Hart voor Waddinxveen


(4) Lezing gehouden op 15 januari 2010 over "De rijke man en de arme Lazarus" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
donderdag, 11 maart 2010 16:15

Wij gaan lezen uit Lukas 16: 19 – 31. Lukas 16, ik lees vanavond eens uit de Telosvertaling, voor de verandering. "Nu was er een rijk mens en hij ging gekleed in purper en fijn linnen en vierde elke dag schitterend feest. Nu lag er ook een arme, genaamd Lazarus, aan zijn voorpoort vol zweren, begerig zich te verzadigen met wat van de tafel van de rijke viel. Maar zelfs de honden kwamen zijn zweren likken. Het gebeurde nu dat de arme stierf en door de engelen werd gedragen in de schoot van Abraham. De rijke nu stierf ook en werd begraven. En toen hij in de Hades zijn ogen opsloeg terwijl hij in pijnen verkeerde, zag hij Abraham uit de verte en Lazarus in zijn schoot. En hij riep de woorden: Vader Abraham, erbarm u over mij en zend Lazarus om de top van zijn vinger in water te dopen en mijn tong te verkoelen want ik lijd smart in deze vlam. Abraham echter zei: kind, bedenk dat u het goede hebt ontvangen in uw leven en Lazarus evenzo het kwade. En nu wordt hij hier vertroost maar u lijdt smart. En bij dat alles is er tussen ons en u een grote kloof gevestigd zodat zij die van hier naar u willen overgaan niet kunnen en zij van daar niet naar ons kunnen overkomen. Hij echter zei: Ik bid u dan vader dat u hem zendt naar het huis van mijn vader want ik heb vijf broers opdat hij ernstig tot hen kan getuigen zodat ook zij niet komen in deze plaats van pijn. Abraham echter zei: zij hebben Mozes en de profeten, laten zij naar hen luisteren. Hij echter zei: Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toegaat dan zullen zij zich bekeren. Hij echter zei tot hem: Als zij naar Mozes en de profeten niet luisteren zullen zij, ook al stond iemand uit de doden op, zich niet laten overtuigen. Tot zover uit het Woord van God.

 

Ik moet om te beginnen meteen een aantekening maken bij de uitdrukking 'gelijkenis.' Broeder Kees heeft dat ook unverfroren overgenomen en het is ook heel gebruikelijk om dit een gelijkenis te noemen en ik heb zelf aan die verwarring bijgedragen door hem in deze lijst van gelijkenissen op te nemen. Maar, ik ga er niet lang over praten, het staat er niet dat het een gelijkenis is en er zijn wel een paar dingen die er ook een beetje tegen pleiten. In de eerste plaats dat hier een persoon wordt ingevoerd met zijn naam. Dat gebeurt in geen enkele van die verhalen waarvan we zeker weten dat het gelijkenissen zijn. En wat nog belangrijker is, hier wordt een persoon die in elk geval geleefd heeft, in het hiernamaals nu is, Abraham, sprekend ingevoerd. Nou zeg ik niet dat dat niet zou kunnen in een verhaal maar als het een bedacht verhaal is, zou dat toch wel een enorme uitzondering zijn. En ik laat dat woord dus verder maar liggen, gelijkenis. Het is een verhaal dat de Here Jezus vertelt en in elk geval mag het verhaal niet gebruikt worden om te zeggen: Nou ja, het is maar een gelijkenis dus wat hier verteld wordt over het hiernamaals dat hoef je dan ook niet zo precies, zo serieus te nemen. Dat het hiernamaals, ik kom op die uitdrukking nog wel terug, hier in beelden beschreven wordt, dat spreekt op zichzelf vanzelf. Het zou ook niet anders kunnen dan dat ons die hogere werkelijkheid in beelden wordt beschreven. Maar wat hier verteld wordt is realiteit. Nou beschrijft elke gelijkenis realiteit, een realiteit die elke dag zich vele malen voordoet en dat kun je van dit verhaal zeker ook zeggen. Het verhaal is uniek, het is heel bijzonder in alle gelijkenissen omdat het ons iets verteld over die onzichtbare wereld van na het sterven. Het is ontzettend belangrijk om te begrijpen hoe nieuw dat is. In het Oude Testament is geen enkele verwijzing te vinden naar de plaats waar een gelovige of een ongelovige heen gaat als hij sterft. Ik weet wel dat er een paar teksten met de haren bijgesleept worden die dan wel zouden moeten aanduiden. Zoals Jakob, die zegt: Op Uw zaligheid wacht ik, o Heere, maar daar heeft hij het over het Messiaanse Rijk. Of Psalm 73: En zult mij in heerlijkheid opnemen. Neem maar even van mij aan , ik ga daar niet allemaal over uitweiden, dat heeft allemaal niets te maken met de plaats waar een gelovige naartoe gaat. Als u het wilt weten dan kunt u het straks nog navragen als extra service vertel ik het dan nog. Maar dat zou nu te ver voeren.

Maar het is wel ontzettend belangrijk. Waarom? Omdat de hoop en verwachting van de gelovigen in het Oude Testament gericht was op de komst van de Messias. En in het Nieuwe Testament is dat in feite niet anders. Hier wordt wel iets verteld over de plaats waar gelovigen en ongelovigen naartoe gaan als ze sterven maar het is nog steeds heel weinig. Dit is de eerste keer in dit verhaal dat de Here Jezus zelf een tip van de sluier op licht. Het lijkt bijna alsof de gelovigen in het Oude Testament daar ook niet in geïnteresseerd waren. Als ze stierven dan hadden ze eenvoudig, mag ik het even uitdrukken zo, de pech dat ze stierven voordat de Messias was gekomen. Ik durf te vertellen dat het in feite vandaag nog zo is. Onze verwachting is het Koninkrijk van God. Toen de Here Jezus begon te verkondigen toen zei Hij: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is gekomen, is nabij gekomen. En toen Hij was opgestaan uit de doen heeft Hij veertig dagen lang met Zijn discipelen gesproken over het Koninkrijk Gods. Nooit heeft de Here Jezus gezegd: Als je in Mij gelooft, ga je naar de hemel. Ik zeg niet dat dat niet zo is, ik zeg alleen maar daar ligt het accent helemaal niet op. Terwijl dat bij heel veel reformatorische en evangelische mensen alles is waar het om draait. Het is wel eens goed om dan te bedenken, want we denken allemaal dat we zo verschrikkelijk Bijbelgetrouw zijn en ons zo nauw houden aan de Schrift. Nooit heeft de Here Jezus zoiets gezegd. Hij heeft twee of drie keer gesproken, maar bijvoorbeeld Johannes 14 over het Vaderhuis maar Hij zegt uitdrukkelijk dat we daar pas zullen komen als Hijzelf terug zal komen om ons te halen. Er is nu geen enkel mens in het Vaderhuis behalve Hijzelf. Hij zegt: Ik kom weer en Ik zal u tot Mij nemen. Dat is heel wat anders dan wat hier staat. De engelen die brachten Lazarus in de schoot van Abraham. Als Hij terugkomt, dan zal Hij ons persoonlijk in het Vaderhuis brengen. We hebben dus te maken met wat we wel eens noemen 'de tussentoestand'. De toestand van een mens tussen het sterven en de opstanding. Hoe het na de opstanding is dat is duidelijk dan zullen de gelovigen zijn in het Vaderhuis waarover we lezen in Johannes 14: 1-3. En van de ongelovigen, als die zullen opstaan uit de doden wordt ook duidelijk gemaakt waar ze zullen zijn in Openbaring 20. Ze worden geoordeeld naar hun werken en branden in de poel des vuurs. Dat is hetzelfde als wat de Here Jezus noemt, de hel. Nu is het jammere, bij de Statenvertaling, ik heb er ook op aangedrongen dat dat bij de Herziene Statenvertaling wordt gecorrigeerd en ik geloof dat ze naar me luisteren, maar misschien hadden ze het zelf ook al bedacht, en dat is dat Griekse woord Gehenna dat betekent hel. Maar hier staat het woord Hades. De Telosvertaling laat dat ook letterlijk staan. Of dodenrijk, ja, dat heeft ook weer vreemde associaties. Maar hier staat van de rijke man helemaal niet dat hij in de hel kwam. Hier staat dat hij in de Hades was. Dus ik ga u vanavond schokkende dingen vertellen. Als het u te dol wordt, kunt u altijd zachtjes weglopen maar laat me even uitpraten alsjeblieft. Want de Here Jezus zegt zelf in Mattheüs 10: 28 "Vreest niet voor hen die het lichaam kunnen doden, wees veeleer bevreesd voor Hem, hoofdletter, die ziel en lichaam zal verderven in de hel. Pas als ongelovigen opstaan uit de doden, zullen ze in de poel des vuurs, dat is de hel, geworpen worden. Waar zijn ze nu dan? In het huis van bewaring. Daar is het ook niet leuk. Als je een misdadiger bent en je bent opgepakt en je wordt in het huis van bewaring gestopt, is niet prettig. Je moet daar je vonnis afwachten en dadelijk kom je in de gevangenis. Nou of je nou in het ene in een cel zit of in het andere. Ook hier staat dat deze plaats waar deze man terechtkomt een plaats van pijn is. We hebben dat gelezen in vers 28, de plaats der pijniging. Dus prettig is het daar niet maar het is nog maar het voorgeborgte. Het is nog maar wat het huis van bewaring is ten opzichte van de gevangenis. Het gaat om de tussentoestand. Maar voor veel christenen is het heel anders. Als je in de Here Jezus gelooft. Hier op aarde ga je dan, als het goed is, getrouw je weg achter Hem aan en straks, daar komt het allemaal op aan, daar gaat het om, dan gaan we naar de hemel. Zoals gisteravond nog iemand aan mij vroeg bij een andere Bijbellezing, ja maar, dat korte stukje leven daar gaat het toch niet om, het gaat om die hele eeuwigheid daarna. Nou, dat is ook wel mooi. Maar dan vraag ik weleens als mensen zeggen: Als ik sterf, ga ik naar de hemel. Ik zeg: En de opstanding der doden dan? Ja, eigenlijk hebben ze dat helemaal niet nodig. Ze zijn al in de hemel, wat moet die opstanding dan nog tussendoor. Bovendien dat is pas op de jongste dag dus dat is helemaal aan het eind van de geschiedenis dus dat is voor hun besef per definitie ver weg. En wat het eraan toevoegt, aan het geheel, dat weten ze eigenlijk niet zo goed. Als je sterft, ga je naar de hemel en that's it. Daar gaat het om.

Maar in de Bijbel, in het Nieuwe Testament gaat het over het Koninkrijk Gods, gaat het over de grote regering van Christus straks als hij wederkomt. Hij is gesteld over hemel en aarde. Ook onze verwachting is van het Koninkrijk Gods. Wij zitten niet te wachten op de hemel, we zitten te wachten op de openbaring van Christus in deze wereld. Als het over verwachten gaat, gaat het altijd daarom. En in feite is het niet anders dan bij de gelovigen van het Oude Testament. Als nu een gelovige sterft, dan is dat omdat hij de pech heeft, sorry dat ik het zo zeg, dat hij niet meemaakt dat Christus wederkomt. Maar wat doet hij dus ook in het Paradijs? Precies hetzelfde als wij hier op aarde: wachten. Want ook zij hebben hun bestemming niet bereikt. In zekere zin zijn ze daar slechter af dan wij. Wij hebben een lichaam, hebben zij niet. Ze zijn in een onvolkomen toestand. Grote voordeel is, ze hebben de zonde niet meer, ze hebben het zondige vlees niet meer bij zich. Kunnen ook niet gekweld worden door ziekte en narigheid en ze zijn bij Christus dat is zeer verreweg het beste. Maar voor de rest zijn ze incompleet en zij wachten ook. Het is een tot volmaaktheid komen noemt de Hebreeënbrief dat. Ze zijn nog niet tot volmaaktheid gekomen. Dat is pas als Christus terugkomt en zij hun opstandingslichaam ontvangen en dan pas zijn ze compleet. Dan zullen zij met lichaam en ziel, verheerlijkt lichaam, het Vaderhuis binnengaan. Zoals straks bij de opstanding van de doden van de ongelovigen, zij met lichaam en ziel geworpen worden in de hel. Ik citeerde Mattheüs 10: 28, hetzelfde als wat het boek Openbaring noemt de poel des vuurs.

Waar dit verhaal ons over vertelt is, is over deze tussentoestand. En daar wordt niet veel over verteld. Daar moet je het wel mee doen. En wat wij er voor ideeën bij hebben, zijn vaak ook nog misplaatst. Wij stellen het ons voor als grazige weiden en zeer stille wateren. Onze voorstelling van het Paradijs is soms wel een beetje primitief. Het lijkt een beetje op een Luilekkerland. Dan bent u bij het verkeerde adres. Dan moet u bij de islam zijn; daar vind je de heerlijkste en de wonderlijkste en de schoonste voorstellingen van het Paradijs. En daar vind je in de Bijbel allemaal niks over. Ik werd eens heel lang geleden, misschien heb ik het wel eens verteld, dan vergeeft u het mij maar, u hebt het vandaag nog niet gehoord van me. Heel lang geleden, het is misschien wel veertig jaar geleden, dat ik gebeld werd door een broeder die toen heel oud was. Zijn kleindochter komt ook heel vaak op deze lezingen. Ik weet niet of ze er dit keer ook is. En die is net zo oud als ik dus je kunt wel nagaan hoelang het geleden is. Hij zei tegen mij: Willem, mijn vrouw is nou pas overleden en binnenkort zal het mij ook wel gebeuren, hij is ook heel oud geworden en hij zei: Ik wil een beetje weten, hoe is het nou in het Paradijs? Waarom hij mij daarover belde weet ik niet maar, wat moet zo'n jonge vent daar nou van weten? Maar goed, ik zei: Nou broeder, ik weet maar drie dingen. O, zei hij, wacht even, pen en papier pakken dan schrijf ik het op. Ik zei: Ik weet maar drie dingen over het Paradijs. In de eerste plaats Lukas 23: 43 daar zegt de Here Jezus tegen die boosdoener aan het kruis: Heden zul je met Mij in het Paradijs zijn. En ik zeg: We zullen daar dus bij Jezus zijn. Oké zei hij: Ik heb het. Nummer twee. Ik zeg: Filippenzen 1: 23: We zullen daar met Christus zijn en dat is verreweg het beste. Oké, ik heb het. En wat is het derde? Ik zeg: 2 Korinthe 5 we zullen daar bij de Heer zijn. We zullen daar bij Jezus zijn, we zullen daar bij Christus zijn, we zullen bij de Heer zijn. Hij zei: Is dat alles? Ik zeg: Is dat niet genoeg dan? Jawel, zei hij maar ik wou even weten of er nog iets kwam. Nou intussen is hij al vele, vele jaren in het Paradijs. Hij weet er veel meer van dan ik. Maar is het niet frappant, er wordt ons niets verteld over het Paradijs. Ik weet wel, u zit nou te denken aan die gouden straten en die paarlen poorten maar u maakt daarbij een dubbele vergissing door eraan te denken van in de eerste plaats dat zijn we zelf. Dat is een beschrijving niet van de hemel maar van het nieuwe Jeruzalem. En het nieuwe Jeruzalem is de bruid van het Lam dus wij zijn zelf die stad die ook als een bruid wordt beschreven. Maar in de tweede plaats dat gaat over de toekomst. Dat gaat niet over waar de gelovigen nu zijn, dat gaat over het nieuwe Jeruzalem dat zal neerdalen uit de hemel in het Messiaanse Rijk en uiteindelijk een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Maar denk erom, in de Bijbel hebben plaatsen nooit heerlijkheid behalve als God er is. Het gaat dus nooit om een plaats die als zodanig heerlijk is, maar het gaat om God die heerlijk is. De hemel is heerlijk omdat God daar is, omdat Christus daar is. Als Hij er niet was, was het de meest vreselijke plaats die je kon voorstellen. Als Hij in de hel was, mag ik het even heel kras zeggen, zou dat de meest heerlijke plaats zijn die je kon voorstellen. Daarom hebben we eigenlijk ook aangegeven wat de essentie is van de hel, van de poel des vuurs maar ook al van het huis van bewaring, van deze plaats der pijn. Dat zijn beelden. De essentie van de hel is niet dat er altijd vuur brandt. De schrift zegt ook ergens: het is de buitenste duisternis. Daaraan zie je dat het beelden zijn, want hoe kan er nu ergens vuur zijn en tegelijkertijd stikdonker? Dat kan helemaal niet. Maar al die beelden zijn zinvol. De buitenste duisternis betekent de grootst denkbare verwijdering van God, die het Licht is. En vuur betekent de grootst denkbare smart. Maar de essentie van de hel is de volstrekte afwezigheid van God. Terwijl een mens geschapen is om op God aangelegd te zijn. Om op God aangewezen te zijn. Zelfs de grootste goddeloze zegt in Daniël in Daniël 5: uw adem o koning Belsazar is in Gods hand. C.S. Lewis schrijft ergens: dit is wat de hel is: de hel is zelfs een bewijs van de liefde van God. In de zin van Zijn respect voor Zijn eigen schepsel. Als een schepsel zijn hele leven lang zegt: mijn wil geschiedde, dan zegt God aan het einde: uw wil geschiedde. Ik zal je op een plaats brengen waar je tot in eeuwigheid geen last van Me zult hebben. Maar je zult ook ervaren wat dat betekent. Daar heb je geen idee van, maar je hebt er zelf voor gekozen. Je hebt je hele leven graag de verantwoordelijkheid willen nemen. Je kon het niet velen alleen de gedachte al dat er een God zou zijn Die jouw leven zou bepalen. Je wilde je eigen leven beheersen en in de hand houden. Ok, Ik respecteer je. Ik heb je Zelf zo gemaakt als een mens met verantwoordelijkheid en keuzemogelijkheden. En je hebt ervoor gekozen om Mij op een afstand te houden. Ik breng je op een plaats waar Ik je beloof dat je nooit meer last van Me zult hebben. En C.S. Lewis zegt ook ergens: de hel zit aan de binnenkant op slot. Daarmee wordt bedoeld: die mensen zouden er in principe uit kunnen, maar nu moet u goed luisteren, dat is een moeilijke gedachte. De hel is een vreselijke plaats, maar in zekere zin, zegt Lewis is alles wat daarbuiten is voor zulke mensen nog vreselijker. De hemel als plaats waar alles tot eer van God is, waar allen Hem grootmaken, waar allen Hem bejubelen, waar allen zich neerbuigen voor het Lam. Dat is de plaats die ze hun hele leven verafschuwd hebben. Daarom zegt hij: de hel zit aan de binnenkant op slot. Als ze eruit zouden komen zouden ze ergens komen waar het voor hen nog erger is. Het zijn maar menselijke pogingen om te begrijpen waar het over gaat. Hier zijn we dus eigenlijk nog niet in hemel en hel, maar in het huis van bewaring, het voorgeborchte.

Maar we moeten nog een andere vraag bespreken en dat is een hele moeilijke. Waarom komt Lazarus in het paradijs? Zo noem ik het maar, al komt die uitdrukking hier niet voor. Die horen we pas bij die man aan het kruis, die boosdoener. De Here Jezus zegt: heden zul je met Mij in het paradijs zijn. Waarom komt Lazarus in het paradijs, waarom komt die rijke man in de plaats der pijnen? Als we evangelisch zijn, en dat zijn we in zeker zin allemaal, dan weet je: je moet in de Here Jezus geloven, maar er staat hier helemaal niet iets over wat zij geloofd hebben. Het gaat helemaal niet over hun relatie tot God, dat is heel merkwaardig. Abraham licht zelf toe in vers 25: kind, bedenk dat u het goede hebt ontvangen in uw leven en Lazarus evenzo het kwade. En nu wordt hij hier vertroost en u lijdt smart. Als je oppervlakkig leest dan zou je kunnen denken en dat hebben sommige mensen ook inderdaad, met name in de bevrijdingstheologie geconcludeerd, Lazarus komt in de hemel omdat hij arm is. Want bij God hebben de armen een streepje voor. En die rijke man komt in de Hades omdat hij rijk is en God heeft een broertje dood aan de rijken. Zou het zo simpel zijn? Het is inderdaad opvallend. Daar zou je vele voorbeelden van kunnen noemen in het Lucasevangelie: dat de rijken er altijd van langs krijgen en de armen worden altijd bevoorrecht. Je zou kunnen zeggen als je zo denkt: als je arm bent, is dat al voldoende grond om naar het paradijs te gaan. Als je rijk bent, ziet het er niet best voor je uit. Als de Here Jezus zegt dat een kameel makkelijker door het oog van een naald gaat, en u weet: dat wordt persen, dat is onmogelijk, dan kan de rijke het wel helemaal vergeten, dan kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Zou het zo simpel zijn? Het antwoord luidt natuurlijk 'nee'. En dat zie je ook in het Lucasevangelie. Ik neem even als sleutel een andere gelijkenis die niet op ons lijstje staat, uit Lucas 12. Daar gaat het over de gelijkenis van de rijke dwaas. Die man wordt niet veroordeeld omdat hij rijk is, maar omdat hij een dwaas is. Waarom is hij een dwaas? Niet omdat hij rijk is, maar omdat hij al zijn vertrouwen stelt op zijn rijkdom. Omdat hij gebiologeerd is door zijn rijkdom en met niks anders bezig is dan met zijn rijkdom en nog grotere schuren, nog geweldiger toekomst, nog fantastischer dingen opbouwt. Hij is helemaal gericht op zijn rijkdom. En dan staat er een sleutelwoord in Lucas 12: 21. Het probleem met die man is: hij is materieel rijk, maar hij is niet rijk in God. Dat is het beslissende. Niet dat hij rijk was in materiële goederen. Je kunt gelukkig wel degelijk materieel rijk zijn en tegelijkertijd ook rijk in God. In 1 Timotheüs 6 is dat heel boeiend. Daar wordt gesproken over: als je graag rijk wilt worden, ben je helemaal verkeerd bezig. De geldzucht is de wortel van alle kwaad. Daar gaat het over je motivatie, over je instelling. Als dat jouw gerichtheid is, kom je aan God niet toe. Maar in datzelfde hoofdstuk in Timotheüs 6 gaat het over de mensen die rijk zijn. Die kunnen dat ook niet altijd helpen. Ze hebben een vermogen geërfd, of ze hadden zulke goede zaken, ze hadden zulke gouden handjes dat het vanzelf ging. Dat soort mensen heb je. En daar staat ook bij: die mogen rustig van hun rijkdom genieten. En daar staat ook meteen bij wat de mooiste manier is om ervan te genieten en dat is om het weg te geven. Lees het maar na aan het eind van 1 Timotheüs 6. Dit is het kenmerk. Er wordt daar gezegd dat die mensen moeten leren om ondanks die rijkdom het ware Leven te grijpen.

En deze rijke man in ons verhaal, in Lucas 16, heeft het ware leven niet gegrepen. Daar komt hij helemaal niet aan toe. Hij is elke dat aan het feestvieren. Die man is niet alleen maar rijk, hij kan alleen maar bezig zijn met zijn eigen geneugten en bekommert zich niet om die arme man, terwijl dat de doorgaande boodschap is in het Oude Testament. Die gerichtheid op de armen, op de mensen die het minder hebben dan wij. Dit is heel wezenlijk. Ik neem Jesaja 58, dat is een prachtig voorbeeld waar het ging over vasten of niet vasten. En dan zegt dat Here God heel nuchter via de profeet: weet je wat vasten is? Dat is je te bekommeren over de mensen die honger en dorst hebben. De mensen die arm zijn, de mensen die geen kleren hebben om aan te trekken, de mensen die geen dak boven hun hoofd hebben, de mensen die ziek zijn, de mensen die in de gevangenis zitten. Dat is het vasten, dat is natuurlijk overdrachtelijk bedoeld. Daar gaat het om, dat is het leven van een vrome jood. Denk erom: hier in ons verhaal gaat over twee vrome joden. Dat zie je ook aan de naam Lazarus, daar kom ik zo op terug. Het gaat niet over de vraag of deze mensen moeten bekeren. Er wordt als het ware al verondersteld dat ze behoren tot het volk van God. We zouden vandaag zeggen: het zijn brave, goede kerkgangers. De enige uitzondering die die rijke man maakt: op zondag gaat hij naar de kerk met een boek vol zilverwerk, maar de rest van de week is hij bezig met feestvieren. Die man is niet rijk in God. Misschien heeft hij zelfs 's zondags geen tijd en moet hij ook feestvieren, ik weet het niet. Maar dit is het beslissende van deze man: hij bekommert zich niet om de armen, hij is alleen maar gericht op het eigen genot. Dat staat in 2 Timothëus 3 als kenmerk van de eindtijd, dat mensen meer gericht zullen zijn meer op het genot dan op God. In het Nederlands rijmt dat mooi.

En die Lazarus dan? Het geheim van Lazarus zit hem in zijn naam. De naam is de code. Deze man is niet alleen arm, hij is ook nog ziek. Waarschijnlijk is hij zo arm omdat hij ziek is, want daardoor kan hij niet werken. Hij kan alleen maar bedelen. Er is niemand die niemand die zich om zijn ziekte bekommerd, misschien zou men nog niet geweten hebben wat men daartegen moest doen. En hij zit daar bij die rijke man in de hoop dat hij misschien iets van de restjes die van de tafel vallen zal mogen eten. Zelfs dat lijkt hem onthouden te worden. Maar het programma van zijn leven zit hem in zijn naam. Daarom is dit het enige verhaal, of het nu een gelijkenis is of niet, waar de man met name genoemd wordt. Hij heet Lazarus. Lazarus is een Griekse verbastering van Eleazar. In het Hebreeuws is het eigenlijk El Azar. El betekent God weet u en Azar betekent hulp. Denk maar aan Eben Haëzer, daar zit hetzelfde in: steen der hulpe. Azarja: de Here is hulp. De Heer is mijn Helper. Zijn naam betekent: God is mijn Helper, El Azar. Dat is zijn leven. Deze man komt niet in het paradijs omdat hij zo arm is of omdat hij zo ziek is, maar omdat hij zijn vertrouwen gesteld heeft op God. Dat is helemaal niet vanzelfsprekend, absoluut niet. Daarom zijn er ook armen die niet in het paradijs komen. In Spreuken 30 lees je van Aser, de zoon van Jache dat hij zegt tegen de Here God en dat is een gebed naar mijn hart: geeft mij armoede noch rijkdom Heer. Ik moet er niet aan denken als je rijk zou zijn, waar je allemaal niet op te letten hebt, wat je allemaal met dat geld moet doen. Ik hoef altijd maar zoveel te hebben dat ik mijn rekeningen kan betalen. Maar hij zegt ook: bewaar mij voor armoede, want als ik arm ben, ga ik mij misschien aan uw naam vergrijpen. Dan ga ik misschien Uw eer aantasten, dan ga ik op U vitten en kritiseren dat U niet beter voor me zorgt. Dan wordt ik er zo één die zijn vuist balt naar de hemel en het u ga verwijten dat ik arm ben. Bewaar me ervoor Here. Als ik te rijk wordt, vergeet ik U en als ik te arm wordt, scheld ik op U. Het punt is niet dat je rijk bent, maar hoe je met je rijkdom omgaat. Het punt is niet of je arm bent, maar hoe je met je armoede omgaat. Zijn programma is: de Here helpt.

Hij is een getrouwe, vrome jood. Hij leeft uit het verbond, met al zijn beroerde omstandigheden, want zijn vertrouwen is op God. Waar komt hij terecht? Als kind dacht ik hetzelfde als Barend Fabricius nog steeds op hogere leeftijd dacht: dat hij bij Abraham op schoot mocht zitten. Zo hebt u op het plaatje gezien. Maar dat is natuurlijk niet het geval. Barend Fabricius had zich beter kunnen informeren. Het is niet zo dat je als een kind bij Abraham op schoot mag zitten. Het is het beeld van de maaltijd, de maaltijd is het beeld van gemeenschap, van omgang, intimiteit, gezelligheid ook, van contact. Als je je vrienden op bezoek hebt, eet en drink je samen. Je zal nooit zeggen: o, dat is niet belangrijk. Het gaat maar om onze vriendschappen. Nee, dat hangt nauw met elkaar samen. Zelfs van de Here Jezus staat in Johannes 1: 18: de Zoon was bij de Vader in de schoot van de Vader. Dat is het beeld van de maaltijd: eeuwige intimiteit. En daarbij lag men aan en daarbij lag de gastheer aan tafel en degene die in zijn schoot lag – wat je lag op één arm en de ander die naast jou lag, lag in jouw schoot – dat was de ereplaats. Hier staat niet 'met Christus zijn' 'met Jezus zijn', 'met de Heer zijn'. Dat kon natuurlijk niet, want de Here Jezus was nog niet in het paradijs, althans als mens, als God is hij alomtegenwoordig. Maar hier gaat het naar de joodse voorstelling. Wat is nou het allermooiste als een jood aan het paradijs denkt vanuit het Oude Testament gedacht? Dat hij in het paradijs zou aanliggen zoals Jezus zelf ook zegt in Mattheüs 9 bijvoorbeeld, zou aanliggen met Abram, Izak en Jacob, met Mozes, met David, met Salomo, met al die helden van de oude dag. Dat was het allergrootste dat ze zich konden voorstellen. En Hij krijgt de ereplaats. Dat is natuurlijk beeldspraak, maar dat maakt niet uit. De rijke man sterft en de hij wordt begraven en hij slaat zijn ogen op in de hades, in het dodenrijk. En in het dodenrijk is het niet fijn. Hij lijdt pijnen, deze man en dan ziet hij – ja hoe zal dat in het hiernamaals zijn, in hoeverre gaat het hier om beelden? – in elk geval ziet hij Lazarus. Hij weet dus ook wat hij mist. Maar hij vraagt niet: o, mag ik alsjeblieft toch nog bij jullie komen daar in de heerlijkheid. Hij vraagt alleen maar, en je zou zeggen: wat een onnozele vraag, want wat moet nou een natte vinger aan vochtigheid op je tong brengen. Hoe zal dat verkwikking brengen. Laat hij zijn vinger dopen in water en met dat water mijn tong verkoelen. Dat is alles wat hij wil. En dan zegt Abraham: "Kind." Dat is belangrijk, want deze man was ook van het nageslacht van Abraham. Ik zeg niet dat hij een kind van Abraham was, ook al spreekt Abraham hem zo aan, want de Here Jezus maakt daar een onderscheid tussen, wist u dat? In Johannes 8 zegt Hij tegen de Farizeeën: "Jullie zijn wel nageslacht van Abraham, maar jullie zijn geen kinderen van Abraham." Dat is een beetje lastig, want 'het verbond met Abraham zijn vrind bevestigt hij van kind tot kind.' Dus je zou denken: alle dopelingen zijn kinderen van Abraham, maar als je zelfs een letterlijke nakomeling van Abraham bent met het teken van de besnijdenis in je vlees, kan het nog zijn dat de Here Jezus tegen je zegt: je bent helemaal geen kind van Abraham. Je kunt wel van het nagelslacht van Abraham zijn, maar om een kind van Abraham te zijn moet je wandelen in het geloof van Abraham. Zo wordt het ook in Romeinen 4 gezegd: je hebt twee nakomelingen van Abraham: fysieke nakomelingen en geestelijke nazaten. Geestelijke nazaten zijn de geestelijke kinderen van Abraham. Deze man is een kind van Abraham, hij hoort tot het uitverkoren volk. Maar je kunt tot het uitverkoren volk van Israël behoren, zegt Romeinen 11: 7 en toch niet uitverkoren zijn. Dat is een diepe. Dan hoor je wel bij het uitverkoren volk, maar je bent niet uitverkoren in die zin dat je bij de Here God mag horen. Je hoort bij de andere helft: de verharden. Dit is een verharde man. Abraham herkent hem als een verre nazaat. Dit is niet zomaar iemand die nooit het evangelie gehoord heeft. Hij kende Mozes, hij kende de geboden. Hij wist wat de Heere God van hem verwacht. God had ooit ook met deze rijke man Zijn verbond gesloten. Maar deze man is nooit een kind van Abraham geworden, nooit gewandeld in de geest van Abraham, nooit geleefd in het verbond van Abraham. Nooit bekommerd om die dingen waar het in de wet om gaat. En de essentie van de wet is de liefde. Dat is het meest verschrikkelijke van die man. Als je een feestje geeft als je een ton gewonnen hebt, wie zal je dat kwalijk nemen? Maar dat hij zich nooit bekommerd heeft om die man die hij elke dag ziet liggen. Dat hij elke dag wordt herinnerd aan wat die man nodig heeft, dat is brood en dat is verzorging van zijn zweren. Dat is het ergste. De Here Jezus zegt tegen de Farizeeën: jullie zijn zo pietepeuterig bezig met de wet. Als jullie naar jullie moestuintje gaan om dille en komijn te plukken ga je op je huisweegschaal precies afwegen, want 10 procent moet er vanaf genomen worden, dat zijn je tienden. En aan de essentie van de wet: liefde, trouw, barmhartigheid, ook oordeel trouwens, gaan jullie volstrekt voorbij. Jullie ziften de mug uit, daar komt die uitdrukking vandaan. Als er een mug drijft in jullie bekertje wijn, al is hij nog zo klein. O jongens, jullie zijn zo benauwd dat jullie een onrein dier binnenkrijgen. Dus moet dat mugje uitgezeefd worden. Maar als er een kameel in jullie beker ronddobbert, dan slobberen jullie hem zo naar binnen. En dat is de mooiste manier om te zeggen – en dat gebeurt nog steeds – dat mensen zich zo eindeloos kunnen aftobben over de meest onnozele dingen. Daar word je moe van. Al die christenen die zich over de meest onnozele dingen zo druk kunnen maken. En het lijkt wel of ze aan de echt belangrijke dingen nooit toekomen. Ik ga geen voorbeelden noemen, want dan krijg ik absoluut ruzie in de zaal, want u vindt die dingen misschien wel verschrikkelijk belangrijk die ik zou kunnen noemen. Lees maar eens Romeinen 14 waarin de Romeinen zich druk maken over allerlei onbenulligheden, waarna Paulus tenslotte zegt in Romeinen 15:7: aanvaardt elkaar, accepteer elkaar nu toch met al die verschillen. Nee, er moest een zoveelste kerkscheuring overheen komen, want we kunnen met die verschillen niet leven. En zo hebben we vijftien soorten gereformeerd gekregen en 150 soorten evangelisch, want iedereen moet natuurlijk zijn gelijk halen. Het gaat in de Thora om de liefde. De tien geboden die sommigen van u elke zondag te horen krijgen kun je samenvatten en sommige predikanten lezen het ook zo voor: God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Het draait om de liefde. En zoveel mensen vanwege de heiligheid en de waarheid van God kunnen zo verschrikkelijk liefdeloos zijn. Reken er maar niet op dat jij in de schoot van Abraham mag aanliggen. Dan ga je net als die rijke man, terwijl je misschien vroom bent geweest, wat die rijke man beslist niet was. Dan kom je tekort aan exact hetzelfde en dat is de liefde voor God en de liefde voor de naaste. In de eerste Johannesbrief is dat zo treffend. Daar zegt Johannes keihard: als jij niet van je medemensen houdt, van je broeders en zusters en we kunnen allemaal waarnemen, en je zegt dat je toch van God houdt, geloven we het lekker niet. We accepteren het niet. Als je zegt dat je God lief hebt, laat het maar zien door je naaste lief te hebben. Als je niet van Mijn kinderen houdt, zegt de Vader, dan houd je ook niet van mij. En dan komt deze man met een voorstel hier in Lukas 6. Er is een grote kloof. We kunnen niet eens uitwisselingen hebben, al zouden we willen zegt Abraham. Maar ik zei u net al, als de hel inderdaad aan de binnenkant op slot zit, dat geldt dan ook voor deze plaats der pijniging. Dan zou die man niet eens gewild hebben. Hij vraagt dat ook niet. Ik las eens een mooi verhaal , dat is ook helemaal bedacht maar wel een mooie illustratie. Van een man die bij de hemelpoort aankwam , waar de weet het de legendarische Petrus zit, dat is ook weer een heel misverstand trouwens maar daar wil ik het nu niet over gaan hebben maar goed hij zegt tegen die man van sorry je staat niet in het grote boek je moet naar de hel. Nou die man begint verschrikkelijk te protesteren, hij heeft toch zo goed en braaf geleefd, en hij is het absoluut niet eens met dat hij niet in het grote boek staat. Het is oneerlijk. Niet fair. Nou ja zegt Petrus met een zucht als dat werkelijk allemaal zo is dan weet ik het ook niet, dan ga je maar de andere kant. Nou die man die denkt daar heb ik me goed uitgekletst. Dus vrolijk fluitend gaat hij de andere kant op. Richting hemel. En hij komt steeds dichter bij het grote heerlijke licht, het licht wordt steeds groter en steeds feller en de heerlijkheid steeds overweldiger. Hij begint in de eerste plaats zichzelf beter te zien want in al dat licht ziet hij hoe smerig hij is en vuil, hoe onrein hoe ongeschikt moet die plaats zijn waar allemaal mensen zijn die jubelend van vreugde en smetteloos wit linnen. En hoe feller het licht word hoe groter de warmte hoe groter de heerlijkheid des te langzamer word zijn pas. Totdat hij op een punt aangekomen is waarop hij geen stap meer verder kan doen. En hij zich omdraait en zo hard mogelijk weer wegloopt. Op naar die andere plaats. Net als wat C.S. Lewis luwis bedoelde, die mensen zitten daar in een vreselijk oord, maar daar buiten is het voor hen nog erger. Wij kunnen ons dat moeilijk voorstellen omdat wij een soort Luilekkerland idee in ons hoofd hebben en dan denk je van die mensen zouden natuurlijk allemaal liever in Luilekkerland zijn dan in de hel. Maar als u begrijpt wat het werkelijke verschil is en u laat die kinderlijke voorstellingen los, als u begrijpt dan het ene een plaats is waar alles om God en om de Here Jezus draait, alles , dus om alles wat die mensen hun leven lang hebben verafschuwd, of ze nou kerkelijk waren of niet kerkelijk, vroom of niet vroom, maar dat hebben ze hun hele leven niet gedaan, waar alles draait om de liefde en daar hebben ze nou juiste geen kaas van gegeten. En die ander e plaats is de afwezigheid van al deze dingen. En ze hebben hun hele leven de afwezigheid van deze dingen liefgehad dan komen ze tenslotte op de plaats waar de afwezigheid van deze dingen is. Dan ervaren ze ook de volle consequenties. Hoe afschuwelijk dat is. In de volstrektste buitenste duisternis, dat is weg uit de hand van God. Zelfs de meest goddeloze mens hier op aarde is in Gods hand. Daar hebt u geen idee van wat dat betekend als die hand word weggenomen.

Ik heb nog één heel belangrijk idee, want hij zegt, goed als lazarus dan niet naar mij toe kan komen laat Lazarus dan naar de aarde gaan naar mijn broers. Ik heb 5 broers en die gaan verloren, die komen ook op deze plaats, laat hij ze gaan vertellen hoe belangrijk het is dat ze daar niet komen. Dat ze hun leven moeten veranderen. Maar wij weten natuurlijk dat dat helemaal niks zou helpen. Wat gebeurde er toen die andere lazarus in Joh 11 opstond uit de dood? Het is wel frappant dat ze dezelfde naam hadden en dat die andere lazarus inderdaad opstond uit de dood. Precies datgene wat deze rijke man van deze Lazarus wil. Wat hebben ze met die lazarus gedaan? Hebben de mensen zich massaal bekeerd toen hij terug kwam en kon vertellen over hoe het in het hiernamaals is? Nee we lezen in het volgende hoofdstuk dat de joden probeerden hem ter dood te brengen want hij was een ongelofelijke lastpak. Wat denkt u als er werkelijk iemand terug keert, natuurlijk gebeurd dat af en toe dat ze opstaan uit de doden. Een paar jaar geleden was er een verhaal over een Nigeriaanse die verongelukt was, en later in een geweldige samenkomst tot leven is teruggekeerd en ook beschreven heeft hoe hij de hemel en de hel gezien heeft. Ik kan het niet bewijzen dat hij dat allemaal heeft meegemaakt maar het is wel heel, heel indrukwekkend en schokkend. Maar dacht u dat de mensen zich massaal bekeerden als je met zulke verhalen kom? Het is toch doodgemakkelijk om al die verhalen toe te wijden aan een overspannen verbeelding, of te beweren dat die man nooit werkelijk dood is geweest. Terwijl die vol gespoten was met conserveringsmiddelen. Daar kon hij alleen al aan dood gegaan zijn. Om dat lichaam in zo,n heet land nog een tijdje goed te houden. En hij was zo stijf als een plank, steenkoud en hij stonk naar die conserveringsmiddelen toe hij in die dienst kwam. Dus zelfs als leek, kon je wel vast stellen dat zo iemand dood is. Maar hij heeft ze verteld wat er was gebeurd. Maar het is zo gemakkelijk om het onder de tafel te vegen. De Here Jezus is opgestaan uit de doden. Hij is alleen verschenen aan Zijn twaalf discipelen, nou ja aan vijfhonderd broeders staat in 1 Corinthe 15, en hij zei jullie moeten het gaan vertellen, Ik verschijn niet aan de wereld, dat komt later. Als Hij terug komt. Maar jullie moeten het gaan vertellen. En zeker hebben ontzettend veel mensen daar gehoor aan gegeven. Maar tot aan de dag van vandaag zijn er geestelijke leiders en predikanten tot voorgangers aan toe die ontkennen dat de opstanding van de Here Jezus een feit is. En dan zegt Abraham iets zo belangrijks, Hij zegt, ze hebben Mozes en de profeten, wel aardig trouwens want Mozes is een achter achter achter kleinzoon van hem. Ik heb geen enkel idee hoe mijn achter achter achter kleinzonen zullen heten, maar hij kent hem. Hij zegt die mensen hebben Mozes en de profeten. Wij zouden zeggen de wet en de profeten dat is het hele oude testament, wij zouden zeggen die mensen hebben de bijbel, weet u wat Abraham eigenlijk hier zegt, dat getuigenis van de bijbel is belangrijker dan zelfs wanneer iemand uit de doden komt en ging vertellen hoe het hiernamaals is. Dat persoonlijke getuigenis. In het Johannes evangelie zie je dat hij hetzelfde zegt als die verschillende getuigenissen naast elkaar staan. Dat hij eigenlijk ook daar zegt, het getuigenis van de schrift dat is minstens zo belangrijk als zijn eigen gesproken woorden. Zo,n hoge dunk heeft hij van de schrift. En dat laat hij hier in dit verhaal Abraham zeggen. En hij zegt dat op andere plaatsen ook zelf.

Als u iemand hoort zeggen, huh er is nog nooit iemand terug gekeerd, dan kunt u twee dingen antwoorden. In de eerste plaats vriend je vergist je , er zijn niet alleen maar in het nieuwe testament drie mensen opgestaan uit de doden en ook nog eens een keer een paar in het boek Handelingen en bovenal de Here Jezus zelf. Maar er zijn ook in de kerk geschiedenis heel wat doden opwekkingen geweest dus het is niet waar wat je verteld dus dat is één. Maar punt twee je hebt iets wat veel belangrijker is, dat is het Woord van God zelf. Ze hebben Mozes en de profeten en hiermee eindigt het verhaal. Als ze daar niet naar luisteren zullen ze ook al stond iemand uit de doden op zich niet laten overtuigen. Dat is één van de meest treffende onderstrepingen in het evangelie van het belang van het geschreven woord. Het geïnspireerde betrouwbaren gezaghebbende woord van God. Als iemand op staat uit de dood en hij zou verhalen vertellen. Dan zou je nog kunnen zeggen sjonge een psychiatrisch geval, wat een verbeelding. Maar de Here Jezus zegt hier eigenlijk of hij laat Abraham zeggen, om het geschreven woord kunnen ze nooit heen. De Bijbel is nog steeds het meest verkochte boek ter wereld en het meest vertaalde boek ter wereld. Bijna de hele mensheid heeft toegang tot de bijbel. Natuurlijk niet een helboel arme maar het is in ieder geval beschikbaar in hun eigen taal en als mensen hun best doen kunnen ze altijd uit komen bij de bijbel. En die lezen in een taal die ze begrijpen. Dat geld bijna voor de hele wereld bevolking. En de Here Jezus zal ons uiteindelijk op Zijn rechterstoel allemaal aanspreken wat heb je met Mijn woord gedaan? Dat geld niet alleen maar voor de mensen die voor het vaderland weg hebben geleefd maar ook voor u en mij. Wat heb je met Mijn woord gedaan? Hoe belangrijk was het in je leven? Hoeveel gezag heeft het over jou leven gehad? Dan kunnen we best eens strijden over de uitleg van die of gene passage of van die of gene uitdrukking dat is altijd mogelijk. Daar zijn nog allerlei verschillen over maar als het gaat over de essentie van de boodschap dan is het zo simpel als de Here Jezus zei: hier gaat het om, die liefde het oordeel de trouw de barmhartigheid. Dat kan iedereen begrijpen. Iedereen begrijpt het zelfs een ongelovige kan het begrijpen dat het schunnig is om elke dag feest te vieren en die arme kerel die voor je poort ligt te verwaarlozen. En weet u, dan maakt het geen fluit ui of je nu bij een kerk hoort of niet, bij een gemeente hoort of niet, of je belijd een christen te zijn of niet dat maakt in zoverre uit dat dat alleen maar erger maakt. Je maakt het alleen maar erger als jij je niet bekommert om je medemens. Ik denk dat heel wat christenen verschrikkelijk veel moeite hebben met Mattheus 25 met dat verhaal over die schapen en die bokken. Ik kan me voorstellen dat er niet vaak over gepreekt word. Want wat moet je met dat verhaal. De Here Jezus zegt als Hij terug komt dan worden alle mensen voor Hem verzameld en wij zouden denken keurig volgens onze evangelische opvattingen dan word er natuurlijk aan die mensen gevraagd of ze in de Here Jezus gelooft hebbe. En of ze de geloofsbelijdenis hebben aanvaard. Of ze de schriften hebben geloofd, weet u wat er gevraagd word aan die mensen? Dat word er niet gevraagd maar dan word vastgesteld. Jij , je heb de hongerige en de dorstigen te eten gegeven, je heb de zieken bezocht, mensen in de gevangenis opgezocht, je hebt mensen die geen kleren hadden aan kleren geholpen, je heb mensen die geen dak boven hun hoofd hadden geholpen, er staan nog niet eens bij dat je ze een traktaatje gaf, er staat niet eens bij dat je getuigd heb van je geloof, dit is het enige wat er staat. Daarom word er zo weinig over gepreekt, wat moet je daar nou mee, en als we er over preken dan gaan we er natuurlijk bij zeggen van ja maar wacht eventjes zo makkelijk gaat dat niet er zit natuurlijk wel een heleboel aan vast, dan gaan wij er allerlei dingen aan toe voegen. Daarom is het vanavond zo lastig want het staat er niet. Onderschat het niet hoor, wij zeiden vroeger wel eens ja dat is allemaal horizontaal of sociaal evangelie dat is allemaal horizontalisme daar gaat het niet om het gaat om de relatie met God, nou daar hebt u volkomen gelijk in. Maar evenzeer zegt God heel nuchter en heel praktisch, als ik jou leven als gelovige bekijk, als het er straks om gaat dan wij loon naar werken ontvangen dat geld voor gelovigen en ongelovigen, loon naar werken ontvangen, als gekeken word naar de vruchten van ons geloof en er was geen liefde bij voor je medemens en geen zorg voor de ander geen echte belangstelling geen medeleven nooit een eens hongerige gevoed nooit eens een zieke bezocht nooit eens iemand aan onderdak geholpen, nooit, je leefde net als die rijke man alleen maar voor jezelf. Je had wel niet elke dag een party maar Je leefde toch elke dag alleen maar voor je eigen plezier. En je bekommerde je om niemand. Weet je wat deze Johannesbrief dan zegt? Dan geloof ik er niks van dat jij van God houd. Als je alleen maar voor jezelf leeft dan hou je ook alleen maar van jezelf. Dat is ergste afgod die je kan overkomen, dat is de ergste vorm van afgoderij. Als je alleen van jezelf houd. Hier worden we op hele harde noties in het evangelie gedrukt met de neus. Die we niet zo vaak horen, want het word ons heel makkelijk gemaakt, we hoeven maar een keer te zeggen, i,k heb in de Here Jezus gelooft en alles is in orde, en andere kerken zeggen zo makklelijk zal het niet gaan en dan moet er eerst heel wat water door de hollandse ijssel stromen voordat je het wel mag zeggen maar uiteindelijk komt dat op hetzelfde neer. Als je nou maar gelooft en je bent wedergeboren, en dan? Waar zijn de vruchten van het geloof? Want zonder die vruchten zegt 1 Jacobus 2 is er helemaal geen geloof. Weet u wat die vruchten van het geloof zijn? Hoe je je bekommerd om de hongerigen en de dorstigen, om de zieken om de gevangenen om de naakten om de mensen die zorg nodig hebben, de daklozen, het kan heel dichtbij zijn en het kan heel ver weg zijn. Liefde, daar draait het om. Dat is de eccentie van de toraan , de liefde van God, maar als je van God houd dan ga je ook lief hebben de mensen om je heen. Mag ik eindigen met een woord van moeder theresa. Moeder Theresa die vertelde ergens dat ze smorgens vroeg met haar geestelijke zusters, nonnen bij elkaar kwamen in een zaal en daar hing een groot schilderij. Een schilderij van een oude man als deze Lazerus die aan de poort lag. Met een uitnogdigende blik die op zijn gezicht van wat kunnen jullie voor mij doen. En als je goed keek dan zag je het, het was Jezus zelf. En dan schreef ze en als we daar dan Christus aanbeden hadden, geloofd en geprezen dan gingen wij de stad in om het gezicht van Jezus te wassen om Jezus eten te geven om Jezus kleren te geven om Jezus aan een dak boven Zijn hoofd te helepen om Jezus op te zoeken in Zijn ziekte om Jezus op te zoeken in de gevangenis en ik vond dat zo mooi. Want dit is wat de Here Jezus hier zegt zovele je dit gedaan heb aan de minste van Mijn broeders heb je het Mij gedaan. Dit deed Ik voor jou zegt de Here Jezus, wat doe je voor Mij? Leef je alleen voor jezelf? Misschien ben je niet zo rijk als die rijke man, maar leef je alleen voor jezelf? Dan zal al je vroomheid je niet baten. Als jou levensprogramma is God helpt, als je vertrouwen gevestigd is op God en als je leeft uit de liefde en uit de barmhartigheid, dan zul je aan zitten niet in de schoot van Abraham maar dan zul je zitten in het Paradijs, aanliggen met Abram Izak en Jacob, dat mag je wel zo zeggen. Dan mag je ook weten natuurlijk dat de ware liefde door God zelf in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest die ons gegeven is Romeinen 5 vers 5 . Dat mag je dan ook weten, dat heb je van je zelf niet, dat kun je van je zelf niet. Het moet wel uit God komen maar daar ken je je ook zo makkelijk achter verschuilen en dat kan niet, het is jou verantwoordelijkheid om zo lief te hebben. Wij weten die liefde is uit God maar dat is geen doekje voor het bloeden. Het is jou liefde die jou zal worden aangerekend. Draag elkanders lasten zeg ik tenslotte uit Galaten 6:2 draag elkanders lasten en zo zult u de wet van Christus vervullen. Dit is de wet, de wet is de liefde. Als we dat begrepen hebben dan hebben we ook deze gelijkenis begepen of verhaal.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?