Hart voor Waddinxveen


(8) Lezing gehouden op 14 mei 2010 over "De onrechtvaardige landlieden" door Willem J. Ouweneel in de Ontmoetingskerk in Waddinxveen Afdrukken E-mailadres
zaterdag, 02 oktober 2010 12:35

Wij gaan vanavond lezen uit Lukas hoofdstuk 20. De gelijkenis van de onrechtvaardige pachters zoals het hier in de NBG-vertaling staat. Lukas 20 vanaf vers 9: "Jezus begon tot het volk deze gelijkenis te spreken. Iemand plantte een wijngaard en hij verhuurde die aan pachters en ging geruime tijd buitens lands. En toen het de tijd was zond hij een slaaf tot de pachters opdat zij hem van de vrucht van de wijngaard zouden geven. Maar de pachters sloegen hem en zonden hem met lege handen weg. Maar hij ging voort en zond een andere slaaf. Zij sloegen ook die, behandelden hem smadelijk en zonden hem met lege handen weg. En hij ging voort en zond een derde. Zij verwondden ook die en wierpen hem buiten de wijngaard. Toen zei de heer van de wijngaard: "wat moet ik doen? Ik zal mijn geliefde zoon zenden; die zullen zij wel ontzien." Maar toen de pachters hem zagen overlegden zij met elkander en zeiden: "dit is de erfgenaam. Laten we hem doden opdat de erfenis voor ons zij." En zij wierpen hem buiten de wijngaard en doodden hem. Wat zal dan de heer van de wijngaard met hen doen? Hij zal komen en die pachters ombrengen en die wijngaard aan anderen geven. Maar toen zij dat hoorden zeiden zij: "Dat nooit". Maar hij zag hen aan en zei: "Wat betekent dan dit dat er geschreven is: de steen die de bouwlieden afgekeurd hadden, deze is tot een hoeksteen geworden? En ieder die op die steen valt, zal verpletterd worden en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen. En de schriftgeleerden en overpriesters trachtten op hetzelfde ogenblik de hand aan hem te slaan maar zij vreesden het volk want zij begrepen dat Hij deze gelijkenis met het oog op hen gesproken had." Tot zover lezen we uit het Woord van God.

 

Ik ga u iets over het Lukasevangelie vertellen wat ik nog geen enkele avond heb genoemd en dat was omdat dat ook niet direct zo aan de orde kwam. En dat is dat dit een echt tempelevangelie is. Ik weet niet of het u ooit is opgevallen maar dit evangelie begint met een tempelscène en het eindigt met een tempelscène. En tussen die twee taferelen is een groot verschil. Het Lukasevangelie begint met een priester in de tempel die met stomheid geslagen wordt vanwege zijn ongeloof. Het evangelie, u kunt dat lezen in het slot van Lukas 24 eindigt met een jubelende menigte van discipelen in diezelfde tempel. Ongeloof tegenover geloof; stilzwijgen tegenover jubelen. Daar tussenin ligt dit hele evangelie. En regelmatig komt die tempel ter sprake maar hier wel heel in het bijzonder. Dat begint al in hoofdstuk 19 vers 45 als de Here Jezus in Jeruzalem is aangekomen dan lezen we in die laatste verzen van Lukas 19 over de tempelreiniging. En Hij zegt van die tempel: Mijn huis zal een bedehuis zijn. Vers 46: "Maar Gij hebt het tot een rovershol gemaakt". Dit is wat het huis van God is. Het is een huis van gebed. Ook zo zou je het kunnen zeggen: het begint, dit evangelie met een priester die wil bidden maar wiens mond gesnoerd is. Aan het einde vinden wij die biddende discipelen. Het gebed speelt ook een grote rol in dit evangelie. Bij allerlei gelegenheden horen we dat de Here Jezus in gebed is waar je dat in andere evangeliën niet hoort. Bijvoorbeeld bij Zijn doop in de Jordaan. Bijvoorbeeld bij de verheerlijking op de berg. Bijvoorbeeld als Hij Zijn discipelen gaat uitkiezen. Heel bijzonder. Hij kende het heiligdom. Hij kende de heilige, afgesloten gemeenschap met Zijn Vader in de hemel, gekenmerkt door gebed en door heiligheid. Als de Here Jezus dan ook hier in de tempel onderwijs gaat geven en dat vindt u in Lukas 20 en nog een klein stuk of eigenlijk in heel hoofdstuk 21 ook maar dat is dan de rede over de laatste dingen en hoofdstuk 21 opent met het penningske der weduwe. Maar als ik me beperk tot Lukas 20 dan vindt u daar vijf heel bijzondere onderwijzingen van de Here Jezus. Tempelonderwijs is dat. Gekenmerkt door de heiligheid van die plaats. Een heiligheid die Hij wil overdragen op Zijn volgelingen. Het eerste is, ik ga dat maar heel kort noemen want anders zou ik daar veel te lang over uitweiden maar in vers 1-8 gaat het over de vraag of je het gezag van Jezus kunt onderscheiden ja of nee. Dat betekent ten diepste ook of je de Here Jezus kunt herkennen in Wie Hij werkelijk is. Als je dat kunt, stel je niet meer de vraag van de geestelijke leiders: op welk gezag doet U deze dingen?, want dan weet je dat. Maar daarvoor moet je gezag kunnen beoordelen en dat konden ze niet. Dat bleek wel uit het feit dat ze Johannes de Doper hadden afgewezen. De tweede les is de gelijkenis die wij hebben gelezen en daar kom ik dus direct op terug. De derde les vindt u in vers 20-26: Geef dan de keizer wat des keizers is. Dat wil zeggen de munt waar zijn beeltenis op staat en geef aan God wat van God is. Dat is datgene waar Zijn beeltenis op staat. Elk mens is een mens op wie het beeltenis van God is afgedrukt. We zijn naar het beeld van God geschapen. Daarom heeft elk mens de verantwoordelijkheid om te geven wat van God is en er is niets groters dat je aan God kunt geven dan jezelf. Jammer, kan ik weer niet over uitweiden. De vierde les daar worden de gelovigen voorgesteld als kinderen, staat hier, ik zeg liever zonen van de Opstanding. Zonen van God, vers 36, omdat zij zonen van de Opstanding zijn. Als zodanig zijn zij verbonden met de opgestane Heer. Zonen van God in een heel nieuw karakter. Niet zoals Israël, waarvan Deuteronomium 14:1 ook zegt dat het zonen van de Here God waren. De engelen worden zonen Gods genoemd. Wij zijn zonen op een heel bijzondere, nieuwe wijze als verbonden met Christus in Zijn opstanding. En ten slotte het vijfde onderwijs vanaf vers 41; daar gaat het over de Here Jezus die niet alleen Davids Zoon is maar Davids Heer. Het grootste en het moeilijkste van alles, zeker voor de geestelijke leiders van Israël. Jezus in Zijn Heer-zijn erkennen, herkennen eerst en dan erkennen. Vijf lessen: Jezus kunnen herkennen, vruchtdragen, Gods beeld dragen, zonen van de Opstanding, Jezus heerschappij.

Nou we beperken ons vanavond tot die ene, dat is een echte gelijkenis. De gelijkenis van de onrechtvaardige pachters. Nu moet ik u erbij vertellen dat er nogal een groot verschil is tussen Mattheüs en Lukas. Dat heb ik ook maar af en toe vermeld, bijvoorbeeld de vorige keer – er is een groot verschil tussen de gelijkenis van de talenten in Mattheüs en de gelijkenis van de ponden in Lukas. En als je nu deze gelijkenis leest, die je ook in Mattheüs vindt. Dat geldt lang niet voor alle gelijkenissen in Lukas. De meeste zijn typerend voor Lukas maar deze vind je ook in Mattheüs 21 en trouwens ook in Markus 12 en er is een behoorlijk verschil. Mattheüs gaat het er vooral om het koninkrijk van God voor te stellen, te laten zien dat dat koninkrijk van karakter verandert. Dat is doordat Israël zijn Messias heeft afgewezen, althans de grote massa van hen. De gelijkenis van de onrechtvaardige pachters maakt daar duidelijk dat dat koninkrijk wordt weggenomen van Israël en gegeven aan een ander volk. Even tussen haakjes, daar ga ik niet over uitweiden, heel veel mensen denken: de gemeente en Israël dat is één en hetzelfde volk. Wij zijn het geestelijk Israël, wij zijn ingeënt op Israël. Ik kan daarvan niets in de Bijbel terugvinden. De olijfboom is niet Israël maar dat is de boom van de belofte van Abraham, Izaäk en Jacob waar Israël op ingeënt was en wij op ingeënt zijn. Wij zijn niet het geestelijk Israël. Wij zijn zoals Mattheüs 21 zegt: een ander volk. Israël is volk van God. De gemeente is volk van God. Daar zie je dat wat God eerst aan Israël had toevertrouwd, nu toevertrouwt aan de gemeente om straks weer de draad met Israël op te pakken. Daar is Hij vandaag trouwens al mee bezig maar dat is een ander verhaal. Ik wijd ook daarover niet uit want het gaat me om het verschil te laten zien in Lukas. In Lukas vind je dat aspect niet. Daar vind je ook niet die uitdrukking dat het koninkrijk gegeven of de wijngaard wordt gegeven aan een ander volk. Hier staat alleen maar kortweg: als jullie niet trouw zijn dan wordt de wijngaard gegeven aan anderen. Hier gaat het niet om de wisseling van Israël naar de kerk, hier gaat het om een moreel principe dat in alle tijden geldig is. In de hele kerkgeschiedenis tot op de dag van vandaag. Als jij niet trouw bent in jouw wijngaard dan wordt die wijngaard aan anderen toevertrouwd. Of als jullie, van die gemeente waartoe jullie behoren, niet trouw zijn dan gaat de fakkel over van jullie gemeente naar een andere gemeente. Dat komt straks allemaal aan de orde. Maar hier is het dus een algemeen moreel principe van een veel wijdere betekenis en voor ons daarom ook heel praktisch. Dat andere is het ook maar nu hebben we het over Lukas. En in die zin willen wij proberen deze gelijkenis te verstaan. En daarbij moet u eerst de sleutel begrijpen en dat is: waarvan spreekt een wijngaard? Dat is heel essentieel. Waar gaat het over als de Here Jezus dat beeld gebruikt? Nu, ik denk dat elke Israëliet in die dagen dat onmiddellijk wist. Dit was namelijk een heel bekend beeld uit het Oude Testament en wel uit Jesaja 5. In mijn NBG-vertaling staat dat ook onder aangegeven en in menige vertaling, Statenvertaling geeft dat al direct in de tekst en let u eens op de woorden van Jesaja 5 waar de Here Jezus rechtstreeks op zinspeelt. "Ik wil", zegt daar de Here God, "van Mijn geliefde zingen. Het lied van Mijn beminde over Zijn wijngaard. Mijn geliefde had een wijngaard op een vruchtbare heuvel> Hij spitte hem om, zuiverde hem van stenen, beplantte hem met edele wijnstokken, bouwde daarin een toren en hieuw ook een perskuip daarin uit en hij verwachtte dat de wijngaard goede druiven zou voortbrengen maar hij bracht wilde druiven voort. Nu dan inwoners van Jeruzalem en mannen van Juda, spreek toch recht tussen Mij en Mijn wijngaard. Wat was er nog meer aan Mijn wijngaard te doen wat Ik er niet aan gedaan heb? Waarom verwachtte Ik dat hij goede druiven zou voortbrengen en bracht hij wilde druiven voort? " Er is een groot verschil tussen Jesaja 5 en Lukas 20. Hier gaat het erom dat Israël zelf de wijnstokken is en dat als die wijngaard dus geen vrucht voortbrengt, - hier is helemaal geen sprake van pachters, van landlieden die verantwoordelijkheid dragen voor die wijngaard -, hier worden de wijnstokken als het ware zelf aangesproken en zegt God tot hen: "Waarom hebben jullie geen goede druiven voortgebracht?" Terwijl in Lukas 20 het meer gaat om de verantwoordelijkheid van de pachters die die vrucht van de wijnstok moesten afdragen aan de eigenaar van die wijngaard. Maar afgezien van dat verschil, het principe is hetzelfde. Als God een volk uitverkiest of je nu denkt aan Israël of aan de gemeente en je kunt het zelfs individueel toepassen op elk van ons dan heeft dat het karakter van een wijngaard. Als God een wijngaard plant, dan doet Hij dat in de hoop, zoals het hier ook in beide gevallen staat, Jesaja 5-Lukas 20, dan doet God dat in de hoop dat daar goede druiven uit voortkomen. Het gaat hier om het principe van het vruchtdragen. Er zijn vele antwoorden op de vraag: waarvoor zijn wij een christen geworden? En veel christenen zouden zeggen: dat is om uiteindelijk naar de hemel te gaan en dat is een mooi antwoord. Al die antwoorden die ik ga noemen zijn op zichzelf mooi en juist. Maar ze hebben wel vaak, als je niet meer weet te noemen, iets eenzijdigs aan zich. Wij zijn hier op de aarde, zoals sommige evangelische mensen zeggen, gered om te redden. Alsof het hoogste doel is als je gered bent om nu ook andere mensen te redden. Daar zit wel wat in maar het is toch ook wel een heel beperkte visie op wat een christen eigenlijk is. Er zijn nog veel meer definities te noemen maar vanavond vestig ik uw aandacht op een heel bijzondere. God heeft ons tot nieuwe mensen gemaakt. Een nieuwe schepping opdat wij zouden vruchtdragen voor Hem. Goede vruchten zouden voortbrengen. Nu heb je allerlei vruchten. Ook in het Nieuwe Testament wordt dat beeld van het vruchtdragen vele malen gebruikt. En die moet u wel uit elkaar houden. In de Hebreeënbrief en in Jacobus is sprake van de vrucht der gerechtigheid. Dan denk ik graag aan de vijgeboom. Het gaat hier over de wijnstok maar bij de vrucht der gerechtigheid denk ik aan de vijgeboom. Dat hangt vooral samen met Jeremia 24 over de goede en de slechte vijgen, daar wijd ik nu niet over uit. Je hebt in Romeinen 6 sprake van de vrucht der heiligheid of der heiliging. Dan denk ik graag aan de granaatappelboom. Aan het kleed van de hogepriester waren klokjes en granaatappels. En als hij het heiligdom binnenging, dat was de enige vrucht die ooit het heiligdom van binnen zag. Dat waren deze granaatappels aangebracht aan het gewaad van de hogepriester. Daar denk ik aan bij de vrucht der heiligheid of de heiliging. Als we lezen in Galaten 5 over de vrucht van de Geest dan denk ik graag aan de olijfboom want de olie wordt gestoten uit olijven en olijfolie is een beeld van de Heilige Geest. Zoals je in het Oude Testament gezalfd werd met olijfolie, zo word je in het Nieuwe Testament gezalfd met de Geest. Dus de vrucht van de Geest dan denk ik aan de olijfboom. Als we het vanavond over een wijngaard hebben dan moet je dat dus niet verwarren met de vrucht der gerechtigheid, de vrucht van de heiliging en de vrucht van de Geest. Dit is nog weer een vierde vrucht. Het Beloofde Land brengt vele goede vruchten voort. Waarvan spreekt ons de druif? In Richteren 9 geeft Jothan, een van de zonen van Gideon, een prachtig antwoord. De wijnstok en de wijn is dat wat het hart van God en mensen verheugt. En in Psalm 104 zegt de psalmist: de wijn verheugt het hart van de mensen. Maar in Richteren 9 staat er dus ook bij: de wijn verheugt God. Ik denk dat dat de diepere zin is waarom God in de tempel in de tabernakel vroeg om plengoffers. Dat was wijn die uitgegoten werd voor het aangezicht van God. Geplengd werd die wijn voor Gods aangezicht. In Deuteronomium 14 lezen we dat Israël één keer in de drie jaar een extra 10% opbrengen en dat moesten ze thuis te gelde maken en dan met dat geld naar het heiligdom komen en één van de dingen die ze daarvan moesten kopen was wijn. Dat zijn van die passages die bijna niemand kent. En dan moesten in het heiligdom voor Gods aangezicht wijn drinken en zich verheugen met hun hele gezin. Van het Loofhuttenfeest lezen we driemaal in de schrift: gij zult u verheugen. Met uw hele gezin, met alles wat bij u hoort, het is het feest van de vreugde. Van het pinksterfeest staat het één keer, van het paasfeest staat het geen één keer geschreven, maar van het Loofhuttenfeest ... dat is ook het grote feest van de wijnoogst en de olijvenoogst, maar in dit verband vooral van de wijnoogst ... staat 'gij zult u verheugen'. En lieve mensen, het is zo bijzonder als je eraan denkt dat God een volk voor zijn aangezicht afzondert, roept, om daar vreugde aan te beleven. En daar leg ik nou eens vanavond grote nadruk op. Zoals bij al deze vruchten die ik genoemd heb, is de Here Jezus het grote voorbeeld. Hij was de rechtvaardige, Hij is de vrucht van de rechtvaardigheid. Hij wordt de heilige genoemd, Hij bracht de vrucht der heiliging voort. Hij was gezalfd met de Heilige Geest, Hij bracht de vrucht van de Geest voort. Maar bovenal: wat is Hij een vreugde geweest voor het hart van de Vader. Tweemaal lezen we dat in de evangeliën: deze is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb gevonden. En in 2 Petrus wordt het door Petrus nog eens geciteerd, dat God dat gezegd heeft. Dit is Mijn Geliefde Zoon, aan Wie Ik vreugde beleef. De Here Jezus zegt in Johannes 4: Mijn spijze is dat Ik de wil doe van Hem die Mij gezonden heeft. En in Johannes 8 zegt Hij: Ik doe altijd wat Hem welbehaaglijk is, dat is de wijnstok. Of Hij zegt in Johannes 15: Ik ben de ware wijnstok. Dan is dat niet zomaar een aardig beeld om aan te geven dat wij ranken zijn, maar dan gaat het erom dat in Hem dat grote verlangen vervuld wordt. God schept mensen, opdat ze een vreugde zijn voor Zijn hart. En in de Here Jezus is de mens bij uitstek, de Zoon des mensen, zien we dat op het allerhoogst. Hier was er één waaraan God volmaakte heeft beleefd. Alles wat Hij deed, wat Hij zei, wat Hij dacht, was een vreugde voor het hart van de Vader. De Here Jezus spreekt dat Zelf uit. Ik doe altijd wat Hem vreugde geeft. Dat betekent: Ik doe altijd wat Hem welbehaaglijk is. De Vader heeft vreugde beleefd aan Hem, tot het einde toe. En als de Here Jezus ons de Geest zendt met pinksteren, dan spreekt Paulus in Romeinen 14:17 over blijdschap in de Heilige Geest. Eén van de bijzondere kenmerken van de Heilige Geest is vreugde. Er lopen in deze wereld al genoeg christenen rond met lange gezichten en sombere blikken, met sombere kleding. Ze hebben daar ook een tekst voor: ik ga in het zwart vanwege des vijands onderdrukking. Als ze lachen is dat eigenlijk maar weinig omdat ze vreugde in hun hart hebben voor de Here God. Als het over geestelijke dingen gaat, trekken ze onmiddellijk een ernstig gezicht. Ik heb dat ook bij evangelische mensen meegemaakt hoor. Veel plezier op een verjaardag en zo gauw iemand een geestelijk onderwerp aansnijdt verstrakken de gezichten, want nu wordt het ernstig. Nu moeten we over ernstige dingen praten. God zegt: Ik heb jullie gemaakt tot een volk waaraan Ik vreugde wil beleven. Te veel christenen lijken gedoopt te zijn in citroensap. Zulke sombere gezichten, zulke tragische gelaatstrekken. Wij zijn gemaakt voor de vreugde, niet voor onszelf. Het gaat er niet om dat wij vreugde hebben onder elkaar. Dat mag trouwens ook best en er zijn mogelijkheden genoeg en middelen genoeg om vreugde met elkaar te beleven. Echt vreugde in de Here God. We verheugen ons in de Heer. Dat is een woord uit het Oude Testament, maar ook uit het Nieuwe Testament. Verblijdt u in de Heer, zegt Paulus. Wederom zeg ik u: verblijdt u! En de Vader vindt dat heerlijk. Niet alleen dat wij ons verblijden, maar als Hij zich kan verblijden over ons. En daarbij gaat het er niet om hoeveel u doet voor Hem en hoeveel u zegt over Hem. Het gaat er vooral over wat u bent. U bent geroepen druif te zijn. Niet het meest grote compliment als iemand tegen je zegt dat je een druif bent. Als je geroepen bent druif te zijn, dan hoef je geen lawaai te maken, geen herrie. Je hoeft niks te doen. In Zijn mond geeft de goede druif de goede smaak. En dat gaat eigenlijk altijd vooral om de wijn. De wijn die het hart van God verheugt. Hij wil vreugde aan ons beleven. Dat gaat ook samen met onze vreugde, zeker. Dat zijn verschillende dingen, maar dat hangt met elkaar samen. Maar Hij wil vreugde aan ons beleven. Als Hij over uw leven en over mijn leven nadenkt, en misschien heeft u nog nooit daarover gedacht vanuit dit gezichtspunt, dan wil Hij vreugde beleven aan u en mij. Misschien is één van de mooiste dingen aan de gelijkenis van de talenten in Mattheüs 5:25, ik heb dat de vorige keer gezegd naar aanleiding van de ponden in Lukas 19. Als de Here Jezus daar zegt: goed gedaan, trouwe slaaf. Ga heen in de vreugde van je heer. Ik denk dat dat zelfs al de grootste vreugde is van de discipel als de Here Jezus dat zegt. Als hij voor zichzelf het besef heeft: de Here Jezus beleeft vreugde aan mij. En dat is de roeping die Israël had, maar ik heb u al gezegd: het gaat hier niet over Israël, het is niet alleen naar de kerk toe. Het gaat hier om een algemeen principe dat geldt voor iedereen. En wat gebeurt er dan? Ik heb er extra tijd voor genomen om dat principe goed duidelijk te maken. En dan zien we hier dat die heer van de wijngaard slaven stuurt om de oogst in ontvangst te nemen en die slaven worden de één na de ander uitgeworpen. En tenslotte zendt hij zijn zoon en die wordt gedood. Natuurlijk heeft dat te maken met het kruis. En natuurlijk heeft dat te maken met de verantwoordelijkheid die joden en Romeinen samen hebben voor Zijn dood aan het kruis. Maar het is hier veel algemener. En misschien zegt u wel: ja, maar je kunt het toch niet zo breed toepassen? Wij hebben toch Jezus, de zoon van de heer van de wijngaard niet gedood? Maar we hebben misschien wel, zoals hier letterlijk staat van verschillende van die slaven, we hebben Hem misschien wel effectief uit onze horizon geplaatst. En misschien zelfs effectief buiten onze gemeente geplaatst. Kan dat gebeuren? Wie wil dat nu? Wie doet dat nu? Wel, u weet, dat van die zeven brieven in Openbaring 2 en 3 de laatste naar Laodicea ernstig vermaand wordt, maar het meest ernstige is wel dit: dat aan het einde blijkt dat de Here Jezus buiten staat. Dat was een gemeente die zei: wij zijn rijk en verrijkt en we hebben aan geen ding gebrek. En de Here Jezus zegt: jullie hebben aan alles gebrek, maar jullie zien het niet. En weten jullie waaraan je meest gebrek hebt? Dat is dat Hij buiten staat. Hij geeft jullie nog niet op, want Hij staat aan de deur en Hij klopt. Je kunt Hem nog binnenlaten. Dat kan zelfs individueel gebeuren. Indien iemand de deur opent, maar Hij staat wel daar. Dit is veel erger: een gemeente die zegt 'wij zijn rijk en verrijkt en hebben aan geen ding gebrek'. In onze gemeente hebben we alles. En daar kan dan van alles onder verstaan worden, dat hangt af van welk merk gemeente het is. Dus die dingen waar ze bijzonder de nadruk op leggen, die zij belangrijk vinden. Ze hebben het ook allemaal, maar het gevaar is dat je één ding niet hebt.

Ik denk vaak aan een boek dat zeer veel indruk op mij gemaakt heeft en misschien op sommigen van u ook: De gebroeders Karamasov van Dostojevski, waarin het verhaal voorkomt – ik heb er ook ooit een boekje over geschreven – van de grote inquisiteur. Het verhaal speelt zich af in het 16e-eeuwse Spanje. Er is net een geweldige verbranding van de ketters geweest en de grote inquisiteur, dat is de man die al die ketters veroordeeld heeft, gedood heeft, het is een oude man van boven de negentig. Hij is daar zeer mee verguld. En dan ineens in de stad Sevilla, duikt een man op in het wit, die door de menigte onmiddellijk gekend wordt, maar niemand spreekt zijn naam uit. Er wordt een dood meisje uit de kathedraal naar buiten gedragen en hij wekt dat meisje op uit de dood. En heel de menigte valt voor hem op de knieën, want ze hebben begrepen Wie Hij is. Hij is teruggekomen en Hij beweegt zich onder hen zoals Hij zich bewoog onder de mensen in de dagen van de evangeliën. Onmiddellijk stuurt de grote inquisiteur zijn wacht op Hem af en ze nemen Hem gevangen en ze werpen Hem in de kerker. En diezelfde avond komt de grote inquisiteur en opent de deur en komt in die cel en hij begint tegen de gevangene te spreken. Bladzijden lang duurt zijn redevoering. Ik heb dat een keer geprobeerd te analyseren. Het is zo diep, maar ik hou het vanavond alleen bij dit ene punt. Wat de grote inquisiteur zegt, is: luister, toen u van deze aarde wegging, hebt u de kerk aan ons toevertrouwd. Komt u dan alsjeblieft niet in de tussentijd met onze zaken bemoeien. Aan het einde van de tijden komt u terug, dat weten we en dat is prima. Maar in de tussentijd is de kerk van ons. Kom ons niet te dichtbij, bemoei u niet met onze zaken. Wat u vanmiddag gedaan hebt, dat is ons werk doorkruisen. Wij proberen de menigte in toom te houden. Dat doen we door ze vele geboden en verboden op te leggen. De mensen luisteren naar ons, ze knielen voor ons, ze vereren ons en wij zorgen ervoor dat ze brood krijgen en het eeuwige leven, wij zorgen dat ze door de sacramenten in de hemel komen en U komt dat werk verstoren. U loopt ons voor de voeten en eigenlijk zou ik u daarvoor ter dood moeten veroordelen. Maar dat zal ik niet doen, ik zal U vrijuit laten gaan. Maar gaat u dan ook weg en kom nooit terug. En hij doet de deur open en de vreemdeling verdwijnt in de nacht. Toen ik dat voor het eerst las, ik weet nog precies waar ik was. Dat heeft me zo aangegrepen, door het boek als geheel, maar zeker dit verhaal, dat zo herkenbaar is. U hoeft zich maar een ogenblik voor te stellen dat u in een oudstenraad of kerkenraad zit, dat u een kerkenraadsvergadering of oudstenraadvergadering zou hebben en Jezus zou daar zichtbaar bij zitten. Binnen de kortst mogelijke tijd zou het u ontzettend storen. Bij alles wat u zegt, weet u dat Hij luistert. Hij zegt misschien niets, maar u voelt tocht Zijn blikken op u gevestigd. En u zou al heel gauw hebben: ik wilde dat Hij er niet bij was, als u een beetje uw eigen hart kent, ik kan me dat echt goed voorstellen. Wij regelen hier deze gemeente en we doen echt ons best en we bidden ook als we beginnen, maar alsjeblieft, laat het maar aan ons over. U doorkruist waar we mee bezig zijn. Dat is het punt: de kerk is van ons. Zoveel geestelijk leiders spreken ook in mijn gemeente, en ik weet: dat is goed bedoeld en ze zijn herders van de gemeente en de gemeente is de kudde. Het kan allemaal met de beste bedoelingen gebeuren, maar de kerk is toch een beetje van ons. Wij hebben de reglementen voor die kerk opgesteld. Wij hebben die geloofsbelijdenissen opgesteld, wij hebben de hekken om de kerk geplaatst, het is ons werk. En natuurlijk, we hebben ervoor gebeden en we vertrouwen erop dat het ook allemaal onder 's Heeren leiding en hulp is gebeurd, maar als Hij concreet, zichtbaar aanwezig zou zijn om daar Zijn woorden over uit te spreken, zouden wij Hem denk ik al heel snel een lastpost vinden, een pottenkijker. De kerk is namelijk van ons. Of voel ik dat nu alleen maar zo aan en zegt u: nee, zo is dat bij ons helemaal niet. Wij leven in diepe afhankelijkheid van de Heer. Voor ons maakt het geen verschil of Hij nu zichtbaar bij onze oudstenraad aanwezig is of onzichtbaar. Hij is erbij en door Zijn Geest stuurt Hij ons en we doen alleen maar wat Hij wil en we nemen alleen maar de besluiten die Hij wil dat we nemen. O, nee bij ons is dat helemaal niet zo. Nu, van harte geluk gewenst vanavond. Maar dan heb ik het even over de anderen. Als we eerlijk zijn moeten we zeggen, zeker bij grote kerkscheuringen, waarbij grote persoonlijkheden tegenover elkaar kwamen te staan. Waar scheuringen ontstonden, niet zozeer over diepgaande theologische, want dat is maar zelden de feitelijke oorzaak. Dat speelt wel een rol, maar A zijn die verschillen helemaal niet zo fundamenteel als mensen het willen laten voorkomen, het gaat toch vaak over secundaire zaken. Maar B, het gaat veel eerder over persoonlijkheden die met elkaar botsen. Te veel mensen die hun haan koning willen laten kraaien. Te veel mensen die op hun strepen staan. En exact daarin gedragen wij ons alsof de wijngaard van ons is. Als God komt om vrucht te vragen voor Hem. In het beste geval realiseren wij ons: ja natuurlijk, wij zijn er helemaal niet voor onszelf. Ik heb het meegemaakt bij scheuringen, hetzij van nabij, maar meestal van een afstand, dat soms voor mensen hun wereld in elkaar stort. En toen bleek dat de gemeente hun feitelijke godsdienst was. De kerk was hun ware godsdienst. Natuurlijk, ze kennen de Here Jezus, ze hebben Hem lief, maar hun wereld stort in elkaar omdat hun kerk uiteenviel. En ik weet dat het voor mensen geweldige psychische nood met zich mee kan brengen, maar ik vrees dat het in sommige gevallen ook is omdat hun feitelijke godsdienst bestond uit hun gemeente, die een beetje van ons is. En als dat dan kapot gaat, blijft er niets meer over. Bij een scheuring is er altijd een deel dat hierheen gaat en een deel daarheen. Maar er is ook een deel dat thuis blijft zitten, of dat naar een heel andere gemeente gaat: ik wil geen partij kiezen. In 2004 toen een zeventigduizend hervormden weg gingen uit de hervormde kerk, waren er een aantal hervormden die zeiden, dit gaan we niet mee maken wij gaan met beide kanten niet mee. En die kwamen in een heel andere gemeente terecht. Gewoon vanuit de innerlijke nood dit, wij willen hier niet in kiezen. Er is zo,n groot gevaar dat de wijngaard van ons is. En weet u wat de Heer daarop zegt? Want dat is natuurlijk waar deze boodschap over gaat. Dan zegt Hij, ik ga de wijngaard aan anderen geven. Aan anderen. Je heb dat ook heel vaak dat mensen terug vallen op het verleden, op wat de kerk vroeger was. Een degelijke Rooms Katholiek die zal in Nederland altijd diep in zijn hart en soms spreekt hij het uit maar meestal houd hij het wijselijk voor zich zeggen, die protestanten dat zijn eigenwijzelingen. Wat hebben zij nou beter dan wij? Wat hebben ze beter gedaan? Kijk eens hoe vaak ze uiteen gescheurd zijn. Het zijn misschien wel echte Christenen, ze komen wel in de hemel, maar ze hadden helemaal geen echte diepe reden om de moederkerk te verlaten. Onze kerk is twee duizend jaar oud. Waarom moesten ze daar vijfhonderd jaar geleden daaruit stappen? Waren die redenen echt zo diepgravend? Een beetje hervormde zal precies hetzelfde zeggen. Toen mijn vader de hervormde kerk verliet, hij was zo,n zeventien jaar oud, kreeg hij een brief van de burgemeester. Dat ging zo in die dagen. Het was een klein dorp. En de burgemeester had zo ze interesse voor deze jonge man en hij schreef hem een lange brief. Sinds mijn vader overleden is is die brief in mijn bezit, een brief van de burgemeester van het dorp. Ik vind het een aangrijpend document. Hier was een wijze oudere man die zich zorgen maakt over deze jongen. Toen die weg ging uit die kerk van God, die planting op vaderlandse bodem om in één of andere onzekere evangelische soort van gemeente terecht te komen. En hij meende het, en zei hoe kun je dat nou doen. Deze planting Gods in vaderlandse bodem verlaten. Ik kan me dat voorstellen, maar het is net als bij die katholieke een beroep op het verleden, op wat we vroeger waren. Ik heb dat zelf beleefd met gereformeerd vrijgemaakte vrienden die exact konden bewijzen bij elke scheuring aan welke kant God stond. In 1886 ging God mee met de doleantie, in 1892 was daar de vereniging met de afgescheidenen. De Christelijk Gereformeerden wilden niet mee doen dus die vielen af. Dus vanaf 1892 is het ook duidelijk waar de Here God stond. In 1944 moesten zij de synodale Gereformeerden verlaten, en toen was het ook weer duidelijk welke partij de Here koos. In 67 zijn die eigenwijze buitenverbanders, de Nederlands Gereformeerden eruitgegaan en weer was het duidelijk hoe God koos. Het is ongelofelijk, je hebt niet veel van dat soort mensen meer ,gelukkig die generatie sterft uit. Maar het idee dat God in onze kleine geschilletjes in een klein landje in een kleine kerk, dat God partij kiest bij zulke dingen, dat kan alleen maar als de kerk van ons geworden is. Als het onze kerk is geworden, waar wij voor vechten vanuit het idealisme dat God ook automatisch partij kiest, ja dat is dan natuurlijk altijd de partij waar jij toe behoord. In de Evangelische beweging exact zo. Het is daar minstens zo erg omdat het gaat om iets wat eigen is aan de menselijke natuur. Wij zijn de meest getrouwe weergave van Gods kerk op aarde. Dat kun je op allerlei plaatsen tegen komen. Je kunt dat bij Charismatische Christenen tegenkomen die neer kijken op gewone Evangelische Christenen omdat die het werk van de Heilige Geest niet verstaan. En omgekeerd och ... je kunt zo gemakkelijk met modder wijzen en gooien naar elkaar. Maar er zit altijd achter, onze club,onze club en God word zo klein gemaakt dat ook God gedwongen word bij al onze scheuringen bij al onze partijen. Maar lieve mensen er is helemaal geen juiste partij. Er is helemaal niet zoiets van een ware kerk op aarde die zou samenvallen met deze op gene denominatie. Het kan best zijn dat je op een bepaald moment in jouw dorp de meest getrouwe afspiegeling bent van het lichaam van Christus. Maar misschien was dat zo in de 19e eeuw, misschien was dat zo in de 16e eeuw.Is dat vandaag nog steeds zo? Kun je je beroepen op de 16e eeuw? Of de 17e of de 18e of de 19e of de 20e? Gaat het er niet om waar je zelf nu staat? Zou het niet kunnen dat de wijngaard allang van jou van jullie is afgenomen en aan andere is gegeven? Ik was nog heel jong toen ik deze uitspraak hoorde in de kringen waarin ik ben opgevoed. Er zal tot het einde, dat is het citaat, er zal tot het einde van de kerk geschiedenis een getrouw overblijfsel zijn voor de Here God.Maar er is geen enkele zekerheid dat ik daartoe zal behoren. Er is geen enkele zekerheid dat mijn gemeente daartoe zal behoren. Dat zal er vanaf afhangen of zoals van philadelfia gezegd word, wij Zijn Woord bewaren en Zijn Naam niet verloochenen ook al hebben we kleine kracht. Je kunt je nooit beroepen op een ver of niet zo,n ver verleden om te laten zien van kijk, wij staan goed, ja misschien toen, maar dat is nog twijfelachtig, moet je maar eens dieper over die scheuring gaan praten, toen misschien maar nu ... ben je een wijngaard die de vruchten op brengt voor de Here God? Ben je een gemeente, helemaal los even van je geschiedenis en je achtergrond waar Hij plezier aan beleeft? Heb je je ooit wel eens afgevraagd als de Here God op zondagochtend bij uw samenkomst is, en daar is Hij want Hij is alomtegenwoordig. En als we gelovigen zijn die oprecht in Zijn Naam willen samen komen dan is Hij daar in het midden. En u gaat naar huis en u drinkt koffie en u zegt het was een goede dienst het was een mooie preek. Maar is het ooit wel eens bij u opgekomen, het kan best zijn hoor maar ik vraag het maar, zou de Here God het ook een fijne samenkomst hebben gevonden? Zou Hij plezier aan ons hebben beleefd? Mijn vrouw zegt dat heel vaak, als we thuis komen uit één of andere samenkomst, niet altijd, maar soms zijn er van die samenkomsten dat je zegt zou de Here vanmorgen ook plezier aan ons hebben beleefd? Want dat is voor haar een heel belangrijk criterium en terecht! Het is helemaal niet het belangrijkste of u een goede dienst heb gehad, die dienst is toch niet voor u in de eerste plaats bedoeld! Dacht u dat? Ja, dat denkt u misschien als de preek driekwart van de samenkomst uitmaakt, maar de eerste plaats is het toch van belang of Hij er vreugde aan beleefd heeft want de dienst is niet in de eerste plaats voor onze opbouwing, we noemen het toch eredienst. Eucharistie betekent lofprijzing En protestantse kerkdiensten worden gewoonlijk erediensten genoemd. Dat betekent toch of Hij er eer en aanbidding en heerlijkheid ontvangt! Met andere woorden of Hij er vreugde aan heeft beleefd deze morgen. Als u nou overmorgen eens thuis komt uit de samenkomst stel u nou eens in uw binnenkamer heel eerlijk de vraag, zou dit nou een samenkomst zijn waar de Heer echt vreugde aan beleefd heeft. Die wijn is voor Hem waar Hij Zijn hart aan heeft opgehaald. Hebben we vanmorgen vrucht voortgebracht voor Hem? Niet voor elkaar, dat mag ook, Hij zegent ons toch ook! Maar we zijn er ook om Hem te prijzen. In andere talen is dat hetzelfde woord, zegenen, to bles God, He blessed us and we are there to bles Him. Om Hem te loven om Hem te prijzen, Hebt u er zo wel eens over gedacht? En als het al lang en breed een samenkomst is geworden om de aanwezigen te behagen maar waar niet zoveel mensen zich er om bekommeren of het tot vreugde van de Here God is, dan kan het zijn dat Hij zegt, uw wijngaard wordt aan andere gegeven. En dan kunt u zich niet beroepen op de vierde eeuw, vijfde eeuw waar de Rooms Katholieke kerk pas eigenlijk echt geboren is. U kunt zich niet beroepen op de 16e eeuw waar de protestantse kerk de Nederduits gereformeerde kerk zoals het toen heette toen geboren is. U kunt zich niet beroepen op de 19e eeuw waar uw baptisten gemeente of uw vergadering van gelovigen geboren is, het gaat erom wat u nu bent. De geschiedenis helpt u geen zier. Het gaat erom wat u nu bent, u kunt niet teren op vergane glorie. Wat eens Gods kerk was in Waddinxveen, is het dat nog steeds? En dan niet op grond van historische argumenten maar alleen puur en alleen dat is het accent wat ik vanavond leg er zijn ook nog andere aspecten te noemen maar puur en alleen om wat hier staat. Ik zal u eerlijk vertellen ik geloof dat er dorpen zijn in Nederland waar God meer vreugde beleefd aan een PKN gemeente die daar bij elkaar komt dan aan de Evangelische gemeente ter plaatse. Waar misschien een heel stel ontevreden hervormde mensen zitten. Dat kan, ik zit dus niet te betogen dat het daar afgedaan is en dat het nu ergens anders is. Wat ik zeg geld voor elke gemeente. Het zou zelfs mogelijk zijn, ja nu gaat u helemaal schuifelen op uw stoel. Dat de plaatselijke Katholieke gemeenschap de grootste vreugde is voor het hart van de Here God. Dan hoef je het helmaal niet met alles eens te zijn waar Katholieke het over hebben. Aanstaande donderdag word mijn boek aangeboden wat ik samen met bisschop de Korte heb geschreven dus zorg dat u gauw een exemplaar krijgt en daarin schrijven we over al onze verschillen en vooral over onze overeenkomsten. In hetzelfde geloof in de Here Jezus Christus. Ik ben nu al benieuwd naar alle reacties in al onze degelijke dagbladen. Af en toe droom ik er ook wel een beetje van. Het is toch wel een beetje eng. Maar af en toe denk ik dat God meer vreugde heeft, ik heb zulke gemeenschappen meegemaakt, meer vreugde heeft aan een stel eenvoudige Katholieken die niet zo gek veel van de Bijbel weten maar verschrikkelijk veel van de Here Jezus houden. Lang niet allemaal hoor het is een echte volkskerk. Lang niet allemaal maar ze zijn er en God heeft daar heel veel plezier van. Misschien een stel nonnen een stel monniken die zoveel van Hem houden. Dat is een prachtig verhaal ik weet ik moet een keer op houden, dat komt het is buiten nog steeds licht en dan denk je ach ik heb nog zoveel tijd! Er was een bisschop en Griekenland die gehoord had van een klein eilandje daar woonden drie monniken. En die drie monniken die woonden daar al zo lang en waren zo geïsoleerd en hij had bovendien gehoord dat ze niet konden lezen. Dus ze wisten niks van de Bijbel. Dat konden ze niet lezen. Ze kenden maar een paar gebeden van de kerk en die konden ze nog niet eens goed dus hij dacht laat ik er nou maar eens naar toe gaan dat ze tenminste behoorlijk het onze Vader en de geloofsbelijdenis van Nicea kennen, en hij ging daar naar toe en hij werd met open armen ontvangen, en hij legde ze die geschriften uit en die gebeden uit zodat ze die tenminste behoorlijk konden bidden. En toen voer hij weer weg met de boot, en toen zag hij tot z,n stomme verbazing dat over het water achter het schip die drie monniken kwamen aan rennen. En toen ze hijgend bij hem aangekomen kwamen zeiden ze: we zijn dat ene gebed alweer vergeten zou u het nog een keer kunnen uitleggen? En toen zij hij gaan jullie maar terug, jullie zijn heilig genoeg. Drie monniken die over het water lopen. Moet hij die gebeden uit het hoofd laten leren? Dit is een gelijkenis, dit is niet echt gebeurd hoor! Het is een gelijkenis, een moderne ja een moderne gelijkenis. We zouden misschien wel eens heel verbaasd zijn als wij door Gods ogen konden kijken. Wat voor Hem een gemeenschap is van mensen waar Hij vreugde aan beleef.

Tegen Saul zei God op een goed moment de kroon zal van de worden afgenomen, de troon wordt van je afgenomen maar die wordt aan een ander gegeven. En oh wat was Saul boos toen hij ontdekte dat het Davids was. Alle jaloersheid in zijn hart kwam boven, maar het was God die gezegd heeft het word van jou weggenomen en aan een ander gegeven. Wat waren de Joden boos in het boek Handelingen. Bijvoorbeeld in Thessalonica en toen kwam Paulus daar en verkondigde het evangelie en ze wilden er niks van horen, en toen ging hij naar de heidenen toe om diezelfde boodschap te brengen en die namen het aan en toen werden de Joden jaloers en die probeerden Paulus te verdrijven of zelfs te doden. Saul was boos, Israel was boos, zoveel Christenen zijn boos, alleen al bij de gedachte dat God meer vreugde zou beleven aan een geloofs gemeenschap waartegen u heel gegronde theologische bezwaren heeft. Nou misschien heeft God wel diezelfde theologische bezwaren en zegt Hij tegelijkertijd en toch heb Ik er meer vreugde van. Ze zijn meer een vreugde voor mijn hart want ik zie daar echte oprechtheid echte vroomheid echte toewijding, daar kan Ik van eten en drinken, de vreugde van Mijn hart. Lieve mensen we kunnen ons niet baseren op de geschiedenis, en u kunt zich ook niet baseren op het feit dat u, ik weet niet wat u allemaal hebt. Laodicea had alles, alles behalve de Here. Als wij niet trouw zijn, ik heb u gezegd er blijft een getrouw overblijfsel tot het einde bestaan. Zolang de Heer niet komt zal er zo,n getrouw overblijfsel zijn. En mijn gemeente waar ik dan toe behoor of die daar bij hoort daar heb ik geen garantie van. Of uw gemeente daar toe behoord heeft u ook geen garantie van. Ik heb een garantie dat er een wijngaard zal zijn tot het einde. En er zal een wijngaard zijn waar God vreugde aan beleefd. Zolang de kerkgeschiedenis duurt het zal nooit zo erg worden dat die wijngaard er niet meer is. Maar of u of ik en uw of mijn gemeente waar wij toe behoren deel uitmaakt dat beoordeeld Hij. Maar wij kunnen het ook beoordelen als we eerlijk genoeg zijn naar onszelf, en als we niet zo kwaad worden als de farizeeën en de Schriftgeleerden die dat hoorden en natuurlijk op hun teentjes getrapt waren, en ze zelfs probeerde Hem te doden. Ze waren al meteen bezig te bevestigen waar de gelijkenis precies over ging. Laten we de zoon doden en de erfenis zal van ons zijn. Laten we deze dingen ter harte nemen. Neem het mee, de Here God wil plezier aan u beleven, Hij wil vreugde aan u beleven. Hij geeft u Zijn Geest opdat u blijdschap in de Heilig Geest zult hebben maar bovenal opdat u door Zijn Geest zult zijn datgene waart Hij blijdschap aan heeft. Dat is mijn gebed dat is ook mijn vreugde en hopelijk ook de uwe.

God zegene Zijn Woord.

 

Podcast

Audio RSS Bijbellezingen Willem Ouweneel
Podcast Feed

Poll

Heeft u Bijbellezingen van Willem Ouweneel in Waddinveen bezocht?