Hart voor Waddinxveen


(4b) Vragen bij de lezing gehouden op 15 januari 2010 over "De rijke man en de arme Lazarus" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
donderdag, 11 maart 2010 16:08

Een mooie eerste vraag.

Hoe leren wij te rekenen met de wederkomst? Er wordt al zo lang gesproken over de eindtijd dat we niet meer alert zijn.

Rekenen moet je hoe dan ook niet doen. Ik heb al allerlei berekeningen gehoord, Pasen 2010, heeft een Canadese dominee uitgerekend, komt Christus terug, dus dan weet u dat vast. Anderen zeggen december 2011 of is het 2012, dat komt uit de Maya-tijdrekening. Het is leuk dat mensen die zulke dingen uitrekenen altijd op een getal uitkomen dat net iets verder weg ligt. Je komt maar zelden iemand tegen die zegt; Ik heb het uitgerekend en het is in het jaar 2748. Dat is niet interessant. Het is altijd net een stukje verder. Nee, dat moet je allemaal niet doen, we weten dag noch uur en dat laten we maar zo. "Er wordt wel veel over de eindtijd gesproken" dat is helemaal niet waar, dat is pas vanaf de 19e eeuw. Ik weet dat is voor uw geboorte al, maar op de hele kerkgeschiedenis is dat niet zo lang. En in de 19e eeuw zijn hele belangrijke omwentelingen geweest en wat is nu die twee eeuwen op het geheel van de kerkgeschiedenis? En ik geloof dat we meer redenen hebben om over de eindtijd te spreken dan wie dan ook tevoren. Dat is simpel, want we zijn nu dichter bij de wederkomst dan gisteren. Dat kan niemand ontkennen. Maar dat niet alleen, er zijn ook heel veel bijzondere redenen om over de eindtijd te spreken. Dat zou best een heel interessante avond kunnen worden. Ga naar mijn broer, die heeft daar een hele diaserie over en die weet het precies. Dus ga het aan hem vragen. Als je toch zegt; Ik heb liever twee Ouwenelen, dan, op 15 februari wordt er een boekje van deze Ouweneel aangeboden en dat heet "Komt er een grote opwekking?" Het antwoord luidt: "Nee, die is al begonnen." Hebt u hem? Maar dat boekje gaat over de eindtijd. Met alle kenmerken van onze tijd.

 

Zou u een bron kunnen geven van de dodenopwekking in Nigeria die u noemde? BVD Ik weet het niet meer, het was een dominee in Hilversum, dominee T.J. de Ruiter die heeft het destijds op internet uitvoerig gezet met allerlei links naar andere sites, dus ik weet niet of het er nog op staat, ik denk dat het zo 2003 geweest is, dus probeer langs die kant te zoeken.

Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen tussen de hades en het paradijs enerzijds, het voorportaal dus, en de hemel en de hel, de eeuwigheid? Het belangrijkste verschil en dat is eigenlijk genoeg om te weten, het belangrijkste verschil is, in dat voorportaal zijn ontlichaamde mensen. Daarom is het een tussentoestand. Het is een overgangsperiode. En ze wachten daar op de opstanding. Als de Here Jezus terugkomt, lezen we in Filipenzen 3 vers 21 dan zal Hij ons lichaam der vernedering veranderen tot gelijkvormigheid aan het lichaam van Zijn verheerlijking. Pas als Christus terugkomt, ontvangen wij het verheerlijkte lichaam. En dan zullen wij met het verheerlijkte lichaam met Hem in het Vaderhuis zijn, zoals de goddelozen geen verheerlijkt maar wel een opstandingslichaam hebben en met dat lichaam vernietigd worden in de hel, citeer ik uit Mattheus 10. Dat is het belangrijkste verschil. Voor de rest, als we sterven, en we zijn verbonden met de Here Jezus dan zullen wij met Christus zijn. Dat zal in de eeuwigheid ook zo zijn, dus dat is niet het verschil. Alleen het is nog een onvolkomen toestand, daar wachten ze, net als wij, op de wederkomst en de vestiging van Zijn Rijk. Gelovigen in de tussentoestand daar vinden we in de Bijbel de volgende benaming voor: De schoot van Abraham, Lucas 23 vers 43 over het paradijs en verder in algemene termen: Met Christus zijn, in Filipenzen 1, met de Heer zijn, 2 Korinthe 5, het woord hemel komt eigenlijk nergens voor, dat is boeiend, dat is een verrassing voor een heleboel mensen, als ik nu heel gemeen wil zijn, dan zeg ik weleens; waar staat dat dan dat gelovigen naar de hemel gaan, dan zitten ze natuurlijk meteen vast, want dat staat zo nergens. Het heeft altijd een andere naam.

Gelovigen na de opstanding komen in het Vaderhuis. Weet u welk woord ik ook daarbij zou willen zetten? Wat we vorige keer vonden in Lucas 16. In de gelijkenis van de onrechtvaardige rentmeester, weet u nog, mooie omschrijving voor de eeuwigheid.

Als het gaat over de ongelovigen in de tussentoestand dan vinden we uitdrukkingen als hades, oftewel dodenrijk, dat is het rijk waar de doden zijn en dan hier de ongelovigen, je vindt de uitdrukking plaats der pijn, hier in dit zelfde verhaal. Je vindt de aanduiding de gevangenis, kom ik zo op terug, in 1 Petrus 3. Gevangenis heet het daar letterlijk.

En in het geval van ongelovigen na de opstanding, daar horen woorden als gehenna, hel, poel des vuurs.

De Statenvertaling vertaalt helaas zowel hades als gehenna met hel. We zullen zien of ik het voor elkaar gekregen heb dat in de nieuwe Statenvertaling dat onderscheid nu gemaakt wordt. Volgens mij wel. Maar we zullen zien. Misschien waren ze er ook zelf op gekomen hoor, dat weet ik niet, maar ik heb er wel voor gepleit in elk geval.

Hier hebben we de vraag over Petrus. Velen van u hebben het al menigmaal uitgesproken of gehoord, het staat in het Apostolicum dat de Here Jezus is nedergevaren ter helle. Dat is pas later eraan toegevoegd en ik zou willen voorstellen dat we hier en nu dat zinnetje ook weer schrappen. Het hoort er niet in thuis en het heeft tot eindeloze verwarring aanleiding gegeven. De Here Jezus is nooit nedergevaren ter helle. De reformatoren maakten ervan en daar kan ik wel vrede mee hebben, dat de Here Jezus op het kruis helse smarten heeft gekend. Mooi. Dat is waar, maar dat is natuurlijk niet wat er in het Apostolicum bedoeld wordt want het gaat daar over wat er gebeurde na het sterven van de Here Jezus. En voor Zijn opstanding. Misschien moet je vertalen, dat doen allerlei kerken, nedergevaren in het dodenrijk, de hades, dat is al een stuk beter. Daar hebben we geen enkele Bijbeltekst voor maar in ieder geval is het beter. Nog beter is, want dan zit je altijd goed, maar dat is zeker ook niet de bedoeling van de tekst geweest, maar dan redden we ons uit, nedergevaren in het rijk van de dood. Ja, dat is natuurlijk ook waar. Als de Here Jezus gestorven is zou je kunnen zeggen dat Hij is nedergedaald in het rijk van de dood. Maar het is veel handiger om het zinnetje gewoon te schrappen, het hoort niet in de oorspronkelijke tekst thuis. En je verliest er niets mee. Maar in 1 Petrus 3 vers 20 staat toch dat de Here Jezus is nedergedaald in de gevangenis, waar de ongelovigen zijn. Zo lezen we in die tekst en daar zijn al vele, vele speculaties aan vastgeknoopt, wat heeft de Here Jezus daar gedaan? Ik moet toegeven, er zijn 40 verklaringen van die tekst dus wie ben ik om u de ware te geven? Mij bevredigt het meest deze uitleg en die zegt: de Here Jezus, de Geest van Christus, want daar gaat het over, heeft gesproken tot diegenen van wie de geesten nu in het dodenrijk zijn. Maar Hij sprak tot hen in de tijd van Noach. Toen Noach de ark gereedmaakte, toe heeft God, er staat ook, Mijn Geest zal niet altijd met de mens zijn, toen heeft God door Zijn Geest, dat was Christus, gesproken tot die mensen in die tijd. Ze hebben niet geluisterd met als gevolg dat hun geesten of zielen als u wil, nu in de gevangenis, in de plaats der pijn, in de hades zijn. Voor de rest is er geen sprake van dat Hij daar is neergedaald in de hel of neergedaald is in het dodenrijk. Ik hoop dat het een beetje helder is. En zeker betekent het niet zoals u vraagt dat het voor die mensen dan een soort tweede kans is, alsof dat de bedoeling zou zijn geweest. Stel je voor dat het wel klopte dan kunt u vervolgens vragen; wat heeft de Here Jezus daar dan gedaan? Dan moet je dus al helemaal je fantasie gebruiken om te zeggen Hij heeft daar al die ongelovigen die daar waren een soort tweede kans gegeven. Zodat ze alsnog tot geloof konden komen. Dan heb je al helemaal een dikke duim nodig om dat eruit te zuigen. Er zijn allerlei redenen al opgegeven waarom, wat de Here Jezus daar dan gedaan zou hebben, maar het is allemaal speculeren over gebakken lucht.

Dit is een hele diepe vraag. Twee diepe vragen.

Wat is er belangrijker, in Jezus geloven of de armen helpen?

Dit is een beetje een gemene vraag, want u doet net alsof het een soort optie is. Aan de ene kant heb je de mensen die geloven in de Here Jezus, maar die trekken zich van de armen geen zier aan, maar als het geloof in Jezus het belangrijkste was, dan was het dus totaal niet belangrijk hoe ze tegenover de medemensen stonden, ze hebben geloofd en dat is voldoende. Ik heb geloofd en daarom zing ik. En daarom ga ik naar de hemel. Zeg je het omgekeerde, het belangrijkste is de armen te helpen, dan zou je kunnen zeggen, alle mensen die momenteel naar Haïti toevliegen en rennen om die mensen daar te helpen, die komen vast allemaal in de hemel want die hebben pas echt de armen geholpen terwijl wij hier vanavond gewoon achtergebleven zijn. We hadden allemaal naar Haïti moeten gaan. Maar de vraag is natuurlijk een vals dilemma en weet de vraagsteller dat ook best. Want het punt is dit, als je werkelijk in de Here Jezus gelooft dan help je de armen, dat is het punt. Als je werkelijk, als de liefde Gods in je hart is uitgestort dan kookt en borrelt het in het hart. En die liefde komt eruit. En als er alleen maar narigheid en bitterheid en haat uit je zien komen, dan zeggen we: ja, sorry, goede man, goede vrouw, je kunt wel zeggen dat je gelooft alleen we zien er niets van. Want je ziet het niet daaruit dat iemand vroom kan praten, of drie keer per zindag in de kerk zit, je ziet het, en nogmaals, lees het maar na in 1 Johannes 4 en 5, waar Johannes keihard zegt; als je geen liefde betoont naar je medemens dan is het domweg niet waar dat je God liefhebt. God liefhebben is een andere manier om te zeggen dat je in de Here Jezus gelooft. Die twee dingen horen bij elkaar. Dus dit bestaat gewoon niet. Wat u vraagt, die situatie bestaat niet. Als je in de Here Jezus gelooft dan heb je een wedergeboren hart dat is gevuld met de liefde van God, Romeinen 5 vers 5 is echt een sleutelvers. Dan ben je gevuld met de liefde van God en die liefde komt naar buiten. En als er niets naar buiten komt, sorry, dan zit er ook niks in. Al praat je nog zo mooi. Dat is waar het om gaat. Ik heb het al eens eerder hier gevraagd, u bent het vast weer vergeten dus ik kan het nog wel een keer vragen maar ik doe het niet, ik noem het alleen maar dat ik het gevraagd heb. Ik vroeg; wie is het eens met de stelling 'er komt niemand in de hemel die geen goede werken gedaan heeft'. En alle mensen onder u die niet diep nadachten maar wel hoorden het woord 'goede werken' en dan onmiddellijk hun stekels opzetten, die zeiden allemaal, die stelling deugt niet. Ik weet nog dat Nelly onmiddellijk zei: "Die stelling deugt wel." Die heeft nagedacht. Dat viel me zo op. Want is het natuurlijk zo, als je werkelijk gelooft in de Here Jezus dan komt er vrucht uit dat geloof en als een geloof geen vrucht draagt, dan is het geen geloof zegt Jacobus 2. Dus je komt in de hemel omdat je geloofd hebt, maar dat geloof brengt vrucht en als die vruchten er niet zijn dan is je geloof geen geloof ook al zeg je nog zulke mooie dingen. Geen geloof zonder vrucht, waar geen vrucht is, is ook geen geloof. In Johannes 15 is er een enorm verschil tussen iemand die geen vrucht draagt en iemand die weinig vrucht draagt. Een klein beetje vrucht betekent, het leven zit in die rank, een klein beetje vrucht is niet goed, dat moet veel meer vrucht worden, daar werkt de Vader dan ook aan, maar er is een enorm verschil. Weinig vrucht betekent, er zit leven in, geen vrucht betekent het is dood. En wat dood is, die ranken worden afgehouwen en in het vuur geworpen. Ook al konden die ranken nog zo mooi praten. Aan de vruchten kent gij de boom en niet aan de mooie woorden die mensen spreken. Niet aan hun fascinerende bekeringsverhaal. Aan de vruchten kent gij de boom. Dus het is heel belangrijk. Daarom is dit een foute vraag. Ik weet niet wie de vraag gesteld heeft dus ik kan het rustig zeggen, vrijelijk, en misschien weet de vraagsteller het allang, misschien wilde die mij alleen maar een platformpje geven om dit nog eens goed te onderstrepen. Maar de vraag deugde niet. Want als je in de Here Jezus gelooft dan zal de liefde die in je hart is uitgestort naar buiten stromen. Misschien niet altijd, en het is natuurlijk niet volmaakt en ons eigen vleselijke egoïsme speelt er wel weer doorheen, dus ik heb het er niet over dat het volmaakte mensen zijn, dat die liefde altijd vrijelijk stroomt, daar gaat het niet om. Maar ook al maakt hij soms fouten, je ziet toch, zijn hart zit op de goede plek. Het is een vernieuwd hart, een aangeraakt hart en dat kan iedereen zien. Wij zijn geen kenners van harten maar wij zijn wel kenners van wat eruit komt. Elke christen is een specialist in de beoordeling van wat eruit komt. Als je dat niet kunt, je kunt het harte niet beoordelen, maar als iemand zegt dat hij een gelovige is, kunnen we dat niet zien, maar we zien wel de vruchten. En als er geen vruchten zijn dan moet je keihard zeggen, broeder, zuster, maar dat zeg je dan ook niet, beste man, beste vrouw, sorry, maar als er geen vruchten zijn, dan is het een dode rank. De volgende vraag is van hetzelfde houtje; kom je in de hemel als je Jezus kent maar niet de armen helpt? Dat kan dus gewoon niet. Zelfde vraag, andere vorm. Stond ook op hetzelfde briefje. Dat kan dus gewoon niet. Jezus kennen, in relatie tot Jezus staan, dat kan niet. Iemand vroeg mij, het hangt er wel een beetje mee samen, en dat is wat de Here Jezus ook vertelt in dat verhaal over die schapen en die bokken, iemand vroeg, wat zijn nu die minste van mijn broeders? Dan is het verhaal nog ingewikkelder, nog meer reden om er niet over te preken, want de Here Jezus zegt niet tegen Zijn volgelingen; zijn jullie wel echte volgelingen? Hebben jullie wel de armen en de hongerigen en de zieken en de gevangenen geholpen? Eigenlijk spreekt Hij tot de mensen die Zijn volgelingen geholpen hebben. Dat is eventjes op de late avond een heel belangrijke klik in uw hoofd. Het gaat niet over de vraag of Zijn volgelingen de mensen in Haïti geholpen hebben, of waar dan ook, in de sloppenwijken van Waddinxveen, waar het om gaat is wat mensen die buiten Christus leven, die Hem niet kennen omdat ze het evangelie nooit gehoord hebben, wat die gedaan hebben voor Zijn broeders. Het is net andersom. Dat maakt het nog ingewikkelder. Kunt u het volgen waar ik het over heb? Of moet ik het uitleggen, maar dat doe ik niet. Daar is nu geen tijd voor. Maar ik wilde alleen maar even aangeven, de minste van Zijn broeders dat zijn Zijn eigen volgelingen. En die hebben het zwaar. Die worden vervolgd en verdrukt. Die hebben het nog eens extra moeilijk. Daar gaat het om. Hoe langer je over de Bijbel nadenkt, hoe moeilijker het wordt. Maar ook, hoe mooier. Blijf studeren.

Dit verhaal wordt vaak gebruikt, staat er, als onderbouwing dat er straks herkenning is in de hemel. Hoe ziet u dit?

Ik heb me altijd over die vraag verbaasd, als mensen zeggen; zullen we in de hemel elkaar herkennen? Dan denk ik: Hoezo? Zullen we in de hemel dan stommer zijn dan we hier op aarde waren? Ik kom daar mijnvrouw tegen, ik zeg; aangenaam kennis te maken, ik ben Willem Ouweneel, wie bent u? Mensenkinderen, denk toch even na, als zelfs Petrus op de berg der verheerlijking, toen was hij zelf nog niet eens verheerlijkt, hij was nog niet eens in de hemel, maar hij ziet onmiddellijk, dat zijn Mozes en Elia, dan zegt u misschien, ja, hij herkende ze van de plaatjes in de kinderbijbel, ja, maar zo was het niet. Hij ziet onmiddellijk Mozes en Elia, hij herkende dus zelfs als mens op aarde wie ze waren. Dacht u dat wij dan stommer zouden zijn? Ik heb die vraag nooit begrepen. Volgens mij worden sommige vragen gewoon opgeroepen en maken we elkaar wijs dat het een moeilijke vraag is. Ik ben dan misschien een beetje naïef, maar ik zie de moeilijkheid er niet van. Natuurlijk heb ik u hier op aarde gekend, misschien kan ik even niet direct op uw naam komen, maar ik zal wel zeggen; hé, wat leuk dat u er ook bent. Je, u kwam altijd op de lezingen in Waddinxveen hè? Dat is niet genoeg om in de hemel te komen, maar het is toch mooi dat u er was. Natuurlijk zullen we elkaar herkennen. Het is een van de spannende dingen van de hemel. Er zijn zoveel miljoenen medegelovigen. Hebt u geen vragen aan Noach bijvoorbeeld? Wat zei u? Aan Mozes? Ja, maar die heeft zo'n drukke agenda denk ik, dat duurt wel een paar honderdduizend jaar voordat je die te spreken krijgt bedoel ik. Ik dacht, er zijn zoveel mensen daar, ik noemde expres Mozes niet, ik dacht, laat ik eerst maar eens met Noach beginnen.

Paulus spreekt over de derde hemel, wat is dat? En wat is de eerste en de tweede hemel? Paulus doet dat een keer in 2 Korinthe 12. Dat is de enige tekst, ga het maar eens bij uw eigen dominee proberen, vraag maar eens; dominee, waar staat in de bijbel dat als een gelovige sterft, dat je naar de hemel gaat? Dan zegt hij; ja, dan zullen we met Christus zijn. Nee, dominee, dat vroeg ik niet, waar staat het woord hemel? Waar staat dat we naar de hemel gaan? Dan zegt hij; waar ben je geweest? Ja, bij een lezing van Ouweneel. Dan zegt hij, dat kun je wel zien ja, dan ga je van die stomme vragen stellen. Maar u houdt vol. U houdt vol. Het enige aanknopingspunt, als hij er niet uit komt dus, dan zegt u ten slotte; Ik zal u het antwoord geven, 2 Korinthe 12, Paulus is opgetrokken in de derde hemel en er staat achter, opgetrokken in het paradijs. Het zou ook kunnen zijn dat het paradijs in de derde hemel is. Dat de gelovigen in het paradijs zijn, dan zijn ze dus ook in de hemel. Daar staat iets heel bijzonders trouwens over het paradijs, daar staat dat daar woorden gesproken worden die onuitsprekelijk zijn, je kunt ze niet uitspreken, maar ook die de mens niet geoorloofd is uit te spreken. Dus je mag ze ook niet uitspreken. Je kunt ze niet uitspreken. En je mag ze niet uitspreken. Dat is één argument dat er in de hemel Switserdutsch gesproken wordt, dat is namelijk onuitsprekelijk voor andere mensen. Maar ze zeggen ook weleens dat ze in de hemel allemaal Hongaars spreken, want het kost een eeuwigheid om Hongaars te leren. Maar goed, iedereen kan zijn eigen taal invullen, maar we zullen elkaar allemaal verstaan. Paulus zegt; ik ben er geweest, ik ben er opgetrokken en ik heb woorden gehoord die mag ik niet uitspreken en die kan ik niet uitspreken. Ik kan het niet, ik denk dat het betekent 'het is zo verheven, het is zo groot' het zou banaal klinken als ik probeerde het weer te geven, maar het mag ook niet, het is te groots. Het is het enige aanknopingspunt. En gek hè, alle christenen zeggen dat. Als je sterft ga je naar de hemel. Als je sterft zijn we met Christus, dat is heel zeker, dat staat in de Bijbel, we zullen bij Jezus zijn in het Paradijs. We zullen bij de Heer zijn. Het zal gelukzaligheid betekenen, een heleboel dingen, alleen het woord hemel wordt er nooit voor gebruikt. Dus als je nu zegt: wij houden ons uitsluitend aan de Bijbel dan is dit een van de vele voorbeeldjes waar we ons veel meer houden aan een bepaalde traditie dan aan regelrechte schriftuitspraken. Die traditie is niet verkeerd hoor, want ik gebruik zelf ook die uitdrukking, ik ga het niet altijd zitten uitleggen, dus het is niet verkeerd, het staat alleen niet in de Bijbel. Trouwens, nog even over die man aan het kruis, die boosdoener, want het is heel boeiend, ik wilde er daarstraks geen tijd voor nemen maar er staat dat hij tegen de Here Jezus zegt: Jezus, gedenk mijner als Gij in Uw Koninkrijk komt. Dat is ongelooflijk. Die man ziet dus; Jezus is de Messias en hij weet dus ook dat kan hier niet afgelopen zijn met Hem. Als Hij sterft aan het kruis dan zal Hij ook weer opstaan uit de doden en dan gaat Hij op een bepaald moment Zijn Koninkrijk oprichten. En wat hij vraagt is; als U Uw Koninkrijk gaat oprichten, als U komt in Uw Koninklijke waardigheid, zo kun je het ook vertalen, mag ik er dan bij zijn? Dat is oer-Joods. Hij vraagt helemaal niet; mag ik, als ik straks sterf, bij U in de hemel zijn? Wat hij vraagt is; Als straks de dag van de opstanding komt, dat is de dag dat U zult wederkomen, dat u zult verschijnen en U Koninkrijk zult oprichten, zal ik ook opstaan uit de doden? Dat ligt allemaal in die vraag opgesloten. Mag ik dan bij U horen? Dan wil ik ook horen bij U. Een volgeling van de Messias zijn. En dan zegt de Here Jezus, in mijn woorden; Ik heb iets heel bijzonders voor jou, het is nieuw, het heeft nog nooit een gelovige van het oude testament geweten en dat is, je hoeft niet te wachten tot Ik terugkom, je zult vandaag al met Mij in het paradijs zijn. Met een dikke streep onder dat vandaag. Als die man alleen de belofte had gekregen over de wederkomst dan had hij nu nog gewacht. In zekere zin wacht hij ook natuurlijk, want in het paradijs wachten ze ook, heb ik gezegd. Maar het is bijzonder dat de Here Jezus daar ook weer een tipje oplicht van de sluier die hangt over het hiernamaals. En Hij zegt: Jij zult vandaag al met Mij in het paradijs zijn. Dat is heel frappant. Deze vraag was er ook en die heb ik dus nu beantwoord.

Dit verhaal gaat over de rijke man en de arme Lazarus. Er staat geen arme Lazarus, ten minste niet in de Statenvertaling. Het staat er wel schuingedrukt boven maar dat is door mensen ertussen gezet. Dat is waar ja. Dacht u dan dat hij niet arm was? Als iemand ernaar verlangt dat hij mag eten, zijn buikje mag vullen met de kruimels die vallen van de tafel van een ander, dat noemen wij in gewoon Nederlands een arme man. Al staat het er niet bij. Dat kun je gewoon zelf concluderen. Hij had ook geen geld om naar de dokter te gaan, om die afschuwelijke zweren te laten behandelen. Dus het lijkt me geen inlegkunde.

Toen het voorhangsel scheurde werden vele graven geopend. Moeten deze mensen twee maal wachten?

Ja, dat is interessant hè, daar in Mattheus 27, een van de meest raadselachtige dingen van het nieuwe testament. Want we hebben 1000 vragen. Hier staan er een paar op dit briefje en ik heb er ook nog een hele zwik. Wie zijn die mensen? Waarom staat er dat ze meteen opstonden op dat moment? Maar dat ze pas na de opstanding van Jezus uit de graven verschenen? En dat ze verschenen in de stad en waar zijn ze dan gebleven? Ik weet er nog een heleboel. En het antwoord weet ik niet want het staat er niet, we moeten het met die paar gegevens doen. Dus, I don't know.

Vraag, mag dat nog, vraag over een ander onderwerp? Even toestemming hebben, democratisch pakken we dit aan. Het is wel een leuke. Niemand zegt wat, dan doen we het gewoon.

In de Bijbel zie je uitsluitend gebeden tot God de Vader. Mag je ook tot Jezus en de Heilige Geest bidden en waarop baseert u dat?

Ik zou die vraagsteller willen uitdagen om alle gebeden in het nieuwe testament eens te analyseren. In de eerste plaats als er gebeden wordt tot God is dat de drie-enige God. Je kunt niet zomaar, zoals vaak gebeurt, God gelijk stellen met de Vader. Want de Zoon is ook God, de Heilige Geest is ook God. Als er in het Oude Testament gebeden wordt tot de Heere God, is dat de drie-enige God. Daar moet je al mee beginnen. Alleen daar wordt geen onderscheid gemaakt tussen de Vader, de Zoon, Heilige Geest. In het Nieuwe Testament vind je wel degelijk gebeden tot de Here Jezus. Stefanus, op het moment dat hij gestenigd wordt, zegt; Here Jezus, ontvang mijn geest. En er zijn meer gebeden, ook lofprijzingen die tot het Lam gericht zijn in het boek Openbaringen. Maar op het moment dat je in het gebed zegt: 'Here' spreek je niet tot de Vader maar spreek je tot de drie-enige God. Vader en Zoon en Heilige Geest. Vind je ook gebeden tot de Heilige Geest in de Bijbel? Indirect. Indirect. In mijn boek 'De Geest van God' heb ik er een aantal genoemd, als je bijvoorbeeld kijkt in de Hebreeën- brief worden er een aantal betrokken op de Heilige Geest. Maar als je dan terugkijkt in het Oude Testament dan gaat het daar in de Psalmen over de Here God die aangebeden wordt. Maar dan wordt in het Nieuwe Testament gezegd, dat is de Heilige Geest. Dus indirecte aanwijzingen. Maar vergeet nooit, de Heilige Geest is God. Elk gebed dat we tot God richten is ook een gebed tot de Zoon en tot de Heilige Geest. Maar we hebben geen rechtstreekse voorbeelden dat iemand zegt: Heilige Geest, dit of dat. Maar indirecte aanwijzingen wel en zeker hebben we voorbeelden van gebeden tot de Here Jezus. Ik heb hierover de Heer gebeden, vind je meermalen bij Paulus ook. U zegt dat zijn alleen maar voorbeelden dat iemand de Here Jezus ook ziet. Het lijkt me gevaarlijk om daaruit de conclusie te trekken dat je dus alleen maar tot Jezus mag bidden als je Jezus ziet. U hebt het nu over dat ene voorbeeld. Maar als Paulus zegt in 2 Korinthe 12 "Ik heb hierover de Heer drie keer gebeden", in de Statenvertaling staat: "Heere" en dan denk je heel gauw dat het daar gaat over Jahwe in het Oude Testament. Dat is het verwarrende van dat Heere. Als er staat: 'Ik heb tot de Heer gebeden' gaat het altijd over de Here Jezus en niet de Heere God. Als Paulus het heeft over de Heer, tenzij hij het Oude Testament citeert, dan staat Curios ook zonder lidwoord, dan citeert hij en dan is het Heere als Jahwe. Maar als Paulus het heeft over de Heer in de brieven, gaat het over de Here Jezus. Ik heb hierover de Heer gebeden. Ik zou het zo willen onderscheiden, als ik bid als dienstknecht, dan bid ik niet tot de Vader want de Vader is niet mijn Meester maar de Zoon. De Here Jezus is mijn Meester. Als het gaat over mijn bediening waar ik wijsheid voor nodig heb om te weten wat en hoe, als ik kracht nodig heb dan bid ik tot de Meester. Dan zou ik rustig kunnen zeggen als ik dan tot de Vader bid, ja boven wordt het allemaal uitgesorteerd in de postkamer, het komt toch wel goed aan, maar ik bid tot de Here Jezus. Ja, ik zeg dat erbij want ik hoor ook weleens, vooral in evangelische kringen wordt daar slordig mee omgegaan, "Dank u Vader dat U voor ons gestorven bent aan het Kruis". Hebt u die weleens gehoord? Dat wordt rustig gezegd. Onnadenkend. En boven in de hemel wordt daarover geglimlacht en dan wordt het in het goede postvakje gedaan. Maar het is absoluut onnadenkend. "Wij danken u Here Jezus dat we Uw kinderen mogen zijn." Onnadenkend. We zijn geen kinderen van de Here Jezus en de Vader is niet voor ons gestorven. Slordig, evangelische broeders en zusters. In reformatorische kringen is het makkelijker, daar hebben ze het altijd over de Heere, daar kun je alle kanten mee uit, dat is altijd goed. Daar kunnen die fouten niet gemaakt worden. Maar het is ook verwarrend, dat zie je aan deze lieve zuster die Heer, Curios in het Nieuwe Testament, dus waar Paulus het over de Heer heeft, ik heb het niet over citaten die hij geeft uit het Oude Testament, maar als hij het over de Heer heeft, dan gaat het over de Here Jezus. Hij heeft de Heer drie maal gebeden. Waarom? Omdat het de Meester is. Dat is zijn Meester. Als het gaat over de zorg die ik nodig heb als kind en als ik bid voor andere mensen die zorg van de Vader nodig hebben dan bid ik tot de Vader. En ik zeg heus niet dat je nu de volgende keer ontzettend op je tellen moet passen en zorgen dat je vooral geen fouten maakt, daar gaat het helemaal niet om. Maar je kunt daar best een beetje over nadenken en een beetje zorgvuldig daarin zijn. Als je als kind bidt om zorg, om begeleiding, om bewaring, daar gaat de Vader over om het zo maar te zeggen. Als het gaat om "Wat moet ik doen Meester?" dan is Hij de Meester. En Hij vertelt mij, ik ben niet de dienstknecht van de Vader, ik ben de dienstknecht van de Here Jezus, ik ben volgeling van de Here Jezus, ik ben dienstknecht van de Here Jezus, dus bid ik tot Hem. En als ik om kracht bid, ik bid eigenlijk nooit zo rechtstreeks tot de Heilige Geest maar er is ook niets op tegen, maar als het om kracht gaat dan is het altijd de kracht die Christus mij schenkt door de Heilige Geest. En als je tot God bid gaat het over de drie-enige God. Zo zou ik het zien.

Een mondelinge vraag. Je komt in de hemel aan en je mist daar sommige van je kinderen en je weet, die zijn niet in de hemel. Dan heb je toch verdriet? En in de hemel kan er geen verdriet zijn want alle verdriet wordt daar weggenomen en we kunnen dan ook onze kinderen niet missen en dus en dus en dus ...

Dat is het opstapelen van conclusies. Maar elk van de onderdelen van die conclusies is onzeker. We willen graag natuurlijk veel meer weten, maar probeer u eens in te denken dat we in de hemel zo anders tegen de dingen zullen aankijken, zo anders dingen zullen beoordelen en niet vanuit de beperkte maatstaven van nu en dat het dus mogelijk is God ook te prijzen, zelfs in het oordeel. En daarin ook God te eren. Ik heb daarstraks gezegd dat zelfs de hel het bewijs is van het respect dat God heeft voor Zijn Eigen schepsel. Hoe moeilijk dat voor ons ook te aanvaarden is. Wij kunnen ons dat niet voorstellen maar in de hemel zullen we ons dat wel kunnen voorstellen wat het is God te eren ook in dingen die ons hier op aarde verdrietig zouden maken. We zijn dan anders, we zijn volmaakt. Dus ik heb er niet zoveel moeite mee om dat te veronderstellen, om dat soort dingen aan te nemen en tegelijkertijd vast te houden aan de gedachte dat we in de hemel geen droefheid zullen hebben. Het is altijd belangrijk, geloof rechtstreeks de uitspraken van de Schrift. De tranen worden van de ogen afgewist. Er is louter gelukzaligheid. Maar het is voor mij even duidelijk dat we elkaar zullen herkennen en dat we ook zullen weten wie er zijn en wie er niet zullen zijn. Hou het daarbij. Als je nu gaat zeggen, ja, maar dat, dus, dus, die dussen moet u wantrouwen. Als we gaan zitten dussen, gaat het mis. Want dan gaan we zelf conclusies trekken. En dan kun je eindigen waar je wilt, dan ga je helemaal verkeerd. En dat is inderdaad een reden om te zeggen; we zullen elkaar vast wel niet herkennen want dan kunnen we ook geen verdriet hebben. Zwaar of niet, maar misschien zijn er wel mooiere oplossingen. Dat we elkaar wel herkennen en toch geen verdriet hebben. En nu accepteren we dat wel met ons verstand maar niet met ons gevoel. En dan accepteren we het ook met ons gevoel. Denk ik zo. Want over de hemel en het hiernamaals weten we niet zoveel. En waarom weten we niet zoveel? Ik denk heel simpel omdat het ook niet uit te leggen is aan iemand die blind geboren is, wat kleurentelevisie is. Het ontbreekt hem gewoon aan het voorstellingsvermogen om te weten wat het is. Dus spreekt God over gouden straten en paarlen poorten, dat geeft je toch een beetje een indruk. Maar voor de rest, het zijn allemaal metaforen, allemaal beeldspraak die gelukzaligheid uitdrukt. Voor de rest weten we het niet. Goed, dit lijkt me een mooi slot. Wij weten het niet. Er is veel dat wij weten en dat geeft ons veel verantwoordelijkheid, er is ook veel dat wij niet weten en soms geeft ons dat ook veel verantwoordelijkheid. Ik stel u voor dat we deze avond afsluiten met gebed.

Onze trouwe God, onze Vader, in de Here Jezus Christus, wij danken U dat U ons allemaal kent zoals we hier zitten en gezeten hebben. U kent onze harten. Wij kunnen niet in elkaars harten kijken, wij zien de mooie buitenkant of de minder mooie buitenkant maar wat onze diepste motivatie is, waar ons hart gelegerd is om het in mooie oude taal te zeggen, dat zien we niet van elkaar maar we zien wel de vruchten. En dat geeft een grote verantwoordelijkheid. U spreekt ons daarop aan. Want U vindt het vanzelfsprekend dat als we Uw kinderen zijn dat we ook leven als kinderen van U. En dat we lijken op Vader. Als God licht is dan verwacht U van ons dat we licht zijn in de duisternis, een stad op de berg. EN als U liefde bent dan verwacht U van ons ook dat we liefde uitstralen. En met liefde en dat licht is het vaak maar magertjes gesteld. Als het er helemaal niet zou zijn dan zegt U tegen ons, jullie zijn Mijn kinderen niet. We weten heel goed dat dit alles alleen maar kan door Uw eigen genade, we leven 100% uit genade van U. We leven 100% uit de kracht van de Heilige Geest want van onszelf hebben we geen kracht. Maar Uw Woord maakt ons ook duidelijk dat het niets afdoet aan onze eigen verantwoordelijkheid en dat U ons daarop aanspreekt. En dat wij allen geopenbaard zullen worden voor de Rechterstoel van God. Opdat een ieder daarvan wegdrage wat hij in het lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad. Leer ons daarover na te denken. Leer ons onszelf niet tevreden te stellen met een goedkoop evangelie, als je maar een keer geloofd hebt, dan komt alles verder wel voor elkaar. Leer ons wat het is dat het geloof vrucht moet dragen. Maar leer ons ook te zien dat als Uw liefde in ons hart uitgestort is, de vrucht vanzelf komt. Dat we alleen maar hoeven te leven van dat wat U Zelf in ons gewerkt hebt. Door Uw goedheid en genade. Leer ons zo dat te verwerken alles wat we met elkaar overdacht hebben. Geef ons een hart dat uitgaat naar al die mensen naar wie Uw hart uitgaat. Want U hebt het gezegd Here Jezus, als je dit gedaan hebt aan één van de minste van Mijn broeders, dan heb je het aan Mij gedaan. Here Jezus zo willen wij aan Uw broeders in deze wereld en dat zijn er velen, niet alleen gedenken in de gebeden maar ook, als we dat kunnen, al is het maar door een girootje in te vullen, dat op z´n minst al. Leer ze ons te zien Heer en te dragen in onze gebeden, al die broeders en zusters van U, zoals U ze zelf noemt. Die hier op aarde honger en dorst lijden, hier op aarde in gevangenschap zitten om het geloof, die ziek zijn en in narigheid en ellende, o Heer erbarm U over alle Lazarussen , erbarm U over hen. Vooral als ze werkelijk leven vanuit Uw Naam, God is mijn Helper. Heer erbarm U over Uw volk, erbarm U ook over ons, Heer erbarm U over ons. Leer ons leven uit Uw genade vanuit Uw goedheid en liefde door de kracht van Uw Heilige Geest. We danken U dat we vanavond zulke belangrijke dingen met elkander mochten overdenken. Weest U ook met ons Heer, niet alleen als we door de sneeuw weer naar huis gaan maar ook geestelijk als we deze dingen verwerken en willen uitleven in ons dagelijks bestaan. Help ons daarin. Wees met ons. Behoedt en leidt en bewaar ons op al onze wegen en wil ons een volgende keer, als U het ons vergund en als de Here Jezus nog niet gekomen is, wilt U ons dan weer in gezondheid hier bij elkaar brengen. Uw Naam is geloofd en geprezen Amen.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?