Hart voor Waddinxveen


(5b) Vragen bij de lezing gehouden op 5 februari 2010 over "De onrechtvaardige rechter" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zaterdag, 24 april 2010 21:40

Dank u voor uw vragen. De eerste is trouwens geen vraag maar een opmerking.

God zei tegen Mozes: "Ik verdelg het volk" maar deed dat niet. God had een belofte gedaan aan Abraham. Er staat verder geen vraag bij dus we zullen het maar als een onderstreping beschouwen van iets dat ik daarstraks zelf ook al gezegd heb. Je mag God houden aan Zijn belofte.

Hier is iemand die vraagt; ik heb wat moeite met het zinnetje: "Zal Hij hen lang laten wachten?" Dat staat aan het eind van vers 7. Het antwoord daarop zou in mijn beleving 'nee' suggereren.

Daar hebt u ook volkomen gelijk aan, dat zou u daar verwachten en ik denk ook dat je dat mag zeggen. Nu zegt u, lang, maar ja, wat is lang? Ik heb weleens heel lang moeten bidden. Er staat natuurlijk wel in vers 3 of 4 van die rechter 'hij wilde een tijd lang niet'. Een van de punten in die gelijkenis is natuurlijk wel dat het ook wel eens een tijdje kan duren. Dat is niet per se in tegenspraak met wat de Here Jezus zei. Het kan weleens een tijdje duren maar het is niet zo dat Hij je eindeloos laat wachten. En als het een tijd duurt dan is dat ook omdat daar een goede reden voor is, laten we dat nu aannemen. Het is niet altijd maar zo dat God onmiddellijk de dingen doet zoals wij dat willen. Daar is ook weer een tijd voor. Maar het is ook geen eindeloze tijd. Het is een beetje een spanningsveld. Oneindig laten wachten, nee, maar een tijd lang wel. Net als in de gelijkenis, dat kan gebeuren. Daar krijgen wij ook geen inzage in waarom God dat dan niet onmiddellijk doet, het moet natuurlijk wel passen in het grote geheel, wij sturen één gebed naar boven en misschien zijn er wel een heleboel gebeden die tegelijkertijd worden opgezonden die tegenstrijdig zijn. De toeristen bidden om zonneschijn en de boeren om regen. Nou, zoek het maar uit boven allemaal. Dat is weleens een keer heel lastig lijkt me en je kunt niet allebei tevreden stellen. Hoewel, ik heb wel een tip; 's nachts regen en overdag zonneschijn, hoe vindt U dat? Maar ja.

 

De vrouw in de gelijkenis had een bepaald recht. Hier zijn een paar vragen die gaan over de motivatie waarmee wij bidden en dat vind ik heel belangrijk, goede vragen.

De vrouw in de gelijkenis had een bepaald recht. Geldt de strekking van uw verhaal ook als je niet dat recht hebt maar gewoon een groot verlangen naar iets?

Ja, je kunt natuurlijk heel vroom zeggen; we hebben nergens recht op. Maar dat is in zoverre waar dat alles wat we ontvangen genade is en in zoverre is dat niet waar dat God ons zelf rechten verleend. In Israël was het zo, en je moet je altijd bedenken dat deze gelijkenissen een Joodse context hebben, in Israël was het zo dat je constant de opdracht vindt, al bij de profeten, maar ook in de boodschap van de Here Jezus, dat we moeten opkomen voor de zwakken, de armen, de behoeftigen, de ellendigen. En dat betekent omgekeerd voor de armen dat ze een zeker recht hebben en als iemand je onrecht aandoet, dan mag je vragen om je recht. Dat mag je ook vragen bij de Here God. Maar als er dan gewoon een groot verlangen is naar iets, ja, het hangt er vanaf wat het is. Ik heb het al over die Ferrari gehad en ik bedoel, dat voorbeeld heb ik niet zelf bedacht, er zijn echt predikers in de wereld, maar die vind je alleen in hele rijke landen hoor, dat zal ik u er wel bij vertellen, in zijn algemeenheid. Als die Amerikaanse predikers zeggen; je mag ook om een Ferrari bidden als je dat graag wil, dus niet omdat je die nodig hebt in het koninkrijk Gods, maar gewoon omdat God een gulle gever is en als jij dat graag wil dan geeft Hij hem, dat past niet in het kader van deze gelijkenis. Maar stel je voor dat iemand heel hard bidt om een levenspartner, ja, je kunt niet zeggen, heb je daar recht op, maar het is wel de normale orde van God dat je een levenspartner vindt en als je daar nu heel vurig om bidt dan kan toch niemand je dat verbieden? Het is toch een heel voor de hand liggend gebed? Dus het hangt er een beetje vanaf of het nu alleen maar is voor je eigen plezier, zoals met die mooie auto of dat het gaat om diepere dingen, zeker in die tijd maar ook vandaag de dag is het heel normaal dat als je aanhoudend blijft bidden om een levenspartner. Al ben je nog zo oud. Ik vraag weleens aan iemand die al heel lang ongetrouwd is gebleven tegen zijn of haar wil; Wanneer ben je opgehouden erom te bidden? En soms zeggen ze dan, maar lang niet altijd, soms zeggen ze; Ik bid tot op de dag van vandaag. Maar het hoort wel bij die dingen dat je op een gegeven moment denkt; het is voor mij niet weggelegd dus laat maar zitten. Dus bij een dergelijk vraag, als ik dat in een persoonlijk gesprek zou moeten beantwoorden, zal ik altijd zeggen; Noem eens een voorbeeld. Wat zou je dan graag willen? Want het hangt er wel erg vanaf wat het is. Ik bedoel je kinderen kun met Sinterklaas of op hun verjaardag wel ik weet niet wat vragen en een ik weet niet hoe lange verlanglijst indienen, nu, dan weten ze bij voorbaat dat ze niet alles krijgen wat ze gevraagd hebben. Dus het moet ook wel in de rede liggen maar ja, dat is natuurlijk een heel tricky aangelegenheid. Dus daarom zou ik liever in een persoonlijk gesprek tegen zulke mensen willen zeggen: Noem eens wat. Waar denk je nu speciaal aan? Oh, is het dat. Oh nee, alsjeblieft, blijf daar maar lekker voor bidden. Maar als het puur is voor je eigen plezier, je eigen lol, ja dan zeg ik: Ja, dat weet ik niet. Maar als jij er de vrijmoedigheid voor hebt. Ik zal niet iemand tegen houden maar ik zou er wel bij zeggen; je moet niet gek staan te kijken als je die Ferrari toch niet krijgt. Ik zou met een Mercedes al heel blij zijn.

Aanhoudend bidden is belangrijk, zegt deze vraag. Is het belangrijk om na te denken waar je aanhoudend voor bidt?

Dat is precies waar we het nu over hebben. Wie staat centraal in dat gebed? Met andere woorden, mag je wel aanhoudend bidden voor je eigen gezondheid, genezing? Ja, hier zit ook iets in die vraag dat mij niet helemaal bevalt als ik het zo zeggen mag. Wie staat centraal in dat gebed? Daar ruik ik het potentiële gevaar van een zekere valse vroomheid. Alsof, sorry als ik het verkeerd zie hoor, maar er klinkt iets in door van als je heel lang bidt voor je eigen genezing dan draait het veel te veel om jezelf terwijl het toch in onze gebeden om God moet gaan. Ja hoor eens, dan heeft de Here Jezus die gelijkenis niet goed verteld. Die vrouw dacht helemaal niet aan God, daar gaat het helemaal niet om. Ze had gewoon haar hele basale levensbehoeften en iemand moest haar recht doen. Iemand moest iets aan haar geven of iets voor haar doen waar ze recht op had, maar dat betekende in die tijd, zeker als het een weduwe betrof, iets dat heel basaal met haar levensonderhoud te maken had. Die vrouw dacht helemaal niet; oh, jongens mag ik wel al die tijd voor mezelf bidden want het moet toch in het gebed om de Here God gaan? Ik heb daarstraks al gezegd; als je God bidt dan eer je Hem daarin. Want je geeft ermee aan dat je Hem ziet als Degene die jou recht gaat verschaffen of Die jou gaat geven wat je vraagt. Stel je nu eens voor dat je met een hele nare ziekte in je leven zit, wie zal het je kwalijk nemen dat je heel intens bidt om genezing, zal de Heere God je dat kwalijk nemen? Zal Hij zeggen: Het gaat om Mij, toch niet om jouw ziekte? Zou Hij zo tegen Zijn Eigen kinderen praten? Dus kijk uit voor het valse element dat we gebruiken om iemand toch ontmoedigen in gebed, alsof hij/zij toch niet zou mogen bidden om iets omdat het daarbij te weinig om de Heere God zou gaan. Kom, laten we reëel zijn. Alle gebeden, als je bidt voor Gods zaak in deze wereld, dat is ook een goed gebed, dan gaat het niet in de eerste plaats om je eigen belang, dan gaat het om Zijn zaak, dat is zeker waar. Maar het mooie van het voorbeeld in deze gelijkenis is dat het bij die vrouw ging om haar rechten. En het betekende voor haar een zaak van leven of dood. Dus het is niet zomaar iets, maar het ging wel om haar recht en niet om de zaak van God in deze wereld. Dus laten we in dat opzicht niet al te rechtvaardig en al te wijs willen zijn. Laten wij dat intense verlangen van die vrouw respecteren. En dan niet ontmoedigen door te zeggen; Het gaat toch niet om jou het gaat om God. Lijkt mij zo. Maar in zijn algemeenheid zoals u het zegt, het is goed om na te denken wat je bidt en waar om je bidt. Ik denk dat ieder van ons, ik heb het geloof ik ook al een keer gevraagd, ieder van ons kent wel een reden in je leven waar je vurig om gebeden hebt en waarvan je achteraf blij bent dat God het niet heeft verhoord. En dat is natuurlijk ook altijd goed om te bedenken. Als wij bidden om iets, je zou het kunnen vergelijken, dan is dat gebed, mijn persoonlijke probleem, mijn nood, een klein onderdeeltje van een heel groot complex van vele relaties en gebeurtenissen in deze wereld. Ik zie alleen maar mijn behoefte, daar ben ik ook alleen op gefocust. Maar God ziet het grote geheel waarin mijn behoefte maar één aspect is en als ik dat zelfde grote geheel zou zien dan zou ik zeggen: Oh, nu begrijp ik waarom God mij dat niet geeft. Nu begrijp ik waarom God me dat nog niet gegeven heeft of waarom het zo lang duurde voordat ik het kreeg. Maar ik zie die grote verbanden niet. Ik ben maar heel beperkt, ik ben alleen maar gefocust op mijn eigen gebed en ik zie niet al die andere redenen die God zou kunnen hebben om de verhoring nog wat uit te stellen. Bijvoorbeeld omdat Hij nog niet klaar is met een bepaalde persoon die eerst nog een bepaalde ontwikkeling moet doormaken voordat het moment gekomen is waar wij zo vurig naar verlangen. Dat kunnen ik weet niet wat voor redenen zijn, dat hoef je niet eens op te sommen, God ziet dat allemaal. Dat is ook een groot vertrouwen. Het is ook bidden met vertrouwen, Heere God ik leg het bij U neer. Dat hangt ook samen met de een na laatste vraag.

Ik heb geleerd, je vraagt het aan God en je legt het in Zijn hand en daar moet je het dan ook laten liggen. Is dat niet zo? Ja, natuurlijk is dat zo. Psalm 10 zegt; Gij aanschouwt moeiten en verdriet om het in Uw hand te nemen. Dus je brengt het bij Hem en je legt het in Zijn Hand en dat heeft te maken met iets wat ik al was begonnen te zeggen; dat geeft ook een zekere gerustheid. Je mag blijven bidden voor iets maar tegelijkertijd weet je, mijn gebeden zijn bij Hem veilig, Hij kent mij, Hij houdt van mij, als Hij nog niet geeft dan is dat omdat er nog niet de tijd voor gekomen is en misschien past het helemaal niet in het grote geheel, dat weet ik niet, maar misschien wil God dat grote geheel ook wel voor mij aanpassen om mij toch ter wille te zijn, ik weet het niet. Maar één ding weet ik wel, en dat zijn die prachtige woorden in Filipenzen 4, da je al je verlangens bij God bekend mag maken. Je zegt niet tegen een kind; Hoe kun je dat nu vragen? Als het kind het echt graag verlangt, neem je die verlangens serieus ook al zijn het kinderverlangens. Dus als je nu toch per se voor die Ferrari wil bidden. Nou bid er dan maar voor. Wie zal u tegenhouden? Het is misschien niet het meest volwassen gebed maar wie ben ik om daarover te oordelen. Dus bid het vooral. Maar dan gaat het verder in Filipenzen 4, dat je al je verlangens, zonder uitzonderingen, bij God bekend mag maken. En dan staat erbij, a, met dankzegging. Dat betekent dat je Hem bij voorbaat al dankt, voor als Hij het niet onmiddellijk verhoort, dat het goed is. Want je weet Hij houdt van me. En je mag ook danken al zou Hij het helemaal niet verhoren. Omdat daar hele goede redenen voor zijn bij Hem. En dat je Hem vertrouwt. Dat is bidden in vertrouwen. En dat betekent ook, en dan komt het volgende vers van Filipenzen 4, laat ik dat eerst afmaken, en het volgende vers zegt; En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus. Dat wil zeggen, in één opzicht worden gebeden altijd verhoord, en dat is de vrede van God in je hart. Je hebt het bij Hem neergelegd, precies zoals de vraagsteller zegt, je hebt het in Zijn Hand overgegeven, met een gerust hart. Maar dat betekent niet dat je het de volgende dag niet opnieuw zou mogen vragen. En de dag daarna ook weer opnieuw. Dus daarom vraag ik, wat zit hierachter? Betekent het, ik heb het nu een keer bij hem neergelegd en nu laat ik het daar, dan is er ook weer het aanhoudend gebed waar we elke keer over lezen in het Nieuwe Testament van de kaart geveegd. Nee, je legt het in Zijn hand, met dankbaarheid en met vrede in je hart als je het gedaan hebt, maar er staat ook bij, met bidden en smeken. Het is niet van Here, Heere, hier hebt U mijn wens, maar ach, zie maar wat U ermee doet. U wil geschiede, ik heb het bij U neergelegd, klaar. Nee, met gebed en smeken. Je mag dus smeken, je mag aandringen bij de Heere God. Dat is die spanning, je mag aandringen, je mag smeken, zoals deze vrouw dat ook doet in de gelijkenis, en tegelijkertijd mag je het bij Hem laten en je doet dat met dankbaarheid en met vrede in je hart. Dat is een spanning. Dan moet je niet die kant van de dankbaarheid en de vrede zo benadrukken dat je zegt; ik heb het één keer bij de Heer gebracht, nu is het verder goed, nu moet je er verder ook niet over zeuren, en je moet ook niet naar de andere kant doorslaan, dat je maar blijft drammen over die ene zaak en dat je geen dankbaarheid in je hart hebt. En geen vrede in je hart hebt, dat die pas zal komen als je het ontvangen hebt wat je vraagt. Dat is ook niet goed. Daar tussendoor moeten we ons proberen in geloof te bewegen.

Voor mijn gevoelsbeleving is God weleens heel snel maar ook weleens te laat met hulp. Hoe kan dat dan?

Nou, dat komt omdat ons gevoel niet altijd deugt. God is nooit te laat. Zij die geloven haasten niet, maar je kunt niet zeggen; God beweegt zich zo langzaam, Gods molens malen langzaam, dat Hij soms gewoon te laat is. Dus dat lijkt me sterk. Trouwens, God is niet altijd zo traag, we hebben het in de gelijkenis van de verloren zoon gezien, hoe die vader toesnelt op die jongen als hij naar huis komt. Er zijn momenten dat God haast heeft. Maar inderdaad, Hij doet het op Zijn tijd. En dat is niet altijd makkelijk. Als ik dat nu weer zeg, dan moet ik ook uitkijken want die tijd dat wil niet zeggen dat die tijd vanaf alle eeuwigheid is vastgelegd, zo is het niet. Dat denken mensen wel eens een keer, er staat, om een simpel voorbeeld te geven, van die dag en van dat uur van de wederkomst van Christus, de vestiging van Zijn rijk, weet niemand, ook de Zoon niet, alleen de Vader. Maar wat denken mensen? Dat betekent dat de Vader van voor de grondlegging der wereld heeft vastgesteld op welke dag en welk uur dat gebeurt, maar dat staat er helemaal niet. Het is misschien wel zo, maar het staat er niet. Er staat dat het in Zijn Hand ligt. Maar wanneer Hij die beslissing neemt, dan gebeurt het, dat is van een heleboel factoren afhankelijk. En één van die factoren is heel boeiend, die vindt u in 2 Petrus 3; daar staat iets wat de statenvertalers niet durfden te vertalen, en wat de NBG-vertalers zelfs niet durfden te vertalen, ik heb erop aangedrongen bij de herziene statenvertalers, maar die willen dat niet, ze durven het niet aan, want het past niet in hun theologie. Leuk hè? U denkt, wat is dat dan, daar kom ik zo op. Geduld, geduld. Maar dat past niet bijhun theologie dus vertalen ze niet wat er staat. Ik heb erover gecorrespondeerd met ze. En ze hebben vast wel woorden gevonden zodat er staat wat zij dan willen dat er staat. Dit staat er, alle andere vertalingen hebben het wel, de Willibrord, de Groot Nieuws Bijbel heeft het, de Telosvertaling heeft het, de Nieuwe Bijbel Vertaling, maar die hebben al die theologische vooroordelen ook niet, dat is een voordeel. Wat staat er, 2 Petrus 3: er staat dat wij de dag Gods kunnen bespoedigen. Als je gelooft dat alles vanaf voor de grondlegging der wereld is vastgelegd, kun je dit dus niet vertalen. Dus moet je de vertaling aanpassen aan jouw theologie. Gebeurt dat dan? JA, zeker. Ja zeker, ik heb wel meer dingen in de herziene Statenvertaling voorgesteld, maar, zeiden ze, nee, kunnen we niet maken tegenover onze achterban, dat zeiden ze heel eerlijk. IK zei: maar het is fout. Ja, maar dat kunnen we niet maken. Echt waar, daar zou ik voorbeelden van kunnen noemen, maar doe maar niet, want het wordt een hele mooie vertaling. Dus laten we nu maar niet verder zeuren. Maar er zijn en paar dingen die erg jammer zijn, zijn ze toch weer te bangelijk.

Moet ik weer even terug naar waar ik was, oja, dat woord 'de dag Gods bespoedigen'. Wat staat er dus in de Statenvertaling? 'U haastende naar' je spoedt je naar, maar wat er staat is, je bespoedigt die dag, dat wil zeggen, door onze trouw en toewijding komt die dag des te spoediger. Simpel voorbeeld, als wij ijveriger zouden evangeliseren zou het getal van Gods kinderen sneller vol zijn en dan kon de Here Jezus terugkomen. Is dat nu niet een aardig voorbeeld? Die nog sterk onder de invloed stonden van de traditionele theologie, durfden dat niet te vertalen. Want de dag Gods bespoedigen dat betekent dat wij daar dus invloed op hebben. Dus nogmaals, als er staat de Vader, het is Zijn Hand om de dag en het uur te bepalen, dan wil dat niet zeggen dat dat al van voor de grondlegging der wereld vastligt. Het kan, maar het hoeft nog steeds niet. Ik vraag het me zelfs af. Als wij die dag Gods kunnen bespoedigen door onze trouw en toewijding dan wil dat zeggen pas tegen de tijd dat het zover is, de Vader die dag en dat uur zal bepalen. Zo precies moet je dat dus allemaal lezen. En God is daar dus niet sneller mee of langzamer mee, Hij beslist dat als het goede moment daar is. Zo lees ik die tekst. Maar dat past niet bij een God die alles al van tevoren heeft vastgelegd. Trouwens, die hele gedachte kun je ook nergens in de Bijbel vinden, laten we nu wel wezen. Nergens. Voor degenen die het willen weten, deel vier in mijn dogmatiek heb ik deze kwestie zeer uitvoerig besproken want het is zo belangrijk, er zit zoveel aan vast.

De laatste vraag. Die gaat over heel wat anders. Mag dat nog? Het is nog nooit zo vroeg geweest, het is een wonder.

Ik hoorde laatst een preek over Paulus en de heidenen. Daar werd gezegd dat de 10 stammen van Israël de heidenen waren. Wat denkt u?

Dat dat onzin is. Einde van de avond. Ja, ik zeg altijd in een dergelijk geval , want mensen denken dan in zo'n geval dat ze verplicht zijn om dat te weerleggen, dat is niet zo. Dat moet u goed begrijpen. Ik kom dat zo vaak tegen. Als iemand zoiets beweert, hoeft u dat niet te weerleggen. Dan kun je wel aan het weerleggen gaan, mensen kunnen wel ik weet niet wat voor dingen zeggen, je moet altijd zeggen; zo, bewijs me dat dan eens vanuit de Bijbel. Dat kunnen ze natuurlijk helemaal niet want ik zal u vertellen, het is ongelooflijk, maar die tien stammen, weet u wat dat is, dat zijn de tien stammen. Je moet er maar op komen. In Openbaring 7 vind je ze alle 12 opgesomd, die 144.000, 12.000 uit elke stam. Daar vind je ze allemaal opgesomd. Ik heb eens meegemaakt dat iemand een proefschrift had geschreven over het boek Openbaring. Om te onderzoeken wat Israël in het boek Openbaring was.

Hij kwam tot de conclusie dat Israël in het boek Openbaring de kerk was. Toen dacht ik; dat is toch wel verbazingwekkend. Ik mocht opponeren bij die promotie. Ik zei: Dat is toch wel verbazingwekkend dat u exact tot de conclusie komt die in uw kerk al eeuwen en eeuwen geleden getrokken is, dus u hebt nog niets nieuws geleverd, terwijl iedereen die het boek Openbaring met onbevangen blik leest, die komt op het idee dat Israël Israël betekent. Dat geloof ik namelijk. Nou ja, goed, hij kwam dus tot een andere conclusie. Maar dat is allemaal best hoor, geeft ook allemaal niet, we zijn maar mensen, nietwaar? Maar de tien stammen, dat zijn de tien stammen. En het is ook niet waar denk ik dat die tien stammen nu nog ergens verborgen zijn, er zijn geen verborgen tien stammen, waar zouden we die moeten vinden, we kennen alle volkeren op aarde. Er zal misschien nog eens een stammetje in het Amazonegebied opduiken, maar dat lijkt me sterk. En misschien nog eens een paar Papoeaatjes in Nieuw Guinea maar echt waar, we kennen ze. Er zijn nergens tien stammen verborgen. Die tien stammen zijn al lang in het land. Ik had een collega die hoorde tot de stam Simeon, nog een mooi plaatje van hem gekregen met een afbeelding van het icoon van de stam Simeon. Het is al lang geleden want in 1973 is hij gesneuveld bij de oversteek van het Suezkanaal tijdens de Jom-Kippoer oorlog. Hij was van de stam Simeon. Hij was van de tien stammen. Als u gezegd had tegen hem dat die tien stammen dat wij dat zijn, de heidenen, dan had hij gezegd; Kom nou toch, laat naar je kijken. De tien stammen dat zijn wij [uit de Joden]. De Levieten, iedereen die Cohen heet, tot de burgemeester van Amsterdam aan toe, Cohen dat betekent priester, dat betekent dat hij uit de oude stam van Aaron stamt. En dat betekent dat hij Leviet is. Die horen ook bij de tien stammen. En er zijn vele van dat soort Levieten op deze aardbodem. Van alle stammen, van Anna, ik noemde haar daarstraks, de profetes, lezen we dat ze van de stam, welke was het ook alweer? Van de stam Aser was. Dat is ook weer één van die tien stammen. Het is niet zo dat die twee stammen teruggekeerd zijn en die tien stammen zoek zijn. In Babel hebben ze zich al met elkaar vermengd. Waren er een heleboel mensen ook al uit die tien stammen die teruggekeerd zijn. En een heleboel van die twee stammen die achtergebleven zijn. Dus u moet u niet verplicht voelen om dat te weerleggen. Ik krijg dat verzoek weleens een keer; mijn dominee zegt dit, of dit heb ik daar gelezen of mijn vriend zegt dat, wilt u helpen om het te weerleggen? Ik zeg: Nee. Ik kijk wel uit. Ik kan m'n energie wel beter besteden. Laat hij maar bewijzen dat hij gelijk heeft, dat kan hij niet. Hij moet zijn bewijs leveren als hij wat beweert. Ik hoef het niet te weerleggen. Het is ontzettend moeilijk om iets te weerleggen, probeer dat maar eens een keer. Iedereen kan wel ik weet niet hoe grote onzin uitkramen. Hij zegt bijvoorbeeld+ er zijn twee mogelijkheden, de maan is van groen kaas of hij is niet van groene kaas. Nu weet iedereen dat de maan niet van groene kaas is, dus blijft er maar één mogelijkheid over, hij is wel van groene kaas. Probeer dat maar eens te weerleggen. Het is gewoon onzin, het klonk ontzettend logisch maar het is pure nonsens. En u bent niet verplicht om het te weerleggen. U moet tegen Ouweneel zeggen: Ga jij dat maar eens bewijzen, vriend. Dat dit de logische conclusie is uit jouw beweringen. Nee, alsjeblieft. Dat is heel vaak, ik kwam een lieve mevrouw tegen die was met een Moslim getrouwd en is tot geloof gekomen, halleluja, en nu wil ze constant argumenten van mij horen om haar man te weerleggen. Ik zeg; dat lukt je nooit, al zou ik je nog zulke mooie argumenten geven, dat lukt je nooit. Maar dat hoeft ook helemaal niet. Je hoeft de islam niet te weerleggen, het enige dat je hoeft te doen is te getuigen van wat God in jouw leven gedaan heeft. Je hoeft alleen maar te vertellen wat de Here Jezus voor jou betekent. En je moet hem jaloers maken op jou maar niet door slimme argumenten te bedenken. Zo is het met heel veel dingen. Wij hoeven niet zoveel te weerleggen, we hoeven alleen maar te getuigen. Wij getuigen niet tegen de leugen, wij getuigen voor de waarheid. Dat is een heel belangrijk principe. Dat naar aanleiding van deze bonusvraag mag ik wel zeggen.

Ik stel voor dat we samen gaan afsluiten met gebed.

Heere God, U bent goed, U bent groot. U bent een God die luistert naar Uw kinderen. U bent een God die het heerlijk vindt om de gebeden van Uw kinderen te verhoren zoals wij als ouders het heerlijk vinden als het kan, om de gebeden van onze kinderen te verhoren. Vooral als ze bidden om recht. Vader ik bid U speciaal voor diegenen onder ons die al zo lang voor een bepaalde zaak bidden in hun leven. En niet omdat het iets is dat ze graag voor zichzelf willen hebben maar U weet van echte noden die er zijn. En we bidden U Heere God geef ons de genade, de kracht om vol te houden in het gebed. Maar geef ons ook de genade om het inderdaad in Uw Hand te leggen. En vrede in ons hart te hebben als we onze gebeden nog niet verhoord hebben gezien. Vrede in onze harten hebben bij de gedachte dat de verhoring misschien wel nooit komt. Want niet al onze gebeden worden verhoord. En dat is maar goed ook. Vrede en dankbaarheid voor wat U wel geeft. Help ons Heer om te leren bidden zoals de discipelen U ook ooit gevraagd hebben, leer ons bidden. Dat gebed hebben wij ook vaak, leer ons om de goede dingen te vragen, leer ons om te bidden naar Uw wil, dingen waar U om gevraagd zou kunnen hebben als U in onze plaats was. En tegelijkertijd Heer willen we niet ontmoedigd worden om te bidden en onzeker te worden of we dit wel mogen bidden want we danken U voor Uw Woord dat zegt dat we al onze verlangens bij U bekend mogen maken. Wat bent U goed. Dat we dat ook mogen weten. Heer, leer ons daarom om met vrijmoedigheid te bidden, altijd te bidden. Onophoudelijk te bidden. Aanhouden in het gebed. En niet moedeloos worden. En als het kan zijn Heere, geef ons de verhoring van onze gebeden. Wij danken U voor wat we met elkaar mochten overdenken en loven en prijzen U, vertrouwen ons aan U toe. Wees met ons als we naar huis gaan, bewaar ons op al onze wegen, en breng ons een volgende keer ook weer veilig hier bij elkaar. Amen.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?