Hart voor Waddinxveen


(4) Lezing gehouden op 11 januari 2008 over "De gaven van de Heilige Geest" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zaterdag, 03 mei 2008 22:20

Mede door dat lied dat we net zongen kreeg ik het in m'n hart om niet alleen uit 1 Kor. 12 maar ook uit Efeze 4 te lezen. Laten we allereerst dat bekende gedeelte lezen uit 1 Kor. 12 dat handelt over de gave van de geest. Ik lees uit de Telosvertaling uit de eerste brief van de Korintiërs het twaalfde hoofdstuk het vierde vers: Nu is er verscheidenheid van genadegave maar het is dezelfde Geest, en er is verscheidenheid van bedieningen, het is dezelfde Heer en er is verscheidenheid van werkingen maar het is dezelfde God die alles in allen werkt, maar aan ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is. Want aan de een woord door de Geest gegeven een woord van wijsheid en aan de volgende een woord van kennis volgens dezelfde Geest. Aan een ander geloof door dezelfde Geest en aan een volgende genadegave van genezing door die ene Geest en aan een volgende werkingen van krachten en aan een volgende profetie en aan volgende onderscheidingen van geesten en aan andere allerlei talen en aan een volgende uitlegging van talen, maar al deze dingen werkt een en dezelfde Geest die aan ieder afzonderlijk toedeelt zoals Hij wil.

En dan de brief aan de Efeziërs het vierde hoofdstuk vers 7 tot 13. Aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van Christus. Daarom zegt Hij opgevaren naar de hoge heeft Hij de gevangenschap gevangen genomen en heeft de mensen gaven gegeven. Dit nu Hij is opgevaren wat is het anders dan dat Hij ook is neergedaald naar de lagere delen van de aarde Hij die is neergedaald is ook degene die is opgevaren boven alle hemelen opdat Hij alles zou vervullen. En Hij heeft sommige gegeven als apostelen andere als profeten andere als evangelisten andere als herders en leraars om de heilige te volmaken tot het werk van de bediening tot de opbouwing van het lichaam van christus totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de zoon van God tot een volwassen man Tot de maat van de volgroeidheid van de volheid van Christus. Tot zover uit het woord van God Wij hebben vanavond beste vrienden een nogal controversieel onderwerp dat we met elkaar willen overdenken, daar zijn nogal wat verschillende gedachten over en nog nooit in de kerkgeschiedenis van Nederland zijn daar in korte tijd zoveel publicaties over verschenen en die discussie is nog lang niet verstond, die discussie over de gaven van de Geest. Ik heb daar heel wat keren over mogen spreken en ik heb zo gedacht hoe zal ik dat vanavond nou eens aanpakken, en ik wil dat nou eens anders doen. Laten we nou eens beginnen met een viertal misverstanden onder de loep te nemen en daarna wil ik u nog 4 vragen stellen en daarna is de toespraak afgelopen. Dus u kunt precies weten waar we zijn en hoe lang het ongeveer nog zal duren.

Laten we beginnen met 4 misverstanden;

(1) Als u vanavond bent gekomen met de gedachten dat de gaven van de Heilige Geest er alleen waren voor de apostolische tijd, dan word het een beetje een saaie avond voor u want daar ben ik het niet mee eens Trouwens andersom zou nog veel erger zijn, als u allen zou denken dat het nog van vandaag was en ik zou u vertellen dat het alleen voor de eerste eeuw was Het is een beetje zo gegaan denk ik, dat heel veel christenen de gaven van de Geest niet meer waar namen. Zo was het in de dagen van de reformatie ook al en die daaruit dan maar concludeerde dat blijkbaar God die gaven niet meer voor ons bedoelt had, want ze waren er eenvoudig niet meer, men zag ze niet en dan zie je heel vaak dat achteraf een theologische verklaring moet worden bedacht en dan komen zo die theorieën op dat die gaven alleen bedoelt waren voor de apostolische tijd In het nieuwe testament zelf is er geen enkele aanwijzing dat die gaven slechts bedoelt waren voor een bepaalde tijd. Sterker nog als je goed kijkt zie je door de hele kerk geschiedenis heen, ook bijvoorbeeld in het leven van Luther maar ook bijvoorbeeld bij Augustinus die daar aanvankelijk ook nog wel moeite mee had, dan zie je eenvoudig dat die gaven zich eenvoudig voordeden dat men daardoor merkte , hé er klopt iets niet met die theorie, ze zijn er gewoon! Als u gaat zwemmen in een rivier in Afrika en u maakt zichzelf wijs dat er geen krokodillen bestaan, ja en er komt dan zo'n kammetje boven water uit zo langzaam naar u toe zwemmen dan kunt u dat blijven volhouden maar u wordt toch op een bepaalt moment door de feiten achterhaalt. Zo is het hier ook, u kunt wel blijven volhouden dat de gaven van de Geest niet meer bestaan in deze tijd, maar ik zie ze zo massaal vandaag weer tot leven komen. Dat ze er in een bepaalde fase niet waren was niet zozeer omdat God ze niet voor onze tijd bedoelt had maar dat wij ze uit het oog verloren waren door wat voor redenen dan ook. We leven in de laatste dagen geloof ik dat is nu niet het punt wat ik sterk wil benadrukken daar kunt u misschien anders over denken maar het betekent wel dat God ons heel in het bijzonder ook deze dingen terug geeft, want het lijkt in deze tijd in heel veel dingen net als in het boek handelingen. Het is net alsof we aan het einde van deze bedeling weer in heel veel opzichten terug zijn in het boek handelingen. Ook als ik denk aan messiaanse joden, dat is weer een heel ander onderwerp maar dat zie je ook weer tot leven terug komen net zoals dat in Israel bestond in die tijd van het boek handelingen. We beleven het eenvoudig en steeds meer gelovigen gaan het ontdekken en dat is zo bijzonder! Gisteravond preekte ik ergens en een jongen dame kwam naar me toe om me heel enthousiast te vertellen dat ze op een samen komst waar ik ook bij betrokken was geweest dat ze daar genezing had gevonden En ik keek haar zo eens en ik zeg wat bijzonder dat jij daar was aan en ik vroeg haar uit wat voor kerkelijke achtergrond ze kwam en ze vertelde dat en toen dacht ik dat kan jij maar beter niet door vertellen en dat zij ze me ook, dat ze daar veel moeite mee had Want ik zei joh, kom terug en neem alle jongeren uit jouw kerk mee, maar dat was wat moeilijk. Maar er komen er steeds mee ook uit die kerkelijke gezindte en ik verheug me daarover. Ik mocht daar kort geleden bij jonge studenten uit die kring een voordracht houden in een van de studenten steden over dit onderwerp, nou dit was 10 jaar geleden ondenkbaar überhaupt om over dit onderwerp te spreken en dan bovendien om dan nog een evangelische broeder uit te nodigen om dat te komen toelichten. Er is maar 1 symptoom dat we overal zien dat er op z'n minst de belangstelling hiervoor weer levendig aan het worden is De Heere Jezus zegt in markus 16: verkondig het evangelie aan de ganse schepping, zo staat het er letterlijk. Weet u dat we vandaag pas in die tijd zijn aangekomen dat we kunnen zeggen dat alle volkeren , ik zal niet zeggen ieder individueel mens, maar alle volkeren op aarde het evangelie gehoord hebben, nou dat is nog nooit eerder gebeurd. En juist in dit verband zegt de Heere Jezus deze tekenen zullen de gelovigen volgen, demonen zullen zij uitdrijven. Zijn er vandaag geen demonen meer? Zouden die niet uitgedreven moeten worden daar waar we met hun macht geconfronteerd worden. En hij noemt nog meer dingen: vurige slangen zullen ze oppakken als dat zo uitkomt zoals dat met Paulus gebeurde op malta Als ze iets vergiftigs te drinken krijgen zal het hun niet deren, zoals dat gebeurt is met mannen en vrouwen Gods die vergiftigt werden en het overleefd hebben, in vreemde talen zullen zij spreken, op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden Word daar beperking in gegeven? Ja wel dat probeert men er wel eens in te construeren maar die staat er niet. Er staat als enige: je moet een gelovige zijn!

En uit de rest van de schrift kun je zien dat er nog best wat geestelijke voorwaarden bij komen voordat je je daarin gaat begeven op dat terrein, maar het wordt in principe tegen alle gelovigen gezegd Deze tekenen zullen de gelovigen volgen, als u dus uw wandel hebt over deze aarde dan hoeft u dus maar over uw schouder te kijken of deze tekenen u volgen En als ze u niet volgen dan hoop ik dat u na deze avond aan het nadenken word gebracht want ze volgen de gelovigen nog steeds ook vandaag.

(2) Het tweede misverstand is deze: Die gaven zijn alleen voor sommigen, ik heb meermale mensen horen zeggen; maar natuurlijk dat staat er wel, op zieken zullen zij de handen leggen maar ik heb geen gaven van genezing dus ik doe dat niet. En dan zeg ik hoe weet u dat u geen gaven van genezing hebt Hoeveel honderden mensen hebt u de handen op gelegd voordat u zeker wist dat u de gaven van genezing niet had, nou ze hebben nog nooit iemand de handen opgelegd Nou hoe weet u dat dan? Ze zeggen maar wat. Maar in de tweede plaats ze gebruiken die uitdrukking en dat is het misverstand, helemaal verkeerd. Ik zal het u maar pardoes zeggen, niemand heeft op aarde de gaven van genezing Je hebt wel mensen die een bediening van genezing hebben, dat wil zeggen dat als die zieken de handen opleggen dan gebeurd dat wat vaker als bij de meeste van ons, ze hebben daar een duidelijke opdracht voor, dat is nog niet eens hun eigenlijke bediening want we hebben in Efeze 5, die 5 bedieningen gelezen de apostolische, de profetische, de evangelistische, de herdelijke en de leraars bediening, dat zijn 5 bedieningen. Op een of andere wijzen voordat u denkt dat dat ook maar 5 heel bepaalde mensen zijn, op een of andere wijzen durf ik de stelling aan vanavond, daar mag u mij straks op bevragen, dat elke gelovigen een bediening zou moeten hebben en ook van de Heere heeft gekregen, ook al hebben we dat niet altijd in de gaten die bij een van die vijf aansluit. Apostolisch is misschien het moeilijkst uit te leggen, maar een profetische bediening tot stichting, vermaning en vertroosting van de gemeente, een evangelistische bediening, een pastorale bediening of een onderwijsbediening. Op één of andere wijze –daar kom ik straks nog op terug- zouden we daar allemaal bij aangesloten moeten zijn. Dat zijn bedieningen en bediening is heel wat anders dan gave. Het probleem met het woord 'gave' is – we zouden het beter maar helemaal kunnen afschaffen- : er staat in het Grieks charisma. Dat vertalen we met genadegave, maar de nadruk ligt op charis, genade. Een charisma is een dosis genade die je ontvangt. Dat woord kan op heel veel manieren gebruikt worden in het Nieuwe Testament. De verlossing wordt ook een charisma, een genadegave genoemd in Romeinen 5. Een verlossing uit doodsnood in 2 Kor. 1 wordt ook een genadegave genoemd. Seksuele onthouding wordt in 1 Kor. 7 zelfs een genadegave genoemd. Genadegave betekent namelijk heel algemeen: een portie genade dat je op een bepaald moment nodig hebt. Maar wij gebruiken het woord gave zoals je het gebruikt voor iemand die een muzikale gave heeft, zoals die jongelui die hier stonden te zingen. Of iemand die de gave van welsprekendheid heeft. Dat zijn bepaalde vermogens die iemand continu ter beschikking heeft. Je kunt ze midden in de nacht wakker maken en ze kunnen zo piano spelen of zingen of een redevoering houden. Vinden ze misschien niet leuk, maar ze zouden het kunnen. Daarvoor hebben zij dat talent, dat vermogen en dat is permanent aanwezig. Op die manier bestaan geen gaven van genezing. Op die manier heeft niemand zo'n gave. Er zijn wel mensen die zo'n bediening hebben, maar dat is heel wat anders. Niemand van ons kan zich erachter verschuilen om dus geen zieken de handen op te leggen. Maar om even bij dat voorbeeld te blijven, er is heel wat meer natuurlijk. Het is een beetje als een evangelistische bediening. Sommige hebben een bediening in dat opzicht, ik niet, maar sommige anderen wel. Maar daarom verkondig ik wel eens het evangelie, zelfs heel vaak. Maar het is niet mijn eigenlijke bediening. Maar ik schrik er niet voor terug. Paulus schrijft aan Timotheus: doe het werk van een evangelist. Alsof hij zeggen wil: je bent het wel niet, maar doe het toch maar, want wie moet het anders doen? Ik heb geen pastorale bediening, maar ik voer wel pastorale gesprekken, ik schrik er niet voor terug. Het is heel vervelend als mensen zeggen: ja, dat is mijn bediening niet, dus ik doe dat niet. Ja, dan moet je wel eens je grenzen stellen, je kunt ook niet alles en u kunt ook niet alles: we moeten onze grenzen trekken. Maar zeg niet te gauw: dat is mijn taak niet. Op één of andere manier zijn we als getuigen van Christus allemaal evangelistisch bezig, hebben we allemaal wel eens een goed woord voor een ander van pastorale aard, zeggen we allemaal wel eens een woord tot stichting, vermaning en vertroosting – dat is een stukje profetische bediening – en leggen we aan een ander wel eens uit hoe wij denken over een bepaalde bijbeltekst, dat is een stukje onderwijs. En wat nou het bijzondere is: voor die bedieningen hebt u die genadegaven ontvangen. Niet gaven in de zin van voortdurende vermogens, maar een portie genade die je ontvangt op het moment dat je het nodig hebt. Kijk: we hebben die gaven van 1 Korinthe 12 dus geen van allen, maar ze staan ons alle negen ter beschikking op het moment dat u ze nodig hebt. Misschien zegt u: o, als ik toch eens één van die negen mocht ontvangen. Nou, dan heb ik een slecht bericht en dat is: u ontvangt er geen één. U krijgt op het moment dat u het nodig hebt, altijd voor een ander en dan is het weer weg tot de volgende keer dat u het krijgt voor een ander. Dat is het slechte nieuws: u krijgt er geen één. Het goede nieuws is: ze zijn alle negen voor u ter beschikking. Dus houd maar op met die valse bescheidenheid – ik zou al blij zijn als ik er één had -, ze staan u alle negen ter beschikking. Neem nou mijn voorbeeld, daar ben ik mee vertrouwd. Ik heb een leraarsbediening ontvangen. Vorige week las ik dat Derek Prince zou vinden dat ik een apostolische bediening heb, omdat ik overal rondreis buiten mijn plaatselijke gemeente om het woord te verkondigen, maar die termen kunnen me nou allemaal niet zo veel schelen. Het gaat om een leraarsbediening, daar heb ik al die gaven van 1 Korinthe 12 voor nodig. Die heb ik nodig, maar die heb ik nodig op het moment dat ik ze nodig heb. Zo staat het er ook: er is onderscheiding van genadegaven, dat wordt onderscheiden van verscheidenheid aan bedieningen. Maar aan ieder, dus ook aan u of mij, wordt de manifestatie van de Geest gegeven voor wat nuttig is hier en nu op dit ogenblik. Ik ben niet een soort exegetische machine, dat is niet een leraarstaak, iemand die constant bijbelteksten uitlegt. Als ik weer eens een mailtje krijg van iemand – en via de website gebeurt dat nog al eens – en ze vragen wilt u die en die tekst eens voor me uitleggen, dan wil ik nog wel eens vragen: wat wilt u daar eigenlijk van weten? Waarom wilt u dat weten? Wat is uw vraag dan? Want ik ben geen uitlegmachine, dat zou geen geestelijke bediening zijn. Zit er achter die vraag misschien een andere vraag? Dan heb ik op dat moment een gebed in mijn hart en dan hoop ik dat op dat moment de gave van onderscheiding van geesten ontvang. Dus niet zoals sommige mensen denken een gewone natuurlijke mensenkennis. Trouwens als je van een onbekende een mailtje krijgt, dan heb je aan mensenkennis niks, want je weet niet wat voor mens daarachter zit. Maar ik kan het wel bovennatuurlijk van de Heer ontvangen. Wat zit hier werkelijk achter? Help mij om dat te onderscheiden Heer. Want dat is het probleem waar ik werkelijk op moet ingaan. En zo zijn er alle mogelijke situaties denkbaar. Nicodemus heeft gezegd over Jezus: wij weten dat u een leraar bent door God gezonden, want niemand doet zulke tekenen en wonderen als u. Dat was voor mij een enorme bemoediging, want ik dacht: leraar, die staat onder aan het rijtje. Evangelisten, apostelen, profeten, herders, leraar. Die komen helemaal onderaan. En ik kon me voor stellen dat apostelen tekenen en wonderen nodig hadden en evangelisten ook en profeten en pastors, maar leraars. Totdat ik die tekst las en dacht: o, het is ook voor ons, leraren. Wij staan onderaan, maar dat is ook voor ons. En toen ik begreep dat een leraar heel wat anders is dan een theoloog, dat leraar een geestelijke bediening is, die niet in de eerste plaats het intellect aanspreekt, maar harten opbouwt in de waarheid van God, toen begreep ik dat ik ook al die negen gaven nodig heb. Toen begreep ik dat mensen konden worden genezen als eerst bepaald leerstellige blokkades in hun hoofd worden weggenomen. Dat is de taak van de leraar, weet u dat? Dat is nou een concreet voorbeeld. En zo zijn er een heleboel dingen te noemen. Als je een pastor bent, hoe belangrijk is het dan om een woord van wijsheid te krijgen. Heel veel mensen wenden zich tot mij, hoewel dat helemaal niet mijn bediening is. Die willen een concreet advies in een hele grote, moeilijke situatie. En dan kan ik twee dingen doen: ik kan een beroep doen op mijn levenservaring: ik ben nou 63, dus een klein beetje levenservaring heb ik dacht ik wel. Ik kan een beroep doen op mijn gezond verstand, ik kan ook bidden: Heer, geef mij een woord van wijsheid. Dat is een bovennatuurlijke gaven, dat is de eerste van deze negen gaven. Geef mij een woord van wijsheid dat ik aan die persoon kan doorgeven, dat die persoon op dit moment nodig heeft. En dat van U komt en niet van mezelf. Wij kunnen in de kerk, of in de gemeente, hoe u het noemen wilt, een heel eind komen met die natuurlijke gaven, wist u dat? Daar doe ik ook niets aan af, want dat zijn ook gaven die God gegeven heeft. Als u een gezond verstand bezit, dan feliciteer ik u, want een hoop mensen hebben dat niet. U wel, gefeliciteerd. Maar het is een natuurlijke gave.

(3) Sommige mensen denken - dat is het derde misverstand - veel van die gaven zijn vandaag niet meer nodig. We hebben de geneeskunde, dus we hebben de gave van genezing niet meer nodig. Misverstand. Want de meeste ziekten die in het Nieuwe Testament genezen worden, kunnen vandaag nog steeds niet genezen worden door een dokter. De meeste blindgeborenen niet, lepra niet, de meeste verlammingen niet. Dat heeft God zo geregeld dat die ziekten vandaag nog niet genezen kunnen worden, anders zouden we denken: we hebben dat niet meer nodig. Sommige mensen denken dat als het hier gaat over een woord van wijsheid dat het over natuurlijke wijsheid gaat. Al die negen gaven zijn bovennatuurlijke gaven.

(4) Dan heb ik meteen het vierde misverstand te pakken en dat is dat er mensen zijn die zeggen: ja, er zijn een aantal natuurlijke gaven. Die hebben we nog steeds nodig: wijsheid, kennis. Ik las ergens: kennis is wat je aan de universiteit verwerft, dat zijn de theologen blijkbaar, die hebben allemaal de gave van de kennis. Daar gaat het helemaal niet over. Ik doceer zelf theologie en ik vind dat heerlijk om te doen, maar dat heeft met dit niks te maken. De gave van de kennis een gave die je op dat moment bovennatuurlijk ontvangt, waardoor u inzicht krijgt in een situatie dat u anders niet had kunnen hebben. En dat inzicht spreekt u uit tot verbazing van die ander. Die zegt: hoe weet u dat? Ik zeg: dat weet ik niet, dat heb ik van de Heer ontvangen. Dat is een woord van kennis. Gave van geloof: of het nou een leraar is of een herder of een evangelist of een profeet, een apostel. De gave van geloof die heb je niet constant ter beschikking. Goed, sommige mensen hebben een groter geloofsvertrouwen dan anderen, maar daar gave van geloof is wat Elia ontving op de Karmel. Dat had hij niet elke dag. De volgende dag had hij het beslist niet. Toen ging hij op de loop voor Izebel, maar op de Karmel ontving hij het. De gave van geloof om voor iedereen te zeggen: Here laat nu maar het vuur uit de hemel neerdalen. En niet bang zijn dat je op je gezicht gaat, maar in geloof, omdat je weet dat je in Gods weg bent dat van hem te verlangen. Dat is de gave van geloof. Nou, die heb je constant nodig in de bediening, elke keer weer opnieuw. Als je geconfronteerd bent met een hopeloze situatie, dan heb je geloof nodig. Al heb je een geloof als een mosterdzaadje, het gaat niet om de kleinheid van het geloof, maar het gaat het gaat erom dat dat mosterdzaadje zo een geweldige potentie heeft, zo'n enorme kracht. Als je dat investeert in Gods akkertje, dan kan er een grote boom uit groeien. Dan kun je deze berg in de zee gooien of die moerbeiboom. Dat wat jou in de weg zit. Door de kracht van het geloof, dat is een gave van geloof die God je schenkt op het moment dat je het nodig hebt. Zo langzamerhand gaat u denken: o, gaat het dáárover, maar dat ken ik wel in mijn leven. Ja, het zou wat wezen als u het niet kende natuurlijk. Ik vertel u vanavond toch geen dingen die totaal vreemd en nieuw voor u zijn? Als de Heilige Geest in u woont, dan ontvangt u woorden van wijsheid en woorden van kennis. Alleen u staat er niet bij stil dat dat dat is en dat dat zo heet. U ontvangt onderscheiding van geesten als u zich daarvoor openstelt en als u niet te makkelijk terugvalt op uw gezond verstand – hoewel daar niets mis mee is – en op uw natuurlijke talenten – hoewel daar ook niets mis mee is -. Als u het van de Here verwacht, en ik noem het nu bovennatuurlijk, hoewel die term nogal gevaarlijk is, maar ik hoop dat u begrijpt wat ik bedoel, door de kracht van Gods Geest gaat u deze dingen ervaren. Dan gaan mensen ervaren dat je zieken de handen op kan leggen, dat is zo geweldig. Heel kort geleden was er een man die zo, zo ziek was, hij kromp elke dag ineen van de pijn, hij lag op de grond te kronkelen als hij weer zo'n aanval had. Hij had een verstopping in zijn slokdarm en de dokters konden er niets aan doen. Hij zou misschien geopereerd moeten worden. Maar daar was ook geen sprake van, het was vreselijk! En hij ging met zijn dochter naar een avond waarin ik sprak over de genezingsbediening en ik zei we moeten niet bidden: Wilt U, wilt U , wilt U deze zieke genezen, dat is niet waarvoor we geroepen zijn. We mogen net als de apostelen zeggen: Genees in de naam van de Heere Jezus. Daarvoor heeft hij ons geroepen. Daarvoor heb je natuurlijk geloof nodig. Om te bidden: Heer wil U alstublieft deze persoon genezen, heb je absoluut geen geloof voor nodig. Dat is een vrijblijvende vraag. Als God dat doet, en als Hij het wil, dan doet Hij het, en als Hij het niet wilt, dan doet Hij het niet. Jij kunt er in ieder geval geen bijl aan vallen, je hebt er geen gave van geloof voor nodig. Je hoeft alleen maar te vragen: Wilt U het, en als God het niet wilt, dan doet Hij het niet. Gave van geloof is dat je openbaar durft te zeggen: Effatha, wordt geopend. Talitha Kumi. Dochtertje sta op! Of zoals Petrus en Johannes: Sta op, en wandel! Das een daad van geloof, daar heb je geloof voor nodig! En dan ontvang je op dat moment de genezing. De gave van genezing. Dan ontvang je op dat moment een werking van kracht. En door een woord van kennis zie je wat die persoon nodig heeft. Of wat er met hem aan de hand is. Door een woord van wijsheid zie je wat hij nodig heeft! Die dochter die had het gehoord! En had de boodschap meegenomen. En 's avonds zei ze tegen haar pappa: Pappa, ik kan het niet langer aanzien dat jij zo verschrikkelijk moet leiden. Ik denk dat zij vooral door haar liefde gedreven werd. Je ziet het heel vaak bij de Heere Jezus. Waarom genas Hij mensen vanuit barmhartigheid. Omdat Hij van ze hield. Hij werd met ontferming bewogen. Niet alleen maar technisch omdat Hij wilde bewijzen dat Hij de Messias was. Of om te bewijzen dat het Koninkrijk Gods gekomen was. Maar omdat Hij met ontferming bewogen was. Dit meisje was met ontferming bewogen. Ze zei: pappa ik wil maar gewoon doen wat we vanavond gehoord hebben. Vind je dat goed? En ze legde hem de hand op de schouders en ze zei: pappa wees genezen in de Naam van de Heere Jezus! 3 weken later mailde pappa mij want hij dacht ik kan dit niet geloven want hij was de volgende dag zonder problemen en kwalen en de volgende dag ook en de dag daarna ook en de dag daarna. En na 3 weken durf ik het eindelijk wel te zeggen dat ik genezen ben. Er was geen ziekenzalving aan te pas gekomen en het meisje had geen bijzondere bediening. Ze had geen bijzondere zalving, alhoewel op dat moment. Maar ze stelde zich open voor de Heere God wat Hij kon doen. Omdat zij de moed had, als zij het geloof had om genezing te proclameren over haar vader. En dit soort verhalen horen wij vandaag de dag aan de lopende band. Waardoor? Doordat mensen zich open stellen voor de gaven van God. Voor wat Hij wil geven, een manifestatie van de Geest, tot wat nuttig is, hier en nu. Op dit moment. De gaven van de tongentaal horen daar ook bij! Daar zijn ontzettend veel verschillende meningen over en het is ook zeker de ingewikkeldste. Want de schriftgegevens zouden naar onze smaak wel wat uitvoeriger hebben kunnen zijn. We moeten het er maar mee doen. Maar ik geef maar eenvoudig het ervaringsfeit door dat heel veel mensen in de genezingsbediening hebben gezegd dat als we in tongen spreken terwijl we de zieken de handen op leggen dan ervaren we veel meer genezing. De tongentaal is een van de mechanismen in de wonderlijke sfeer van de Heilige Geest waarin kracht wordt vrijgezet. Hoe het werkt? Ik weet het niet. Maar het werkt. Die 9 gaven zijn als de 9 stukken gereedschap in de gereedschapskist. Je bediening is timmerman. Maar zonder gereedschapskist wil het niet. Porbeer maar eens als timmerman een spijker in het hout te krijgen of een spijker eruit te krijgen of een stuk hout door te zagen. Wij zijn vaak als timmerlieden zonder zo'n gereedschapskist. We zeggen: nou we hebben nog iemand nodig voor de kerkenraad, wie zullen we eens nemen, broeder Flip. Die leidt ook een bankfiliaal, die man is gewend om mensen leiding te geven. Noem maar een heleboel goede natuurlijke eigenschappen van broeder Flip op. Een aardige man, hij ligt ook goed in de gemeente, hij komt ook trouw. Maar ik heb nog geen geestelijke kwalificatie gehoord. Ik zeg niet dat het altijd zo gaat natuurlijk. Maar we nemen zo gauw genoegen met die natuurlijk bekwaamheden. Ook omdat we geen oog, geen gevoel, geen hart hebben voor wat er nog meer nodig zou kunnen zijn. We hebben nog iemand nodig in het pastorale team. Nou zuster Miep die heeft een psychotherapeutische cursus gedaan. Nou das niet mis hoor, ik wou dat iedereen dat deed want dat is wel heel handig. Het helpt je om een heleboel beginnersfouten te vermijden. Maar heb je nog meer in huis, zuster Miep, of is het alleen maar dit natuurlijke apparaat dat je hebt? Is er ook nog een bovennatuurlijk element? Is ze geroepen om in dit pastorale team te gaan zitten? Weet ze ook om te gaan met deze gave van de Geest? Kent ze ook de gereedschapskist? Want wat zou ze dan onnoemelijk veel meer voor de gemeente kunnen beginnen. Is het voldoende als iemand een diploma van de universiteit heeft om het woord te verkondigen in de gemeente? In de evangelische wereld gaat het net zo hoor. Er zijn allerlei opleidingen voor voorgangers. Zeer intellectueel en aan het einde daarvan heb je je diploma en kun je zo voor de gemeente gezet worden. Maar dan is alles wat je ontvangen hebt, zijn natuurlijke bekwaamheden. Waar is je roeping, waar is je bovennatuurlijke bekwaamheid uit God. Kent zo'n voorganger de gereedschapskist? Is hij vertrouwd met het woord van wijsheid, het woord van kennis? Als het goed is zou elke predikant elke zondag een profetisch woord moeten spreken. Maar dat gaat niet automatisch het is veel gemakkelijker om een tekst uit te leggen en daar de praktische toepassing bij te geven. Maar dat is geen profetie. Een profetie is dat je weet op bovennatuurlijke wijze: dit is het woord waarvan de Heere wil dat ik het hier en nu tegen de gemeente spreek. Het zou dus kunnen zijn, zoals mij dat afgelopen zondagmorgen overkwam, dat je de mensen in het wit van de ogen kijkt en dat je weet ik moet wat anders vertellen dan ik heb voorbereid, omdat de Heilige Geest dat aan je hart duidelijk maakt. Want prediken is niet een passage in de Bijbel uitleggen en praktisch toepassen. Prediken is een woord van de Heere God spreken waarvan Hij wil dat hier en nu tegen de gemeente gesproken wordt. Dan trek je dus ook nooit een oude preek uit de kast. Geen opgewarmde kliek. Maar je brengt aan de gemeente wat hier en nu door Hem gewild wordt. Nee ik ben daar bloedserieus over mensen. Want dit is de dood in de pot. Wat wij nodig hebben is niet zuivere prediking. Dat wil zeggen die aan theologische maatstaven of aan een belijdenis voldoet. Dat is natuurlijk ook belangrijk. We hebben nodig een prediking die hier en nu door de Heere God voor ons gewild wordt. Als je in een gemeente bent waar je zo'n prediking ontvangt, waardoor je minstens een keer in de 6 weken met je rug tegen de muur wordt gezet omdat je weet van Oh.. nou heeft de Heere me klemgezet, dat is een kenteken van de ware kerk. Maar een preek waar u elke keer van zegt tjonge dat was weer zeer boeiend en interessant, dat is niet de ware kerk. Want een preek hoort niet interessant te zijn. Ik zeg het nu maar eventjes wat grof. Het hoort niet interessant te zijn, die hoort u met de rug tegen de muur te zetten, die hoort u te confronteren met de Hoogheilige en Machtige en Rechtvaardige maar ook liefdevolle God. Waarin je hart geraakt word, dat is mijn taak vanavond niet vanavond heb ik een bijbellezing en moet ik u proberen uit te leggen hoe het zit met de gaven van de Geest Nou is dat veel gemakkelijker dan een preek houden Op zondag een preek houden in het bewust zijn dan moet ik hier zeggen wat de Heere God wil dat ik tegen deze gemeente zeg, dat betekend geestelijke oefening, veel moeilijker dan een bijbellezing houden. Want dat is een voorbereid onderwerp en natuurlijk heb je ook de leiding nodig van de Heilige Geest want elke keer gaat het totaal anders, maar een profetische prediking waar wordt die gevonden? Snakken wij daar niet naar? Moeten wij niet dubbel hard gaan bidden voor onze voorgangers dat ze niet een goede degelijke verantwoorde reformatorische evangelische preek houden maar dat ze een profetisch woord brengen. Dat is zo'n belangrijke daar in die 9 gaven die daar in de gereedschapskist zitten: een profetisch woord Want zo spreekt een profeet. De profeet zegt; zo spreekt de Heere hier en nu moet u weten dit is het woord dat de Heere hier en nu aan de gemeente wil richten.

Nou ik heb nu de 4 misverstanden, ik hoop dat u ze uit elkaar kunt houden:
(1) Zijn ze alleen voor de begintijd?
(2) Zijn deze gaven alleen voor sommigen?
(3) Is het niet zo dat we veel gaven vandaag niet meer nodig hebben? Want we hebben immers theologie opleidingen we hebben geneeskunde, en we hebben gezond verstand en we hebben allerlei praktische cursussen.
(4) En ten vierde kun je onderscheid maken tussen wondergaven die we vandaag niet meer hebben en gewone gaven die we vandaag nog wel hebben?

Ik hoop dat ik die misverstanden voor u uit de weg geruimd heb.

En nu heb ik nog 4 vragen voor u en dan is het klaar.

(1) In de 1ste plaats wat is uw bediening? Ik wou dat ik een losse microfoon had en zo eens de zaal kon rond gaan en u allemaal die microfoon onder de neus kon douwen en kon vragen vertel eens: wat is uw bediening? In veel gemeentes waar te veel aan te weinig mensen wordt overgelaten, hebben heel veel mensen de grootste problemen om op deze vraag een antwoord te geven Ze hebben geen idee. Een bediening? Een bediening in het koninkrijks Gods? "Ja" zegt iemand "ik bid veel", ja maar dat moeten we allemaal doen lieve broeder of zuster. "Ja maar we hebben een groep waar we heel regelmatig mee samen komen om voor de gemeente te bidden en voor de voorganger en de kerk"... aah dat begint op een bediening te lijken. U zegt ja maar ik mag veel getuigen, ja maar lieve broeder of zuster dat moeten we allemaal doen. Ja maar elke week nodig ik de vrouwen bij mij in de straat uit en dan drinken we koffie en lezen we samen uit de bijbel... he dat kon nog wel eens een bediening zijn. Wat is uw bediening in het koninkrijk Gods, een taak? als u bediening een groot woord vindt een taak, wat is uw taak in het koninkrijk Gods Kinderopvoeding is geen geestelijke bediening, alle ouders hebben die taak dat is op zich niets bijzonders. Maar kinderwerk is een geestelijke bediening, wat is uw geestelijke bediening? Als u nu vanavond bent gekomen om over de gereedschapskist te horen maar u hebt geen vak, u bent geen timmerman, geen slager u bent geen bakker, u bent helemaal niets wat heeft het dan voor zin om een toespraak te horen over de gereedschapskist? Maar als u timmerman bent en u zegt het lukt niet langer met de blote handen dan bent u vanavond op het goede adres . Want timmerlieden kan ik een gereedschapskist leveren of in ieder geval aanprijzen. Weet u wat u bent? Wat is uw stukje? Ik denk eigenlijk dat inzicht begint zo langzamerhand bij mij vorm te krijgen, moet u misschien nog dieper over na denken, dat alle bedieningen op een of andere wijzen bij die 5 horen die ik straks in Efeze 4 heb voor gelezen: Apostelen, profeten, evangelisten, herder en leraren. Op een of andere manier hebben ze altijd met één van die vijf, minstens één van die vijf te maken. Wat is uw stukje? Wat is uw stukje? En als u die vraag weet te beantwoorden als u zegt; dit is mijn stukje werk dat ik van de Heere heb gekregen in Zijn koninkrijk. Ah, nu heeft het zin om over een gereedschapkist te praten. Een bakker heeft weer een andere gereedschapskist dan een slager maar in dit geval hebben we allemaal dezelfde gereedschapskist. Wat voor bediening u ook hebt. Zeker, bij sommige komen bepaalde Geestesgaven veel sterker naar voren dan bij andere. Maar in feite als je erover nagaat dan kun je ze alle 9 gebruiken.

(2) Als u nu weet wat uw bediening is dan heb ik nog een tweede stukje huiswerk voor u. Ga nu eens thuis die negen nog eens rustig na en ga u proberen in te denken welke van die negen kan ik het beste gebruiken? Welke heb ik het meeste nodig? We hadden het nou over leiding geven in de kerkenraad of in een oudstenraad of hoe dat bij u dan ook mag heten. Wat is het dan ontzettend belangrijk om op huisbezoek een woord van kennis of wijsheid te spreken. Wat is het ontzettend belangrijk om de gave der onderscheiding der geesten te hebben op het moment dat je het nodig hebt he, want je hebt het nooit als permanent vermogen, dat hebben we begrepen. Wat is het ontzettend belangrijk om de gave van geloof te ontvangen als de gemeente een beslissende stap vooruit moet doen. Of de komen de 'maren' en zorgen en 'ja-maars' dan niet boven water? Dan heb je mensen nodig die de gaven van geloof ontvangen op dat moment om een geloofsstap vooruit te zetten als gemeente en te zeggen; ja, wij gaan als oudstenraad ook zieken zalven. Dat is bovennatuurlijke genade van God als dat gaat werken. En zo zou je een heleboel voorbeelden kunnen noemen. Wat uw bediening ook is. Ga eens voor uzelf na, welke geestesgaven heb ik nu het meest nodig? U hebt ze allemaal nodig, maar welke heeft u nou het meest nodig?

(3) Goed, dan komen we bij de derde vraag. Hoe gaat u er nou voor zorgen dat u ze gericht gaat ontvangen? Dat is zo belangrijk. En dat is door u er heel bewust voor open te stellen. En niet bang te zijn voor geen enkelen van die gaven. Natuurlijk, handen opleggen op een zieke, ik heb vaak meegemaakt dat mensen dat deden, maar die handen trilden bijna altijd, en dat is heel eng de eerste keer, maar de 10e keer is dat al niet meer zo eng. Spreken in tongen, nou daar zullen we het nog maar nauwelijks over hebben, sommige mensen die zeggen; Heere God, ik vind al die gaven prima, als ik maar niet in tongen hoef te spreken. Dat zijn mensen die bang zijn voor bepaalde van die gaven. Dat mag, maar als u er wel overheen komt dan. Want dat hoeft niet, want het zijn geschenken van God en je hoeft niet bang te zijn voor zijn geschenken. Stel u er voor open, maar vraag u af; wat zou ik het meest nodig hebben. En ga daar gericht om vragen. En als u in een situatie komt, net als Nehemia, een schietgebedje bad, bid uw schietgebedje, en zeg tegen de Heere God; dit is nu in het bijzonder wat ik nodig heb. U spreekt met iemand. Ik heb dat straks nodig als ik uw vragen krijg, echt waar. Mijn gevaar is natuurlijk dat ik zo vaak dezelfde vragen krijg, dat ik een repeteergeweer wordt. Dat ik als een machine machinaal al die vragen ga beantwoorden. Maar dikwijls denk ook; er zit meer achter die vragen. Heere God, wat zit erachter? Ik sla ook wel eens de plank mis, maar dan wil ik van de Heere ontvangen; hoe moet ik deze vraag benaderen? Wat moet ik erover zeggen? Wat is het voor een persoon die deze vraag stelt? Wat heeft hij of zij echt nodig? Heere help me, geef me een woord van U. Dat is dan een charisma, een genadegave wat ik op dat moment ontvang. Als u daar aan gaat wennen, als u zich daar zo voor gaat openstellen dan gaat het aan de lopende band. Zoals de timmerman de hele dag die kist naast zich heeft staan, en dan dit eruit pakt, hij weet hoe hij een nijptang moet hanteren, een hamer een zaag. En dat gaat bijna automatisch, hij raakt er steeds meer op ingesteld. Hij weet ze ook allemaal te gebruiken, hij denkt nooit van; wat is dat nou voor raar ding, dat weet ik niet, wat ik daarmee moet doen. Hij weet ze allemaal te hanteren. Dat is een kwestie van oefening. Ga u ervoor open stellen en de Geest gaat steeds meer stromen als u wilt. Als u er bang voor bent en u blijft liever bij uw natuurlijke bekwaamheden, troost u, die zijn ook van de Heere God. Maar je komt zoveel tekort, je doet jezelf zoveel te kort. Maar vooral ook anderen, want de bediening die je hebt zijn altijd bedoeld voor anderen. Dat is heel bijzonder, die genadegaven zijn dus een constante oefening om er voor de ander te zijn. Ik denk dat dat zelfs bij de tongentaal zo is. Als u tongentaal hebt in uw eigen gebedsleven dan zal ik dat niet afpakken, maar ik denk dat dat in de 1e plaats ook voor anderen bedoeld is. Dat is mooi, je krijgt het dus als cadeautje. Het is een beetje op sinterklaasavond en er staat uw naam op een pakje en u pakt het uit vol verwachting en er zit daaronder weer een ander papiertje en daar staat de naam op van een ander lid van het gezin. Even teleurstellend, maar hier is het constant zo. U ontvangt een gave van genezing voor die zieke waarvoor u bidt. U ontvangt een woord van wijsheid voor die persoon die u aan het counselen bent. U ontvangt onderscheiding van geesten om te weten wat er met die ander, waar u mee aan het spreken bent aan de hand is. Constant geeft de Geest ons dingen die nodig zijn voor de ander. Dat is kerk-zijn, dat is gemeente-zijn. We horen bij elkaar en de gaven zijn er voor die ander. En nooit voor onszelf. De bediening zijn er altijd voor anderen; je bent een pastor voor anderen, je bent een leraar voor anderen, een evangelist voor anderen, een profeet voor anderen, een apostel voor anderen. Het is altijd voor die ander. Het is zo'n heerlijke oefening om los te komen van het zelf maar willen ontvangen. Heel veel mensen ga zo naar de kerk, ze zijn altijd aan het ontvangen, en als ze niet meer genoeg ontvangen dan ga ze naar een andere gemeente. Maar ze zijn niet ingesteld op het zijn voor die anderen. Dat komt ook omdat ze geen bediening hebben. Als ze een bediening zouden hebben en ze zouden weten wat de Heere ze gegeven hebben, zouden ze er zijn voor de anderen. Ze zouden helemaal veranderen want het is zo geweldig als je een taak mag uitvoeren tot zegen van anderen. Constant tot zegen van anderen. Je denkt toch niet dat ik al die bijbellezingen hou voor eigen plezier? Om mezelf te kietelen. Dan zou u er net zo goed niet kunnen zijn. Kon ik ook alleen in deze zaal staan praten. Elke bediening is er voor anderen, om ze dichter bij de Heere God te brengen. Om ze op te bouwen in het geloof. Om ze te helpen geestelijk te groeien. Ik vond het zo mooi dat ik het op mijn hart kreeg om Efeze 4 erbij te lezen door dat lied. Want in dat lied ging het over de Heere Jezus als de grote overwinnaar. En in Efeze 4 is hij die machtige overwinnaar die uit de dood oprijst en dan verheven wordt aan Gods rechterhand en daar als verheerlijkte Heer geeft Hij die 5 bedieningen. Als je een herderlijke bediening in de gemeente hebt of een onderwijs bediening op een profetische bediening of een apostolische bediening. Dat is een geschenk van die verheerlijkte Heer aan Gods rechterhand. Hoger kan het niet, van Hem die over al die sterren en planeten regeert waar we het over hadden. Hij is de gever van die bedieningen in de gemeente. En alle vijf hebben we ze nodig. Hij is de gever daarvan. En waarom geeft Hij het? Tot opbouwing van de gemeente, tot de bediening hebben we gelezen in het lichaam van Christus, totdat we alle gekomen zullen zijn tot de volle wasdom in Christus. Daarvoor zijn ze. Als u gekomen bent vanavond om te denken; nou ik eindelijk horen hoe ik tongen kan gaan spreken want dat lijkt me zo leuk, dan bent u helemaal aan het verkeerde adres. Want als het gaat gebeuren dan zal het zijn voor anderen en niet voor u. Dat is nu even jammer, al die gaven zijn niet voor u, ze zijn tot opbouwing van het lichaam van Christus. En de enige vraag vanavond is niet; wat wilt u ontvangen, maar wat wilt u doorgeven. Wilt u bruikbaar zijn voor de gemeente? Wilt u zo iemand zijn die vanavond zegt, Heere ik meld mij aan. Ik heb helemaal geen taak Heere. Ja, die hebt U wel aan mij gegeven, maar die heb ik nog nooit gezien. Ga er maar voor bidden. Ik ken mensen die zeggen; ik weet absoluut niet ... 'ga er maar voor bidden'. En als je er niet uitkomt in het gebed dan ga je naar de kerkenraad of de oudstenraad en dan zeg je; ik wil een taak in de gemeente. Ik heb geen taak! Toen ik nog in de oudstenraad zat hebben we eens een keer een lijst gemaakt van alle gemeenteleden om ons af te vragen wie er allemaal een taak had en wie niet. En tot dankbaarheid kan ik vaststellen dat meer dan 50% een taak had in de gemeente. Redt u dat ook in uw gemeente. Ik zeg dat niet om er trots op te zijn, want meer dan 50% is nog steeds geen 100%. Want dat is wat God wil. Dat u er allemaal bent voor allemaal, dat u er allemaal bent voor opbouwing tot va het geheel. Dat u er allemaal bent om geestelijk te groeien in Christus. Tot die volle wasdom in Christus. Daarvoor is het allemaal bedoeld.

(4) Mijn laatste vraag. Vaak heb in deze serie ook nog een lezing over de vrucht van de Geest. En dan gaat het eigenlijk in Galaten 5:22 over worden als Jezus. Die vrucht van de Geest is eigenlijk niets anders dan de beschrijving van het karakter van Heere Jezus zelf. Eigenlijk moet je eerst die negen vruchten van de Geest kennen voordat je de negen gaven van de Geest gaat kennen. Ik denk dat dat bij elkaar hoort. Is de negenvoudige vrucht van de Geest. Het is 1 vrucht met negen partjes. En de negen gaven van de Geest. Eerst moet je worden als Christus om te kunnen doen als Christus. Weet u; voor een heleboel mensen is dat eerste al zoiets onbereikbaars; worden als Christus? Ja, dat is wat de Heere Jezus zegt. We worden naar hetzelfde beeld veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid. We worden opgeroepen dat Christus in ons gestalte krijgt. Het grote doel van het christenleven. Het zou leuk zijn om te horen wat u daar allemaal over te zeggen hebt. Wat is het grootste doel van het christenleven? Ik zou dat samen vatten als 'worden als Christus'. Gaan lijken op de Heere Jezus, daar zou ik een heleboel teksten bij kunnen opnoemen. Maar daar heb ik nou geen tijd meer voor, en dat doe ik ook niet. Het gaat met nou met name om dit punt; als je wordt als Christus, ga je ook doen als Christus. Van de week krijg ik na een bijbellezing de vraag; 'een van de moeilijkste teksten in de bijbel vindt ik Joh. 14:12 – waar de Heere Jezus zegt; als je in mij gelooft, de werken die ik doe zal jij ook doen en je zult zelfs grotere doen dan deze.' Nou, zou die persoon, wat ik daar nu mee aan moet?' De Heere Jezus heeft in 3,5 jaar 120 discipelen geworven. Meer dan die 12, maar minder dan u zou denken misschien. 120, die zaten allemaal om te wachten op de Heilige Geest. En toen de Heilige Geest kwam, kwamen er op 1 dag 3000 mensen tot bekering. Dat is 25 keer zoveel dan de Heere Jezus in die 3,5 jaar geworven had. Dat is het werk van de Geest. En de Heere Jezus zegt; dat gaan jullie doen. Dat doet de Geest niet rechtstreeks, dat doet Hij via mensen. Dat deed Hij door de prediking van Petrus en die anderen. 3000. Op één dag. Als je wordt als de Heere Jezus dan mag je ook doen als de Heere Jezus. Dat kun je niet in eigen kracht daarvoor heb je de Heilige Geest ontvangen. Daarvoor heb je deze negen Geestesgaven als instrumentarium ter beschikking. Het is er allemaal. Het is er! U hebt het misschien wel niet gezien, maar het is er. Het enige is dat u en ik ons er voor open gaan stellen om te zeggen; Heere Jezus, maak me zoals U. En laat me dan ook mogen doen, dat wat U wil dat ik doe. Hij was en apostel en profeet en evangelist en herder en leraar. Hij was het allemaal. Nou, alle vijf de bediening krijgt niemand. Maar Heere, laat mij ook mijn stukje mogen doen, in Uw navolging. Laat me mogen worden als U, laten we me mogen doen als U Heere. Door de kracht van Uw Geest. Als dat verlangen in uw hart geboren mag worden vanavond dan denk ik dat de Heere God Zijn doel met deze avond bereikt. Hij moge u daarin zegenen. Amen.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?