Hart voor Waddinxveen


(4b) Vragen bij de lezing gehouden op 11 januari 2008 over "De gaven van de Heilige Geest" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zaterdag, 03 mei 2008 22:21

Dank u voor die grote stapel vragen. Als u vindt dat uw vraag te kort behandeld wordt denk dan eraan dat er nog twintig komen dus ik kan niet zolang bij elke vraag stilstaan. Ik vraag bij voorbaat verschoning.

1) Zou je kunnen stellen dat als je de gaven niet ervaart of kent dat je dan de Heilige Geest niet hebt?

Nou zeg, dat zal wel erg dramatisch zijn. Ik denk, nee dat denk ik niet dat weet ik uit de Schrift: elke ware gelovige die de zekerheid van het geloof heeft, die heeft op grond van Efeze 1:13 en nog veel meer plaatsen, de Heilige Geest ontvangen. Dat hebben we vorige avonden gezien. Maar....ja, laat ik het nou eens vanavond zo zeggen: vaak moet de Heilige Geest geactiveerd worden. Het lijkt net alsof wij Hem zo vaak in een uitgebluste, uitgedoofde toestand in ons hebben. Daarom die waarschuwing ook in 1 Thessalonicensen 5: blust de Geest of dooft de Geest niet uit. Vandaar dat gebed van Lukas 11:13 elke keer weer opnieuw dat de Vader ons de Heilige Geest, dat wil zeggen de volheid, de kracht van de Heilige Geest geeft. Zodat deze, ook deze gaven zich gaan ontplooien. Als de gaven zich niet ontplooien is dat vaak een gebrek aan onderwijs. En als u dat onderwijs wel ontvangen hebt en het gebeurt dan nog niet dan is het een gebrek aan bereidheid om eruit te leven. Als u weet hoe het werkt en als u bereid bent eruit te leven dan gaat het gebeuren. Dat garandeer ik u. Ik laat het daarbij. Er zijn natuurlijk een aantal vragen over die gaven waar ik het minst over gezegd heb, dat zit er dik in. Ik dacht: daar komen toch een heleboel vragen over dus laat ik daar maar niet zoveel over zeggen.

2) Wat als mensen in tongen spreken en ik er niks van begrijp, ligt dat dan aan mij? Nee, ik heb een troost, ik snap er ook niks van. Sterker nog, degenen die in tongen spreken die kunnen in verreweg de meeste gevallen het zelf niet eens snappen wat ze zeggen. Als u dan vraagt: wat heeft dat dan voor zin?, ja dat weet ik ook niet. God geeft het ons en er gaat kracht van uit. Dat moet ons maar even genoeg zijn.

3) Een andere vraag, die komt wel drie, vier keer voor en moet ik altijd een klein beetje glimlachen, moet u me niet kwalijk nemen. Dat is de vraag: weten we wel zeker of het van God is? Dat glimlachen dat is niet spottend of hooghartig bedoeld maar daar spreekt toch naar mijn bescheiden mening een zekere angst uit. Het is een heel makkelijke manier om je van die geestesgaven te ontdoen of die op een afstand te houden door te zeggen: 't is mij te link, stel je voor dat het uit de verkeerde bron komt. En dan laat je dus heel opzettelijk iets liggen dat God wil geven.

4) Deze vraag ook: is het makkelijk te onderscheiden de Geest van God omdat de satan zich ook voordoet als een engel des lichts of moeten we toch de gaven van onderscheid hebben. Is het mogelijk dat we krachten doen terwijl die niet uit God zijn? Nou, dat is op zichzelf mogelijk. We lezen in Mattheüs 7 dat er mensen zijn die zeggen, of het waar is dat moeten we nog maar afwachten, in Uw naam hebben wij boze geesten uitgedreven en de Heer zegt tegen hen: ik heb u niet gekend. Dat kan. Nogmaals, even afgezien of het echt waar is wat ze zeggen, maar in principe kan dat. Krachten kunnen ook uit de verkeerde bron komen. Maar, ik zou haast zeggen: een beetje christen weet dat toch. Als het niet mogelijk zou zijn dat wij als christenen als we deze gaven toepassen, zelf weten uit welke bron ze zijn, waarom heeft God ons dan zó arm achter gelaten. We hebben de gaven van onderscheid nodig maar dat is niet een theologische gave van onderscheid, dat is ook een geestesgave. Maar als we eenmaal met wantrouwen tegenover de geestesgaven beginnen dan moeten we ook wantrouwen hebben tegen die gaven van onderscheid. Op het internet kom ik allerlei mensen tegen die fel zijn tegen alles wat van de Geest is en dat allemaal toeschrijven aan de gaven van onderscheid die ze hebben. Maar die mensen hebben geen gaven van onderscheiding maar van ondermijning. Ze zijn bezig het werk van God in Nederland te ondermijnen door alles, alles, alles wat zich van de Geest aandient met wantrouwen te bejegenen of zelfs daar kwaadaardig over te spreken. Natuurlijk kan het uit verkeerde bron komen maar dat gebeurt niet bij u. De Heilige Geest woont in u. De duivel komt daar helemaal niet tussen. Jonathan Edwards in zijn tijd, toen een revival gaande was in Noord-Amerika, heeft ons al verteld hoe wij kunnen onderscheiden. Als iemand spreekt uit de gave van de Geest en we willen echt weten of het uit de Geest is, in de eerste plaats luister naar de boodschap van die persoon. Brengen zij het woord van God of brengen zij een valse boodschap? In de tweede plaats voor zover het ons mogelijk is kijk naar hun levensstijl. Leven zij met de Heere of niet? En in de derde plaats kijk naar het effect van hun boodschap. Worden mensen er door dichter bij het Woord en bij Christus gebracht of van Christus afgetrokken? En bovendien overschat de duivel nou ook weer niet te veel. Als iemand genezen is dan hoor ik meermalen: ja, het kan ook van de duivel zijn. Zo bang zijn we voor genezing! Maar in Johannes 11 wordt de eerlijke vraag gesteld: kan de duivel soms de ogen van een blinde genezen? Nou dat lijkt me een hele goeie vraag. Ik denk dat heel veel christenen de neiging hebben en ik denk dat dat angst is voor de geestesgaven dat ze God te weinig kracht toeschrijven en de duivel te veel kracht en daar doen we hem veel te veel eer mee aan. Dus blijf waakzaam en voor de rest: heb een gerust hart. Als u bent in de weg van de Heere, dan hoeft u niet bang te zijn voor wat er komt. Mensen willen niet in tongen spreken want dat zou wel eens uit de duivel kunnen zijn. Hoezo dan, hebt u zoveel contact met de duivelse wereld dan dat het zo gemakkelijk mogelijk is dat de duivel door u heen spreekt? Daar zegt u nogal iets mee over uzelf. Ja maar, het zou uit mezelf kunnen voortkomen, oké, maar dat is dan in elk geval niet de duivel. Dat zou kunnen. Ik denk dat er christenen zijn die maar wat aanbrabbelen en het komt in feite uit hunzelf voort, dat komt niet van de Heilige Geest. Dat zou best kunnen. Maar daarom is het nog niet de duivel. Als u werkelijk denkt dat de duivel zomaar door u heen zou kunnen spreken dan mag u zichzelf wel eens ernstig onderzoeken in het licht van God hoe het komt dat de duivel dan zo gemakkelijk via u, uw mond kan spreken. Er zijn een paar vragen, dat heb ik uitgedaagd, ik heb gezegd: die gave is niet voor uzelf bedoeld, die tongentaal die is voor anderen en er zijn natuurlijke verschillende mensen die dan op 1 Korinthe 14 vers 2 en vers 4 uitkomen.

5) Hier staat toch: wie in een tong bidt, sticht zichzelf. Tongentaal is toch ook vooral voor jezelf om God te eren? En d'r komen verschillende keren en nog een keer: de tongentaal in het gebedsleven is toch voor elke gelovige bedoeld, voor stichting van jezelf? Dat staat inderdaad, iets dergelijks, in 1 Korinthe 14 vers 2 en 4 en nou zie je maar weer hoe belangrijk het is om Schrift met Schrift te vergelijken om dat in z'n samenhang te lezen. Hoe gemakkelijk is het nou om zo'n tekst eruit te lichten en te zeggen: hier staat het. Wie in een tong spreekt, sticht zichzelf, punt. Maakt niet uit wáár het in de Bijbel staat. Dit is een hele biblicistische manier van omgaan met de Bijbel; het smijten met losse bijbelteksten. Want als u het in het verband gaat lezen dan gaat het punt 1 helemaal niet over uw persoonlijk gebed. Het gaat over de gemeentelijke samenkomst. Wat u toepast op uw persoonlijk geloofsleven moet uzelf weten maar daar gaat het niet over. In 1 Korinthe 14 gaat het over de gemeentelijke samenkomst. Daar gaat het over iemand die zich richt tot de gemeente en dat doet in een taal die niemand verstaat. En dan zegt Paulus: de enige die daarvan gesticht wordt, dat bent uzelf. Maar de gemeente heeft er niks an want die verstaat geen chinees. Als u dus wilt dat de gemeente opgebouwd wordt en daarvoor en je in de gemeente. Je bent er niet om jezelf op te bouwen. Niet dat dat op zichzelf altijd verkeerd is. Judas schrijft ook dat we, geliefden, dat we onszelf mogen opbouwen op ons allerheiligst geloof dus dat is niet helemaal verwerpelijk maar je bent daar voor elkaar. Dat is het gemeenschap zijn. Als ik een woord richt tot de gemeente dan is dat niet om mezelf te kietelen maar dan is dat tot opbouwing van de gemeente. En dan moet ik óf zelf spreken in een taal die de gemeente verstaat óf wat ik zeg in een tong, want Paulus verbiedt dat niet, maar dan moet het wel vertaald worden zodat de gemeente er wat aan heeft. Want anders wordt niemand gesticht behalve uzelf. We moeten die teksten in hun verband lezen. Als u zegt, ja maar, ik wil het toch graag blijven gebruiken in mijn privé gebedsleven, luister, wie ben ik om u dat te verbieden. Dat moet u helemaal zelf weten. Als u denkt, ik heb een andere uitleg van die tekst, ik geloof dat het er wel op slaat, mijn zegen hebt u. Maar ik denk als je dat zorgvuldig exegetiseert; Paulus heeft het uitsluitend over de gemeentelijke samenkomst en dan is profetie te verkiezen boven tongentaal. Wij kennen vaak in onze samenkomst geen van beide. Noch profetie, noch tongentaal, dat is nog erger. Maar als het moet dan liever profetie want dat verstaat de gemeente. En als het tongentaal is, best, maar dan moet het wel vertaald worden. Als iemand zich tot de gemeente richt natuurlijk, niet als hij zachtjes in tongen voor zichzelf bidt. Dus de tongentaal is op twee manieren, laat ik dat nog ter toelichting vertellen, ook bij wat ik nog meer hier lees, op twee manieren nuttig voor de gemeente. De ervaring leert, ik heb daar geen bijbels voorbeeld van, dat is puur ervaring. Als in de genezingsbediening of op een andere manier waar kracht vrijgezet moet worden, denk ook aan de gaven van werkingen van krachten, als daar kracht vrijgezet moet worden is de ervaring, ik heb dat ook zelf beleefd, dat als in tongen gesproken wordt er veel meer kracht zich openbaart. Waarom dat werkt dat weet ik niet, maar ik ben blij dat ik weet dat het werkt want ik heb het gezien en het is in overeenstemming met wat ik in de Bijbel daarover vind. Tongentaal kan ook gebruikt worden in de aanbidding. Mijn eigen ervaring daarmee is dat ik het nooit doe in mijn privé gebedsleven. Dat is niet om naar u te zeggen dat u het dus fout doet, dat is voor mij, zoals het is. Ik ervaar het meest sterk in de aanbidding in de samenkomst zelf. Ik heb vanavond hier in tongen gebeden, daar hebt u helemaal niks van gemerkt en ten tweede ervaar ik het in de bediening. Als je in tongen bidt, ook bijvoorbeeld als je voor zieken bidt. Dat is zoals ik het zelf beleef maar mijn ervaring is niet persé maatgevend. Maar ik heb u al gezegd, we zouden wel meer Schriftgegevens daarover willen hebben; hoe dat functioneerde in de tijd van Paulus.

6) Hoe komt het dat er onder christenen zoveel onenigheid en soms ruzie ontstaat over de gaven? Omdat christenen nog het vlees in zich hebben en dat niet altijd weten te bedwingen. Zo kunnen wij over de Geest spreken en dat op een zeer vleselijke wijze. Dan zijn we met onszelf in strijd. Speciaal als ik toespraken houd of preek over de Heilige Geest dan bid ik extra: Heer, laat het zijn door de Geest. Want er niks zo erg als te spreken over de Geest en het te doen uit het vlees. Daar zit niemand op te wachten. Daar wordt God niet in geëerd. Je hebt dat altijd nodig, uit de Geest te spreken, maar zeker als je het over de Geest hebt.

7) Als iemand in tongen spreekt is het voor de gemeente. Kunt u dit uitwerken, bijvoorbeeld wanneer er niemand is die tongen kan uitleggen? Nou, in heel veel gemeente gaat dat zo: als iemand zegt: ik heb een boodschap in tongentaal dan meld je je bij één van de oudsten en die vraagt dan, vaak zijn dat één en dezelfde personen; in 1 Korinthe 14 krijg je ook de indruk dat dat vaak door dezelfde personen gebeurt, dan vraagt ie, dit is de boodschap, ken jij de vertaling? Ja, oké. Dan kan én de boodschap én de vertaling in de gemeente worden doorgegeven. In een gemeente waar het allemaal een beetje flexibel toegaat en waar ruimte is voor dat soort spontane inbreng daar functioneert dat prima. Vindt u exegese doen voor een preek onjuist gat in dit perspectief het belang van exegese doen helemaal verloren? O wat heerlijk dat we een vragen bespreking hebben, stel u nou eens voor dat u met de indruk naar huis ging dat het verkeerd is om exegese te doen, schrift uitleg voor de prediking. Luister ik zal u twee erge dingen beschrijven, het ene erge is dat als we alleen exegese krijgen te horen en er is geen boodschap van de Geest. Maar het andere erge is als mensen komen met boodschappen van de Geest en je merkt dat zij hun huiswerk niet gedaan hebben. Dat ze met flodderige schrift uitleg bezig zijn of het uiteindelijk helemaal niet zo belangrijk vinden dan gaat de Geest de voorgang krijgen ten koste van het woord, ik zou bijna zeggen beroepshalve ben ik de eerste om alle nadruk te leggen op goeie en doorgronde exegese. En heel vaak in evangelische kringen schort het daar nog wel eens aan. Het lijkt soms wel erg jammer, daar waar men zo sterk is in exegese en theologie vaak zo weinig van de kracht van de Geest zichtbaar is en dat daar waar zoveel van de kracht van de geest zichtbaar is zo een flodderige exegese theologie beoefend wordt. Kunnen we niet op een of andere manier iets samen doen? Daar zou ik nou echt naar verlangen.

8) Is Vallen in de Geest ook een gave van de geest, hoe ziet u dit, dat is ook zo een onderwerp, ik vraag het wel eens een keer, vanavond niet hoor er wordt vanavond niet gevallen. Maar waar het wel eens gebeurt dan zie je wel eens mensen die het voor het eerst mee maken en die krijgen dan de schrik van hun leven. En dan vraag ik wel eens een keer hebt u het ook wel eens gedacht bij u zelf Heer ik wil alles van u ontvangen als ik maar niet hoef te vallen in de Geest, of als ik maar niet in tongen hoef te spreken. Zo herkenbaar, ik ben zo blij dat ik niet in een Pinkster of charismatische kring ben groot geworden, weet je wel zo een kring waar je van drie vier vijf jaar aan al die mensen ziet vallen en in tongen ziet spreken. Ik heb al die worstelingen zelf moeten doormaken, ik ken dus alle vrezen en angsten die dat zelf beleven, want ik heb er allemaal zelf door heen gegaan. Heerlijk ik ben net weer drie weken in Zuid Afrika geweest. Dus dat was daar heb ik ook een gemeente misschien heb ik u dat ook wel eens verteld, teruggedacht aan die gemeente waar ik voor het eerst heel voorzichtig mijn handjes in de lucht durfde te steken tijdens het zingen. Dat is minder lang gelden dan u denkt. Straks zei iemand ook wat hebben we een hoop tijd verloren wat dat aangaat. Ja maar dat geeft niet dit is Gods tijd, laten we maar genieten van wat Hij nu geeft en nog meer wil geven en niet naar jaren waarin we die dingen niet gekend hebben. En wees nergens bang voor ik kreeg vandaag een mailtje van iemand, ja dat gaat constant door, van iemand die op dit punt allerlei gekke dingen had beleeft. En zo langzamerhand heb ik het gevoel ik sta nergens meer van te kijken, echt waar. Als de Heilige Geest als de kracht zichtbaar wordt dan sta ik nergens meer van te kijken het is soms net ja soms weet ik niet of ik dingen al hier eens gezegd heb want het zijn wel eens dingen die je op verschillende plaatsten zegt, maar soms weet ik niet of het hier was dus als ik dingen dubbel zeg dan moet u het maar vergeven. Maar sommigen mensen willen over de Heilige geest praten ze willen ook wel over de kracht van de Heilige geest theologiseren met elkaar, maar als het gebeurt schrikken ze zich lam, het is iemand die een tien haalt voor zijn tentamen elektriciteitsleer en dan een keer een breinaald in het stopcontact steekt, nou dat is een heel verschil hoor hij had het allemaal in zijn hoofd totdat hij een opdonder kreeg van de eclectische stroom, dan weet je wat het is. Dan weet je wat het is, ik herinner mij dat toen ik de eerste keer dit soort dingen ging beleven dat ik dacht van ooohhhh ik heb mijn hele leven er alleen maar over gepraat, gedacht en geluisterd. Nou zie ik het nou voel ik het nou ervaar ik het. En daar moet je niet bang voor zijn, dit is het dus waar we het al die tijd over hadden. Maar waar we de kracht niet van beleefd hebben en dan kunnen de gekste dingen gebeuren en vallen in de Geest is dan nog het minste maar ik zal u niet verder schrikkerig maken want dit is al eng genoeg. En onmiddellijk komt dan de vraag ja maar het kan ook van de duivel zijn, zie daar komt die weer, angst dat is angst, dat is angst dat is niet het eerste waar je aan denkt. Het is een manier om ons te verstoppen om ons er aan te ontrekken natuurlijk theoretisch is dat mogelijk, maar ik noemde u al drie kenmerken Nb. van iemand als Jonathan Edwards. Reformatorisch prediker, opwekking prediker die ons heel nuchter aan de hand deed luister wij moeten toch allemaal als christenen kunnen onderkennen of iets uit God is of uit de duivel, daar hoef je toch niet bang voor te wezen. Twee vragen waar ik een beetje mee in de maag zit, ik heb al zulke moeilijke dingen vanavond genoemd, die voor een heleboel mensen al schrikachtig zijn en nu zijn er ook nog een paar die willen horen of dit ook voor vrouwen geldt. Het idee dat ik de hele avond zit te praten en dat het voor de helft van het publiek zou zijn, tjonge jonge.

9) Krijgen vrouwen ook een zelfstandige bediening of is die gerelateerd aan die van de man. De reden dat ik aarzel, ja ik haal al zoveel overhoop. En dan ook nog eens over de plaats van de vrouw, hele gemeente zijn daarover gescheurd en aan het worstelen. Ja over vijfentwintig jaar heb je ook vrouwelijke predikanten in de gereformeerde bond maar dat wil u nou nog niet weten, dat wil u nou nog niet weten. Dus dat is een worstelingen, laat ik het simpel zeggen natuurlijk het is voor mannen en het is voor vrouwen in Christus is nog man of vrouw, God maakt daarin geen enkel onderscheid. Er zijn profetessen, Filippus had vier van die dochters thuis, je zou toch maar vier van die dochters hebben die profeteren. Nou dan vraag je het niet meer af of het voor vrouwen is, hij was evangelist en had vier profeterende dochters wauw wat voor een huishouden zou dat geweest zijn, geweldig! Weet u ik zit in een gemeente waar we niet een kerkenraad hebben daar ergens bovenaan en hier wij het gewonen. We hebben waar heel dicht bij elkaar staan daardoor hebben wij een oudste raad die bestaat nog uit mannen uitsluitend, ik denk dat het over tien jaar niet meer zo is. , laat ze het maar niet horen. Maar we hebben daarnaast een pastoraal team, waar mijn vrouw ook in zit en ik denk dat het in elke gemeente een pastoraal team, waarin de vrouwen gerust de meerderheid kunnen hebben want die kunnen dat veel beter in veel gevallen, dat zou een geweldige zeggen zijn. Zolang wij nog denken dat alleen ouderlingen het pastorale werk doen, gaat het niet zo lekker hoor, laat die ouderlingen maar besturen en zorg dat er een pastoraal team is waarin de vrouwen rijkelijk vertegenwoordigd zijn, dat is al iets. Goed ik denk dat ik daarmee wel weer genoeg schokkende dingen heb gezegd.

10) Als je een taak hebt in de gemeente van praktische aard, bijvoorbeeld, dat kan ik niet ontcijferen, dat is wel jammer eigenlijk, ik had eigenlijk wel willen lezen wat daar staat. Bijvoorbeeld koster, o ik heb hem, is dat een bediening? Wis en drie, wis en drie. Het is niet altijd een geestelijke bediening, want ook de koster die zorgt dat wij in een verwarmd gebouw zitten die zorgt dat alles functioneert die er op tijd is om de deuren open te zetten en die zorgt dat er koffie is en nog een heleboel andere belangrijke taken die wij helemaal niet zien, maar ook degen die de ouden van dagen zondag 's morgens naar de kerk rijden. Zijn zoveel praktische taken al die mensen die anoniem zijn die wij vaak helemaal niet zien die de gebouwen schoon houden, is allemaal tot opbouwingen van de plaatselijke gemeente. Als u een praktische bediening hebt, minacht uzelf niet daarom, denk niet dat u van tweede rang bent omdat u een mindere bediening hebt, al die bedieningen, goed ik spreek mijzelf een beetje tegen want ze zijn niet direct te relateren aan die vijf bedieningen van Efeze 4; maar praktische bedieningen zijn ook tot opbouw van de gemeente. En wij hebben in onze gemeente de gewoonte dat merk ik nou bij onze nieuwe oudste raad om af en toe eens iemand in het zonnetje te zetten en vooraan in de samenkomst naar voren te halen en ze een bloemetje te geven, juist die mensen die heel veel werk op de achtergrond doen, kijk de aard van mijn bediening is dat ik altijd op de voorgrond sta kan ik ook niet helpen, dat is de aard van de bediening. Bij een koster is het zo dat die meestal op de achtergrond is, daarom geven ze mij ook nooit een bloemetje, asjeblieft ik val al genoeg op maar die mensen die in stilte al dat praktische werk doen. Die mensen die dit gebouw schoon houden regelmatig, waar niemand van weet misschien, die zou je naar voren moeten halen. Al die bedieningen samen zijn nodig om een gemeente te laten functioneren.

11) Hoe zit het met het ontvangen van gaven van ongelovigen, daar heb je nou, ik denk dat ik de vraag in zoverre moet begrijpen, ongelovigen ontvangen ook diezelfde natuurlijke gaven, hebben ook de gaven welsprekendheid of juist niet, van muzikale gaven of juist niet. Een heleboel praktische gaven hebben zij ook, dat zijn natuurlijke gaven, die zijn niet alleen voor gelovigen maar ook voor ongelovigen. Maar zij ontvangen nooit een woord van wijsheid, of van kennis, zij profeteren niet, zij hebben geen gaven van genezing en werking van krachten enz. al die dingen niet, want dat zijn gaven van de geest. Je hebt bepaalde situaties van uitzonderingen, Bileam is ook zo een uitzondering, een valse profeet, hoewel we van hem geen enkele valse profetie lezen in de bijbel, hij heeft alleen maar ware profetie uitgesproken, toch was hij een valse profeet. Judas is net als de andere discipelen ook erop uit gestuurd en je mag zelfs aan nemen dat door hem ook wonderen zijn gebeurd. Daar wordt niet een uitzondering voor gemaakt, hij viel niet op dat zoor hem niets gebeurde. Er zijn uitzonderingen die de regel bevestigen dat in een bediening soms, misschien is dat ook de verklaring voor wat ik zei uit Mattheus 7, dat er mensen zijn die demonen hebben uitgedreven terwijl zij niet van Christus waren, zoals uiteindelijk judas door de mand viel en Bileam.

12) Ja nu krijgen we mondelinge vragen en daardoor wordt de avond nog langer dat is hun schuld hoor. Nou hebben we het al over de geestes gaven gehad, over de plaats van de vrouw en nu ook nog over de vraag of de gelovige van hun geloof kunnen afvallen, weet u dat daar ook weer hevige verschillen van mening over zijn? Dat weet u en toch zegt u het. Ik weet niet of we het daar mee in verband moet brengen, Judas is niet iemand die van zijn geloof zo is afgevallen. De Here Jezus heeft van begin af aan gezegd Johannes 6 heb ik niet u de twaalven uitverkoren, een van u is een duivel, hij wist wie hij was, hij was de zoon des verderfs. Dus afval laten we dat er maar buiten laten dat maakt het alleen nog maar moeilijker. Maar je hebt wel mensen die een tijd lang mee lopen, ze vallen er uitwendig af maar inwendig hebben ze er nooit deel van uitgemaakt, ze hebben er nooit echt bij gehoord. Maar we lezen wel in Hebreeen 6 dat ze deelgenoot zijn van de Heilige geest, ze zijn geweest op het terrein van de Heilige geest werkzaam is. En af en toe hebben zij er ook een tik van meegekregen, maar dat zijn uitzonderlijke situaties vandaar dat normaal ik de vraag zo beantwoord dat het alleen over natuurlijke gaven gaat.

13) Hoe staat u tegenover gaventesten in boeken en op internet?; Iedereen zou dan alle gaven in zijn gereedschapskist hebben. Ja, gaventesten die testen vooral natuurlijke bekwaamheden. Daarom zijn ze erg misleidend. Ze zijn niet gevaarlijk, ze zijn niet verkeerd maar op een bepaald punt zijn ze misleidend. Er zijn nog een heleboel andere bezwaren tegen aan te voeren. Ze hebben ook hun goeie kanten. Ze kunnen mensen toch helpen om zich een beetje bewust te worden van dingen die ze kunnen. Maar dat zijn natuurlijke talenten. Een ongelovige zou die gaventest net zo kunnen invullen. En zou die ook allerlei natuurlijke talenten ontdekken. Bijvoorbeeld er staat: luistert u graag naar mensen en storten mensen graag hun hart bij u uit? Hé, dan kon u wel eens een pastorale gave hebben. Ja, maar een ongelovige had precies datzelfde kunnen invullen en die zou dan ook de natuurlijke luisterbekwaamheid aan de dag hebben gelegd en die zou ook iemand kunnen zijn waar mensen graag hun hart uitstorten. Wat heb je dan zitten testen? Niet de geestesgaven want die geestesgaven die heb je niet blijvend in bezit. Die ontvang je als je het nodig hebt. Je hebt alleen maar natuurlijke gaven zitten testen. Is dat waardeloos, nee hoor, kan best nuttig zijn maar meer heb je ook niet gedaan dan natuurlijke gaven te testen.

14) Een terugkerend thema van u dat is niet bidden om genezing maar proclameren dat God geneest. Goed voorbeeld. Petrus komt in de gevangenis. Het zou Ouweneliaans geweest zijn als de gemeente vrijheid had uitgeroepen over de gevangen Petrus en gebondenheid van de duivelse machten die Petrus de mond wilden snoeren. En is die proclamatie niet maar toch een voortdurend gebed. Is dat ongeloof van de gemeente of beperkte die proclamatie zich alleen tot ziekte? Ik denk dat er dit misverstand achter zit. Elke dag bid ik voor een aantal zieken en ik denk dat u dat ook doet. Ik zeg niet dat je niet voor zieken moet bidden. We lezen van de oudsten in Jakobus 5: 15, het gelovig gebed van de oudsten zal de zieke gezond maken. Wij bidden elke dag voor zieken vooral voor mensen die ver weg zijn of die niet elke dag in onze omgeving zijn. Voor zieke mensen in de gemeente. En ik zal ook niet zeggen als een zieke tot mij komt en die vraagt om voorbede dan begin ik in gebed. Ik breng die zieke bij de Heere. Maar daar komt een moment, zo heeft de Here Jezus het gedaan, zo heeft de apostel het gedaan, dat ze over die ziekte geproclameerd hebben: wees genezen in de naam van de Here Jezus. Maar als het op een afstand is dan doe je voorbede voor de zieke. Anders zouden er geen zieken meer over mogen blijven in de hele wereld; Wij zouden over iedereen proclameren dichtbij of ver weg. Maar zo is het niet. Het was zéér gepast dat de gemeente bij elkaar kwam om te bidden. Waarbij ik nog wel eventjes dit moet vragen aan u: wat hebben ze eigenlijk gebeden? Dacht u dat die gemeente gebeden had: Heer, wij proclameren dat hij in de vrijheid gezet wordt. Geen sprake van. Weet u wat ze gebeden hebben? Heer, wilt u hem genade geven om morgen de marteldood te sterven. Hoezo, zegt u, dat staat er toch helemaal niet bij? Jawel, let maar op. Als Petrus voor de deur staat dan zeggen ze: dat bestaat niet, dat kan niet. Wat hebben die mensen dan de hele avond zitten bidden, mag ik u dat even vragen? Wat hebben ze dan de hele avond zitten bidden? Heb ik het hier verteld de vorige keer, Smith Wigglesworth die dacht ook: ik zal een broeder meenemen om een doodzieke zuster op te richten. En hij kwam bij die zuster en die broeder begon te bidden en die bidt: Heer, wilt U haar genade geven om een goed, zalig uiteinde en haar man en kinderen zegenen als ze straks alleen moeten achterblijven. En die dacht: waarom heb ik die broeder meegenomen, zeg? Waarvoor heb ik die man meegenomen? Dat is niet de bedoeling. Nou, toen deed hij het zelf maar en die zuster werd radicaal genezen. Die gemeente heeft de hele avond zitten bidden om genade voor deze arme Petrus die nou net als Jakobus de marteldood zou sterven. Als zij gebeden hadden, als zij geproclameerd hadden, als zij op afstand gebeden hadden om bevrijding of geproclameerd hadden, maakt niet uit wat, dan hadden ze gezegd van hé, staat ie nou nog niet voor de deur? Ga eens kijken want hij moet er toch zo langzamerhand wel zijn. Nee. Net zo passief baden zij als heel veel christenen vandaag ook. Heel veel christenen vandaag ook. Pas geleden, niet zo heel erg ver hier vandaan is een vrij jonge vrouw, moederen van kinderen overleden die weigerde om in een genezingsbediening te gaan. Daar heeft ze haar eigen redenen voor, daar val ik niet over. Ik bedoel dat niet als verwijt. En ze zei, ik wil alleen maar dat jullie bidden voor genade om te sterven. Nou kan het zijn dat de Heer haar heel duidelijk heeft gemaakt dat ze zou sterven en dan moet je ook niet om genezing gaan bidden. De zieke zelf weet dat vaak het beste. Jan Zijlstra zegt, als ik in het ziekenhuis kom bij iemand die doodziek is dan bid ik niet om genezing, dan zeg ik: wat wordt het? En als zo iemand zegt: ik ga naar de Heer, dan zegt hij, ga ik bidden dat zo iemand een goed sterfbed mag hebben. Je moet ook de Heer niet voor de voeten lopen. Je moet ook mensen de gelegenheid geven, van Elisa lezen we dat hij ziek was aan de ziekte waaraan hij zou sterven. Zo had God het beschikt, 2 Koningen 13. Zo had God het beschikt. Dan moeten wij er niet tussendoor zitten te roepen om iemand te genezen. Maar in een heleboel andere gevallen, zou God iemand willen genezen maar er is niemand die er om vraagt. In Ezechiël 22 zegt God: Ik zou het oordeel over het volk moeten brengen maar Ik wil het eigenlijk liever niet. Maar ja, er is niemand die vraagt of Ik het niet wil doen dus Ik moet het wel doen. Want er is geen voorbidder. God maakt zich afhankelijk van voorbidders. Het mooiste zie je dat in Ezechiël 22. God zegt: er is niemand die voor het volk in de bres springt dus moet Ik het oordeel wel brengen. Want als er zo'n voorbidder wel was, denk maar aan Mozes, dan had Ik het oordeel weg kunnen nemen. Er zijn zoveel zieken die hadden kunnen genezen als er mensen waren geweest die die genezing hadden geclaimd in de naam van de Here Jezus Christus.

15) Ten slotte: Hoe mooi de charismata ook zijn, er is ook het gevaar dat het spectaculaire mensen in het middelpunt plaatst en niet Christus uit wie de vrucht gevonden wordt. Ook christenen moeten ootmoed blijven leren. Was niet juist de vrucht bij Petrus het grootst, die had leren bitter wenen vanwege zijn schandelijke verloochening. Als ik zwak ben dan ben ik toch machtig. Graag een reactie. Ja, dat zijn toch wel verschillende dingen die hier eventjes bij elkaar gevoegd worden. In de eerste plaats, ik heb straks al gezegd, die vijf bedieningen die staan per definitie, die vijf in Efeze 4, in het middelpunt. Daar kun je niks aan doen. Dat is bij u in de kerk trouwens net zo. Daar staat ook de dominee op de preekstoel en in een evangelische gemeente staat hij achter een lessenaar maar die staat nou eenmaal in het middelpunt. Dat is de aard van zijn ambt, van zijn bediening. Je kunt daar hoogmoedig van worden maar dat kun je ook als je een eenvoudige broeder of zuster op de achterste rij bent die nooit opvalt. Hoogmoed is iets wat zit in ons aller hart. Daar hoef je niet persé in een hoge positie voor te zijn hoewel daar de gevaren zeker groot zijn. Dus we moeten in dat opzicht altijd leren ootmoedig te zijn. Ootmoedig helpt ons, weet u wat helpt om ootmoedig te worden? Als je beseft, dat is maar een voorbeeld maar dat hangt samen met het onderwerp van vanavond, als je beseft: ik kan het met mijn natuurlijke gaven niet. Als de kerkenraad dat doet, wij kunnen dat op basis van onze ervaring en routine, en onze natuurlijke leidersgave; dat maakt hoogmoedig. Als je denkt: wij kunnen dat met onze natuurlijke gaven, met ons gezond verstand en met onze aangeboren wijsheid en inzicht; dat maakt hoogmoedig. De Geestesgaven, de tekenen, een voortdurende oefening in afhankelijkheid. Voortdurend zeg je daarmee: Here, wij hebben het niet in ons, we moeten het van U ontvangen. Op dit moment hebben wij U nodig, we hebben deze gave nodig, je hoeft het niet eens te specificeren, Hij weet beter wat je nodig hebt dan jezelf, we hebben dit en dat en dat en dat nodig, wilt U het ons schenken. Juist het oefenen van de Geestesgaven zou ons ootmoedig maken omdat het ons voortdurend eraan herinnert dat we het met onze natuurlijke bekwaamheden niet redden. Als je een afgestudeerde academicus bent en je hebt de hele Schrift leren exegetiseren, heb je geen enkele reden tot hoogmoed want zo gauw je op de kansel staat, moet je het woord van God brengen en dat houd je altijd klein en altijd nederig als het goed is. Want je aangeleerde wijsheid die helpt je om je preek voortebereiden en die helpt je überhaupt om goed met de Schrift om te gaan. Daarvoor is het allemaal erg nuttig geweest maar voor de rest kun je alleen maar in diepe ootmoed zeggen: Heer, hier ben ik; U weet wat de gemeente nodig heeft; geeft U de rechte woorden. Al heb ik tien keer over het onderwerp "Geestesgaven" gesproken in de laatste drie jaar, ik weet niet hoeveel keer het geweest is, het is vanavond heel anders gegaan dan andere avonden. Er zijn wel allemaal elementen die terugkomen maar ik wil zeggen: Heer, alstublieft, maak me duidelijk hoe ik het vanavond hier in Waddinxveen moet zeggen. En ik zeg dat nou niet om te laten zien, anders gaan mensen weer verkeerde conclusies trekken hoe hoogmoedig ik ben, daar gaat het niet om, maar ik ga zeggen: het werken met de Geestesgaven houdt de mens per definitie ootmoedig want constant betekent het: je hebt het niet, je moet het ontvangen. Hier en nu door de kracht van Gods Geest. Het werken door Gods Geest betekent: het nooit hebben. Het nieuwe leven van de wedergeboorte dat hebt u. Dat zit in u, dat kan niemand van u afnemen, geen afval der heiligen, dat leven zit er in, dat hebt u. Alleen het heeft geen kracht. Het is leven maar het heeft geen kracht. Wat dat betreft zijn we als pasgeboren babies. Wel leven, geen kracht. Die kracht komt van de Heilige Geest, die woont wel in u, maar die kracht moet u constant geschonken worden. Dat maakt per definitie, als het goed is, afhankelijk en ootmoedig. Maar het tweede punt in de vraag, dat is weer heel wat anders; dat leren wenen over je zonden dat is een ander probleem. Daar ging het bij Petrus over. En als ik zwak ben dan ben ik toch sterk daar gaat het weer over een ander probleem namelijk in 2 Korinthe 12 over die doorn in het vlees. Dus hier worden even drie verschillende dingen in twee regels bij elkaar gezet die heel wat anders zijn. Leren wenen over je zonden is één ding. Zwak zijn door een doorn in het vlees, wat het ook moge zijn, en dan vertrouwen op de kracht van de Heer is een tweede ding. Leven uit de kracht van de Geest omdat je het met je natuurlijke gaven niet redt, is weer wat anders. Het zijn drie verschillende dingen. Alle drie moeten we leren trouwens en je kunt er nog een heleboel dingen bij noemen.

Nou op één of andere wijze is er een geheimzinnige wet die zegt dat deze avonden altijd exact tot half elf duren. Ik zat wel eens te denken: als we nou eens een paar liedjes minder zongen maar dat vind ik nou ook weer jammer. Ze doen het zo lekker enthousiast. En weet u, ik vind het eigenlijk een belangrijk onderdeel. En niet een liedje vooraf, dan de preek en dan een liedje achteraf. Ik vind het een belangrijk onderdeel. Vinden jullie het erg dat het tot half elf duurt? Wie wel? Jullie hebben gewonnen. God zegene u allen.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?