Hart voor Waddinxveen


(5) Lezing gehouden op 5 februari 2010 over "De onrechtvaardige rechter" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zaterdag, 24 april 2010 21:41

Een zeer goedenavond.

Inderdaad het gaat over de onrechtvaardige rechter. De vorige keer stond er per abuis op het scherm de rechtvaardige rechter. Daar is iets voor te zeggen want uiteindelijk doet hij dan toch recht. Toen was hij dus eventjes een rechtvaardige rechter. En uiteindelijk gaat de gelijkenis over God. En Hij is ook een rechtvaardige rechter.

Lukas 18, ik lees uit de Telosvertaling vanaf vers 1. "Jezus nu sprak ook een gelijkenis tot hen met het oog daarop dat zij altijd moesten bidden en niet moedeloos worden en zei: er was in een stad een rechter die God niet vreesde en geen mens ontzag. Nu was er in die stad een weduwe die naar hem toekwam en zei: verschaf mij recht tegenover mijn tegenpartij en hij wilde een tijd lang niet. Daarna echter zei hij bij zichzelf: hoewel ik God niet vrees en geen mens ontzie, zal ik omdat deze weduwe mij lastigvalt, haar recht verschaffen opdat zij mij niet uiteindelijk in het gezicht komt slaan. De Heer nu zei: hoort wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God dan Zijn uitverkorenen geenszins recht verschaffen die dag en nacht tot Hem roepen en laat Hij hen lang wachten? Ik zeg u dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Als evenwel de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?" Tot zover lezen we uit de Heilige Schrift.

Ik kan mij voorstellen dat u dit net zo'n eigenaardige gelijkenis vindt als die we kortgeleden hadden waarin ook al het woord onrechtvaardig stond, de onrechtvaardige rentmeester. Waarvan je zou kunnen denken: wat zijn er nou toch voor overeenkomsten die de Heer trekt tussen ons en zo'n onrechtvaardig man? Je moet blijkbaar heel goed letten op de punten van overeenkomst en vooral niet letten op de verschillen. En hier is het nog een beetje moeilijker want hier gaat het over een onrechtvaardige rechter die niet met ons vergeleken wordt maar nota bene met God zelf. En stiekem in je hart denk je: had de Heer daar nou niet een beter voorbeeld voor kunnen gebruiken dan zo'n man, die nota bene zelf zegt dat hij God niet vreest. Dat is merkwaardig trouwens, hij kent God dus, hij is geen atheïst. Hij zegt niet: ik geloof niet in het bestaan van God. Hij zegt: ik vrees God niet. Dat is een enorm verschil. Hij weet van God, dat maakt het alleen nog maar erger. Hij vreest God niet en hij ontziet geen mens. Hij is blijkbaar alleen uit op zijn eigen belangen. Hij trekt zich van niemand wat aan. De enige reden waarom hij uiteindelijk toegeeft is omdat hij bang is dat die weduwe tenslotte een klap in zijn gezicht geeft. Dan denk ik, tjonge, moet nou zo iemand met God vergeleken worden? Misschien moet je een beetje begrijpen hoe dat in het Joodse denken gaat. Dit is een typisch, mag ik het met een duur woord zeggen, a fortiori argument. A fortiori betekent in het Nederlands des te sterker. Als A zo is dan geldt B des te meer. Dat is een redenering die je ook in de Bijbel wel tegenkomt maar ook in het Joodse denken heel gebruikelijk is. Als je vraagt bijvoorbeeld: waar lees ik dat nou in de Bijbel dat je een reinigingsbad moet nemen? Joden moeten een reinigingsbad nemen bij allerlei gelegenheden. Vrouwen elke maand als hun periode voorbij is. Waar staat dat nou in de Bijbel? Nou, dat staat dan nergens maar zo zeggen ze: het blijkt toch uit Exodus 20 of 19 als Israël daar bij de Sinaï is dan staat er dat ze hun kleren moeten wassen. Nou, als ze hun kleren moeten wassen om zich te kunnen reinigen en te kunnen voorbereiden op de ontmoeting met de Here God dan des te sterker geldt dat ze zichzelf moesten wassen. En dat is dan het bewijs. Ze moesten zichzelf wassen. Daar zijn alle Joden het ook niet mee eens, het is ook wel een beetje een gezocht argument maar het geeft een voorbeeld hoe dat werkt dat des te sterker. Waar het één zo is daar moet het andere des te eerder nog waar zijn. Je vindt bij Paulus ook wel voorbeelden daarvan maar ik laat dat verder maar zitten. U moet dat maar aannemen want hier is het eigenlijk heel duidelijk. De Here Jezus zegt als zo'n man, die eigenlijk om God noch gebod ook maar iets geeft. Je snapt niet dat zo'n man überhaupt rechter is geworden. Als zo'n man uiteindelijk toegeeft omdat deze weduwe zo aandringt, hoe zal het met God dan wel niet zijn? Dan geldt dat voor God, die van Zijn kinderen houdt, des te sterker. Dat is een beetje het type gelijkenis of vergelijking dat we hier aantreffen.

Nou wordt direct in het begin al verteld wat de geweldige betekenis van deze gelijkenis is. Dat gebeurt niet zo vaak maar hier begint de evangelist met ons te vertellen waarom de gelijkenis verteld wordt. "Hij nu sprak ook een gelijkenis tot hen met het oog daarop dat zij altijd moesten bidden en niet moedeloos worden." Altijd bidden dat betekent natuurlijk niet zoals sommige monniken doen die de hele dag door bidden. Toch zegt de Schrift meermalen: bidt onophoudelijk, dankt onder alles. We hebben toch heel wat aanwijzingen zowel bij de Here Jezus als ook in de brieven, dat je toch altijd als het ware die hotline, zoals dat vroeger heette tussen de Amerikanen en de Russen in de Koude Oorlog, die hotline open moet houden. Als het ware in een voortdurende gebedsrelatie met God moest staan, een open lijn. Tegenwoordig zouden we heel andere voorbeelden gebruiken. Je moet voortdurend online zijn. Als je samen aan het chatten bent dan moet je ook samen online zijn, dan moet je samen ingeschakeld zijn om te kunnen contact maken. Zo is het met de Here God ook. Voor gebed hoef je niet eerst een bepaalde houding in te nemen en een bepaalde plek op te zoeken. Je kunt bidden met de pet op en met de pet af, op de tractor en in de auto en op de fiets en op de scooter en overal waar je bent. Het maakt niet uit. Dit is leven uit de geest van het gebed. Dit is bidden zoals je ademt. Dit is niet alleen maar op gezette momenten in de dag je gebeden uitspreken maar leven in een gebedsrelatie waarbij de lijn voortdurend open is.

Nu kun je de vraag stellen: waarvoor is dat? En één antwoord luidt: dit heeft te maken met gemeenschap; contact maken met de Here God. Gebed is dan een heel brede term. Het betekent ook loven en prijzen, aanbidden. Het is de onderhouding van de gemeenschap met de Here God. Maar hier gaat het toch om wat anders. Hier gaat het om wat bidden in de eigenlijke zin van het woord is. Bidden is een oud Nederlands woord dat betekent vragen. In de Statenvertaling zie je dat ook dat de ene mens tegen de andere mens zegt: ik bid u. Dat wil zeggen: ik smeek u, ik vraag u dringend om ... en het gebed is dus in de letterlijke zin een smeekbede, een verzoek, een dwingend verzoek om iets. En het feit dat hierbij staat dat je niet moedeloos moet worden dat betekent, als je iets bidt van de Here God dat je vurig begeert en je krijgt het niet onmiddellijk, word dan niet moedeloos. En denk erom, hier gaat het niet, zoals je dat in sommige kringen van het welvaartsevangelie beleeft, bidden om een Ferrari, ik zou niet eens weten wat ik met zo'n ding moest doen trouwens. Maar het gaat hier niet om luxe artikelen. Het gaat hier niet om rijkdom wat deze weduwe wil is dat haar recht verschaft wordt. Nou moet je even daarbij het hele karakter van het Lukasevangelie in aanmerking nemen. Lukas is meer dan wie ook van de evangelisten gericht op de zwakken, de armen. Dat hangt ongetwijfeld samen met het feit dat hij arts was. Hij was gericht op mensen in nood maar dan veel breder. Niet alleen maar mensen die ziek zijn maar mensen die arm zijn, die gebrekkig zijn, die behoeftig zijn, die ellendig zijn. En dat vind je in het hele evangelie. En één van de bijzondere aspecten daarbij is dat je in zijn evangelie maar liefst vijf weduwen tegenkomt. Het is al moeilijk genoeg vandaag aan de dag om weduwe te zijn maar in die tijd betekende dat, dat je eigenlijk geen inkomen had. Je had geen kostwinner vooral als je ook nog kinderloos was. Eén van die weduwen in Lukas 7 is die moeder van de jongeling te Naïn die haar kostwinner ten grave droeg. Een andere weduwe is de weduwe te Sarfath waar de Here Jezus over spreekt in Lukas 4, wier enige zoon ook stierf. En een andere weduwe is die weduwe die die twee penningen in de offerkist wierp en daarmee haar hele levensonderhoud van die dag. Een andere weduwe is Anna, de profetes, die maar zeven jaar getrouwd is geweest en nu 84 is. Haar hele leven als weduwe daar in de tempel heeft doorgebracht om te bidden en te vasten. En met allen te spreken die de verlossing van Jeruzalem verwachtten. Heb ik ze alle vijf gehad? Ik zit er niet ver vanaf in elk geval. Maar Lukas heeft ze echt op het oog. Zoals hij überhaupt de armen op het oog heeft. Daar hebben we het ook al eerder over gehad. Als Mattheüs zegt: welgelukzalig zijn de armen van geest, dan zegt Lukas: welgelukzalig zijn de armen. Dat is een enorm verschil. Vergelijk maar Mattheüs 5 met Lukas 6. Hij is echt gericht op de armen. We hebben dat de vorige keer ook gehad toen we het over Lazarus hadden, die arme man. Maar deze weduwe wil recht hebben. Nou, wat betekent het als een weduwe recht wil? In de profetische boeken van het Oude Testament zie je dat al, dat de onrechtvaardige leiders van het volk, het volk uitbuiten ten eigen bate. En dat doe je het makkelijkste bij de mensen die het minst kunnen protesteren. Bij de kwetsbaren zoals we dat tegenwoordig noemen. Zo'n eenzame vrouw die geen mannelijke hulp naast zich heeft die is veel makkelijker uit te buiten dan een sterke kerel. Dit soort mensen, de zwakken, worden altijd het eerste slachtoffer en worden daardoor nog ellendiger en nog zwakker, nog armer. Recht betekent dat iemand verplicht is om aan haar geld te betalen of verplicht is aan haar dingen te geven, haar loon uit te keren of wat dan ook. Dat is niet omdat die vrouw perse zo op haar rechten staat, omdat ze zo voor zichzelf wil opkomen maar gewoon, dat kun je uit het verband opmaken en als je de levensomstandigheden van toen kent, kun je dat zo begrijpen. Die vrouw heeft dit nodig om in leven te blijven. Haar rechten worden haar onthouden. En dat gaat niet in het voorbeeld dat we net hadden, over een klimop die over je schutting groeit, dat gaat om de basale levensbehoeften. Iemand onthoudt haar wat zij nodig heeft en wat ze dringend nodig heeft om te leven. En daarvoor ga je naar de rechter en je zegt tegen die rechter: verschaf mij recht tegenover mijn tegenpartij. Die tegenpartij benadeelt mij, hij buit mij uit. Ik weet niet wat het is maar in elk geval heeft hij haar misère nog miserabeler gemaakt. Nu kun je voorstellen dat zo'n vrouw naar zo'n rechter toegaat en bij voorbaat al denkt: nou, die rechter is toch een onrechtvaardig man, zo staat hij bekend, wat heeft het voor zin. Maar hij is de rechter, er is geen andere. Ze gaat naar hem toe en ze begint aan te dringen. En die man die geeft geen sjoeger. Hij kan van haar niks halen, ze kan geen steekpenningen betalen, ze is voor hem totaal oninteressant. Hij doet het niet om haar, want hij ontziet geen mens. Hij heeft voor geen mens ontzag. Hij doet het ook niet om des gewetens wil want dat heeft hij niet. Hij doet het niet om God want die vreest hij niet. Deze man heeft er geen enkel belang bij om haar recht te verschaffen dus doet hij het niet. En nu zou die vrouw al heel gauw kunnen denken: nou, laat dan maar zitten, het helpt toch niet, die man is ... Ik zou dat nogal gauw zeggen. Ach, het helpt toch niet bij die man. Verstandelijk bekeken heeft het geen enkele zin, laat maar zitten. En dat is nou juist de hele pointe van deze gelijkenis: deze vrouw gaat door en door, elke dag. Hij kijkt uit het raam, daar staat ze verdraaid nog aan toe alweer op de stoep. En dat gaat zo dag in dag uit. Hij probeert zich te verstoppen maar ze bonst op het raam en ze zegt: doe mij recht tegenover mijn tegenpartij. Jij bent de rechter; niemand anders kan het doen. Alleen jij kunt het doen. Je moet het doen. Het is een zaak van leven en dood. Doe het! En hij doet de gordijnen dicht en hij plakt de brievenbus af om haar maar niet meer te hoeven horen, maar zij gaat door. En ten slotte zegt de man dit vreselijke: "Omdat deze weduwe mij lastig valt zal ik haar recht verschaffen opdat zij mij niet uiteindelijk in het gezicht komt slaan." Nou is het boeiende van het verhaal dit: dat de Here Jezus blijkbaar wil zeggen: houd aan in het gebed, ook al geeft God niet onmiddellijk antwoord. En daar zit een gedachte achter die ons vaak vreemd is. En dat wil ik benadrukken en dat moet u eens voor uzelf overwegen of u wel met die gedachten uit de voeten kunt. We hebben het idee dat als je iets aan God gevraagd hebt, dan is het goed zo. Je moet vooral niet drammen. We hebben er zelfs een tekst voor in Mattheüs 5: laat uw woorden weinigen zijn. Je moet dus niet al te lang daarmee doorgaan. Vele jaren geleden toen we net met de Evangelische Hogeschool waren begonnen, kenden we nog niet het kringgebed. In de evangelische kringen kende niemand dat nog. Er werden argumenten voor gegeven waarom dat niet goed was. Als iemand iets aan de Here God vraagt heb je het Hem bekend gemaakt. Ik zou zeggen: zelfs dat is overbodig, want Hij wist het al voordat je het bad ook al. Je hoeft ook geen mededelingen te doen in het gebed. Je hebt het gevraagd en dat is genoeg. Wat heeft het voor zin dat we het alle tien gaan vragen? Op het rijtje af. Met andere woorden, maar het komt allemaal op hetzelfde neer. Wat heeft dat voor zin? Het was ook nog oneerbiedig, moet je niet doen. Dat is God verzoeken, dat is helemaal treffend. Als je dat woord hoort weet je dat je helemaal fout zit. En daarachter zit nog weer een diepere gedachte en dat is een gedachte die te maken heeft met wat al in de middeleeuwen door de theologen werd genoemd: de onveranderlijkheid Gods. Dat heeft te maken met de soevereiniteit van God, maar eigenlijk gaat het nog dieper dan dat. Want ik geloof ook in de soevereiniteit van God, maar eigenlijk gaat het nog meer om de onveranderlijkheid Gods. En ook dat God van alle eeuwen af Zijn raad heeft vastgesteld en in deze visie gaat Gods raad over alles. In Gods raad is van eeuwigheid besloten dat wij hier bij elkaar zouden zijn en dat sommigen van ons thuis zijn gebleven en dit dan later op de opname horen en dus hierbij deze vermaning in hun zak kunnen steken. Ze hebben vast hele geldige redenen. Maar hoe dan ook: ze hebben het niet zelf beslist, dat denken ze wel, maar ze hebben het niet zelf beslist, want voor de grondlegging der wereld is alles vastgelegd, alles wat er gebeurt. Ik herinner me nog dat mijn gereformeerde schoolonderwijzer, toen ik een jochie van zo'n jaar of elf, twaalf was, zei ... en dat gaf mij veel stof tot nadenken, ik was echt een denkend jongetje en dat kunt u zich wel voorstellen natuurlijk, want ik zit nog steeds te denken. Alles was van te voren vastgelegd. En toen begreep ik: als je dat echt gelooft, wat heeft het dan voor zin om te bidden? Wat heeft het voor zin om God te vragen als God toch van te voren al heeft vastgesteld of Hij het doet of niet? Dit is één van de redenen waarom zoveel mensen moeite hebben met de genezingsbediening. Morgen hebben we weer een genezingssamenkomst. Ik ben op een conferentie in Dordrecht, ik mocht daar even wegwippen om hier vanavond bij jullie te zijn en morgen heb ik daar een genezingsdienst. En dit is één van die dingen die ik daar misschien best zou kunnen zeggen. Want een heleboel mensen hebben dit idee: waarom zou ik naar voren gaan om mij de handen op te laten leggen. Immers: als God wil dat ik genees kan Hij dat zo ook wel en als God toch niet wil dat ik genees, heeft het ook geen zin om naar voren te gaan. Dat is nu de onveranderlijkheid Gods. Er is van eeuwigheid besloten dat ik ziek ben en als God wil dat ik genees, dan gebeurt dat ook op het moment dat Hij daarvoor in alle eeuwigheid heeft vastgesteld en als Hij dat niet wil, dan blijf ik ziek, al staan ze daar vooraan nog zo hard te bidden. Een dergelijke opvatting is de nekslag voor alle gebed, want al alles vastligt, waarom zou je dan bidden? De slimste reden die ik ooit van iemand gehoord heb, was deze: ja, maar het feit dat wij ervoor bidden is ook al vanaf alle eeuwigheid vastgelegd. Echt waar, dat staat in degelijke theologische handboeken. Dit betekent dat wij dus blijkbaar alleen maar robots zijn. Dat ik hier sta te praten is ook allemaal van te voren al precies vastgelegd. Als we bidden voor een bepaalde zaak, dan doen we dat mechanisch omdat we daarvoor geprogrammeerd zijn. En of het wat uitwerkt, dat gebed, dat is volkomen in Gods hand, of beter gezegd, dat heeft Hij van eeuwigheid af al zo besloten. Lieve mensen, dit is zo totaal in strijd met wat wij in de bijbel lezen. Dat weten deze mensen ook wel, maar vanwege deze theorie worden al die voorbeelden in de bijbel gewoon van tafel geveegd. Dat gebeurt meestal op deze manier: ja, dat staat er wel, maar dat is maar bij wijze van spreken, om het voor ons mensen wat makkelijker te maken. Dus als er teksten zijn die met hun theorie kloppen moeten we die letterlijk nemen en als er teksten zijn die met hun theorie niet koppen moeten we die figuurlijk nemen. Zo kun je elke theorie verdedigen. Maar wat de Here Jezus zegt in deze gelijkenis is: houd aan in het gebed. En ik denk dat velen van ons wel zaken in het leven hebben we al heel lang voor bidden. Misschien nog niet zo lang, misschien al heel lang. Dat een kind van ons tot geloof mag komen, dat je man of je vrouw tot geloof mag komen, dat je mag genezen. Of een geliefde van jou mag genezen. En u weet ook: wanneer je dat een tijd lang gedaan hebt, wordt je moedeloos en denk je: het helpt toch niet, laat maar zitten. Er gebeurt daarboven niks. En nu zegt de Here Jezus: als zelfs een onrechtvaardige rechter er na verloop van tijd toe gebracht kan worden om te doen wat je vraagt, wat denk je dan van de Here God. En dan staat er: zal God zijn uitverkorenen geenszins recht verschaffen die dag en nacht tot Hem roepen? Wilt u nog even terugdenken aan die voorbeelden die wij allemaal wel eens meegemaakt hebben van mensen die zeggen: je mag God niet verzoeken en je mag niet bidden en als je het één keer vraagt, dan is dat genoeg, dat hoort dan ook bij onze nederigheid. En hier staat dat er mensen zijn die dag en nacht tot Hem roepen. Weet u waarom ik deze passage vooral zo bijzonder vindt? Omdat wij in een tijd leven dat dit letterlijker wordt toegepast dan dit in vele eeuwen gebeurd is, behalve dan die monniken die dag en nacht bidden. En dat is dat we momenteel op aarde duizenden plaatsen hebben, misschien wel tienduizenden, die we aanduiden als huizen van gebed, waar 24/7 wordt gebeden. Als u die taal niet kent: dat is 24 uur per etmaal en 7 dagen per week. Eén van de bekendste en oudste is IHOP: International House of Prayer, internationaal huis van gebed in Kansas City. Waar al vele jaren dag en nacht gebeden wordt. Niet altijd continu dezelfde mensen, dat houdt niemand vol. Het wordt afgewisseld, maar er zijn altijd mensen. En ook aanbidden. Aanbidden is leuk in het Nederlands, in het Grieks en Hebreeuws is dat niet zo. Aanbidden is ook een vorm van bidden. En bidden is een vorm van aanbidden, want als je bidt tot God en je vraagt Hem iets, dan bewijs je Hem daarmee al eer. Dus bidden is een vorm van aanbidden en aanbidden is een vorm van bidden. Het ligt in elkaars verlengde. Maar goed, in elk geval: dag en nacht. Alleen al in Jeruzalem heb ik me laten vertellen heb je vier van die huizen van gebed waar continu, dag en nacht, gebeden wordt. Dat is dus volkomen in strijd met die theorie dat als je het één keer tegen de Here gezegd hebt is het genoeg en als je doordramt ben je bezig de Here te verzoeken. Waar deze theologie die ik net beschreven heb, wordt aangehangen, is het gebed een ondergeschoven kindje. Dan heeft men het wel over een biddag of een dankdag, maar de preek is altijd langer dan het gebed. Want het is geen cultuur waarvan men weet van te bidden. Dat zijn de mensen die ook niet naar een genezingssamenkomst willen, want ze zeggen: de dominee heeft er al voor gebeden in de kerk. Er is één gebed uitgesproken en dat is het dan, want die dominee komt daar ook niet iedere week op terug in het algemeen gesproken. Het is bij de Here bekendgemaakt en dat moet het dan zijn. Ik wilde u een paar voorbeelden noemen uit de bijbel waar de Here God zegt wat Hij gaat doen en dan gaan de mensen bidden en smeken en dan – ik zeg het expres zo – dan verandert God van gedachten. Anne van der Bijl, oftewel brother Andrew, zoals hij in het buitenland beter bekend staat, heeft eens een boekje geschreven: God changed His mind. In het Nederlands is dat uitgegeven onder de titel 'God bedacht Zich.' Kan dat in uw theologie? Dat God zich bedenkt, van gedachten verandert? Die hele leer van de onveranderlijkheid Gods is veel meer Grieks-filosofische wijsheid dan bijbelse wijsheid. Hoe mooi het ook klinkt. Natuurlijk staat er in Jacobus 1 dat er bij God geen verandering is of schaduw van omkeer. Maar het is evenzeer een bijbels gegeven dat God van gedachten verandert. En wij mogen niet uitmaken of het één letterlijk en het ander figuurlijk is. Ik zal een paar voorbeelden geven. Dat is het mooiste en daar begin ik mee, het is ook de eerste die in de bijbel genoemd wordt, dat is in Exodus 32. Israël heeft gedanst rond het gouden kalf, ze zijn afgodendienaars geworden. Voordat ze de tien geboden ... nee die hadden ze al gehoord. Nauwelijks is Mozes met die stenen tafelen van de berg af gekomen of ze hebben het eerste gebod al gebroken: ander goden voor mijn aangezicht dienen. Dat is een vreselijk moment. En dan zegt God als Mozes komt pleiten in Exodus 32: ga opzij Mozes, want Ik ga dat volk verdelgen. Dat zegt Hij. En denk erom dat jij nu niet met je theologie komt aanzetten: ja , dat zegt God wel, maar dat was Hij natuurlijk niet van plan. Dan zeg ik meteen: hoe weet u dat dan? Dat weet u op grond van uw theorie, maar dat is niet wat er staat. God zegt zelfs tegen Mozes: ik zal van jou een groot volk maken. En dan gaat Mozes bidden. Mozes is helemaal niet van: we moeten ons buigen onder de wil van God. We moeten ons schikken, want God heeft het zo beschikt en wij kunnen niet anders dan deemoedig het hoofd buigen en accepteren. Zo doet hij dat helemaal niet. Hij is één van die mensen in de bijbel die met God aan het redeneren slaat. Ik las eens een boek: Argueing with God, a Jewish habbit. Redeneren met God, een joodse gewoonte. Die mensen kenden geen berusting en doffe gelatenheid. Job is zo'n prachtig voorbeeld, Jeremia en ook Elia op de Karmel, op de Horeb beter gezegd. En Mozes ook. Mozes zegt met zoveel woorden tegen God: dat kunt U niet maken! Ho, ho, dat kun je zo niet zeggen. Ja hoor, zegt Mozes, want ik heb jullie theorieën niet. Ik praat wel zo. En Mozes zegt ... Twee ijzersterke argumenten geeft hij waarom God dat niet kan maken om dat volk te vernietigen. Ten eerste zegt Hij: u heeft het Zelf beloofd dat U het volk zou brengen. Dat heeft U beloofd aan Abraham, Izaak en Jacob en U kunt niet op die belofte terugkomen. En in de tweede plaats, zegt hij, wat zullen die heidense volken wel niet over u denken? Die heidense volkeren die toch al met u spotten? Hij kon ze wel uit Egypte leiden, maar Hij was niet in staat om ze in het beloofde land te brengen. En dan staat er: de Heere kreeg berouw over wat Hij gezegd had dat Hij zou doen. Maar wie durft nu werkelijk vol te houden dat de Here daar toneel speelt? Dat Hij dat altijd al van plan was. Dat wordt echt serieus geschreven. Als dat zo was, dan zou de Here dat ook verteld hebben, dan zou er niet staan dat Hij berouw had. Berouw betekent dat de Here besluit om niet uit te voeren wat Hij eerst toch duidelijk had aangekondigd en Hij doet het niet. Even tussendoor voordat ik u die drie andere voorbeelden geeft. Weet u dat er acht keer in het Oude Testament staat, een heel bijzonder woord, een Nederlands woord: verbidden. De Here liet zich verbidden. En dat betekent altijd zoveel als: Hij liet zich overhalen om iets te doen. En soms, niet altijd, betekent het Hem overhalen om iets te doen wat Hij eerst niet van plan was. Niet altijd: Rebecca bidt om kinderen en de Here liet zich verbidden en ze werd zwanger. Er staat niet dat Hij eerst van plan was om haar kinderloos te laten. Maar soms is dat wel zo. Dat is hier bij Mozes ook het geval. God laat zich verbidden. Hij berouw van wat Hij gezegd had te zullen doen.

Het tweede voorbeeld is in Richteren 10. Israël is voor de zoveelste keer in goddeloosheid vervallen en de Here God zendt de vijanden op hen af. Dat gebeurt keer op keer in het boek Richteren als een straf. En dan staat er in het Richteren 10 als die Ammonieten dan die Israëlieten benauwen, dan zie je dat Israël zich verootmoedigt en ze zeggen 'we hebben gezondigd' in vers 15. Doe met ons toch al wat U goeddunkt, maar redt ons toch deze keer! En ze voegen de daad bij het woord en ze verwijderen de vreemde goden uit hun midden en dienden de Heer. En dan staat het zo mooi in deze vertaling. Elke vertaling geeft het weer wat anders: toen kon Hij Israëls ellende niet langer aanzien. Dat is zo'n prachtig woord. De Here kon het niet langer over Zijn hart verkrijgen om Zijn volk te tergen met deze vijanden. Wat was er gebeurd? Ze hadden zich verootmoedigd. Ze hadden de afgoden weggedaan en God, mag ik het zo zeggen met de grootste eerbied, strijkt met de hand over Zijn hart. Hij kon het niet meer aanzien, want het was wel Zijn volk, het waren wel Zijn kinderen. Het derde voorbeeld vinden we bij Hizkia. Jesaja komt bij hem op bezoek en Jesaja heeft een boodschap gekregen van de Here God. Hizkia is namelijk ziek geworden en Jesaja zegt: bereidt uw huis, want u gaat sterven. Laat je zaakjes goed achter, regel alles wat er te regelen valt, want je gaat sterven. Niet van: als dit, dan ga je sterven, als zus of zo, niks geen voorwaardelijk iets. Jesaja krijgt de mededeling dat hij zal sterven. Jesaja geeft de mededeling aan Hizkia dat hij zal sterven. En dan gaat Hizkia bidden, vurig bidden. En eigenlijk gebruikt hij ook een 'dat kunt U niet maken Here' argument. Want hij zegt: ik ben nog maar net bezig Here, ik heb nog maar nauwelijks mijn taak kunnen voltooien. Ik heb zo'n grote schoonmaakbeurt in Israël moeten plegen. Het kan helemaal nog niet Here God. Alsjeblieft, laat mij mijn taak mogen afmaken. U hebt mij toch zelf geroepen? Het ging hem dus niet eens om zijn eigen belang dat hij het leven mooier vond de dood. Het ging om zijn taak, het ging om de zaak van de Here. En al voordat Jesaja het paleis uit is, zegt de Here God tegen Jesaja: draai je maar weer om, want hij bidt. Het is net of de Here God daar niet goed tegen kan, met alle eerbied gesproken. Als zijn volk gaat bidden. Het klinkt weer of Hij met Zijn hand over Zijn hart strijkt. Oké, dan krijg je er nog 15 jaar bij. Hij is de enige mens in de bijbel die precies wist wanneer hij zou overlijden. Dat is wel frappant hè? Nog 15 jaar, nog 14 jaar, nog 13 jaar. Hij wist het heel zeker. Zelfs als je een ongeneeslijke ziekte hebt: je weet maar nooit hoe het gaat. Misschien krijg je wel veel langer de tijd dan je had gedacht. Dat gebeurt vaak. Maar hij wist het heel precies. Hij kreeg 15 jaar erbij, want hij had tot God geroepen. Hij had gesmeekt.

Mijn vierde voorbeeld is uit Jona, die in Ninevé is, Jona 3. Ook daar niet een 'als jullie niet bekeren, dan ...', maar een definitief besluit van de Here God. Nog veertig dagen en dan zal Ninevé worden omgekeerd. De volgende dag: daar heb je hem weer: 'nog 39 dagen en dan ...' Dus de datum ligt vast. Nog 38, nog 37. Het is voor Jona wel een beetje sneu hoe het verhaal zich ontwikkelde, want hij had een mooi plekje uitgezocht op de berg. Op veilige afstand, maar toch zó dat je alles mooi kon zien, want zoiets maak je niet elke dag mee, dat een stad wordt omgekeerd. Toch? Als u wist dat Rotterdam omgekeerd zou worden, ging u ook van een veilige afstand staan kijken. Dat maak je niet elke dag mee. En dan gebeurt er iets: de hele bevolking van Ninevé komt in beweging. Ze bekeren zich massaal. De koning ook. Ze strooien as over hun hoofd, ze scheuren hun klederen, ze doen boete in stof en as. En dan staat er: het berouwde de Here wat Hij gezegd had wat Hij zou doen, Hij had er spijt van. Natuurlijk is dat in zekere zin een menselijke manier van spreken, maar ga daarin niet te ver. Het staat vast dat de Here dat gezegd heeft. Geen voorwaardelijke profetie en onvoorwaardelijke voorzegging. De Here berouwde zich dat Hij dat gezegd had en Hij deed het niet. Nou, u weet hoe het verhaal verder gaat. Jona was knap beledigd en bovendien voelde hij zich een beetje voor paal staan daar in Ninevé, dus hij is boos. En dan zegt hij een beetje narrig: ja, ik wist wel dat u barmhartig en genadig, lankmoedig en groot van goedertieren. Ik was er al bang voor: als het volk zich gaat bekeren, zal er wel zoiets gebeuren. Daar ben je nu profeet voor nota bene. En dat even terzijde, maar het feit dat de Here God als Hij bidders op Zijn weg ontmoet, dat Hij Zich laat verbidden. En ik weet best dat sommigen van jullie al heel lang voor iets bidden en het is nog steeds niet gebeurd. Ik kan je zelfs niet garanderen dat het gaat gebeuren. Want we weten allemaal: je kunt heel lang bidden voor iemand of hij tot bekering mag komen, maar op een bepaald moment gaat zo iemand toch voor zover we hebben kunnen vaststellen zonder bekering de eeuwigheid in. En we weten dat heel lang kunnen bidden voor iemand die ernstig ziek is. Zo vurig bidden dat je denkt: ja, hier kan de Here God gewoon niet omheen. En dat zo'n persoon dan toch sterft. Die gevallen kennen we ook en die kunnen het ons behoorlijk moeilijk maken om zo'n gelijkenis serieus te nemen om te zeggen dat het kan. Je kunt dus met aanhoudend gebed God van gedachten laten veranderen, ja er staat ook in de schrift bid en u zult ontvangen, klopt en u zal worden open gedaan. Gebeurd dat altijd zo makkelijk? Gaat het allemaal zo makkelijk? En toch lieve mensen als ik dan morgen weer naar zo,n genezingsdienst gaat dan weet ik bij voor baat dat er mensen zullen genezen, want dat gebeurt altijd. Ik weet ook van te voren dat lang niet iedereen zal genezen want dat gebeurt ook altijd. En dan kun je zeggen dat is toch zielig dat is zo naar voor de mensen die niet genezen. Dat is waar maar in feite zijn ze niet slechter af als dat ze gekomen waren, behalve dat ze een teleurstelling moeten incasseren. Denk eens aan al die mensen die wel genezen. En die niet genezen zouden zijn als wij die samenkomsten niet gehouden zouden hebben.

Hoeveel mensen hebben niet grote zegen op ;hun gebed gezien doordat ze bleven bidden.

Het verhaal van Augustinus, de grootste kerkvader uit zijn tijd die als jonge man een losbol was, en die een gelovige moeder had, geen gelovige vader. Wel een gelovige moeder, Monica. Die zo ontzettend lang voor haar zoon en vurig voor haar zoon gebeden heeft. En de bisschop zei tegen haar, een zoon van zoveel gebeden kan niet verloren gaan. Nou dat zou ik niet graag tegen iemand zeggen maar ik ben ook geen bisschop. Maar deze bisschop zei het wel en zei ging door en ze hield vol totdat deze jongeman inderdaad de Here Jezus leerde kennen. En zich overgaf en een geweldig licht is geworden. Je kunt rustig zeggen dat hij ons denken ook al hebt hij daar geen weet van, dat hij ons denken beïnvloed tot op de dag van vandaag. En dat is begonnen met een biddende moeder. Wij krijgen niet de verhoring van al onze gebeden, maar we zouden wel veel meer verhoring kunnen krijgen als we meer aan hielden in het gebed. Dat zijn nu de twee kanten van de zaak. En weet u wat nou zo bijzonder is? Dat is het laatste vers. En daar heb ik echt even tijd voor nodig want dat is zo bijzonder. Want daar zegt de Here Jezus, dat vers dat hoort er echt bij! Hij zegt dit in vers 9 als evenwel de Zoon des mensen komt, zal Hij dan nog het geloof vinden op aarde? Als je het zo bekijk dan denk je wat doet dat vers er achteraan? wat heeft dat er nou mee te maken met het hele verhaal en bovendien zijn er ook nog een helboel vertalingen die het lidwoord weg laten. Zal Hij nog geloof vinden op aarde, nou als je het zo vertaald dan heeft het helemaal geen verband meer met de rest van de gelijkenis. Ik ben een beetje opgegroeid met de gedachte dat je op deze vraag eigenlijk nee moest antwoorden. Nee als de Zoon des mensen komt dan zijn er nog maar een paar getrouwe op aarde, daar horen wij dan natuurlijk ook bij en nog een paar anderen misschien en als de Heer nog langer zou weg blijven dan zou het nog minder zijn en nog minder dus Hij komt net op het nippertje. Er zijn nog een paar getrouwe over. Maar dat staat er helemaal niet. Het is een open vraag, het is aan u en mij om die vraag te beantwoorden. Maar wat zo belangrijk is dat is dat lidwoordje, ja die kunnen soms heel belangrijk zijn vooral als je weet dat het lidwoord in het Grieks de betekenis kan hebben van een aanwijzend voornaamwoord als u nog weet wat dat is. Dan kun je dus vertalen, als de Zoon des mensen komt zal Hij nog DAT geloof vinden op aarde. Dat geloof van die weduwe. Oh maar nou word het verband met die gelijkenis wel duidelijk.

De Here Jezus ziet hier voor ogen die hele tijd dat het tot Zijn wederkomst zou duren. En wij weten intussen dat dat een hele lange tijd geworden is het is al bijna twee duizend jaar. En als Hij terug komt, zal dat geloof van die weduwe er zijn? Dus het gaat niet over de vraag of er mensen zullen zijn die het zaligmakend geloof mogen kennen. Die zijn er. Maar dat geloof van die weduwe. Dat geloofsvertrouwen dat als je aan houdend bid en roept tot God dat Hij ons zal geven de wensen van ons hart. Hier heel speciaal, het geloof van deze vrouw, als ik aandring bij die Rechter zal Die mij tenslotte recht verschaffen. Recht verschaffen. Mag ik u eens vragen hoeveel lijden wij nog onder het onrecht in deze wereld? En ook het onrecht dat Christenen elkaar aandoen. Want die anderen daar kun je nog van zeggen nou ja dat zijn goddeloze mensen, die weten niet beter.Dat mag je natuurlijk helemaal niet zeggen want ze weten soms nog beter dan gelovigen mensen. Maar heb het dan maar over het onrecht dat wij elkaar soms aandoen. In het koninkrijk Gods daarvan lezen wij in Romeinen 14 vers 17 daar gaat het om gerechtigheid, vrede en blijdschap in de Heilige Geest. In een wereld vol onrecht zijn er mensen die jagen naar gerechtigheid, zo zegt 2 Timotheus 2 dat. Jaag naar gerechtigheid met allen die de Heer aanroepen uit een rein hart. Die knokken voor gerechtigheid die laten het er nooit bij zitten dat er ongerechtigheid is. Dat er zoveel onrecht in deze wereld is. En die jagen ook naar vrede, ze kunnen zich er nooit bij neer leggen dat er zoveel oorlog en twist is. Ook onder Christenen, ze kunnen het niet verdragen en ze jagen naar blijdschap, want ze kunnen het zich niet voorstellen dat er zoveel christenen rond lopen met lange gezichten, en zo somber dat is dan misschien wel vanwege des vijands onderdrukking, maar waar is de blijdschap des Heeren? Paulus zat in de gevangenis en een koude donkere cel misschien wel met zijn voeten in een blik en hij zegt, verblijd u in de Here ten allen tijd en wederom zeg ik u verblijd u. Het gaat niet zomaar om blijdschap, het gaat om blijdschap in de Heilige Geest zegt de apostel.

Dat is het koninkrijk Gods. Het koninkrijk Gods betekend dat te midden van een wereld van ongerechtigheid er mensen zijn die jagen naar gerechtigheid. Tegen de klippen op, dwars tegen de verdrukkingen in. Ze hebben de schijn tegen zich want het is alles en overal onrecht en zij gaan toch door. Zij gaan toch door tot het bittere einde zou ik haast zeggen. En de Here Jezus zegt van hen in de zaligsprekingen, zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen de aarde beërven. Ben ik dat? ben ik zo iemand die hongert en dorst naar de gerechtigheid? Die God aanloopt en smeekt dat er recht mag geschieden in deze wereld. Je kunt je niet voorstellen dat er gelovigen zijn die stemmen op partijen waar het gaat om hebben en halen en houden. En die niet gericht zijn in de eerste plaats op het bestrijden van onrecht in deze wereld. Sociaal onrecht, maatschappelijk onrecht, die de honger in deze wereld bestrijden. Ze zijn misschien wel wat al te idealistisch soms maar het zijn wel mensen die gedreven worden omdat ze recht willen zien in deze wereld. Zalig zijn zij, zegt de Here Jezus dien hongeren en dorsten naar de gerechtigheid.

En dan dat tweede woord van Romeinen 14 erbij te halen die vredestichters weet u wel? Zalig zijn de vredestichters want, zij zullen God zien. Zalig zijn de vredestichters want zij zullen God zien, er staat niet bij zalig de blijden, er staat wel in Romeinen 12 verblijd u met de blijden. Er zijn mensen die zijn tegendraads, dat zijn gelovige mensen die het koninkrijk Gods (...?), ze zijn tegendraads die gaan dwars tegen alle onrecht in jagen zij naar recht en naar vrede. Jaagt naar vrede en naar heiligheid zonder welke niemand de Heer zien zal zegt Hebreeën 12. Jaagt naar blijdschap, verblijd u zeg ik wederom verblijd u en dan zegt de Here Jezus, als de Zoon des mensen komt. Dus vlak voor dat het koninkrijk echt doorbreekt in macht en majesteit in heerlijkheid in gerechtigheid in vrede in blijdschap in die laatste fase, zal Hij dat geloof vinden op aarde?

Vandaag heb ik het gehad in Dordrecht op die conferentie over dat bijzondere vers Efeze 4:13 waar we lezen dat die vijf voudige bediening apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars die zijn nodig om dit te bereiken, tenslotte die gelovigen die komen tot één heid van het geloof. Je heb daar drieërlei eenheid in Efeze 4 de eenheid van de Geest, dat kan alleen de Heilige Geest bewerken, de eenheid van het geloof en de eenheid van de kennis van de Zoon van God maar wat is die eenheid van het geloof? Dat is niet een eenheid van de belijdenis geschriften. De drie formulieren van enigheid die zou ik niet eens kunnen ondertekenen want ik ben het met lang niet alles eens. Maar elke vrijzinnige dominee die heeft die formulieren wel ondertekend want dat moet hij anders kan hij geen predikant worden. Dus die formulieren helpen helemaal niks om ware gelovigen aan elkaar te smeden. Een heleboel willen ze niet tekenen en anderen tekenen ze weer wel die ze niet zouden moeten tekenen. Wat is eenheid van het geloof? Dat is niet eenheid in confessie, mag ik het nou eens even verbinden met die tekst hier uit Lukas 18? Dat is de eenheid van mensen die dwars tegen de verdrukking in vast houden daaraan dat God hun gebeden verhoort. Dat God z,n gedachten kan veranderen. dat God zich kan laten verbidden. Daarom zijn er vandaag aan de dag in de eindtijd tienduizenden huizen van gebed. Want die mensen hebben die theologie gelukkig niet, en die bidden dag en nacht, en de eeuwigheid zal laten zien wat die huizen van gebed in onze tijd uit werken. Konden we wel eens raar op onze neus kijken. Wat deze huizen van gebed waar dag en nacht tot God gebeden word uitwerkt. Dat is wat vandaag aan de gang is. De Here Jezus legt het als het ware bij ons neer. Hij geeft de verantwoordelijkheid ons in handen. Hij zegt hier is het. Jullie kunnen allemaal God aanroepen en jullie mogen weten dat God Zijn uitverkorenen dus Zijn dierbaren, die Hij zelf tot Zijn kinderen heeft uitverkoren, dat God Zijn kinderen met vreugde recht verschaft, maar zoals een oud lied zegt, Hij wil gebeden zijn. God zal ons elke zegen zo graag willen geven in antwoord op gebed, maar dan moeten er wel mensen zijn die er ook daadwerkelijk om bidden. Die dag en nacht tot Hem roepen. Als de Zoon des mensen komt dan zal dat geloof er zijn. Dan zullen er mensen zijn die geloven niet alleen maar dat zaligmakend geloof, dat is natuurlijk heel belangrijk , dat is de rijkste basis van alles maar die ook dat geloof van die weduwe hebben, en die weduwe hoe belabberd ze er ook aan toe was, één ding stond voorop, ze accepteerde het onrecht niet. En ze bleef aandringen. totdat er recht zou geschieden. En zo dringen we aan bij de Here God voor de noden in onze eigen levens, voor onze kinderen, een ongelovige man of vrouw of familieleden, zieke mannen of vrouwen in onze familie of onze omgeving. Wantoestanden die er kunnen zijn ook in gemeentes soms. En we dringen er bij God op aan, en zodra wij in ons hart dat stemmetje horen, ach laat toch zitten, je hebt al zolang gebeden het helpt toch niet niks, dan gaan we er keihard tegenin. Als we dat niet doen dan horen we niet bij deze groep waar de Here Jezus het over heeft. Als de Zoon des mensen komt zal Hij dat geloof van die weduwe dan nog vinden? Ze zullen er zijn absoluut. Het antwoord luid dus ja. Het enige wat niet zeker is dat is of ik erbij hoor, en of u er bij zult horen. Dat wil niet zeggen dat wij verloren gaan, het gaat helemaal niet over het zaligmakend geloof, het gaat over de vraag of u en ik horen bij die mens als deze weduwe, die geloven dat God Zich kan bedenken. Die geloven dat als ze aan houden. smeken dat God verhoring schenkt. En ik zou ieder van u willen bemoedigen die al zolang bid voor iets in jou leven in uw leven, waarin u wel eens moedeloos word omdat u denkt hoelang moet ik nou nog doorgaan met bidden en zal het ooit helpen en zal er ooit een verandering komen? Soms krijg je van de Here God een bijzondere belofte, daar mag je op gaan staan, als je echt in je hart geloofd dat God het je toezegt, moet je natuurlijk oppassen dat je je daarin niet vergist, maar dan nog geld, Hij wil gebeden zijn. Hij wil dat we er Hem om bidden. Dat is het geloof.

Ik hoop en ik verlang niet alleen maar dat u allemaal het zaligmakende geloof heb, maar het geloof van deze weduwe die bad tegen de klippen op omdat ze geloofde in recht, zoals wij mogen geloven in een God van recht. God zegene Zijn woord.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?