Hart voor Waddinxveen


(3b) Vragen bij de lezing gehouden op 27 november 2009 over "De onrechtvaardige rentmeester" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
donderdag, 14 januari 2010 20:25

U hebt mij mooie vragen gegeven. Ik heb u hier en daar ook wel geprikkeld tot bepaalde vragen en sommige hebben ook een wat korzelige ondertoon, maar dat geeft allemaal niet. Hoe kijkt u tegen de leer aan dat wij delen in de zegen van Abraham? Dat gaat toch over aardse zegeningen? Nu, dit is al een hele mooie vraag.

Ik kijk tegen die leer zeer positief aan want die staat in de Bijbel. In Romeinen 4 daar wordt verteld dat Abraham tweeërlei nageslacht heeft, een, zo noem ik het nu maar, fysieke of biologisch nageslacht en een geestelijk nageslacht. Dat eerste dat zijn z'n fysieke nazaten en de tweede dat zijn de mensen die wandelen in hetzelfde geloof als Abraham. Je vindt datzelfde ook in Galaten 3 beschreven, wij zijn ook zonen van Abraham door het geloof. Dat gaat over aardse zegeningen, neen, hij heeft tweeërlei nageslacht, voor zijn aardse, biologische nageslacht zijn er ook geestelijke zegeningen, maar ook aardse zegeningen, een land en een volk en een messias. Een land, een volk en een koning die over dat volk in dat land zal regeren. Dat wordt straks vervuld in het messiaanse rijk en dat gaat over zeer aardse zegeningen. Het is merkwaardig hè, even zo tussendoor, dat zoveel mensen die teruggrijpen op zo'n oer oud-testamentisch principe als de aardse zegeningen, de tienden geven, dat die tegelijkertijd soms niets willen weten van het feit dat er voor Abrahams lichamelijke nageslacht nog een heel aardse toekomst is weggelegd vol geestelijke zegeningen, maar geestelijk is niet hetzelfde als hemels. Maar wat ons betreft, wij wonen niet met Israel straks in dat land, dan wordt het ook veel te druk trouwens, als we daar allemaal zouden gaan wonen. Abraham heeft ook nog een andere verwachting gehad, Abraham heeft een dubbele verwachting gehad, hij verwachtte de hemelse stad waarvan God de Ontwerper en Bouwmeester is. En dáár zien wij ook naar uit, het geestelijk nakomelingschap van Abraham ziet uit naar die geestelijke stad en het lichamelijk nageslacht van Abraham mag uitzien naar het aardse Jeruzalem, wat straks weer hersteld zal worden. Daar zit natuurlijk heel wat aan vast, maar ik hou het even voor de simpelheid hierbij. De zegen van Abraham gaat dus niet alleen maar over aardse zegeningen. Het gaat uiteindelijk over het koninkrijk Gods en dat heeft een aardse kant, waar Israel straks van zal mogen genieten en het heeft ook een zeer hemelse kant, wij zullen als het ware dat vrederijk van bovenaf meemaken, vanuit de hemelse stad.

 

Wat zijn dan die geestelijke zegeningen?

De vorige vraag heeft daar meteen al een beetje mee te maken, het zijn geestelijke zegeningen in de hemelse gewesten. Als je Efeze 1 verder leest krijg je daar wel een mooi beeld van, zou ik zeggen. Het gaat daar over zoonschap Gods, Israel was zoon van God in een heel fysieke zin, God was voor hen een Vader in de zin van hun Schepper. Maar in het Nieuwe Testament zijn we zonen van God als we vervuld zijn met de Heilige Geest, Romeinen 8 vers 14. Je bent een kind van God door de wedergeboorte, je bent een zoon van God als je vervult wordt met de Heilige Geest. Dat gaat ver uit boven de zegen van Abraham of welke stoffelijke zegeningen voor de Israëlieten dan ook. En als je dan verdergaat in Efeze 1 dan gaat het daar over de waarheid van het lichaam van Christus, een hemelse bruid verbonden met een hemelse Bruidegom, dan gaat het over een geestelijk tempel van God. Als je bij Johannes kijkt dan gaat het over het eeuwige leven, dat is gemeenschap met de Vader en Zijn Zoon, Jezus Christus, dat is kennis van Goddelijke Personen door de kracht van de Heilige Geest. Dat is maar een kleine opsomming en daar kun je nog veel meer dingen aan toevoegen.

U noemde Deuteronomium 28, alleen aardse zegeningen, maar in vers 23 staat 'de hemel zal van koper zijn', het gebed komt er niet doorheen. Dat is toch geestelijk?

Ja, u bent echt in dat hoofdstuk op zoek gegaan naar het woord 'hemel'. Welnu, u hebt het gevonden! Maar wat heeft nu dat vers te maken met de hemelse zegeningen waar het over gaat is dat als Israel van de Here afwijkt, dat ze dan zullen roepen tot de Here maar als ze zich niet werkelijk verootmoedigen en hun zonden belijden, dan zal de hemel niet luisteren. De hemel is soms een eufemisme voor God Zelf, zoals de verloren zoon zei: "Ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u." Dat is tegen God Zelf. Als Israel afwijkt en zich niet bekeert maar in de nood wel tot God roept dan luistert God niet. Dat is een geestelijke zaak maar dat wil niet zeggen dat voor Israel hemelse zegeningen er zijn.

Hoe verhoudt zich het geven van geld tot het geven van tijd en kennis? Bijvoorbeeld geld geven aan de wereld in plaats van kennis.

Dat aardse bezit dat moet je natuurlijk heel breed nemen. Ik heb het gehad over ons geld, onze bezittingen, maar ik noemde ook onze kinderen, alles wat wij op aarde aan aardse dingen bezitten in de breedste zin van het woord, in feite horen daar ook onze talenten bij, onze energie, onze tijd, kennis, we spreken over een kenniseconomie, al deze dingen horen daarbij, het is alles van Hem. Alles is van ons zegt Paulus in 1 Korinthe 3 vers 22 en 23 en wij zijn van Hem. Alles wat we hebben en wat we zijn dat is ter beschikking van Hem.

Deze vraagsteller zegt: "Ik ben blij dat mijn man er niet bij is, want die is bankier." Ik ken die goeie jongen ook aardig goed. "De schuld van de recessie ligt toch eerder bij de hebzucht van de gewone mensen die meer willen dan ze zich kunnen veroorloven dan bij de bankiers".

Ja, lieve echtgenote van een bankier, dat is nu de zaak een beetje omdraaien naar de andere richting. Laten we het zo zeggen: Het is de schuld van ons allemaal. De bankiers, en daar hoort uw echtgenoot niet bij, hij hoort bij de goeie uitzonderingen, maar heel veel bankiers, je kunt je dat toch wel voorstellen, als je voor het afsluiten van een transactie een bonus krijgt, hoe mooier de transactie, hoe groter, des te groter de bonus, dan heb je een drive in je om transacties af te sluiten. Dan heb je een drive, de DSB is onder andere daaraan ten onder gegaan, dat ze aan gewone mensen allerlei mooie dingen voorspiegelden die de mensen zich eigenlijk niet konden veroorloven. Natuurlijk heeft dat ook te maken met de hebzucht van die mensen, ik zal het nog sterker vertellen, de dominees in Amerika hebben er net zo hard schuld aan. Bepaalde typen charismatische predikanten zeiden tegen de mensen: "Luister, de bomen groeien tot in de hemel, ga nu geld lenen bij de bank. De banken zijn erg happig erop om geld uit te lenen, ga het nu doen, ook al weet je dat je het eigenlijk niet kan betalen, luister wat ik zeg, doe het toch, want God gaat het zegenen. (Daar zit ook weer het idee in van de prosperity gospel.) Ga lenen bij de bank en God gaat het je zegenen en je helpen om het toch te doen." Ontzettend veel van dat soort mensen zijn in de mist geraakt. Want die kunnen nu hun schulden niet betalen. En die schulden moeten allemaal gesaneerd worden en die mensen komen aan de rand van de afgrond. Dus het gaat er niet om dat die bankiers alleen maar de schuld zouden hebben, we leven in een zeer hebzuchtige wereld, maar daarin zijn alle partijen even schuldig. Want een verstandige bankier zou tegen iemand zeggen, en die heb je ook weleens een enkele keer, die zou zeggen: Ik zou u dat niet aanraden, die hypotheek, want ik ben bang dat u die niet kunt betalen. Nu gaat het wel aardig goed maar stel je voor dat het economisch wat minder goed gaat, dan komt u in de problemen want u zit aan de grens van uw mogelijkheden. Een verstandige bankier zou dat zeggen, en die zijn er natuurlijk, die zegt tegen de mensen: "Dat kunt u beter niet doen." Het probleem echter van de recessie is dat er een heleboel onverstandige bankiers zijn die de mensen hadden moeten waarschuwen, mensen hadden moeten beschermen tegen zichzelf en hadden moeten zeggen "Dat kunt u beter niet doen." Maar dat deden ze niet. En natuurlijk, als de mensen niet hebzuchtig waren, dan zouden ze er niet allemaal ingetuind zijn, dus het is het probleem van een hebzuchtige wereld. Inclusief zelfs hebzuchtige dominees, die dit soort dingen aan hun kerken hebben voorgehouden en die ook zelf in grote financiële problemen zijn gekomen. Door de recessie. Dus ik zou zeggen, zuster, vertel het goed thuis, dat ik geen ruzie met uw man krijg, want dat is ook niet de bedoeling. We hebben het over de bankiers, de goede niet te na gesproken. Net zoals we het over de hebzuchtige mensen hebben, de goede niet te na gesproken, want niet alle mensen zijn gelukkig even hebzuchtig. Maar het erge is inderdaad dat zelfs predikanten daaraan meegedaan hebben, hier in Nederland weet ik dat niet, maar daar moet je ook een bepaalde theologie voor hebben natuurlijk, mensen in de sfeer van het properity gospel, dat welvaartsevangelie, die hebben zo geredeneerd en dat gedaan.

Wat het welvaartsevangelie betreft heb ik iemand die het daar ook een beetje voor opneemt: Uit ervaring weten we dat wanneer we alles, zelfs het laatste, weggeven we dat meer dan dubbel eens terugkrijgen en hebben gekregen. Er zit toch zegen aan het geven van de tienden? Dat is uiteraard niet aan de dominee, maar aan zijn koninkrijk.

Luister, dit vind ik heel goed dat dit gezegd wordt. Als iemand het zelf in zijn hart heeft om, terwijl hij eigenlijk weet dat hij het niet eens goed zou kunnen missen, maar hij voelt dat als een drang in zijn hart, om geld te geven aan een bepaald project en God zegent hem daarvoor dan vind ik dat prachtig. Daar heb ik helemaal geen problemen mee. Mijn moeite is, zoals die Afrikaanse dominee die de mensen die straatarm zijn voorspiegelt als ze van hun laatste beetje dat ze hebben, aan hem geld gaan geven, dat ze dat dan tienvoudig terugkrijgen. Dat is puur boerenbedrog, volksverlakkerij, apekool en humber. En dat moet aan de kaak gesteld worden. En soms, ook wat deze vraag betreft, soms moet je mensen toch wel degelijk een beetje tegen zichzelf in bescherming nemen. En dat is, kom ik weer bij die bankiers, wat veel bankiers hadden moeten doen die dat niet gedaan hebben, omdat er vette bonussen aan vast zaten. Wijze bankiers hebben mensen dingen afgeraden, domme bankiers hebben dat niet gedaan, die hebben gedacht: "Het is hun eigen verantwoordelijkheid, wij sluiten die transactie af." En het gaat dus vooral om dingen die mensen uit zichzelf doen. Wie zal daar iets tegen zeggen? Hoewel je soms de neiging hebt om ze te waarschuwen en te zeggen: Is het nu wel verstandig, kun je dat wel betalen? Ik heb heel concreet met zo'n geval te maken van iemand die in de tijd dat de bomen de hemel ingroeiden geweldige verplichtingen op zich genomen heeft om te betalen aan een bepaald goed doel, maar die verplichting staat zwart op wit en nu kan hij niet meer betalen. Maar hij is wel die verplichting aangegaan. In feite zou hij eraan moeten voldoen. Hij heeft niet gedacht aan de dagen dat het weleens minder zou kunnen gaan en in feite kan hij het nu niet meer betalen. Het ging mij erom mensen die, of dat nu dominees of bankiers zijn, mensen misleiden. Die mensen laten zich ook verleiden en zijn daar ook zelf verantwoordelijk voor, dat is hun eigen domme schuld, maar als mensen uit zichzelf omdat ze het gevoel hebben dat de Here dat van hen vraagt, geld geven aan bepaalde projecten en dan zien hoe de Here God dat zegent, dan zou niemand daar iets tegen willen inbrengen. En als dat gaat in de vorm van tienden, ik vind het best, het mag ook twintig of dertig procent zijn, want het is allemaal van Hem. Op de zijkant van de gulden en de (Nederlandse) euro staat God zij met ons. Zat deze gedachte erachter?

Ik denk dat erachter zat vooral om het de valsemunters moeilijk te maken. Zo heb ik het weleens gehoord, want het is lastig om een munt na te maken maar als je ook nog de zijkant bedrukt dan is het nog lastiger, dat snapt u allemaal, en toen dachten ze: "Wat zullen we daar nu eens op zetten?" en toen kwam een of andere persoon, waarschijnlijk ook om de valsemunters nog eens op het gemoed te werken door deze mooie spreuk 'God zij met ons'. Mijn eigen hebberigheid mag ik hierbij even illustreren, ik was pas in Indonesië en een één of andere arme sloeber op straat bood me een rijksdaalder aan uit de tijd van Koning Willem de Eerste. Toen dacht ik bij mezelf: "Zo'n ding moet vast een hoop waard zijn." Hij vroeg er 7 euro voor. Terwijl die rijksdaalder in die tijd al een veel grotere waarde had dan 7 euro. Ik dacht; 'maar hoe weet ik nu als volstrekte leek of dat ding echt is?' En toen zag ik op de rand staan 'God zij met ons'. Ik dacht: 'dat is haast niet na te maken, dat kost nog veel meer geld om dat ding na te maken dan-ie waard is.' Dus ik dacht 'hij zal vast wel echt zijn en bovendien dacht ik, nou ja, anders heb ik toch een leuke middag gehad'. Maar op het internet worden voor die dingen 300, 400, 500, 600, 700, 800 euro aangeboden. Dus u ziet, door mijn hebzucht , maar ik heb 'm nog steeds thuis hoor, want ik vind het toch wel een leuk aandenken, maar als u er 1000 euro voor over heeft ... Hij is prachtig mooi gaaf, Willem de Eerste, de eerste koning van de Nederlanden. Ik heb 'm niet bij me maar dan zal ik 'm graag aan u verkopen voor 1000 euro.

Als u niet genoeg vragen heeft, dan hebben we er nog wel een paar. Dat gaan we vanavond toch maar geloof ik niet uitproberen.

Ik hoop dat iedereen een beetje tevreden is en anders zou ik zeggen: Denk er nog eens even rustig over na. Ik wil nog een ding even heel kort verduidelijken en dat is: Geestelijk staat niet tegenover aards. Aards staat tegenover hemels. Ook Israel had geestelijke zegeningen, ik dacht; anders krijg ik daar misverstanden over. Israel had natuurlijk geestelijke zegeningen. Ze waren (zijn) kinderen des Heren, ze waren (zijn) het verbondsvolk van God, dat is een geestelijke relatie. En dat was heel kostbaar en heel belangrijk, maar als het gaat om de invulling van hun zegeningen die ze zouden ontvangen als ze de Here dienden, dan gaat het daarbij nooit over de hemel. We zullen de volgende keer zien dat de eerste keer dat er over de hemel gesproken wordt als een plaats waar mensen naartoe gaan, en dat wordt dan nog niet eens hemel genoemd, maar de schoot van Abraham, dan is dat in Lucas 16. In het verhaal van de rijke man en de arme Lazarus. In het Oude Testament is daarover nog geen tipje van de sluier opgeheven. Het uitzicht van de gelovigen was op de opstanding, niet op de hemel. Hun zegeningen waren aards en als ze zouden opstaan uit de doden dan zou het zijn om het koninkrijk van de Messias hier op aarde binnen te gaan. Dus ze hadden (hebben) wel geestelijke zegeningen maar geen hemelse zegeningen.

Ik heb ook een vraag overgeslagen schiet me nu te binnen en die vraag luidt: Waarom krijgen mensen in het Oude Testament wel aardse zegeningen als ze God dienen en in het Nieuwe Testament niet? Zie je, onbewust merkte ik dat er nog een vraag lag. En die aardse zegeningen hangen samen met de plaats en de positie van Israel. Israel is een aards volk van God. Met een aardse toekomst, ee heel aards land, een aardse zegeningen. Ze zullen een ieglijk zitten onder Zijn wijnstok en Zijn vijgenboom. En doe daar niet minachtend over want dat is geweldig, dat volk dat zo eeuwenlang verdrukt is geworden, straks, nu is het al teruggekeerd in het beloofde land en aan het terugkeren naar het beloofde land, straks ook die aardse zegeningen zal mogen genieten, en nogmaals, natuurlijk hebben ze ook geestelijke zegeningen, maar zo opmerkelijk als het is dat je in het hele Oude Testament nergens een hemelse belofte voor Israel vindt, zo vind je in het Nieuwe Testament nergens een aardse belofte voor de gemeente. Israel is een aards volk, de gemeente is een hemels volk met een hemelse positie, we zijn in Christus gezet in de hemelse gewesten, Efeze 2 vers 6. Met name de Efeze brief werpt daar heel veel licht op. We zullen straks met Christus regeren over de aarde, maar vanuit de hemel. Dus geestelijke zegeningen voor Israel en voor de gemeente. Alleen Israëls positie is een aardse. En die van de gemeente is een hemelse positie. En degenen die uit Israel in de gemeente behoren, delen in deze hemelse positie. Daar zitten natuurlijk nog een heleboel andere dingen aan vast.

En waarom is dat zo in het Nieuwe Testament? Kijk, in het Oude Testament was het zo; als je de Here diende, kreeg je al die aardse zegeningen. Je zou dus rustig kunnen zeggen dat als iemand toen veel aardse zegeningen genoot, was dat een bewijs dat hij bij de Here God in een goed blaadje stond. En als iemand arm was, dan was dat eigenlijk het bewijs dat er wat met hem mis was. Dan was hij blijkbaar ontrouw aan de Here, want dan onthield Hij al die aardse zegeningen aan je. En in het Nieuwe Testament is dat heel anders. Maar nu moet ik ophouden, anders ga ik de preek van de volgende keer houden. Want dat is de hele clou, als ik dat woord mag gebruiken, als het gaat om die rijke man en die arme Lazarus. Normaal zou je denken; 'die rijke man, die zal wel bijzonder door God gezegend zijn.' Maar dat was helemaal niet zo. In onze bedeling waarin wij leven betekent rijkdom niet dat je automatisch door God gezegend bent. Rijkdom kan zelfs een vloek voor je zijn. En die arme Lazarus die niets had zou naar oud-testamentische maatstaven een heel slecht mens moeten zijn. Maar dat was hij helemaal niet. Hij krijgt de ereplaats in de hemel, daar wordt er ook voor het eerste over de hemel gesproken. Het Lucas-evangelie draait dat hele perspectief om. Terwijl in de belofte van Leviticus en Deuteronomium rijke mensen kennelijk bij God in de gunst staan en de arme mensen kennelijk slecht leven en daarom arm zijn, het is in het Lucas-evangelie precies andersom. In het Lucas-evangelie erbarmt God zich juist bij voorkeur over de armen. Lucas 6, Wee u gij rijken, welgelukzalig jullie armen. En die totale verandering van perspectief daar krijgen jullie van het jaar niets meer over te horen! Daarvoor moet u wachten tot 8 januari. Heb ik dat meteen vast verteld. Want volgens een oude traditie komt in december altijd mijn broertje, oh, komt hij in januari ook? Oh, de tradities worden doorbroken, maar ik hoop hier weer op 8 januari te zijn, dan gaan we het hebben over de rijke man en de arme Lazarus, en dat is al even verrassend en al even vreemd, opnieuw wordt ons perspectief misschien wel op z'n kop gezet, dus mis dat niet. Ik zal alvast van mijn kant willen zeggen: van harte alvast tot volgend jaar, ik wens u gezegende, ik wilde bijna zeggen, Sinterklaas, maar laten we die maar overslaan, dat is allemaal zo aards hè? Gezegende kerstdagen en een heel goed oud en nieuw. Het is nog een beetje vroeg, maar we zien elkaar 8 januari weer terug.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?