nieuwe Adam.

Dat is Zijn plan. Van alle eeuwigheid af. Mensen te hebben die lijken op Zijn Zoon. Of zoals 1 Johannes 3:2 zegt 'die Hem gelijk zijn.' Dat moet je natuurlijk goed begrijpen. Wij worden nooit goden. In dat opzicht worden we niet gelijk aan de God, God de Zoon, we worden niet opgenomen in de Godheid. Maar wel gelijk in alles wat Hij als mens is. Gelijk aan die verheerlijkte mens in de hemel. En als Gods plan nu, te midden van al die mensen die de oude Adam vertoonden, wilde Hij een mens die het beeld van de nieuwe Mens, de nieuwe Adam zouden vertonen.

En dat is aan de ene kant, principieel werkelijkheid op het moment dat je tot geloof komt. En aan de ander kant is dat nu juist wat praktisch waargemaakt moet worden. En dat is het werk van de Heilige Geest. Als je zou vragen 'waarvoor is de Heilige Geest in deze wereld gekomen?' Kun je een heleboel antwoorden op geven maar één van de antwoorden is 'Om Gods kinderen praktisch gelijkvormig te maken aan het beeld van de Here Jezus.

Dus die eeuwige bestemming treed niet automatisch in vervulling op het moment van de wedergeboorte. Op het moment dat de mens de Heilige Geest ontvangt. De Heilige Geest begint met dat werk. Dat wordt dikwijls het werk van de heiligmaking genoemd. Maar dat is ook vaak weer de bijgedachte alsof heiligmaking toch ook weer vooral, dat heb ik ook wel eens eerder gezegd, te maken heeft met het onder de knie krijgen van dat zonde-probleem. Want dan gaat het toch altijd weer over de zonde. Maar dit is heel positief! Heiligmaking betekent, worden zo heilig als de Heilige is, Jezus wordt vaak 'de Heilige' genoemd. Dat begint al in Lucas 1 'Dat Heilige dat uit U geboren zal worden, zal de Zoon van God genaamd worden.' Heiligmaking is, maar het nou eens helemaal los van de zonde in je gedachten even want het is er niet van los te maken. En zie het nou eens heel positief. Heiligmaking is, en dat is toch een belangrijk begrip, ook in de reformatorische theologie, rechtvaardigmaking, heiligmaking. Dit is heiligmaking; gelijk worden aan de Heilige. En dat is Christus.

Dat wat wij principieel geworden zijn, dat waarvoor God ons van eeuwigheid bestemd heeft, dat moet praktisch waargemaakt worden. En dat kan niet doordat wij ons best doen. Het is zelfs verboden daarvoor je best te doen. Als je je best doet, kom je in Romeinen 7 terecht en kom je hopeloos in de ellende. Het is een werk wat niet door jouw activiteiten, door jouw best doen tot stand wordt gebracht. Ik heb een christen gekend die verbood zijn kinderen om hun best te doen. Het was een calvinist maar van een rare soort. Van het calvinistische arbeidsethos moest hij niks hebben, hij zei tegen zijn kinderen op school: "Ik verbied jullie je best te doen, jullie leven uit genade. En je best doen, dat is op een stiekeme manier altijd weer de wet erin brengen." Hij was psychiater van beroep dus hij zal er wel diep over nagedacht hebben. Maar ik vond het altijd fascinerend.

Het is verboden voor christenen om hun best te doen. Ik hoop dat u mij goed wilt begrijpen. Het is ook verboden namelijk voor christenen om de kantjes ervan af te lopen. Maar waar het om ging is wat hij wilde zeggen, wat in het begin van Romeinen 8 vonden, in vers 4. De heilige eis van Gods wet wordt niet dóór ons vervult, maar ín ons vervult. Als we tenminste leven naar de Geest. Het is de Heilige Geest die dat in ons doet. Er is een ontspanning in het christen leven, die totaal in strijd is met die spanning van Romeinen 7, daar hebben we het uitvoerig over gehad. Van dat 'ik wil wel en ik doe zo mijn best maar het lukt maar niet'.

Dat is heel merkwaardig, dat is ook moeilijk te snappen, als je het niet een beetje kent uit ervaring snap je dat niet. Daarom is die volheid van de Geest zo belangrijk. Want dan gaat het vanzelf. Dan ben je zelfs niet eens meer bezig met het probleem van de zonde. Daar heb je helemaal geen tijd meer voor want je bent zo gefocust op Christus. Zo vol van de Here Jezus. Dat is precies de boodschap van het vers dat zó fundamenteel is dat ik het heel vaak citeer: 2 Korinthe 3, eerst vers 17 "waar de Geest is daar is vrijheid!" Ook al zo'n moeilijk begrijp, vrijheid. En dan staat er: "Wij dan die met onbedekt aangezicht de heerlijkheid van de Heer aanschouwen", de NBG vertaling zegt; "weerspiegelen, worden naar dat zelfde beeld veranderd, getransformeerd eigenlijk, dat is een sterk woord, van heerlijkheid tot heerlijkheid." Dat is door de Heer, de Geest. De Heilige Geest transformeert ons, naarmate wij gefocust zijn op Christus. Zodat wij in dat proces veranderen naar dat waarop wij gefocust zijn. Kunt u het nog volgen? We worden veranderd in overeenstemming met datgene waarop we gericht zijn.

Dat is de verwerkelijking van de uitverkiezing, van de voorbestemming. Dat is het eerste grote doel, gelijkvormig te zijn aan dat beeld. Daar gaat het om in dit leven. Daar heeft Paulus voor geworsteld, daar heeft hij voor gevochten. Daar heeft hij voor gejammerd, daar heeft hij soms voor gehuild. In Galaten 4:19 zegt hij tegen die Galaten die zich lieten meeslepen door de dingen van de wet; "Mijn kinderen van wie ik opnieuw in barensnood ben, opdat Christus in u gestalte krijgt", gestalte of vorm dat is hetzelfde als transformeren, "Opdat Hij gestalte in u krijgt, zodat Hij weer zichtbaar wordt in jullie." Het is niet een kwestie van redeneren met die Galaten, ze overtuigen van de dwaling waar ze in gevallen waren. Alsof het alleen maar van argumenten afhing."

Het ging erom dat Christus in hen zichtbaar zou worden. En als ze zich zouden stellen onder de wet, onder de besnijdenis, onder al die dingen, onder de elementen van de wereld noemt Paulus dat zelfs, de elementen van de godsdienstige wereld. Dan zouden ze helemaal afraken van het eigenlijke doel waarvoor ze van eeuwigheid bestemd waren; aan Christus gelijkvormig te worden.

Christus is de Heilige. Hij wordt ook vaak in het Nieuwe Testament genoemd 'De Rechtvaardige'. Dat heeft weer met de twee dingen te maken die ik net noemde. Rechtvaardigmaking is niet alleen maar iets van een moment, dat is een doorgaand proces. Je bent gerechtvaardigd, leef als rechtvaardige en dat moet je leren. Het heet toch rechtvaardigmaking in de bijbel. Met heiligmaking precies hetzelfde; je bént een heilige en leer nu te leven als een heilige. Hoe leer je dat? Niet door bijbelse geboden uit je hoofd te leren, maar door de volheid van de Heilige Geest. En als je het leert, dan ben je aan Christus gelijkvormig geworden want Hij ís de Heilige en even zo vaak wordt Hij in Het Nieuwe Testament, of nog vaker, de Rechtvaardige genoemd. Alle auteurs van het Nieuwe Testament zo ongeveer, noemen Hem de Rechtvaardige.

Weet u, er is al een heel groot verschil, en helaas vind je dat in de catechismus als ik me niet vergis, maar ik elk geval in de geloofsbelijdenisgeschriften, dat adam van nature heilig en rechtvaardig geweest zou zijn. En dat vind ik zo jammer, dat dat er staat. Dat staat namelijk nergens in de bijbel en het is ook absoluut verkeerd. Adam was onschuldig, dat is heel wat anders.

Wij leren heiligheid en rechtvaardigheid alleen maar 'the hard way', zoals de Engelsen zeggen, op de moeilijke manier. Wat Adam had, dat is het kleine kind, dat weliswaar met de erfzonde geboren is dat is het verschil met adam, maar het is maar even een parallel. Dat kleine kind verliest op een bepaalt moment zijn onschuld. Dat lieve baby'tje verliest zijn onschuld op het moment dat het iets kwaad doet en zich ook voor het eerst daarvan bewust is. Gewoonlijk is dat zo rond een jaar of vijf, zes. Dan verliest het kind zijn onschuld. Je zou dat, dat is theologisch niet verantwoord hoor want ik heb al gezegd dat kind heeft de erfzonde in zich, maar je zou dat de zondeval van elke mensen kunnen noemen. Dan verliest hij zijn onschuld. En als de Here zich in genade met zo'n mens bezig houdt, dan komt die mens tenslotte langs een lange weg die voor de één heel moeilijk is en voor de ander heel glad verloopt, dan komt hij tenslotte bij de heiligmaking en rechtvaardigmaking uit. En dat gaat God zo iemand door het geloof en door de kracht van de Heilige Geest een heilige en rechtvaardige maken. Maar dat was dat kind niet tot aan zijn zesde jaar. Toen was hij onschuldig. Innocent, onschuldig is nou niet het gelukkigste woord. In het Duits kun je zo mooi "harmlos" zeggen en in het engels "innocent". Wij hebben daar geen goed woord voor. Maar het is de onschuld van het kind die het verliest.

Heiligen en rechtvaardigen heeft te maken met geestelijk volwassen worden. Adam verloor zijn onschuld in de zondeval. Maar van heiligheid en rechtvaardigheid had hij, met respect gesproken, geen kaas gegeten. Hij had geen flauw idee wat het was. En dat kan ook niet want mensen leren de heiligheid alleen maar doordat ze eerst met onheiligheid vertrouwd zijn geweest. God heeft dat niet nodig, wij wel. Deze hele geschiedenis van na de zondeval is één lange weg waarin zich de heiligheid van God manifesteert in contrast met de onheiligheid. En in geleidelijke overwinning van alle onheiligheid. Wij zouden geen idee hebben wat heiligheid was, als wij in ons eigen leven, niet zo vertrouwd waren geweest met onheiligheid. Wij zouden geen idee hebben van wat gerechtigheid is als we niet geleerd hadden wat ongerechtigheid was. Daarom is het zo belangrijk dat die boom, de boom van de kennis van goed en kwaad heet. Niet alleen de kennis van het kwade. Maar ook de kennis van het goede. Adam kende niet alleen het kwade niet, hij kende ook het goede niet. Hij had geen flauwe notie wat heiligheid en gerechtigheid zouden kunnen betekenen.

Maar God heeft van alle eeuwen lang voor Adam geschapen was, laat staan dat hij gezondigd had, heeft God ons ertoe voorbestemd, om heilig en rechtvaardig te worden. Dat waren we niet door de scheppingsdaad, dat waren we door de herscheppingsdaad. Van de nieuwe mens lezen we in Efeze 4:24 dat hij naar God, dat wil zeggen in overeenstemming met God, geschapen is in ware gerechtigheid en heiligheid.

God is heilig. God is rechtvaardig. Christus is de Heilige. Christus is de Rechtvaardige. Daar waar God door de heilige Geest, door de heílige Geest, waar God in ons Christus zichtbaar maakt, ons gelijkvormig maakt aan Christus, daar leert een mens wat heiligheid en gerechtigheid is. Niet alleen maar als een mooi ideaal. Maar als iets waardoor de kracht van Gods Geest nu gestalte in hem krijgt. En daarmee zijn we niet terug in het paradijs, want in het paradijs was dat volstrekt onbekend. Voor zover Adam iets van heiligheid en gerechtigheid heeft geleerd, heeft hij dat geleerd na de zondeval en niet daarvoor. Door het eten, hoe gek het ook klinkt, dat ga ik niet uitwerken daar moet u zelf maar over nadenken. Hij heeft het geleerd door te eten van de boom van kennis van goed en van kwaad. Én door de openbaring die God in genade daarna aan hem gegeven heeft. Toen Hij hem bij de hand nam, terug naar de behoudenis, naar de bekering, naar het herstel. Daarom is het zo belangrijk. We krijgen niet wat Adam verloren had, we krijgen onnoemelijk veel meer. Wat zul je ooit van evangelie begrijpen als je niet gaat zien dat we in het evangelie ónnoemmelijk véél meer ontvangen dan Adam ooit verloren heeft. Het zou toch wel buitengewoon droevig zijn als Adam en Eva in de kortst mogelijke tijd alles wat God ze geschonken had zouden hebben verspeeld, en God sindsdien duizenden jaren bezig is om ons weer terug te brengen waar we toen waren. Als dat zo was dan zou er weer een zondeval kunnen plaatsvinden.

Maar het is geen terugkeer naar het paradijs. Het is een spiraal, geen cirkel. We keren niet in een cirkel terug, het is een spiraal. Straks in het vrederijk zal het ook weer paradijselijk zijn. Maar de mensen die daar deel aan hebben zijn niet onschuldig als Adam waardoor ze opnieuw zouden kunnen vallen. Ze zijn heilig en rechtvaardig. Het is het beeld van Christus wat in hen is. En dat mensen voor die tijd, voor de zondeval, nooit bezeten hebben.

Er is nog iets. Adam was een zoon van God, dat staat in Lucas 3 in het geslachtsregister van de Here Jezus. Maar in welke zin was hij een zoon? Hij was een zoon, daardoor omdat God hem toebereid had, uit het stof van de aarde. In die zin is elk mens een zoon of een kind van God. Bij de VPRO hadden ze vroeger een kinderliedje, ja je moet toch wel net zo oud zijn als ik om dat nog te weten,'kinderen van één vader zijn we allemaal'. En dat sloeg dan op alle kindertjes op aarde, want die waren allemaal kinderen van de Vader. Nou in zekere zin is dat nog waar ook. Af en toe zegt de VPRO wel eens iets dat waar is. Namelijk in dit geval. In zekere zin als het gaat om schepselen zijn we allemaal kinderen van God. Maar als het in het Nieuwe Testament gaat over kindschap en zoonschap gaat het natuurlijk over heel wat hogers. We hebben dat de vorige keer gezien. Maar ik herhaal het nog eens: Efeze 1:5, weet u dat nog? God heeft ons voorbestemd, dezelfde uitdrukking gepredestineerd, om zonen voor zichzelf te hebben. Hij heeft ons gepredestineerd niet zoals de Staten Vertaling zegt tot de aanneming van kinderen. Maar tot de aanneming van zonen, dat gaat nog wat verder. Kinderen zijn we door geboorte. Zoonschap heeft met adoptie te maken.

En het gesteld worden in een positie. Wie een zoon van God geworden is is niet teruggekeerd tot dat wat Adam verloren had, want in die zin dat wij het zijn, is Adam het nooit geweest. Ik durf zelfs te zeggen: de gelovigen in het Oude Testament niet, maar dat maakt het nu te ingewikkeld. God heeft ons daar te voren toe bestemd! En het mooie is: niet in de eerste plaats voor ons genoegen, hoewel wij er ook alle vreugde van mogen beleven, maar voor Zichzelf staat er! We hebben dat de vorige keer zien, of die keer daarvoor, ik weet het niet meer. Maar in elk geval: God heeft ons van te voren bestemd tot zoonschap voor Zichzelf! Soms denken we wel eens dat de Vader de Zoon alles weggegeven hebben, zichzelf volkomen hebben weggecijferd. Alles voor de zondaar. Maar dat is niet zo! Het is niet zo dat er voor God zelf niets in zit, en voor de Heere Jezus niet. De Heere Jezus heeft het gedaan voor de vreugde die voor Hem lag. Hebreeën 12. Daarom heeft Hij het kruis gedragen en schande veracht. De vreugde dat Hij straks de macht zou hebben over hemel en aarde en dat Hij een bruid aan Zijn zijde zou hebben. Daarvoor deed Hij het. Het was zelfs in de eerste plaats voor Hem. Het is voor Hem nog meer dan dat het voor ons is. En voor God zit er ook alles in want God heeft ons bereid tot zonen voor Zichzelf! Om daar vreugde aan te beleven. Het is toch geen schande als wij als ouders het fijn vinden om vreugde te beleven aan onze kinderen. Is dat egocentrisch? Zijn wij er alleen voor de kinderen, mogen ze geen vreugde voor ons zijn? Wat zou ouderschap niet betekenen als het niet naar 2 kanten werkt? God wil de vreugde hebben van zijn zonen en daarom gaf Hij ze weer de Heilige Geest. Want die komt bij elk punt aan de orde. Zovelen wij dan door de Heilige Geest geleidt worden zijn we zonen van God. Romeinen 8:4. Zoonschap. Heeft u nou gemerkt dat ik al 4 punten genoemd heb van wat voorbestemming is? Gelijkvormigheid aan het beeld van Christus. In de tweede plaats: Heiligheid, gerechtigheid. Ik moet u zeker nog even noemen: Efeze 1:4 daar staat het toch: uitverkoren van voor de grondlegging der wereld opdat wij heilig en onberispelijk voor Zijn aangezicht zouden zijn. Wij zijn uitverkoren om heilig en onberispelijk te zijn en dat moeten we praktisch waarmaken. Dat staat in Kolosse 3:12: als je uitverkoren bent, doe dan aan als uitverkorenen van God en dan worden daar al die kenmerken opgesomd van de nieuwe mens. Want op het moment dat je tot geloof komt ben je bekleed met de nieuwe mens en je moet je tegelijkertijd elke dag bekleden met de nieuwe mens. Dit is de vaste sleutel voor christenleven: 1 van de geheimen van een christenleven: wees wat je bent, je mag ook zeggen: wordt wat je bent. Je bent bekleed met dat nieuwe mens, oefen je om die nieuwe mens elke dag opnieuw aan te trekken door de kracht van de Heilige Geest. Doe dan aan als uitverkorene van God en dan komen de kenmerken van de nieuwe mens. Kolosse 3:12. Je bent voorbestemd om heilig en onberispelijk te zijn. God gaf er zijn Geest bij waardoor het nodig is. Doe het is. Het is net als een bouwpakket alle losse onderdelen heb je erbij, je hebt ook de lijm erbij om het aan elkaar te plakken: ga je gang! Dit is het plan van God en dat plan van God moet praktisch in ons leven werkelijkheid gaan worden, de blauwdruk ligt klaar, heilig en onberispelijk. Het beeld van Gods Zoon, daar moeten we op lijken dat is het blauwdruk. Het ligt helemaal klaar de tekeningen zijn erbij geleverd want je met de onderdelen van het bouwpakket moet doen, maak er een prachtig schip van, de tekeningen zeggen hoe je het moet doen, de lijm wordt erbij geleverd, ga je gang! Door de kracht van de Heilige Geest moeten we worden wat we zijn. De hele heiligmaking is niets anders dan dat. Wees wat je bent. Je bent heilig. Leef dan ook heilig. Je bent rechtvaardig, leef als een rechtvaardige. Dat kun je helemaal niet daarom moet je ook vooral je best niet doen want dan doe je net of jij het kan, het kan alleen door de kracht van de Heilige Geest. En het 4e punt dat is het zoonschap. Er is nog een 5e punt, nee ik ben de tel kwijt. Het 3e punt is het zoonschap en het 4e punt is het eeuwige leven. Het staat zo mooi in: Handelingen 13:48 het is een heel Calvinistische tekst. Er staat: er kwamen er zoveel tot geloof als er tevoren bestemd waren voor het eeuwige leven. Even voor het evenwicht: een paar verzen verder staat een heel armeniaanse tekst: Paulus en de andere apostelen spraken zó dat heel veel mensen tot geloof kwamen. Moet ik dat uitleggen? Die tekst betekent: dat Paulus ontzettend zijn best deed, daar deed hij zijn best en dat mensen in hun eigen verantwoordelijkheid de keuze moest maken. Maar Paulus drong er op aan, Hij redetwistte met die mensen tot hij ze zover bracht dat ze deden. Ik ken evangelisten die doen dat zo die gaan met u op de knieën en die bidden met u de hele nacht door. Ik ken mensen die ontzettend veel mensen tot de Heer geleid hebben op deze manier. Niet loslaten! Ga met ze op de knieën. Worstel met ze al duurt het tot 3 of 4 uur in de nacht. Totdat het licht doorbreekt. Maar die andere tekst is heel calvinistisch, heel contraremonstrant. Er kwamen er zoveel tot geloof als tot het eeuwige leven waren voorbestemd. Maar goed dat was maar even een zijpaadje want dit was die mooie uitdrukking. Voorbestemd voor het eeuwige leven. Jafeth, weet je het nog: jij hebt het zondagochtend gehoord. Hij was zondagochtend ergens waar ik een preek gehouden heb over het eeuwige leven. Wat was het ook alweer? Ahhh.. arme jongen. Johannes 17:13, de enige waarachtige God en Jezus Christus die U gezonden hebt. Dit is het eeuwige leven, dat ze U kennen, zoals Ik U ken. Als Vader. Dit is het eeuwige leven kennen dat ze Jezus kennen zoals U de Vader Hem kent, als de Zoon. Niemand kent de Zoon dan de Vader, niemand kent de Vader dan de Zoon. Het ene staat in Mattheus 11, het andere in Mattheus 16. En als de Zoon de Vader gaat openbaren en de Vader de Zoon gaat openbaren door de Heilige Geest dan wordt je in relatie gebracht met goddelijke personen. Wat is er hoger dan dat? Dat God van eeuwigheid af niet alleen maar mensen uit de poel van de zonden wilde trekken en ze dan bij Zich in de Hemel wilde brengen, dat is wel zo, maar in welke gedaante? Met welke status? In welke hoedanigheid, zo moet ik het eigenlijk zeggen, in de Hemel? Als geliefde zonen. Als mensen die geboren zijn, wedergeboren zijn tot gemeenschap met goddelijke personen. Gemeenschap met de Vader en de Zoon. In 1 Johannes 1:1-4 zegt Johannes: dat eeuwige leven was in de hemel, en in de persoon van Christus is dat neergedaald op aarde en wij apostelen mogen het jullie vertellen want wij hebben het gezien, wij hebben het meegemaakt. En waarom schrijven wij jullie deze dingen? Als je dat eeuwige leven ontvangt dan ontvang je gemeenschap met de Vader en de Zoon. Wij zijn voorbestemd om met goddelijke personen intieme omgang te hebben. Mensen die zeggen: ach ik zal al tevreden zijn met een klein plekje in de keuken van de Hemel, laat mij maar de aardappelen schillen, die klinken erg vroom en bescheiden maar ze hebben er echt niets van begrepen, ze trappen God bij wijze van spreken op het hart, niet echt, want ze weten niet wat ze zeggen. Maar goed, we weten een heleboek dingen niet wat we zeggen dus kan God het ons ook makkelijk vergeven. Hij wil helemaal niet dat we in de keuken zitten. Hij wil helemaal niet dat we leven als Assepoester in een eigen gekozen bijkeuken. Heel veel mensen leven als Assepoester, maar die moest in de bijkeuken zitten, maar wij kiezen er vaak voor of we worden door onze omgeving in die bijkeuken gedrongen en we zien andere christenen, net als de 2 zusjes van Assepoester, die mochten naar het bal. En ze geven daar op af; "ja die verbeelden zich heel wat, ja die zusjes mogen naar het bal..." En zelf zitten ze in die bijkeuken aardappelen te schillen. Lieve mensen, God wil zonen en dochters bij Zich in de Hemel. Maar Hij wil ze niet alleen in de Hemel. Hij wil hier op aarde dat u en ik het eeuwige leven leren kennen. Gemeenschap met de Vader en Zijn Zoon. En hoe is dat mogelijk? Het is nota bene tegen een Samaritaanse vrouw dat de Heere Jezus spreekt, tegen een vrouw waarvan wij denken: die heeft toch wel andere dingen nodig zeg.. die had in de eerste plaats vergeving van zonden nodig, maar dat heeft de Heere Jezus helemaal niet genoemt.Hij begint tegen haar de spreken over één van de hoogste dingen die je je kunt voorstellen: de gaven van God. Hij zegt tegen haar; De gaven van God dat is het levende water. Als je dat drinkt dan wordt dat in jou een fontijn die springt tot in het eeuwige leven. En dat levend water dat zie je in Johannes 7, dat is de Heilige Geest. En Hij zegt tegen deze vrouw die Hij totaal niet kent, een vrouw aan de rand van de samenleving, in de poel van de zonde. Hij zegt tegen die vrouw: weet je wat jij nodig hebt? Dat levende water dat is de Heilige Geest die in jou wordt een bron van levend water die opspuit en opspringt tot in de kennis, de gemeenschap met goddelijk persoon. De Vader en de Zoon. Dan duizelt je dat toch!? Wij zouden dat zeer onpedagogisch vinden. Je moet beginnen bij het begin! Nou dat komt ook wel aan de orde, de Heere Jezus spreekt ook met haar over haar zonden. Maar ik vind het zo mooi: het doorbreekt alle sjablonen over hoe evangelisatie moet. Eerst de wet, dan de genade. Eerst de ellende, dan de verlossing en dan de dankbaarheid. Hier komt de hele vervulling met de Geest helemaal niet aan de orde, maar daar gaat het nou even niet om, de Heere Jezus begint ermee. Ik vind dat zo prachtig! Iedereen kent dat verhaal maar de clou van het verhaal (als ik dat even mag noemen) ontgaat een heleboel mensen! En dan zegt de Heere Jezus tegen een vrouw die van toeten nog blazen weet, Hij zegt: wat zou het nou mooi zijn als jij het levende water van de Heilige Geest leerde kennen. En daar zo vol van zou worden dat je heteeuwige leven mag ontvangen. Gemeenschap met de Vader, en met Zijn Zoon Jezus Christus. Weet u waarom dat zo is? Omdat de Heere Jezus in dat hart van die vrouw zag dat ze helemaal klaar was. Daarom begint zij over de aanbidding. Die vrouw was in zeker zin allang klaar er moest alleen iemand komen die tegen haar zei: het is goed! God heeft je gebeden gehoord en Hij heeft je hart gezien. Het is allemaal gebeurt! Zoals hij tegen die verlamde man zei: je zonden zijn je vergeven. Het is afgehandeld want Hij zag het hart van deze man zoals hij tegen die huilende zondares zegt in Lucas 7: uw zonden zijn u vergeven het is afgehandeld. En de Heere Jezus stoomt met deze vrouw gelijk door naar het allerhoogste. Door die kracht van de Heilige Geest in te treden in de intimiteit van de omgang met goddelijke personen en daartoe bent u voorbestemd. van alle eeuwigheid af. God wilde dat in die, we noemen dat met een moeilijk woord de intertrinitaire gemeenschap, dat is de gemeenschap binnen de 3-eenheid. Dat is onvoorstelbaar. Ik zou het nooit hebben durven zeggen als het niet in de Bijbel stond. Ik zeg het nog eens; wij zijn geen God en worden nooit goddelijk. En toch ingevoerd in deze gemeenschap, met de Vader en de Zoon in de kracht van de Heilige Geest. Want dat water moet in je komen en worden tot een bron die opspringt tot in dat eeuwige leven. Het is ongelofelijk. Dit wordt een late verjaardag Jafeth.want er zijn zoveel mooie dingen over die voorbestemming te zeggen. En meestal gaat het over zulke andere dingen.

Romeinen 9:23 is het 5e kenmerk. De vaten die tevoren bestemd zijn tot heerlijkheid. Aaah hoor ik iemand denken: het gaat toch over de Hemel. Maar waarom moet dat? Waarom moet nou bij de heerlijkheid altijd meteen aan de Hemel gedacht worden? Daarom heb ik even een paar verzen erbij gelezen uit Romeinen 8. Daar wordt gesproken in vers 18 over de toekomstige heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden. Want de schepping verwacht rijkhalzend de openbaring van de zonen van God en vers 21: de schepping zal worden vrijgemaakt tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. Hier gaat het helemaal niet over de Hemel, lieve mensen. Het gaat in heel Romeinen 8 niet over de Hemel. Het grote doel van God is niet de Hemel maar is het Koninkrijk Gods. Dat is ontzettend belangrijk. Het Koninkrijk Gods is het meest samenvattende thema van de hele Bijbel. Daarom is het ook zo'n onbekend thema. Daarom hebben ze ervan gemaakt dat we straks allemaal naar de Hemel gaan en dat het daarom gaat. Nou naar de Hemel gaan, en dat heb ik al eens eerder gezegd, gaan we alleen maar omdat we de pech hebben te sterven voordat de Koning terugkomt. Want het gaat om het Koninkrijk Gods. Als je in het paradijs bent aangekomen heb je je bestemming nog niet bereikt,want ook de gelovigen in het paradijs wachten op ditzelfde. Op de openbaarwording van de zonen van God. Eens zal deze schepping, wat er in de Hemel gebeurt dat aanschouwt de schepping helemaal niet,heeft ze helemaal geen weet van. Eens zal de schepping de heerlijkheid van de zonen Gods aanschouwen. Uw heerlijkheid is niet alleen maar bestemd voor de binnenkant van het Vaderhuis, dat ook, maar is er ook toe bestemd om vertoond te worden aan deze wereld. Ga u er al maar vast op voorbereiden wat uw buren daarvan zullen zeggen. Daar staat in 2 Thessalonicensen 1:10 als Christus terug komt dan zal Hij bewondert worden in al Zijn heiligen. Het zou wel sneu zijn als uw buren zouden zeggen: "He, is Piet daar ook bij?" Heb jij ooit geweten dat Piet een christen was hier op aarde? Nee, nooit geweten. Daar heeft hij het nooit over gehad. Moet je nou eens even zien. Dan zou u wel zich schamen, of niet dan? Christus zal bewondert worden en al die mensen die er net zo zullen uit zien als Hij. Met dezelfde heerlijkheid bekleed zoals Hij, hetzelfde stralende lichaam hebben, gelijkvormig gemaakt aan het lichaam van Zijn verheerlijking. Dat lichaam was zo heerlijk, niet na de opstanding nog maar na de hemelvaart. Na de hemelvaart was het zo heerlijk dat toen Hij verscheen aan Saulus van Tarsis hij van zijn paard viel en drie dagen blind was. Die heerlijkheid was zo groot. In openbaring 1 als Hij verschijnt aan Johannes op Patmos,dan valt Johannes als dood neer. Zo heerlijk is dat. En u zult een lichaam hebben gelijkvormig aan het lichaam van Christus. Met dezelfde heerlijkheid. Ik weet niet eens of uw buurman wel de kans krijgt om u te herkennen, want zo stralend zal die heerlijkheid zijn. En dat het verblindend zal zijn voor allen die het aanschouwen zullen. Zoals Saulus blind werd en Johannes als dood neer viel. Zo overweldigend. De schepping snakt ernaar. Hunkert ernaar. Dat de zonen van God eindelijk openbaar worden in de heerlijkheid waarmee ze bekleed zijn. De heerlijkheid van Christus zelf. God heeft van eeuwigheid daar aan gedacht, hoe mooi het zal zijn om ons straks te bekleden met de heerlijkheid van Christus. Niet de heerlijkheid van de eeuwige Zoon van de Vader, nogmaals ik zeg het voor de derde keer, wij worden geen goden. Maar wel de heerlijkheid van de verheerlijkte Zoon des mensen aan Gods rechterhand. Alles wat de mens Christus verworven heeft aan heerlijkheden, dat deelt Hij met ons. Johannes 17:22 de heerlijkheid die Gij mij gegeven hebt, heb ik hun gegeven. Wilt u dat eens op u laten inwerken? Dat is ook zo, n hoofdstuk waarover je van elk vers een avond kan spreken. De heerlijkheid die U mij gegeven heb, heb Ik hun gegeven. En God van eeuwigheid af heeft Zich daarover verheugd. Al die mensen verbonden met Christus, bekleed met dezelfde heerlijkheid.

Uiteindelijk lieve mensen, ik heb het u gezegd hoort dat allemaal zichtbaar in dat ene koninkrijk. Ik vind het zo mooi, in Jacobus 2, dat is nou niet een plaats waar je het nou direct zou verwachten. Maar in Jacobus 2:5 daar lezen we, Hoort mijn geliefde broeders, heeft God niet de armen in de wereld uitverkoren om rijk te zijn in het geloof, en erfgenamen in het koninkrijk dat Hij beloofd heeft aan hen die Hem lief hebben. Uitverkoren, de armen, het is geen wonder dat de kerken leeg lopen, want het is helemaal niet voor rijke mensen. In Engeland las is vandaag, verlaten elke dag tweeduizend mensen de kerk. In Nederland wat was het ook al weer? Zestig of tachtigduizend mensen verlaten de pkn dus je kunt wel uitrekenen wanneer die leeg is. Elk jaar, reken maar uit hoeveel dat per dag is. Dat zijn ongelofelijke aantallen, maar het is ook niet voor rijke welgedane goed gesettelde burgers, het is voor de arme! Ik geloof echt dat de Heer me daarin leid om heel veel meer te zien van de arme in deze wereld. Van de derde wereld. Ik heb daar al aardig wat van gezien maar, nog lang niet genoeg. Ik heb nog nooit zulke vreselijke arme mensen gezien als in Afrika en in India. Maar daar is een honger naar Gods Woord, daar is een honger naar de dingen van God en Christus en voor hen is het. Als God het niet verhoed, dan sterft het christendom hier vanzelf uit, alleen nog godsdienstige mensen die zullen er altijd blijven, maar het eigenlijke christendom sterft steeds verder uit, en de kerk bloeit in Zuid Amerika in Afrika in India in China als nooit tevoren.

God gaat Zijn Koninkrijk vestigen, want Hij heeft de armen van deze wereld uitverkoren, uitverkoren, tevoren bestemd om rijk te zijn in het geloof en erfgenamen van het koninkrijk te worden wat Hij beloofd heeft aan hen die Hem lief hebben. Het valt niet mee maar door Gods genade zijn er ook in deze contreien waar wij zijn niet alleen maar mensen die rijk zijn vergeleken bij die mensen daar, niet alleen rijk in materieel opzicht maar ook rijk in het geloof. Het valt niet mee het is pure genade van God maar ze zijn er gelukkig. Ze moeten daarvoor door het oog van een naald net als een kameel waar de Here Jezus over spreekt in Lukas 18. Maar ze zijn er gelukkig. Er is hoop voor ons! Maar die hoop zal veel groter worden als we leerden meer van onze rijkdommen afstand te doen, en te worden als die arme mensen daar, die rijk zijn in het geloof. Ik hoorde van die man in Azié het afgelopen weekend, ik weet nou niet meer of hij vijftig of zeventig euro per maand verdiende, ik ben het even kwijt. Maar van dat geld gaf hij elke maand een tientje aan de zending, dus dat is of twintig procent of veertien procent, ik weet niet waar hij nog meer geld aan gaf maar dat tientje was voor de zending. Dus van die vijftig gaf hij een tientje aan de zending. Waarom? Ik ken hem intussen goed die man, het is een dierbare vriend. Hij is rijk in het geloof! En hij heeft God lief. Hoe meer wij het geld liefhebben en ons bezit liefhebben en onze welvaart en al onze gemakken, hoe minder we God lief hebben. En de laatste tijd kwam het ineens bij me op dat, hun die God lief hebben dat is een uitdrukking die je vaak vind in het nieuwe testament en dan kom ik tot de afronding, het eigenlijk hetzelfde is als vervuld zijn met de Heilige Geest. God liefhebben is niet hetzelfde als gelovig zijn. God lief hebben is vol zijn van de liefde van God, en die terug geven aan God zelf, dat is de volheid van de Heilige Geest.

Wat een zegen wat een geluk dat er ook mensen in het westen mogen zijn die dat kennen. We vallen er niet buiten maar het zijn er wel weinig. Het zijn er zo weinig! En daar bloeit het. Maar straks zal God Zijn koninkrijk op deze wereld manifesteren. Hij zegt in Mattheus 5 zalig zijn de armen van geest, ah dan kun je zeggen van geest, maar in Lukas 6 staat zalig zijn de armen. Daar staat het echt! Zalig zijn de armen. Als je arm wil worden en rijk in God zoals een gelijkenis in Lukas zegt, rijk in God en hier rijk in het geloof, dan kom je toe aan je voorbestemming, dan kom je toe aan datgene waartoe God je bestemd heeft van eeuwigheid af. Daar zul je straks stralen als sterren aan het uitspansel in het koninkrijk van God. Zo staat het in Mattheus 13. Het koninkrijk van de Zoon den mensen staat daar. Stralen als sterren in het uitspansel een uitdrukking die terug gaat op Daniel 12, stralen, hoe meer God nu van Zijn licht en van Zijn heerlijkheid aan ons kwijt kan, en daar zit die materiële welvaart ons enorm bij in de weg en dat is maar een van de dingen die ons in de weg zitten, des te heerlijker zullen we ook straks stralen als sterren. Sommige als kleine sterretjes en sommigen als hele grote sterren. We hebben het vanavond lekker niet gehad over het besluit der verwerping en over de verhouding tussen de raad Gods en de verantwoording van de mensen. Als u nou erg teleurgesteld ben lees dat boek wat ik u verteld heb. Wat is het een zegen van datgene waarvoor God ons van eeuwigheid heeft voorbestemd.

Ik gun u heel veel zegen, in het nadenken over deze dingen, ik gun u veel van de kracht van God Geest opdat deze dingen ook praktisch mogen worden in uw en mijn leven. God zegene u.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?