Hart voor Waddinxveen


(2b) Vragen bij de lezing gehouden op 23 oktober 2009 over "De verloren zoon" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
woensdag, 25 november 2009 20:14

Ik heb een mooie stapel vragen, ik dacht, dit is zo bekend, daar komen geen vragen over maar het valt toch weer mee, of tegen, net hoe je het bekijkt.

Is het soms zo, zegt de eerste vraag, dat al het goeds dat nu nog in het vaderhuis was, van de oudste zoon was? Er staat immers; "hij deelde hun het goed". Dus de oudste zoon had zo dat bokje kunnen pakken. Ja, de moeilijkheid is bij gelijkenissen om uit te leggen wat er wel staat en, wat veel moeilijker is, om uit te leggen wat er niet staat. Je moet zulke gelijkenissen natuurlijk niet teveel overvragen. Datgene wat verteld wordt dat heeft een geestelijke betekenis. Ik denk dat je haast wel kan zeggen bij bijna alles wat er verteld wordt, daar kun je vragen naar de toepassing, maar de toepassing te geven van wat er niet verteld wordt is natuurlijk lastig. Normaal zou je zeggen, zou dat goed pas verdeeld zijn als die vader gestorven was, en dan wordt het goed verdeeld onder die zonen en dat is hier helemaal niet aan de orde. En hoe dat in die tijd precies ging dat hoeft ons ook niet zo erg bezig te houden. Ik kan me voorstellen dat die vader gezegd heeft: "Luister, dit is de totale waarde, ik kan de helft ervan te gelde maken en ik kan je het geld meegeven. Je kunt ook gewoon hier blijven, dan brengt het meer geld op. Je kunt het geld maar een keer uitgeven." Ik denk dat die oudste zoon zijn deel inderdaad in die boerderij had zitten, die denkt, de jongste is vertrokken, en als vader er straks niet meer is dan mag ik die boerderij erven. Maar ook, was natuurlijk een hele brave, keurige jongen hadden we al vastgesteld, zolang vader nog leeft, is het zijn boerderij en zal ik dus voor alles mijn hand op moeten houden. Zoiets zou je je kunnen voorstellen. Maar nogmaals, laten we voorzichtig zijn om niet te speculeren over wat er niet staat. Ik herinner me bij de gelijkenis van de vijf wijze en vijf dwaze maagden, die gaan we toch niet behandelen, dus die kan ik wel noemen, dat ik me heel lang heb afgevraagd, wie is nu toch de bruid in die gelijkenis? Er is helemaal geen bruid. Er is een bruidegom en er zijn tien meisjes en later begreep ik, dat is een verkeerde vraag. Ik had er al hele ingenieuze oplossingen voor bedacht, maar dat is de verkeerde vraag. Want in de toepassing zijn die tien meisjes de christenen en de bruidegom is Christus. Als je dus gaat zeggen; ja, maar, ja, maar, dan kom je op rare dingen uit. Je moet nooit meer vertellen dan dat de gelijkenis vertelt. Je moet er dus niet zelf nog omheen gaan zitten fantaseren.

De volgende; zou u iets meer kunnen zeggen over de relatie van die drie gelijkenissen? Honderd - één, tien - één en twee - één. Wat wil Jezus met die andere twee gelijkenissen zeggen, werkt Hij naar een climax toe? Ja, ik heb er eigenlijk toch al het één en ander over gezegd, wat ik vooral gedaan heb is spreken over de overeenkomsten tussen die gelijkenissen. Ik wil, om u ter wille te zijn, nog wel iets zeggen over de verschillen. De overeenkomsten zijn dat er steeds iets is dat verloren is en dat gevonden wordt. Dat dat tot grote blijdschap aanleiding geeft. We hebben het gehad over dat huis dat in alle drie voorkomt. Het is ook heel duidelijk dat het elke keer gaat om die twee, want die 99 dat is samen de Farizeeën en de Schriftgeleerden, net als 9 penningen en die ene oudste zoon. Maar er zit wel een zekere climax in, want in het derde geval gaat het over mensen van vlees en bloed en dat is ook verreweg de langste van de drie. Men heeft ook wel eens voorgesteld, dat is ook wel een boeiende gedachte, dat je eigenlijk hierin de drie-eenheid ziet, want als het gaat in de eerste gelijkenis om de herder dan denken wij aan de goede Herder waar Johannes 10 over schrijft, dan denken we aan de Here Jezus, aan de Zoon. Bij de vrouw met haar lamp denk je aan het werk van de Heilige Geest, dat is boeiend, die penningen kunnen niets doen zonder hulp, zo'n schaap kan nog proberen op eigen houtje terug te komen, die zoon kan ook op eigen houtje terug komen, maar die penning kan niets, die is volkomen passief. Ik had het daarstraks over dood in misdaden en zonden, dan ben je helemaal afhankelijk van wat God doet, want je kunt zelf niets meer. Dus het werk van de Heilige Geest en dan in de derde gelijkenis gaat het dan om de Vader. Dat is heel boeiend. Heel simpel kun je natuurlijk zeggen gewoon dat drietal gelijkenissen laat wel zien dat het in dit evangelie ook over iets buitengewoon belangrijks gaat. Het is een thema, één thema in drie variaties. Met een heel sterk overeenkomstige boodschap. Er zijn verschillen maar de overeenkomsten zijn eigenlijk verreweg het belangrijkste.

Er ontbreekt in deze gelijkenis een derde zoon. Die wel een echte relatie met zijn vader heeft en zijn hart kent en, kun je eraan toevoegen, die nooit weggelopen is. Ik kan me dat wel voorstellen. U zou het anders verteld hebben. U zou aan het eind verteld hebben; die eerste twee die deugden helemaal niet, goed, met die ene komt het dan wel goed, met die andere is het nog maar de vraag. Maar er is nog een derde zoon en die jongen is altijd bij vader geweest en die houdt echt van vader en die heeft een relatie met vader en die is toch nooit weggelopen. Ja, zegt u bij uzelf, hé, ja, dat is waar, het verhaal is niet compleet. Of zou je inderdaad moeten zeggen, en zo eindigt de vraag, bestaat die niet? Ik denk inderdaad dat u zelf het antwoord geeft op de vraag. Zo'n derde zoon, ja, het laatste zinnetje, dat is het, bestaat die zoon wel? De zoon die bij de vader terugkomt, daar heb je natuurlijk verschil in, in die zin, ze zijn niet allemaal zo diep gezonken dat ze bij de varkens terecht kwamen. Er zijn erbij die hebben niet eerst het huis van de vader verlaten, dan bedoel ik de rug toegekeerd. Dat heb je in christelijke gezinnen ook. Je hebt kinderen die echt de kop in de wind gooien, echt heel ver weg raken, van hun eigen ouders, maar vooral van de Vader in de hemel en dan langs een grote omweg, als ze al terugkomen, gelukkig weer terugkomen bij hun ouders en bij de Vader. Maar je hebt ook kinderen in christelijke gezinnen die niet de kop in de wind gooien, maar ook die hebben als het goed is een moment beleefd dat ze tot zichzelf kwamen. Je hoeft niet zo ver te komen. Alleen, de Here Jezus at daar met tollenaars, nou, die zijn diep gezonken, dat zijn mensen van zeer laag allooi. Die belastingen opstrijken voor de Romeinen en dat met geweldige vette winsten doen, die ze allemaal in hun eigen zak steken. Ze heulen met de vijand, met de bezetter, ze werden met de diepste verachting bejegend. Als iemand van u belastinginspecteur is, troost u, u bent niet te vergelijken met dit soort mensen. En zo was het ook met de zondaars, dat waren mensen met een hele slechte reputatie, denk maar aan de zondares in Lucas 7, dat was er ook zo een. Mensen met een slechte reputatie. Dus die mensen waren allemaal net als die jongste zoon wèl weggeraakt. Want natuurlijk had je die mensen waar u het over hebt, lijken op die denkbeeldige derde zoon. Je hebt ze wel, en toch zijn ook die mensen ooit tot zichzelf gekomen. Weet u aan wie ik dan denk in het evangelie? Zou u zo'n voorbeeld weten? Want Saulus is het niet. Saulus van Tarsus is een soort oudste zoon die toch bekeerd is. Nee, ik denk aan wat we lezen in Lucas 1 van Zacharias en Elizabeth. Dat is heel treffend, je zou bijna niet kunnen geloven dat zulke mensen bestaan als het niet in de Bijbel stond. De derde zoon, hier heb je ze, het is een echtpaar, een bejaard echtpaar. Zij nu waren beiden rechtvaardig voor God, Lucas 1 vers 6, wandelend in alle geboden en inzettingen van de Heer, onberispelijk. Dat is iemand die u zoekt. Daar heb je de derde zoon. Dit zijn geen valse rechtvaardigen, dit zijn geen Farizeeën en schriftgeleerden, dit wordt hier uitermate positief gezegd. Ze zijn rechtvaardig en ze wandelen in alle geboden en inzettingen van de Heer. Als je tegen hen gezegd had; een mens wordt niet alleen uit werken gerechtvaardigd, maar door het geloof, dan hadden ze niet geweten waar je het over had. Ze waren onberispelijk. Net als Saulus van Tarsus trouwens, maar die vervolgde de gemeente van God. Deze twee niet, het zijn keurige brave mensen, ja goed, Zacharia geloofde niet, dat is waar, ik bedoel, hij geloofde niet wat de engel zei, maar Elizabeth, weet iemand van u iets kwaads over Elizabeth te vertellen? En toch, ik weet niks van het lange leven van Elizabeth af, maar dit zijn de mensen die ik ken uit Psalm 119, Hoe lief heb ik Uw wet. Dat zijn de echte rechtvaardigen, niet die 99 rechtvaardigen uit de gelijkenis, dat zijn scherts-rechtvaardigen. Pseudo-rechtvaardigen. Dit zijn echte rechtvaardigen. Maar niemand is een echte rechtvaardige die nog nooit tot zichzelf gekomen is. Die nog nooit zich verootmoedigd heeft voor God. Denk erom, datzelfde Oude Testament zegt, wat is het, Jesaja 57 meen ik, God woont in de hoge hemel maar Hij woont ook bij degenen van een vernederd en verbrijzeld hart zijn. Dat zijn de mensen van Psalm 119, Hoe lief heb ik Uw wet. Dat zijn de echte rechtvaardigen. Dus daarom zou ik zeggen, natuurlijk de gelijkenis omvat niet alle typen van mensen die ooit bij God zijn of bijna bij God zijn, natuurlijk niet, het zijn er alleen maar twee. En dat omvat niet alle mensen, het is niet zo dat u of een jongste of een oudste zoon bent. En dus wat dat betreft zouden zo'n derde zoon en misschien ook nog wel een vierde en een vijfde en een zesde zijn, alleen dit waren wel de twee soorten mensen met wie de Here Jezus daar te maken had. Daarom is de achtergrond zo belangrijk. Daar zaten hoeren, tollenaars en zondaars. En daar zaten ook Farizeeën en schriftgeleerden. Die twee zaten daar en daarom ging de gelijkenis over die twee mensen. Maar er zijn ook die mensen, nou ja, Saulus van Tarsus is geen goed voorbeeld want die was al de grootste van de zondaren, maar er zijn mensen als Zacharias en Elizabeth. Maar ik zeg u, volgende maand komt deel 6 uit van mijn dogmatiek over het heil van God, daarin gaat het heel uitvoerig over de rechtvaardigmaking, en daar gaat het ook over dit soort mensen als Zacharias en Elizabeth. Dat zijn de echte Tsadikim zoals het Hebreeuwse woord zegt, de echte rechtvaardigen. Maar een echte rechtvaardige heeft altijd een veranderd hart. Alleen dat wordt ons niet verteld en ze hoeven daarvoor helemaal niet in de goot gelegen te hebben, ze hoeven echt niet bij de varkens gezeten te hebben. Dat is wat ik bedoelde met die kinderen in het christelijke gezin. Sommigen zijn bij de varkens terechtgekomen en komen dan gelukkig toch later weer terecht bij de Vader. Anderen zijn altijd de weg van God gegaan, maar ook zij, ik weet het uit mijn eigen leven en uit mijn eigen ervaringen, ook zij hebben het moment gekend, ook al zijn ze nooit weggelopen en hebben ze nooit bij de varkens gezeten, ze hebben nooit in de goot gelegen, maar wel het moment gekend dat je tot jezelf komt, als de weg waarlangs je tot de Vader komt. Je hoeft helemaal geen slecht mens te zijn, ik bedoel dus in de termen van de gelijkenis, om tegen God te zeggen: "Ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen U." Dus derde zoon mag, vierde, vijfde, er zijn vele soorten mensen. En sommigen vinden de Vader, anderen niet. Maar deze twee mensen zaten hier voor Hem. En over hen en tot hen sprak Hij deze gelijkenis.

Waarom komt in deze gelijkenis de oudste zoon niet tot zichzelf en tot de Vader? Is hij wel behouden? Welnu, hij is dat absoluut niet. Stel je voor dat ik nu zou zeggen: "Ja, die jongen is ook wel behouden." Dan had ik mijn hele toespraak vanavond onderuit gehaald. Maar de vraag is ontzettend belangrijk. Waarom komt hij niet tot zichzelf? Wat voor reden heeft hij? Dat is precies zo, wat voor reden heeft hij om tot zichzelf te komen? Hij is er al in zijn beleving. Dat is wat de Here Jezus zegt op een andere plaats in het evangelie. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te redden, maar zondaars, of nog anders, Hij vergelijkt Zichzelf dan met een dokter, als je een arts bent, kom je voor zieke mensen, we weten dat vandaag de dag ook, er zijn mensen die absoluut zich niet laten behandelen, die mensen zeggen: Ik mankeer niks. Jullie zijn allemaal gek. Vooral psychiatrische patiënten, je hebt van die mensen die denken dat iedereen om hen heen gek is, behalve zij zelf. Die mensen zeggen: Ben je gek, ik heb het niet nodig om bij de psychiater te komen, jullie allemaal, jullie zijn gek. Er zijn heel wat mensen die de dokter niet nodig hebben, omdat ze denken dat ze kerngezond zijn. Dat is een enorm probleem, want je weet ze kunnen pas hulp krijgen als ze willen erkennen dat ze wat hebben. Ik ken een gezin, drie leden van het gezin hebben alle drie dezelfde ziekte, dat is een soort manisch-depressieve, ik heb er niet zoveel verstand van, toen ontmoette ik er één en ik kende het verhaal, ik had gemaild met ze, ze woonden in Amerika en uiteindelijk ontmoette ik er een en ik zei: Het valt me bij jou eigenlijk nog wel mee. Ja zegt ze, maar dat komt; ik ben de enige van de drie die erkent dat ik dat probleem heb en dus krijg ik geneesmiddelen en dus gaat het met mij redelijk goed. Maar mijn zus, en dat wist ik intussen, die zus wil het niet inzien en daarom is zij zo ongelooflijk druk en beweeglijk en zo enthousiast en komt er niets uit haar handen. Ik kan totaal niets serieus nemen van wat ze mailt, het is allemaal waanzinnig enthousiast en het betekent niets het is allemaal gebakken lucht. Zij zou net zo goed kunnen functioneren als zij diezelfde medicijnen kreeg, alleen ze wil haar probleem niet erkennen. En de broer, die heb ik nooit ontmoet, maar die is net zo. Het is een prachtig voorbeeld. Die hebben geen dokter nodig en daarom komen ze ook niet tot zichzelf, ze zijn al bij zichzelf. Daarom komen ze niet bij de Vader, ze zijn al bij de Vader. Ze kennen Hem niet, dit zijn de mensen, die kennen hun probleem niet, daarom zei ik daarstraks, het is zoveel makkelijker als je in de goot ligt en je bent helemaal aan het eind van al je mogelijkheden gekomen. Je hebt niets meer, je leven is op het absolute dieptepunt gekomen en dan herinner je je: Vader. Maar deze mensen zijn al bij Vader. Deze mensen mankeren niets, ze zijn kerngezond.

(Vraag uit de zaal) Ik heb er nog een heleboel, maar vooruit. Ik heb u daarstraks zo weggestuurd, ik vind daar moet tegenover staan dat u nu een vraag mag stellen. Zijn ze nu besmet of bezet? Bezet daar bedoelt u waarschijnlijk bezeten mee? In de evangeliën kan ik me geen Schriftgeleerde of Farizeeër herinneren die bezeten was en die bevrijdingsbediening nodig had. Dat is ook helemaal niet nodig, je hebt mensen die als ze over zulke types horen, meteen denken dat zal wel een boze geest dit of een demon dat zijn, dat is helemaal niet nodig. De mens is van zichzelf slecht genoeg hoor, om de duivel er nog bij te halen als ze zo slecht zijn, dat vind ik te veel eer voor de duivel en ik vind ook dat we daarmee die mensen te makkelijk schoonpraten. Ze kunnen er niets aan doen, het is een duivel, het is een demon die in hen zit. Welnee, die mensen hebben zelf een probleem. In sommige kringen, daar hoort u niet bij hoor, maar in sommige kringen daar heb je een demon van de drift en een demon van alle zonden die je maar kunt bedenken dat is een demon. En als die uitgedreven wordt, dan ben je er vanaf. Denken ze dan. En het is ook heerlijk, ik ben dus niet schuldig. Ik ben bezeten maar dat kan ik zelf niet helpen. Maar zo is het niet, dat is niet de leer van de Bijbel. Deze mensen zijn besmet maar dat is ook het probleem niet, want die jongste zoon is ook besmet, ze zijn het allemaal. Alleen de een weet het, dat is precies wat ik net zei over de ziekte, de een weet, ik ben besmet, ik heb een injectie nodig, en de ander weet het niet. Die denkt; mij mankeert niets. Het zou ontzettend boeiend zijn om te weten hoe deze Farizeeën en schriftgeleerden het verhaal hoorden, ze zullen het wel tandenknarsend aangehoord hebben. Hij moet ons weer hebben. Het is verbazingwekkend hoe mensen sommige dingen die tot hen gezegd worden niet kunnen horen, niet willen horen, het gewoon langs zich laten afglijden. Of het altijd zo´n draai weten te geven dat het aan Jezus ligt en niet aan hen. Dat is het trieste. In die zin moet je zeggen, en dat komt hier niet aan de orde, maar dat komt op zoveel andere plaatsen aan de orde in de Schrift, zonder het werk van de Heilige Geest in het hart van een mens waardoor de ogen geopend worden lukt het natuurlijk niet. Maar nogmaals, dat is hier niet aan de orde. Hier gaat het om de verantwoordelijkheid van de mens. Zowel die oudste als die jongste zoon. Hier gaat het om die kant van de mens die zich wel moet laten vinden, hij moet zich willen laten vinden. Het enige werk wat je van de Heilige Geest ziet bij die penningen, want die penningen kunnen verder niets, die kunnen niet op eigen houtje terugkruipen, bij die penningen zie je iets van de totale afhankelijkheid van het werk van de Heilige Geest, zoals dat in die vrouw met de lamp wordt voorgesteld. Maar bij de verloren zoon niet, die beide zonen staan voor een keuze; wat wil je met je leven? En dan is het veel makkelijker zoals gezegd, als je in de puinhopen zit dan wanneer je zo tevreden over jezelf kan zijn, net als de oudste zoon.

Het open einde van de oudste zoon, is het zo dat wij dat zijn als kerkmensen? En jammer genoeg ook als Christenen? Weerhoudt dat veel vrucht en bloei? Waarin kun je dan nog opwassen als we de gelijkenis voor ogen houden? Het probleem is dat als je dat verhaal leest en je bent echt een oudste zoon, dat je per definitie dat zult ontkennen. Op het moment dat je zegt: Dit is mijn beeld, dan ben je al half gered. Dat is de grote kentering waar de Here Jezus op wacht. Hij vertelt het in de gelijkenis en Hij hoopt dat die Farizeeën en Schriftgeleerden zullen zeggen: Dit is ons beeld, zo zijn wij eraan toe. Wij moeten terug naar de Vader. Maar per definitie zou je zeggen, herkennen ze dat niet. Ze zijn alleen maar boos, daarmee bevestigen dat ze zo zijn als die oudste zoon. Ze kunnen, ze willen dit niet op zichzelf toepassen, want dat is het begin van de redding. Ik zou zeggen: Op het moment dat iemand zegt 'ik ben die oudste zoon' is hij bezig om tot zichzelf te komen. Een van de mooiste bekeringsverhalen was van de evangelist Hebi, het was in de 19e eeuw, het was in de tijd dat India nog bezet was door de Britten, een Britse kolonie, en Hebi verscheen, het was nogal een wonderlijke man, hij liep in een Indisch kleed rond, een Duitse missionaris en hij ging naar een Britse officier waarvan hij wist dat het een erg grote spotter was. Die man, hij spotte ook met deze Hebi, het was een beetje een buitenissige man, maar op een dag verscheen hij terwijl hij een siësta aan het doen was, hij lag in zijn hangmat in de tuin, en daar verscheen ineens Hebi om de hoek. Nog niet eens fatsoenlijk groeten ofzo: "Hebt u ook een Bijbel?" Ja, natuurlijk, elke Britse officier had een Bijbel in die tijd in z'n ransel. "Zou u die willen pakken?" Gek genoeg, hij deed het ook nog, hij dacht, ik ben toch wel benieuwd wat die man te zeggen heeft. Hij zei: "Begin maar te lezen." "Waar?" "Nou, gewoon bij het begin." In den beginne schiep God de Hemel en aarde. De aarde nu was woest en ledig en duisternis was op de afgrond. En de Geest Gods zweefde over de wateren. "Dat is genoeg, goedemiddag." Nu kunt u wel zien dat ik gelijk had, dat het een rare man was, toch? Wat is dat nou? Hij spotten 's avonds, heb je dat gehoord, die Hebi is bij me op bezoek geweest en dit heeft hij gedaan. Maar de volgende dag bij de siësta kwam Hebi terug. Hij zei: "Hebt u uw Bijbel nog?" "Jazeker." "Okee, begin maar te lezen." "Waar?" "Gewoon bij het begin." In den beginne schiep God de Hemel en aarde. De aarde nu was woest en ledig en duisternis was op de afgrond. En de Geest Gods zweefde over de wateren. "Dat is genoeg, goedemiddag." Dat ging zo een paar dagen door, maar die man wist natuurlijk wel wat hij deed, want hij vertrouwde op het werk van de Heilige Geest, wij hebben altijd het idee, wij moeten mensen overtuigen, en daar zit ook wel een element van waarheid in, Paulus zegt ook: Wij overreden de mensen."Natuurlijk, maar dit is Hebi methode, na een aantal dagen zei die officier: "Wat hier staat, dat is mijn toestand." "Aah, zei Hebi, nu verder lezen." En God sprak: er zij licht en er was licht. Dat is de kracht van het Woord van God, het maakt niet uit wat je neemt, de Heilige Geest gaat het toepassen totdat de mens zegt: Dit is mijn toestand, duisternis, woest, ledig, chaos, maat de Geest Gods zweefde over de wateren. God heeft de zaak onder controle. En als dan het licht opgaat in een ziel, dat is het moment dat de mens tot zichzelf komt, als hij zegt: "Dit ben ik. Dit ben ik." Als die oudste zoon zegt: "Dit ben ik." Als iemand in deze zaal vraagt: "Zijn wij dat soms?" dan zegt ik hé, het licht begint te gloren. Maar wij als kerkmensen vind ik wel een beetje generaliserend. Het geldt lang niet voor alle kerkmensen, er zitten in de kerk een heleboel oudste zonen en jongste zonen en derde, vierde, vijfde en zesde soorten van zonen. Maar in Nederland hebben we nog wel heel wat van die oudste zonen, het maakt helemaal niet uit wat voor richting, je vindt ze overal. Ik zei daarstraks katholiek, reformatorisch, hervormd en evangelisch. Dat zijn de godsdienstige mensen die tevreden zijn met zichzelf en denken dat God ook wel tevreden met hen moet zijn. En ze zijn nog nooit tot zichzelf gekomen. Nogmaals, dat is de sleutel om tot God te komen. Daar begint het en al het andere komt daarna. Als je daar begint dan komt van wat hier ook in de vraag stond, opwassen, geestelijke groei, vrucht, bloei, allemaal. Je zou graag weten hoe het nu verder gaat hè? Dat is het aardige van zo'n gelijkenis, hoe gaat het nu verder, als je een goed boek hebt, dan denk je aan het eind ook, hè, wat jammer dat het nu uit is, ik had graag geweten hoe het verder gaat. Ik had graag geweten hoe het nu met die gaat en met die. Dat mag je zelf invullen. Ja, maar dat is niet zo leuk, je had het graag in het boek gelezen. Nee, waarom? Dat is hier ook zo, hoe zou het verder gaan met die jongste zoon, die begint nu pas een relatie met Vader op te bouwen natuurlijk, dat begint nu pas, en die oudste, ja, dat kun je invullen zoals je wil. Dat heb je wel eens als je schrijver van een roman bent, hoe laat ik het boek nu eindigen? Krijgen ze elkaar nu of krijgen ze elkaar niet? Zo is het hier ook. Wordt het nog wat met die oudste zoon of wordt het niets? Heel mooi. De gelijkenis in de hele Bijbel met het meest open einde. De rest moet ieder van ons zelf schrijven.

Wat als je als verloren zoon de Vader nooit hebt gekend? Dus zijn geweten spreekt niet en honger naar vroeger heeft hij niet, dat heeft hij gemist. Ja, dan heb je een probleem. Dan heb je een probleem. Dat is het probleem van die oudste zoon. Die jongen heeft het te goed en hij heeft het vooral te goed met zichzelf getroffen. En daarom zei ik al: bij die jongste zoon was dat ook zo, zolang hij nog geld had. En zolang iedereen met hem bevriend wilde zijn. Zolang de meisjes nog om hem heen zwierven ging het allemaal goed, hij wist natuurlijk ook wel dat dat geld een beperkte hoeveelheid was, dat dat een keer uit zou zijn, maar na ons de zondvloed. Ga maar door met feestvieren. En zoals de kinderbijbel het vertelt: Toen al het geld op was, klopte hij bij zijn vrienden aan en die vrienden gaven niet thuis, die hadden geen belangstelling meer voor hem, die wilden alleen graag van hem profiteren. Ik las in de krant of ik hoorde op de radio dat het aantal echtscheidingen een stuk groter is van vrouwen die hun man aan de kant zetten omdat vanwege de economische crisis die mannen een stuk minder verdienen. Of omdat die man z'n werk kwijt is. Dat is toch werkelijk schandalig. Jullie lachen, maar dit is niet het goede moment om te lachen. Zo is het hier ook, die vrienden die wilden niets meer van hem weten. Hij stond helemaal alleen. Maar het was nodig, zonder dat zou hij het nooit bereikt hebben, dat punt om tot zichzelf te komen. Toen moest hij maar voor zichzelf gaan werken. Voor een hongerloontje met een hongerige maag. Soms moet een mens totaal aan het einde komen voordat God hem gaat opbouwen. Totaal afgebroken worden voordat God met hem kan bouwen.

Wat voor type mensen zijn de dagloners in dit verhaal? Er zijn eigenlijk wel verschillende groepen, je zou kunnen zeggen: er zijn de dagloners die worden ingehuurd, daar heb je verder geen bijzondere geestelijke toepassing voor. Dat zijn de mensen die het verst van de Vader af staan. Verder dan de knechten in huis. De knechten zijn geen slaven, misschien wel, maar ze hebben een relatie, ze wonen in het huis. Ze hebben een directe verbinding, niet als kinderen van de Vader in de letterlijke zin maar in de geestelijke toepassing moet je dat er allemaal niet bij halen, moet je je houden aan wat er staat en wat er staat is dat alles wat met die verloren zoon gebeurt, gebeurt door die dienstknechten. Dat vind ik wel mooi, ik wil ook wel graag zo´n dienstknecht zijn. Om mensen te helpen hun echte positie in Christus te leren kennen. En niet alleen maar dat ze altijd vertellen: Ik ben een arme zondaar, jongens, alsjeblieft, laat die man eens zijn beste kleed komen aantrekken. Daar zijn die dienstknechten voor. Dat is een opdracht van de Vader. Iemand zijn beste kleed aantrekken dat is als dienstknecht van de Heer hem duidelijk maken wat hij in Christus geworden is. Want als je eenmaal dat beste kleed aan hebt dan kijk je naar jezelf en dan zeg je niet meer: Ach, ik ben zo'n ellendige arme zondaar, dan zeg je: Wow, ik mag een zoon van de Vader zijn, kijk eens, het mooiste kleed dat hij in de kast heeft hangen, heeft hij aan mij gegeven. Kijk naar die ring, kijk naar die sandalen, zo ontzettend veel christenen die hangen nog, je hebt christenen op elk punt, je hebt christenen die zijn tot zichzelf gekomen maar nog niet verder, ze denken: ja ik ga op een dag toch opstaan, ik geloof het wel, op een dag ga ik toch echt terug naar de Vader. Je hebt christenen die zijn nog steeds onderweg, die zijn op weg gegaan en ik weet niet waar ze lopen te dwalen, je hebt christenen die zijn in de armen van de Vader,maar ze proberen toch nog uit hun mond te krijgen: Maak me een van Uw dagloners. Je hebt christenen die dat niet meer uit hun mond krijgen maar ze zijn nog niet bekleed met het beste kleed en de beste ring en met de sandalen. Dat heb je natuurlijk ook allemaal nog. En je hebt er ook die hebben het allemaal al aan en die moeten er nog echt aan wennen; ik zit niet meer bij de varkens, ik ben weer terug bij Vader. Dat moet gewoon nog landen. Daar zijn ze elke dag mee bezig. Ze kennen Vader eigenlijk nog niet, vroeger hebben ze hem nooit leren kennen en nu zijn ze pas net terug bij de Vader, dan gaat het beginnen, dan wordt de relatie pas opgebouwd. Dus die knechten hebben daarin een prachtige rol. En ik geloof niet dat ik de gelijkenis overvraag als ik zeg; die knechten in dat huis aan wie de Vader opdracht geeft, die mogen tenslotte dan dat mooie werk doen om de zoon aan te kleden.

Er waren er twee die niet blij waren in die gelijkenis, weten jullie wie dat waren? Welke twee waren nu niet blij in de gelijkenis? De oudste zoon. En wie is die andere? Het gemeste kalf natuurlijk. Oké, ik ben er geloof ik doorheen. Ik heb het helemaal gehad. Ik heb het niet helemaal gehad met u natuurlijk, maar ik ben er doorheen. Uniek, we maken vorderingen. Mara jullie hebben nog zoveel liederen dat het toch wel half elf wordt, geloof ik. Laten we samen deze samenkomst afsluiten met gebed. Zullen we samen de Heer danken.

Vader wat bent u een wonderbaarlijke God. Hoe meer we U leren kennen, hoe meer we verbaasd raken over Uw barmhartigheid en over Uw liefde waarmee U Uw armen uitstrekt naar mensen en wij mensen zijn vaak zo hardnekkig, staan zo met de rug naar U toe. We willen ons niet laten redden zoals die oudste zoon of we willen eerst heel heel diep komen voordat eindelijk ons de ogen opengaan. Ik bid U voor elk mens die misschien later naar deze geluidsopname luistert of die nu in deze zaal zit. Die zichzelf herkend heeft in het beeld van de jongste zoon of juist in de oudste zoon. Of misschien in een andere zoon die ook nog in deze gelijkenis past maar die ook nog niet de Vader kent. Misschien moeten we allemaal wel zeggen: Vader we moeten nog zoveel meer van U leren kennen, we willen onze relatie met U verdiepen, we weten wat het is dat we Uw zonen mogen zijn. Allen die door de Geest van God geleid worden die zijn zonen van God. Leer ons dat Vader, om die echte zoon-Vader relatie te ontwikkelen, om echt te leven en de hartklop te voelen in Uw borst. Te mogen wandelen met dat prachtige kleed dat U ons gegeven hebt, dat we niet zelf verworven hebben, maar dat U ons in genade schenkt. De ring aan de vinger de sandalen aan de voeten. Dank U voor alles wat U voor ons bent en wat U wilt zijn voor elk mens hier in deze zaal. Die de armen van de Vader nog niet om zich heen heeft gevoeld. Die misschien al wel tot zichzelf gekomen is, dat zou zomaar kunne, mensen die tot zichzelf gekomen zijn en al menigmaal beleden hebben, menigmaal al gezegd hebben Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor U. Ik ben het niet waard Uw zoon te heten. Maar verder zijn ze nog niet gekomen. Vader geef dat ze heel gauw Uw armen om zich heen mogen voelen, aan U zal het niet liggen. U wil ze zo graag in de armen sluiten. Maar mensen komen ook dan nog met zoveel bezwaren, zoveel theorieën en redeneringen. Vader geef dat we allemaal zoals we hier zijn vanavond Uw armen om ons heen mogen weten. En dat we mogen gaan groeien in het besef wat het is om Zonen van U te zijn. Heer we bidden voor alle oudste zonen die we kennen in onze eigen omgeving, mensen die het zo goed met zichzelf getroffen hebben, zo braaf en zo fatsoenlijk en zo rechtvaardig zijn. Zo godsdienstig. Maar die U niet kennen. En die het ook niet nodig denken te hebben om tot zichzelf te komen. Heer raak ook hen aan. Raak velen van hen aan in dit land. Tot vernieuwing, tot doorbraak, dat ook zij de liefde van de Vader leren kennen want U houdt net zo veel van hen als van de jongste zonen. We danken U voor wat we zo vanavond met elkaar mochten overdenken. Zegen Uw Woord, laat het mogen doorwerken in onze harten. Wees met ons als we van hier gaan, bewaar en leid ons op al onze wegen en wil ons ook een volgende keer weer in gezondheid hier bij elkaar brengen. Wij loven en prijzen en verheerlijken Uw machtige Naam. In onze Here Jezus Christus. Amen.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?